CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20250930 07h Bijlage Quick scan onderzoek ecologische waarden

* Raadsvergaderingen 30 september 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Vaststellen TAM omgevingsplan Ursulinenconvent Eijsden3.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hoofdkantoor: Heugterbroekdijk 31 6003 RA WEERT

Opdrachtgever:

Vestiging Maastricht: Florijnruwe 111-8 6218 CA MAASTRICHT

Datum: 6 september 2023

Arcus Zuid Projectontwikkeling B.V. T.a.v. de heer A. van Sprakelaar Dorpstraat 98 6438 JX OIRSBEEK

Onderwerp: Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

Opgesteld door: De heer M.J.M. Coenen Geachte heer van Sprakelaar, Hierbij ontvangt u de rapportage inzake het quickscan onderzoek Ecologische Waarden uitgevoerd ter plekke van het Ursulinenklooster, te Eijsden, zie figuur 1.

Figuur 1: Onderzoekslocatie Ursulinenklooster, Eijsden

Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens een gedeelte te slopen, een gedeelte nieuw te bouwen en in totaal 40 woningen te realiseren (30 in de nieuwbouw en 10 in de bestaande bouw). Tevens is het hierbij noodzakelijk dat enkele monumentale bomen gerooid dienen te worden.  06 462 55 985  info@ecolybrium.nl  www.ecolybrium.nl

KVK nummer: 68599544 Bankrek.: NL19 KNAB 0257477624 BTW-nummer: NL857514313B01

In het kader van deze ontwikkelingen en in het kader van de benodigde bestemmingsplanwijziging is het noodzakelijk dat er een beeld ontstaat van de mogelijke aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten (en/of op gebruiksfuncties hiervan) en dient beoordeelt te worden of eventuele natuurwaarden met de voorgenomen ingrepen negatieve effecten ondervinden.

Onderzoeksmethodiek Om zicht te krijgen op de aanwezigheid van beschermde soorten is de ingreeplocatie onderzocht op het mogelijk aanwezig zijn of kunnen zijn van beschermde soorten. Dit onderzoek is uitgevoerd op 3 augustus 2023. Hierbij is de bebouwing vanaf de binnenzijde en de buitenzijde onderzocht en beoordeeld of er mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten en jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig zijn. Daarnaast is gekeken of er op en rondom de bebouwing beschermde planten voor kunnen komen, die met de voorgenomen werkzaamheden mogelijk hun groeiplekken verliezen. Er is tijdens het onderzoek verder gelet op mogelijke andere functies van soorten in en rondom de onderzoekslocatie.

Foto 1: Zicht op het complex op de noordzijde

Aanwezigheid natuurwaarden Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Tijdens het onderzoek is gebleken dat er geen nestlocaties aanwezig zijn voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten. De dakconstructie is geheel ongeschikt en biedt geen geschikte nestlocaties voor broedvogels (zoals huismus, gierzwaluw en huiszwaluw). Er is gebleken dat de dakpannen (voornamelijk leien) te plat zijn en dat er geen enkele ruimte aanwezig is voor huismussen om onder deze pannen te nestelen.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

2

De dakconstructie van het klooster is tevens ongeschikt voor gierzwaluw om te nestelen, omdat de aanwezige daktrimmen dermate strak gemonteerd zijn dat er geen ruimte is waar gierzwaluwen tussen en onderin kunnen kruipen.

Foto 2: De dakconstructie is voor soorten als gierzwaluw, huiszwaluw en huismus ongeschikt om als broedplek te dienen.

Foto 3: Ook het ronde aangebouwde deel aan de noordzijde is ongeschikt om te dienen als nestplaats voor vogels

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

3

Foto 4: De kopse kanten zijn onder de betonnen afdekstrip van de spouw, geheel dicht gevoegd en daarmee ongeschikt om te dienen als nestplaats voor bijvoorbeeld gierzwaluwen

De kopse kanten van het gehele pand zijn dicht gezet met voegwerk,. Zodat er nergens openingen zijn onder de kantopbouw van de dakgevels van het pand. Gierzwaluwen kunnen hier dus ook geen gebruik maken van onderliggende ruimtes. Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

4

Andere soorten met jaarrond beschermde nesten, zoals uilen of roofvogels zijn evenmin niet aanwezig. De zolders zijn geïnspecteerd op eventueel aanwezige uitwerpselen en braakballen van roofvogels (uilen met name), maar deze zijn nergens aangetroffen. De zolders zijn vanaf de buitenzijde ook geheel niet toegankelijk voor uilen.

Foto 5: De zolderruimte is niet toegankelijk voor vogels en vleermuizen

Effecten op gierzwaluwen, huiszwaluwen en/of huismussen en of andere soorten broedvogels met jaarronde nestbescherming, zijn uit te sluiten, omdat er geen geschikte broedlocaties aanwezig zijn in de bebouwing. Rondom het klooster is sprake van een groene omgeving met veel hoogopgaande, monumentale bomen en diverse struiken. In deze vegetatiestructuren kunnen diverse soorten broedvogels nestelen gedurende de broedperiode. Omdat deze soorten enkel bescherming genieten tijdens de broedperiode adviseren we de werkzaamheden te starten net voorafgaande aan het broedseizoen (dus rond begin februari), of te starten net na de broedperiode (na half augustus). Effecten op diverse algemeen voorkomende broedvogels zijn te voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode. Het grootste deel van de aanwezige bomen en struiken blijft overigens intact.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

5

Foto 6: De struiken en bomen in het gebied vormen potentieel geschikt broedbiotoop voor diverse kleinere algemeen voorkomende soorten vogels. Door de werkzaamheden zoveel als mogelijk buiten de broedperiode uit te voeren wordt voorkomend at er onverhoopt verstoring optreedt aan broedende vogels.

Vleermuizen De bebouwing kan mogelijk dienstdoen als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. De bebouwing heeft enkele geschikte invliegopeningen onder een houten plaatwerk aan de westgeoriënteerde gevel. Hier is een smalle kier aanwezig die toegang biedt aan vleermuizen. Tijdens een nabij uitgevoerd vleermuisonderzoek (Breusterstraat) is vastgesteld dat hier tenminste 7 laatvliegers uitgevlogen zijn. Om de exacte grootte van de groep vastgesteld te krijgen is er echter voor dit complex een nader onderzoek noodzakelijk. Tijdens de inspectie van de zolders is niet vastgesteld dat de zolders in de huidige staat in gebruik zijn door vleermuizen. De zolders zitten vol met spinnenrag en er zijn nergens uitwerpselen of vraatrestanten aangetroffen die duiden op het gebruik van de zolders. Bovendien zijn de zolders niet toegankelijk voor vleermuizen, omdat de openingen naar buiten afgedicht zijn met vogelwerend gaas, waar ook vleermuizen niet doorheen kunnen.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

6

Foto 7: Tijdens een vleermuisonderzoek, uitgevoerd in de nabijheid van het klooster is vastgesteld dat er in dit deel laatvliegers uitvliegen (minimaal 7 dieren geteld)

Foto 8: Veel spinnenrag op de zolder. Dit is een teken dat de zolder niet echt geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn dan ook geen aanwijzingen gevonden die duiden op het gebruik ervan. Daarnaast zijn de ruimtes niet toegankelijk.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

7

Rondom de bebouwing is geschikt jachtgebied aanwezig en/of ontwikkeld wat als foerageergebied dienst kan doen. Dit kan een essentieel foerageergebied betreffen, aangezien de oppervlakte van het groen aanzienlijk is. Ook het aanwezig zijn van primaire vliegroutes is op voorhand niet uit te sluiten, omdat de vegetatie ene robuust geheel vormt en verbindingen legt met de kern van Eijsden en het buitengebied van Eijsden.

Foto 9: Robuust groen vormt mogelijk essentieel jachtgebied voor vleermuizen

Effecten op vaste rust- en verblijfplekken van vleermuizen zijn op voorhand niet uit te sluiten, omdat er reeds uitvliegers zijn waargenomen tijdens een vleermuisonderzoek in de directe nabijheid. Daarnaast is het van belang te onderzoeken in hoeverre het aanwezige groen dienst dot als essentieel jachtgebied en of er primaire vliegroutes aanwezig zijn. Om een gedegen uitspraak te kunnen doen in het kader van de Wet natuurbescherming en om een gedegen toetsing op te stellen in relatie tot mogelijk overtredingen van verbodsbepalingen is nader vleermuisonderzoek noodzakelijk. Vaatplanten (muurplanten) Op en rondom de onderzoekslocatie zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen die enige hinder kunnen ondervinden, of hun groeiplaats verliezen door de beoogde werkzaamheden. Een goed ontwikkelde bloemrijke vegetatie (zoals schraal grasland) is niet aanwezig. Er zijn wel enkele bijzondere (behoudenswaardige) exemplaren van de steenvaren aangetroffen. Deze groeien allemaal aan de oostzijde in de muren van het pand. De groeiplaats in de muur is bijzonder en behoudenswaardig. De plant tast het voegwerk niet dusdanig aan dat de constructie daarmee in gevaar komt en kan dan ook gemakkelijk behouden blijven. Dit draagt ook bij aan het behoud van de regionale/lokale biodiversiteit.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

8

De gunstige staat van instandhouding van de lokaal aanwezige populatie kan in het geding raken als deze toch verwijderd worden van het pand. Dit zou een groot verlies betekenen voor de soort, maar vooral voor de lokale biodiversiteit.

Foto 10: Enkele tientallen steenbreekvarens groeien op de muren van het klooster. Deze soort was vroeger beschermd, maar tegenwoordig niet meer. Behoud ervan heeft de voorkeur om te voorkomen dat de soort op de lange termijn permanent uit de regio verdwijnt.

Een andere (tamelijk) bijzondere, maar toch algemeen voorkomende soort die gevonden is betreft de brede wespenorchis. Deze soort groeit vaak in een iets meer begroeid gebied. Zo ook in dit gebied komt deze soort met enkele tientallen voor nabij de struik- en bomenvegetatie aan de oostzijde van het gebied. Door de werkzaamheden kunnen deze planten hun groeiplaats verliezen, maar het zaad en de schimmel in de grond zullen wel in het gebied aanwezig blijven, zodat deze ook in de toekomst weer zal opduiken.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

9

Foto 11: brede wespenorchis

Effecten op beschermde vaatplanten zijn geheel uit te sluiten. Verdere maatregelen vanuit de Wet natuurbescherming zijn daarmee niet aan de orde. Effecten op bijzondere soorten (en dan met name de steenbreekvarens) zijn te voorkomen door deze gewoon te laten zitten.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

10

Overige soorten Andere beschermde soorten, zoals amfibieën, reptielen, vissen, libellen, dagvlinders en andere ongewervelden zijn niet aangetroffen en of te verwachten. Daarvoor is het aanwezige habitat verre van optimaal ontwikkeld. Er zijn geen (bewonings)sporen aangetroffen die duiden op enig gebruik van de bebouwing door steenmarters. Indien steenmarters actief op de zolders zouden zitten dan waren er zeer zeker sporen aangetroffen van bewoning (bijvoorbeeld latrines). De soort kan het gebied wel als foerageergebied gebruiken, echter, nader onderzoek achten we hiervoor niet noodzakelijk. Het gebied kan dienst doen als foerageergebied voor andere kleine marterachtigen zoals wezel en bunzing. Eenduidige aanwijzingen van de aanwezigheid zijn echter niet vastgesteld. Door het behouden/aanbrengen van houtstapels en rommelhoekjes kunnen deze soorten het gebied nog beter benutten als jachtgebied. Uit de opgedane gebiedsvisie is echter geen reden tot nader onderzoek naar voren gekomen naar het voorkomen van deze soorten. Effecten op bovengenoemde soortgroepen zijn in het geheel uit te sluiten vanwege het ontbreken van optimaal ontwikkelde leefgebieden.

Conclusies Uit het quickscan onderzoek kan worden geconcludeerd dat:  Er geen overtredingen van verbodsbepalingen optreden door de ingreep op broedvogels met jaarrond beschermde nesten, omdat er geen geschikte nestlocaties aanwezig zijn in de bebouwing;  In de bebouwing zijn enkele spouwopeningen aanwezig, die mogelijk dienstdoen als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. Effecten op vleermuizen zijn op voorhand dan ook niet uit te sluiten. Nader onderzoek (vanaf mei tot en met september) is noodzakelijk om vastgesteld te krijgen of de bebouwing dienstdoet als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen.  Ter plekke van de ingreeplocatie is het voorkomen van andere beschermde soorten zoals, planten, libellen, dagvlinders, vissen, reptielen, amfibieën, grondgebonden zoogdieren en overige ongewervelden geheel uit te sluiten. Effecten treden daarmee niet op.  De aanwezige steenbreekvarens behouden kunnen worden voor de toekomst, omdat deze de constructie van het pand niet dusdanig aantasten dat de bouwkundige staat ervan in het geding is.

Te kappen bomen Er zijn een aantal bomen benoemd die op de kaplijst staan voor het realiseren van de nieuwe aanbouw van het pand. Tijdens het veldbezoek is gekeken of er in deze bomen sprake is van de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van vogels en of er sprake is van de aanwezigheid van geschikte boomholtes of loszittende bast waar vleermuizen in of achter kunnen huisvesten. Uit deze bomenscan is gebleken dat er geen jaarrond beschermde nesten in de bomen aanwezig zijn en dat er ook geen boomholtes of andere openingen en plekken zijn waar vleermuizen aanwezig kunnen zijn. Het kappen van deze bomen (onder meer enkele beuken, tulpenboom en een exotische soort acer) betekent dan ook niet dat er overtredingen van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming optreden. Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

11

Bijlage 1 Geraadpleegde bronnen www.natuurgegevensprovincielimburg.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl (NDFF) Hustings F., van der Coelen J., van Noorden B., Schols R. & Voskamp P. 2006. Avifauna van Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Buggenum, H.J.M. van, R.P.G. Geraeds & A.J.W. Lenders (redactie), 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties, Maastricht. Kleukers, R.M.J.C., E.J. van Nieukerken, B. Odé, L.P.M. Willemse & W.K.R.E. van Wingerden, 1997. De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera). – Nederlandse Fauna 1. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden 416 blz., 14 platen. Turin, H., 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). – Nederlandse Fauna 3. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, Leiden 666 blz., 16 platen, met cd-rom. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea).

- Nederlandse Fauna 7. Leiden. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Huizenga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen, 2010. Zoogdieren van Limburg, verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Provincie Limburg (2017). Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wnb in Limburg, Provinciaal Blad Nr. 5634 (6 december 2017). Limburg. Provincie Limburg (2017). Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Provinciaal Blad Nr. 1845 (25 april 2017). Limburg.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

12

Bijlage 2 Wettelijke kaders SOORTENBESCHERMING Algemeen Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is de Wet natuurbescherming bepalend. De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van natuurlijke habitats en wilde flora en fauna in hun natuurlijke leefomgeving. De Wet natuurbescherming heeft de beschermingsregels opgesteld in de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn vertaald naar de Nederlandse situatie. VOGELRICHTLIJN Soorten van de Vogelrichtlijn Dit betreffen álle vogelsoorten die in Nederland aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten en verwilderde soorten, zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn:  Art. 3.1 lid 1: Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen  Art. 3.1 lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen  Art. 3.1 lid 3: Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben  Art.

3.1 lid 4 en 5: Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort HABITATRICHTLIJN, BERN BIJLAGE II, BONN BIJLAGE I Dit zijn alle soorten in onderdeel A van bijlage IV van de Habitatrichtlijn inclusief bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd:  Art. 3.5 lid 1: Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen  Art. 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren  Art. 3.5 lid 3: Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen  Artikel 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen  Art. 3.5 lid 5: Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen NATIONAAL BESCHERMDE SOORTEN Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het betreft hier de bescherming van in Nederland voorkomende soorten zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

13

 Art. 3.10 lid 1a: Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen  Art. 3.10 lid 1b: Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen  Art. 3.10 lid 1c: Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen Een project kan in strijd zijn met de Wet natuurbescherming wanneer een ruimtelijke ingreep direct of indirect leidt tot het aantasten van verblijf- en/of rustplaatsen van de aangewezen, niet vrijgestelde beschermde soorten of hun leefgebied. Afhankelijk van de ingreep en de soort kan dan een ontheffing noodzakelijk zijn. Ontheffingen worden slechts verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat, de ingreep vanwege een in de wet genoemd belang dient plaats te vinden en de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt. Vaak worden hierbij mitigerende en compenserende maatregelen gevraagd. WETTELIJKE BELANGEN I.R.T. ONTHEFFING Om een ontheffing te krijgen voor soorten van de Vogelrichtlijn moet worden voldaan aan een van de volgende belangen:  Wanneer de volksgezondheid en/of de openbare veiligheid in het geding is.  Wanneer de veiligheid van het luchtverkeer in het geding is.  Ter bescherming van flora en fauna.

Voor nationaal beschermde soorten geldt: ➢ Er is sprake van een bij de wet genoemd belang. Zorgplicht voor álle aanwezige soorten geldt volgens de Wet natuurbescherming altijd de zorgplicht (Art. 1.11); ➢ De zorgplicht schrijft voor dat we nadelige gevolgen voor inheemse planten en dieren moeten voorkomen – of ze nu beschermd zijn of niet – en zorgvuldig met onze omgeving om moeten gaan. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING LIMBURGSE INVULLING De provincie Limburg heeft beleidsregels opgesteld in het document Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wnb in Limburg (6 december 2017, Limburg) voor soorten die beschermd zijn binnen de Vogelrichtlijn of bijlage onderdeel A bij de Wnb, te weten:  De broedvogels zijn ingedeeld in de categorieën 1 t/m 4: ➢ Hiervan is het nest van de vogelsoorten horende tot de categorieën 1 t/m 3 jaarrond beschermd (zie tabel 1) ➢ Categorie 4 zijn de nesten van plaats trouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat, maar dusdanig kwetsbaar zijn dat de functionaliteit niet in het geding mag komen  Voor soorten in bijlage onderdeel A bij de Wnb geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014 bijlage III bij paragraaf 3.8 “Vrijstelling dieren bij ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud” zijn soorten opgenomen

waarvoor in Limburg een (gedeeltelijke) vrijstelling geldt (zie tabel 2)  Art. 4.3 en 4.4 lid 2; Soms is het voor de ontwikkeling erg moeilijk om een aanvullend onderzoek uit te voeren. Bijvoorbeeld als gezien de doorlooptijd die dit met zich mee brengt een toegekende subsidie komt te vervallen of veiligheidsaspecten eraan in de weg staan. In dergelijke omstandigheden zijn GS van mening dat er sprake is van een dermate uitzonderingssituatie dat de initiatiefnemer een ontheffingsaanvraag kan doen alsof de mogelijk aanwezige soorten daadwerkelijk aanwezig zijn. Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

14

De initiatiefnemer moet in zo’n geval een aanpak overleggen waaruit blijkt voor welke soorten hij deze aanpak volgt, wat de maximaal verwachte dichtheden van de soorten zijn en welke maatregelen uitgevoerd gaan worden. Nederlandse naam

Categorie

Kerkuil 1 Oehoe 1 Roek 1 Steenuil 1 Boerenzwaluw 2 Bosuil 2 Gierzwaluw 2 Grote gele kwikstaart 2 Huismus 2 Huiszwaluw 2 Ooievaar 2 Slechtvalk 2 Boomvalk 3 Havik 3 Ransuil 3 Raaf 3 Rode wouw 3 Torenvalk 3 Wespendief 3 Zwarte wouw 3 Tabel 1: indeling in categorieën jaarrond beschermde nesten in Limburg

Nederlandse naam

Periode vrijstelling

Aardmuis Gehele jaar Bosmuis Gehele jaar Bunzing Gehele jaar Bruine kikker Gehele jaar Dwergmuis Gehele jaar Dwergspitsmuis Gehele jaar Eekhoorn Maart- april en juli t/m november Egel Gehele jaar Gewone bosspitsmuis Gehele jaar Gewone pad Gehele jaar Haas Gehele jaar Hazelworm Juli, augustus en september Hermelijn Gehele jaar Huisspitsmuis Gehele jaar Kleine watersalamander Gehele jaar Konijn Gehele jaar Levendbarende hagedis 15 augustus t/m 15 oktober Meerkikker Gehele jaar Middelste groene kikker Gehele jaar Ondergrondse woelmuis Gehele jaar Ree Gehele jaar Rosse woelmuis Gehele jaar Steenmarter 15 augustus t/m februari Tweekleurige bosspitsmuis Gehele jaar Veldmuis Gehele jaar Vos Gehele jaar Wezel Gehele jaar Woelrat Gehele jaar Tabel 2: Vrijgestelde soorten Limburg bij ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud (Omgevingsverordening Limburg 2014)

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Ursulinenklooster Eijsden (ons kenmerk: 23-1478)

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=ca106efc-c7af-4d66-aa83-4b5eeb4e693e