20250408 06j TAM Bijlage 2 bij Motivering Landschapsplan
Tekst van het document
OOST-MAARLAND LANDSCHAPSPLAN
|
5
NOVEMBER
2024
COLOFON
Oost-Maarland
Landschapsplan Oosterhout/Maastricht
IND-495744-02A Oost-Maarland 5 november
Landschapsplan
2024
gemeente
eijsden:margraten Vestiging Oosterhout
Vestiging Maastricht
Gemeente Eijsden-Margraten
Beneluxweg
Wim Duisenbergplantsoen 21
Amerikaplein
Postbus
Postbus
Postbus 4900
AA
125
40 Oosterhout
6200
AZ
959
1
10
Maastricht
6269 ZG Margraten
+31(0)162 487 500
+31(0) 43 325 32 23
+31(0) 43 458 8488
info@cbs.nl
wow.cb5.nl
VRIJGAVE
Opsteller(s):
(geanonimiseerd)
Goedkeuring
Vrijgave:
(geanonimiseerd)
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING 11
AANLEIDING
12
LEESWIJZER
2. LANDSCHAPPELIJKE
ANALYSE
21
HISTORIE
22
REGIONAAL
23
LOKAAL
24
KERNKWALITEITEN
25
BESTEMMINGSPLAN
12
26
RANDVOORWAARDENKAART
13
LANDSCHAPPELIJK
LANDSCHAPPELIJK
3. RUIMTELIJKE
KADER
KADER
OMGEVING
OMGEVING
PLANGEBIED
PLANGEBIED
LANDSCHAP
10 n
INRICHTING
14
31
KADASTRALE
SITUATIE
15
3.2
VOORLIGGEND
3.3
BESTAANDE
34
NIEUWE
3.5
BOMEN
3.6
HAGEN
37
GRASRUIGTE
3.8
SOORTEN
TABEL
22
3.9
RUSTIEKE
MATERIALEN
23
INRICHTINGSPLAN
GROENKARAKTERISTIEKEN
16 BINNEN
PLANGEBIED
17
GROENSTRUCTUUR
18
EN
20
STRUWELEN
(ECOLOGISCHE
BERMEN
EN WADI'S)
21
1.
INLEIDING
11
AANLEIDING
Gemeente
Eijsden-Margraten heeft het voornemen
om
nieuwbouw te plegen middels de uitbreiding van de kern OostMaarland. Het gebied voor deze uitbreidingsopgave bestaat uit meerdere agrarische percelen die gelegen zijn tussen de Pastoor Rosierstraat en het spoor tussen
Maastricht en
België. Specifiek gaat het om de kavels 108 t/m 110 waarvan de oppervlakten die vallen binnen fase 1 en 1b worden Fase 2 kan toekomstig
ontwikkeld.
potentieel ontwikkeld worden;
voor deze fase zijn nog geen concrete plannen. De totale oppervlakte van de kavels betreft ca. 2,2 hectare.
De ambitie van de gemeente
is om de agrarisch percelen
tot kleinschalig woningbouwgebied
te ontwikkelen. CB5 is
verantwoordelijk voor het landschapsplan
behorend tot het
inrichtingsplan/bouwplan dat is opgesteld door Mansvelt (d.d. 09-10-2024)
l
l
1.2
LEESWIJZER
Dit document is opgebouwd
De
uit een drietal hoofdstukken
die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Gevolgd op de inleiding in hoofdstuk 1, wordt in hoofdstuk 2 een beknopte landschappelijke analyse uitgelicht. In deze analyse wordt ingegaan
op de historische, landschappelijke
en fysiek-ruimtelijke aspecten
die waardevol
zijn voor het
landschapsplan. In hoofdstuk 3 wordt het landschapsplan bijbehorend beplantingsplan en materialisering toegelicht.
Afbeelding 11: Ligging planlocatie
met
Afbeelding 1.2: Zicht vanaf het zuidwesten van d
t op de planlocatie
Afbeelding 1.3: Zicht
vanaf het zuidoosten van het Remigiushof
Afbeelding 1.4: Zicht op het spoor
met
ver zicht n
2.
LANDSCHAPPELIJKE
ANALYSE
21
HISTORIE
Het plankavel gelegen tussen de Pastoor Rosierstraat en het spoor is vanuit historie altijd in gebruik geweest als agrarisch perceel. Door de jaren heen is het door fruitbomen verdichtte landschap omgevormd
tot een landschap
met meer open vlaktes
Dit komt omdat de hoogstamboomgaarden verdwenen
door
de
efficiëntere
vorm
van
gedeeltelijk zijn landbouw.
Ten
noorden
van het plankavel heeft de eerste bebouwing vanaf ca. 1990 haar intrede gedaan, betreffend de woning naastgelegen loods Parrestraat 26. in aanwezig
in eenzelfde
Beide panden
hoedanigheid.
altijd vrij geweest van bebouwing.
Parrestraat 22 en de zijn huidig nog
Het plangebied zelf is
De woningen ten westen en
zuiden van de Pastoor Rosierstraat zijn ook rond het jaar 1990 ontwikkeld; hiermee werd de zuidelijke rand van het plangebied gedefinieerd.
Tot 2020
deed het perceel 108 (het westelijke
deel van de planlocatie) dienst als fruitboomgaard. Huidig Afbeelding 2.2: Oost-Maarland,
1980
bestaat dit deel van de planlocatie uit graslanden grootschaligere bomen. steeds
Afbeelding 2.3: Oost-Maarland, 1990
Afbeelding 2.4: Oost-Maarland, 2000
in gebruik
Afbeelding 2.5: Oost-Maarland,
Kavels 109 en 110 zijn tot op heden
als hoogstamboomgaard
2021
met een aantal nog
2.2
REGIONAAL
OMGEVING
LANDSCHAPPELIJK
KADER
PLANGEBIED
De planlocatie is gelegen
in het Maasdal
tussen de Maas
en
het Plateau van Margraten op een hoogte van +50 meter NAP.
Het gebied ten noorden, oosten en zuiden van Oost-Maarland bevindt zich op ooivaaggronden
met zowel een zwaar als licht
karakter welke een lagere doorlatendheid omliggend omgaarden met! eidoornhagen
landschap wordt getypeerd
kunnen
hebben. Het
door een afwisseling
van graslanden, akkerlanden
en hoogstamboomgaarden
omsloten zijn door geschoren
hagen
bestaande
die
uit meidoorn,
Spaanse aak, sleedoorn, haagbeuk en vuilboom.
Ten westen van het plangebied stroomt de Maas en is er een grote plas te vinden die gevormd
is door een voormalige
grindontginning. In de uiterwaarden van de Maas bevinden zich Natura-2000 gebieden
met bijbehorende plantsoorten
zoals: zwarte elzen en wilgen. Verder richting het oosten, nabij Kasteel-Oost, bevinden zich bepaalde natuurdoeltypen, zoals Kruiden-en faunarijk grasland, Dennen-, eiken-, en beukenbos, en Ruigteveld. Bomen
en struiken die binnen
deze natuurdoeltypen voorkomen
zijn: eiken, dennen, beuken,
berken, lijsterbes, ratelpopulier, linde, vlier, vuilboom etc.
Het plangebied
kenmerkt zich door de combinatie tussen
hoogstamboomgaarden
en open landschap, wat beide
karakteristiek is voor de omgeving. Afbeelding 2.6: Regionale landschapsanalyse omgeving plangebied
2.3
LOKAAL
LANDSCHAPPELIJK
KADER
OMGEVING
PLANGEBIED
De spoorlijn ten oosten van het plangebied
zorgt voor een
duidelijke barrière tussen de planlocatie en de naastgelegen graslanden en boomgaarden.
Ondanks de fysieke barrière,
belemmert de spoorlijn niet het zicht naar het oostelijk gelegen open landschap. Zowel de spoorlijn als de perceelsgrenzen
9
Hagen als
worden begeleid door geschoren lage hagen en enkele
kavelbegrenzing
bomenlanen
die bestaan
uit beuken,
lindes en eiken. De
inrichting van het plangebied met deze landschapselementen maakt dat het ‘vrije’ zicht op het omliggend behouden
landschap
blijft.
De combinatie van fruitboomgaarden en geschoren
hagen in
de omgeving vormen een ideaal habitat voor kleine dieren,
Continuering van noogstamboomgaard
:
zoals de bosmuis en verschillende tuinvogels.
i
Ten zuiden van het plangebied bevindt zich het de bebouwde omgeving van Oost-Maarland.
Specifiek bestaat de morfologie
hier uit twee hoven waar rondom woningen georiënteerd zijn. Door deze oriëntatie is er vanuit het plangebied geen duidelijke voorkant te herkennen wat zorgt voor een verrommeling van de morfologische structuur. Doordat de voorkanten van deze omliggende woningen niet georiënteerd zijn naar het buitengebied structuur onafgemaakt.
N
/
Afbeelding 27: Lokale landschapsanalyse omgeving plangebied
10
lijkt de stedenbouwkundige
2.4
KERNKWALITEITEN
LANDSCHAP
Het landschap, waar het plankavel zich in bevindt, heeft de volgende
kernkwaliteiten:
en bijbehorende en gesloten
de Maas
boomgaarden
kernkwaliteiten worden
akkerlanden,
omringd
hiernaast weergegeven
A
Variatie aan open en gesloten landschap door akkerland,
Afbeelding 21: Weids uitzicht achter de
11
spoorijn
grasland en boomgaarden
Afbeelding 212: Hoogstamboomgaarden als kenmerkend landschap
Afbeelding 212: Landschappelijke hagen als perceelafscheidingen
bomenrijen
door hagen.
referentiebeelden van een soortgelijk landschap.
Afbeelding 210:
gebieden
natuurdoeltypen, een diversiteiten aan open
landschap, weilanden,
en karakteristieke
met Natura 2000
Deze
middels
:
2.5
Voor de planlocatie is huidig het omgevingsplan Eijsden-Margraten
van kracht (vastgesteld
2024). Voorafgaand bestemmingsplan vastgesteld
in 2010.
Conform
dit bestemmingsplan,
E S SLS EE RAOG.eÊRRÌÈ?RÀ’ .
- Beekdal
«
Waarde
- Landschapselement
.
Waterstaat
A1/P.|TrDO
D
D# >
+
‘Buitengebied'’ wordt rekening
Overig - concentratiegebied
.
Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen
Om
de beoogde
planontwikkeling
Ondanks
de wijzigingen
aandacht
te worden
bestemmingsplan
Woongebied
D*
hoogstamboomgaarden
mogelijk te maken,
herzien middels TAM
in het omgevingsplan
gehouden
Groen Verkeer
dient
IMRO.
dient wel
voor de veiligheidszone -
vervoer gevaarlijke stoffen, zoals vermeld
Ë
Hiernaast heeft
zoals:
+
Agrarisch
.
geldt voor
met een tweetal gebiedsaanduidingen:
2
_
is
- Erosie
het omgevingsplan te worden
AAAAAAAN
B,
Waarde
In het bestemmingsplan
Ez
‘Agrarisch’.
dubbelbestemmingen,
*
gehouden
geldde het
‘Buitengebied’ dat onherroepelijk
de locatie meerdere
©
gemeente
op 01 januari
aan het omgevingsplan
de planlocatie de enkelbestemming
If
12
BESTEMMINGSPLAN
‘Buitengebied'’.
in het voorgaand
2.6
RANDVOORWAARDENKAART
De randvoorwaarden voor het beplantingsplan die voortkomen uit de analyse zijn hiernaast op kaart weergeven.
Struweel op aangrenzend perceel waar mogelijk In tact houden Verbinding en huidige
zoeken
aansluiten
o
fruitboom-
en
Kruidenrijkesoorten
hanteren
welke
optimaal
_
gedijen op aanwezige zware} en lichte ooivaagronden
Zicht
naar
karakter
f
p
open
behouden
versterken
Voldoende
oppervlaktereservering voor waterberging t.b.v. verharde oppervlaktes
Y |
Huidig
“onafgemaakte” |stedenbouwkunidgel structuur
verbinden
Nieuwe percelen inkleden
met
andschappelijke haag ais erfafscheiding
13
geluidsscherm
verzachten
van
door
middel
beplanting
l}
3.
14
RUIMTELIJKE
INRICHTING
3.1
KADASTRALE
SITUATIE
Zoals reeds aangegeven
bestaat het plangebied
agrarische percelen, die gelegen
Rosierstraat en het spoor
uit meerdere
zijn tussen de Pastoor
tussen Maastricht en België.
Specifiek gaat het om de kavels 108 t/m 110, waarvan de oppervlakten die vallen binnen fase 1 en 1b worden ontwikkeld. Fase 1b wordt mee vormgegeven t.b.v. het voorsorteren op een mogelijke vervolgfase (fase 2). De totale oppervlakte van de kavels
l
l
De Afbeelding 31: Ligging planlocatie binnen huidige kadastrale verkaveling
15
betreft ca. 2,2 hectare.
3.2
VOORLIGGEND
INRICHTINGSPLAN
Binnen het stedenbouwkundig
plan, opgesteld door Mansvelt (d.d.
09-10-2024) wordt er aan de Pastoor Rosiersstraat een mix tussen
grondgebonden
segment (drie tweekappers en zes rijwoningen) en
een gestapeld segment (25 appartementen) geplaatst. De Pastoor Rosiersstraat wordt voorzien van meerdere parkeerkoffers ingepakt in blokhagen, een enkele bomenlaan, een trottoir parallel aan de gevel en diverse uitritten voor de grondgebonden woningen.
In het oosten van de planontwikkeling wordt de rijbaan doorgetrokken vanuit het Remigiushof t.b.v. de bereikbaarheid van de hoofdentree van de appartementen. Tevens
kan een mogelijk
vervolgfase aansluiten op deze inrit. Aan de noordoostzijde van het Remigiushof is een wandelpad
te betreden
dat een rondgang
vormt tussen twee wadi's die het overtollige hemelwater en omgevingswater zullen bergen en laten infiltreren. Deze wadi's zijn voorzien van diverse gradiënten
waarop verschillende bomen
geplant worden.
In het zuidoosten van het plangebied
bevindt er zich een privaat
perceel. Dit perceel zal ingebed worden struweelbeplanting
door middel van een
als natuurlijke/landschappelijke erfafscheiding.
Op basis van het voorliggende
inrichtingsplan zijn er een aantal
aandachtspunten die noodzakelijk zijn om te benoemen gecheckt te worden
en dienen
in het civieltechnisch ontwerp:
1. Op dit moment is aan de noordzijde van de percelen een erfafscheiding op privaat eigendom
gesuggereerd
in de vorm van een scheerheg.
Mocht fase 2 gerealiseerd worden dan zijn de percelen al omkaderd door volgroeide scheerheggen die zorgen voor een homogene aan de achterzijde. Hierdoor wordt een verrommeld
beeld
beeld in de toekomst
voorkomen; Afbeelding 3.2: Voorliggende inrichtingsplan (Mansvelt, dd.
09-10-2024) met aandachtspunten
2. Het hoogteplan
moet worden
bekeken, aangezien het pad tussen de
wadi’s zich in een laagte bevindt en het noordelijke talud slechts 5 meter boven het beoogde
bergingspeil ligt;
3. De bomen zijn op de oostelijke perceelsgrens tegen de spoorlijn getekend. Dient hier rekening te worden gehouden afstand?
16
met een minimale
3.3
BESTAANDE
BINNEN
GROENKARAKTERISTIEKEN
PLANGEBIED
De huidige situatie van het plangebied
kent een visuele tweedeling
De
een
westkant
bestaat
uit een
met aan de noordzijde een perceel. relatief
Voor
weide
met
uit
elkaar
wijken in verband
bomen
aantal
hoogstambomen
welke
staan.
het landschappelijk
stedenbouwkundige
solitaire
breed struweel op het aangrenzende
De oostkant bestaat uit een ver
aantal
inpassen van de nieuwe
ontwikkeling
zullen alle bomen
met de ruimtereservering
waterberging,
maar ook voor de eventuele
planvorming.
De aanplant van de nieuwe
moeten
voor de benodigde uitbreiding van de
bomen
zorgt er echter
voor dat de kroonprojecties van de te verwijderen
bomen
worden
gecompenseerd. Afbeelding 3.3: Waardevolle groenstructuur
op private grond
Nota
bene:
hebben de
mochten
en de moeite waard
planlocatie,
worden.
Binnen
3.4
deren
boomgaard
zijn om
dan dient er een
te herplanten
herplanting
goede vitailiteit binnen
of buiten
herplantingsonderzoek verricht te
deze verdere uitwerking
met een eventuele
ding
de bestaande fruitoomen een
is geen
rekening gehouden
Tila
cordata
3.4
NIEUWE
De nieuwe
GROENSTRUCTUUR
groenstructuren
bij de landschappelijke
Kruidmengsel WI
paragraaf 2.4). landschap gaan
LLL
kwaliteiten
De kenmerkende
worden
vegetatiesoorten
ingezet om de nieuwe
beplanting
in hoogte, gelaagdheid, woonomgeving
binnen
het gebied
bloeitijd etc.
met merendeels
sluiten aan
uit de directe omgeving
in het landschap en een passende
De nieuwe
UT
binnen de planontwikkeling
(zie
van het Maasdal
uitbreiding op te laten identiteit te geven
kent een variantie
De aanplant van de
inheems
plantmateriaal én
de toevoeging van veel variatie voorziet een natuurinclusieve omgeving
voor zowel mens en dier.
Binnen deze omgeving
lokale biodiversiteit, zoals insecten en vogels,
behouden
wordt
maar ook
verbeterd
Nota bene:
binnen de voorgestelde groenstructuren
elementen toegevoegd,
zijn er enkele
verplaatst of uitgebreid op basis van het
voorliggende
inrichtingsplan.
Daarnaast
1, opgesteld
door Mansvelt (d.d.
is de uitwerking van fase
09-10-2024),
gehanteerd voor het
opstellen van het groenstructuurplan
Acer campestre
Afbeelding 3.5: 18
Nieuwe
'Elsrijk’
groenstructuren binnen plangebied,
voorbeelden
Meidoornhaag Alnus glutinosa
De voorgesteide
beplanting zal op de volgende
worden;
hagen
bomen,
pagina's
en struwelen en grasruigte
uitgelicht
3.5
BOMEN
De kenmerken
van de nieuwe
bomen
in de stedenbouwkundige
ontwikkeling sluiten aan bij het gebruik en karakter van deze Voor de nieuwe
[ocatie
laanstructuur aan de Pastoor Rosierstraat is juist
gekozen voor boomsoorten
met een
minimale vruchtvorming
hinder vormt voor geparkeerde auto's.
Deze
laanbomen
wat geen
zorgen voor
een uitbundige herfstverkleuring.
In de oostelijke, parkachtige structuur worden toegepast, zoals lindes en zwarte els etc.
inheemse
bomen
De inheemse
bomen
zorgen voor een compact bladerdek en een verticale gelaagdheid Naast deze inheemse Afbeelding 37. Acer campestre ‘Elsrijk veldesdoorn
Afbeelding 3.6:
Afbeelding 3.8: Castanea sativa - tamme kastanje
(CV}
namelijk een tamme
bomen
worden
er ook vruchtbomen
kastanje, boomhazelaar
is ter verwijzing naar de voormalige
en walnotenboom.
hoogstamboomgaard
deze locatie aanwezig was
Aanduiding nieuwe bomen
Het sortiment bestaat uit een zevental soorten, namelijk: Juglans regia, hoogstam
©
20-25
cm
Alnus glutinosa, hoogtsam 20-25 cm Carpinus betulus ‘Frans Fontaine’,
hoogstam 20-25 cm
@ Tis piatyphy!los, hoogstam 20-25 cm D) Castanea sativa, hoogstam 20-25 cm @ Coryius colurna, hoogstam 20-25 cm Acer campestre
Afbeelding 3.9: Alnus glutinosa - zwarte els
Afbeelding 3.8: Corylus colurna - boomhazelaar
Afbeelding 311 Juglans regia - Gewone walnoot
Afbeelding 312: Tila platyphyllos - zomerlinde
Afbeelding 313: Carpinus betulus naagbeuk
19
‘Frans Fontaine' -
'Elsrijk’, hoogstam
20-25
toegepast,
cm
Dit
die hier op
3.6
HAGEN
EN
STRUWELEN
De groene
Maasheggen
zijn kenmerkend
plangebied
zijn de Maasheggen
voor het Maasdal.
In het
terug te vinden als scheerheggen
en
struwelen. Nabij de parkeerkoffers en op de perceelsgrenzen worden de scheerheggen
toegepast en nabij de spoorlijn en het nieuwe,
private perceel worden
struwelen toegepast.
De landschappelijke
scheerheggen
bestaan
uit twee soorten, namelijk Meidoorn
Spaanse aak.
De hoogte van deze heggen zal maximaal 80 cm hoog
en
zijn aan de voorkant van de percelen en rond de parkeerkoffers. Aan de achterkant van de percelen hebben
deze scheerheggen
een
hoogte van ca. 180 cm Afbeelding 315: Struweelbeplanting voor inpakken nieuw, privaat perceel
Het nieuwe, private perceel wordt ingebed door middel van struweel
met een hoogte van ca. 1.80-2.00 meter. Nabij de spoorlijn en aan de randen van de wadi wordt ook struweel toegepast. echter een Afbeelding 314: Aanduiding scheerheggen
maximale
hoogte
naar het achterliggende
en struwelen
Deze
hebben van 1,50 meter om
landschap te handhaven.
zo het zicht
Deze lagere hoogte
wordt door middel van een ander beheer gehandhaafd. die binnen deze struwelen worden Lage scheerheg - Crataegus monogyna & Acer campestre (hoogte 0,6 -0,8 meter)
meidoorn,
struweel- Crataegus monogyna, Cornus mas, Prunus spinosa & Sambucus nigra (noogte ca. 5 meter} Laag struweel- Crataegus monogyna, Cornus mas, Prunus spinosa & Sambucus nigra (hoogte ca. 1.5 meter aan spoor, 18 meter bij erfscheidingen; d.my. beheer lager ouden )
Afbeelding 316: Knip- & scheerheg van meidoorn en spaanse aak (lage n hoge erfafscheidingen en hagen rondom parkeerkoffers}
De soorten
gebruikt zijn: gele kornoelje,
hazelaar en vlier. De meidoorn
het centrum
Hoge scheerheg - Crataegus monogyna & Acer campestre (noogte ca. 180 - 2,00 meter)
zullen
en vlier worden
dichterbij
van de wadi geplaatst omdat deze beter gedijen bij een
hogere
(grond)waterstand
Zowel
de lage als hoge
hagen zijn van grote waarde, doordat ze
nest- & schuilgelegenheid
voor insecten, vogels en kleine zoogdieren
bieden, een verbindingsroute vormen voor zoogdieren en een
Toegevoegde groenstructuren iv.m.
bijdrage leveren voor een aantrekkelijk groenbeeld wat aansluit op
voorliggend inrichtingsplan (Mansvelt (d.d. 09-10-2024))
het omliggend
landschap.
Het sortiment voor de scheerhagen
bestaat uit
m Crataegus monogyna - (Eenstijige meidoorn), 2 jarig haagplantsoen, WG, 0,60/0,80 =
meter.
11 stuks per m2 (50%)
Acer campestre - (Spaanse aak), 2 jarig haagplantsoen, WG, 0,60/0,80 meter. 11 stuks per m2 (50%)
Het Afbeelding 317: Natuurlijke struweelhaag parallel aan spoor (max. noogte 1,50m}
sortiment
voor
de struwelen
Crataegus monogyna 0,60/0,80
meter.
bestaat
uit:
- (Eenstijiige meidoorn), 2 jarig haagplantsoen, W6,
4 stuks per m2
(30%)
Cornus mas - (Gele kornoelje), 2 jarig haagplantsoen, WG, 0.60/0,80
DE neter. 4 stuks per m2 (30%) Corylus avellana - (Hazelaar), 2 jarig haagplantsoen, WG,
0.60/0,80
DE neter. 4 stuks per m2 (20%) Sambucus
nigra - (Vlier), 2 jarig haagplantsoen, WG, 0,60/0,80 meter. 4
WE <tuks per m2 (20%) 20
3.7
GRASRUIGTE
(ECOLOGISCHE
BERMEN
EN
WADY’S) Binnen het plangebied
wordt bloemrijk grasland als onderbegroeiing
toegepast. Er worden twee bloemrijke mengsels toegepast, namelijk een bloemenmengsel
voor in de wadi’s en een bloemenmengsel
voor de overige oppervlaktes.
De bloemenmengsels
hun bijbehorende vegetatiesoorten
passen
met
binnen het landschappelijk
karakter van de aanliggende weides en fungeert als leefgebied voor de lokale fauna. aanwezige,
Daarnaast gedijen deze mengsels
lichte ooivaaggronden
goed op de
binnen het plangebied
De grasruigte wordt op een ecologische
manier beheerd.
Hierbij
staat de flora en fauna centraal, waarbij het beheer gericht is op behoud Afbeelding 348:
Aanduiding bloemrijke graslanden
Afbeelding 319: Bloemrijke grasland (GY)
en verbetering van de ecologie.
gefaseerd
De grasruigte wordt
gemaaid (per vak of locatie) om de ecologie zo min
|
mogelijk te beperken
‚
beheer voorziet in het behoud van schuilgelegenheid
en
nectarvoorziening voor microfauna.
kunnen
machinaal worden stand
Om
en de variatie te bevorderen. Gefaseerd
gemaaid worden
om de ondergrond
Wadi's en bermen
waarbij het maaisel afgevoerd
moet
niet te verrijken en de biodiversiteit in
te houden
ervoor te zorgen dat de grasruigte zo min mogelijk
als belemmerend
wordt ervaren, wordt er parallel aan de
padenstructuur een smalle strook (intensief) gemaaid van 0,50 tot 1,00 meter.
Nota
bene:
ten tijde van droogstand
in de wad’s, zullen de wadi’s
gevuld zijn met gras. Afhankelijk van de waterstand zullen er ter plaatse van de wadi's ook grasruigtes met wildgroei ontstaan Afbeelding 3.20: Bloemrijk wadimengel (WI}
Afbeelding 3.21: Maairanden van minimaal 50 m
Bloemrijke wadimengel - (W1 lichte grond) Bloemrijke grasmengsel - G1 Bloemrijk grasland)
21
3.8
SOORTEN
TABEL
In de weergave
hieronder
is de plant- en boomlijst te vinden
van de stedenbouwkundige
ontwikkeling
in Oost-Maarland.
In
deze lijst wordt op een overzichtelijke manier de verschillende soorten, specificaties, verdeling en kwaliteitseisen van de nieuwe
beplanting weergegeven
Zoals in de ambities voor de planontwikkeling de ontwikkeling
te passen
in het omliggend
zijn als plant- en boomsoorten
gesteld, dient
landschap.
Hiertoe
meerendeels inheemse soorten
gekozen.
* = aantallen en m? heggen en grasmengsel in nadere uitwerking concept
[Type
Bomen eerste grootte (>15m)
Kleur
subnr./afk. [Botanische naam
%
m1
m2
[Tamme kastanje
n.Vt.
n.V.t.
nvt. _ [nvt.
Tip Alg
Tilia platyphyllos Alnus glutinosa
Zomerrlinde Zwarte els
Coc
|Corylus colurna
Boomhazelaar
cas
lBomen tweede grootte (10-15m)
Ned. Naam
[Castanea sativa
nvit. nvt
nM.t.
nvt. n
nV.t.
aantal
nvt _ [nvt nvt _ [nvt. n.v.t.
nM.t.
landschapsplan
eenheid
n nM.t.
|hoev.
|Opm.
nV.t.
NN
n.V.t.
te bepalen
25-30m _|20-25, hoogstam 10-20m _ [20-25, hoogstam 25-30m _|20-25, hoogstam 15-20m
_[20-25, hoogstam
AcE
|Acer campestre 'Elsrijk!
veldesdoorn (CV)
nvt.
nvt.
nvt
|nvt
nvit.
7
totl2m
|20.25, hoogstam
cab
Carpinus betulus 'Frans Fontaine’
Haagbeuk (CV)
nvt
a
[nvt
n
[nit
6
tot10m
_|20-25, hoogstam
ngzme
Jur Scheerheggen
Hoogte (m) |maat / kwaliteit
-
struweelheggen
Juglans regia
IGewone walnoot
nv.t.
nV.t.
|Acer campestre
Crataegus monogyna
spaanse aak
Eenstijlige meidoorn
50%|[n.v.t.
Crataegus monogyna Cornus mas |Corylus avellana [Sambucus nigra
Eenstijlige meidoorn Gele kornoelje Hazelaar Vlier
30%[nv.t. 30%[nv.t. 20%|n.v.t. 20%[n.v.t.
50%[nv.t.
nv.t.
u *
nv.t
daarom tweede
nV.t.
Ti[m2
11[m2
groerer-
1 |grootte
tot 15m
-
20-25, hoogstam
60/80cm, WG
*
(60/80cm, WG 60/80m, 60/80cm, 60/80cm, 60/80cm,
61 Bloemrijk grasland voor lichte, zanderige en Bloemrijk grasmengsel
61
lemige gronden.
100%/|nvt.
|E
15ler/m2
|*
gram
0,3-1,2m
Bloemrijk grasland in wadi
wi
[wi Wadi mengsel voor lichte grond
1ooxlnve
|E
1slerm2
|
eram
0410m
WG WG WG WG
3.9
RUSTIEKE
Binnen de nieuwe
MATERIALEN
planontwikkeling worden
de trottoirs parallel
aan de gevel en de inritten aan de Pastoor Rosierstraat voorzien van betontegels.
De rijbaan en parkeerplaatsen worden
met grijze betonstraatstenen.
uitgevoerd
Door deze materialen sluit de nieuwe
ontwikkeling aan op de huidige materialsering in het gebied waaronder de overzijde van de straat.
Alternatief zou er gekozen
kunnen worden voor grasbetontegels
in de parkeervakken
In het oosten wordt het struinpad gecreëerd intensief gemaaid
pad voor een overgang
door middel van een
naar het aanliggende
landschap.
Aan de nieuwe woonstraat in de ontwikkeling wordt er gekozen voor Afbeelding 3.22: Aanduiding rustieke materialen
Afbeelding 3.23:
Intensief gem:
aide paden rondom
wadi's
hogere
kwaliteit betonstraatsteen.
Als fase 2 eventueel
wordt, kan op deze esthetische verharding zal de gehele
@ @ @ °
Afbeelding 3.24: Trottoirverharding die aansluit bij bestaande inrichting Pastoor
23
Rosierstraat
Afbeelding 325 Rijbaan en parkeervakken Pastoor Rosierstraat van elementenverharding
Afbeelding 3.27: Esthelische, betonnen verharding nieuwe woonstraat
ontwikkeling een eigen
e eiementen verharding (BSS) z steische. betonnen verharding Wandelpad
met intensief
gemaaid
gras
gerealiseerd
aangesloten worden
en
kwalitatieve uitstraling krijgen
Vestiging Oosterhout Beneluxw
g125
Vestiging Maastricht Wim
Duisenbergple
Postbs O
AA
0162
Postbus Oosterhout
487
info@cb5.nl
500
tsoen
9'
6200
AZ
Maastricht
+31(0)
43
325 32 23
21