20250408 06k TAM Bijlage 3 Motivering Archeologie
Tekst van het document
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 24065 Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland Gemeente Eijsden-Margraten. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O, verkennend booronderzoek)
Joep Orbons Anneleen Van de Water
Oktober 2024
ArcheoPro
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 24065 Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland Gemeente Eijsden-Margraten. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O, verkennend booronderzoek) Colofon Opdrachtgever
Gemeente Eijsden-Margraten, Amerikaplein 1, 6269 DA Margraten Projectcode 24-105 Bestandsnaam ArcheoPro Rapport Pastoor Rosierstraat, OostMaarland 2024 10 24 Versie 24-10-2024 Status definitief Archis melding (zaaknummer) 5608305100 Bevoegd gezag Gemeente Eijsden-Margraten Deskundige namens de Har van der Borgh bevoegde overheid Opslagplaats documentatie Provincie Limburg ISSN 1569-7363 Auteur(s) Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Anneleen Van de Water (actorregistratie 36360291) Projectleider Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Projectmedewerkers Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Anneleen Van de Water (actorregistratie 36360291) Menno van den Berg (actorregistratie 74973362) Onderaannemers Niet van toepassing Autorisatie Drs. R.P. Exaltus; senior KNA archeoloog
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2024 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 24-10-2024
Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 3
Inhoudsopgave SAMENVATTING ........................................................................................................................................ 4 1. INLEIDING ............................................................................................................................................... 7 1.1 ALGEMEEN .................................................................................................................................................................................................... 7 1.2 LOCATIEGEGEVENS (LS02) .................................................................................................................................................................. 7 1.3 HUIDIGE SITUATIE (LS01) .................................................................................................................................................................... 9 1.4 AARD VAN DE INGREEP (LS01) ............................................................................................................................................................
9 1.5 ONDERZOEK EN VRAAGSTELLING (LS01) ........................................................................................................................................11 1.6 BELEID EN RANDVOORWAARDEN ............................................................................................................................................................12
2. BUREAUONDERZOEK ........................................................................................................................ 12 2.1 METHODE EN BRONNEN ...........................................................................................................................................................................12 2.2 GEO(MORFO)LOGIE, AARDKUNDE EN BODEM (LS04) ...................................................................................................................13 2.3 ARCHEOLOGIE (LS01/LS04) .........................................................................................................................................................21 2.4 INFORMATIE AMATEURARCHEOLOGEN (LS01/LS04) ..................................................................................................................27 2.5 HISTORIE (LS03) ............................................................................................................................................................................27 2.6 GESPECIFICEERD ARCHEOLOGISCH VERWACHTINGSMODEL (LS05) ...........................................................................................31 2.7 ONDERZOEKSSTRATEGIE (LS05) ......................................................................................................................................................34
3. VELDONDERZOEK .............................................................................................................................. 36 3.1 VERRICHTE WERKZAAMHEDEN (VS03) ...........................................................................................................................................36 3.2 RESULTATEN BOORONDERZOEK (VS03) .........................................................................................................................................36
4. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
(VS07) ............................................................................. 40
4.1. CONCLUSIES ...............................................................................................................................................................................................40 4.2. SELECTIEADVIES EN AANBEVELINGEN...................................................................................................................................................41
5. LITERATUUR EN BRONNEN ............................................................................................................ 42 6. BIJLAGES................................................................................................................................................ 44 BIJLAGE 1: VERKLARENDE WOORDENLIJST ..................................................................................................................................................44 BIJLAGE 2: ARCHEOLOGISCHE TIJDSCHAAL...................................................................................................................................................44 BIJLAGE 3: OVERZICHT VONDSTLOCATIES ....................................................................................................................................................45 BIJLAGE 4: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE MONUMENTEN ........................................................................................................................45 BIJLAGE 5: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSMELDINGEN .....................................................................................................46 BIJLAGE 6: BOORBESCHRIJVING ......................................................................................................................................................................48
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 4
Samenvatting In juli & augustus 2024 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVOO) uitgevoerd op een terrein aan de Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland (gemeente Eijsden-Margraten). Het archeologisch onderzoek betrof een bureaustudie met een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) middels verkennende boringen. Aanleiding voor dit onderzoek is de geplande herontwikkeling van het plangebied ten behoeve van woningbouw en de daar bijhorende bestemmingsplanprocedure. Er worden bodemroeringen voorzien van 50 tot 100 cm -mv ter plaatse van de nieuwbouw, ontsluitingsweg en parkeergelegenheid en tot 200 cm -mv ter plaatse van de nieuwe wadi. Het plangebied ligt in het meest zuidelijke deel van het Limburgse Maasdal. De afstand tot het huidige zomerbed van de Maas bedraagt circa 1,2 km. Het plangebied ligt in een gebied dat bestaat uit een serie Maasterrassen waarbij het plangebied op het terras van Oost-Maarland is gelegen. Dit terras dateert uit het Weichsel. In de Maasterrassen heeft insnijding (door overlaten en geulen) plaatsgevonden en heeft de Maas rivierkleien afgezet. In deze rivierkleien zijn verbruinde ooivaaggronden ontstaan. Historisch ligt het plangebied binnen agrarische landen en velden tussen de oude dorpen van Oost en Maarland, in een iets lager gelegen deel van het landschap.
Het plangebied lijkt nooit bebouwd geweest te zijn en ook de omgeving van het plangebied is pas recent (late 20 ste eeuw) in de stedelijke uitbreidingen van Oost en Maarland opgegaan. Archeologisch is slechts een beperkte hoeveelheid informatie beschikbaar voor dit Maasterras. De beperkte informatie wijst op bewoning en gebruik vanaf het neolithicum tot in de nieuwe tijd. Hierbij worden de resten uit late middeleeuwen en nieuwe tijd overwegend in en rond de oude kernen en bewoningsclusters aangetroffen. Voor resten of vindplaatsen ouder dan het neolithicum ontbreken momenteel alle aanwijzingen. Bodemkundig is enkele keren vastgesteld dat er inderdaad sprake is van jonge en oude rivierkleiafzettingen op terrasafzettingen (van Terras van Oost-Maarland) en dat in deze rivierkleiafzettingen geen bodems gevormd zijn.
Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een variabele archeologische verwachting: - onbekend voor vindplaatsen uit het paleolithicum en mesolithicum (gelegen in de top van de terrasafzettingen); - middelhoog tot hoog voor nederzettingen, begravingen en off site fenomenen uit de periode neolithicum tot en met de Romeinse tijd (in de top van de jonge dan wel oude rivierklei) - laag voor nederzettingen, begravingen uit de periode middeleeuwen en nieuwe tijd - hoog voor off site fenomenen uit de periode middeleeuwen en nieuwe tijd (in de top van de jonge rivierklei) Het verkennend booronderzoek (bestaande uit 19 boringen) heeft een zeer uniform beeld gecreëerd. De bodemopbouw bestaat uit een sequentie van een bouwvoor van 15 tot 40 cm dikte op een jonge rivierklei ( lichtbruine tot bruine, matig tot sterk siltige, matig stevige klei) op een oude rivierklei (bruine tot lichtbruine sterk tot uiterst siltige klei met een zwakke tot matig zwakke zandfractie). In geen van de rivierkleiafzettingen zijn sporen aangetroffen van bodemvorming. Tijdens het booronderzoek zijn geen zandige en/of grindige bedding- c.q. terrasafzettingen van de Maas aangetroffen. Evenmin zijn er aanwijzingen aangetroffen voor geulafzettingen (of Heugemse Overlaat). Er is dus sprake van een ligging van het plangebied op de terrasvlakte van het Maasterras.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 5
Het booronderzoek heeft geen aanleiding gegeven om de verwachting van het bureauonderzoek bij te stellen. Archeologische resten vanaf de ijzertijd worden in de top van de jonge rivierklei verwacht (15 tot 40 cm -mv). Resten uit het neolithicum en bronstijd worden in de top van de oude rivierklei (80 tot 110 cm -mv) verwacht. Oudere resten kunnen eventueel voorkomen in de top van de terrasafzettingen. Omdat deze tijdens het booronderzoek niet zijn vastgesteld, kan daarvoor geen concrete diepte-indicatie opgegeven worden. Het planvoornemen zal zowel de top van de jonge rivierklei als de top van de oude rivierklei verstoren en daarmee dus ook de eventueel daarin aanwezige archeologische vindplaatsen. De terrasafzettingen worden niet verstoord door het beoogde planvoornemen. Gezien de impact van het planvoornemen en de archeologische niveaus met potentiële aanwezige vindplaatsen, wordt geadviseerd om vervolgonderzoek (proefsleuven) uit te voeren waarbij zowel aandacht wordt besteed aan het niveau van de jonge rivierklei (resten tot ijzertijd) als dat van de oude rivierklei (resten van neolithicum en/of bronstijd).
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 6
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) op de moderne topografische kaart1 met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 7
1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoering bureaustudie Datum uitvoering veldwerk Archis onderzoeksmelding Onderzoekskader Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde overheid Bewaarplaats vondsten Bewaarplaats documentatie
1.2 Locatiegegevens
Hoekcoördinaten plangebied (bounding box)
Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Klic nummer Bepaling locaties
Versie: 24-10-2024
Niet van toepassing Provinciaal depot Limburg, E-depot, Archis, depot ArcheoPro
(LS02)
Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging
Kadastrale ligging
Gemeente Eijsden-Margraten, Amerikaplein 1, 6269 DA Margraten Rick van den Bogert Augustus 2024 Augustus 2024 5608305100 Bestemmingsplanwijzing Gemeente Eijsden-Margraten Har van der Borgh
Limburg Eijsden-Margraten Oost-Maarland Pastoor Rosierstraat, Oost-Maarland Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van de gemeente Eijsden-Margraten, ten noordoosten van de bebouwde kern van Oost-Maarland. Figuur 1. 178017 / 311733 178017 / 311885 178217 / 311885 178217 / 311733 Eijsden, afdeling 00, sectie G, percelen 108, 109 en 110 1,97 Hectare openbaar Grasland en (voormalige) boomgaard 49,6 t/m 50,2 , +NAP 24G036356 GPS Garmin, meetlinten
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 8
Figuur 2: Luchtfoto van 2005 (boven) en 2021 (onder).2 Het plangebied is telkens rood omlijnd.
2 Bron: http://www.pdok.nl
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
1.3 Huidige situatie
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 9
(LS01)
Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van de gemeente Eijsden-Margraten, ten noordoosten van de bebouwde kern van Oost-Maarland. Het plangebied grenst aan de Pastoor Rosierstraat (zuid- en westzijde) en de spoorlijn Maastricht-Luik (oostzijde). Aan de noordzijde grenst het plangebied aan een boomgaard en bewoning langs de Parrestraat. Het plangebied is momenteel in gebruik al grasland met een aantal resterende (fruit)bomen c.q. restant van een boomgaard. Met name in het oostelijke deel staan nog (fruit) bomen in noord-zuid georiënteerde rijen. Dwars over het plangebied (in een noord-zuidoriëntatie evenwijdig met de spoorlijn) loopt een rioolleiding. Hierbij kan uitgegaan worden van een bodemroering van minimaal 4 m breedte tot een diepte van 2 tot 3 m -mv. Andere bodemroeringen zijn niet bekend.3
Figuur 3: foto’s van het plangebied.4 Boven het westelijke deel (perceel 108) en onder het oostelijke deel (percelen 109 en 110).
1.4 Aard van de ingreep (LS01) Aard ingreep
Het planvoornemen bestaat uit een herbestemming van het plangebied naar woningbouw. In verschillende verkavelingsfases zal het plangebied ontwikkeld worden. Op het moment van uitvoeren van dit onderzoek is enkel de eerste verkavelingsfase inzichtelijk. Allicht /
3 Ook niet na navraag bij de initiatiefnemer / eigenaar. 4 Foto’s: initiatiefnemer / eigenaar 2024.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 10
mogelijk volgen er later (binnen het plangebied) nog meer fases met vergelijkbare activiteiten.
Wijze fundering5
Onderkeldering Diepte bodemverstoring Verwachte wijziging grondwaterstand Toekomstige ligging boven- en ondergrondse infrastructuur Toekomstige ligging verharding
De eerste verkavelingsfase situeert zich aan de zuidelijke rand (tegen de Pastoor Rosierstraat). In totaal worden daar 12 per twee of drie geschakelde woningen en een appartementsblok langs de Pastoor Rosierstraat gebouwd. Rondom deze woningen wordt een ontsluitingsweg aangelegd en centraal in het plangebied een parking met 22 parkeervakken. Op het oostelijke perceel wordt een groene parkachtige setting aangelegd met een waterbuffer. Zie figuur 4. Fundering van de woningen is nog onbekend. Indien uit geotechnisch onderzoek blijkt dat de bodemstabiliteit gegarandeerd kan worden, wordt uitgegaan van 1 m -mv. Fundering van de parkeervakken en nieuwe ontsluitingsweg is naar verwachting 50 tot 60 cm mv. Onbekend. Woningen: 1 m -mv parkeervakken en ontsluitingsweg: 60 cm -mv wadi: max. 2 m -mv Niet van toepassing. Onbekend. De woningen van deze bouwfase zullen aangesloten worden op de nutsvoorzieningen in de pastoor Rosierstraat. Onbekend.
5 Informatie ontvangen van opdrachtgever d.d. augustus 2024.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 11
Figuur 4: Ontwerp van de nieuwe situatie.6
1.5 Onderzoek en vraagstelling (LS01) In juli & augustus 2024 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVOO) uitgevoerd op een terrein aan de Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland (gemeente Eijsden-Margraten). Het archeologisch onderzoek betrof een bureaustudie met een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) middels verkennende boringen. Bureauonderzoek heeft tot doel om alle beschikbare informatie te bundelen. Vervolgens kan deze gebruikt worden om te komen tot een gespecificeerde archeologische (verwachtings)waarde. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Aan de hand van de resultaten hiervan kan worden vastgesteld of binnen het plangebied daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn. Op welke diepte deze (kunnen) voorkomen en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen.
De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: kan op basis van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? In Nederland dient het vaststellen van de archeologische (verwachtings)waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek is uitgevoerd door drs. ing. P.J. Orbons (senior KNA archeoloog / 6 Bron: gemeente Eijsden-Margraten, document 24.12001 Inrichtingsontwerp fase 1 Versie C 22-05-2024.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 12
senior KNA prospector / senior vakspecialist), M. van den Berg (KNA prospector) en lic. A.E.M. Van de Water (senior KNA archeoloog) conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.1 en SIKB BRL 4000). ArcheoPro is in het bezit van het daarvoor vereiste SIKB BRL 4000 certificaat 4002 en 4003 (IVO o).
1.6 Beleid en randvoorwaarden Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld.7 Dit beleid is vertaald in het omgevingsplan van de gemeente. Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid en het omgevingsplan8 valt het plangebied grotendeels in een zone van archeologische waarde 5 (middelhoge verwachting). Een strook in het zuiden van het plangebied langs de Pastoor Rosierstraat is ingedeeld in een zone van waarde 4 (hoge verwachting). Aan deze zoneringen heeft het gemeentelijke beleid de vrijstellingsgrenzen van 30 cm -mv en 500 m² (waarde 4) dan wel 40 cm-mv en 1.000 m² (waarde 5) gekoppeld. Om in deze zone een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer bij overschrijding van de vrijstellingsgrens, een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente EijsdenMargraten heeft geen aanvullende uitvoeringskaders voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek.
Dit onderzoek is dus gebaseerd op de algemene criteria die in de KNA staan geformuleerd.
2. Bureauonderzoek 2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.1, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren. Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: • Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; • Aanmelden onderzoek bij Archis; • Beschrijven huidig gebruik; 7 Erfgoedverordening Eijsden-Margraten 2013 en Verhoeven & Moonen 2012. 8 https://omgevingswet.overheid.nl/
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
• • • • •
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 13
Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; Opstellen gespecificeerde verwachting; Opstellen rapport bureauonderzoek.
Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) • Archeologische MonumentenKaart (AMK) • ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) • Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 • De geschiedenis van het Zuid-Limburgse cultuurlandschap, J. Renes 1988 • Gemeente Eijsden-Margraten, Archeologische beleidskaart • Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 • Geologische kaart 1:50.000 • Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) • Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Limburg 1:25.000 18941926 • Kaart Archeologie in Nederland: dit is een combinatie van de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Hierop zijn bekende behoudenswaardige archeologische terreinen verzameld, gecombineerd met de trefkans (hoog, middelhoog, laag) op archeologische resten. Sinds 2014 wordt de AMK niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De huidige AMK kan dan ook beschouwd worden als een statisch bestand. De IKAW bevat een vlak- en landsdekkende classificatie van de trefkans op archeologische resten. Deze trefkans is gebaseerd op een kwantitatieve analyse en op archeologisch inhoudelijke kennis van het bodemarchief.
De kaart geeft een globaal beeld van de trefkans op archeologische resten in de bodem en onder water. Deze trefkans wordt per gebied van 50 bij 50 meter aangegeven met een van de categorieën: ‘hoge', ‘middelhoge', ‘lage' of ‘zeer lage' trefkans, dan wel: ‘niet gekarteerd'. Deze laatste categorie geeft aan van welke gebieden tijdens het maken van deze versie van de IKAW geen bodemkundige of geologische gegevens beschikbaar waren. Het gaat hier vooral om bebouwde gebieden. • Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 Bovenstaande bronnen zijn gebruikt omdat deze relevante informatie bevatten over de historische en/of archeologische en/of aardkundige achtergrond van het plangebied. De informatie uit deze bronnen wordt gebruikt voor het opstellen van de gespecificeerde verwachting. Niet opgenomen bronnen hebben geen relevante informatie opgeleverd en zijn verder niet beschreven.
2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem9 (LS04) Het plangebied ligt in het meest zuidelijke deel van het Limburgse Maasdal. Figuur 5. De afstand tot het huidige zomerbed van de Maas bedraagt circa 1,2 km. Het plangebied ligt in een gebied dat bestaat uit een serie Maasterrassen. Deze rivierterrassen zijn gevormd door sedimentatie en insnijding van de Maas tijdens de koude (glaciale) en warme (interglaciale) perioden van het Pleistoceen (circa 2,5 miljoen tot 11.500 jaar geleden) en Holoceen (11.500 9 Deels overgenomen en aangevuld uit Berkmortel, Hagens & Leuvering 2011.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 14
jaar geleden tot heden). Tijdens de glaciale perioden (ijstijden) werden voornamelijk grove sedimenten (grind en zand) afgezet, terwijl in de interglacialen ook fijnere sedimenten (klei en leem) door de Maas werden afgezet. Als gevolg van de combinatie van tektonische opheffing van de Ardennen (en Zuid-Limburg), de afzetting van riviersedimenten en de periodieke insnijdingen van de Maas is een groot aantal rivierterrassen ontstaan. De hoogstgelegen terrassen zijn het oudst, terwijl de laagste terrassen vlakbij de Maas het jongst zijn en uit het einde van het Pleistoceen en het Vroeg-Holoceen dateren.
Figuur 5: Links detailuitsnede van het digitale hoogtemodel AHN4. De ligging van het plangebied is met een rode stip aangeduid.10
10 www.ahn.nl
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 15
Het plangebied ligt op het Maasterras van Oost-Maarland. Oostelijk van het plangebied liggen de Maasterrassen van Gronsveld en Caberg. Op dit terras zijn gedurende het Holoceen bij hoog water leem en klei afgezet. Vanaf het VroegHoloceen (Pre-Boreaal) tot circa 3100 jaar geleden (late bronstijd) waren dit vooral kleiige sedimenten, ook wel aangeduid als ‘oude rivierklei’. Onder invloed van agrarische ontginningen en de daarmee gepaard gaande erosie van de lössplateaus nam vanaf de late bronstijd maar vooral vanaf de ijzertijd/Romeinse tijd de afzetting van meer siltige sedimenten sterk toe. Deze jongere oeverafzettingen van de Maas worden ‘jonge rivierklei’ genoemd. Op de Geologische Kaart van Zuid Limburg en omgeving (figuur 6) staat aangegeven dat de ondergrond van het plangebied bestaat uit rivierafzettingen van de Maas, die zijn afgezet vanaf de jongste ijstijd, het Weichselien (circa 115.000 tot 11.755 jaar geleden (code Be), tot en met het Holoceen (circa 11.755 jaar geleden tot heden). Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Oost-Maarland, dat onderdeel is van de Formatie van Beegden. Deze afzettingen, die bestaan uit rivierklei op zand en grind, vormen het jongste deel van de terrasopeenvolging van Zuid-Limburg.
Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (figuur 7) ligt het plangebied binnen een relatief hoog gelegen rivierdalbodem van de Maas of het terras van Oost-Maarland (legendaeenheid 42R41H). Dit is de bodem van het Maasdal ten tijde van het Weichselien. Dit is ook zichtbaar op de hoogtekaart van Nederland (figuur 8). De geomorfologische kaart van Nederland, maar ook de geomorfogenetische kaart van het Maasdal11 (figuur 9), duiden ter hoogte van het plangebied geen geul aan. Noordelijk van het plangebied is een duidelijke geullaagte aangeduid. Deze geullaagte staat bekend als Heugemse Overlaat. Op basis van alle bekende aardkundige bronnen start de Heugemse Overlaat ter hoogte van Heugem om vervolgens op de oostelijk gelegen terrasvlakte noordwaarts en ietwat oostelijk van het stroombed van de Maas te kronkelen om vervolgens ter hoogte van Bunde weer in de Maas te belanden. Duidelijke aanwijzingen voor de Heugemse Overlaat of een zuidelijke aantakking op deze overlaat ter plaatse van het plangebied zijn er niet op basis van de geomorfologische kaart van Nederland of de geomorfogenetische kaart van het Maasdal. Ook als de hoogtekaart van Nederland bekeken wordt, valt tussen Heugem en Eijsden (waarbinnen het plangebied is gelegen) geen duidelijke geullaagte op. Tussen de kernen van Oost en Maarland is op de hoogtekaart een zwakke laagte zichtbaar in het landschap.
Deze laagte ligt westelijk van het plangebied, op ongeveer 200 tot 300 m afstand. Het gaat daarbij om een hoogteverschil van enkele decimeter (49,3 m +NAP in de laagte tegenover 49,6 op de ‘hogere’ delen). Deze laagte zal zeker bij hoogwater en/of piekafvoer ook als afvoerlaagte dienen, maar het is zeer de vraag of van een -voormalige- geullaagte gesproken mag worden en of deze een geullaagte een zuidelijke tak van de Heugemse Overlaat betreft. Dit staat uiteraard los van het feit dat deze geullaagte wel onderdeel vormt van een groter watersysteem en afwateringssysteem op de oostoever van de Maas met de Heugemse Overlaat als belangrijk onderdeel. Bodemkundig (figuur 10) worden binnen het plangebied kalkloze ooivaaggronden in lichte zavel verwacht (legenda-eenheid Rd10Cm). Deze gronden zijn gevormd in jonge rivierklei en hebben een 20 à 30 cm dikke donker grijsbruine humushoudende bovengrond. Hieronder zijn de gronden tot een diepte van 60 à 70 cm beneden maaiveld gehomogeniseerd en bruin van kleur. Dieper komen grijze vlekken en roestvlekken voor en is de hoofdkleur grijsbruin. Binnen een diepte van 120 cm beneden maaiveld is oude rivierklei aanwezig. De oude 11 Isarin e.a. 2015.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 16
rivierklei (bestaande uit zavel of klei) begint doorgaans tussen 40 en 120 cm -mv en is daarbij ten minste 20 cm dik. Deze oude rivierklei bevat meer zand dan de jonge klei.
Figuur 6: Uitsnede uit de geologische kaart. 12 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
12 Bron: Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 17
Figuur 7: Uitsnede uit de geomorfologische kaart.13 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
13 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 18
Figuur 8: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland.14 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
14 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 19
Figuur 9: Uitsnede van de geomorfogenetische kaart van het Maasdal.15 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer 15 Bron: Isarin e.a. 2015.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 20
Figuur 10: Uitsnede uit de bodemkaart.16 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer
16 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
2.3 Archeologie
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 21
(LS01/LS04)
Beleidsmatig, volgens de gemeentelijke beleidskaart archeologie (figuur 11), ligt het plangebied overwegend in een zone met een middelhoge verwachtingswaarde. Enkel een zuidelijk strookje ter hoogte van de Pastoor Rosierstraat is ingeschaald in een zone met een hoge archeologisch verwachting. Het plangebied ligt niet binnen een archeologisch (AMK) terrein. Direct westelijk van het plangebied ligt AMK terrein 16408, een terrein met bewoningssporen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Het betreft de cluster oude bebouwing van Oost. Binnen het onderzoeksgebied (1 km rondom het plangebied) liggen nog vier AMK terreinen: terrein 15363, 8540, 16406 en 16407. Zie figuren 12 en 13. Terrein 15363: is gelegen ten noorden van het plangebied op ca. 950 m afstand en in een gelijkaardige landschappelijke situatie. Het betreft een terrein met, in het noordelijk deel ven dit gebied, sporen van een nederzetting uit de Romeinse tijd. Aan de zuidzijde grenst dit terrein aan sporen van een nederzetting uit de ijzertijd en mogelijk het neolithicum. Aan de oostgrens van de vindplaats ligt een oude landweg, die in de akker zichtbaar is als een licht verhoogde rug. De aard van sommige scherven die zijn aangetroffen, is zodanig, dat een eenduidige datering niet mogelijk is.
Het is goed mogelijk dat scherven die als inheemsRomeins gedateerd zijn, eigenlijk uit de ijzertijd dateren en andersom. Het is mogelijk dat de Romeinse bewoning een voortzetting is geweest van de bewoning in de ijzertijd. Tijdens het booronderzoek, werd in zes boringen Romeins aardewerk aangetroffen. Verder zijn puinspikkels, steenkool, gebroken natuursteen en leisteen gevonden. De dikte van de bouwvoor is gemiddeld 30 cm. De diepte waarop het aardewerk is aangetroffen varieert van 0-50 cm. De diepteligging van het aardewerk in de oude rivierklei varieert van 0-10 cm. Alleen plaatselijk zijn eventueel aanwezige grondsporen door jongere sedimenten afgedekt. Tijdens het booronderzoek aan de zuidzijde, werd in acht boringen Prehistorisch aardewerk aangetroffen. De diepte waarop het aardewerk is aangetroffen, varieert van 20-55 cm. De diepteligging van het aardewerk in de oude rivierklei varieert van 0-25 cm. De rivierklei bevindt zich op een diepte van 35 cm. Tijdens de oppervlaktekartering zijn vuurstenen artefacten verzameld, mogelijk uit het neolithicum. Terrein 8540: ligt ten zuidoosten van het plangebied op ca. 800 m op het hoger gelegen rivierterras. Het betreft een terrein wat ingeklemd is in de oude kern van Maarland met waarschijnlijk sporen van bewoning (villa-complex) uit de Romeinse tijd.
Er zou ook sprake zijn (geweest) van een laatmiddeleeuwse kapel met begravingen. De melding stamt uit de 19de eeuw, toen bij de aanleg van de spoorlijn Maastricht-Luik op een oude kerkplaats menselijke skeletresten werden gevonden, als ook Romeinse dakpannen en tegels (Archis ID 2905976100). Er wordt gesuggereerd dat er misschien een Romeinse heiligdom heeft gestaan. De plaats van de kapel die zou zijn verstoord, betreft een opgegraven kapel met begravingen uit de nieuwe tijd A. Terreinen 16406 en 16407 betreffen oude stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing. Op de archeologische monumenten kaart (AMK) zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19de-eeuwse en vroeg 20ste-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren worden in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning verwacht, maar ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Terreinen 16406 en 16407 betreffen respectievelijk de oude dorpskern van Rijckholt en het cluster oude bebouwing van Maarland.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 22
Figuur 11: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart.17 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 17 Bron: Gemeente Eijsden-Margraten c.q. Verhoeven & Moonen 2012.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 23
Figuur 12: Kaart met Archis vondstlocaties.18 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 18 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem).
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 24
Figuur 13: Kaart met Archis-onderzoeksmeldingen.19 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 19 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem).
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 25
Binnen het plangebied zijn nog geen vondsten bekend; binnen het onderzoeksgebied zijn verschillende vondsten en waarnemingen gedaan. Een groot deel is aangetroffen binnen de hierboven reeds benoemde AMK terreinen en een deel is aangetroffen in andere (niet vergelijkbare) landschappelijke situaties. Beide groepen van vondsten en waarnemingen worden hierna niet meer uitvoerig besproken. Een volledig overzicht van alle waarnemingen binnen het onderzoeksgebied is opgenomen in de bijlages. Hierna wordt ingegaan op de vondsten en waarnemingen die gedaan zijn op het rivierterras van Oost-Maarland buiten de AMK terreinen (figuur 12). Zuidelijk van het plangebied liggen de zaaknummers 2847883100 en 5164328100. Beide zaaknummers betreffen de melding van een oud onderzoek bij ‘Schietkelder’.20 Met prikstokken werd een L-vormige fundering gevonden. De fundering dateert vermoedelijk uit de (late) middeleeuwen. In de hoek van de L-vormige muur werden 19 onderscheiden (afzettings-)lagen en vondsten tot 3,5 m onder maaiveld gevonden. De vondsten wezen op activiteiten vanaf het laat neolithicum. Vondsten (o.a. vuurstenen objecten en menselijk botmateriaal) en sporen wijzen op een langdurige periode van bewoning en gebruik. Oostelijk van het plangebied liggen de zaaknummers 2885686100, 2885734100 en 2885653100.
Zaaknummer 2885686100 betreft een melding van diverse oude collecties met vuurstenen artefacten, objecten en afslagen die allemaal uit Rijckholt afkomstig zijn. Het betreft zowel afgewerkte objecten als halffabricaten uit de periode van het vroeg- tot laat-neolithicum. Zaaknummer 2885734100 betreft een halffabricaat van een vuurstenen beitel met een typisch zuidelijke vorm [ovale doorsnede]. Lengte van het object bedraagt 13,1 cm. Zaaknummer 2885653100 betreft een collectie vuurstenen bijlen met een min of meer hoog driehoekige tot amandelvormige omtrek. De doorsnede is ovaal of driehoekig en de snede is recht of gebogen. De objecten zijn geïnterpreteerd als halffabricaten. Noordelijk van het plangebied ligt zaaknummer 3272719100. Het betreft de melding van een Romeinse weg die aangetroffen is tijdens archeologisch onderzoek.21 De Romeinse weg bestaat uit een pakket grind van ongeveer 25 cm dik op 48,52 tot 48, 67 m +NAP en is ongeveer 2 tot 2,5 meter breed. Er loopt deels een greppel langs. Archeologische onderzoeken kunnen waardevolle informatie opleveren. Een gedeelte van het plangebied is in het verleden reeds onderzocht. In 2010 is een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd binnen het zuidwestelijke deel van het plangebied.22 Er is geconstateerd: Het plangebied ligt in het Maasdal in Zuid-Limburg, dat bestaat uit een serie Maasterrassen.
De ondergrond van het plangebied bestaat uit rivierafzettingen van de Maas, die worden gerekend tot het Laagpakket van Oost-Maarland, dat onderdeel is van de Formatie van Beegden. Deze afzettingen bestaan uit rivierklei (Holoceen) op zand en grind (Weichselien). Op de geomorfologische kaart staat aangegeven dat het plangebied op een relatief hoog gelegen rivierdalbodem ligt. Op de bodemkaart staat aangegeven dat binnen het plangebied kalkloze ooivaaggronden in zandige klei voorkomen. Op basis van het bureauonderzoek geldt een onbekende verwachting voor resten uit het paleolithicum en mesolithicum. Voor vindplaatsen vanaf het neolithicum geldt een middelhoge archeologische verwachting. 20 De Warrimont & Henquet 1977. 21 Wetzels & van Daele 2007. 22 Berkmortel, Hagens & Leuvering 2011.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 26
Het uitgevoerde verkennende onderzoek bestond uit 6 boringen. In het plangebied zijn twee verschillende kleilagen aangetroffen. Het jongste kleipakket begint vanaf het maaiveld en is 90-140 cm dik. Deze klei is zwak siltig, bruin van kleur en bevat meestal houtskool. Het betreft hier jonge rivierklei van het Laagpakket van Oost-Maarland behorende tot de Formatie van Beegden , die is afgezet door de Maas in waarschijnlijk het Laat Holoceen. Het oudere kleipakket begint vanaf 90-140 cm beneden maaiveld en loopt door tot 220 cm (maximale boordiepte) beneden maaiveld. Deze klei is matig tot sterk siltig, bruin van kleur en wordt naar onderen toe zandiger. Het betreft hier oude rivierklei van het Laagpakket van Oost-Maarland behorende tot de Formatie van Beegden , die is afgezet door de Maas in het Laat-Weichselien en/of Vroeg Holoceen. Gezien de bruine kleur van beide kleipakketten heeft zich in elk kleipakket een ooivaaggrond ontwikkeld. Na het booronderzoek zijn de verwachtingen grotendeels gehandhaafd. Vindplaatsen vanaf de ijzertijd (en jonger) worden in de top van de jonge rivierklei verwacht, vindplaatsen uit neolithicum en bronstijd in de top van de oude rivierklei. Oudere vindplaatsen worden niet meer verwacht. Ondanks de verwachting is geen vervolgonderzoek geadviseerd voor het gebied met het uitgevoerde booronderzoek.
Het gedeelte van het onderzoeksgebied dat niet beboord is, dient nog wel verkennend onderzocht te worden. Behoudens bovenstaand onderzoek en het eerder vermelde oude onderzoek bij de Schietkelder heeft er nog maar beperkt onderzoek buiten AMK plaatsgevonden binnen voorliggend onderzoeksgebied. Ter plaatse van de Kasteellaan 1 (westelijk gelegen van het plangebied) heeft een vooronderzoek23, een proefsleuvenonderzoek24 en een opgraving25 plaatsgevonden. De vooronderzoeken hebben een variabele verwachting uitgesproken van onbekend (paleolithicum en mesolithicum) tot hoog (vanaf neolithicum). Vanwege de ligging op het voorhof van Kasteel Oost is de verwachting voor resten vanaf de volle middeleeuwen zeer hoog. Verkennend booronderzoek heeft geroerde bodems onder een bouwvoor aangetoond. Gezien de (historische) ligging is dit niet geheel onverwacht. In 2023 is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is er een grote hoeveelheid sporen (>50) aangetroffen. Een aanzienlijk deel van de sporen bevatte aardewerk uit met name de 11de en 12de eeuw. De sporen lijken voornamelijk grote kuilen ( van winning?), enkele paalkuilen en greppels te zijn. Tevens is er een riool/afwateringssysteem aangetroffen uit de nieuwe tijd en zijn er ook enkele (uitbraak?) sleuven met puin en greppels vastgesteld.
Daarnaast zijn er mergelmuren aangetroffen, waarvan de datering nog niet duidelijk is. Tijdens het veldwerk is besloten tot een doorstart tot opgraving. De opgraving heeft, verspreid over het gehele plangebied, een groot aantal sporen aangetoond. Het grootste deel betreft kuilen en greppels uit de 12de eeuw. Andere sporen stammen uit de late middeleeuwen of nieuwe tijd. Ook is een gedempte gracht aangetroffen. Het vondstmateriaal bestaat voor een groot deel uit bouwmateriaal en keramiek. Samengevat kan geconstateerd worden dat nog maar een beperkte hoeveelheid archeologische informatie beschikbaar is. De beperkte informatie wijst op bewoning en gebruik vanaf het neolithicum tot in de nieuwe tijd. Hierbij worden de resten uit late middeleeuwen en nieuwe tijd overwegend in en rond de oude kernen en bewoningsclusters 23 Zaaknummers 4010117100 (Diepen & Hagens 2016) en 4043052100 (Diepen & Hagens 2019). 24 Zaaknummer 5442344100 (nog niet gerapporteerd). 25 Zaaknummer 5448355100 (nog niet gerapporteerd).
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 27
aangetroffen. Voor resten of vindplaatsen ouder dan het neolithicum ontbreken momenteel alle aanwijzingen. Bodemkundig is enkele keren vastgesteld dat er sprake is van jonge en oude rivierkleiafzettingen op terrasafzettingen (van Terras van Oost-Maarland).
2.4 Informatie amateurarcheologen
(LS01/LS04)
ArcheoPro heeft geen contact opgenomen met lokale amateurarcheologen of een heemkundevereniging met betrekking tot eventuele (niet in Archis geregistreerde) archeologische oppervlaktevondsten binnen het plangebied. Het onderzochte gebied kent een terreingebruik (volledig grasland, dan wel boomgaard) wat het niet mogelijk maakt om oppervlaktevondsten te verkrijgen. Daarenboven is een van de onderzoekers die betrokken is bij dit bureauonderzoek vlakbij woonachtig (J. Orbons). Orbons is bekend met het terrein, maar heeft geen weet van vondsten of waarnemingen op dit terrein uit het verleden.
2.5 Historie (LS03) Het plangebied ligt in het buitengebied tussen de oude dorpen van Oost en Maarland. Het dorp Oost is onregelmatig van vorm. Aan de westzijde ligt het vele malen verbouwde kasteel en verder naar het zuiden de omstreeks 1840 gesloopte Kloppenburcht. Het veld strekt zich ten noorden van het dorp uit. Ten zuiden en ten westen overwegen lager gelegen natte gronden. De eerste zekere vermelding van Oost stamt uit de 12de eeuw. De enkele keren dat het dorp daarna genoemd wordt hebben betrekking op een geslacht ‘de Oys’ dat in 1386 zijn bezit verkocht.26 Maarland wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde van einde 13de eeuw (1281). Maarland ligt op een hoger deel van het (rivier)landschap. De velden van Maarlanden strekken zich oostwaarts uit. Daardoor is een duidelijke scheiding ontstaan met het dorp Oost en diens veld. 27 De zone tussen de dorpen Oost en Maarland [waarbinnen voorliggend plangebied is gelegen] lag ietwat lager en was -volgens Hartmann- gevuld met Broekland, beemd en natte landbouwgrond.28 Diverse historische kaarten ondersteunen die functietoewijzing. De Tranchotkaart uit 1805 (figuur 14) is de oudste kaart die voor dit plangebied relevante cartografische informatie toont. Deze kaartuitsnede bevestigt de hierboven beschreven analyse van Hartmann.
Het plangebied ligt tussen twee clusters van oude bebouwing (dorpen), namelijk Oost (ten westen van het plangebied) en Maarland (ten oosten van het plangebied). Beide dorpen bestaan uit een clustering van woningen rondom en langs een aantal kruisende wegen. Rondom de bebouwing bevinden zich de huisweides en boomgaarden. En daarlangs en daarrond (op iets ruimere afstand van de bebouwing) de akkerlanden en velden. Het plangebied ligt op een van deze velden.
26 Hartmann 1986, p. 121 e.v. 27 Hartmann 1986, p. 130 e.v. 28 Hartmann 1986, p. 130 e.v.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 28
Figuur 14: Uitsnede uit de Tranchotkaart van 1805.29 Het plangebied rood omlijnd.
Figuur 15: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832.30 Het plangebied is rood omlijnd. 29 Bron: Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820.
30 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 29
De kadasterkaart uit 1832 (figuur 15) plaatst het plangebied in een gelijkaardig landschap. Ook volgens deze kaartuitsnede ligt het plangebied in een onbebouwd gedeelte van het landschap tussen de oude bebouwingskernen van Oost en Maarland.
Figuur 16: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1926, 1960 en 2016.31 Het plangebied is telkens rood omlijnd. Het vierluik van figuur 16 toont achtereenvolgens topografische kaarten van het plangebied uit 1845, 1925, 1960 en 2016. Op deze kaarten is te zien dat gedurende de afgelopen tweehonderd jaar het landschap waarin het plangebied ligt, toch wel wat verandering heeft ondergaan. Het plangebied blijft een agrarisch gebruik kennen (eigenlijk tot op de dag van vandaag) en dus eigenlijk relatief stabiel doorheen de tijd, maar de omgeving van het plangebied verandert wel. De veranderingen betreffen het landgebruik en de ruimtelijke structuur met wegen, spoorlijn, bebouwing. Tot einde 19de eeuw lijkt het plangebied een gebruik als akker gekend te hebben. Daarna verandert dat gebruik naar een boomgaard. Beide zijn agrarisch in hoofdmoot, maar 31 Bron: www.topotijdreis.nl
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 30
de impact op bodem(gaafheid) kan verschillend zijn. Qua ruimtelijke structuur zijn er een aantal verschillen te duiden tussen de huidige topografische kaarten en bijvoorbeeld de Tranchotkaart. De spoorlijn Maastricht – Luik is een duidelijke ingreep in het landschap. Deze is in de tweede helft van de 19de eeuw aangelegd en in 1861 geopend. Vanaf dan groeien de dorpen ook stelselmatig. In eerste instantie langs de aanwezige (deels laatmiddeleeuwse) wegen, maar vanaf de jaren 1980 ook tussen de dorpen langs nieuw aangelegde wegen. Dat is ook de tijd dat de Pastoor Rosierstraat verschijnt met bebouwing ten zuiden ervan.
Figuur 17a: Uitsnede uit de kaart met historische relicten van Zuid Limburg.32 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.
32 Bron: Renes 1988.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 31
Bovenstaande geschetste evolutie wordt ook gezien als de studie van Renes33 ter hand genomen wordt. Renes heeft in de jaren 1980 een studie gemaakt naar de historisch geografische evolutie en ontwikkelingen in Zuid-Limburg. Hierbij heeft hij gepoogd nog gave en historisch complete delen in het huidige landschap aan te duiden en te dateren. Volgens de kaart van de historische relicten (figuur 17) ligt het plangebied in een ongewijzigd deel van het landschap en zijn er met uitzondering van de wegen en boomgaarden rondom het plangebied geen bijzondere historisch geografische objecten of structuren meer bewaard. Hierbij dient tevens de kanttekening gemaakt te worden dat sinds de studie van Renes er nog meer veranderd is in het landschap waardoor ruimtelijke historische patronen (zoals de gaafheid van het agrarische landschap) nog meer aangetast zijn.
Figuur 17b: Legenda van de kaart met historische relicten van Zuid-Limburg.34
2.6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
(LS05)
Specifieke ligging Het plangebied ligt in het meest zuidelijke deel van het Limburgse Maasdal. De afstand tot het huidige zomerbed van de Maas bedraagt circa 1,2 km. Het plangebied ligt in een gebied dat 33 Renes 1988.
34 Bron: Renes 1988.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 32
bestaat uit een serie Maasterrassen waarbij het plangebied op het terras van Oost-Maarland is gelegen. Dit terras dateert uit het Weichsel. In de Maasterrassen heeft insnijding (door overlaten en geulen) plaatsgevonden en heeft de Maas rivierkleien afgezet. In deze rivierkleien zijn verbruinde ooivaaggronden ontstaan. Historisch ligt het plangebied binnen agrarische landen en velden tussen de oude dorpen van Oost en Maarland, in een iets lager gelegen deel van het landschap. Het plangebied lijkt nooit bebouwd geweest te zijn en ook de omgeving van het plangebied is pas recent (late 20ste eeuw) in de stedelijke uitbreidingen van Oost en Maarland opgegaan. Archeologisch is slechts een beperkte hoeveelheid informatie beschikbaar voor dit Maasterras. De beperkte informatie wijst op bewoning en gebruik vanaf het neolithicum tot in de nieuwe tijd. Hierbij worden de resten uit late middeleeuwen en nieuwe tijd overwegend in en rond de oude kernen en bewoningsclusters aangetroffen. Voor resten of vindplaatsen ouder dan het neolithicum ontbreken momenteel alle aanwijzingen. Bodemkundig is enkele keren vastgesteld dat er inderdaad sprake is van jonge en oude rivierkleiafzettingen op terrasafzettingen (van Terras van Oost-Maarland) en dat in deze rivierkleiafzettingen geen bodems gevormd zijn.
Verwachte perioden (datering) en complextypen Op basis van de landschappelijke ligging, de reeds verrichte waarnemingen in de omgeving van het plangebied en algemene verwachtingsanalyses voor het Maasdal geldt voor het plangebied een variabele archeologische verwachting. Archeologische waarden uit het paleolithicum en mesolithicum worden met name op lokale hoogtes en gradiëntzones nabij (oude verlande dan wel nog actieve) geulen, beken en rivieren aangetroffen. Deze resten kunnen bestaan uit tijdelijke verblijfplaatsen zoals jachtkampementen of special activity kampementen. Vanwege de afwezigheid van een (beekc.q. rivier)dal of een duidelijke geul (zoals de Heugemse Overlaat) direct aangrenzend aan of in de nabijheid van het plangebied, zou een lage verwachting voor nederzettingen, begravingen en/of off site fenomenen moeten gelden. Maar, hierbij dient een kanttekening gemaakt te worden. Het is op dit moment niet mogelijk om het fysische landschap uit deze periodes correct en nauwkeurig te reconstrueren. Dus feitelijk kan een (middel)hoge verwachting niet uitgesloten worden. Er dient momenteel gesproken te worden van een onbekende verwachting. Archeologische waarden vanaf het neolithicum tot en met de Romeinse tijd worden op de hogere en drogere delen in het landschap verwacht.
In de omgeving van het plangebied zijn zowel hogere gronden aanwezig als gebieden met een aan het plangebied gelijkaardige, ietwat lagere landschappelijke ligging. Uit beide landschappen zijn vindplaatsen (en AMK-terreinen) bekend, zie AMK terreinen 15636 en 8540. Op de hogere delen dateren de bekende vindplaatsen overwegend uit enkel de Romeinse tijd, maar op de lagere landschapsdelen zijn vindplaatsen bekend vanaf het neolithicum t/m de Romeinse tijd. Voor het plangebied geldt derhalve een middelhoge tot hoge verwachting voor nederzettingen, begravingen en off site fenomenen uit deze periodes. Archeologische waarden uit de middeleeuwen en nieuwe tijd worden binnen het plangebied niet verwacht. Op korte afstand zijn volmiddeleeuwse dorpen (met een mogelijk vroegmiddeleeuwse kern) aanwezig. Resten van bebouwing en begraving uit de middeleeuwen en nieuwe tijd worden in die kernen verwacht. Echter vanwege de ligging net buiten de oude kern van Oost kunnen uit de middeleeuwen en nieuwe tijd wel off site fenomenen verwacht worden. Voor het plangebied geldt derhalve voor de periodes van
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 33
middeleeuwen en nieuwe tijd een lage verwachting voor nederzettingen en begravingen en een hoge verwachting voor off site fenomenen. Uiterlijke kenmerken Nederzettingsresten kunnen voorkomen als concentraties van vondstmateriaal van bijvoorbeeld vuursteen, aardewerk, metaal of bouwmateriaal bestaande uit natuursteen, baksteen of verbrande leem en houtskool. Tevens kunnen deze ook voorkomen als concentraties van kuilen, afvalkuilen, paalkuilen, waterputten, grafkuilen, greppels, e.d. Nederzettingsresten uit de Romeinse tot en met de nieuwe tijd kunnen daarnaast ook bestaan uit resten van fundamenten of uitbraaksporen. Begravingen kunnen bestaan uit inhumaties en/of crematies als enkel graf dan wel in grotere getale in grafvelden. Grafstructuren kunnen daarbij al dan niet vergezeld zijn van randfenomen, brandstapels, rituele wegen, etc. Off site verschijnselen uit alle periodes kunnen worden verwacht als spoorvullingen van bijvoorbeeld greppels, grachten, grensstenen, landinrichtingselementen, houtskoolmeijers, wegen of opgevulde ploegsporen. Diepteligging en stratigrafie Het plangebied ligt binnen een gebied waar Maasafzettingen in verschillende vormen en lagen kunnen voorkomen. Er is sprake van een gestapeld landschap van rivierkleien (jonge en oude) op terrasafzettingen. Mogelijk kunnen in de rivierkleien dan wel de terrasafzettingen ook nog geulen aanwezig zijn.
Archeologische vindplaatsen kunnen dan ook gelaagd voorkomen. Het Maasterras is in het Weichsel gevormd. De oudste archeologische resten (paleolithicum en mesolithicum) kunnen voorkomen in de top van de terrasafzettingen. Na de vorming van het terras is rivierklei afgezet. In eerste instantie was er nog weinig erosie in Zuid-Limburg waardoor de af te zetten sedimenten uit het stroombed van de Maas (en de Belgische Ardennen) kwamen. Deze afzettingen zijn sterk kleiig en stug en worden oude rivierklei genoemd. Vanaf het Laat Holoceen vond ook erosie plaats in het Zuid-Limburgse Heuvelland. Hierdoor werd meer löss afgevoerd en werden de rivierkleien meer siltig. Vanaf het Laat Holoceen wordt sterk siltige klei afgezet op de lagere rivierterrassen. Dit wordt jonge rivierklei genoemd. Gezien het bovenstaande wordt volgende stratigrafie verwacht. • Jonge rivierklei: vindplaatsen en resten vanaf de ijzertijd • Oude rivierklei: vindplaatsen en resten uit het neolithicum en de bronstijd • Terrasafzettingen: vindplaatsen en resten uit het paleolithicum en mesolithicum Echter, zonder gedetailleerd (boor)profielonderzoek is voor het plangebied geen gespecificeerde aanname te maken over effectief aanwezige bodemstratigrafie en diepteligging van eventuele archeologische niveau’s.
Gaafheid, conservering en mogelijke verstoringen Het plangebied is het grootste gedeelte van de geschiedenis in gebruik geweest als agrarisch gebied (akkerland en boomgaard). Door het gebruik als akkerland kunnen archeologische resten die zich in de top van de bodem bevinden, verstoord geraakt zijn. Deze verstoringen zullen echter vermoedelijk eerder beperkt zijn tot de bouwvoor. Het gebruik als boomgaard kan ingrijpender zijn (afhankelijk van de levensduur van de gebruikte fruitbomen). Aanwijzingen voor diepe bodemroering door de boomgaarden zijn niet voorhanden, maar het kan niet uitgesloten worden. Op basis van het bureauonderzoek kunnen hierover geen zekere uitspraken gedaan worden.
Versie: 24-10-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Pastoor Rosierstraat te Oost-Maarland, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 24065, Pagina 34
Het plangebied ligt verder in een rivierlandschap met verschillende terrassen op verschillende niveau’s. Door de natuurlijke rivierwerking kan zowel erosie als afzetting plaatsgevonden hebben. Erosie wordt met name verwacht ter plaatse van geulen en overlaten en afzetting van sedimenten wordt verwacht op de terrasvlaktes. Het bureauonderzoek heeft geen duidelijke aanwijzingen voor een ligging binnen een geul of overlaat opgeleverd (dus ook geen ligging binnen -een zuidelijk aftakking van- de Heugemse Overlaat). Er zijn lichte aanwijzingen voor een ietwat verlaagde ligging in het landschap op zo’n 200 tot 300 m afstand. Het plangebied lijkt op de terrasvlakte te liggen waardoor overwegend sedimentatie en afzetting verwacht wordt. Eventuele dierlijke of menselijke resten of andere organische resten boven de grondwaterstand zullen slecht geconserveerd zijn. Anorganische resten (aardewerk, vuursteen, e.d.) zijn doorgaans goed bewaard. In verkoolde staat zullen ook organische resten doorgaans goed bewaard zijn. De conservering kan dus variabel zijn.