CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20250930 06n Bijlage 10 BP Bredeweg Banholt - Toelichting Rapportage quickscan flora en fauna

* Raadsvergaderingen 30 september 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan Bredeweg 29-29a Banholt8.173 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan beschermde natuurwaarden Bredeweg Banholt 2025

Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies

Quickscan beschermde natuurwaarden Bredeweg Banholt, 2025 Status: Definitief, 7 juli 2025

In opdracht van: Familie Geron

Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies

Ing. R.A.J. Pahlplatz Projectnummer: 25-069 Foto omslag: Zicht op plangebied.

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING................................................................................................................................................ 1 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................... 1 1.2 Voorgenomen ontwikkeling .................................................................................................................. 1 1.3 Beschrijving plangebied ....................................................................................................................... 2 1.4 Opzet van de quickscan....................................................................................................................... 2

2.

ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING ....................................................................................................... 3 2.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 3 2.2 Afwegingskader Wet natuurbescherming - Natura 2000 ........................................................................ 3 2.3 Afwegingskader Omgevingsverordening Provincie Limburg 2014 .......................................................... 4

3.

ANALYSE SOORTBESCHERMING .......................................................................................................... 5 3.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 5 3.2 Flora ................................................................................................................................................... 6 3.3 Zoogdieren .......................................................................................................................................... 6 3.4 Vogels................................................................................................................................................. 7 3.5 Overige beschermde soorten ............................................................................................................... 8

4.

HOUTOPSTANDEN .................................................................................................................................. 9

5.

CONCLUSIES ........................................................................................................................................ 10 5.1 Conclusies gebiedsbescherming ........................................................................................................ 10 5.2 Conclusies soortbescherming ............................................................................................................ 10 5.3 Houtopstanden .................................................................................................................................. 11

6.

BRONNEN.............................................................................................................................................. 12

Bijlage 1 Beleid en wettelijke kaders Bijlage 2 Onderzoeksgebied NDFF

Bureau Meervelt

1.

Quickscan beschermde natuurwaarden werkzaamheden Zonnehuis Weert

INLEIDING

1.1 Aanleiding In Banholt ligt op kadastraal perceel A4546 een perceel landbouwgrond met een stal. De stal was in gebruik als een voormalige varkenshouderij, maar is al enkele jaren buiten gebruik. Het perceel ligt aan de oostkant van Banholt, tussen de Hondsrugweg en de Bredeweg en aan de noordzijde van het perceel loopt een pad dat beide wegen met elkaar verbindt. Op deze locatie worden de mogelijkheden verkend om woningbouw te realiseren. Hiertoe dient de stal te worden gesloopt en het terrein bouwrijp te worden gemaakt. Voorafgaand aan deze ontwikkeling dient een omgevingsplanprocedure te worden doorlopen. Een onderzoek naar beschermde natuurwaarden maakt deel uit van de benodigde onderzoeken van deze procedure.

BANHOLT

Figuur 1 en 2: Ligging van het plangebied in Banholt (Limburg Atlas, 2025). In deze quickscan wordt, mede als invulling van de zorgplicht die is opgenomen in het Besluit Activiteiten Leefomgeving, in beeld gebracht of beschermde natuurwaarden in het plangebied en de omgeving daarvan aanwezig (kunnen) zijn en of er op grond van de Omgevingswet en bijbehorende besluiten sprake is van een: • Natura 2000 activiteit en/of, • Flora en fauna activiteit en/of, • Activiteit in houtopstanden. In de quickscan wordt tevens in beeld gebracht of er aanwijzingen zijn dat soorten van de Rode lijst of andere soorten aanwezig (kunnen) zijn in het plangebied. Ook wordt onderzocht of het plangebied deel uitmaakt van provinciaal beschermde gebieden (Natuurnetwerk Limburg of Groenblauwe mantel op basis van de Omgevingsverordening Limburg, 2021). Aangegeven wordt welke stappen doorlopen dienen te worden in geval beschermde natuurwaarden in het geding dreigen te komen.

1.2 Voorgenomen ontwikkeling De stal wordt (in geval van doorgang van het plan) gesloopt. De nog aanwezige struiken aan de noordzijde van de voormalige stal worden verwijderd en het plangebied wordt bouwrijp gemaakt. Op het perceel wordt een aantal woningen gebouwd.

1

Bureau Meervelt

Quickscan beschermde natuurwaarden werkzaamheden Zonnehuis Weert

1.3 Beschrijving plangebied Het perceel is in gebruik als regulier productiegrasland en is hierdoor eenvormig en soortenarm. De enkele aanwezige struiken bestaan voornamelijk uit een enkele lage Esdoorn en een ondergroei van struiken. De stal is nagenoeg hermetisch afgesloten. Openingen in dak of stootvoegen in de muren werden tijdens het veldbezoek niet geconstateerd.

Figuur 3 en 4: Zicht op het plangebied.

1.4 Opzet van de quickscan In hoofdstuk 2 en 3 worden respectievelijk de gebieds- en soortbescherming uitgewerkt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op houtopstanden. In hoofdstuk 5 worden de conclusies op een rij gezet en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen beschreven. In bijlage 1 wordt relevante achtergrondinformatie op het gebied van natuurwetgeving en beleid weergegeven. In bijlage 2 zijn de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (Quickscanhulp) opgenomen.

2

Bureau Meervelt

2.

Quickscan beschermde natuurwaarden werkzaamheden Zonnehuis Weert

ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING

2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt per afwegingskader aangegeven of het plangebied deel uitmaakt van een beschermd gebied en wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ingreep een mogelijk negatieve invloed te verwachten is op aanwezige beschermde gebieden in de omgeving. Ten aanzien van gebiedsbescherming zijn drie afwegingskaders relevant: • Afwegingskader Natura 2000 activiteit (Omgevingswet), • Afwegingskader Nationale Omgevingsvisie (NOVI), • Afwegingskader Omgevingsverordening Limburg (Natuurnetwerk en Groenblauwe Mantel). Bij onbekendheid met deze afwegingskaders wordt geadviseerd bijlage 1 eerst door te nemen.

2.2 Afwegingskader Wet natuurbescherming - Natura 2000 In de Omgevingswet is een Natura 2000-activiteit gedefinieerd als: ‘Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied.’.Het is op grond van de Omgevingswet en bijbehorende besluiten verboden zonder vergunning een activiteit uit te voeren die significante gevolgen kan hebben op Natura 2000-gebieden. Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt op een afstand van ruim 2 kilometer van Natura 2000 gebied Savelsbos, op 2,2 kilometer van Natura 2000 gebied Noorbeemden en op circa 3,4 kilometer van Natura 2000 gebied Geuldal (zie figuur 5).

Savelsbos

Geuldal

Noorbeemden

Figuur 5: Ligging van het plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (Limburg Atlas, 2025). Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van significante gevolgen door een plan of project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten. Als gevolg van de werkzaamheden in het plangebied kunnen storingsfactoren optreden als geluid en trilling. Deze storingsfactoren hebben een beperkte uitstraling en zijn niet van invloed op de omliggende Natura 2000 gebieden of verder weg gelegen Natura 2000-gebieden. Significante gevolgen kunnen daardoor voor alle storingsfactoren op voorhand worden uitgesloten, met uitzondering van project-gerelateerde emissie van stikstof. 3

Bureau Meervelt

Quickscan beschermde natuurwaarden werkzaamheden Zonnehuis Weert

De enige mogelijk relevante storingsfactor is stikstof. Voor de sloop- en bouwwerkzaamheden dient een Aeriusberekening te worden uitgevoerd om te bepalen of stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Als uit de berekening blijkt dat stikstofdepositie door de uitvoering van de werkzaamheden op Natura 2000 gebieden optreedt dient een effectbepaling te worden opgesteld om na te gaan of daadwerkelijk (significant) negatieve effecten door de sloop optreden in de vorm van een voortoets. Als uit de Aeriusberekening blijkt dat stikstofdepositie niet optreedt op Natura 2000 gebieden zijn geen verdere vervolgstappen nodig.

2.3 Afwegingskader Omgevingsverordening Provincie Limburg 2014 In de Nationale Omgevingsvisie (hoofdstuk 3) is door het Rijk vastgelegd ‘Het kabinet wil dat de komende decennia de biodiversiteit herstelt. Dat vergt een robuust en verbonden geheel van natuurgebieden. Het Natuurnetwerk Nederland wordt in de toekomst daarom verder beschermd, vergroot en verbonden. Conform de afspraken in het Natuurpact88 met provincies zal tenminste 80.000 ha. extra natuur zijn ingericht voor 2027.’ De begrenzing en bescherming van het Natuurnetwerk Limburg (verder NNL) is vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening (vastgesteld 17 december 2021). In het NNL worden wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Limburg beschermd. Als wezenlijke kenmerken en waarden gelden, in bestaande en nog te realiseren natuurgebieden de aanwezige en potentiële natuurwaarden vertaald in natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de natuurbeheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. Verder behoren tot de wezenlijke kenmerken en waarden de beschermde soorten, de geomorfologische en aardkundige waarden en processen, het cultuurhistorisch erfgoed, de waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte, openheid of juist geslotenheid van de landschapsstructuur.

De beleidsregel Natuurcompensatie is van toepassing als voorafgaand aan de activiteit is vastgesteld dat de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd en/of de kernkwaliteiten van de Groenblauwe mantel en/of van het Beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd. Als de beleidsregel Natuurcompensatie van toepassing is, ontstaat een compensatieplicht en moet, wil de activiteit doorgang kunnen vinden, financiële compensatie, dan wel fysieke compensatie plaatsvinden. De voorwaarden die gelden bij een compensatieplicht zijn uitgewerkt in de beleidsregel natuurcompensatie. In onderstaande figuur 8 wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuur- en landschapszones weergegeven.

Figuur 6: Ligging plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk en de Groenblauwe mantel (Limburg Atlas, 2025). Het plangebied overlapt niet met het Natuurnetwerk Limburg. Vervolgstappen zijn niet nodig.

4

Bureau Meervelt

3.

Quickscan beschermde natuurwaarden werkzaamheden Zonnehuis Weert

ANALYSE SOORTBESCHERMING

3.1 Inleiding Ten aanzien van soortbescherming is de Wet natuurbescherming relevant. Voor meer informatie over dit afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. In de Wet natuurbescherming zijn drie beschermingsregimes vastgesteld: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; 3. Beschermingsregime andere soorten (ook wel de Nationale lijst genoemd). De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn uitgewerkt in de ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in de provincie Limburg’. Voor soorten kan een vrijstelling gelden bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstellingslijst kan per provincie verschillend zijn. De lijsten per beschermingsregime en de vrijstellingslijst zijn opgenomen in bijlage 1. Bij onbekendheid met dit wettelijk kader wordt geadviseerd deze bijlage eerst door te nemen. In dit hoofdstuk wordt onderzocht of beschermde soorten ter hoogte van het plangebied en de omgeving daarvan (kunnen) voorkomen. Daartoe zijn gegevens verzameld van de sites van de provincie Limburg en de Nationale Databank Flora en Fauna (Quickscanhulp).

De natuurgegevens van de NDFF (zie bijlage 2) betreffen de gegevens in een straal van ruim 1 kilometer van het plangebied/tracé; de waarnemingen uit de laatste vijf jaar worden in de tabel in bijlage 2 weergegeven1. Met betrekking tot vogelgegevens geldt dat deze in de NDFF niet worden geselecteerd op type waarnemingen zoals 'waarneming broedende vogel of overtrekkend'. De NDFF geeft een overzicht van alle op het moment van opvragen goedgekeurde actuele waarnemingen, dus ook losse waarnemingen (kort pleisterend, overtrekkend) in de NDFF. Dit houdt in dat de informatie ten aanzien van beschermde broedvogels onvoldoende gedetailleerd is (een te geringe informatiewaarde heeft) om concrete uitspraken te doen op basis van deze gegevensset over voorkomen in het plangebied. De gegevens uit de dataset van de NDFF over vogels worden daarom in de quickscan buiten beschouwing gelaten. Ten aanzien van potentiële broedvogels wordt tijdens het veldbezoek een inschatting gemaakt op basis van aanwezige geschikte nestgelegenheid. De gegevensset is samengesteld in juni 2025 en aangevuld met een veldbezoek in juni 2025. Door het karakter van het overgrote deel van het plangebied (soortenarme monocultuur van gras) is de kans op aanwezigheid van beschermde natuurwaarden niet erg groot.

Tijdens het veldbezoek is het terrein doorkruist en is extra aandacht besteed aan mogelijke aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen, nesten van jaarrond beschermde broedvogels, (verblijfplaatsen en wissels van) Dassen en andere beschermde dieren. De resultaten van het veldbezoek zijn (voor zover relevant) in deze rapportage opgenomen. Indien beschermde soorten aanwezig (kunnen) zijn, wordt aangegeven welke eventuele vervolgstappen moeten worden doorlopen.

1

In de NDFF worden ook gegevens uit andere bronnen geïmporteerd zoals gegevens van de NGO’s en waarneming.nl; updates

vinden met enige regelmaat plaats waardoor gegevens met enige vertraging beschikbaar kunnen komen in de NDFF.

5

Bureau Meervelt

Quickscan beschermde natuurwaarden werkzaamheden Zonnehuis Weert

3.2 Flora Uit de verzamelde gegevens zijn uit het plangebied en directe omgeving geen waarnemingen bekend van beschermde soorten. De provincie Limburg heeft in deze regio in 2010 een vlakdekkende florakartering uitgevoerd. Hoewel de gegevens verouderd zijn geven ze wel een indicatie van de aanwezige flora. Beschermde planten onder de huidige wetgeving werden toen niet aangetroffen. Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat de locatie weinig diversiteit in wilde planten heeft door het regulier agrarisch gebruik. De aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten kan op grond van het aangetroffen biotoop worden uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing voor planten is niet nodig.

3.3 Zoogdieren In onderstaande tabel 1 zijn waarnemingen opgenomen van zoogdieren in een straal van circa enkele honderden meters rond het plangebied in de laatste vijf jaar. Tabel 1: Overzicht waargenomen soorten rond het plangebied (bron: NDFF). Grijs: soorten waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer of onderhoud. Naam

Groep

Beschermingsregime

Das

Zoogdieren

andere soorten

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

Habitatrichtlijn

Konijn

Zoogdieren

andere soorten

Steenmarter*

Zoogdieren

andere soorten

* Vrijstelling geldt van 15 augustus t/m februari.

Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat het plangebied enkel geschikt leefgebied vormt voor enkele soorten muizen, Egel, Mol, Haas en Konijn. Incidenteel kunnen andere soorten zoals Vos of kleine marterachtigen van het terrein gebruik maken. Vaste rust- en verblijfsplaatsen van deze soorten zijn niet in het plangebied aanwezig. Tijdens het veldbezoek werden geen indicaties verkregen van aanwezigheid van verblijfsplaatsen van deze soorten. Ook in de gegevensset zijn geen verblijfplaatsen bekend. Voor deze soorten geldt een (gedeeltelijke) vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Wel geldt de zorgplicht (zie hiervoor hoofdstuk 4). Het plangebied maakt deel uit van het leefgebied van Das. In 2011 werd op de Bredeweg net ten oosten van Banholt Das als verkeersslachtoffer aangetroffen en in de afgelopen vijf jaar werden twee waarnemingen van Das gedaan. In de directe omgeving van het plangebied blijft voor Das en Steenmarter geschikt leefgebied in ruime mate voorhanden. De aanwezigheid van verblijfsplaatsen van Das kon tijdens het veldbezoek worden uitgesloten. Vleermuizen Tijdens het veldbezoek werd vastgesteld dat geschikte verblijfsplaatsen in de stallen ontbreken; invliegopeningen met toegang tot de stal ontbreken. Incidenteel kunnen wel rustende vleermuizen aanwezig zijn achter de aangebrachte platen of overstekende delen.

Er zijn echter geen geschikte locaties die kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaatsen zoals voortplantingsverblijven of winterverblijven. Nader onderzoek naar aanwezigheid van vleermuizen voor het slopen van de stal is niet nodig. De struiken en bomen zijn beoordeeld op het voorkomen van geschikte holten die kunnen dienen als vaste voortplantings- of verblijfplaats voor vleermuizen. Deze holten ontbreken. Net ten noorden van het plangebied ligt een hoogstamboomgaard (kersen). Deze boomgaard is geschikt foerageergebied en maakt naar verwachting deel uit van een vliegroutes en/of foerageergebied van vleermuizen. In de omgeving liggen veel kleine landschapselementen (hoogstamfruitboomgaarden, Banholtergrubbe, bosgebied ten zuiden van Mheer). De ingreep is niet zodanig dat sprake is van aantasting van een essentieel leefgebied of essentiële vliegroute. Vervolgstappen zijn niet nodig. 6

Bureau Meervelt

Quickscan beschermde natuurwaarden werkzaamheden Zonnehuis Weert

3.4 Vogels In de Omgevingswet zijn verbodsbepalingen opgenomen met betrekking tot vogels in het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. In grote lijnen komen deze verbodsbepalingen op het volgende neer: het is verboden vogels te doden of te vangen, het is verboden in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen te beschadigen of weg te nemen, het is verboden eieren te beschadigen, te rapen of onder zich te hebben, het is verboden vogels te storen behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Een ontheffing of vrijstelling is mogelijk onder bepaalde voorwaarden (zie ook bijlage 1). Jaarrond beschermde nesten Nesten van een aantal soorten zijn jaarrond beschermd; ook de functionele omgeving van deze jaarrond beschermde nesten is beschermd. Storing met als gevolg het (tijdelijk) verlaten van een jaarrond beschermd nest wordt eveneens beschouwd als vernielen van het nest als daardoor het broedsucces vermindert. De lijst van soorten met een jaarrond beschermd nest is opgenomen in tabel 1. Tabel 1: Lijst met vogelsoorten met strenge bescherming van nesten (Omgevingsverordening Limburg, 2023 - Bijlage 3). Categorie

Soorten

1

Kerkuil, Oehoe, Roek, Steenuil,

2

Boerenzwaluw, Bosuil, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart, Huismus, Huiszwaluw, Ooievaar, Slechtvalk,

3

Boomvalk, Havik, Ransuil, Raaf, Rode wouw, Torenvalk, Wespendief, Zwarte wouw

4

Bijeneter, Blauwe reiger, Buizerd, Draaihals, IJsvogel, Grauwe klauwier, Grutto, Kramsvogel, Kwartelkoning, Oeverzwaluw, Paapje, Ringmus, Roerdomp, Sperwer, Spotvogel, Visdief, Wulp, Zomertortel, Zwarte specht

Categorie 1: jaarrond gebruikte nesten. Deze soorten maken ook buiten het broedseizoen gebruik van de nestplaats Categorie 2: zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar Categorie 3: plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen . Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is. Categorie 4: zijn de nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft.

Tabel 2: Lijst met de regionaal te toetsen vogelsoorten aan de gunstige staat van instandhouding (Omgevingsverordening Limburg, 2023 - Bijlage 4). Boerenzwaluw, Boomleeuwerik, Boomvalk, Gele kwikstaart, Graspieper, Grauwe vliegenvanger, Groene specht, Grutto, Huismus, Huiszwaluw, IJsvogel, Kerkuil, Kneu, Koekoek, Kortsnavelboomkruiper, Kramsvogel, Kwartelkoning, Matkop, Nachtegaal, Nachtzwaluw, oeverloper, Paapje, Patrijs, Pijlstaart, Porseleinhoen, Raaf, Ransuil, Ringmus, Scholekster, Slechtvalk, Slobeend, Snor, Spotvogel, Steenuil, Tapuit, Tureluur, Veldleeuwerik, Velduil, Watersnip, Wielewaal, Wintertaling, Wulp, Zomertaling, Zomertortel

Nesten van andere soorten zijn buiten het gebruik voor de voortplanting niet beschermd. Voor kunstmatige nestgelegenheid geldt dat deze verplaatst mogen worden als de functionaliteit effectief behouden blijft ondanks de verplaatsing.

7

Bureau Meervelt

Quickscan beschermde natuurwaarden werkzaamheden Zonnehuis Weert

Broedvogels in het plangebied Uit de gegevensset zijn geen broedvogels bekend. Tijdens het veldbezoek werden geen territoriumindicatieve waarnemingen verricht (zang, balts, in gebruik zijnde nesten). Op grond van het gebruik van het plangebied en de afwezigheid van geschikte broedgelegenheid is de aanwezigheid van broedvogels vrijwel uit te sluiten. Aanwezigheid van broedvogels is echter nooit geheel uit te sluiten. Alle nesten van broedvogels zijn beschermd zo lang deze in gebruik zijn en de jongen afhankelijk zijn van het nest. Verstorende werkzaamheden of activiteiten in het broedseizoen zijn niet toegestaan als nesten aanwezig zijn in het plangebied of de nabijheid daarvan. Een indicatie voor de broedperiode is 15 maart tot 15 juli. Let op: dit is slechts een indicatie, van belang is of broedende vogels aanwezig zijn of niet. Bij voorkeur worden de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd. De werkzaamheden kunnen echter ook binnen het broedseizoen worden uitgevoerd, indien voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden door een ter zake kundige wordt vastgesteld dat broedvogels in het plangebied ontbreken.

3.5 Overige beschermde soorten Overige beschermde soorten zijn niet uit het plangebied en de directe omgeving bekend. bekend. Op grond van het aangetroffen biotoop is aanwezigheid van deze andere beschermde soorten op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek of een ontheffing voor overige beschermde soorten is niet nodig.

8

Bureau Meervelt

4.

Quickscan beschermde natuurwaarden werkzaamheden Zonnehuis Weert

HOUTOPSTANDEN

In de voorgenomen werkzaamheden is velling van enkele bomen opgenomen. Op grond van artikel 3.10.2 van de Algemene verordening gemeente Eijsden-Margraten is een vergunning nodig als de boom op de lijst staat met beschermde bomen staat zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Deze zijn te raadplegen via de interactieve bomenkaart.

Figuur 7: De beschermde bomenrij in het plangebied is met rood aangegeven op de bomenkaart van de gemeente Eijsden-Margraten (https://groene-parels-eijsden-margraten.hosting.jankeesvw.com/). Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat de bomenkaart niet meer actueel is en dat alle bomen rond de stal al zijn geveld. Hier is al eerder een kapvergunning voor aangevraagd én verleend met daarin opgenomen enkele algemene en voorwaarden, de compensatieverplichting en aandacht voor beschermde natuurwaarden. De bomenkaart is echter niet bijgewerkt na het verlenen van de vergunning. Vervolgstappen zijn niet nodig.

9

Bureau Meervelt

5.

Quickscan beschermde natuurwaarden werkzaamheden Zonnehuis Weert

CONCLUSIES

5.1 Conclusies gebiedsbescherming Natura 2000 • Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt op een afstand van ruim 2 kilometer van Natura 2000 gebied Savelsbos, op 2,2 kilometer van Natura 2000 gebied Noorbeemden en op circa 3,4 kilometer van Natura 2000 gebied Geuldal (zie figuur 5). • Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van significante gevolgen door een plan of project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten. Als gevolg van de werkzaamheden in het plangebied kunnen storingsfactoren optreden als geluid en trilling. Deze storingsfactoren hebben een beperkte uitstraling en zijn niet van invloed op de omliggende Natura 2000 gebieden of verder weg gelegen Natura 2000-gebieden. Significante gevolgen kunnen daardoor voor alle storingsfactoren op voorhand worden uitgesloten, met uitzondering van project-gerelateerde emissie van stikstof. • De enige mogelijk relevante storingsfactor is stikstof. Voor de sloop- en bouwwerkzaamheden dient een Aeriusberekening te worden uitgevoerd om te bepalen of stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000gebieden plaatsvindt.

Als uit de berekening blijkt dat stikstofdepositie door de uitvoering van de werkzaamheden op Natura 2000 gebieden optreedt dient een effectbepaling te worden opgesteld om na te gaan of daadwerkelijk (significant) negatieve effecten door de sloop optreden in de vorm van een voortoets. Als uit de Aeriusberekening blijkt dat stikstofdepositie niet optreedt op Natura 2000 gebieden zijn geen verdere vervolgstappen nodig. Omgevingsverordening Limburg • Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk (in Limburg: buiten de Goudgroene natuurzone) en andere beschermde zones. Aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden binnen de Goudgroene natuurzone of aantasting van kernkwaliteiten in de Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone treedt niet op. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.

5.2 Conclusies soortbescherming •

Het plangebied en omgeving is leefgebied van enkele beschermde soorten. Voor een aantal soorten zijn maatregelen nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze soorten zijn opgenomen in onderstaande tabel 6.

10

Bureau Meervelt

Quickscan beschermde natuurwaarden werkzaamheden Zonnehuis Weert

In het algemeen geldt: als dieren worden aangetroffen in het plangebied geldt te allen tijde geldt de zorgplicht2. Dieren die tijdens de werkzaamheden aanwezig zijn dienen met rust gelaten te worden zodat op eigen kracht een veilig heenkomen kan worden gezocht, eventueel kunnen dieren verplaatst worden naar een veilige locatie. Eventueel aanwezige holen dienen voorzichtig opengemaakt te worden. Diepe tijdelijke kuilen of greppels dienen voorzien te worden van schuine randen zodat dieren die hierin lopen op eigen kracht weer eruit kunnen.

•

Tabel 6: Soorten waarvoor nader aandacht nodig is. Soort

Activiteit

Broedvogels

Mogelijke

Onderzoek

overtreding

nodig?

(Mitigerende) maatregel

Ontheffing

Vellen van

Verstoring/

Nee, mits

Werkzaamheden uitvoeren buiten de

Nee, mits

bomen /

vernietiging

mitigerende

broedperiode (indicatie voor broedperiode: 15

mitigerende

verwijderen

van nesten

maatregelen

maart - 15 juli) of plangebied ongeschikt maken

maatregelen

van struiken /

genomen

voorafgaand aan de broedperiode. Let op: ook

genomen

slopen van

worden

buiten deze periode kunnen nog broedende

worden

vogels aanwezig zijn. Ook deze nesten zijn

.

nodig

stal

beschermd. Raadpleeg bij twijfel een ecoloog.

Bij het onverhoopt toch aantreffen van beschermde planten- of diersoorten tijdens de uitvoering van de werkzaamheden waarvoor geen vrijstelling geldt, dienen de werkzaamheden te worden stilgelegd en dient contact opgenomen te worden met een ecoloog om benodigde vervolgstappen te bespreken.

•

5.3 Houtopstanden Bomen en opslag ontbreken nagenoeg in het plangebied. Een aanvraag omgevingsvergunning voor kappen is niet nodig.

2

De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11 Wet natuurbescherming. In het tweede lid

wordt de zorgplicht nader geconcretiseerd door te bepalen dat deze plicht inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: 1.

dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel,

2.

indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te

3.

voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

voorkomen, of

11

Bureau Meervelt

6.

Quickscan beschermde natuurwaarden werkzaamheden Zonnehuis Weert

BRONNEN

Omgevingswet Besluit Activiteiten Leefomgeving. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2020. Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Provincie Limburg, 2017. Beleidsregel voor de passieve soortenbescherming in Limburg. Provincie Limburg, 2021. Omgevingsverordening Limburg.

www.ecogrid.nl https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default www.natuurgegevensprovincielimburg.nl

12

Bijlage 1 Beleid en wettelijke kaders Voor de bescherming van natuurgebieden en flora en fauna in Nederland zijn de belangrijkste kaders: 1. de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2. de Omgevingswet 3. Het besluit activiteiten leefomgeving - hoofdstuk 11 4. De Omgevingsverordening Limburg 5. De Beleidsregel passieve soortenbescherming Limburg In deze bijlage worden in grote lijnen deze kaders uiteengezet. Hieraan kunnen geen rechten worden verbonden, de officiële (wets)teksten zijn leidend. 1. DE NATIONALE OMGEVINGSVISIE De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Er zijn vier prioriteiten vastgesteld: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder prioriteit 4 zijn o.a.

de volgende instrumenten voorhanden: • Nationaal Programma Landelijk Gebied • Grondwaterparagraaf • Programma Natuur • Programma Versterken Biodiversiteit • Bossenstrategie • Realisatieplan Visie Landbouw, Natuur en Voedsel • Programma ONS Landschap • Nationale parken De instrumenten van de NOVI vullen elkaar aan en zijn gezamenlijk nodig om de beleidsdoelen te kunnen bereiken. Een deel van deze bijdrage bestaat uit de regels die zijn opgenomen in de vier Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB’s) onder de Omgevingswet.

2. DE OMGEVINGSWET Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en instandhouden van een veilige en gezonde fysiek leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarden van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Omgevingsvisies beschrijven de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving/voorgenomen ontwikkeling, gebruik en beheer/hoofdzaken. Deze visies worden op het niveau van Rijk, Provincie en Gemeente opgesteld. Ook kunnen programma’s worden opgesteld. Zo stellen Rijk en GS Natura 2000 beheerplannen vast en stelt het Rijk een programma voor stikstof vast. Bij algemene AMvB worden (o.a.) regels gesteld over: • Natura 2000 activiteiten en activiteiten met mogelijke verstrekkende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. • Het vellen en beheren van houtopstanden. • Flora en fauna-activiteiten.

In hoofdstuk 5 van de Omgevingswet worden verbodsbepalingen genoemd ten aanzien van Natura 2000-gebieden en flora en fauna: Artikel 5.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: • Een Natura 2000 activiteit*, tenzij het gaat om een bij AMvB aangewezen geval. • Een flora- en fauna activiteit** voor zover het gaat om een bij AMvB aangewezen geval. *Natura 2000-activiteit: Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. **Flora- en fauna-activiteit: Activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten.

Daarbij kunnen gevallen aangewezen worden waarin binnen bij die aanwijzing aangegeven grenzen, in het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening van de aanwijzing worden afgewezen. Dit kan ook via Ministeriele regeling of via programma. Artikel 5.5 Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift van de omgevingsvergunning voor o.a. een flora- en fauna activiteit, Natura 2000 activiteit. De Omgevingswet steunt op vier pijlers, de vier AMvB’s: 1. Het besluit activiteiten leefomgeving (Bal) 2. Het besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) 3. Het besluit Kwaliteit leefomgeving (Bkl) 4. Het Omgevingsbesluit Voor het beoordelen van mogelijke effecten op Natura 2000 en flora en fauna is het besluit activiteiten leefomgeving van belang. Hoofdstuk 11 van dit besluit gaat over activiteiten die de natuur betreffen.

3 HET BESLUIT ACTVITEITEN LEEFOMGEVING (Bal) NATURA 2000 - Besluit Activiteiten Leefomgeving Afdeling 11.1 gaat over activiteiten met mogelijke verslechterende of significante verstorende gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden. GS is meestal bevoegd gezag, soms is dit de Minister voor Natuur en Stikstof (bijvoorbeeld voor een Natura 2000-activiteit van nationaal belang). In artikel 11.6 is een specifieke zorgplicht opgenomen voor Natura 2000 1 Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.1, eerste lid, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het belang, bedoeld in artikel 11.2, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2

De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat: a. voorafgaand aan het verrichten van activiteiten in, of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kennis wordt genomen van de informatie in het aanwijzingsbesluit van het gebied over de leefgebieden voor vogelsoorten, natuurlijke habitats en habitats van soorten waarvoor het gebied is aangewezen en de daarvoor geldende instandhoudingsdoelstellingen; b. wordt nagegaan of op voorhand op grond van objectieve gegevens verslechterende of significant verstorende gevolgen kunnen worden uitgesloten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor de leefgebieden, natuurlijke habitats en habitats van soorten, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen; d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om verslechterende of significant verstorende gevolgen, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, voor het betrokken gebied te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f.

het verrichten van de activiteit wordt gestaakt, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen als zich, ondanks de getroffen maatregelen, verslechterende of significant verstorende gevolgen voordoen voor de leefgebieden, natuurlijke habitats of habitats van soorten waarvoor het gebied is aangewezen.

Maatwerkregels kunnen in de omgevingsverordening gesteld worden met het oog op natuurbescherming, behalve over een activiteit waarvoor minister voor Natuur en Stikstof een bevoegdheid heeft. In artikel 11.18 tot en met 11.19 worden vergunningvrije gevallen aangewezen. Dit kan alleen maar als: a. op voorhand op grond van objectieve gegevens met zekerheid kan worden uitgesloten dat die activiteit afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen voor een Natura 2000gebied kan hebben; b. een passende beoordeling als bedoeld in artikel 8.74b van het Besluit kwaliteit leefomgeving is uitgevoerd, waaruit de zekerheid is verkregen dat die activiteit de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten; of c. voor zover het een aanwijzing in een omgevingsverordening of ministeriële regeling betreft: de activiteit, met inachtneming van artikel 8.74b, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, kan worden gerechtvaardigd op grond van dwingende redenen van groot openbaar belang, het ontbreken van alternatieve oplossingen en het treffen van compenserende maatregelen die waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.

FLORA EN FAUNA - Besluit Activiteiten Leefomgeving Afdeling 11.2 gaat over activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild. Ook hier geldt een specifieke zorgplicht: 1 Degene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b tot en met g, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2 Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a. voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1°. van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2°.

van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3°. dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3°, van de wet; en 4°. voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen.

Artikel 11.28 gaat over het voorkomen onnodig lijden van dieren: Eenieder die een in het wild levend dier doodt of vangt, voorkomt dat het dier onnodig lijdt. Vogelrichtlijnsoorten (Vogelrichtlijn, bijlage I) Het is verboden zonder omgevingsvergunning: • Vogels opzettelijk te doden of te vangen • Nesten en rustplaatsen opzettelijk te vernielen of te beschadigen of eieren weg te nemen • Vogels opzettelijk te storen Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. Op dit verbod zijn uitzonderingen en er zijn vergunningvrije gevallen aangewezen zoals bijvoorbeeld voor schadeveroorzakende soorten.

Habitatrichtlijnsoorten (Habitatrichtlijn, bijlage IV) Het is verboden zonder omgevingsvergunning: • Dieren opzettelijk te doden of te vangen • Dieren opzettelijk te verstoren • Opzettelijk eieren te vernielen of te rapen • Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen • Standplaatsen van planten te vernielen of planten te plukken Ook bij dit verbod zijn vergunningvrije gevallen aangewezen. Andere soorten (Bal, bijlage IX) Het is verboden zonder omgevingsvergunning: • Dieren opzettelijk te doden of te vangen • Vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van deze dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen • Standplaatsen van planten te vernielen of planten te plukken Bosmuis, Huisspitsmuis en Veldmuis zijn vrijgesteld voor zover deze zich in gebouwen of op erven bevinden. Ook bij dit verbod zijn vergunningvrije gevallen aangewezen. Van belang zijn vooral de vrijstellingen die de provincie Limburg in de omgevingsverordening Limburg heeft opgenomen. Er kunnen maatwerkregels opgesteld worden in de omgevingsverordening. Onderstaande lijst betreft alleen relevante soorten voor Limburg (zeezoogdieren zijn niet opgenomen) HABITATRICHTLIJN - Beschermde soorten conform art 11.46, lid 1 Zoogdieren Baardvleermuis

Myotis mystacinus

Kleine hoefijzerneus

Rhinolophus hipposideros

Bechstein’s vleermuis

Myotis bechsteinnii

Laatvlieger

Eptesicus serotinus

Bever

Castor fiber

Lynx

Lynx lynx

Bosvleermuis

Nyctalus leisleri

Meervleermuis

Myotis dasycneme

Brandt’s vleermuis

Myotis brandtii

Mopsvleermuis

Barbastella barbastellus

Bruinvis

Phocoena phocoena

Nathusius’ vleermuis

Pipistrellus nathusii

Euraziatische lynx

Lynx lynx

Noordse woelmuis

Microtus oeconomus

Franjestaart

Myotis nattereri

Otter

Lutra lutra

Gewone dolfijn

Delphinus delphis

Rosse vleermuis

Nyctalus noctula

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

Tuimelaar

Tursiops truncatus

Gewone grootoorvleermuis

Plecotus auritus

Tweekleurige vleermuis

Vespertilio murinus

Hazelmuis

Muscardinus avellanarius

Vale vleermuis

Myotis myotis

Ingekorven vleermuis

Myotis emarginatus

Wilde kat

Felis silvestris

Kleine dwergvleermuis

Pipistrellus pygmaeus

Wolf

Canus lupus

Boomkikker

Hyla arborea

Muurhagedis

Podarcis muralis

Geelbuikvuurpad

Bombina variegata

Poelkikker

Rana lessonae

Gladde slang

Coronella austriacus

Rugstreeppad

Bufo calamita

Heikikker

Rana arvalis

Vroedmeesterpad

Alytes obstreticans

Kamsalamander

Triturus cristatus

Zandhagedis

Lacerta agilis

Knoflookpad

Pelobates fuscus

Reptielen en amfibieën

Dagvlinders Donker pimpernelblauwtje

Maculinea nausithous

Tijmblauwtje

Maculinea arion

Grote vuurvlinder

Lycaena dispar

Zilverstreephooibeestje

Coenonympha hero

Pimpernelblauwtje

Maculinea teleius

Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart

Proserpinus proserpina

Libellen Bronslibel

Oxygastra curtisii

Noordse winterjuffer

Sympecma paedisca

Gaffellibel

Ophiogomphus cecilia

Oostelijke witsnuitlibel

Leucorrhinia

Gevlekte witsnuitlibel

Leucorrhinia pectoralis

Rivierrombout

Stylurus flavipes

Groene glazenmaker

Aeshna viridis

Sierlijke witsnuitlibel

Leucorrhinia caudalis

Conegonus oxyrrhynchus

Steur

Acipenser sturio

Drijvende waterweegbree

Luronium natans

Kruipend moerasscherm

Apium repens

Groenknolorchis

Liparis loeselii

Zomerschroeforchis

Spiranthes aestivalis

Dytiscus latissimus

Heldenbok

Cerambyx cerdo

Gestreepte waterroofkever

Graphoderus bilineatus

Juchtleerkever

Osmoderma eremita

Vermiljoenkever

Cucujus cinnaberinus

Platte schijfhoren

Anisus vorticulus

Vissen Houting Vaatplanten

Kevers Brede geelrandwaterroofkever

Weekdieren Bataafse stroommossel

Unio crassus

NATIONAAL - Beschermde soorten conform artikel 11.54 Besluit activiteiten leefomgeving Planten Blaasvaren

Cystopteris fragilis

Kleine wolfsmelk

Euphorbia exigua

Groensteel

Asplenium viride

Kluwenklokje

Campanula glomerata

Schubvaren

Ceterach officinarum

Knollathyrus

Lathyrus linifolius

Akkerboterbloem

Ranunculus arvensis

Knolspirea

Filipendula vulgaris

Akkerdoornzaad

Torilis arvensis

Korensla

Arnoseris minima

Akkerogentroost

Odontites vernus

Kranskarwij

Carum verticillatum

Beklierde ogentroost

Euphrasia rostkoviana

Kruiptijm

Thymus praecox

Berggamander

Teucrium montanum

Lange zonnedauw

Drosera longifolia

Bergnachtorchis

Platanthera montana

Liggende ereprijs

Veronica prostrata

Blauw guichelheil

Anagallis arvensis

Moerasgamander

Teucrium scordium

Bokkenorchis

Himantoglossum hircinum

Muurbloem

Erysimum cheiri

Bosboterbloem

Ranunculus polyanthemos

Naakte lathyrus

Lathyrus aphaca

Bosdravik

Bromopsis ramosa

Naaldenkervel

Scandix pecten-veneris

Brave hendrik

Chenopodium bonus-henricus

Pijlscheefkelk

Arabis hirsuta

Brede wolfsmelk

Euphorbia platyphyllos

Roggelelie

Lilium bulbiferum

Breed wollegras

Eriophorum latifolium

Rood peperboompje

Daphne mezereum

Bruinrode wespenorchis

Epipactis atrorubens

Rozenkransje

Antennaria dioica

Dennenorchis

Goodyera repens

Ruw parelzaad

Lithospermum arvense

Dreps

Bromus secalinus

Scherpkruid

Asperugo procumbens

Echte gamander

Teucrium chamaedrys

Schubzegge

Carex lepidocarpa

Franjegentiaan

Gentianella ciliata

Smalle raai

Galeopsis angustifolia

Geelgroene wespenorchis

Epipactis muelleri

Spits havikskruid

Hieracium lactucella

Geplooide vrouwenmantel

Alchemilla subcrenata

Steenbraam

Rubus saxatilis

Getande veldsla

Valerianella dentata

Stijve wolfsmelk

Euphorbia stricta

Gevlekt zonneroosje

Tuberaria guttata

Stofzaad

Monotropa hypopitys

Glad biggenkruid

Hypochaeris glabra

Tengere distel

Carduus tenuiflorus

Gladde zegge

Carex laevigata

Tengere veldmuur

Minuartia hybrida

Groene nachtorchis

Coeloglossum viride

Trosgamander

Teucrium botrys

Groot spiegelklokje

Legousia speculum-veneris

Veenbloembies

Scheuchzeria palustris

Grote bosaardbei

Fragaria moschata

Vliegenorchis

Ophrys insectifera

Grote leeuwenklauw

Aphanes arvensis

Vroege ereprijs

Veronica praecox

Honingorchis

Herminium monorchis

Wilde ridderspoor

Consolida regalis

Kalkboterbloem

Ranunculus polyanthemos

Wilde averuit

Artemisia campestris

Kalketrip

Centaurea calcitrapa

Wilde weit

Melampyrum arvense

Karthuizeranjer

Dianthus carthusianorum

Wolfskers

Atropa bella-donna

Karwijsalie

Selinum carvifolia

Zandwolfsmelk

Euphorbia seguieriana

Kleine ereprijs

Veronica verna

Zinkviooltje

Viola lutea subsp. calaminaria

Kleine schorseneer

Scorzonera humilis

Zweedse kornoelje

Cornus suecica

Kevers Vliegend hert

Lucanus cervus

Libellen Beekrombout

Gomphus vulgatissimus

Gewone bronlibel

Cordulegaster boltonii

Bosbeekjuffer

Calopteryx virgo

Hoogveenglanslibel

Somatochlora arctica

Donkere waterjuffer

Coenagrion armatum

Kempense heidelibel

Sympetrum depressiusculum

Gevlekte glanslibel

Somatochlora flavomaculata

Speerwaterjuffer

Coenagrion hastulatum

Pyrgus malvae

Kleine heivlinder

Hipparchia statilinus

Bosparelmoervlinder

Fabriciana adippe

Kleine ijsvogelvlinder

Limenitis camilla

Bruin dikkopje

Erynnis tages

Kommavlinder

Hesperia comma

Bruine eikenpage

Satyrium ilicis

Sleedoornpage

Thecla betulae

Duinparelmoervlinder

Fabriciana niobe

Spiegeldikkopje

Heteropterus morpheus

Gentiaanblauwtje

Maculinea alcon

Veenbesblauwtje

Agriades optilete

Grote parelmoervlinder

Speyeria aglaja

Veenbesparelmoervlinder

Boloria aquilonaris

Grote vos

Nymphalis polychloros

Veenhooibeestje

Coenonympha tullia

Grote weerschijnvlinder

Apatura iris)

Veldparelmoervlinder

Melitaea cinxia

Iepenpage

Satyrium w-album

Zilveren maan

Boloria selene

Dagvlinders Aardbeivlinder

Kreeftachtigen Europese rivierkreeft

Astacus astacus

Vissen Beekdonderpad

Cottus rhenanus

Gestippelde alver

Alburnoides bipunctatus

Beekprik

Lampetra planeri

Grote modderkruiper

Misgurnus fossilis

Elrits

Phoxinus phoxinus

Kwabaal

Lota lota

Alpenwatersalamander

Mesotriton alpestris

Meerkikker

Rana ridibunda

Bruine kikker

Rana temporaria

Middelste groene kikker

Pelophylax kl. esculentus

Gewone pad

Bufo bufo

Vinpootsalamander

Lissotriton helveticus

Kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

Vuursalamander

Salamandra salamandra

Adder

Vipera berus ssp. berus

Levendbarende hagedis

Zootoca vivipara

Hazelworm

Anguis fragilis

Ringslang

Natrix natrix

Amfibieën

Reptielen

Zoogdieren Aardmuis

Microtus agrestis

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Boommarter

Martes martes

Molmuis

Arvicola scherman

Bosmuis

Apodemus sylvaticus

Ondergrondse woelmuis

Pitymys subterraneus

Bunzing

Mustela putorius

Ree

Capreolus capreolus

Damhert

Dama dama

Rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

Das

Meles meles

Steenmarter

Martes foina

Dwergmuis

Micromys minutus

Tweekleurige bosspitsmuis

Sorex coronatus

Dwergspitsmuis

Sorex minutus

Veldmuis

Microtus arvalis

Edelhert

Cervus elaphus

Veldspitsmuis

Crocidura leucodon

Eekhoorn

Sciurus vulgaris

Vos

Vulpes vulpes

Egel

Erinaceus europeus

Waterspitsmuis

Neomys fodiens

Eikelmuis

Eliomys quercinus

Wezel

Mustela nivalis

Gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Wild zwijn

Sus scrofa

Grote bosmuis

Apodemus flavicollis

Woelrat

Arvicola terrestris

Haas

Lepus europeus

Hermelijn

Mustela erminea

Huisspitsmuis

Crocidura russula

HOUTOPSTANDEN Afdeling 11.3 gaat over activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen. De afdeling gaat niet over: a. houtopstanden binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour houtkap, bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten worden geteeld; d. houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen; e. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, als deze niet ouder zijn dan 20 jaar; f. kweekgoed; g. uit populieren of wilgen bestaande: 1°.wegbeplantingen; 2°.beplantingen langs waterwegen; en 3°.eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; h. het dunnen van een houtopstand voor de bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand; i. it populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, als zij: 1°.ten minste eens per 10 jaar worden geoogst; 2°.bestaan uit minstens 10.000 stoven per ha per beplantingseenheid, die bestaat uit aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 m; en 3°.zijn aangelegd na 1 januari 2013; en j.

houtopstanden die een kleinere oppervlakte grond beslaan dan 10 a, of bestaan uit een rijbeplanting die 20 of minder bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Bevoegd gezag is meestal GS, in andere gevallen de Minister voor Natuur en Stikstof. Ook voor houtopstanden geldt een specifieke zorgplicht: Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.111, eerste lid, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.112 (hier valt ook natuurbescherming onder!), is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Artikel 11.126 gaat over de melding vellen houtopstanden. 1 Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder dit ten minste vier weken maar niet eerder dan een jaar voor het begin daarvan te melden. 2 Dit artikel is niet van toepassing op het periodiek vellen van griend- of hakhout. Artikel 11.127 gaat over de gegevens en bescheiden die nodig zijn bij vellen van de houtopstanden.

1 Als de minister het bevoegd gezag is waaraan een melding voor het geheel of gedeeltelijk vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 11.126, wordt gedaan, worden uiterlijk gelijktijdig met de melding de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de startdatum van de activiteit; b. een toelichting waarom het vellen van de houtopstand nodig is; c. de oppervlakte van de te kappen houtopstand in vierkante meters; d. een specificatie van: 1°.het aantal te kappen bomen;

2°.de soortaanduiding van de bomen; en 3°.de leeftijd van de bomen; e. als sprake is van rijbeplanting: de onderlinge plantafstand in de rij in meters; f. een plan hoe aan de plicht tot herbeplanting, bedoeld in artikel 11.129, wordt voldaan met ten minste de volgende gegevens: 1°.de oppervlakte van de herbeplante houtopstand in m2; 2°.een specificatie van: i.het aantal herbeplante bomen; ii.de soortaanduiding van de herbeplante bomen; en iii.de kwaliteit van de herbeplante bomen; en 3°.een toelichting over geplande uitvoering van de herbeplanting; en g. als herbeplanting op andere grond dan de grond, bedoeld in artikel 11.129, eerste lid, gewenst is: 1°.een afschrift van een gesteld maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 11.130; of 2°.een afschrift van een aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 11.130. 2. Ten minste vier weken voor de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, wijzigen, worden de gewijzigde gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag. Er kan een maatwerkvoorschrift gelden.

4. OMGEVINGSVERORDENING LIMBURG In hoofdstuk 8 van de omgevingsverordening wordt ingegaan op Natura 2000-gebieden (gereserveerd). In hoofdstuk 9 van de omgevingsverordening Limburg wordt ingegaan op flora en fauna. Het hoofdstuk gaat in op de volgende hier niet nader toegelichte zaken: • Faunabeheer en – beheerplannen, wildbeheereenheden, • De benodigde gegevens, termijnen, eisen aan herbeplanting etc. bij velling van houtopstanden, • Het bestrijden van schadeveroorzakende dieren, • Het doden van wilde zwijnen door drijven, • Het veiligstellen van amfibieën tegen het verkeer, • Het beschermen van vogels tegen landbouwwerkzaamheden, • Vrijstellingen voor onderzoek en onderwijs • Faunaschade Hier wordt wel nader toegelicht: • Het vangen van dieren bij ruimtelijke ontwikkelingen, beheer of onderhoud. Artikel 9.23 gaat over vrijstellingen bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer of onderhoud. Het verbod, bedoeld in artikel 11.58, vijfde lid, onderdeel a en b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, geldt niet voor het vangen en vernielen of beschadigen van de vaste voortplantings- of rustplaatsen van de soorten, genoemd in Bijlage X bij deze verordening, als wordt voldaan aan de volgende criteria: a. de activiteit is nodig: 1.

in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 2. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 3. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; of 4. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; b. het vangen van de dieren vindt alleen plaats met behulp van schepnetten, schermen, vangemmers, vangkooien en kastvallen; c. er wordt alleen overgegaan tot vangen van de dieren, als het niet redelijkerwijs mogelijk is om de dieren te verdrijven van de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden; d. De vrijstellingen gelden alleen voor de periode die in Bijlage X is genoemd bij de betreffende soort; e. Gevangen dieren worden direct na de vangst weer in de directe omgeving vrijgelaten.

Bijlage 5 Omgevingsverordening Limburg

Deze vrijstelling geldt voor artikel 11.54 lid 1 en betreft doden, vangen en/of beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen.

5. BELEIDSREGELS T.B.V. DE NATUURBESCHERMING IN LIMBURG

PASSIEVE

SOORTENBESCHERMING

ONDER

DE

WET

De beleidsregel is (in terminologie) nog niet aangepast aan de nieuwe omgevingswet maar is nog wel van toepassing. In de beleidsregels wordt uitleg gegeven over de verbodsbepalingen, de indieningsvereisten voor een vergunningaanvraag enz. In de beleidsregels is in bijlage 3 een lijst opgenomen met in Limburg jaarrond beschermde nesten van broedvogels. Deze lijst is hieronder opgenomen. Tabel: Lijst jaarrond beschermde vogelnesten (Beleidsregel passieve soortenbescherming Limburg, 2017). Soort

Categorie

Soort

Categorie

Soort

Categorie

Boerenzwaluw

2

Huiszwaluw

2

Roek

1

Boomvalk

3

Kerkuil

1

Slechtvalk

2

Bosuil

2

Oehoe

1

Steenuil

1

Gierzwaluw

2

Ooievaar

2

Torenvalk

3

Grote gele kwikstaart

2

Ransuil

3

Wespendief

3

Zwarte wouw

3

Havik

3

Raaf

3

Huismus

2

Rode wouw

3

Categorie 1:

Jaarrond gebruikte nesten (ook buiten broedseizoen gebruik van de nestplaats).

Categorie 2:

Zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar

Categorie 3:

Plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen. Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is.

Soorten waarbij getoetst moet worden of voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft Voor de soorten in onderstaande tabel dient te worden vastgesteld dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. In dat geval geldt geen jaarronde bescherming van het nest. Als er onvoldoende alternatieve leefomgeving aanwezig is, geldt wel een jaarronde bescherming. Tabel 5: Soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is als er onvoldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. (Beleidsregels passieve soortenbescherming Limburg, 2017). Van de vet weergegeven soorten zijn territoria aangetroffen in of in de directe omgeving van het plangebied. Bijeneter

Grauwe klauwier

Kwartelkoning

Roerdomp

Wulp

Blauwe reiger

Grutto

Oeverzwaluw

Sperwer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=5ea6233f-0883-475e-9f59-701360dab6c3