20250930 07j Bijlage Rapportage vleermuisonderzoek
Tekst van het document
Opdrachtgever:
Datum: 21 oktober 2024
Arcus Zuid Projectontwikkeling B.V. T.a.v. de heer A. van Sprakelaar Dorpstraat 98 6438 JX OIRSBEEK
Onderwerp: Rapportage vleermuisonderzoek Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 24-1756)
Opgesteld door: De heer M.J.M. Coenen Geachte heer van Sprakelaar, Hierbij ontvangt u de rapportage inzake het uitgevoerde vleermuisonderzoek ter plekke van het Ursulinenklooster, te Eijsden, zie figuur 1.
Figuur 1: Onderzoekslocatie Ursulinenklooster, Eijsden
Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens een gedeelte te slopen, een gedeelte nieuw te bouwen en in totaal 40 woningen te realiseren (30 in de nieuwbouw en 10 in de bestaande bouw). Tevens is het hierbij noodzakelijk dat enkele monumentale bomen gerooid dienen te worden. In het kader van deze ontwikkelingen en in het kader van de benodigde bestemmingsplanwijziging is het noodzakelijk dat er een beeld ontstaat van de mogelijke aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten (en/of op gebruiksfuncties hiervan) en dient beoordeelt te worden of eventuele natuurwaarden met de voorgenomen ingrepen negatieve effecten ondervinden.
Rapportage vleermuisonderzoek Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 24-1756)
1
Uit een quickscanonderzoek (ons kenmerk: 23-1478, d.d. 6 september 2023) blijkt dat de bebouwing mogelijk dienstdoet als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. Er is geadviseerd om een vleermuisonderzoek uit te voeren zodat vastgesteld kan worden of met de voorgenomen werkzaamheden overtredingen van verbodsbepalingen in het kader van de huidige Omgevingswet optreden, aangezien vleermuizen zwaar beschermde soorten zijn in het kader van deze wetgeving. In 2024 heeft Ecolybrium dit onderzoek uitgevoerd en de resultaten hiervan worden hieronder beschreven.
Onderzoeksmethodiek Vleermuizen Het vleermuisonderzoek is door Ecolybrium uitgevoerd met behulp van bat-detectors (Pettersson D240X, Batlogger van Elekon en een ANABAT Scout). Dit zijn de meest toegepaste apparaten voor dergelijk onderzoek, en het meest efficiënt in gebruik. Deze detectoren zijn in staat opnames te maken van vleermuisgeluiden, voor analyse met diverse softwarepakketten indien noodzakelijk (voor lastig determineerbare soorten). Er zijn meerdere vleermuisrondes uitgevoerd, met twee ecologen en conform de voorschriften van het vleermuisprotocol. Overige soorten Naast deze specifieke soortgerichte onderzoeken is tevens gelet op het voorkomen van andere soorten planten en dieren (bijvoorbeeld steenmarter, egel en dergelijke). De exacte onderzoeksdagen zijn opgesomd in tabel 1. De veldresultaten zijn in figuur 2 en bijlage 1 (in A3-formaat) opgenomen.
Onderzoeksdata Soortonderzoek
Data en duur
Temp.
Wind
Weersomstandigheden
Opmerkingen
Vleermuizen
30 mei 21:30-23:30uur
12oC
1-2Bft.
24 juni 03:10-05:30uur
15oC
0-1Bft.
Droog, bewolkt, regen rond 22:55uur Droog, onbewolkt
16 juli 03:00-05:55uur
15oC
2Bft.
Droog, onbewolkt, rond 00:00uur flinke regen
15 aug 00:00-02:00uur
17oC
0-1Bft.
Droog, bewolkt
Alleen enkele jagende gewone dwergvleermuizen 4 laatvliegers invliegend westzijde onder gevelbeplating Rosse vleermuis jagend en hoge aantallen gewone dwerg (15-25 ex.) Jagende grootoorvleermuis zuid- en noordzijde Rond 03:20 8 laatvliegers westzijde zwermend bij verblijfplek. Jagende rosse vleermuis, grootoorvleermuis en hoge aantallen gewone dwergvleermuizen Kraamverblijf gewone dwergvleermuis gevonden in part. woning ten oosten (Kennedylaan 7) Geen massazwerm
3 sept. 20:00-22:14uur
21oC
2Bft.
Droog, onbewolkt
4 sep. 00:00-02:00uur
20oC
2Bft.
Droog, onbewolkt
Geen uitvliegers. Rosse vleermuis roepend uit boom 2 ruige dwergvleermuizen roepend uit boom en jagend. Verder hoge aantallen gewone dwergvleermuizen (circa 20ex.) en grootoorvleermuis (1-2ex) Geen massazwerm
Tabel 1: Onderzoeksdata 2024
Rapportage vleermuisonderzoek Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 24-1756)
2
Onderzoeksresultaten Vleermuizen Vaste rust- en verblijfplaatsen Gewone dwergvleermuis Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen vastgesteld van gewone dwergvleermuizen in de te renoveren en deels te slopen bebouwing. Een massawinterverblijfplaats is niet aangetroffen, evenals baltsverblijfplaatsen. Er wordt wel gebaltst door de soort, maar alleen rond de vegetatie rondom het klooster. Eenduidige verblijfplaatsen zijn niet vastgesteld. In een particuliere woning aan de Kennedylaan 7 is een kraamkolonie van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Er zijn hier in juli minimaal 52 dieren ingevlogen. Effecten op verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen treden niet op. In het kader van de Omgevingswet hoeven hier geen verdere maatregelen getroffen te worden. Ook een omgevingsvergunning is niet aan de orde. Laatvlieger In de bebouwing is een vaste rust- en verblijfplaats aangetroffen van minimaal 13 laatvliegers. Het gaat hier om een kraamverblijf, aangezien deze verblijfplaats tijdens de maanden juni en juli (in de kraamperiode van de soort) is aangetroffen. De dieren komen vanonder de dakgootconstructie aan de westzijde van het gebouw. Onder deze constructie zit een smalle opening van ongeveer 2cm waar de dieren onder kruipen, zie onderstaande foto.
Indien deze constructie gerenoveerd wordt dient dit onder specifieke voorwaarden vanuit een omgevingsvergunning te gebeuren én onder begeleiding van een ecologisch deskundige. De verblijfplaats en het gebouw is verder ongeschikt om te dienen als winterverblijfplaats aangezien het gebouw geen spouw heeft en omdat de locatie van de kraamverblijfplaats geen stabiel overwinteringsklimaat zal hebben vanwege te beperkte wegkruipmogelijkheden.
Ingang kraamverblijfplaats Laatvlieger onder dakgoot constructie westzijde gebouw
Rapportage vleermuisonderzoek Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 24-1756)
3
Grootoorvleermuis spec. Er is mogelijk een verblijfplaats van 1-3 grootoorvleermuizen onder de dakgootconstructie van de oostvleugel van het pand. Ook daar is een smalle opening waar deze mogelijk invliegt. Het gaat niet om een kraamverblijfplaats, aangezien de aantallen zeer laag zijn en omdat de ruimte te instabiel zal zijn qua temperatuur. Tijdens het quickscanonderzoek is vastgesteld dat deze soort in elk geval niet op de zolder een verblijfplaats heeft, omdat deze niet toegankelijk zijn voor vleermuizen. Tijdens het onderzoek zijn onder deze constructie uitwerpselen gevonden van vleermuizen, mogelijk van grootoorvleermuis.
Uitwerpsel gevonden onder de oostvleugel waar een smalle opening onder de dakgootconstructie is aangetroffen
Indien deze constructie gerenoveerd wordt dient dit onder specifieke voorwaarden vanuit een omgevingsvergunning te gebeuren én onder begeleiding van een ecologisch deskundige. Ruige dwergvleermuis In 2 bomen zijn sociale roepjes gehoord tijdens een onderzoeksronde in september. Het ging hier om baltsroepen. In de betreffende bomen zitten enkele boomholtes en scheuren in de boom die als verblijfplaats dienst doen. Tijdens het quickscanonderzoek is vastgesteld dat deze soort in elk geval niet op de zolder een verblijfplaats kan hebben, omdat deze niet toegankelijk zijn voor vleermuizen. Indien de bomen gekapt moeten worden voor de herinrichting van het gebied dan dient er voor de kap ervan een omgevingsvergunning aangevraagd te worden en dienen er alternatieve verblijfplaatsen aangeboden te worden. Het verwijderen van deze bomen dienen voorts onder ecologische begeleiding uitgevoerd te worden, aangezien deze bomen ook dienst doen als winterverblijfplaats voor deze soort. Rosse vleermuis In een boom is een sociaal roepende rosse vleermuis aangetroffen. Ook in deze boom zijn boomholtes aanwezig, waar de soort zeer waarschijnlijk ook in overwintert. Indien de bomen gekapt moeten worden voor de herinrichting van het gebied dan dient er voor de kap ervan een omgevingsvergunning aangevraagd te worden en dienen er alternatieve verblijfplaatsen aangeboden te worden.
Het verwijderen van deze bomen dienen voorts onder ecologische begeleiding uitgevoerd te worden, aangezien deze bomen ook dienst doen als winterverblijfplaats voor deze soort.
Rapportage vleermuisonderzoek Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 24-1756)
4
Door de voorgenomen ingrepen kunnen effecten optreden ten aanzien van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaats van laatvlieger en grootoorvleermuis. Deze kan verstoord en vernietigd worden indien de dakgootconstructie vernieuwd/gerenoveerd wordt, wat betekent dat er in het kader van de Omgevingswet (Bal) een omgevingsvergunning nodig is voor deze handeling. Ook kan het treffen van mitigerende maatregelen benodigd als de invliegopening niet behouden kan worden. In de praktijk betekent dit dat er óf wel permanente voorzieningen gerealiseerd moeten worden (wat voor beide soorten vrij lastig is) óf dat de huidige invliegopening (smalle openingen onder de dakgootconstructie) behouden moeten worden (waardoor er enkel een verstoringseffect optreedt). De Provincie Limburg hanteert op dit moment een strenge toetsing voor wat betreft de vernietiging van verblijfplaatsen van laatvlieger en grootoorvleermuis. Vandaar dat er ook gekeken dient te worden naar de mogelijkheid om de huidige invliegopeningen voor deze soorten te behouden. Foerageergebied en vliegroutes voor vleermuizen Het omliggende gebied vormt een essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Er zijn meerdere soorten waargenomen, waarbij de aantallen per keer variëren (mede afhankelijk van de bloeitijd van de bomen en de aantrekking van insecten hierdoor).
Deze functie zal echter met de voorgenomen herinrichting niet onderhevig zijn aan negatieve effecten, aangezien er geen grootschalige kapwerkzaamheden gedaan worden. Er zijn twee duidelijke vliegroutes aangetroffen in het gebied. Een ervan is die van de laatvliegers die nagenoeg direct vanuit de verblijfplaats richting noord en zuid vliegen. Deze vliegroute is aan de zuidzijde sterk verlicht, waar ze onderdoor en bovenover vliegen. De andere vliegroute betreft die van de groep gewone dwergvleermuizen die vanuit het kraamverblijf de beboste omgeving opzoeken. Hierbij vertonen ze min of meer een eenduidige vliegrichting (vliegbeweging). Beide vliegroutes zullen niet veranderen en/of aangetast worden door de herinrichting. Effecten op essentieel foerageergebied en primaire vliegroutes treden door de beoogde werkzaamheden niet op.
Overige soorten Er zijn geen andere beschermde en/of bijzondere soorten aangetroffen tijdens de onderzoeksrondes in het gebied.
Rapportage vleermuisonderzoek Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 24-1756)
5
Figuur 2: Onderzoeksresultaten 2024
Effecten door beoogde werkzaamheden In tabel 2 zijn de effecten van de sloopwerkzaamheden op de aangetroffen natuurwaarden opgesomd. Aangetroffen soorten
Functies
Effect
Toetsing Wnb nodig
Laatvlieger
Vaste rust- en verblijfplaatsen
Mogelijk verstoring/vernietiging indien renovatie dakgootconstructie nodig is Geen effect op vliegroute Mogelijk verstoring/vernietiging indien renovatie dakgootconstructie nodig is Nee: jachtgebied blijft intact Nee: mits boom behouden blijft Nee: jachtgebied blijft intact Nee: mits bomen behouden blijft Nee: jachtgebied blijft intact Nee: jachtgebied blijft intact Geen effect op vliegroute
Ja
Grootoorvleermuis (spec.)
Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis
Vliegroute Vaste rust- en verblijfplaatsen (mogelijk) Jachtgebied Vaste rust- en verblijfplaatsen Jachtgebied Vaste rust- en verblijfplaatsen Jachtgebied Jachtgebied Vliegroute
Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Tabel 2: Effecten op beschermde natuurwaarden door de werkzaamheden ter plekke van de ingreeplocatie
Rapportage vleermuisonderzoek Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 24-1756)
6
In tabel 3 zijn de effecten getoetst aan de verbodsbepalingen van de Omgevingswet (Bal). Aanwezig op planlocatie
Effecten
Flora en fauna (Habitatrichtlijn)
Ontheffing (J/N)*
Art. 11.46 Laatvlieger
(#) J Mogelijk verstoring/vernietiging indien renovatie dakgootconstructie nodig is Grootoorvleermuis (spec.) (#) J Mogelijk verstoring/vernietiging indien renovatie dakgootconstructie nodig is Tabel 3: Effecten getoetst aan verbodsbepaling Omgevingswet (Bal); (#) = van toepassing; * Bij N kan volstaan worden met aangepaste werkwijze
Uit tabel 3 blijkt dus dat: Er ontheffing aangevraagd dient te worden voor de verstoring en vernietiging van de vaste rust- en verblijfplaats van laatvlieger en grootoorvleermuis (spec.) als de dakgootconstructie niet behouden kan blijven zoals deze nu is. Renovatie van de dakconstructie geeft dan alleen een verstoring van de verblijfplaats. De mate hiervan hangt af van de periode dat de renovatie uitgevoerd wordt (meest optimale periode is vanaf september tot half oktober). De werkzaamheden dienen in elk geval onder voorwaarden van een ontheffing uitgevoerd te worden.
Conclusies Uit het onderzoek is gebleken dat er een kraamverblijfplaats aanwezig is van laatvliegers en een (mogelijke) verblijfplaats van grootoorvleermuis (spec.) in de bebouwing. In drie bomen zijn verblijfplaatsen gevonden van boombewonende soorten. Het gaat om een boom met rosse vleermuis en 2 bomen met ruige dwergvleermuis. Deze bomen worden gebruikt als balts- en winterverblijfplaats. Er ligt een essentieel foerageergebied voor meerdere soorten vleermuizen rondom het Ursulinenklooster. Dit gebied blijft voorhanden. Er zijn twee eenduidige vliegroutes vastgesteld in het gebied, die beide niet aangetast worden in hun functie. Uit het onderzoek blijkt dat er mogelijk sprake is verstoring/vernietiging van de verblijfplaatsen van de laatvlieger en grootoorvleermuis (spec.) als de dakgootconstructie vervangen en/of gerenoveerd wordt. Er is een omgevingsvergunning noodzakelijk in het kader van de Omgevingswet voor werkzaamheden aan de dakgootconstructie (zowel bij renovatie alsmede vervanging ervan). Met deze rapportage hoopt Ecolybrium jullie van dienst te kunnen zijn. Uw reactie wordt dan ook zeer op prijs gesteld. Met vriendelijke groet,
Ecolybrium Ecologisch Onderzoek & Advies
Rapportage vleermuisonderzoek Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 24-1756)
7
Bijlage 1 Onderzoeksresultaten (A3-formaat)
Rapportage vleermuisonderzoek Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 24-1756)
8