20250930 08h BP Breusterstraat Eijsden - Motivering, bijlage 5a - Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Ecoplonning D Quickscan
flora en fauna
Project B Breusterstraat 20 Eijsden
IBAN KVK BTW
: z :
NL33.RABO.0302.6862.15 81506058 NL862119169801
Adres Tel.
: Kasteel Aldengoorstraat 78 6222 WH Maastricht : +31(0) 61088 5330
wwweco-planning.nl info@eco-planning.nl
Ecoplonning > Project
:
Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden
Rapportnummer
:
22R026
Opdrachtgever
:
DG Vastgoed BV
Contactpersoon
:
Projectnummer
: P393
Versie
: Vo3
Status
:
Aangepast en definitief
Datum
:
23 februari 2024
Auteur
(geanonimiseerd) n Ee
Wijzevanciteren
: B
Ouickscan flora en fauna Project B
Breusterstraat20 Eijsden, Maastricht, Nederland: Ecoplanning. © Copyright 2024 Ecoplanning, Maastricht
Ecoplanning Kasteel Aldengoorstraat 70 6222
WH
Maastricht
Tel : +31 (06 1088 5330
www.eco-planning.nl Niets uit voorliggend rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Ecoplanning Ecoplanning past de protocollen toe welke zijn opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Door het toepassen van deze protocollen voldoet voorliggend onderzoek en advies aan de Omgevingswet. Ecoplanning accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt welke afwijken van het advies zoals omschreven in voorliggend rapport In het algemeen kan gesteld worden dat het veldonderzoek horende bij een natuurwaardenonderzoek gegevens bevat waarvan de jongste gegevens niet ouder zijn dan drie jaar, of korter als n de periode tussen het onderzoek en de aanvraag de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht, ingrijpend zijn gewijzigd.
DOCUMENT
HISTORIE
Versie
Datum
Omschrijving
vo1
30-06-2022
Concept versie
v02
05-09-2022
vo3
23-02-2024
|
Definitieve versie
Definitieve versie en aangepast conform de Omgevingswet
Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
INHOUD 1
INLEIDING … 11
_ AANLEIDING
1.2
_
DOEL EN ONDERZOEKSVRAGEN
1.3
LEESWIJZER …
2
BESCHRIJVING
3
ONDERZOEKSMETHODE.. 3.1
_ AANPAK ONDERZOEK
311
_ Algemeen.
3.1.2 3.1.3
Literatuuronderzoek. _
Veldonderzoek …
4 _ RESULTATEN 41
PLANGEBIED
_
EN TOETS OMGEVINGSWET
INLEIDING..
42
‘GRONDGEBONDEN 421
ZOOGDIEREN
Literatuur.
4211
Bever. Grote
bosmuis
Rode
eekhoor
Steenmarter
.
42.2
Overige soorten.
_ Aanwezigheid in plangebied.
42.21
_
Bever.
Grote
bosmuis
Eekhoorn >
.
Steenmarter
4.2.25
4.2.3
_ Overige soorten. Bever.
Grote
bosmuis
Eekhoorn
.
Steenmarter
:
…
Overige soorten. VLEERMUIZEN…
431
44
…
_ Toets Omgevingswet
4231
43
…
Literatuur.
43.2
_ Aanwezigheid in plangebie
4.3.3
_ Toets Omgevingswet
_ BROEDVOGELS. 441
Literatuur.
4411
Bosuil
4412
Gierzwaluw..
4413
Huismus
4414
Huiszwaluw..
4415
Steenuil..
Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning 4416 _ Overige vogelsoorten. 4.4.1.7 _ Overige vogelsoorten nest beschermd tijdens broedseizoen 4.4.2 _ Aanwezigheid in het plangebie: Bosuil Gierzwaluw.. Huismus Huiszwaluw. Steenuil.
4.4.3
Overige vogelsoorten. Overige vogelsoorten nest beschermd tijdens broedseizoen _ Toets Omgevingswet … Bosuil Gierzwaluw.. Huismus
Huiszwaluw. Steenuil.
Overige vogelsoorten. _ Overige vogelsoorten nest beschermd tijdens
.4.3.7 4.5
_ HERPETOFAUNA 4.5.1
Literatuur.
Alpenwatersalamande Muurhagedis … Overige soorten.
Aanwezigheid in het plangebie 1 _ Alpenwatersalamandei Muurhagedis … Overige soorten. Toets Omgevingswet
Alpenwatersalamande Muurhagedis … .5.3.3 4.6 4.6.1
46.2 4.6.3 4.7
_ Overige soorten.
VISSEN Literatuur.
_ Aanwezigheid in plangebiec _ Toets Omgevingswet
_ ONGEWERVELDEN…
4.7.1
Literatuur.
4711
Beekrombout..
2 3 4
4 47.2
_ Bruin dikkopje. Teunisbloempijlstaart. _ Veldparelmoervlinder 5 Overige soorten. _ Aanwezigheid in plangebied. Beekrombout.
Bruin dikkopje Teunisbloempi Veldparelmoervlinder
Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
broedseizoen
W
Ecoplonning 4.7.25 _ Overige soorten. 4.7.3 _ Toets Omgevingswet Beekrombout.
Bruin dikkopje. Teunisbloempi Veldparelmoervlinder Overige soorten. 48
_ PLANTEN 481
Literatuur.
4811
_
Grote
4812
_
Muurbloem.
4.8.13
_ Overige soorten.
4.8.2
leeuwenklauw
_ Aanwezigheid in plangebie:
48.2.1
_
Grote
leeuwenklauw
Muurbloem.
Overige soorten. Toets OmgevingsWet. 1
_
Grote
leeuwenklauw
Muurbloem..
3 5
_ Overige soorten.
CONCLUSIE
EN VERVOLG...
51
CONCLUSIE…
52
VERVOLGTRAJECT
5.2.1
_ Nader onderzoek.
5211
_
Steenmarter
5.2.12 _ Vleermuizen en gierzwaluw . 5.2.13 _ Overige vogelsoorten nest beschermd in broedseizoen. 5.2.2 _ Aanvraag Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit
6
52.2.1
_
5.2.2.2
_ Vleermuizen en gierzwaluw .
Steenmarter …
LITERATUUR ….
Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
W
Ecoplonning > 1
INLEIDING
11
AANLEIDING
In opdracht van DG Vastgoed BV heeft Ecoplanning een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plaatse van de Breusterstraat 20 te Eijsden in gemeente Eijsden — Margraten. Opgemerkt wordt dat tijdens het opstellen van het oorspronkelijk definitieve rapport versie VO2
van 05 september 2022 was de Wet natuurbescherming vigerend. Deze wetgeving is sinds 01 januari 2024 geïntegreerd in de Omgevingswet, waarbij de hoofdlijnen van de soortbescherming één op één zijn overgenomen. Voorliggend rapport toetst het project op de Omgevingswet. 12
DOEL
EN
ONDERZOEKSVRAGEN
Het doel van de voorliggende quickscan is het inzichtelijk maken van de actuele- en de potentiële aanwezigheid van functioneel leefgebied van de wettelijk beschermde plant- en diersoorten in het plangebied waar bij de provincie Limburg geen jaarrond vrijstelling geldt. De volgende onderzoeksvragen zijn hierbij relevant: e
e e
e
Is er sprake van
een
(potentieel) functioneel
beschermde
flora en
fauna in het plangebied? Wat is het effect van de geplande werkzaamheden hierop? s er sprake van een flora- en fauna-activiteit Omgevingswet en is er een risico op een overtreding met de artikelen 11.37 lid 1; 11.46 lid 1 en/of 11.54 lid 1 uit de Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)? Voor welke soorten is een aanvullend onderzoek en/of een extra check nodig?
Voorliggende
quickscan
behandelt
Omgevingswet.
Een
van
toetsing
alleen
het
onderdeel
het project
op
(Natura 2000), het Natuurnetwerk Limburg houtopstanden valt buiten de opdracht.
en
13
leefgebied van
de
soortenbescherming
Omgevingswet
regelgeving
met
van
de
gebiedsbescherming
betrekking
tot
de
LEESWIJZER
Hoofdstuk 2 beschrijft het plangebied, het onderzoeksgebied en de voorgenomen ingrepen. Hoofdstuk 3 behandelt de onderzoeksopzet van de quickscan. De onderzoeksresultaten van het literatuuronderzoek en veldbezoek en de toetsing van de werkzaamheden aan de Omgevingswet worden beschreven in hoofdstuk 4. Tot slot volgen in hoofdstuk 5 de conclusie
en de beantwoording van de onderzoeksvragen zoals geformuleerd in par. 1.2.
Pagina 6 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > 2
BESCHRIJVING
PLANGEBIED
Het plangebied bevindt zich op de hoek van
de Breusterstraat
en Schoolstraat te Eijsden
(figuur 2.1). Het bestaat uit een leegstaande voormalige boerderij met een schuur, een stal, een berging en een woning. De gebouwen hebben enkele muren met diverse scheuren en beschadigingen. Het dak van de woning en de schuur heeft een dakbeschot met hier bovenop keramische dakpannen. Aan de kopse kant van de woning en de schuur is de dakrand bedekt
met boeiboorden. Aan de dakranden zijn diverse kieren aanwezig. De stal heeft een dak zonder dakbeschot met dakpannen die zijn geplaatst op een dakconstructie bestaande uit panlatten, gordingen, kepers, trekplaten, spantbenen en nokbalken. De berging heeft een dak dat bestaat uit golfplaten van plastic en asbest. De tuin bestaat uit hoge (tot 2m.) kruidachtige
planten van onder meer vingerhoedskruid, grote kaardenbol en bezemkruiskruid.. In het plangebied zal een herontwikkeling naar woningbouw plaats gaan vinden naar 11 tot 14 reguliere wooneenheden
(appartementen).
Daarbij zullen de gebouwen
worden
gesloopt en
worden herbouwd zodanig dat nieuwe appartementsgebouwen zoveel als mogelijk het uiterlijk krijgen van de oorspronkelijke toestand. Tevens zal zoveel als mogelijk de appartementen worden geprojecteerd op de huidige locatie van de gebouwen. Alleen de stal met (asbest- en plastic) dakplaten wordt niet herbouwd.
Oost Maarland
Savelsbos
plangebied Ternaaien
Eijsden °
z :
Figuur 2.1 ligging van het plangebied bij de rode stip.
Pagina 7 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Figuur 2.3 Links:
weergave van de schuur aan de binnenzijde.
Rechts:
de schuur aan de buitenzijde
Pagina 8 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
_
5
Figuur 2.4 Links : Weergave van de woning aan de buïtenzijde. Rechts : binnenzijde op de zolder.
Figuur 2.5 Links: Weergave van de stal aan de binnenzijde. binnenzijde afgesloten met een hor.
Rechts : Weergave buitenzijde van de stal: de ronde raam Ís aan de
Pagina 9 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Figuur 2.6 Weergave van de berging met een dak van plastic en metaal.
bezemkruiskruid.
Pagina 10 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > 3
ONDERZOEKSMETHODE
3.1
_AANPAK
3.1.1
ALGEMEEN
ONDERZOEK
De quickscan flora en fauna is een verkennend onderzoek dat zich richt op de (potentiële) aanwezigheid van en gebruik door beschermde planten- en diersoorten. Dit wordt bepaald aan
de hand van een bronnenonderzoek en een habitatsgeschiktheidsbeoordeling via één oriënterend veldbezoek. Daarbij wordt op basis van 'expert judgement’ bepaald welke beschermde planten- en diersoorten het plangebied benutten als functioneel leefgebied. Onder een functioneel leefgebied wordt het volgende verstaan:
e
groeiplaatsen;
e
rustplaatsen;
e e e
voortplantingsplaatsen; frequent gebruikt foerageergebied; frequent gebruikte verbindings-/vliegroutes.
De aanwezigheid van functioneel leefgebied hoeft niet te betekenen dat er sprake is van een overtreding met de Omgevingswet. Dit is afhankelijk van de aard van de werkzaamheden en het beschermingsregime van de soort. Alleen in Limburg niet-vrijgestelde nationale soorten, Europees beschermde soorten en vogelsoorten waarvan de nesten en nestlocaties (inclusief essentieel foerageergebied) in Limburg het gehele jaar door zijn beschermd worden behandeld.
De
quickscan
behandelt
per
soort
welke
werkzaamheden
negatieve
effecten
hebben op het (potentieel) functioneel leefgebied. Als hiervan sprake is, wordt geconcludeerd op basis van: e
welk artikel van de Omgevingswet zal worden overtreden;
e
of een nader onderzoek nodig is;
e
als reeds tijdens de quickscan voldoende gegevens zijn vergaard waardoor een nader
onderzoek niet nodig is, wordt aangegeven fauna-activiteit nodig is. 3.1.2
of een omgevingsvergunning flora- en
LITERATUURONDERZOEK
Voor het onderzoek zijn archiefgegevens verzameld van beschermde planten en dieren in de omgeving van de ingreeplocatie waarbij de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd. Op 16 juni 2022 zijn hier verspreidingsgegevens opgevraagd uit de periode 2011-2021. Dit betreffen waarnemingen in het plangebied en in de omgeving hiervan. Onder omgeving van het plangebied wordt verstaan waarnemingen binnen een straal van 500 meter. De NDFF is een databank welke gevalideerde informatie geeft over flora en fauna. De NDFF bundelt
ruim
Vlinderstichting,
100
databanken
van
onder
De Zoogdierenvereniging
andere
FLORON,
etc. Het raadplegen
RAVON,
van de NDFF
SOVON,
De
is gebruikt als
voorbereiding van het veldbezoek waarvan de methode is toegelicht in par. 3.1.3. Met betrekking tot de verspreidingsgegevens is alleen de NDFF gebruikt, omdat deze literatuurbron voldoende gedetailleerd is. Als achtergrondinformatie (globale verspreiding en habitat) is gebruik gemaakt van:
Pagina 11 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplanning D) e Avifauna van Limburg (_2006): °
Reptielen
en amfibieën van
Limburg
Verspreiding
en ecologie van amfibieën en
reptielen in de periode 1980-2008 ( e
Zoogdieren
van
Limburg
.
Verspreiding
en
009;
ecologie
in
de
periode
1980-2007
200;
« Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur in Nederland 12. ( et al, 2016). Aan de hand van deze literatuurbronnen is bekeken welke soorten in het plangebied kunnen
worden waargenomen. Het veldbezoek wat na de literatuurstudie plaats vindt, kan hierdoor efficiënter worden uitgevoerd. 3.1.3
VELDONDERZOEK
(geanonimiseerd) De hee_heeit plangebied
gebracht.
De
aanwezigheidssporen
van
namens Ecoplanning op 17 juni 2022 een veldbezoek aan het habitatgeschiktheidsbeoordeling fauna
en
(potentiële)
en
groeiplaatsen
de van
inventarisatie flora
kon
van
tijdens
dit
veldbezoek in het gehele plangebied worden uitgevoerd. Tevens is in de omgeving gespeurd naar de aanwezigheid van zandbaden en drinkgelegenheden voor de huismus. Tijdens het veldbezoek was sprake van de volgende weersomstandigheden:
2022
12:00
— 13:00
uur
27°C
half bewolkt
zui
Gedurende het veldbezoek is gelet op de actuele aanwezigheid van beschermde flora en fauna en aanwezigheidssporen zoals: e
prenten
e
latrines
e
aanwezigheid individuen
e
(oude) nesten
*
burchten en holen
*
braakballen
e
knaagsporen
e
vraatresten
Een veldbezoek is een momentopname
en dan zijn niet alle soorten waarneembaar.
Zo zijn
vleermuizen, uilen en marterachtigen voornamelijk nachtactief. Vogels zoals zwaluwen en enkele roofvogelsoorten zijn alleen in een bepaalde periode van het jaar aanwezig. Veel planten zijn herkenbaar in slechts een deel van het jaar. De aanwezigheid van beschermde flora en fauna wordt daarom mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt habitat. Op
basis hiervan, kennis over ecologie en landelijke verspreiding van beschermde flora en fauna is tijdens het veldbezoek bepaald of in het plangebied sprake kan zijn van functioneel leefgebied en binnen de invloedsfeer daarvan (het onderzoeksgebied).
Pagina 12 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > 4
RESULTATEN
4.1
_
EN
TOETS
OMGEVINGSWET
INLEIDING
Grondgebonden zoogdieren HR
Bever Grote
bosmuis
A
Rode
eekhoorn*
A
Steenmarter*
Jachthaven Aqua viva Sint Christinastraat Park
A
Urselinen
convent
Verspreid in Eijsden
Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis
HR HR
plangebied in 2018/2019 Sint Christinakerk
Laatvlieger
HR
Kerkstraat 15
Broedvogels met jaarrond beschermd nest
Bosuil
VR-2
Kasteel Eijsden
Gierzwaluw
VR-2
Schoolstraat
Huismus
VR-2
Schoolstraat 22
Huiszwaluw Kerkuil Ransuil
VR-2 VR-1 VR-3
Vogelzang/Bat Diepstraat 89 12 septemberstraat 15
Steenuil
VR-1
1A
Wilhelminastraat
Herpetofauna
Alpenwatersalamander Muurhagedis
A HR
Park Urselinen convent Museum Urselinen convent
Vissen
Geen
|
Nvt
|
Nvt
Ongewervelden
Beekrombout
A
Maas
Bruin dikkopje
A
Maasoever t.h.v. Vogelzang
Teunisbloempijlstaart Veldparelmoervlinder
HR A
Breusterstraat 24 Maasoever t.h.v. Vogelzang
Planten
Grote leeuwenklauw
A
Maasoever t.h.v. Vogelzang
Muurbloem
A
Diepstraat
Schema 4.1: overzicht van beschermde soorten n het plangebied en in haar omgeving. De gegevens zijn afkomstig uit de Nationale Databank Fiora en Fauna - NDFF (laatste 10 jaar, binnen 500 meter van de ingreeplocatie). VR = Vogelrichtijn. HR = Habitatrichtlijn. A
= Andere beschermde soort
* < Vrijgesteld in een bepaalde periode Nest Cat. = categorie vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest.
Pagina 13 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > Een overzicht van de literatuurgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna - NDFF van de in Limburg niet-vrijgestelde flora en fauna in het plangebied en omgeving, is weergegeven in schema 4.1. Navolgende paragrafen gaat per soortengroep in op de bevindingen van de in dit schema weergegeven soorten, maar ook die soorten waarvan in het
plangebied geschikt habitat aanwezig is en verspreiding van de betreffende soort valt.
het
plangebied
zich
binnen
de
regionale
Het veldbezoek is verricht op 17 juni 2022. Toen was de Wet natuurbescherming nog vigerend. Deze wetgeving is sinds 01 januari 2024 geïntegreerd in de Omgevingswet. 4.2
_ GRONDGEBONDEN
4.21
LITERATUUR
4.2.1.1
BEVER
ZOOGDIEREN
Bevers komen voor in het overgangsgebied tussen land en water zoals moerassen, beken, rivieren en meren. Hier bouwt de soort een hol of een burcht, afhankelijk van de gesteldheid van de oever.
Het voedsel bestaat voornamelijk uit bast en twijgen van wilg en populier en
wortelstokken (b.v. van waterlelie), kruidachtige land- en waterplanten, maar boombladeren. Ook landbouwgewassen zoals mais, peen en bieten eten bevers graag. 4.2.1.2
GROTE
ook
BOSMUIS
De grote bosmuis komt voor in allerlei soorten biotopen, mits er dekking is zoals lage begroeiing of verspreid liggende stenen. De soort komt voor in bosranden met weinig ondergroei, droog rietland, parken, braakliggend land, duinen, heide en tuinen. Hij heeft een voorkeur voor oude open eiken- en beukenbossen, met een uitgebreide struiklaag en weinig ondergroei. In 2020 is de soort aangetroffen in een tuin aan de Sint Christinastraat in Eijsden. 4.2.1.3
RODE
EEKHOORN
Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook voor
in bebouwd gebied. In het centrum van Maastricht is de soort zeldzaam omdat hier weinig bomen aanwezig zijn. Voor de eekhoorn geldt in Limburg een vrijstelling in de periode maart, april en juli tot en met november. Uit de NDFF blijkt dat deze soort een verblijfplaats heeft aan de Maastrichterweg en dat de soort verspreid in Gronsveld voor komt 4.2.1.4
STEENMARTER
De soort is zeer flexibel in haar habitatskeuze en benut verblijfplaatsen in bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders, kruipruimtes, spouwmuren, ruimten onder de dakbedekkingen en zelfs de ruimte onder de motorkap. De steenmarter kan al door openingen van 5-6 cm kruipen om biij een schuilplaats te komen (https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter). Belangrijk is dat de steenmarter de beschikking heeft over dekking. De steenmarter komt verspreid voor in Gronsveld. Voor de steenmarter geldt in Limburg een vrijstelling in de periode 15 augustus februari.
Pagina 14 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplanning D De volgende soorten zijn niet vrijgesteld binnen de Omgevingswet: de boommarter (buiten Limburg), het edelhert (grote bosgebieden), de eikelmuis (Savelsbos), de gewone zeehond (wadden), de grijze zeehond (zeekust), de hazelmuis (doornstruweel in Zuidoost Limburg), de noordse woelmuis (buiten Limburg), de otter (beken en moerassen), de veldspitsmuis (buiten
Limburg), de waterspitsmuis (beken en kanalen met moerasvegetatie), de wilde (Vijlenerbossen), wild zwijn (bossen) en de wolf (geen roedels bekend in Limburg). 4.2.2
AANWEZIGHEID
4.2.2.1
BEVER
kat
IN PLANGEBIED
In het plangebied zijn geen waterpartijen aanwezig en grenst hier ook niet aan. Een aanwezigheid van verblijfplaatsen en/of een intensief gebruik van het plangebied door de bever is uitgesloten. 4.2.2.2
GROTE
BOSMUIS
Tijdens het veldbezoek van 17 juni 2022 is de soort niet waargenomen. De verwilderde tuin biedt dekking
aan
de grote bosmuis.
Het is niet uitgesloten
dat deze
soort de tuin in het
plangebied benut als rust- en/of voortplantingslocatie.
Figuur 4.1 Weergave van het potentiële Ieefgebied van de grote ‘bosmuis in de tuin.
4.2.2.3
EEKHOORN
In het plangebied staan geen bomen. Het plangebied heeft zodoende geen functie voor de eekhoorn en de aanwezigheid van de soort kan op voorhand worden uitgesloten.
Pagina 15 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplanning D In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek van 17 juni 2022 in de woning en in de stal uitwerpselen aangetroffen van de steenmarter. Omdat er ook verse uitwerpselen aanwezig zijn, benut de steenmarter de gebouwen als rust- en/of voortplantingslocatie.
Figuur 4.2 Weergave van de uitwerpselen steenmarter in de woning.
4.2.2.5
OVERIGE SOORTEN
Gezien
de verspreiding
van
de
in paragraaf 4.2.1.5 genoemde
overige
soorten
en
het
aanwezige habitat in het plangebied, kan de aanwezigheid van functioneel leefgebied van de
betreffende soorten op voorhand worden uitgesloten. 4.2.3
TOETS
4.2.3.1
BEVER
OMGEVINGSWET
De werkzaamheden zullen niet gaan leiden tot een overtreding op de verbodsbepalingen artikel 11.46 lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van de Omgevingswet ten aanzien van de bever. Er is geen nader beveronderzoek nodig. 4.2.3.2
GROTE
BOSMUIS
Er vinden tijdens de herbouw geen werkzaamheden plaats in de tuin. De grote bosmuis zal niet worden verstoord. De werkzaamheden zullen niet gaan leiden tot een overtreding op de verbodsbepalingen artikel 11.54 lid 1 Bal van de Omgevingswet ten aanzien van de grote bosmuis. Een nader onderzoek naar deze soort is niet nodig. 4.2.3.3
EEKHOORN
De eekhoorn
heeft geen leefgebied in het plangebied en daarom zal bij de werkzaamheden
geen overtreding op de verbodsbepalingen artikel 11.54 lid 1 Bal van de Omgevingswet ten aanzien van de eekhoorn ontstaan. Er is geen nader onderzoek nodig.
Pagina 16 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > Afgaande op de beschrijving in paragraaf 4.2.2.4 in relatie tot de geplande werkzaamheden, zal een overtreding op de verbodsbepalingen artikel 11.54 lid 1 Bal van de Omgevingswet ten aanzien woning,
van de schuur
steenmarter ontstaan, wanneer de start van de werkzaamheden aan de en stal plaats vindt in de periode maart — 14 augustus. Dan is een
omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig. Echter, deze omgevingsvergunning is niet nodig indien de werkzaamheden starten in de vrijstellingsperiode van deze soort in de periode 15 augustus tot en met februari. 4.2.3.5
OVERIGE
SOORTEN
Gezien de verspreiding van de overige soorten welke zijn genoemd in paragraaf 4.2.1.5 en het aanwezige habitat in het plangebied, treedt geen overtredingen op met de verbodsbepalingen artikelen 11.46 lid 1 en 11.54 lid 1 Bal van de Omgevingswet.
Een nader onderzoek naar de
aanwezigheid van overige soorten is niet nodig. 4.3
_
4.3.1
VLEERMUIZEN LITERATUUR
Uit de literatuurgegevens weergegeven in schema 4.1 blijkt de aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis in het plangebied (NDFF 2012 — 2022). Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren die ’s nachts aan de hand van echolocatie hun positie bepalen. Deze nachtdieren
verblijven overdag in besloten ruimtes. Vleermuizen worden onderverdeeld in: e
Gebouw
bewonende
soorten
zoals
gewone
dwergvleermuis,
laatvlieger
en
tweekleurige vleermuis: Deze verblijven meestal het gehele jaar in gebouwen (tussen dakpannen en dakbeschot, in spouwmuren, achter gevelbetimmeringen en dergelijke). e
Boom
bewonende
soorten
zoals
rosse vleermuis
en watervleermuis:
Deze
bewonen
in bomen met een stamdiameter vanaf 30cm in een holte. Om als vleermuisverblijf te dienen, moet zo'n gat naar boven uitgerot zijn, zodat de vleermuizen boven de opening kunnen hangen. Maar ook losse stukken schors, vogel- of vleermuiskasten
e «
kunnen dienen als verblijfplaats. De aanwezigheid van grote verblijven van vleermuizen in een boomholte is vaak zichtbaar door een spoor van urine dat uit de holte langs de boomstam naar beneden loopt en door uitwerpselen op de grond. Soorten die in zowel bomen als in gebouwen wonen, zoals ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Soorten van kerken, abdijen, oude stallen en kloosters als grijze grootoorvleermuis en ingekorven vleermuis.
Een aantal soorten vleermuizen overwintert in bunkers, mergelgangen en vleermuiskelders. Andere vleermuissoorten
verblijven het gehele jaar in gebouwen
of in bomen.
Vanaf begin
april komen vleermuizen tevoorschijn uit hun winterverblijven. Van half mei tot half juli vormen deze de kraamkolonies waarin de jongen worden geboren en grootgebracht. De mannetjes verblijven dan apart solitair of in kleinere groepen. In het paarseizoen, vanaf half juli tot september,
vallen
de
kraamkolonies
uiteen.
De
meeste
vleermuissoorten
paren
in deze
Pagina 17 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning D periode. Vanaf oktober gaan deze in winterslaap. Alle vleermuissoorten, hun verblijfplaatsen en belangrijke onderdelen van het leefgebied zijn beschermd in de Omgevingswet artikel 11.46 lid 1 en bijlage IV van het habitatrichtlijn. 4.3.2
AANWEZIGHEID
IN PLANGEBIED
Tijdens het veldbezoek van 17 juni 2022 zijn de volgende potentiële rustvoortplantingsplaatsen waargenomen in het plangebied (zie figuren 4.3 en 4.4): e ruimte tussen dakpannen en dakbeschot; e ruimte onder de nokdakpannen; e ineen spleet boven de toegangsdeur van de schuur aan de Breusterstraat; e
ruimte tussen de boeiboorden en de muur;
*
ruimte onder de oversteek;
*
ruimte onder het daklood;
e
in dilatatievoegen.
Genoemde
locaties
zijn geschikt
als rust-
en/of
voortplantingsplaats
voor
en/of
in gebouwen
wonende vleermuizen als gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger.
Het is niet uitgesloten dat vleermuizen het plangebied benutten als zodanig.
Figuur 4.3 Links: binnen de gele markering is zichtbaar de boelBoorden en nokdakpannen ter plaatse van het dak van de schuur. Rechts: is binnen de gele markering zichtbaar de spleet boven de toegangsdeur van de schuur aan de Breusterstraat. locaties zijn geschikt als verblijfplaals voor vleermuizen.
Deze
Pagina 18 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning D —eesess doo
r
ES
!
a
è
E
TnN
Figuur 4.4 Links: weergave van verbogen daklood ter plaatse van de woning binnen de gele markering. Rechts: weergave van dilatatievoegen ter plaatse van de schuur binnen de gele markering. Deze locaties zijn geschikt als verblijfplaatsen van vleermuizen.
4.3.3
TOETS
OMGEVINGSWET
Het is niet uitgesloten dat de werkzaamheden gaan leiden tot negatieve effecten op het functioneel leefgebied van vleermuizen. Verbodsbepalingen met artikel 11.46 lid 1 Bal van de Omgevingswet ten aanzien van vleermuizen zullen worden overtreden. Daarom
is een nader
vleermuizenonderzoek nodig. 44
BROEDVOGELS
441
LITERATUUR
4411
BOSUIL
De soort broedt vooral in bossen en parken ter plaatse van boomholtes in oude bomen. de soort is het gehele jaar door in Nederland aanwezig. Broeden doet de soort in de periode februari — juni. 4.4.1.2
GIERZWALUW
De soort broedt vooral in steden en dorpen, waar hij nestelt in donkere holtes in ventilatieschachten, in kieren en spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens. De gierzwaluw kan niet vanuit het nest opstijgen en moet zich eerst tot zo’n 3 meter naar beneden
kunnen laten vallen om weg te kunnen vliegen. De vrije uitvliegbreedte moet ongeveer een meter zijn. Verder dienen
geen
belemmerende
elementen
in de in- en uitvliegroute zoals
Pagina 19 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > bomen, vlaggenmasten, steigers, etc. De soort is in Nederland alleen aanwezig van eind april tot en met eerste helft augustus. 4.4.1.3
HUISMUS
De huismus komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen,
maneges, kinderboerderijen en ruim opgezette woonwijken met veel groen. Nesten van huismussen zijn in de regel te vinden in of tegen allerlei menselijke bebouwing: onder dakpannen, bovenop rolluikkasten, in kieren en gaten in muren, achter regenpijpen, met klimop begroeide muren en in stallen. De huismus is zeer honkvast. Hij blijft het gehele jaar in
de buurt van zijn eenmaal gekozen nest. De huismus kent twee typen verblijfplaatsen: de nesten als voortplantingsplaats en altijdgroene struiken en klimplanten als rustplaats in de winter. Het habitat van de huismus bestaat uit een aantal elementen die op korte afstand (100300 meter rond de broedplaats) van elkaar aanwezig moeten zijn. Dichte dekking in de vorm
van stekelige struiken, begroeide gevels of schuttingen en groenblijvende heesters en klimplanten (klimop) zijn het essentiële onderdeel van een geschikt huismussen biotoop. Daarnaast dient er binnen korte afstand van de dekking voldoende voedsel aanwezig te zijn op plaatsen
zonder of met
korte vegetatie,
zoals
natuurlijke/schrale/ruderale
wegbermen,
erven en tuinen. Tenslotte dienen er zandige plaatsen voor het nemen van zandbaden en natuurlijk drinkwater aanwezig te zijn, alle bij voorkeur weer dicht bij geschikte dekking. Dit alles moet dichtbij elkaar liggen, bij voorkeur binnen een straal van een paar honderd meter rond de plek waar gebroed wordt. Ontbreekt één van de onderdelen of liggen ze te ver van
elkaar verwijderd, dan is het habitat niet geschikt. 4.4.1.4
HUISZWALUW
Deze soort maakt haar nest voornamelijk onder witte horizontaal gelegen daklijsten. huiszwaluw is in Nederland alleen aanwezig van eind april tot en met september. 4.4.1.5
De
STEENUIL
De steenuil heeft zijn leefgebied in halfopen cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen zoals knotwilgen en hoogstamfruitbomen, schuurtjes en stallen die voor afwisseling zorgen. De soort gaat vanuit z'n roest- of nestplaats jagen in grasstroken, wegbermen, graslandgebieden met kort gras en dergelijke, het liefst daar waar grasland wordt
afgewisseld met knotwilgen, weidepalen, houtwallen of heggen. De soort broedt in april en mei ter plaatse van natuurlijke holtes van bomen; vooral knotwilgen en oude (hoogstam)fruitbomen. Ook in rustige hoekjes of nissen van gebouwen of schuren en in speciale nestkasten maakt de soort zijn nest. De steenuil is jaarrond aanwezig in Nederland. 4.4.1.6
OVERIGE
VOGELSOORTEN
Nesten van vogels die het hele jaar gebruikt worden zijn jaarrond beschermd. Van de volgende vogelsoorten is dit het geval: de boerenzwaluw (stallen, bruggen), de boomvalk (bosranden
en bomenrijen), de grote gele kwikstaart (bij waterpartijen), de havik (bos), de kerkuil ((stallen en kerktorens), de oehoe (groeves met steile wanden in bosrijke omgeving), de ooievaar (ooievaarspalen bij natte graslanden); de raaf (bossen); de ransuil (boomgroepen), de rode wouw
(bosranden
in heuvelland),
de slechtvalk
(hoge
markante
gebouwen),
de torenvalk
Pagina 20 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > (broedt in oude kraaiennesten en richels van gebouwen), de wespendief (bos) en de zwarte wouw (ooibossen). 4.4.1.7
OVERIGE VOGELSOORTEN
Tijdens de werkzaamheden
NEST BESCHERMD
TIJDENS BROEDSEIZOEN
moet rekening worden gehouden met het broedseizoen (maart —
augustus) van vogels. Alleen bij uitvoer van verstorende werkzaamheden tijdens het broedseizoen is voor deze soorten een ontheffing nodig. Vogels die in bebouwd gebied ter plaatse van gebouwen broeden zijn onder andere groenling (heesters tegen de muur), koolmees (nissen), merel (heesters tegen de muur), witte kwikstaart (nissen), Turkse tortel (schoorstenen), kauw (schoorstenen) en zwarte roodstaart (nissen en daken). 4.4.2
AANWEZIGHEID
44.2.1
BOSUIL
IN HET
PLANGEBIED
In het plangebied staan geen oude bomen met holtes. De aanwezigheid van nestlocaties van de soort in het plangebied is uitgesloten. 4.4.2.2
GIERZWALUW
Het plangebied is geschikt als nestlocatie voor de gierzwaluw, vanwege de aanwezigheid van dakpannen op een dakbeschot en vrije aanvliegroutes. Tijdens het veldbezoek van 17 juni 2022 is de soort nestelend waargenomen ter plaatse van Schoolstraat 1A net buiten het plangebied. Het is nog niet uitgesloten dat de soort het plangebied benut als nestlocatie. 4.4.2.3
HuisMus
Het plangebied is geschikt als nestlocatie voor de huismus vanwege de aanwezigheid van dakpannen op een dakbeschot. Echter, het habitat in het plangebied voldoet niet als functioneel leefgebied, omdat in het plangebied en binnen een straal van 300 meter geen:
e e
Drinkgelegenheden zijn waargenomen in de vorm van tuinvijvers, sloten, kleine beken en dergelijke. Zandige plaatsen voor het nemen van zandbaden zijn waargenomen.
Ook zijn tijdens het veldbezoek van 17 juni 2022 geen waarnemingen verricht die wijzen op de
aanwezigheid
van
de
huismus
(individuen
of
uitwerpselen)
in het
plangebied
en
in
aangrenzende woningen. Het is uitgesloten dat de soort het plangebied benut als nestlocatie. 4.4.2.4
HUISZWALUW
Het dak van het pand is ongeschikt als nestlocatie voor de huiszwaluw, omdat daklijsten ontbreken waaronder de soort een nest kan bouwen. Ook zijn tijdens het veldbezoek van 17 juni 2022 geen waarnemingen verricht van de soort in het plangebied. Het kan worden uitgesloten dat de huiszwaluw broedt in het plangebied. 4.4.2.5
STEENUIL
Het plangebied is ongeschikt als broed- en rustplaats voor de steenuil, omdat het zich bevindt in het centrum van Eijsden. Tijdens het veldbezoek van 17 juni 2022 zijn geen waarnemingen
Pagina 21 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > verricht die kunnen wijzen op de aanwezigheid uitgesloten dat de soort broedt in he plangebied.
de soort in het plangebied.
Het is
Met betrekking tot de andere vogelsoorten welke in paragraaf 4.4.1.6 zijn genoemd,
zijn er
4.4.2.6
OVERIGE
van
VOGELSOORTEN
gezien het aanwezige habitat geen broedmogelijkheden in het plangebied. De aanwezigheid van nesten van deze soorten kan op voorhand worden uitgesloten. 4.4.2.7
OVERIGE VOGELSOORTEN
NEST BESCHERMD
TIJDENS BROEDSEIZOEN
De schuur en woning zijn geschikt als nestlocatie voor in gebouwen zwarte roodstaart. Het nestelen van vogels hier is niet uitgesloten. 4.4.3
TOETS
4431
BOSUIL
nestelende vogels als
OMGEVINGSWET
Er worden geen bomen gekapt in het plangebied. Het ontstaan van overtredingen op de verbodsbepalingen artikel 11.37 lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van de Omgevingswet is niet aan de orde. Een vervolgonderzoek naar het gebruik van het plangebied
door de bosuil of een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is niet nodig. 4.4.3.2
GIERZWALUW
De werkzaamheden
kunnen
gaan
leiden tot negatieve
effecten
op de
soort,
omdat
het
plangebied geschikt is als nestlocatie. Het overtreden van de verbodsbepalingen van artikel
11.37 lid 1 Bal van de Omgevingswet ten aanzien van de gierzwaluw als gevolg van de werken kan nog niet worden uitgesloten. Daarom is een nader onderzoek naar deze soort nodig. 4.4.3.3
HUISMUS
De geplande werkzaamheden zullen niet gaan leiden tot negatieve effecten op de soort, omdat het plangebied geen onderdeel uitmaakt van het functioneel leefgebied van de huismus. Het is uitgesloten dat er overtredingen op de verbodsbepalingen van artikel 11.37 lid 1 Bal van de Omgevingswet
met betrekking tot de huismus worden
werkzaamheden. 4.4.3.4
overtreden tijdens de uitvoer van de
Een nader onderzoek naar de huismus of een ontheffing is niet nodig.
HUISZWALUW
De geplande werkzaamheden aan de gebouwen zullen niet gaan leiden tot negatieve effecten op
de
huiszwaluw,
omdat
het
plangebied
ongeschikt
is
als
leefgebied
voor
de
soort.
Overtredingen met de verbodsbepalingen van de artikel 11.37 lid 1 Bal van de Omgevingswet, de uitvoer van een nader onderzoek of de aanvraag van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is niet aan de orde. 4.4.3.5
STEENUIL
De werkzaamheden gaan niet leiden tot negatieve effecten op de soort, omdat het plangebied ongeschikt is als functioneel leefgebied. Het overtreden van verbodsbepalingen van de artikel 11.37 lid 1 Bal van de Omgevingswet ten aanzien van de steenuil als gevolg van de werken
Pagina 22 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > kan worden uitgesloten. Daarom is een nader onderzoek omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit niet nodig. 4.4.3.6
OVERIGE
naar
deze
soort
en
een
VOGELSOORTEN
Het is uitgesloten dat tijdens de werkzaamheden verbodsbepalingen van de artikel 11.37 lid 1
Bal van de Omgevingswet zullen worden overtreden ten aanzien van de vogelsoorten welke zijn genoemd in paragraaf 4.4.1.6. Een vervolgonderzoek hiernaar is niet nodig. 4.4.3.7
OVERIGE VOGELSOORTEN
NEST BESCHERMD
TIJDENS BROEDSEIZOEN
Er zullen vogels als zwarte roodstaart worden verstoord als gevolg van de geplande werkzaamheden aan de schuur en woning. Dat betekent dat dan er sprake is van een overtreding verbodsbepalingen van de artikel 11.37 lid 1 Bal van de Omgevingswet, indien de start van de werkzaamheden
plaats vindt gedurende het broedseizoen
(maart — augustus).
Een broedvogelcheck vóór de uitvoer van de verbouwing i dan nodig.
4.5
_
HERPETOFAUNA
4.5.1
LITERATUUR
4.5.1.1
ALPENWATERSALAMANDER
De Alpenwatersalamander is in waterpartijen te vinden zoals poelen en kleine vijvers, zolang het niet rijk aan vis is. De eieren worden tussen opgevouwen blaadjes van waterplanten afgezet. Als waterplanten ontbreken, in sterk beschaduwde wateren, vormen afgevallen bladeren op de bodem een alternatief. Onder andere in het Park Urselinen Convent komt de soort Voor.
4.5.1.2
De
MUURHAGEDIS
muurhagedis
is
een
warmte
minnende
soort,
die
in
het
noorden
van
zijn
verspreidingsgebied alleen voorkomt in rivierdalen, omdat daar gunstigere klimatologische omstandigheden heersen. De soort kwam hier oorspronkelijk voor op warme, stenige plekken, zoals rotswanden. Met de bouw van stadsmuren kreeg de soort ook de gelegenheid om zich op muren te vestigen, zoals in Maastricht waar de soort een populatie heeft ter plaatse van de
Hoge Fronten, de Lage fronten, het bedrijventerrein Bosscherveld/Belvedère en voormalige stort Belvedère. De verspreiding van de soort is uitsluitend tot dit gebied beperkt, hierbuiten is de soort van wilde origine afwezig. In Eijsden bevindt zich een populatie van de muurhagedis, maar dit is niet van wilde origine (Frissen-Moors & Tilmans, 2009). In Eijsden is de soort dus
niet beschermd binnen de Omgevingswet. 4.5.1.3
OVERIGE
SOORTEN
Van de volgende soorten amfibieën en reptielen is de verstoring van het functioneel leefgebied niet vrijgesteld binnen de Omgevingswet: de adder (in Limburg alleen te Meinweg), de
boomkikker (alleen wild in gemeente Echt — Susteren), de geelbuikvuurpad (poelen Gerendal), de gladde slang (heide, hoogveen en kalkgrasland), de hazelworm (vochtige dichte vegetatie), de kamsalamander hagedis (vochtige
(poelen zonder vis en permanent waterhoudend), de levendbarende graslanden, heide, bosranden e.d.), de ringslang (laagveen), de
Pagina 23 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > rugstreeppad (vegetatiearme kleine poelen en karrensporen), de vinpootsalamander (heidegebieden), de vroedmeesterpad (vegetatiearme kleine poelen en karrensporen in Zuid Limburg), de vuursalamander (alleen in Bunderbos en nabij Cottessen) en de zandhagedis (Brunssummerheide). 4.5.2
AANWEZIGHEID
IN HET
4.5.2.1
ALPENWATERSALAMANDER
PLANGEBIED
Er zijn geen waarnemingen verricht van de soort tijdens het veldbezoek op 17 juni 2022. Het
plangebied biedt vanwege de afwezigheid van waterpartijen geen voorplantingshabitat aan de Alpenwatersalamander. In de tuin zijn geen elementen (als houtblokken, blokken steen e.d.) aanwezig waaronder de soort kan schuilen en kan dienen als landbiotoop. De aanwezigheid van een functioneel leefgebied van de soort is uitgesloten. 4.5.2.2
MUURHAGEDIS
De muurhagedis is tijdens het veldbezoek op 17 juni 2022 niet waargenomen. Er zijn geen nissen aanwezig in de muren van de gebouwen die geschikt zijn als verblijfplaats. Het is uitgesloten dat de soort in het plangebied aanwezig is. 4.5.2.3
OVERIGE
SOORTEN
Het plangebied biedt geen habitat danwel bevindt zich niet binnen het verspreidingsgebied van de in paragraaf 4.5.1.3 genoemde overige soorten.
De aanwezigheid van deze soorten
zijn op voorhand in het plangebied uitgesloten. 4.5.3
TOETS
OMGEVINGSWET
4.5.3.1
ALPENWATERSALAMANDER
De werkzaamheden in het plangebied leiden niet tot een overtreding met de verbodsbepalingen artikel 11.54 lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van de Omgevingswet ten aanzien van de Alpenwatersalamander. Een vervolgonderzoek naar het gebruik van het plangebied door de soort is niet nodig. 4.5.3.2
MUURHAGEDIS
De werkzaamheden aan de gebouwen in het plangebied hebben geen effect op de muurhagedis en leiden dus ook niet tot een overtreding met de verbodsbepalingen van artikel 11.46
lid 1
Bal
van
de
Omgevingswet.
Een
vervolgonderzoek
naar
het gebruik
van
het
plangebied door de soort is niet nodig. 4.5.3.3
OVERIGE
SOORTEN
Gezien de verspreiding van de betreffende soorten en het aanwezige habitat in het plangebied zijn er geen risico's voor een overtreding artikelen 11.46 lid 1 en 11.54 lid 1 Bal van de
Omgevingswet met betrekking tot leden van deze soortgroep genoemd in paragraaf 4.5.1.3. Een
nader onderzoek
is niet aan
de orde.
Pagina 24 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > 46
VISSEN
4.6.1
LITERATUUR
In het plangebied noch uit de omgeving
zijn archiefwaarnemingen
bekend van beschermde
vissoorten (zie schema 4.1). 4.6.2
Door
AANWEZIGHEID
het ontbreken
van
IN PLANGEBIED
oppervlaktewateren
in het plangebied,
kan de aanwezigheid
van
vissen op de voorhand worden uitgesloten. 4.6.3
TOETS
OMGEVINGSWET
Verbodsbepalingen van de Omgevingswet artikelen 11.46 lid 1 en 11.54 lid 1 Bal van de Omgevingswet ten aanzien van vissen worden niet overtreden. Een nader onderzoek naar vissen is niet aan de orde.
4.7
_
ONGEWERVELDEN
4.7.1
LITERATUUR
4.7.1.1
BEEKROMBOUT
De beekrombout komt voor in zuurstofrijke waterpartijen met onbegroeide zandige substraten en niet te rijk zijn aan nitraten en fosfaten. De soort wordt vooral in vrij meanderende, relatief snel stromende terrasbeken en -riviertjes aangetroffen die grote peilfluctuaties kennen. Door
de meandering zijn er voldoende stromingsluwe plaatsen binnen het stroombed aanwezig. Vaak zijn grote delen van de oever rijk begroeid en is het landschap in de omgeving kleinschalig met bosjes, houtwallen, hooilanden, heidevelden en ruigten. De waterkwaliteit is voor de beekrombout belangrijk. 4.7.1.2
BRUIN
DIKKOPJE
De soort is in Nederland beperkt tot droog en schraal kalkgrasland in Zuid Limburg met een lage, kruidenrijke vegetatie en hier en daar met een kale bodem. De soort is bekend uit de literatuur rondom
Eijsden
langs de Maasoever
en graslanden
ten noorden
en zuiden
van
Eijsden. 4.7.1.3
TEUNISBLOEMPIJLSTAART
De teunisbloempijlstaart komt voor op open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme
open
plaatsen
(https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-
vlinder/teunisbloempijlstaart). _Waardplanten wilgenroosjesachtigen en kattenstaart. 4.7.1.4
van
de
soort
zijn
teunisbloem,
VELDPARELMOERVLINDER
De soort heeft een populatie in Zuid Limburg ter plaatse van de Sint Pietersberg, Bemelerberg en wegberm A79. Hier komt de soort voor in kruidenrijke, droge schrale graslanden met een open, korte, vrij rommelige mozaïekstructuur waar lage vegetaties met een hoge dichtheid aan smalle weegbree worden afgewisseld met hogere overstaande vegetaties waarin de rupsen
Pagina 25 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > kunnen overwinteren en zich verpoppen. Daarnaast is er wat kale grond aanwezig en groeien er vaak op korte afstand bloemrijke ruigten met geschikte nectarplanten. 4.7.1.5
OVERIGE
SOORTEN
Van de volgende soorten ongewervelden (insecten, weekdieren, kreeftachtigen en spinnen) is
de verstoring van het functioneel leefgebied niet vrijgesteld binnen de Omgevingswet: de aardbeivlinder (buiten Limburg), de beekrombout (beken), de bosparelmoervlinder (Veluwe), het bruin dikkopje (krijtgrasland), de bosbeekjuffer (natuurlijke beken in bossen), de bruine eikenpage (in Noord Limburg), het donker pimpernelblauwtje (Roerdal), de donkere waterjuffer
(buiten Limburg), de duinparelmoervlinder (duinen), de gaffelibel (Roer en Vlootbeek), het gentiaanblauwtje (buiten Limburg), de gevlekte glanslibel; (moerassen), de gevlekte witsnuitlibel (moerassen), de gewone bronlibel ((bronbeken), de grote vuurvlinder (buiten Limburg),
de
grote
weerschijnvlinder
(vochtige,
open
bossen),
de
hoogveenglanslibel
(Brunssummerheide), de iepenpage (iepen), de Kempense heidelibel (buiten Limburg), de kleine heidevlinder (Veluwe), de kleine ijsvogelvlinder (de kommavlinder (buiten Limburg), het vliegend hert (oude eikenbossen en holle wegen en de zilveren maan (buiten Limburg), het pimpernelblauwtje
(bij
Den
Bosch),
de
rivierrombout
(rivieren
met
zandstrandjes),
het
sleedoornpage (sleedoorns), de speerwaterjuffer (oligotrofe moerassen),het spiegeldikkopje (Peelregio), het veenbesblauwtje (buiten Limburg), veldparelmoervlinder, de veenbesparelmoervlinder (buiten Limburg), (Bemelerberg en in berm A79) en zeggenkorfslak (moerassen). 4.7.2
AANWEZIGHEID
4.7.2.1
BEEKROMBOUT
IN PLANGEBIED
In het plangebied zijn geen zuurstofrijke waterpartijen met onbegroeide zandige substraten
aanwezig. De beekrombout is ook niet tijdens het veldbezoek van 17 juni 2022 waargenomen in het plangebied. Het is uitgesloten dat de soort in het plangebied aanwezig is. 4.7.2.2
BRUIN
DIKKOPJE
In het plangebied is geen kalkgrasland aanwezig. De soort is ook niet tijdens het veldbezoek van 17 juni 2022 waargenomen in het plangebied. Het is uitgesloten dat de soort in het plangebied aanwezig is. 4.7.2.3
TEUNISBLOEMPIJLSTAART
Vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen met teunisbloem, wilgenroosjesachtigen en kattenstaart zijn niet waargenomen tijdens het veldbezoek van 17 juni 2022 in het plangebied. De aanwezigheid van de teunisbloempijlstaart is uitgesloten. 4.7.2.4
VELDPARELMOERVLINDER
Kruidenrijke, droge en schrale graslanden met een open, korte, vrij rommelige mozaïekstructuur zijn niet aanwezig in het plangebied. Tevens is de soort niet waargenomen tijdens
het
veldbezoek
van
17 juni
2022
in het
plangebied.
Het
is uitgesloten
dat
de
veldparelmoervlinder in het plangebied aanwezig is.
Pagina 26 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > Het plangebied bevindt zich niet binnen de verspreiding van de in paragraaf 4.7.1.2 genoemde soorten noch voldoet het aanwezige habitat aan de eisen die gesteld worden aan de betreffende soorten. De aanwezigheid van deze soorten is op voorhand uitgesloten. 4.7.3
TOETS
OMGEVINGSWET
4.7.3.1
BEEKROMBOUT
Er treedt geen negatief effect op de soort als gevolg van het project, omdat haar habitat ontbreekt in het plangebied. Een overtreding op de verbodsbepalingen artikel 11.54 lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van de Omgevingswet, een nader onderzoek of een aanvraag omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is niet aan de orde. 4.7.3.2
BRUIN
DIKKOPJE
In het plangebied is het habitat van het bruin dikkopje niet aanwezig en daarom zal het project geen negatief effect op de soort hebben. Een overtreding op de verbodsbepalingen artikel 11.54 lid 1 Bal van de Omgevingswet, een nader onderzoek of een aanvraag omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit_is niet aan de orde. 4.7.3.3
TEUNISBLOEMPIJLSTAART
Er zal geen negatief effect op de soort optreden door het project, omdat geen geschikt habitat aanwezig is in het plangebied. Een overtreding op de verbodsbepalingen artikel 11.46 lid lid 1 Bal van de Omgevingswet, een nader onderzoek of een aanvraag omgevingsvergunning floraen fauna-activiteit is niet aan 4.7.3.4
de orde.
VELDPARELMOERVLINDER
Kruidenrijke, droge en schrale graslanden zijn niet aanwezig waardoor het project niet zal gaan
leiden tot een negatief effect op de veldparelmoervlinder en niet tot een overtreding met de verbodsbepalingen van artikel 11.46 lid 1 Bal van de Omgevingswet. Een vervolgonderzoek naar het gebruik van het plangebied door de soort is niet nodig. 4.7.3.5
OVERIGE
SOORTEN
Gezien het habitat in het plangebied en de verspreiding van de van de in paragraaf 4.7.1.5 genoemde soorten hebben de geplande werkzaamheden geen negatief effect hierop. Een overtreding met de verbodsbepalingen van artikelen 11.46 lid 1 en 11.54 lid 1 Bal van de Omgevingswet is niet aan de orde. Een nader onderzoek is niet nodig. 48
PLANTEN
4.8.1
LITERATUUR
4.8.1.1
GROTE
LEEUWENKLAUW
De soort groeit op zonnige, open plaatsen op vochtige tot vrij droge, kalkhoudende grond ter plaatse van bermen langs onverharde wegen, akkers (graanakkers), taluds langs waterpartijen waterkanten, braakliggende grond, bij veevoerkuilen, schraal grasland met kort gras, tuinen
en langs spoorwegen. In Zuid Limburg komt de soort vrij zeldzaam doch verspreid voor.
Pagina 27 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > Muurbloem groeit alleen op oude, verweerde muren van kerken, ruïnes, stadsmuren en forten die met zachte kalkspecie zijn gevoegd. Zij staat bovenop muren of uitspringende randen, in scheuren en nissen, op min of meer scheefstaande muurdelen of aan de voet van muren. De soort is zeer zeldzaam in Zuid-Limburg. 4.8.1.3
OVERIGE
SOORTEN
De overige soorten zijn in Nederland zeer zeldzaam en staan veelal in specifieke biotopen. Dit kunnen natuurgebieden, oude muren, schrale graslanden of extensief beheerde akkers zijn. 4.8.2
AANWEZIGHEID
IN PLANGEBIED
4.8.2.1
GROTE
LEEUWENKLAUW
Zonnige,
open
plaatsen
op vochtige tot vrij droge,
kalkhoudende
grond
is niet tijdens
het
veldbezoek van 17 juni 2022 in het plangebied waargenomen. Het is uitgesloten dat de grote leeuwenklauw een groeiplaats heeft in het plangebied. 4.8.2.2
MUURBLOEM
Tijdens het veldbezoek van 17 juni 2022 is gebleken dat alle muren in het plangebied onbegroeid zijn. Daarom kan het worden uitgesloten dat de muurbloem een groeiplaats heeft in het plangebied. 4.8.2.3
OVERIGE
SOORTEN
De aanwezigheid van andere wettelijk beschermde plantensoorten moet op grond van hun ecologie (specifieke habitats als kalkgraslanden, bossen, extensief gebruikte akkers, venen) en verspreiding (zeer zeldzaam of buiten Limburg) uitgesloten worden geacht. Muren zijn wel aanwezig in het plangebied, maar deze zijn onbegroeid. 4.8.3
TOETS
OMGEVINGSWET
4.8.3.1
GROTE
LEEUWENKLAUW
Er treedt door het project geen negatief effect op groeiplaatsen van de grote leeuwenklauw.
Een overtreding op de verbodsbepalingen artikel 11.54 lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van de Omgevingswet is niet aan de orde. Een vervolgonderzoek is niet nodig. 4.8.3.2
MUURBLOEM
De werkzaamheden in het plangebied veroorzaken geen verbodsbepalingen artikel 11.54 lid 1 ten aanzien van de muurbloem. Een vervolgonderzoek is niet nodig. 4.8.3.3
OVERIGE
SOORTEN
Gezien het habitat in het plangebied en de verspreiding van de betreffende soorten hebben
de geplande werkzaamheden geen negatief effect op het functioneel leefgebied van overige leden van deze soortgroep. Een overtreding de verbodsbepalingen artikel 11.46 lid 1 en 11.54 lid 1 Bal van de Omgevingswet is niet aan de orde. Een nader onderzoek is niet nodig.
Pagina 28 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > 5
CONCLUSIE
EN
VERVOLG
Bever
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Kerkuil Ransuil Steenuil
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Overige vogelsoorten nest
Nee
Nee
broedseizoen
Nee
Nee
Alpenwatersalamander Muurhagedis
Nee Nee
Nee Nee
Herpetofauna overig
Nee
Nee
Beekrombout Bruin dikkopje Teunisbloempijlstaart
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Veldparelmoervlinder Ongewervelden overig
Nee Nee
Nee Nee
Grote leeuwenklauw
Nee
Nee
Muurbloem
Nee
Nee
Beschermde planten
Nee
Nee
Grote
bosmuis
Steenmarter
Overige zoogdiersoorten
Huismus
jaarrond beschermd
Vogelsoorten nest bescherm:
Schema 5.1 overzicht voor welke onderzochte soorten een overtreding Omgevingswet nog niet uitgesloten s en waarvoor een nader onderzoek nodig is.
* : wanneer de verstorende werkzaamheden vallen buiten deze data, moet u een nader onderzoek uitvoeren.
Pagina 29 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > 51
CONCLUSIE
Op basis van het literatuuronderzoek en het veldbezoek uitgevoerd op 17 juni 2022 in relatie tot de werkzaamheden kunnen de in paragraaf 1.2 genoemde onderzoeksvragen als volgt worden beantwoord (zie schema 5.1):
e «
Er is gezien de aanwezigheid van meerdere verse uitwerpselen, actueel leefgebied aanwezig van de steenmarter in de woning en stal. Eris potentieel functioneel leefgebied aanwezig van: > vleermuizen en gierzwaluw ter plaatse van de schuur en woning; > broedvogels waarvan het nest is beschermd tijdens het broedseizoen ter plaatse van schuur, stal en woning.
e
De werkzaamheden veroorzaken (mogelijk) een negatief effect op het potentieel functioneel leefgebied van vleermuizen, gierzwaluw, steenmarter en broedvogels, waardoor er een risico is op het overtreden van verbodsbepalingen artikelen 11.37 lid
1,11.46 lid 1 en 11.54 lid 1 Bal van de Omgevingswet. Dat betekent dat conform de Omgevingswet het volgende: e Eris geen nader onderzoek nodig naar de steenmarter, omdat het zeker is dat deze soort in het plangebied een functioneel leefgebied heeft. « Een aanvraag van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit voor deze soort is niet nodig, mits wordt gewerkt tijdens de vrijstellingsperiode steenmarter zoals is weergegeven in schema 5.1. e Eris een nader onderzoek naar vleermuizen en gierzwaluw nodig, omdat het
e
vermoeden
bestaat
dat
leefgebied. Afhankelijk
van
onderzoeksresultaten
de
het
plangebied
onderdeel
is een
uitmaakt
van
het
omgevingsvergunning
functioneel
flora-
en
fauna-activiteit voor vleermuizen en gierzwaluw nodig.
e e
5.2
Eris een check naar de aanwezigheid van bezette nesten broedvogels nodig indien de werkzaamheden plaats vindt in de periode april — juli (broedseizoen). Indien uit deze check blijkt dat gebruikte vogelnesten zullen worden verstoord, moet met de werkzaamheden worden gewacht totdat de vogels zijn uit gebroed. _ VERVOLGTRAJECT
5.2.1
NADER
ONDERZOEK
5.2.1.1
STEENMARTER
In het plangebied is reeds tijdens het veldbezoek van de quickscan flora en fauna op 27 juni 2022 vast gesteld dat de steenmarter het plangebied benut als functioneel leefgebied ter plaatse van de stal en de woning. Een nader onderzoek naar de steenmarter is niet nodig. 5.2.1.2
VLEERMUIZEN
Bij
werkzaamheden
de
EN GIERZWALUW
aan
vleermuizen en gierzwaluw houdt het volgende in:
de
stal,
schuur
nodig conform
en
woning
is een
nader
onderzoek
naar
de betreffende kennisdocument van BIJ12. Dit
Pagina 30 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > e
vleermuizen (zomer- en kraamperiode): de uitvoer van drie avondbezoeken periode 15 april — 15juli; vleermuizen (zomer- en paarperiode): de uitvoer van twee nachtbezoeken periode 15 augustus — 1 oktober; gierzwaluw: de uitvoer van drie veldbezoeken in de periode 15 mei - 15 juli.
e e 5.2.1.3
OVERIGE
VOGELSOORTEN
NEST
BESCHERMD
in de in de
IN BROEDSEIZOEN
Indien de werkzaamheden starten gedurende het broedseizoen (april tot en met juli), is een check nodig naar de aanwezigheid broedvogels waarvan het nest is beschermd tijdens het broedseizoen
(zie schema
5.1). Wanneer
vogels broeden
in het plangebied,
moet worden
gewacht met de verstoring van nesten tot na het broedseizoen. Ook een optie is te voorkomen dat de vogels gaan broeden door buiten het broedseizoen potentiële nestgelegenheden ongeschikt te maken. 5.2.2
AANVRAAG
5.2.2.1
STEENMARTER
OMGEVINGSVERGUNNING
FLORA-
EN
FAUNA-ACTIVITEIT
Wanneer de start van de werkzaamheden aan de stal, schuur en woning niet plaats kan vinden in
de
periode
15
augustus
tot
en
met
februari
(vrijstellingsperiode),
is
een
omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig. 5.2.2.2
VLEERMUIZEN
EN GIERZWALUW
Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat vleermuizen en/of gierzwaluw een rust- en/of een verblijfplaats hebben in het plangebied is een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig. Deze dient te worden aangevraagd bij bevoegd gezag; de Provincie Limburg. De aanvraag dient te worden vergezeld met een activiteitenplan. In dit activiteitenplan wordt het volgende vermeld: * alternatieven afweging; e maatschappelijk belang; e de te nemen mitigerende maatregelen; e de te nemen compenserende maatregelen; e voor welke soorten en onder welk maatschappelijk belang de ontheffing wordt aangevraagd. Voor
een
aanvraag
van
een
omgevingsvergunning
flora-
en
fauna-activiteit
geldt
een
beslistermijn van acht weken. Deze termijn kan eenmalig met vier weken worden verlengd. Verwacht wordt dat in deze vergunning onder meer de volgende voorwaardes zullen worden vermeld:
e
«
Een ecologisch werkplan moet worden opgesteld. Dit is een uitwerking van een activiteitenplan en de specifieke voorwaarden zoals genoemd in de verleende ontheffing. Hetgeen opgenomen in dit ecologisch werkplan dient te worden uitgevoerd; dit is de ecologische begeleiding welke wordt uitgevoerd door een deskundige (ecoloog). In de praktijk zijn dit onder andere:
Pagina 31 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > > de controle van de door de aannemer uit te voeren maatregelen; > de monitoring van de geplaatste alternatieve verblijfplaatsen in twee jaren opvolgende na de werkzaamheden aan de gebouwen op haar werking, indien er sprake is van belangrijke verblijfplaatsen of verblijfplaatsen van
bedreigde vleermuissoorten.
Pagina 32 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3
Ecoplonning > 6
LITERATUUR
N
20
/2
van de Nederlandse zoogdieren. Natuur in Nederland 12. Leiden, Nederland Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden.
E
<
2000
Goptieen o
amfibieën van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Maastricht, Nederland: Stichting Natuurpublicaties Limburg.
e
2015 Geneiisch onderzoek muurhagedissen in Nederland. Nijmegen
(Nederland), RAVON.
M
200 Zoogieren van Limburg. Verspreiding en ecologie in de periode
1980-2007. Maastricht, Nederland.
N
2005
Ai
Stichting Natuurpublicaties Limburg.
van
Limburg.
Maastricht,
Nederland:
Stichting
Natuurpublicaties Limburg.
N
2006 Sieenmarters in en om het huis. Roosendaal, Nederland:
Stichting Landschapsbeheer Gelderland. Provincie Limburg. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de
Wnb in Limburg, Provinciaal Blad Nr. 5634 (6 december 2017). Limburg. Provincie Limburg. Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Provinciaal Blad Nr. 1845 (25 april 2017). Limburg.
Websites National Databank Flora en Fauna (2011 - 2021). Natuurgegevens NDFF. Geraadpleegd 16 juni 2022, van www.ndff-ecogrid.nl. https://www.netwerkgroenebureaus.nl/ Provincie Limburg. Kaarten en cijfers. Atlas Limburg. kaart van Obbicht. Geraadpleegd 20 juni 2022 van https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default
Pagina 33 van 33 Quickscan flora en fauna Project B Breusterstraat 20 Eijsden - VO3