20250218 10 BP Moerslag Bijlage 4.4. Zienswijze 4 Moerslag 32
Tekst van het document
aa Aan: gemeenteraad en College van Eijsden-Margraten
Betreft: Zienswijze
e
t betrekking tot het
ontwerpbestemmingsplan Moerslag 32, PIN NL.Imro.1930.BPBUI6265NC32-ON01 datum: 25 januari 2024
Gemeente Eijsden-Margraten BVO
25 JAN, 2024 Raad
Afschrift
1. Inleiding zienswijze. heeft het ontwerpbestemmingsplan Moerslag 32
bestudeerd.
/aardeert het bedrijfsleven met haar maatschappelijke functie, maar deze
functie dient te passen bij het algemeen belang van onze samenleving waarbij
zich richt
op het belang van natuur, landschap en leefomgeving in het Nationaal Landschap Zuid-
Limburg (statutair vastgelegd). Om die reden wordt N als belanghebbende gezien en ontvankelijk verklaart.
M is tot de conclusie gekomen dat dit plan een zeer grote impact heeft op de omgeving, zowel landschappelijk en natuurlijk als op de leefomgeving en verkeerssituatie en is van mening dat dit plan geen doorgang mag vinden.
2. Toelichting. Landgoed Moerslag ligt op het ‘Middenterras’ van de gemeente Eijsden-Margraten en dat is het meest waardevolle maar kwetsbare gebied wat betreft natuur en landschap. Benutting voor toerisme en recreatie is van belang, maar er dienen grenzen aan verbonden te worden wil het gebied niet ten prooi vallen aan economische uitbuiting die schadelijk kan zijn. ist iervoor beleid dan wel toepassing van beleidsregels. In het gebied zijn al
verschillende toeristisch economische activiteiten en J
is van mening dat het in dit
gebied nu wel genoeg is.
—
1
Kaart met cumulatie van (toeristisch) economische activiteiten in een kwetsbaar gebied.
De toeristische boerderij Heiweg 15 op een paar honderd meter afstand valt er net buiten.
Landgoed Moerslag heeft in het nabije verleden meermaals uitbreiding van haar toeristische activiteiten aangevraagd en gekregen (2013, 2016 en 2020).
Nu speelt er weer een nieuwe aanvraag die veel meer impact op de omgeving heeft dan de vorige met veel meer activiteiten maar ook over een veel groter gebied verspreid. Natuurlijk ook hier spelen de toename van vakantiehuisjes een belangrijke rol en zelfs ver buiten het huidige gebied.
-waag\ daarom de gemeente haar goedkeuring aan enkele zeer schadelijke activiteiten te
onthouden, met name de evenementen en de nieuwe vakantiehuisjes maar ook de toestemming voor het scheppen van nieuwe bouwvlakken. (noot: aanvragers zijn erg creatief in het zoeken naar
nieuwe namen voor vakantiehuisjes zoals dat ook bij Mooi Bemelen gebeurd is. N
blijft het gewoon
vakantiehuisjes noemen ook al worden creatieve begrippen als ‘autarkische verblijven’ en “natuurlofts’ genoemd) De huidige aanvraag is voor een “NSW landgoed”, dit is een landgoed zoals gerangschikt onder de Natuurschoon Wet uit 1928. In de toelichting is er sprake van Landgoed Moerslag, echter nergens blijkt dat dit landgoed inderdaad geregistreerd is of wordt als NSW Landgoed. De categorie
NSW-
Landgoed kent specifieke regels en verplichtingen: “Bij rangschikking onder de NSW wordt in principe de verhouding van 1 gebouw tegen 10 hectare
nieuw groen aangehouden, of in geval van een bestaand gebouw 5 hectare groen. Aan Rood voor Groen experimenten zijn een aantal voorwaarden verbonden. Zo wordt voor het bouwen van een landgoed op onbebouwd terrein een groene tegenprestatie van 10 ha. verlangd. Gaat het om (ver)bouw van b.v. een voormalig agrarisch complex tot een nieuw landgoed, dan is een tegenprestatie
van 5 ha. groen nodig. Ook mogen nieuwe initiatieven agrarische belangen niet onevenredig schaden en moet een en ander planologisch goed geregeld zijn.”
De plannen voorzien in 0.a 5 nieuwe “autarkische vakantieverblijven “ buiten het bestaande bestemmingsgebied, buiten het bestaande bouwvlak. Hiervoor zou in principe 50 ha nieuw groen moeten worden gerealiseerd... Het blijft onduidelijk of het landgoed is/wordt gerangschikt onder de Natuurschoonwet van 1928, en wat daarvan de eventueel consequenties zijn voor de voorliggende plannen.
2013
2016
2023
Salami tactiek :bestemmingsviak wordt steeds vergroot, natuurlofts toegevoegd, boomgaard achter het pand (2013) wordt n stapjes, via camping(2016), verplaatsen en uitbreiding camping (2020) en nu in 2024 omgezet naar huisjespark. Ondergeschikte horeca wordt zelfstandige horeca, buitenterras wordt evenementen tuin.… 2013: “Daartoe wil initiatiefnemer 10 extra kampeerplaatsen realiseren ten westen van het bestaande kampeerterrein. Het
kampeerterrein wordt daarnaast in zijn geheel in westelijke richting verschoven en ingericht in een landgoedachtige settin Om de realisatie van het planvoornemen mogelijk te maken dient de bestemming van de locatie te worden gewijzigd en dient het bestemmingsvlak te worden vergroot. Het bouwviak wordt ten opzichte van de vergunde bebouwing niet
vergroot. Dit bouwvlak wordt strak getrokken rond de bestaande bebouwing” 2016 werd al extra ruimte buiten de bestaande bouwvlakken gecreëerd: “De nieuwe Natuurlofts”” worden buiten de grenzen van de huidige recreatiebestemming gerealiseerd waar deels het bestemmingsplan “Buitengebied Margraten 2009” (vastgesteld op 19 mei 2009) van toepassing is.” De ontwikkeling is in strijd met de regels van dît bestemmingsplan, bouwen is niet toegestaan binnen de bestemming “Agrarisch met waarden” zonder bouwvlak. 2020: "Het wijzigen van het gebruik van de camping ten behoeve van 7 extra kampeermiddelen en het gebruiken van de ontbijtruimte voor horeca doeleinden” (dit besluit i blijkbaar nog niet definitief, de aanvraag omgevingsvergunning staat op de website van het omgevingsloket aangemerkt als “In voorbereiding”). De nieuwe veldschuur past niet binnen de regels van de bestemrming “Recreatie — Verblijfsrecreatie”, aangezien deze buiten het vigerende bouwvlak wordt gesitueerd. De nieuw aan te leggen parkeervoorzieningen en het deel dat als kampeerterrein wordt ingericht, worden eveneens buiten het bestaande bestemmingsviak geprojecteerd.
Tevens s de wijziging van het bouwviak ten behoeve van de ontbijtruimte (loskoppeling van het bouwvlak van de boerderij] niet mogelijk binnen de vigerende bestemmingsplanbepalingen”
Daarbij is op de verbeelding goed in te schatten welke aanvraag er over een paar jaren gedaan zal worden. Evenals bij Keerestraat 7 worden enkele huisjes geplaatst aan de randen van het gebied. De volgende stap zal dan zijn dat het gebied hierbinnen volledig opgevuld zal worden met huisjes e.d.
M
vr22et u om in ieder geval geen bouwsels of bouwvlakken toe te staan buiten het huidige
kampeergebied en dit buitengebied ook niet te vergunnen voor kampeermogelijkheden.
Over de toename van verkeer en parkeervoorwaarden is onvoldoende beschreven. Gezien het gebied met zijn smalle wegen nu al te leiden heeft onder zware verkeersdruk in het toeristenseizoen, is het niet verstandig om activiteiten toe te laten die juist in deze periode de verkeersdruk alleen maar nog groter zullen maken.
Meer verkeer betekent meer vervuiling met 0.a. stikstof in een gebied met op korte afstand
verschillende N2000 gebieden. W vreest dat voor parkeren het gebied aangevraagd zal worden tegenover de boerderij aan de andere kant van de weg. Ook al wordt deze parkeerplaats voorzien van ‘schaamgroen’, het blijft een aantasting van het, nu nog, mooie gezicht op de cultuurhistorisch waardevolle boerderij.
[is van mening dat de gemeente haar natuurwaarden serieus dient te beschermen en in deze, nog redelijk, open gebieden met hoge natuurwaarden, zeer terughoudend dient te zijn met het toelaten van nieuwe schadelijke ontwikkelingen. Het nieuwe uitbreidingsgebied omvat nu ook een paar veldwegen ten zuiden en de toegang tot een
wandelpad naar het dal. Hiermee worden ze onttrokken aan het open gebied en ingepast in het “Iandgoed’. Voor de toekomst kan dat nadelige gevolgen gaan krijgen voor de openbare toegang, maar ook voor de mogelijkheden voor toeristische activiteiten die dan eenvoudiger aangevraagd
kunnen worden en waar dan minder invloed op uitgeoefend kan worden. Zoals parkeerplaatsen.
-vraag! te gemeente om de veldwegen en de toegang tot het wandelpad niet toe te voegen aan het landgoed.
Alles s in te passen met groenvoorzieningen maar dat wil niet zeggen dat natuur en landschap door dit plan niet geschaad wordt. Zicht vanuit het landgoed zal zeker mooi worden, maar zicht op het landgoed vanuit de omgeving wordt er niet mooier op, terwijl het waardevolle typische
cultuurlandschap waar het Nationaal Landschap Zuid Limburg zo beroemd om is, krijgt wederom een nieuwe deuk in haar imago. Buitengewoon buitengebied: De gemeenteraad heeft dit Manifest vastgesteld op 18 maart 2021, samen met het toelichtende document Richtinggevende Uitspraken. Onder Natuuren Landschap staat: ‘Waar beschermen en ontwikkelen niet samen kunnen gaan kiezen we voor beschermen.’. ‘Hergebruik ten behoeve van een andere functie, bijv. toerisme en recreatie, zorg en wonen, in de vanuit de cultuurhistorie als waardevol te bepalen gebouwen (bijv. monumenten/beeldbepalende panden/karakteristieke bebouwing) en sloop van de overtollige, landschap ontsierende gebouwen.’ Onder toerisme en recreatie staat: ‘Wij streven de principes van een Green Destination na, waarin ontwikkelingen (het concept, de wijze van ondernemerschap, wijze van aanpak/ draagvlak geënt zijn op kwaliteit (niet meer maar beter)).”
s
zezien de vele ontwikkelingen en één jaar tijd en in een klein gebied zoals Mooi Bemelen,
Keerestraat 7 en nu ook weer Moerslag 32, van mening dat het manifest Buitengewoon Buitengebied met voeten getreden wordt.
3. Regels Hoofdstuk 1 Inleidende begrippen Artikel 1 Begrippen
vindt onder artikel 1 geen beschrijving van enkele begrippen die wel voorkomen in de regels en op de verbeelding staan.
Het gaat om de volgende begrippen: erosie, kampeermiddelen, parkeren, zwembad, zwemvijver.
B
vindt een duidelijke beschrijving in de regels nodig om onduidelijke situaties te voorkomen en
later geen juridisch gevecht te hoeven aangaan.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 1.13 autarkische verblijven
‘verblijfsaccommodaties/recreatiewoningen volgens een specifiek eigen uniek concept van recreatief verblijfen zelf onderdeel worden van het landschap, waarbij bebouwing ondergeschikt is en gecamoufleerd wordt door groen en waarbij beleving van de omliggende natuur en duurzaamheid centraal staan. Bovendien zijn deze accommodaties zelfvoorzienend in energiebehoefte en
afvalwater” De autarkische verblijven komen in: Agrarische met waarde, Dubbelbestemming Waarde-ecologie, Dubbelbestemming Waarde- landschapselement, Dubbelbestemming Waterstaat-erosie,
Gebiedsaanduiding milieuzone-bodembeschermingsgebied, Gebiedsaanduiding milieuzone grondwaterbeschermingsgebied. vraagt zich af waar het afvalwater naar toe gaat. Het is nergens beschreven. Dit los van het feit dat N
sowieso tegen bebouwing en bouwvlakken is in dit open gebied.
1.41 eventtuin
‘Een begrensd gebied waar een georganiseerde gebeurtenis of (openlucht]manifestatie plaatsvindt in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/verrichting van vermaak of besloten borrels en
feesten met horecavoorzieningen.”
M risteend
ijke beschrijving van de te organiseren activiteiten. Wat valt onder:
gebeurtenis, manifestatie, uitvoering/verrichting van vermaak, besloten borrels, feesten. In feite kun je met voornoemde omschrijving alles doen. Zo dicht bij natura 2000 gebieden zijn
evenementen in de buitenlucht hoe dan ook ongewenst. Mogelijk impact van lawaai, licht en drukte op de nabije natuur dient sowieso eerst zorgvuldig te worden onderzocht. 1.53 Natuurlofts
‘kwalitatief hoogwaardige verblijfsaccommodaties/recreatiewoningen volgens een specifiek-eigen
uniek concept van recreatief verblijf en zelf onderdeel worden van het andschap, waarbij bebouwing ondergeschikt is en gecamoufleerd wordt door groen en waarbij beleving van de omliggende natuur en omgeving centraal staat; Natuurlofts”“ is een merknaam voor het Landgoed Moerslag.”
E
vindt dit een mooie beschrijving voor het promoten van vakantiewoningen met een zeer hoog
‘greenwash-gehalte’. Ongewenst dus. 1.57 onderkomens
‘voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder ‘begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten,
5
schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf” vindt door het opnemen van deze bestemmingsregel al een voorzet wordt gemaakt naar uitbreiding in een volgende fase. Nog los van het feit dat met deze regel alles kan en dat dient voorkomen te worden (zo heeft Mooi Bemelen ons geleerd). Dit is ongewenst. 1.59 peil
‘voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld aan de zijde van de hoofdtoegang tot het gebouw. in afwijking van vorenstaande geldt als peil ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 2', 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties
natuurlofts2.0 - 3' 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0- 4' en 'specifieke vorm van recreatie — accommodaties autarkische verblijven' de maat gemeten ten opzichte van het vloerpeil van de bovenkant van de afgewerkte vloer van de begane grond”
E vindt dit rommelen met de hoogte. De vraag is of in dit waardevolle gebied gegraven mag worden, ook gezien het hellingspercentage > 8% ter plaatse (landschapsplan), laat staan dat gebouwen en bouwvlakken wenselijk zijn.
indt het in ieder geval wel onwenselijk en in strijd met gemeentelijk beleid (in voorbereiding). Uit presentatie “gebiedsdifferentiatie kaart, DUIDING UITSPRAKEN MANIFEST
BUITENGEWOON BUITENGEBIED” (door hetzelfde bureau 2.6 STEILE HELLING
Rummtelijke
De de
afbakening
nurmteijke
gedaan komt
afbakenng
op basis
daarn
als
van
de
steie
helingen
van de geomoroiogische kaart en
‘afbraakwand
overeen
Algemeen
(>8%}
met
de
benoemde
eenheden.
Dt
helingen die op basis van het
Hoogtemodel
Nederiand as steder dan 8%
te dassificeren zijn.
Ruimtei
onteikkelingsperspectet
Beslotenhed
Natuurbos
Natuurtijke grasianden Kieine landschapseiementen
Agransch natuurbeheer/oiologische landbouw Erosiebestnjding
Nieuwe
ontwikkeingen
karaktensbek.
Niet
voegen
passende
zch
inmaar
clementen
deze
sdeaiter
utplaatzen.
Volgens het beleid in ontwikkeling van de gemeente is geen ruimte is voor de voorgestelde plannen op deze plek. Normaliter voert een gemeente zuik beleid al uit, vooruitlopend op de invoering.
1.62 recreatiewoning
‘een (deel van een) gebouw, dat dient als recreatieverblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. De maximum aaneengesloten verblijfsduur van gebruikers bedraagt 6 weken, zonder
dat dit mag leiden tot permanente bewoning. Onder recregtieverblijf wordt niet verstaan verblijf noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. Recreatiewoningen zijn gelegen op een complex met verblijfsrecreatie als hoofdfunctie, bestaande uit meerdere recreatiewoningen voor tijdelijke verhuur door de exploitant of beheerder van het complex, eventueel in combinatie met andere vormen van recreatief verblijf (aroepsaccommodatie en tenten)”
Middels deze bestemmingsregel kan N constateren dat NSW landgoed Moerslag geen agrarisch bedrijf meer zal zijn maar een complex met recreatiewoningen en evenementen, dus uiteindelijk uitgroeit naar een vakantiepark. Dit is hier onwenselijk. 1.67 spuitvrije zone
‘een zone rondom gevoelige objecten waarbinnen het niet is toegestaan gebruik te maken van chemische gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen, die leiden tot schadelijke effecten op een goed woon- en leefklimaat.”
D
vindt het vreemd dat deze regel plotseling opduikt. Op gronden met de bestemming Agrarisch
met waarde en hoger zou niet gespoten mogen worden, ook omdat deze liggen in het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. 1.72 voedselbos
‘een voedselbos is primair een natuurlijke, duurzame landbouwmethode gericht op eetbare productie.’
(geano im se rd) ziet voor een voedselbos een productiebos, op een natuurlijke wijze ingepast in de omgeving en valt daarom
niet onder ‘Waarde Natuur’.
4.2.1 Algemeen
‘Op of in deze gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. kleinschalige recreatieve voorzieningen (zit- en schuilgelegenheid, picknickplaatsen) en voederbergingen of voederruiven voor wild, voor zover deze geen onevenredige afbreuk doen aan het
agrarisch gebruik en de belangen van natuur en landschap, waaronder begrepen de openheid van het landschap, met dien verstande dat:
1. het oppervlak aan bouwwerken per voorziening ten hoogste 12 m? mag bedragen; 2. de goothoogte ten hoogste 2,00 meter mag bedragen; 3. de bouwhoogte ten hoogste 3,00 meter mag bedragen; 4. bouwwerken, voorzien van een dak, plat of met een kap van ten hoogste 45° mogen worden afgedekt.
b. veldschuren/schuilgelegenheden ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren, mits er wordt voorzien in een afdoende landschappelijke inpassing, met dien verstande dat: 1. er per perceel van 1.000 m2, of aaneensluitende percelen die gezamenlijk een oppervlak van minimaal 1.000 m2 hebben en van één kadastrale eigenaar zijn, maximaal 1 schuilgelegenheid is
toegestaan; (voorheen uitsluitend op bouwpercelen van 1 ha en 12 m2) 2. de goothoogte ten hoogste 2,50 meter mag bedragen; 3. de bouwhoogte ten hoogste 3,50 meter mag bedragen;
4. de oppervlakte van de veldschuur/schuilgelegenheid ten hoogste 18 m2 ( was 12 m2} mag bedragen, met dien verstande dat de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - veldschuur' volledig mogen worden bebouwd;
5. er geen binnen- en buitenopslag mag plaatsvinden, met uitzondering van binnenopslag van voer en stro.
c erf- en terreinafscheidingen, in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen,
waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,50 meter”
-vindt dat van de oorspronkelijke bestemmingsregel niet afgeweken mag worden daar het hier gaat om een complex met verblijfsrecreatie als hoofdfunctie: ‘Het bouwen van
veldschuren/schuilgelegenheden voor vee uitsluitend op 1 ha worden gebouwd en de oppervlakte van gebouwen per bouwperceel van ten minste 1 ha maximaal 12 m2 mag bedragen/
5.1 Bestemmingsomschrijving
‘De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden, bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder
begrepen de aanleg van onder- en bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water;
voedselbos, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van natuur — voedselbos”; wegen en paden ten behoeve van de aansluitende bestemming uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; met daaraan ondergeschikt:
extensief recreatief medegebruik; wandel, ruiter-, fiets-, wielren- en mountainbike-evenementen op bestaande… van mening dat voor ‘Natuur’ de juiste oorspronkelijke bestemmingen gehanteerd dienen te worden. Voorbeeld: een voedselbos is geen Natuur maar een productie bos om voedsel te verbouwen en valt dus onder de bestemming Agrarisch met waarde. Van natuur voedselbos maken is een vermindering van waarde en onwenselijk. In 1981 is de stortplaats op kadasternummer 178 gesloten waarop nu de bestemming Natuur komt.
.! (geanoimserd) vraagt zich af of er onderzoek dient plaats te vinden naar de vervuiling door de stortplaats waàrbij gekeken dient te worden wat er is toegestaan (zoals graven). Artikel 6 Recreatie - Verblijfsrecreatie
‘Bestemmingsomschrijving De voor “Recreatie - Verblijfsrecreatie” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfs-recreatieve voorzieningen in de vorm van recreatiewoningen tot ten hoogste het aangeduide “maximum aantal recreatiewoningen”;
b. bedrijfswoningen tot ten hoogste het aangeduide “maximum aantal bedrijfswoningen”; c. een horecagelegenheid, ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie — horecagelegenheid”; d. eventtuin, ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie — eventtuin”, met dien verstande dat de eventtuin mag worden gebruikt door gasten van Landgoed Moerslag en externe gasten waarbij maximaal 10 keer per jaar maximaal50 externe gasten mogen worden ontvangen; e. agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis ter plaatse van de aanduiding “agrarisch”; £ erf ten behoeve van recreatieve doeleinden en de bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding verf’;
g. maximaal 17 Natuurlofts”*, ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie accommodaties natuurlofts', 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 2', ‘specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 3' en 'specifieke vorm van recreatie accommodaties natuurlofts2.0 - ’;
h. maximaal 5 autarkische verblijven, ter plaatse van de aanduiding
’specifieke
vorm van recreatie —
accommodaties autarkische verblijven” i. één veldschuur, ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie — veldschuur”;
een zwembad en/of zwemvijver, ter plaatse van de aanduiding “zwembad”; . uitsluitend een ontsluiting voor langzaam verkeer ter plaatse van de aanduiding “Iangzaam verkeer’.
E
&
afbeelding 1
_
afbeelding 3
-
afbeelding 5
ziet in de digitale verbeelding onder: afbeelding 1: de reeds 5 bestaande accommodaties als bouwvlak ingetekend. Afbeelding 2 toont de 3 natuurlofts 2.0-4. afbeelding 3 toont 6 natuurlofts 2.0-2. afbeelding 4 toont 3 natuurlofts 2.0-3. Totaal zijn dit 17 natuurlofts.
Echter op afbeelding 5 staat de druppel op een vlak dat geen verdere
functieaanduiding.
De vraag bij N rijst: worden hier ook nog natuurlofts gebouwd? Zo nee, wat dan wel? 6.2 Bouwregels ’6.2.1 Algemeen
Op de tot “Recreatie - Verblijfsrecreatie” aangewezen gronden mogen, met in acht name van het gestelde onder 6.1 uitsluitend worden ingericht of gebouwd: a. recreatiewoningen binnen de bestaande bebouwing tot ten hoogste het aangeduide “maximum aantal recreatiewoningen”;
b. gebouwen (waaronder Natuurlofts en autarkische verblijven), geen woning zijnde, ten behoeve van bestemming 'Recreatie-verblijfsrecreatie’;
C. bedrijfswoningen tot ten hoogste het aangeduide “maximum aantal bedrijfswoningen”; d. gebouwen ten behoeve van agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis ter plaatse van de
aanduiding “agrarisch”; e. andere bouwwerken ten behoeve van agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis ter plaatse van de aanduiding “agrarisch”;
d. veldschuur, ter plaatse van het bouwvlak met de aanduiding “specifieke vorm van recreatie — veldschuur”;
e. ontbijtruimte en horeco, ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie —
horecagelegenheid”; f. een zwembad en/of zwemvijver, ter plaatse van de aanduiding “zwembad”; g recreatiewoningen die voldoen aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het "Regelwerk-BKP":
dat als Bijlage 4 aan de regels is toegevoegd. en de daarbij behorende andere bouwwerken, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande, dat: 1. gebouwen uitsluitend in het bouwvlak mogen worden gebouwd; 2. sanitaire- en daarmee vergelijkbare voorzieningengebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; 3. de goothoogte van gebouwen ten hoogste 6,50 meter mag bedragen; 4. de dakhelling ten hoogste 60° mag bedragen;
5. het totale vloeroppervlak van een inpandige recreatiewoning ten hoogste 100 m? mag bedragen; 6. de bedrijfswoningen uitsluitend in het bouwvlak mogen worden gebouwd; 7. de inhoud van een bedrijfswoning ten hoogste 800 m3 mag bedragen dan wel niet groter mag zijn dan de bestaande inhoud;
8. met uitzondering van de hoogte van erfafscheidingen, die ten hoogste 2,50 meter mag bedragen
ten opzichte van het gemiddeld maaiveldniveau ter plaatse van de afscheiding; 9. in ten hoogste 2 bouwlagen met kap mag worden gebouwd, met uitzondering van de
recreatiewoningen/verblijven ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie accommodaties natuurlofts’, 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 2', en 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 3' die uit hooguit 1 bouwlaag met kap mogen bestaan.’ Onder 6.2.1 staat:
a. recreatiewoningen binnen de bestaande bebouwing tot ten hoogste het aangeduide “maximum aantal recreatiewoningen”; b. gebouwen (waaronder Natuurlofts en autarkische verblijven), geen woning zijnde, ten behoeve van bestemming 'Recreatie-verblijfsrecreati
[is van mening dat Natuurlofts en autarkische verblijven gewoon (recreatie}woningen zijn en bij het totaal aantal woningen geteld dienen te worden?
10
Verder staat er onder:
f. een zwembad en/of zwemvijver, ter plaatse van de aanduiding “zwembad”; Voor het aanleggen van een buitenzwembad voor privégebruik op het perceel Moerslag 32, 6265 NC Sint Geertruid (verzonden d.d. 9 december 2020} is een vergunning verleend. Nu is er sprake van een zwembad/zwemvijver. Voor
- wordt dit buitenzwembad geschikt gemaakt voor gasten? - gaan de afmetingen veranderen? - wordt het een overdekt zwembad?
- in de verbeelding wordt zwembad aangeduid met een bouwvlak. Wat is de grootte van dit bouwvlak?
6.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts'
“Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts’ gelden in afwijking van het bepaalde onder 6.2.1 de volgende regels: . accommodaties in de vorm van natuurlofts worden uitsluitend ter plaatse van de bouwvlakken gebouwd; b. de goothoogte van de accommodaties ten opzichte van het gemiddelde maaiveldniveau binnen het
daarvoor bestemde bouwvlak (met de aanduiding “specifieke vorm van recreatie — accommodaties natuurlofts”) mag ten hoogste 3,3 m bedragen; c. de bouwhoogte van de accommodaties ten opzichte van het gemiddelde maaiveldniveau binnen
het daarvoor bestemde bouwvlak (met de aanduiding “specifieke vorm van recreatie — accommodaties natuurlofts”) ten hoogste 5,7 m mag bedragen; d. er mag in ten hoogste 1 bouwlaag met kap worden gebouwd. constateert dat volgens bijlage 4 ‘Beeldkwaliteitsplan’ nog niets definitief is. ‘Indelingen en
vorm van de lofts zijn indicatief en dienen om de haalbaarheid binnen benodigd vorm/footprint weer te geven. De plannen zullen t.z.t. nader uitgewerkt worden t.b.v. de omgevingsvergunning. Positie entree tot lofts is ook indicatief”. In deze regel worden slechts de hoogtes aangegeven maar
niet de grootte van de bouwvlakken. Tevens mist - voor hoeveel personen de natuurlofts bestemd zijn. 6.2.3 Regels ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties
‘natuurlofts2.0 - 2' en 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 -3' ‘Ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0- 2" en 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 3’ gelden in afwijking van het bepaalde onder 6.2.1 de volgende regels: . accommodaties in de vorm van natuurlofts worden uitsluitend ter plaatse van de bouwvlakken gebouwd; b. Het bouwvlak mag voor maximaal 90 % worden bebouwd; c de goothoogte van de accommodaties mag maximaal 3,95 m bedragen; d. de bouwhoogte van de accommodaties mag maximaal 4,7 m bedragen; e. er mag in ten hoogste 1 bouwlaag met kap worden gebouwd
Msteit vast er geen grootte van de bouwvlakken worden vastgesteld, slechts de bouwhoogte en goothoogte. In bijlage 4 ‘Beeldkwaliteitsplan’ op bladzijde 11 staan echter wel de oppervlakten van de bouwvlakken vermeld. ‘Natuuriofts 2.0-Loft 2/3 bebouwingsvlak 10,0x 15, 0 > 150,0 m2, footprint bebouwd opp. 90% 135,0 m2'. Grootte bouwvlak behoort in de regels te staan.
1
6.2.4 Regels ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 4'
“Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 4’ gelden in afwijking van het bepaalde onder 6.2.1 de volgende regels: a. accommodaties in de vorm van natuurlofts worden uitsluitend ter plaatse van de bouwvlakken gebouwd; ‚b. Het bouwviak mag voor maximaal 90 % worden bebouwd; € de goothoogte van de accommodaties mag maximaal 6,3 m bedragen; d. de bouwhoogte van de accommodaties mag maximaal 7,9 m bedragen; e.er mag in ten hoogste 2 bouwlagen met kap worden gebouwd.
[vindt deze bouwwerken te robuust. De hoogte van 7,9 meter voor het landschap te robuust. In bijlage 4 ‘Beeldkwaliteitsplan’ op bladzijde. 13 staan de volgende oppervlakten: Natuurlofts 2.0-
Loft 4- bebouwingsvlak 7,0 x 11,0 m > 77,0 m2 - footprint bebouwd opp. 90% > 69,0 m2 -2 bouwlagen. Grootte van de bouwvlakken behoren in de regels te staan. Wanneer recreatiewoningen geen woningen zijn, waarom moeten ze zo’n hoogte hebben die niet passend is in ons landschap. Ook hier weer wordt niet vermeld voor hoeveel personen deze Natuurlofts worden gebouwd.
6.2.5 Regels ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie — accommodaties autarkische verblijven” ‘Ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie — accommodaties autarkische verblijven” gelden in afwijking van het bepaalde onder 6.2.1 de volgende regels: accommodaties in de vorm van autarkische verblijven worden uitsluitend ter plaatse van de bouwvlakken gebouwd; . Het bouwvlak mag voor maximaal 90 % worden bebouwd;
b. de goothoogte van de accommodaties mag maximaal 3,3 m bedragen; c. de bouwhoogte van de accommodaties mag maximaal 5,7 m bedragen; d. er mag in ten hoogste 1 bouwlaag met kap worden gebouwd.
B
vindt in bijlage 4 ‘Beeldkwaliteitsplan’ op pagina
15 staat: ‘vorm en afmetingen nog te
ontwerpen’, geen enkele afmetingen van deze verblijven. Wanneer deze wijziging wordt goedgekeurd mag de aanvrager zelf gaan bepalen wat de grootte van het bouwvlak gaat worden en dat is onjuist. Tevens wordt niet aangegeven voor hoeveel personen deze accommodaties gebouw gaan worden.
6.2.6 Bestaande bebouwing
‘Voor zover bestaande maten en hellingen afwijkend van de bepalingen in dît lid, mogen de bestaande maten en hellingen worden gehandhaafd:
ook
vraagt zich af over welke maten en hellingen gaat dit? Dit is niet terug te vinden, waarbij we willen wijzen op de regels met bettrekking tot hellingen in het landschap.
Artikel 13 Waterstaat-Erosie
13.2.2 Gebruiksregels en bedrijfserosieplan ‘Het onder 13.2.1 bepaalde geldt niet indien voor de desbetreffende percelen een bedrijfserosieplan conform de “Erosieverordening HPA” is opgesteld/
—11
vraagt zich af of er een Erosieverordening HPA is opgesteld. Indien neen, wordt dit dan gedaan, indien ja, hoe ziet dit eruit en hoe heeft u dit beoordeeld? 13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.3.1
‘Het is verboden op of n de voor “Waterstaat — Erosie” aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren
a. het rooien en/of verwijderen van opgaande begroeiing (met een hoogte van 0,30 meter of meer) op graften en of landschapselementen, in de vorm van groenstroken, grasbanen, bermen en hagen of daarmee vergelijkbare elementen, voor zover deze van belang zijn in het kader van de bestrijding van erosie;
b. het ophogen of egaliseren van de in het landschap aanwezige laagten, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0,30 meter wordt gewijzigd;
c. het afgraven van grond, indien door de afgraving de kans op bodemerosie en/of wateroverlast toeneemt;
d. het aanbrengen van verhardingen op gronden steiler dan 10%
€
°
0 z
o
…
°
Het gehele gebied valt onder Dubbelbestemming Waterstaat- Erosie. Voor het realiseren van al deze bouwwerken zal grondverplaatsing nodig zijn.
Dvindt dít voor een erosiegevoelig gebied zeer onwenselijk. 1332
Het in 13.3.1 bepaalde is niet van toepassing voor: e. werken of werkzaamheden op percelen waarvoor een bedrijfserosieplan conform de Erosieverordening HPA is opgesteld.’
—13
-vnzg! zich af of het plan aan voornoemde regels is getoetst en door wie? Is deze toets htbaar?
Artikel 15.
15.3 Ondergronds bouwen “Ten aanzien van het oprichten van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende bouwregels:
a. ondergrondse bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; b.de maximale bouwdiepte, inclusief de fundering, bedraagt 3 meter onder peil. tevens
Artikel 17.
17.1 milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied
Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan en met inachtneming van de voorwaarden, zoals die door de Provinciale Omgevingsverordening Limburg worden gesteld
M
vrzagt zich at of toetsing aan de Provinciale Omgevingsverordening en de Provinciale
Omgevingsvisie Limburg plaats heeft gevonden en of sowieso met de provincie afstemming heeft plaatsgevonden? (zie ook provinciaal blad van 13 december 2023 i.v.m. vroegtijdig overleg met de provincie) 17.2 milieuzone - bodembeschermingsgebied
‘Binnen het bodembeschermingsgebied Mergelland is duurzaam behoud van kwetsbare functies en waarden een als bijzondere bescherming van de bodem noodzakelijk. Het streven is naar een kwaliteit van bodem, grondwater en landschap die voldoet aan de eisen die de aanwezige bijzondere biotische, abiotische en cultuurhistorische waarden stellen. Daarbij dient rekening gehouden te worden met dan wel afstemming te worden gezocht met het beleid ter zake van de Provinciale Omgevingsverordening en de Provinciale Omgevingsvisie Limburg.”
B
vragt zich af of toetsing aan de Provinciale Omgevingsverordening en de Provinciale
Omgevingsvisie Limburg plaats heeft gevonden en of sowieso met de provincie afstemming heeft plaatsgevonden? (zie ook provinciaal blad van 13 december 2023 i.v.m. vroegtijdig overleg met de provincie) Artikel 18
Vanaf artikel 18 afwijkende regels en artikel 19 nemen Burgemeester en Wethouders veel bevoegdheden en zetten de gemeenteraad buiten spel.
D
vindt deze bevoegdheid zeer ongewenst omdat de gemeenteraad bij belangrijke zaken de
beslissing aan B&W over laten en dus haar taakstellende en controlerende taak niet meer uitvoert.
We zagen zulk een voorstel ook al bij
andere gemeentes waarbij de gemeenteraad gelukkig
ingreep. Het schept makkelijke kansen voor ondernemers maar verlies aan natuur en landschap lig ‘nog meer op de loer. 18.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van evenementen ‘Het bevoegd gezag kan, behoudens voor de gronden bestemd voor 'natuur' en met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen van de regels van het plan ten aanzien van het toestaan van evenementen die met een zekere regelmaat (bijvoorbeeld jaarlijks) plaatsvinden en een planologische relevantie hebben vanwege de duur van de activiteit
(inclusief het opbouwen en afbreken) en/of vanwege de omvang van de activiteit (aantal deelnemers/toeschouwers), mits: a. de evenementen zijn toegestaan overeenkomstig de bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV];
14
b. het evenement maximaal 15 dagen duurt, inclusief het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement;
c. een locatie niet meer dan 3 maal per jaar voor een evenement wordt gebruikt; d. er geen horeca ter plaatse plaatsvindt, anders dan inherent aan het toegestane evenement; e. er geen detailhandel ter plaatse plaatsvindt, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane evenement, met uitzondering van vlooien- en/of rommelmarkten; £ in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien; g. aan de van toepassing zijnde milieuwet- en —regelgeving wordt voldaan; h. het evenement niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap en de
aanwezige natuurlijke en met de stiltegebieden samenhangende waarden niet worden geschaad; i. het evenement niet plaatsvindt binnen het EHS of de POG, zoals weergegeven door de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie’, behoudens op bestaande wegen en paden daarbinnen; j. geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan; k. de verkeershinder beperkt blijft dan wel voorzien wordt in alternatieve routes;
I. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.’ ziet in deze regels dat erg veel ruimte geschapen wordt voor allerlei mogelijkheden op de mming ‘Agrarisch met waarde’ aan weerszijde van de Heiweg. Dit is een groot beslag op de open ruimte. Om welke evenementen gaat het en hoeveel personen?
18.4 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van tijdelijk kamperen ‘Het bevoegd gezag kan, behoudens voor de gronden bestemd voor 'natuur' en met inachtneming van
het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen van de regels van het plan ten aanzien van het gebruik van de grond als standplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen ten behoeve van het toestaan van tijdelijke vormen van kamperen, mits: - de periode van kamperen niet meer bedraagt dan 10 aaneengesloten dagen; - een locatie niet meer dan 4 maal per jaar voor tijdelijk kamperen wordt gebruikt; - aanwezige waarden en belangen niet onevenredig worden geschaad; - belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.’
[ziet dat op alle gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarde’ voor
standplaatsen voor onderkomens en/of kampeermiddelen voor het tijdelijk vormen van kamperen mogen worden ingezet. Niet vermeld wordt om hoeveel personen of tenten er mogen worden geplaatst. Dit kan een grote negatieve impact hebben op de natuurlijke kwaliteit van het gebied. Daarbij: Kampeermiddelen staan niet eens omschreven in Artikel 1 Begrippen, dus een dubbel gevaar.
Artikel 21 Overige 21.1 Parkeren
B beeft in de digitale afbeelding geen parkeerplaatsen kunnen ontdekken. In de regels vindt B een verwijzing naar bijlage 3 Parkeernorm en vindt onderstaand.
15
De hoeveelheid parkeerplaatsen is afhankelijk van de grootte van de vakantiewoningen, de 50 deelnemers aan de eventtuin en aan de horeca.
Nergens. is te vinden voor hoeveel personen de vakantieverblijven worden gebouwd. Het is een groot verschil wanneer er 4, 6, 8, 10 etc. personen gebruik kunnen maken van een vakantiewoning. Dit bepaalt mede het aantal benodigde parkeerplaatsen, nog los van de evenementen waarvoor parkeerplaatsen nodig zijn.
E
ven mening dat het aspect ‘parkeren’ volstrekt onvoldoende is uitgewerkt. Ook de toename
van verkeer door dit plan, naast de andere plannen vlakbij, s niet inzichtelijk gemaakt. artikel 30.2 Bouwregels Dorpsgezicht.
‘Op de tot 'waarde-beschermd dorpsgezicht’ aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd indien en voor zover zulks nodig is voor de inrichting ten behoeve van de onderliggende bestemming en verenigbaar is met beheer, behoud en ontwikkeling van de karakteristiek van het beschermd dorpsgezicht, mits dit gehoord de Monumentencommissie of daarvoor in de plaats tredende commissie, niet leidt tot een wezenlijke verandering van de aanwezige cultuurhistorische waarden en kwaliteiten en een aantasting van de karakteristiek van het ruimtelijk beeld, met dien verstande dat:”
De aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- en caravanterreinen, is opgenomen in onderdeel D 10, kolom 1. Wanneer voorliggend plan wordt getoetst aan onderdeel D, kolom 2 van de D-lijst, is hier een drempelwaarde opgenomen voor '250.000 bezoekers of meer per jaar’ of 'een oppervlakte van 25 hectare of meer of '100 ligplaatsen of meer' dan wel 'een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied'.
Vooropgesteld moet worden dat voorliggende planontwikkeling onder de drempel blijft waardoor de activiteit niet M.E.R.-beoordelingsplichtig is. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije M.E.R.-beoordeling te worden verricht. De criteria waaraan bij een vormvrije M.E.R.-beoordeling moet worden getoetst, zijn
opgenomen in bijlage IIT van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Het betreft de volgende drie algemene criteria met elk hun sub criteria:
a.
kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op
ongevallen
Zienswijze “;le cumulatie met andere projecten in bijvoorbeeld Eckelrade
(Keerestraat 7), Heiweg, uitbreiding Mooi Bemelen, de Kleine Peul, de Poort van het Heuvelland, etc. etc. dient te worden geëvalueerd en beoordeeld. b.
plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu.
Zienswijze N
cen rapportage over het opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu
ontbreekt, met name het effect van twee etage-hoge nieuwe gebouwen binnen het
beschermde dorpsgezicht is niet beoordeeld. ©. kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van
grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
Zienswijze
De beschrijving van de impact van het project op de omliggende
kwetsbare gebieden ontbreekt.
Toelichting: 6.6 natuurbescherming. Het voorstel baseert zich qua natuurbescherming op een verkennend Natuurwaarden onderzoek van
Bureau N
Gezien de ingrijpende aard van het plan en de nabijheid van Natura2000 gebieden is
een zorgvuldig
natuuronderzoek nodig, en een ecologische quickscan.
- constateert: Een verkennend natuurwaardenonderzoek is geen van beiden. Voor een gedegen onderzoek dienen verschillende veldonderzoeken op verschillende ijkpunten in de respectievelijke jaargetijdenplaats te vinden, hiervan is geen sprake. Bovendien baseert zich het rapport voornamelijk op meldingen en verspreidingsgegevens van de NDFF (en enkele andere verspreidingsatlassen?) Bij12 vermeldt uitdrukkelijk dat uit het niet geregistreerd zijn van specifieke meldingen in NDFF voor een bepaald gebied de conclusie mag worden getrokken dat een bepaalde soort niet voorkomt : “Met het raadplegen van alleen de NDFF en Waarneming.nl kan geen afwezigheid van de (soort) worden vastgesteld. Het geciteerde Bij12 “kennisdocument das” stelt nadrukkelijk dat bij geconstateerde sporen van voorkomen van de das een nader
inventarisatieonderzoek nodig is: “Het inventarisatieonderzoek kan niet in alle maanden van het jaar even effectief plaatsvinden. (-JHet
onderzoek moet worden uitgevoerd door een deskundige met aantoonbare ervaring in het inventariseren van dassen”
Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor andere flora verwacht wordt, of niet kan worden
!
n fauna,soorten waarvan de aanwezigheid j
gedegen ecologisch onderzoek
17
&‚\_öd…OL<n0&MN@oWSË2Q«uKTU-Èm\GÚ1Josua0zU-OmeM7I4bi |#7J-1o‚\/aë0mMN?46UW2IpeVUydI|S JEOs9.1
J\‚WÜxocP9UwvTêì7î