20250218 10 BP Moerslag Bijlage 2.0 Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Regels -
NSW-Landgoed Moerslag Gemeente Eijsden-Margraten
Bestemmingsplan NSW-Landgoed Moerslag Gemeente Eijsden-Margraten
Onderdeel:
Regels
IDN-nummer:
NL.IMRO.1903.BPBUI6265NC32-VG01
Projectnummer:
M222717
Status:
vastgesteld
Datum:
..-..-2025
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
5 12
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
13
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
13 18 22 26 28 29 31 33 34 36
Agrarisch Agrarisch met waarden Recreatie - Verblijfsrecreatie Waarde - Archeologie Waarde - Beekdal Waarde - Beschermd dorpsgezicht Waarde - Cultuurhistorie Waarde - Ecologie Waarde - Landschapselement Waterstaat - Erosie
Hoofdstuk 3 Algemene regels
39
Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
39 40 41 42 43 46
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
49
Artikel 19 Artikel 20
49 50
Overgangsrecht Slotregel
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Landschapsplan
Bijlage 2
Beplantingsplan met beplantingslijst
Bijlage 3
Parkeernorm
Bijlage 4
Beeldkwaliteitsplan
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
3
Regels
4
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan “NSW-Landgoed Moerslag” van de gemeente Eijsden-Margraten, bestaande uit de toelichting, deze regels en de verbeelding. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1903.BPBUI6265NC32-VG01 met de bijbehorende regels. 1.3 aan-huis-gebonden beroep de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied, in of bij een woonhuis, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis agrarisch getinte activiteiten van ondergeschikte betekenis, die niet vallen onder het regime van het Besluit omgevingsrecht. 1.7 alternatieve energie vormen van duurzame, hernieuwbare energie, niet verkregen uit fossiele brandstoffen, maar uit windkracht, stromend water, zonnestraling en/of aardwarmte.
1.8 ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zoals bijvoorbeeld een erfafscheiding en zwembad; 1.9 ambacht(elijke) het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt. 1.10 ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zoals bijvoorbeeld een erfafscheiding. 1.11 antennemast zendmast ten behoeve van telecommunicatie.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
5
1.12 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden. 1.13 autarkische verblijven verblijfsaccommodaties/recreatiewoningen volgens een specifiek eigen uniek concept van recreatief verblijf en zelf onderdeel worden van het landschap, waarbij bebouwing ondergeschikt is en gecamoufleerd wordt door groen en waarbij beleving van de omliggende natuur en duurzaamheid centraal staan. Bovendien zijn deze accommodaties zelfvoorzienend in energiebehoefte en afvalwater. 1.14 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.15 bed & breakfast een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als ondergeschikte toeristisch-recreatieve activiteit aan maximaal 8 personen, met een maximum verblijfsduur van 6 weken. Onder een bed and breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.16 bedrijf het bedrijfsmatig uitoefenen van één of meerdere bedrijfsactiviteiten vergelijkbaar met de brochure Bedrijven en Milieuzonering VNG. 1.17 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten.
1.18 bedrijfsvloeroppervlak het vloeroppervlak van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten. 1.19 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor huisvesting van één huishouden, waarvan de huisvesting daar van één of meerdere leden van dat huishouden, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is. 1.20 bestaand bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.21 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.22 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.23 bevoegd gezag bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wabo dan wel – met ingang van 1 januari 2024 – artikel 5.8 e.v. Omgevingswet. 1.24 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
6
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
1.25 bijgebouw een aangebouwd dan wel vrijstaand gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat architectonisch en/of bouwkundig ondergeschikt is aan en ten dienste staat van het hoofdgebouw. 1.26 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.27 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.28 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder, onderbouw, zolder, dakopbouw of setback. 1.29 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.30 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.31 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.32 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.33 coffeeshop een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van verdovende en/of hallucinerende stoffen voor consumptie al dan niet ter plaatse, dan wel van hulpmiddelen om deze stoffen zelf te produceren. Als nevenactiviteit is sprake van het verstrekken van dranken en kleine etenswaren voor consumptie ter plaatse. 1.34 consumentverzorgende ambachtelijke bedrijvigheid het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het aan huis gebonden beroep gericht op consumentverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat als deze in een woning en daarbij behorende bijgebouwen worden uitgeoefend, de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.35 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. 1.36 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
7
1.37 dienstverlening het bedrijfsmatig/beroepsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten, waaronder niet begrepen detailhandel, dan wel dat detailhandel een zeer ondergeschikt onderdeel vormt van de bedrijfsvoering. 1.38 draadomheining/-erfafscheiding een omheining of erfafscheiding bestaande uit één of meerdere evenwijdig aan elkaar lopende of haaks op elkaar staande draden met een onderlinge afstand van ten minste 10 centimeter. 1.39 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.40 erfscheiding in het terrein zichtbare afscheiding van het als erf aan te merken perceel(sgedeelte) bij een woning of andere hoofdfunctie. 1.41 eventtuin een begrensd gebied waar een georganiseerde gebeurtenis of (openlucht)manifestatie plaatsvindt in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/verrichting van vermaak of besloten borrels en feesten met horecavoorzieningen. 1.42 extensief recreatief medegebruik vormen van recreatief medegebruik gericht op natuur- en landschapsbeleving. 1.43 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.44 groepsaccommodatie (deel van) een gebouw welke bestemd is voor tijdelijk recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij wordt overnacht in slaapzalen en/of slaapkamers waar een dagverblijf beschikbaar is waarin de gasten mede huishoudelijke werkzaamheden kunnen verrichten. 1.45 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.46 horeca het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies. Onder horeca worden niet verstaan bedrijven/instellingen, die zich (mede) richten op het bieden van spel, dans, vermaak en ontmoeting, zoals een discotheek, nachtclub, bioscoop, zalencentrum of speelautomatenhal of op het bieden van onderdak aan eenmalige ambulante handel. 1.47 industrie(le) een bedrijf dat is gericht op het vervaardigen c.q. bewerken van goederen, producten en/of stoffen middels of grotendeels middels machines, installaties of anderszins via een geautomatiseerd proces. 1.48 kampeermiddel a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren;
8
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
b.
enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
1.49 karakteristiek pand te handhaven gebouw of bouwwerk gezien de betekenis voor het stedenbouwkundig beeld ter plaatse. 1.50 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. 1.51 mantelzorg het binnen de woning bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband. 1.52 monumentale waarde waarden van zaken, welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. 1.53 monumenten alle op de verbeelding als monument conform artikel 6 Monumentenwet 1988 aangeduide zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde, alsmede terreinen van algemeen belang wegens aanwezigheid daar van voornoemde zaken. 1.54 natuur het samenhangende geheel van waarden op het gebied van ecologie, flora en fauna, bodem-, water- en luchtkwaliteit, rust en donkerte, landschap en geomorfologie. 1.55 natuurlijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.
1.56 Natuurlofts® kwalitatief hoogwaardige verblijfsaccommodaties/recreatiewoningen volgens een specifiek-eigen uniek concept van recreatief verblijf en zelf onderdeel worden van het landschap, waarbij bebouwing ondergeschikt is en gecamoufleerd wordt door groen en waarbij beleving van de omliggende natuur en omgeving centraal staat; Natuurlofts® is een merknaam voor het Landgoed Moerslag. 1.57 natuur-voedselbos een natuur-voedselbos is primair een natuurlijke, duurzame methode van natuurontwikkeling waarin ook bomen en struiken zijn opgenomen die eetbare vruchten dragen voor kleine zoogdieren en andere fauna; in een natuur-voedselbos wordt niet middels landbouwmethode eetbare productie voor de mens gerealiseerd. 1.58 omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 en/of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel - met ingang van 1 januari 2024 - als bedoeld in artikel 5.1 e.v. van de Omgevingswet. 1.59 onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven peil is gelegen.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
9
1.60 ondergronds bouwen het bouwen van bouwwerken welke geheel beneden peil zijn gelegen. 1.61 onderkomens voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf. 1.62 oppervlakte van een ruimte de oppervlakte gemeten tussen de muren of scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op de vloer. 1.63
peil voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld aan de zijde van de hoofdtoegang tot het gebouw. in afwijking van vorenstaande geldt als peil ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 2', 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 3', 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 4' en 'specifieke vorm van recreatie – accommodaties autarkische verblijven' de maat gemeten ten opzichte van het vloerpeil van de bovenkant van de afgewerkte vloer van de begane grond, waarbij aangesloten wordt op de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan dat als Bijlage 4 bij de regels is gevoegd.
1.64 permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdverblijf waardoor die ruimte als reguliere woning is aan te merken. Er is sprake van hoofdverblijf als de huurder/eigenaar, binnen een periode van 360 dagen, die ruimte meer dan 180 dagen gebruikt voor nachtverblijf. 1.65 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. Hieronder wordt ook verstaan thuisprostitutie. 1.66 recreatiewoning een (deel van een) gebouw, dat dient als recreatieverblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. De maximum aaneengesloten verblijfsduur van gebruikers bedraagt 6 weken, zonder dat dit mag leiden tot permanente bewoning. Onder recreatieverblijf wordt niet verstaan verblijf, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. Recreatiewoningen zijn gelegen op een complex met verblijfsrecreatie als hoofdfunctie, bestaande uit meerdere recreatiewoningen voor tijdelijke verhuur door de exploitant of beheerder van het complex, eventueel in combinatie met andere vormen van recreatief verblijf (groepsaccommodatie en tenten).
1.67 seksinrichting een gelegenheid waarin beroepsmatig, bedrijfsmatig of in clubverband: - voorstellingen en/of vertoningen van hoofdzakelijk porno-erotische aard plaatsvinden, en/of; - verkoop en/of uitstalling van hoofdzakelijk goederen van porno-erotische aard plaatsheeft, en/of; - seksuele diensten/handelingen (van welke aard dan ook) worden verricht.
10
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
1.68 setback een dakopbouw, die gelegen is op tenminste 2,00 meter achter de doorgetrokken voorgevel van een woning met een hoogte van maximaal 3,00 meter. Bij een woning met meerdere voorgevels wordt in deze alleen de voorgevel waarin de hoofdtoegang is gelegen, als zodanig aangemerkt. 1.69 site sharing het delen van een locatie door meerdere gebruikers, in het geval van antennemasten het delen van een mast door meerdere mobiele telefonieaanbieders. 1.70 smartshop/growshop een bedrijf waar bedrijfsmatig psychoactieve middelen en/of benodigdheden voor de kweek van hennep en/of andere verdovende middelen te koop worden aangeboden, verstrekt of geleverd. 1.71 spuitvrije zone een zone rondom gevoelige objecten waarbinnen het niet is toegestaan gebruik te maken van chemische gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen, die leiden tot schadelijke effecten op een goed woon- en leefklimaat. 1.72 standplaats een in of op het terrein aangegeven, zichtbaar gemarkeerde plek, door middel van nummering, stroomvoorzieningen, erfafscheiding of anderszins, voor het plaatsen of geplaatst houden van maximaal één kampeermiddel ten behoeve van tijdelijk recreatief nachtverblijf. 1.73 stedenbouwkundig beeld ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, de bouwmassa's, de gevelindeling en de dakvormen.
1.74 vloeroppervlak van een gebouw het oppervlak van alle van dat gebouw deel uitmakende ruimten, inclusief kelder, onderbouw en/of verdiepingen. 1.75 vloeroppervlak van een recreatiewoning het oppervlak van alle van een recreatiewoning deel uitmakende gebruiks- en verblijfsruimten, inclusief kelder, onderbouw en/of verdiepingen. 1.76 woning een complex van ruimten, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouding. 1.77 zolder ruimte(n) in een gebouw, die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt (uitmaken) van de daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
11
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1.1 afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.1.2 bebouwingspercentage het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. 2.1.3 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen, tenzij anders bepaald in de bouwregels. 2.1.4 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.1.5 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, tenzij anders bepaald in de bouwregels. 2.1.6 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.1.7 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk de buitenwerks (tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren) gemeten afstand 2.1.8 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.1.9 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.2 Uitzondering wijze van meten Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,50 meter.
12
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
3.1.1 De voor 'agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
agrarisch gebruik; bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onderen/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; instandhouding en ontwikkeling van de landschapskarakteristiek en landschappelijke openheid;
met daaraan ondergeschikt: d. e. f.
ontsluiting van de afzonderlijke percelen ten behoeve van het toegestane gebruik; extensief recreatief medegebruik; voor wandel-, ruiter-, fiets-, wielren- en mountainbike-evenementen op bestaande wegen/paden waarbij de bepalingen in artikel 17.3 in acht worden genomen.
3.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 18.2. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Op de tot 'agrarisch' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 3.2.2 Kleinschaligerecreatieve voorzieningen en voederbergingen of voederruiven voor wild Het onder 3.2.1 bepaalde geldt niet voor kleinschalige recreatieve voorzieningen (zit- en schuilgelegenheid, picknickplaatsen) en voederbergingen of voederruiven voor wild, voor zover deze geen onevenredige afbreuk doen aan het agrarisch gebruik en de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, met dien verstande dat: a. b. c. d.
het oppervlak aan bouwwerken per voorziening ten hoogste 12 m² mag bedragen; de goothoogte ten hoogste 2.00 m mag bedragen; de nokhoogte ten hoogste 3.00 m mag bedragen; bouwwerken, voorzien van een dak, plat of met een kap van ten hoogste 45° mogen worden afgedekt.
3.2.3 Omheiningen en/of erfafscheidingen Het onder 3.2.1 bepaalde geldt niet voor omheiningen en/of erfafscheidingen, uitsluitend in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen, met dien verstande dat: a.
de hoogte ten hoogste 1.50 m mag bedragen.
3.2.4 Bestaande bebouwing Het onder 3.2.1 bepaalde geldt niet voor bestaande, in het verleden op legale wijze tot stand gekomen bebouwing, welke in de bestaande situering, vorm en omvang mag worden gehandhaafd.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
13
3.3
Nadere eisen
3.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; voorzieningen ter voorkoming van hemelwater- en bijkomende rioleringsproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; een en ander op basis van een landschappelijk inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) en met inachtneming van de regels zoals deze gesteld zijn in de POL-uitwerking BOM+. 3.3.2 De onder 3.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing, of ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden. 3.4
Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2, ten behoeve van het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, waaronder begrepen containervelden, boogkassen en regenkappen, mits: in het geval de oppervlakte ten behoeve van tijdelijke boogkassen en tijdelijke regenkappen na omgevingsvergunning meer dan 10% van de totale teeltoppervlakte van een bedrijf uitmaakt, vooraf advies is verkregen van de adviescommissie BOM+; omliggende waarden en functies niet onevenredig worden aangetast; de omgevingsvergunning niet leidt tot aantasting van de karakteristieke openheid van de plateaus, zoals aangegeven op de kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen behorende bij de provinciale “Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen”; de omgevingsvergunning geen betrekking heeft op hellingen met een hellingspercentage van meer dan 4%, volgens de bij de herziening “Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen” behorende kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen; zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing, zoals in de vorm van een omsluitende haag van voldoende hoogte, met dien verstande, dat: a.
b.
c.
14
containervelden en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van boogkassen en regenkappen, voor zover deze niet binnen het bouwvlak van een agrarische bouwkavel opgericht kunnen worden, enkel mogen worden opgericht op aan de agrarische bouwkavel aansluitende gronden, indien en voor zover niet gelegen binnen de dubbelbestemming beekdal; bij de omgevingsvergunning worden de voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen te gebruiken gronden vastgelegd; indien vanuit agrarische en/of landschappelijke motieven aangetoond kan worden dat aansluiting aan de bestaande agrarische bouwkavel niet mogelijk is, containervelden en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van regenkappen en boogkassen ook op verder gelegen gronden mogen worden opgericht, waarbij geen zelfstandige bouwkavel mag ontstaan; de hoogte van boogkassen ten hoogste 2.50 m mag bedragen;
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
d. e.
f.
de hoogte van regenkappen ten hoogste 4.00 m mag bedragen; de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen alleen aanwezig mogen zijn, als deze daadwerkelijk in gebruik zijn, met een maximum van 6 maanden per jaar. Op momenten dat de teeltondersteunende voorzieningen niet in gebruik zijn, dienen deze te worden verwijderd; bij een negatief advies van de adviescommissie BOM+ slechts een omgevingsvergunning mag worden verleend, nadat Gedeputeerde Staten hiermee hebben ingestemd.
3.4.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van hagelnetten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2, ten behoeve van het oprichten van hagelnetten, mits: door de zichtbaarheid van de hagelnetten geen onevenredige aantasting van de beleving van het landschap, zoals die wordt bepaald door het reliëf rond de beek- en droogdalen, de openheid op de plateaus en de ligging ten opzichte van wegen, paden, dorpen en bebouwing, ontstaat of kan ontstaan, dan wel door landschappelijke inpassing op een wijze die overeenstemt met de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek, zoals in de vorm van een omsluitende haag van voldoende hoogte, een en ander kan worden voorkomen; voldaan wordt aan de “Beleidsregel hagelnetten”, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 9 maart 2004, of een daarvoor in de plaats tredend beleidskader, met dien verstande dat: a. b. c.
bij de omgevingsvergunning de voor hagelnetten te gebruiken gronden worden vastgelegd; de hagelnetten niet door mogen lopen tot aan de grond; de hoogte van hagelnetten ten hoogste 4.00 m mag bedragen.
3.4.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van schietboom Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2, ten behoeve van het oprichten van een schietboom, al dan niet met kogelvanger, mits: de schietboom past binnen het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld ter plaatse; de schietboom en/of de activiteiten, die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; de schietboom en/of de activiteiten die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, niet leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; de activiteiten die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, niet leiden tot onevenredige verkeersoverlast en parkeeroverlast; andere waarden en belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, met dien verstande dat: a. 3.5
de hoogte van een schietboom ten hoogste 20.00 m mag bedragen. Specifieke gebruiksregels
3.5.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c.
standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; sport- en wedstrijdterrein, buitenmanege, ligplaats en speelweide of volkstuin, uitgezonderd terreinen waarvoor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een schietboom wordt verleend; het beproeven van voertuigen, de beoefening van motorsport, het houden van wedstrijden met
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
15
d. e. f. g. h. i. j. k. 3.6
motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen al dan niet in wedstrijdverband; het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen al dan niet in wedstrijdverband; staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; terrein voor het aanbrengen, het hebben van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, waaronder reclame-uitingen, behoudens het bepaalde in artikel 7 van de Grondwet; het opslaan van mest(stoffen), behoudens in mestzakken, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is verleend; nieuwvestiging van een niet grondgebonden agrarisch bedrijf; opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; onder opslag inherent aan het toegelaten gebruik wordt niet begrepen de opslag van in plastic verpakte hooibalen; bedrijfswegen ten behoeve van het agrarisch bedrijf; het bebossen van gronden. Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van kamperen op de boerderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5, ten behoeve van kamperen op de boerderij en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten, mits: de activiteiten, qua economische bedrijfsomvang, inkomen en ruimtegebruik, ondergeschikt zijn aan de agrarische bedrijfsactiviteiten van een aangrenzend functionerend agrarisch bedrijf; de activiteiten geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; de activiteiten niet leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; kamperen alleen plaatsvindt tijdens het kampeerseizoen; buiten het kampeerseizoen geen kampeermiddelen op het terrein aanwezig zijn; in voldoende parkeerplaatsen wordt voorzien binnen de aangrenzende bestemming 'agrarisch-bedrijf'; de afstand tot bestaande kampeerterreinen en campings ten minste 500 m bedraagt; de afstand tot de erfgrens van naastgelegen woningen tenminste 50 m bedraagt; het kampeerterrein landschappelijk wordt ingepast in de omgeving, overeenkomstig de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek; bij beëindiging van het agrarisch bedrijf het kamperen op de boerderij wordt
beëindigd, uitgezonderd de situatie dat de kinderen van degenen, die het agrarisch bedrijf laatstelijk uitoefenden, het kamperen op de boerderij mogen voortzetten, met dien verstande dat: a. b. c.
bij de omgevingsvergunning het voor het kamperen op de boerderij te gebruiken perceelsgedeelte en het daarop te realiseren maximum aantal kampeerplaatsen worden vastgelegd; maximaal 15 standplaatsen per locatie aanwezig mogen zijn; op de standplaatsen mogen geen chalets, trekkershutten of stacaravans worden geplaatst; sanitaire voorzieningen uitsluitend binnen het bouwvlak van het aangrenzende agrarisch bedrijf mogen worden opgericht.
3.6.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van bedrijfswegen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5, ten behoeve van agrarische bouwkavels of veldkavels, mits dit niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap.
16
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.7.1 Het is verboden op of in de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b.
het ontginnen, bodemverlagen, afgraven of ophogen met meer dan 0.30 m en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; het aanleggen van mestzakken.
3.7.2 Het in 3.7.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.
3.7.3 De werken of werkzaamheden als bedoeld in 3.7.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 3.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de eerst bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
17
Artikel 4 4.1
Agrarisch met waarden
Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Algemeen De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
d. e.
agrarisch gebruik; bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onderen/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden en de daarmee samenhangende landschapskarakteristiek, waaronder begrepen landschappelijke openheid; ontsluiting van afzonderlijke percelen en percelen met een andere bestemming ten behoeve van het daarop toegestane gebruik; extensief recreatief medegebruik.
4.1.2 Afwijking ter plaatse van de aanduidingspecifieke vorm van agrarisch met waarden - natuur In afwijking van het bepaalde in 4.1.1 zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - natuur' de voor natuur in gebruik genomen gronden bestemd voor: a. b. c. d.
instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden; bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onderen bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; natuur-voedselbos, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch met waarden - natuur – voedselbos”; wegen en paden ten behoeve van de aansluitende bestemming uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting';
met daaraan ondergeschikt: e. f.
extensief recreatief medegebruik; wandel-, ruiter- en fietsevenementen op bestaande wegen/paden waarbij de bepalingen in artikel 17.3 in acht worden genomen.
Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 18.2. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a.
18
kleinschalige recreatieve voorzieningen (zit- en schuilgelegenheid, picknickplaatsen) en voederbergingen of voederruiven voor wild, voor zover deze geen onevenredige afbreuk doen aan het agrarisch gebruik en de belangen van natuur en landschap, waaronder begrepen de openheid van het landschap, met dien verstande dat: 1. het oppervlak aan bouwwerken per voorziening ten hoogste 12 m² mag bedragen; 2. de goothoogte ten hoogste 2,00 meter mag bedragen; 3. de bouwhoogte ten hoogste 3,00 meter mag bedragen; 4. bouwwerken, voorzien van een dak, plat of met een kap van ten hoogste 45° mogen worden afgedekt.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
b.
c.
veldschuren/schuilgelegenheden ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren, mits er wordt voorzien in een afdoende landschappelijke inpassing, met dien verstande dat: 1. er per perceel van 1.000 m2, of aaneensluitende percelen die gezamenlijk een oppervlak van minimaal 1.000 m2 hebben en van één kadastrale eigenaar zijn, maximaal 1 schuilgelegenheid is toegestaan; 2. de goothoogte ten hoogste 2,50 meter mag bedragen; 3. de bouwhoogte ten hoogste 3,50 meter mag bedragen; 4. de oppervlakte van de veldschuur/schuilgelegenheid ten hoogste 18 m2 mag bedragen, met dien verstande dat de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - veldschuur' volledig mogen worden bebouwd; 5. er geen binnen- en buitenopslag mag plaatsvinden, met uitzondering van binnenopslag van voer en stro. erf- en terreinafscheidingen, in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,50 meter.
4.2.2 Afwijking bouwregels ter plaatse van de aanduidingspecifieke vorm van agrarisch met waarden natuur In afwijking van het bepaalde in 4.2.1 geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - natuur', nadat deze gronden voor natuur in gebruik zijn genomen, dat: a. b. c.
4.3
op de voor natuur in gebruik genomen gronden niet mag worden gebouwd. Het onder a bepaalde geldt niet voor het oprichten van voorzieningen, zoals in de vorm van hekwerken, ter bescherming van waterputten in waterwingebied. Het onder a bepaalde geldt niet voor bestaande, in het verleden op legale wijze tot stand gekomen bebouwing, welke in de bestaande situering, vorm en omvang mag worden gehandhaafd. Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van andere bouwwerken voor natuurbeheer en extensief recreatief medegebruik Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.2, ten behoeve van het oprichten van bouwwerken noodzakelijk met het oog op natuurbeheer, zoals een wildhut, observatiepost, voederberging of voederruif, en andere bouwwerken ter ondersteuning van het extensief recreatief medegebruik, mits de te beschermen natuurlijke waarden en belangen niet onevenredig worden geschaad, met dien verstande, dat: a.
de hoogte ten hoogste 4.00 m mag bedragen.
4.3.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van voorzieningen voor opvang en buffering van water Het bevoegd gezag kan, gehoord de desbetreffende natuur beherende instantie een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.2, ten behoeve van de aanleg van onder- en/of bovengrondse voorzieningen ten behoeve van de opvang en buffering van water. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Natuur in plaats van agrarisch gebruik Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden – natuur' is het toegestaan de gronden te gebruiken voor natuur in plaats van voor agrarisch gebruik in de zin van artikel 4.1.1 aanhef en onder a van de planregels. Zijn die gronden eenmaal in gebruik genomen voor natuur, dan mogen ze niet meer worden gebruikt voor 'Agrarisch met waarden'.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
19
4.4.2 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b.
standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; opslag, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.
4.4.3 Aanvullingstrijdig gebruik ter plaatse van de aanduidingspecifieke vorm van agrarisch met waarden natuur In aanvulling op het bepaalde in 4.4.2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - natuur' nadat de gronden in gebruik zijn genomen voor natuur, dat onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan tevens wordt verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
agrarische doeleinden; sport- en wedstrijdterrein, buitenmanege of ligplaats en speelweide; het beproeven van voertuigen, de beoefening van motorsport, het houden van wedstrijden met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen, al dan niet in wedstrijdverband; het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen, al dan niet in wedstrijdverband; staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; het winnen van bosstrooisel en mos; militaire oefeningen met uitzondering van marsoefeningen, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen; terrein voor het aanbrengen, het hebben van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, waaronder reclame-uitingen, behoudens het bepaalde in artikel 7 van de Grondwet; het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen, waaronder begrepen boogkassen en regenkappen, en hagelnetten; voor het opslaan van mest(stoffen), waaronder het opslaan van mest in mestzakken.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.4.3, ten behoeve van het houden van militaire oefeningen, mits de te beschermen natuurlijke waarden en belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1 Omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c.
d.
20
het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodemverlagen, afgraven of ophogen met meer dan 0,30 meter en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het verwijderen van kleine landschapselementen.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
4.6.2 Afwijking werken en werkzaamheden ter plaatse van de aanduidingspecifieke vorm van agrarisch met waarden - natuur In afwijking van het bepaalde in 4.6.1 is het ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - natuur', nadat die gronden in gebruik zijn genomen voor natuur, verboden op of zonder dan wel in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c.
d. e. f. g. h. i.
het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het bemalen of draineren van gronden en het winnen van water of het anderszins verlagen van de grondwaterstand; het verrichten van exploratie- en exploitatieboringen ten behoeve van de delfstoffenwinning; het geheel of gedeeltelijk aanleggen van oeverbeschoeiingen en graven, aanleggen en/of dempen van waterlopen; het geheel of gedeeltelijk verwijderen van graften, bosstroken en/of grasbanen; het scheuren van grasland; het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging van de aanwezige houtopstanden.
4.6.3 Uitzonderingen Het in lid 4.6.1 en 4.6.2 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.
4.6.4 Toelaatbaarheid a. De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.6.1 zjjn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in lid 4.1.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de eerst bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. b. De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.6.2 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in lid 4.1.2 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de eerst bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
21
Artikel 5
Recreatie - Verblijfsrecreatie
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor “Recreatie - Verblijfsrecreatie” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
e. f. g.
h. i. j. k.
verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van recreatiewoningen tot ten hoogste het aangeduide “maximum aantal recreatiewoningen”; bedrijfswoningen tot ten hoogste het aangeduide “maximum aantal bedrijfswoningen”; een horecagelegenheid, ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – horecagelegenheid”; eventtuin, ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – eventtuin”, met dien verstande dat de eventtuin mag worden gebruikt door gasten van Landgoed Moerslag en externe gasten waarbij maximaal 10 keer per jaar maximaal 50 externe gasten mogen worden ontvangen; agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis ter plaatse van de aanduiding “agrarisch”; erf ten behoeve van recreatieve doeleinden en de bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding “erf”; maximaal 17 Natuurlofts™, ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie accommodaties natuurlofts', 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 2', 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 3' en 'specifieke vorm van recreatie accommodaties natuurlofts2.0 - 4', met per Natuurloft® maximaal 5 personen; maximaal 5 autarkische verblijven, ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – accommodaties autarkische verblijven”, met per Autarkisch verblijf maximaal 5 personen; één veldschuur, ter plaatse van de aanduiding
“specifieke vorm van recreatie – veldschuur”; een zwembad en/of zwemvijver, ter plaatse van de aanduiding “zwembad”; uitsluitend een ontsluiting voor langzaam verkeer ter plaatse van de aanduiding “langzaam verkeer”;
en de daarbij behorende voorzieningen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met in acht name van de voorrangsregels uit artikel 18.2. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Op de tot “Recreatie - Verblijfsrecreatie” aangewezen gronden mogen, met in acht name van het gestelde onder 5.1 uitsluitend worden ingericht of gebouwd: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
22
recreatiewoningen binnen de bestaande bebouwing tot ten hoogste het aangeduide “maximum aantal recreatiewoningen”; gebouwen (waaronder Natuurlofts en autarkische verblijven), geen woning zijnde, ten behoeve van bestemming 'Recreatie-verblijfsrecreatie'; bedrijfswoningen tot ten hoogste het aangeduide “maximum aantal bedrijfswoningen”; gebouwen ten behoeve van agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis ter plaatse van de aanduiding “agrarisch”; andere bouwwerken ten behoeve van agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis ter plaatse van de aanduiding “agrarisch”; veldschuur, ter plaatse van het bouwvlak met de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – veldschuur”; ontbijtruimte en horeca, ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – horecagelegenheid”; een zwembad en/of zwemvijver, ter plaatse van de aanduiding “zwembad”; recreatiewoningen die voldoen aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het "Regelwerk-BKP" dat als
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
Bijlage 4 aan de regels is toegevoegd. en de daarbij behorende andere bouwwerken, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande, dat: a. b. c. d. e. f. g. h.
i.
gebouwen uitsluitend in het bouwvlak mogen worden gebouwd; sanitaire- en daarmee vergelijkbare voorzieningengebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; de goothoogte van gebouwen ten hoogste 6,50 meter mag bedragen; de dakhelling ten hoogste 60° mag bedragen; het totale vloeroppervlak van een inpandige recreatiewoning ten hoogste 100 m² mag bedragen; de bedrijfswoningen uitsluitend in het bouwvlak mogen worden gebouwd; de inhoud van een bedrijfswoning ten hoogste 800 m3 mag bedragen dan wel niet groter mag zijn dan de bestaande inhoud; de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste 5,00 meter mag bedragen, met uitzondering van de hoogte van erfafscheidingen, die ten hoogste 2,50 meter mag bedragen ten opzichte van het gemiddeld maaiveldniveau ter plaatse van de afscheiding; in ten hoogste 2 bouwlagen met kap mag worden gebouwd, met uitzondering van de recreatiewoningen/verblijven ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie accommodaties natuurlofts', 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 2', en 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 3' , die uit hooguit 1 bouwlaag met kap mogen bestaan.
5.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts' Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts' gelden in afwijking van het bepaalde onder 5.2.1 de volgende regels: a. b.
c.
d.
accommodaties in de vorm van natuurlofts worden uitsluitend ter plaatse van de bouwvlakken gebouwd; de goothoogte van de accommodaties ten opzichte van het gemiddelde maaiveldniveau binnen het daarvoor bestemde bouwvlak (met de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – accommodaties natuurlofts”) mag ten hoogste 3,3 m bedragen; de bouwhoogte van de accommodaties ten opzichte van het gemiddelde maaiveldniveau binnen het daarvoor bestemde bouwvlak (met de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – accommodaties natuurlofts”) ten hoogste 5,7 m mag bedragen; er mag in ten hoogste 1 bouwlaag met kap worden gebouwd.
5.2.3 Regels ter plaatse van de aanduidingen'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 2' en 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 3' Ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 2' en 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 3' gelden in afwijking van het bepaalde onder 5.2.1 de volgende regels: a. b. c. d. e.
accommodaties in de vorm van natuurlofts worden uitsluitend ter plaatse van de bouwvlakken gebouwd; Het bouwvlak mag voor maximaal 90 % worden bebouwd; de goothoogte van de accommodaties mag maximaal 3,95 m bedragen; de bouwhoogte van de accommodaties mag maximaal 4,7 m bedragen; er mag in ten hoogste 1 bouwlaag met kap worden gebouwd.
5.2.4 Regels ter plaatse van de aanduidingen'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 4' Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 4' gelden in afwijking van het bepaalde onder 5.2.1 de volgende regels:
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
23
a. b. c. d. e.
accommodaties in de vorm van natuurlofts worden uitsluitend ter plaatse van de bouwvlakken gebouwd; Het bouwvlak mag voor maximaal 90 % worden bebouwd; de goothoogte van de accommodaties mag maximaal 6,3 m bedragen; de bouwhoogte van de accommodaties mag maximaal 7,9 m bedragen; er mag in ten hoogste 2 bouwlagen met kap worden gebouwd.
5.2.5 Regels ter plaatse van de aanduiding“specifieke vorm van recreatie – accommodaties autarkische verblijven” Ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – accommodaties autarkische verblijven” gelden in afwijking van het bepaalde onder 5.2.1 de volgende regels: a. b. c. d. e.
accommodaties in de vorm van autarkische verblijven worden uitsluitend ter plaatse van de bouwvlakken gebouwd; Het bouwvlak mag voor maximaal 90 % worden bebouwd; de goothoogte van de accommodaties mag maximaal 3,3 m bedragen; de bouwhoogte van de accommodaties mag maximaal 5,7 m bedragen; er mag in ten hoogste 1 bouwlaag met kap worden gebouwd.
5.2.6 Bestaande bebouwing Voor zover bestaande maten en hellingen afwijkend van de bepalingen in dit lid, mogen de bestaande maten en hellingen worden gehandhaafd. 5.2.7 Beeldkwaliteitsplan Ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 2', 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0 - 3' en 'specifieke vorm van recreatie accommodaties natuurlofts2.0 - 4' moet worden voldaan aan het beeldkwaliteitsplan overeenkomstig Bijlage 4. 5.3
Nadere eisen
5.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; b. de aard, hoogte en de situering van erfafscheidingen; c. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met nieuwe bebouwing; een en ander op basis van een landschappelijk inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp). 5.3.2 De onder 5.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: a. b. c. 5.4
indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing, of ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden, of in verband met maatwerk ten aanzien van het bouwperceel en de verbetering van de gebiedskwaliteit. Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Algemeen Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:
24
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het beproeven van voertuigen, de beoefening van motorsport, het houden van wedstrijden met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen, al dan niet in wedstrijdverband; het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen, al dan niet in wedstrijdverband; staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; opslag, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding “agrarisch” waar agrarische opslag en agrarisch gebruik is toegestaan; permanente bewoning, anders dan in een bedrijfswoning; detailhandel, anders dan inherent en van ondergeschikte betekenis aan het toegelaten gebruik; ambachtelijke en/of industriële doeleinden; horecadoeleinden, anders dan ondergeschikt aan het toegelaten gebruik; opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.
5.4.2 Voorwaardelijke verplichtingen natuurlofts Het gebruiken van de Natuurlofts® ter plaatse van de daarvoor opgenomen aanduidingen: specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0-2; specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0-3; specifieke vorm van recreatie - accommodaties natuurlofts2.0-4; en het ter plaatse van deze aanduidingen (doen/laten) gebruik(en) van de bestemming 'Recreatie Verblijfsrecreatie' overeenkomstig de artikelen 5.1 en 5.2 is uitsluitend toegestaan als: a. b.
het landschapsplan 'fase 1' overeenkomstig hoofdstuk 5 van Bijlage 1 bij deze regels (Landschapsplan NSW-Landgoed Moerslag d.d. 18 november 2024); en het beplantingsplan met beplantingslijst 'fase 1' overeenkomstig bijlage 1 van het Landschapsplan NSW-Landgoed Moerslag d.d. 18 november 2024 en Bijlage 2 bij de regels binnen 2 jaar na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan NSW-Landgoed Moerslag is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden.
5.4.3 Voorwaardelijke verplichtingen autarkische verblijven Het realiseren en gebruiken van de Autarkische verblijven ter plaatse van de daarvoor opgenomen aanduiding 'speciale vorm van recreatie-accommodaties autarkische verblijven' en het ter plaatse van deze aanduiding (doen/laten) gebruik(en) van de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie -accommodatie autarkische verblijven' overeenkomstig de artikelen 5.1 en 5.2 is uitsluitend toegestaan als: a.
b.
c.
de gronden met de bestemming Agrarisch met waarden met de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden - natuur" volledig overeenkomstig Bijlage 1 bij deze regels (Landschapsplan NSW-Landgoed Moerslag d.d. 18 november 2024) in gebruik zijn genomen voor natuur als omschreven in artikel 4.4.1; en het landschapsplan 'fase 2' overeenkomstig hoofdstuk 5 van Bijlage 1 bij deze regels (Landschapsplan NSW-Landgoed Moerslag d.d. 18 november 2024) en het beplantingsplan met beplantingslijst 'fase 2' overeenkomstig bijlage 1 van het Landschapsplan NSW-Landgoed Moerslag d.d. 18 november 2024 en Bijlage 2 bij de regels is gerealiseerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden; en door of namens het college van Burgemeester en Wethouders is vastgesteld en bevestigd, dat het beplantingsplan met beplantingslijst 'fase 2' overeenkomstig bijlage 1 van het Landschapsplan NSW-Landgoed Moerslag d.d. 18 november 2024 en Bijlage 2 van de regels is gerealiseerd.
5.5 Afwijken landschappelijkeinpassing Van het landschapsplan, het beplantingsplan en de beplantingslijst als vermeld in de artikelen 5.4.2 en 5.4.3 kan op ondergeschikte onderdelen - zulks ter beoordeling van Burgemeester en Wethouders - gemotiveerd worden afgeweken.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
25
Artikel 6
Waarde - Archeologie
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor “Waarde – Archeologie” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met in achtname van de voorrangsregels uit artikel 18.2. 6.2 Bouwregels Op de tot “Waarde – Archeologie” aangewezen gronden mag uitbreiding van de bebouwing en bijbehorende verharding met meer dan 1.000 m² en dieper dan 40 cm -mv, dan wel uitbreiding van de bebouwing binnen een afstand van 50 m tot archeologisch waardevolle terreinen of waarbij anderszins archeologische waarden in het geding zijn, uitsluitend plaatsvinden nadat door middel van archeologisch vooronderzoek is gebleken dat geen archeologische waarden in het geding zijn, dan wel nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.
6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Het is verboden op of in de tot “Waarde – Archeologie” aangewezen gronden, ter plaatse van de aanduiding “archeologische waarden”, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i.