CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20250930 08f BP Breusterstraat Eijsden - Motivering, bijlage 3b - veldonderzoek

* Raadsvergaderingen 30 september 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Vaststellen TAM omgevingsplan Breusterstraat 20 Eijsden5.897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Transect-rapport 5251

Eijsden, Breusterstraat 20 Gemeente Eijsden (LB)

Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P)

transect ARCHEOLOGISCH

ONDERZOEK

»

ADVIES

transect ARCHEOLOGISCH

ONDERZOEK

»

ADVIES

T:

030-7620705

Overijsselhaven 127

£:

030-7620706

3433 PH

€

informatie@transect.nl

Nieuwegein

Colofon Eiijsden, Breusterstraat 20. Gemeente Eijsden-Margraten

Titel

(LB). Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (VO-P) Rapportnummer

Transect-rapport 5251

Auteurs

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Versie

Versie

Datum

09-04-2024

Projectnummer

23080008

Onderzoeksmeldingnummer

5472671100

Opdrachtgever

(geanonimiseerd)

1.0

DG Vastgoed b.v.

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Uitvoerder

Transect

b.v.

Overijsselhaven 127 3433 PH

Nieuwegein

Bevoegde overheid

Gemeente Eijsden-Margraten.

Adviseur namens bevoegde overheid

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Toetsing rapport bevoegde overheid

Nog niet goedgekeurd

Beheer en plaats documentatie

Transect b.v., Nieuwegein

Omslagafbeelding

Weergave van het plangebied ten tijde van het onderzoek (richting het noordwesten)

Autorisatie Naam

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) K

Datum

Paraaf

09-04-2024

(geanonimiseerd)

Senior KNA Archeoloog (actorregistratienummer 92432055)

ISSN:

2211-7067

© Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de

adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

Overissehaven127 » ADVIES

: 030.7620706

3433 PH Nieuwegein _ £: informatie@transect.nl

Samenvatting In opdracht van DG Vastgoed b.v. heeft Transect b.v. op 13 maart 2024 een archeologisch

proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Breusterstraat 20 in Eijsden (gemeente Eijsden-Margraten; fig. 1). De aanleiding voor het onderzoek is het voornemen om een wooncomplex

voor senioren te realiseren in het plangebied. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 900 m?. Onderhavig onderzoekgebied bedraagt circa 650 m? en wordt gevormd door het deel van het plangebied waarin op basis van het vooronderzoek een (middel)hoge archeologische verwachting

geldt. Vooronderzoek

In 2023 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

2023). Hieruit blijkt dat in het zuiden van het plangebied een (middel)hoge verwachting geldt op het aantreffen van archeologische resten daterend vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Met name vanwege de ligging binnen een historische dorpskern, i door de bevoegde overheid

besloten om voorafgaand aan de ondergrondse sloop van de bestaande bebouwing en/of overige graafwerkzaamheden, een karterend en waarderend archeologisch proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uit te voeren. Dit onderzoek heeft als doel om aan te tonen of er n het plangebied sprake is van

archeologische resten, of deze resten al dan niet behoudenswaardig zijn, en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is.

Tijdens het veldonderzoek zijn vijf proefsleuven (88 m? in totaal). Het vlak is aangelegd op circa 55 m +NAP, in de top van de lössafzettingen. In het onderzoeksgebied zijn sporen en vondsten uit de Late Nieuwe Tijd aangetroffen. De sporen kunnen worden geïnterpreteerd als sporen van landgebruik, en

zijn zodanig recent dat ze archeologisch niet relevant lijken te zijn. De sporen bevatten roodachtig granulaat, kalkbrokjes, mergelbrokjes, cokesbrokjes en/of dierlijk bot. De spoorvullingen zijn los van structuur, gevlekt of heterogeen en matig tot sterk humeus. De sporen bestaan grotendeels uit kuilen. Daarnaast zijn mogelijke uitbraaksleuven, een mogelijk funderingsspoor, een kalkput, een recente dierbegraving, een smalle greppel en een muur van vijf mergelblokken aangetroffen. Dit muurwerk is

mogelijk onderdeel geweest van de voormalige mestkelders. 6,3. Selectieadvies

Het proefsleuvenonderzoek moest de vraag beantwoorden ofn het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud

mogelijk is. Op basis van de waardestelling is geconcludeerd dat in het plangebied geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. Er zijn enkele sporen aangetroffen,

maar deze kunnen in de 20

eeuw worden gedateerd en kunnen niet als behoudenswaardig worden beschouwd. Daarom adviseren wij dat het plangebied voor toekomstige ontwikkeling wordt vrijgegeven.

Het bevoegd gezag, gemeente Eijsden-Margraten, neemt op basis van dit advies een selectiebesluit. Indien onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht bij de minister van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap, conform de Erfgoedwet 2016,

artikel 5.10 en 5.11. Archeologische vondsten dienen daarnaast altijd gemeld te worden bij het bevoegd gezag.

transect

Inhoud Aanleiding. Vooronderzoek...

Aard, doel en onderzoeksvragen Onderzoeksmethodiek . Resultaten

veldonderzoek.

6.

Conclusies, waardestelling en selectieadvies.

7.

Geraadpleegde bronnen …

Bijlage 1.

Archeologische periode-indeling voor Nederland …

Bijlage 2.

Allesporenkaart

Bijlage 3.

Viaktekeningen…

Bijlage 4.

Sporen- en lagenlijs

Bijlage S.

Splitsvondstenlijst …

Bijlage 6.

Beantwoording onderzoeksvragen

transect

1.

Aanleiding

Provincie

Limburg

Gemeente

Eijsden-Margraten

Plaats

Eijsden

Toponiem

Breusterstraat 20

Kaartblad Perceelnummer(s)

62H EDNOO-D-5028

Centrumcoördinaat

177.439 / 309.823

Oppervlakte plangebied

ca. 900 m?

Oppervlakte onderzoeksgebied Huidig grondgebruik

| ca. 650 m? Bebouwd, binnenerf

In opdracht van DG Vastgoed b.v. heeft Transect b.v.! op 13 maart 2024 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Breusterstraat 20 in Eijsden (gemeente Eijsden-Margraten; fig. 1. De aanleiding voor het onderzoek is het voornemen om een wooncomplex

voor senioren te realiseren in het plangebied. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 900 m2. Onderhavig onderzoekgebied bedraagt circa 650 m? en wordt gevormd door het deel van het plangebied waarin op basis van het vooronderzoek een (middel)hoge archeologische verwachting

geldt. De exacte ontgravingsdiepten zijn tot op heden onbekend. Het gemeentelijk beleid en het vigerende bestemmingsplan geven aan dat het plangebied in een zone met een Waarde Archeologie 2 ligt. Dit houdt in dat bodemroerende werkzaamheden

onderzoeksplichtig zijn wanneer dieper wordt gegraven dan 50 cm -Mv of wanneer

meer dan 100 m?

wordt ontgraven.

In 2023 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied (geanonimiseerd) E " (geanonimiseerd) 2023). Hieruit blijkt dat in het zuiden van het plangebied een (middel)hoge verwachting geldt op het aantreffen van archeologische resten daterend vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe

tijd. Met name vanwege de ligging binnen een historische dorpskern is door de bevoegde overheid besloten om voorafgaand aan de ondergrondse sloop van de bestaande bebouwing en/of overige graafwerkzaamheden, een karterend en waarderend archeologisch proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uit

te voeren. Dit onderzoek heeft als doel om aan te tonen of er in het plangebied sprake is van archeologische resten, of deze resten al dan niet behoudenswaardig zijn, en onder welke

randvoorwaarden behoud mogelijk is. Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd conform het daartoe opgestelde Programma van Eisen (PVE:

(geanonimiseerd) 2023), de eisen van de bevoegde overheid en de Kwaliteitsnorm Nederlandse N Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). In dit rapport zijn de resultaten van het boor- en

proefsleuvenonderzoek beschreven en wordt een advies geformuleerd over de al dan niet te nemen vervolgstappen.

! Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door middel van een procescertficaat. Transect b.v. s certificaathouder van de volgende protocollen:

‘KNA Protocol 4001 Programma

van Eisen’, 'KNA Protocol 4002 Bureawonderzoek’ ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol

4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven en ‘Protocol 4004 Opgraven’, n staat geregistreerd b de RCE en de SIKB.

transect

30950 30970 77500

T7

77500

T7

Legenda

CO

pingeties

Figuur 1. Topografische kaart met de locatie van het plangebied (bron: www.pdok.nl).

2.

Vooronderzoek? Eerder uitgevoerd onderzoek Bureau- en booronderzoek

Uitvoerder Uitvoeringsperiode

ArcheoPro 2023

Uitvoeringsmethode

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase d.m.v.

(geanonimiseerd)

boringen

(geanonimiseerd)

20 te Eijsden, Gemeente Eijsden-Margraten. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO0, verkennend booronderzoek).

Onderzoeksmeldingsnummer

Rapportnummer 22052.

5272114100

Vondsten/monsters/documentatie

Digitaal: E-depot, Archis3

Vondstdocumentatie: geen vondsten

2.1. Landschappelijke achtergronden Het plangebied ligt in het meest zuidelijke deel van het Limburgse Maasdal. De afstand tot het huidige

zomerbed van de Maas bedraagt circa vierhonderd meter. Het plangebied ligt op een hoger gelegen tussenterras van de Maas, bedekt met löss (terras van Mechelen a/d Maas).

(geanonimiseerd) Het verkennende booronderzoek e

(geanonimiseerd) M 2023)

heeft aangetoond dat binnen het

zuidelijke deel van het plangebied de oorspronkelijke bodem nog grotendeels intact is. Het betreft

aldaar bergbrikgronden, getuige de intacte B-horizont en het ontbreken van een E-horizont. Waarschijnlijk is de E-horizont opgenomen

n de oorspronkelijke Ap-horizont. Ter plaatse van boring 3

ontbreekt de B-horizont en is sprake van een AC-profiel in primaire löss met een relatief dikke Ap-

horizont (of ophooglaag) van 50 cm. Ter plaatse van de boringen 1, 2 en 4 zijn ophooglagen/Aphorizonten vastgesteld met een dikte variërend van 30 tot 70 cm.

2.2. Archeologische waarden Het plangebied ligt binnen de historische (dorps)kern van Breust en Eijsden (AMK-terrein 16.410; hoge archeologische waarde). De historische dorpskern dateert vanaf de Late Middeleeuwen. Rondom het plangebied zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd en er zijn meerdere vondsten bekend. De meeste vondsten dateren uit de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd; een enkele vondst gaat terug tot de

Romeinse tijd. Noemenswaardig is het onderzoek naar de motte van Breust. Hier zijn bewonings- en gebruiksssporen aangetroffen vanaf de 11° eeuw. 2.3. Historische achtergronden Het plangebied ligt binnen de oude bebouwingskern van Breust en Eijsden. Het wegennet dat het

plangebied omsluit, dateert minstens uit de Middeleeuwen. Op hístorische kaarten is al vanaf het begin van de 19° eeuw bebouwing in het plangebied zichtbaar

(Tranchotkaart 1805; Kadastraal Minuutplan 1832; zie figuur 2). Op beide kaarten is een L-vormig gebouw zichtbaar. De percelen binnen het plangebied op het Kadastrale Minuutplan waren in

eigendom van (de erfgenamen van) (geanonimiseerd) B en respectievelijk in gebruik als tuin (perceel 765 en 767), als huiserf (perceel 766) of als boomgaard (perceel 768; bron: Oorspronkelijk

Aanwijzende

Tafelen). Het is niet zeker of dit de voormalige bebouwing betreft.

? Teksten in dit hoofdstuk zijn geschreven op basis van de informatie geleverd in het vooronderzoek (Paulussen en Van de Water 2023} en het PVE (Van de Water 2023).

transect

Figuur 2. Het plangebied op het Kadastrale Minuutplan (1832).

2.4. Gespecificeerde archeologische verwachting Kans op archeologische waarden

Periode

| (middel)hoge verwachting; hoge waarde (AMK-terrein 16.410)

Laat-Paleolithicum — Nieuwe Tijd; Late Middeleeuwen — Nieuwe tijd

stratigrafische positie

Top van de colluviumlaag: vanaf 110 cm -Mv Top van de lössafzettingen: vanaf 30 tot 50 cm -Mv

Complextypen

Vuursteenvindplaatsen (extractie-/basiskampen); nederzettingsterreinen; sporen van landgebruik/landbouw

Sporen en structuren verbonden aan nederzettingsterreinen en/of off site-fenomenen kunnen bestaan uit ophoogpakketten, leeflagen, grondsporen, kuilen, paalsporen, water- en/of beerputten, afvalkuilen, greppels, sloten, resten van huisplattegronden, etc. Bij off site-fenomenen kan gedacht worden aan perceelstructuren, leemkuilen, houtskoolmeilers, etc.

transect

3.

Aard, doel en onderzoeksvragen

Het doel van dit onderzoek is het toetsen en aanvullen van de archeologische verwachting door het opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten. Het onderzoek moet,

voor zover mogelijk, inzicht geven in de aard, datering, omvang, gaafheid, conservering en begrenzing van de mogelijk aanwezige archeologische resten.

Als zodanig dient de vraagstellingte worden beantwoord of in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud

mogelijk is. Dit wordt onderzocht aan de hand van de volgende onderzoeksvragen uit het Programma

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) °>2), de in bijlage 6 worden beantwoord: van Eisen (PvE: p Algemene vragen:

1.

Zijn er archeologische resten (sporen, structuren, vondsten, paleo-ecologische resten) in de ‘bodem aanwezig, of zijn er aanwijzingen dat deze hier verwacht mogen worden?

2.

Indien het onderzoek geen archeologische resten of beperkte archeologische fenomenen (bijvoorbeeld alleen losse vondsten) oplevert, welke verklaring is hiervoor dan te geven?

3.

In hoeverre komen de onderzoeksresultaten overeen met de opgestelde verwachting van het bureauonderzoek?

4.

Hoe draagt dit onderzoek bij aan de archeologische waardering en onderzoekswijze van historische dorps- en stadskernen?

Perioden en sites:

5.

Indien er archeologische resten aanwezig zijn, kunnen er binnen de vindplaats aparte sites onderscheiden worden, en zo ja, op welke gronden?

6.

Zijn er aanwijzingen voor archeologisch gebruik van en binnen de aangetroffen oude beeklopen? Zo ja, welke?

7.

Wat is per archeologische site in het onderzoeksgebied: a. de ligging (inclusief diepteligging) en

begrenzing b. de geologische, geomorfologische en/of bodemkundige eenheid c. de omvang (inclusief verticale dimensies) d. de aard /complextype / functie e. de samenstelling van de archeologische resten (grondsporen en mobilia) f. de vondst- en spoordichtheid g. de stratigrafie h. de ouderdom, periodisering, typo-chronologische classificatie i. de relatie met eventueel andere aangetroffen complexen.

Landschap en bodem: 8.

Wat is de fysiek-landschappelijke ligging van de sites (aardkundige situatie, afstand tot water, reliëf)?

9.

Hoe is de opbouw van het profiel in bodemkundige zin? Wat zijn de kenmerken van de stratigrafische eenheden? Is er sprake van loopvlakken, begraven bodems, ophogingslagen of

cultuurlagen? 10.

Welke postdepositionele processen hebben zich afgespeeld en wat is het effect daarvan op de

archeologische resten? 11.

Wat is de ouderdom en genese van het aanwezige colluviale bodempakket.

12.

Welke landschapsreconstructie kan opgesteld worden op basis van het colluviumpakket en/ofde aangetroffen bodemlagen?

Gaafheid, conservering en waardering van de vindplaatsen: 13.

In welke lagen, zones of gebieden bevinden zich gave en goed geconserveerde archeologische

resten of waar zijn ze te verwachten? 14.

Wat is de mate van conservering en gaafheid van de archeologische resten?

15.

Wat is de waardering van de sites (cfr. KNA-waarderingstabel per aangetroffen vindplaats)?

transect

4.

Onderzoeksmethodiek

(geanonimiseerd) Het veldwerk is uitgevoerd op 15 maart 2024 door (geanonimiseerd) e »roiect!eider), )

en (geanonimiseerd) K (projectmedewerkers). Het onderzoek betreft een proefsleuvenonderzoek. Deze onderzoeksmethode valt in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1) onder

Protocol 4003, Inventariserend Veldonderzoek (landbodems) — Proefsleuven (IVO-P]. In totaal zijn vier

proefsleuven aangelegd van 10 bij 2 meter en een sleuf van 4 bij 2 meter (88 m2), conform het puttenplan uit het Plan van Aanpak (Uittenboogaard en (geanonimiseerd) B 2024). De geplande proefsleuf ten (zuid)oosten van werkput 1i

niet aangelegd omdat deze geheel ter hoogte van de voormalige stal is

geprojecteerd, waaronder een dichtgestorte mestkelder ligt. Ter plaatse van deze sleuf was de grond los en waterverzadigd, wat bij de eventuele aanleg een gevaar zou vormen. Aangezien mestkelders

minimaal tot 1,5 m diepte worden uitgegeraven, zullen archeologische resten hier hoogstwaarschijnlijk niet meer intact aanwezig zijn geweest. In het kader van de veiligheid en de lage archeologische trefkans, is deze proefsleuf niet aangelegd. De proefsleuwen zijn aangelegd en laagsgewijs verdiept tot op vlak 1 tussen circa 55 m +NAP in het zuiden van het plangebied, en 54,3 m +NAP in het noorden van het plangebied. Het vlak is aangelegd

n de top van de lössafzettingen (de Bt-horizont, indien afwezig de C-horizont). De vlakken zijn aangelegd met behulp van een graafmachine, voorzien van een gesloten bak met een glad snijvlak. De

‘bodem is verdiept in lagen van maximaal 10 tot 20 cm. Vanaf circa 10 cm boven het archeologisch relevante niveau is verdiept in lagen van maximaal 2 tot 5 cm. Het vlak is afgezocht op vondsten met een metaaldetector. Vondsten zijn per spoor of per laag verzameld. De vlakken, profielen en sporen

zijn fotografisch vastgelegd en profielen van de stratigrafie en/ofde sporen zijn getekend. Met de dGPS zijn de putomtrekken, verstoringen, sporen, maaiveldhoogtes, vlakhoogtes, en profielpinnen

ingemeten (serienummer snZNO6662100111; De bodemopbouw

kalibratienummer KALO14021).

is gedocumenteerd aan de hand van twee profielkolommen per werkput, van

minimaal 1 m breed. De profielkolommen zijn aan de uiteindes van de werkputten geplaatst aan de meest representatieve wand van de put. De profielkolommen zijn gefotografeerd en analoog op schaal

1:20 getekend. Een selectie van de aangetroffen sporen is gecoupeerd om de kwaliteit en conservering van de sporen adequaat te kunnen inschatten. Tijdens het veldonderzoek zijn geen grondmonsters

genomen uit bodem|agen en (spoor-)vullingen, omdat er geen kansrijke/relevante sporen of lagen aangetroffen. Figuren 3 en 4 geven een impressie van de werkzaamheden tijdens het veldwerk.

Figuur 3. Analoge tekening van de profielname. 10

transect

Figuur 4. Overzichtsfoto van werkput 2 (gezien richting het oosten).

t transect

1

5.

Resultaten veldonderzoek

5.1. Lithologie en bodemopbouw? Het vlak is aangelegd op circa 55 m +NAP in het zuiden van het plangebied (in de top van de

lössafzettingen) en op circa 54,3 m +NAP in het noorden van het plangebied (in de C-horizont). De top van de bodem bestaat uit een moderne ophoging/bouwvoor (Ap-horizont; S1000) op lössafzettingen. In werkput 1, in het noorden van het plangebied, is geen bodemvorming in de löss waargenomen en is onder de sporen uitsluitend sprake van een C-horizont. Achterop het terrein, ter hoogte van

werkputten 2 /m 5, is een deels intacte leembrikgrond aangetroffen. Hier ligt onder de Ap-{of een EJhorizont een briklaag (Bt-horizont; S2800). Deze is (rood)bruin van kleur en bevat relatief veel lutum. De laag vertoont klei-inspoeling en gleyverschijnselen. In werkput 3 is in de top van de lössafzettingen

een E-horizont (S2000) aanwezig. De E-horizont is grijsgeel (dus lichter) van kleur, gebioturbeerd en niet zo stug als de Bt-horizont. De bodemopbouw wijkt niet veel af van de bodem die is waargenomen

(geanonimiseerd) e" (geanonimiseerd) tijdens het verkennende booronderzoek in het plangebied EN M 2023).

Figuur 5. Profiel 1.1 in de oostelijke wand van werkput 1. De bodem wordt hier gekenmerkt door recente verstoringen en mogelijk uitbraaksleuven. S3 zou nog een fundering

kunnen zijn van kalkbrokjes.

3 Een uitgebreide beschrijving van de lagen is opgenomen in de sporen- en lagenljst in bilage S. 12

transect

Figuur 6. Profiel 3.2 in de zuidelijke wand van werkput 3. De E-horizont (S2000) ligt hier bovenop de Bthorizont (S2800).

5.2. Sporen* Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn in totaal 20 grondsporen gedocumenteerd. De sporen bevatten roodachtig granulaat, kalkbrokjes, mergelbrokjes, cokes-brokjes en/of dierlijk bot. De spoorvullingen zijn los van structuur, gevlekt of heterogeen en matig tot sterk humeus. Als zodanig kan worden geconcludeerd dat de sporen dateren uit de (Late) Nieuwe tijd of zelfs recent van aard zijn. De sporen bestaan grotendeels uit kuilen, waarvan geen op basis van vorm geïdentificeerd kan worden als paalkuil (zie figuren 7 en 8). Op basis van kalk in de vulling betreft S9 n werkput 2 mogelijk een kalkput.

20 in werkput 5 betreft daarnaast een smalle greppel. De greppel s ingestoken vanuit de

Ap-horizont (figuren 9 en 10). S8 in werkput 2 betreft een dierbegraving van een klein zoogdier (figuur 11). Naast S8 hebben S2, S10 en $13 eveneens dierlijk bot opgeleverd. Op basis van de conservering

van het bot lijken de sporen met dierlijk bot recent. Organische resten, waaronder (onverbrand) bot, blijven slecht tot niet bewaard in de lössbodems.

S5 betreft een rijtje van vijf mergelblokken in werkput 1 (figuur 12). Dit muurwerk is mogelijk onderdeel geweest van de voormalige mestkelders (figuur 13). De locatie van de muur komt namelijk

overeen met de ligging van de mestkelders. Op beeldmateriaal uit het vooronderzoek is zichtbaar dat

(geanonimiseerd) de kelders zijn opgebouwd uit mergelblokken. De kelders reikten tot minimaal 1,5 m -Mv N (geanonimiseerd) n B 2023) De conclusie is dat alle sporen

recent zijn of uitde Late Nieuwe Tijd dateren en archeologisch niet

relevant lijken te zijn. De sporen kunnen worden geïnterpreteerd als sporen van landgebruik; in dit geval erfgebruik. De precieze functie van de meeste individuele sporen op het achtererf kunnen moeilijk worden bepaald. De meeste sporen zijn slechts deels blootgelegd.

* Een uitgebreide beschrijving van de sporen is opgenomen in de sporen- en lagenlijst in bilage $ 13

transect

Figuur 8. Kuilen S11 en S12 in de zuidelijke wand van werkput 2. Kuil S11 vertoont oranjerood granulaat.

14

transect

Figuur 10. Coupe van greppel S20. Het spoor is ingestoken vanuit de moderne bouwvoor ($1000).

15

transect

Figuur 12. Muurwerk van mergelblokken (S5) in werkput 1, vermoedelijk onderdeel van de voormalige mestkelders.

t transect

16

(geanonimiseerd) Figuur 13. De gewelfde mestkelders van de voormalige bebouwing, zoals gedocumenteerd in N

m. 5.4. Vondsten

Tijdens het veldonderzoek zijn 29 vondsten gedaan. Het vondstmateriaal bestaat uit keramiek,

keramisch bouwmateriaal, kleipijpaardewerk, glas, dierlijk bot en natuursteen. De vondsten dateren uit de Nieuwe tijd. Een enkele uitzondering wordt gevormd door een bodemfragment steengoed met uitgeknepen voet — een zogenaamde Wellenfu6 (VNR3). Het overige aardewerk bestaat uit roodbakkend geglazuurd aardewerk (VNR1; zie figuur 14) en andere steengoedfragmenten. De kleipijpsteeltjes zijn dun en dateren vanaf de 18° tot de 20° eeuw (VNR4). Het vondstmateriaal is

afkomstig uit uitbraaksleufS2 en kuilen S10 en S11 (werkputten 1 en 2. Aan de voorzijde van de mergelmuur (S5) zijn daarnaast meerdere bakstenen verzameld.

UT

Figuur 14. Roodbakkend geglazuurde rand van een schaal (VNR1 uit uitbraaksleuf S2).

5 De vondsten zijn per vondstnummer omschreven in bilage 6. 17

transect

6.

Conclusies, waardestelling en selectieadvies

6.1. Conclusie

Tijdens het veldonderzoek zijn vijf proefsleuven (88 m? in totaal). Het vlak is aangelegd op circa 55 m +NAP, in de top van de lössafzettingen.

In het onderzoeksgebied zijn sporen en vondsten uit de Late

Nieuwe Tijd aangetroffen. De sporen kunnen worden geïnterpreteerd als sporen van landgebruik, en

zijn zodanig recent dat ze archeologisch niet relevant lijken te zijn. De sporen bevatten roodachtig granulaat, kalkbrokjes, mergelbrokjes, cokesbrokjes en/of dierlijk bot. De spoorvullingen zijn los van structuur, gevlekt of heterogeen en matig tot sterk humeus.

Daarnaast zijn mogelijke uitbraaksleuven, een mogelijk

De sporen bestaan grotendeels uit kuilen.

funderingsspoor, een kalkput, een recente

dierbegraving, een smalle greppel en een muur van vijf mergelblokken aangetroffen. Dit muurwerk is

mogelijk onderdeel geweest van de voormalige mestkelders. 6.2. Waardestelling

Biij het aantreffen van een vindplaats wordt een waardestelling opgesteld conform de BRL4000 / het KNA-protocol 4003, specificatie VS06 Waarderen, en bijlage IV van de KNA 4.1. De vindplaats, indien deze zo genoemd kan worden, bestaat uit sporen en vondsten die hoogstwaarschijnlijk geen oudere

datering hebben dan de late 20° eeuw, en anderzijds geen oudere datering hebben dan de 19° eeuw. Het enige mogelijke oudere spoor bestaat uit mergelblokken, maar deze kan eveneens recent zijn in

datering. Met inachtneming van deze kenmerken kan de vindplaats worden afgeschreven als een serie aan recente verstoringen verspreid over een groot oppervlak. Met uitzondering van de fysieke kwaliteit scoort het minimaal op alle punten van de KNA-protocol 4003, specificatie VS06 Waarderen. 6.3. Selectieadvies

Het proefsleuvenonderzoek moest de vraag beantwoorden of in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud mogelij

is. Op basis van de waardestelling is geconcludeerd dat in het plangebied geen sprake is van

een behoudenswaardige vindplaats.

Er zijn enkele sporen aangetroffen, maar deze kunnen in de 20

eeuw worden gedateerd en kunnen niet als behoudenswaardig worden beschouwd.

Daarom

adviseren wij dat het plangebied voor toekomstige ontwikkeling wordt vrijgegeven. Het bevoegd gezag, gemeente Eijsden-Margraten, neemt op basis van dit advies een selectiebesluit.

Indien onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11. Archeologische vondsten dienen daarnaast altijd gemeld te worden

bij het

bevoegd gezag.

18

transect

7.

Geraadpleegde bronnen

Archeologische kaarten en databestanden e _ Archeologisch Informatie Systeem I (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. e

wwwahnnl

e

wuww‚pdok.nl

e _ wwwruimtelijkeplannen.nl Literatuur

.

(geanonimiseerd)

.

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) 2024 Breusterstraat 20, Eijsden, gemeente Eijsden-

Margraten, Programma van Aanpak, Transect-PvA, Nieuwegein.

Margraten.

(geanonimiseerd) 023. Breusterstraat 20 te Eijsden, gemeente EijsdenBureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennend

booronderzoek). ArcheoPro, Eijsden.

…

. (geanonimiseerd)

oo

van Eisen: Proefsleuven met optie van

doorstart naar opgraven. Breusterstraat 20 te Eijsden. Gemeente Eijsden-Margraten. ArcheoPro, Eijsden. Figuren en tabellen

Figuur 1. Topografische kaart met de locatie van het plangebied (bron: www-pdok.nl). Figuur 2. Het plangebied op het Kadastrale Minuutplan (1832). Figuur3. Analoge tekening van de profielname. . Figuur 4. Overzichtsfoto van werkput 2 (gezien richting het oosten). Figuur5. Profiel 1.1 in de oostelijke wand van werkput 1. De bodem wordt hier gekenmerkt door recente verstoringen en mogelijk uitbraaksleuven. S3 zou nog een fundering kunnen zijn van kalkbrokjes. … Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Figuur6. Profiel 3.2 in de zuidelijke wand van werkput 3. De E-horizont (S2000) ligt hier bovenop de Bt-horizont (S2800).

Figuur7. Sporen in het vlak van werkput 1. De spoorvullingen vertonen veel kalk-/mergelbrokjes. … 14 Figuur8. Kuilen S11 en $12 in de zuidelijke wand van werkput 2. Kuil S11 vertoont oranjerood granulaal Figuur9. Greppel S20 in het vlak van werkput 5. Figuur 10. Coupe van greppel S20.

Het spoor is ingestoken vanuit de moderne bouwvoor (51000]

Figuur 11. Dierbegraving SB in werkput 2. Het betreft een recent begraven, klein zOOgdier.

……

Figuur 12. Muurwerk van mergelblokken (S5) in werkput 1, vermoedelijk onderdeel van de voormalige

mestkelders.

16

Figuur 13.

De gewelfde mestkelders van de voormalige bebouwing, zoals gedocumenteerd in

Paulussen

en Van

de Water

2023.…

Figuur 14. Roodbakkend geglazuurde rand van een schaal (VNRT uit uitbraaksleuf S2). …

transect

…

17 17

19

Bijlage 1. Archeologische periode-indeling voor Nederland

Periode

Deel-/subperiode

Recent

Middeleeuwen

Romeinse Tijd

_

Van

Tot

1945 na Chr.

2050 na Chr.

LateMiddeleeuwenB

_

1250 na Chr.

1500 na Chr.

Late-MiddeleeuwenA

__

1050 na Chr.

1250 na Chr.

Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-MiddeleeuwenB Vroege-Middeleeuwen A

900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. __450 na Chr.

1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.

Laat-Romeinse tijd B Laat-RomeinsetijdA

350 na Chr. 270 na Chr.

450 na Chr. 350 na Chr.

Midden-RomeinsetijdB

_50 na Chr.

270 na Chr.

Midden-RomeinsetijdA Vroeg-RomeinsetijdB Vroeg-RomeinsetijdA

_70 na Chr. _25 na Chr. _12 voor Chr.

150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.

__

20

Bijlage 2.

Allesporenkaart

T

T7

T7

Allesporenkaart Vlak1

Eijsden, Breusterstraat 20 Gemeente Eijsden-Margraten

Legenda

z

30983 D

Pingebied Werkput

sporen

E

B

Greppel

B

i

B

oierbegraving

309810

177440 20

r. transect ‚

177472 30

40

som

21

T

77

T7

Allesporenkaart Vlak2

Eijsden, Breusterstraat 20 Gemeente Eijsden-Margraten

Legenda

EZ

30983 D

DC

Plangebied Werkput

sporen

EI

309810

177308

r. transect ‚

177440

17472

B

e

B

Uitbraakspoor

EEB

Recent

Bijlage 3.

Vlaktekeningen T

aa

Vlaktekening Vlak 1 Werkput 1

Em

ETE

Eijsden, Breusterstraat 20 Gemeente Eijsden-Margraten

Legenda

CT = °

Werkput Maaiveldhoogtes (m NAP) Vlakhoogtes (m NAP) Profielpinnen

Sporen

Em

Em

Em

B

Uitbraakspoor

Em m

_

aa

transect

transect

23

T

T7

Vlaktekening

ä

ä

Vlak 2 Werkput 1 Eijsden, Breusterstraat 20 Gemeente Eijsden-Margraten

Legenda

TT

Werkput

& ° Vlakhoogtes (m NAP) +

Profielpinnen

sporen

B

s

8| B

£

£|

_

—_

EZEE

e

Uitbraakspoor Recent

n

i

i aa

T

0 transect

i

aa

2

3

d

5m

transect 24

T

T

Vlaktekening Vlak 1 Werkput 2

zm

Eijsden, Breusterstraat 20 Gemeente Eijsden-Margraten

Legenda

CT e

Werkput Maaiveldhoogtes(m NAP)

+ _ Vlakhoogtes (m NAP)

E

+

Profilpinnen

——

Coupehaken

sporen

B

i

B

Dierbegraving

EZ

a

T

9

1

T

2

5m

transect 25

T

T7

Vlaktekening Vlak 1 Werkput

E

3

Em Eijsden, Breusterstraat 20 Gemeente Eijsden-Margraten

Legenda

D

Plangebied

1

Werkput Maaiveldhoogtes (m NAP)

E

Em

Vlakhoogtes (m NAP) %

Profielpinnen

sporen

B

E

i

Em

a

n

transect

26

T7

T

T

Vlaktekening Vlak 1 Werkput 4

ET

E} Eijsden, Breusterstraat 20 Gemeente Eijsden-Margraten

Legenda

CT _

Werkpu Maaiveldhoogtes (m NAP)

+ _ Vlakhoogtes (m NAP) +

Profielpinnen

sporen

E

E

ES

h4

zm

s

B

i Recent

E

a

transect

transect

27

T7

T

Vlaktekening Vlak 1 Werkput 5

i

Eijsden, Breusterstraat 20 Gemeente Eijsden-Margraten

E

7

Legenda

D

Plangebied

1

Werkput

e m

Maaiveldhoogtes (m NAP)

& _ Vlakhoogtes (m NAP)

-

sporen Greppel B

\ E

i

EE Recent Em

w

Ï

° transect

:

:

e

d

á

Sm

transect 28

Bijlage4.

_ Sporen- en lagenlijst

‘spoor/laag- | werk-

nummer

|put

|vl2k

spoor]

|aard

Kleur-

|vulling | kleur _ | structuur

tex-

[vlak-

[spoor-

ij

tuur | vorm | contour

0001

o1

|oo | uT | 1 | DGRBR | heterogeen

m

0002

o1

|oo | urT | 1 | DreR | heterogeen

13

Lz1, maar erg kleiig; Mst; gevlekt; H2; HK2; Kbw1;

Uitbraakspoor? 19e-eeuws?

123; Msl; brokkelig; gevlekt; H3; Hk2; G3 (grind);

Uitbraakspoor? 20e-eeuws?

ONR [SCHERP | Mergelbrokjes; Steenkool

ONR | SCHERP | Mergelbrokjes; Steenkool; Repac?

13

GRWI | heterogeen

ij

interpretatie

Doorsnijdt S1 en SS Mogelijk een soort

0003

01

|oo | eun | 7

uN

0004

o1

|oo | u | 1 | 8RRo | heterogeen

0005 0006 0007

o 02 02

|o2 | m | 1 uN |scHeRP | voorzijde gedrukt [oor| x 1 [oerer Ï homogeen | 3 | ovi [scherp _ |123 Msl; Brokkelig; H3; Kowt (afgerond:; RO/OR; Steenkool; Mergelbrokies [oor] «t 1 | DBRGR | homogeen | L3 | ovt [scherP [L23; l; Brokkelig; H2; Kbw1; Steenkoo!; Mergelbrokjes

0008

02

|o | D | 1

0009

02

|oo | kt

recent Zsa/ Mogelijk een type put; 124 Zs4 en Lz4 (gemengd grindig zand met Ieem); Gevlekt; veel | recent; wordt doorsneden 1 | Grs8 | heterogeen RND [SCHERP | kalk; H1; 62 door 510 (eveneens recent]

0010

02

|oo |

1

0011

02

|oo | «t

1 | GROR | heterogeen

0012

02

|oo |

t

1

|

GROR |

heterogeen

0013

03

[oor]

k

1

|

LGRBR

|

homogeen

| 123 | OvL

[SCHERP

0014

oa

|oor]|

KL

1

GR

|

homogeen

OvL

[SCHERP

2

|scHerP _ |Lz3; uiterst St; gevlekt;H1; Kalk/mergel

DGR | homogeen

LI

| DBrGr | homogeen

Muur van mergelblokken

| steenkool; Mergelbrokjes; met ODB en KER

123; DGR/ORGE; uiterst gevlekt; Msl; HO-H2; kalkbrokjes OVL | VAGEND | (cs mm}; enkele mergelbrokjes; KKP

13

transect

Mergeblokken; 5 blokken, 1 laag, met wat KBW aan de

Klein zoogdier; bot intact;

123; Msl; Brokkelig; H2; Kbw1 (afgerond; RO/OR);

RND | SCHERP

13

Uitbraakspoor? 19e-eeuws?

RND |ScHERP | L21; Msl; Brokkelig; H1; veel ODB

13

kt

L22, maar erg kleiig; Msl; gevlekt; H2; k; Kbw2;

ONR |[scHERP | Mergelbrokjes; Steenkool

5xX

funderingsspoor met mergelgruis

Recent; komt 0.a. ODB uit

ij ij Identiek aan 11; één spoor

123; DGR/ORGE; uiterst gevlekt; Msl; HO-H2; kalkbrokjes

OVL | VAGEND

_

| (<5 mm); enkele mergelbrokies; KKP

Identiek aan 11; één spoor

| t23; Mst; H1; ODB

Inclusies van ODB; recent

122; H2; kalkbrokjes (<5

mm) en Kbw-brokjes (rood)

29

spoor/laag| werkspoor- |valling | Kleur nummer |put |Vak |aará

Kleur-

|structuur

_

tex [vlak- [spoor|tuur | vorm |(contour _ | opmerkingen vulling

interpretatie

0015

oa

[oor]|

x

1

GR

|

homogeen

ovL

[scHERP

| 122; H2; kalkbrokjes (<5 mm) en Kbw-brokjes (rood)

Eventueel een soort vlek

0016

a

[oor]

KL

1

GR

|

homogeen

OvL

[SCHERP

_ | 122; H2; kalkbrokjes (<5

Eventueel een soort vlek

0017

a

[oor]|

KL

1

GR

|

homogeen

OVL

[SCHERP

0018

os

[oor]|

x

1

r

| homogeen

ovL

[scherp _ | 22; H2: kalkbrokies (<5 mm) en Kbw-brokjes; met ROOR

0019

o5

[oor]|

x

1

6r

|

homogeen

ovi

[scherP

0020

o

[oa]

o

7

DGR

|

homogeen

UN

|SCHERP _ [L22; H2; kalk/mergelbrokjes (<5 mm) en Kbw-brokjes

mm) en Kbw-brokjes (rood)

| 122; H2; kalkbrokjes (<5 mm) en Kbw-brokjes (rood)

baksteen

| 122; H2; kalkbrokjes (<5 mm) en Kbw-brokjes; met ROOR baksteen

[

Lijkt niet door te lopen

13

1000

o1

|102 | 8v | 1 | D8rer | homogeen

123; Msl; G1; H2; Kbw1

Ap-horizont

L23; Msl; kalkbrokjes; H2; Kbw1; nazak van S11/512?

Nazak van S11/512?

13

1001

02

|103 | ev | 1 | Derer | homogeen 13

1002

02

|103 | sv | 1 | D8rer | homogeen

1005

oa |101 | 16

123; Msl; H2; Kbw2; ROOR baksteen; nazak van S11/512? _ | Nazak van $11/S12? Ll tot 2; Vuil Oanjegeel;Soort AC horizont; overgang _ | SOA horzon VerBeng

1 | orGE | homogeen

naar Bt-horizont; H1 LI

van Aphorizont naar de Bt orizont

E-horizont; Pleniglaciale löss. Lichte humusinspoeling vanuit Ap-horizont; door

bioturbatie (en mogelijk

2000

2800 3000

03

02 o1

|163 ]| 16

|103 | 16 [102]| 16

transect

1

GRGE

homogeen

Lz1; gebioturbeerd U1

1 | ROBR | homogeen 1 GE | homogeen | 1

21; Glewerschijnselen, kleiige inspoeling/vorstscheuren;

mangaankorrels z; St; lichte gley; mangaanbrokjes

door menselijk toedoen) niet geheel intact _ | Bt-horizont; Pleniglaciale

lss C-horizont; Pleniglaciale löss

30

Bijlage5.

_ Splitsvondstenlijst

r

|e

|| EE aard

e

e

0001GLS

01

[001 |0002 [ u |_ 1

[o1[

OOO1KER

01

001 | 0002

UIT

1

0001008

01

[oor[0002][

ur

|

UT me

|E (gram)

|

1

|06

01

6

300.3

Kleurloos glas, naar verwachting vrij modern Roodbakkend aardewerk, schaal met dik

1

|oi]

6

|111

[Runderkies

|

1

[o1[

4

|68

Kwarts (onbewerkt)

|

1

[o[

5

[aa5

0001SXX

01

[001|0002[

0002KBW

01

[002

|0005

0002SXX

01

002

| 0005

MR

1

01

1

13.8

0O03KER

02

001

|0010

KL

1

02

2

62

0003008

02

[o001

[oo10]|

kt

02|

2

|335

'0004KKP

transect

02

|

[oor [ oo [ _ kt

02[

2

|64

loodglazuur (inwendig)

Steengoed; waaronder een stukje Middeleeuws

steengoed met uitgeknepen standring _

[Diverse botfragmenten

Dunne pijpenstelen (18e - 20e-eeuws)

31

Bijlage 6. Beantwoording onderzoeksvragen Algemene vragen: 1.

Zijn erarcheologische resten (sporen, structuren, vondsten, paleo-ecologische resten) n de bodem

aanwezig, of zijn er aanwijzingen dat deze hier verwacht mogen worden? In het plangebied zijn grondsporen en vondsten aangetroffen. De sporen zijn echter zodanig recent van

aard dat de resten niet als archeologisch relevant worden beschouwd. 2.

Indien het onderzoek geen archeologische resten of beperkte archeologische fenomenen (bijvoorbeeld alleen losse vondsten) oplevert, welke verklaring is hiervoor dan te geven?

Het plangebied is uitsluitend recentelijk 3.

bewoond/gebruikt.

n hoeverre komen de onderzoeksresultaten overeen met de opgestelde verwachting van het bureauonderzoek?

De bodemopbouw komt overeen met de resultaten van het vooronderzoek. De (middel)hoge verwachting op archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd is alleen bevestigd voor wat

betreft de Late Nieuwe tijd. 4.

Hoe draagt dit onderzoek bij aan de archeologische waardering en onderzoekswijze van historische dorpsen stadskernen? Nvt.

Perioden en sites:

5.

Indien er archeologische resten aanwezig zijn, kunnen er binnen de vindplaats aparte sites onderscheiden worden, en zo ja, op welke gronden? Nvit.

6.

Zijn er aanwijzingen voor archeologisch gebruik van en binnen de aangetroffen oude beeklopen?Zo ja, welke? Nvt.

7.

Wat is per archeologische site in het onderzoeksgebied: a. de ligging (inclusief diepteligging) en begrenzing

b. de geologische, geomorfologische en/of bodemkundige eenheid c. de omvang (inclusief verticale dimensies) d. de aard /complextype / functie e. de samenstelling van de archeologische resten (grondsporen en mobilia) f. de vondst- en spoordichtheid g. de stratigrafie h. de ouderdom, periodisering, typo-chronologische classificatie i. de relatie met eventueel andere aangetroffen complexen Nvt.

Landschap en bodem:

8.

Watis de fysiek-landschappelijke ligging van de sites (aardkundige situatie, afstand tot water, reliëf)? Het plangebied ligt in het meest zuidelijke deel van het Limburgse Maasdal. De afstand tot het huidige zomerbed van de Maas bedraagt circa vierhonderd meter. Het plangebied ligt op een hoger gelegen

tussenterras van de Maas, bedekt met löss (terras van Mechelen a/d Maas). 9.

Hoe is de opbouw van het profiel in bodemkundige zin? Wat zijn de kenmerken

van de stratigrafische

eenheden? Is er sprake van loopvlakken, begraven bodems, ophogingslagen of cultuurlagen? De top van de bodem bestaat uit een moderne ophoging/bouwvoor (Ap-horizont; $1000) op lössafzettingen. In werkput 1, in het noorden van het plangebied, is geen bodemvorming in de löss

waargenomen en is onderde sporen uitsluitend sprake van een C-horizont. Achterop het terrein, ter hoogte van werkputten 2 t/m 5, is een deels intacte leembrikgrond aangetroffen. Hier ligt onder de Ap-(of een E-Jhorizont een briklaag (Bt-horizont; S2800). Deze is (rood)bruin van kleur en bevat relatief veel Iutum.

De laag vertoont klei-inspoeling en gleyverschijnselen. In werkput 3 is in de top van de

lössafzettingen een E-horizont (S2000) aanwezig. De E-horizont is grijsgeel (dus lichter) van kleur, gebioturbeerd en niet zo stug als de Bt-horizont

transect

32

10.

Welke postdepositionele processen hebben zich afgespeeld en wat is het effect daarvan op de

archeologische resten? Zie vraag 9. 11

Wat is de ouderdom en genese van het aanwezige colluviale bodempakket. Zie vraag 9.

12.

Welke landschapsreconstructie kan opgesteld worden op basis van het colluviumpakket en/ofde aangetroffen bodemlagen? Zie vraag 9.

Gaafheid, conservering en waardering van de vindplaatsen: 13.

In welke lagen, zones of gebieden bevinden zich gave en goed geconserveerde archeologische resten of

waar zijn ze te verwachten? Nvt. 14.

Wat is de mate van conservering en gaafheid van de archeologische resten? Nvt.

15.

Wat is de waardering van de sites (cfr. KNA-waarderingstabel per aangetroffen vindplaats)? Nvt.

transect

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=728bd2a1-6d63-4aac-bae4-609e3e11ac9a