CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20250218 10 BP Moerslag Bijlage 1.5 Landschapsplan

* Raadsvergaderingen 18 februari 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan NSW-Landgoed Moerslag 32 Sint Geertruid11.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Landschapsplan

NSW-Landgoed M Datum: 18 november 2024

Ke

mens penn

Eik

Na GPUS Ee pe AT gd pu? REEN U

LANDGOED MOERSLAG

Afbeelding titelpagina: de bestaande Natuurlofts® in een

agrarisch cultuurlandschap

i

a

:

4

:

rr

:

:

¢oe

i

| a

ap Se

he

ke

i

ee

} ener: ;

Landschapsplan

aE

__ NSW-Landgoed Moerslag LE Tk

Datum:

18 novem

a

CS LANDGOED OSOMOERSLAG

a,aS

is

nd EE, PA Aye ‘ a

9 > < ‘oy je feop Ke, = fe = ze

InhouMsOpOAVe aaacnce5 SSSA R GRR ERS REE DE Ece Se EERE REE eee EE 5 Inleiding 9

7

1

Het plangebied = = 11 1.1 Het plangebied en de huidige situatie ___ eee eee 11

2

Inventarisatie en analyse ee 13

3

Eien 39

4

LANSSENADSRIOH cc x ccc ecSSSESESEESEESESEEEEEE SER EERAREEKSSRREEEES 47 Al leridecheospien = itil os ac GSRKS SRR ECAR SRS SRR RRR EeReRec ea 49 4.2 Landschapsplan - zone natuurlofts en autarkisch recreéren = 51 ASPaans SrAEREEEEBERSEESSASSESEESESES 52 4.4 Principes van de natuurlofts en het autarkisch recreëren = 54 4.5 Het landschapsplan - vergelijking huidige situatie met het landschapsplan __ 2 2 8 8 | 56 4.6 Het landschapsplan - materialen __ 58 4.6.1 Verhardingsmaterialen __ =~ = = 59 462 VENEN (26 —<6 aetemenabaee SSESSRSEESSSSESSSSEESEEEES 59 4.7 Streefbeheertypen en beplantingsindicatie - - - -- -----------~-------------- 61

22 AbiofiekzauzaasaassasasAtsniSiASaaASAkLEAAAANRSARRASSDaEe 13 23 Bioliekssasasasasssaassaakaannsn RAR ASR AR Raede nn el 19 2.4 Beknopt overzicht historische ontwikkeling (in kaartbeelden) 20 2.5 Conclusies op basis van historische kaarten ee 28 2.6 Vigerend beleid & visies = = ee 29

4.8 WeterhuishoudiiGisasszeeceeSceaSSSeaR R55 S59 SAS SSSR SSSSRSESESRAAB ESS 75

5

Het landschapsplan intwee fases eee 77 Inleiding = acacia ee SR RRM OST RRS RSS SE SR Ree SR

77

5.1 Fase 1

79

DAFasSleassascsesaetaduskistenensbsssestREleEZessdsdeEs

81

6

Tegenprestatie in het kader van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten _ 83

7 8

Bijlage 1: Beplantingsplan fase 1 = = 89 Bijlage 2: Beplantingsplan fase 2 = = — [See e See See eT yee TE eee YS 93

BrOhneh «sss sec secs cc cesses SSseS SSS SCS PS BRS SRE ERR RRS RRR RRS 96

EJ

ze)

V

x

Ee

Q 5 a 1G) Je sk E io) 3

Inleiding Landgoed Moerslag B.V. heeft het voornemen om hun

deze Natuurlofts®, net als de bestaande Natuurlofts®,

zone om autarkisch te recreëren. Jo Janssen Architekten heeft voor deze uitbreiding een vlekkenplan opgesteld

mogelijk om het bouwvolume zoveel mogelijk in het landschap te laten opgaan.

huidig bedrijf uit te breiden met Natuurlofts® en een

(zie afbeeldingen rechts op deze pagina). Bureau Verbeek

landschapsarchitectuur / ecologie / stedelijk ontwerp

en Studio BKL landschapsarchitectuur en buitenruimte ontwerp

hebben

voor

de

totale

uitbreiding

een

in het aanwezige talud te integreren. Hierdoor is het

Per te realiseren Loft/Autarkisch verblijf komen twee

kampeerplaatsen te vervallen.

landschapsplan opgesteld. Dit plan en de onderbouwing hiervan is opgenomen in deze onderhavige rapportage.

oD =

Het huidige bedrijf Het huidge bedrijf Landgoed Moerslag BV. is een kleinschalig vakantieresort in het zuidelijkste puntje van het Zuid-Limburgse Heuvelland, nabij Maastricht. Momenteel zijn er vijf Natuurlofts®, 4 monumentale

vakantiehuizen (in de carréhoeve) en een kleinschalige camping gesitueerd (bron: www.landgoedmoerslag. nl). Programma van wensen e e

Er zijn drie nieuwe Natuurlofts® (op de camping)

voorzien.

Er zijn 5 nieuwe ‘Autarkische! verblijven voorzien.

In voorfase opgesteld schetsplan voorhet landgoed (Bron: Jo

Janssen Architecten).

Uitbreiding huidige parkeerplaats.

e

Inle

Er zijn negen nieuwe Natuurlofts® (aan zuid- en westzijde) voorzien.

e

Uitbreiding Event-loft. Overdekte fietsenstalling / berging. Een landschapsplan dat voorziet in inpassing en compensatie.

In het plangebied o.a. voorzien: een natuurlijk

voedselbos, bos, natuurontwikkeling, etc.

Percelen aan de rand: hoogstamfruitboomgaarden.

Camping en Natuurlofts

Het voornemenziet allereerst op het uitbreiden van het

aantal Natuurlofts® met 12 stuks onder het gefaseerd beéindigen van de bestaande camping. Concreet worden

3 Natuurlofts® op het middenterrein gerealiseerd en 9 Natuurlofts® in de buitenrand waarmeehettotaal aantal Natuurlofts® in de nieuwe situatie in totaal 17 stuks bedraagt. Deze locatie aan de buitenrand is gekozen om

, In voorfase opgesteld schetsplan voor de uitbreiding (Bron: Jo Janssen Architecten).

Fasering Het onderhavig plan kent een fasering in de uitvoering. Fase 1 van het plan betreft het beëindigen van de camping en het realiseren van 12 Natuurlofts®. In die eerste fase wordt ook de eventloft uitgebreid en een eventtuin ingericht. Ook wordt in die fase de kapschuur uitgebreid en het parkeerterrein heringericht en uitgebreid. Tenslotte wordt een tweede (inpandige) bedrijfswoning gerealiseerd. Fase 2 van het plan betreft de aanleg van circa 10

hectare natuur (inclusief 0,9 ha natuur-voedselbos) met

daarbinnen het realiseren van 5 Autarkische verblijven. Tot de realisatie van fase 2 blijven die gronden in gebruik voor landbouwkundige doeleinden (agrarische productiedoeleinden).

In het ontwerp-bestemmingsplan was voornoemde fasering niet opgenomen. Ten tijde van het ontwerp-

bestemmingsplan zag het er naar uit dat dit project uitgevoerd zou worden binnen ‘Koplopersregeling-Transitiefonds’.

het zogenaamde Daarbij werd

uitgegaan van een win-winprincipe voor o.a. landschap,

natuur, duurzaamheid natuur, ecologie, omgeving, high-end toerisme en economie en projecten die op basis van die uitgangspunten op korte termijn zouden worden uitgevoerd. Deelname aan deze ‘potentiële

koplopersprojecten’ werd gestimuleerd door de gemeente en de provincie. Die projecten zouden mede

gefinancierd worden uit een in te stellen transitiefonds vanuit het LPLG (Limburgs Programma Landelijk Gebied). Inmiddels is duidelijk dat die gelden voor natuurontwikkeling voor onderhavig plan in het kader van het transitiefonds uit het LPLG vanuit de landelijk overheid niet meer beschikbaar zijn. Gevolg is dat

initiatiefnemer nu zelf moet opkomen voor de realisatie

van de 10 hectare natuur in fase 2. Financiering van die aan te leggen natuur is voor hem niet rechtstreeks mogelijk. Echter gezien de opgaven voor o.a. natuur,

water, en klimaat wordt verwacht, dat dit in de toekomst

wel mogelijk is. Initiatiefnemer, de gemeente EijsdenMargraten en de Provincie Limburg willen om die redenen in planologisch opzicht nu wel de mogelijkheid vastleggen

om de gewenste ontwikkeling (10 hectare natuur met

daarbinnen 5 Autarkische verblijven) alsnog te realiseren.

Dit is middels een fasering in het bestemmingsplan en het landschapsplan verwerkt en vastgelegd. Gevolg is dat de 5 Auktarkische verblijven pas mogen worden gerealiseerd als de 10 hectare natuur is aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden. Als die gronden eenmaal in gebruik zijn genomen voor natuur mogen die daarmee niet meer worden gebruikt voor agrarische

productiedoeleinden.

Herkentade

Sint Geertruid”

Moerslag po)

bo

BEN

En at

i 2) ry

pt ae

|

Fig. 1A: ligging plangebied

je de Keey D = x Q, 5

Het plangebied en de huidige situatie

Het plangebied ligt op de rand van het Plateau van Margraten, ten zuiden van het gehucht Moerslag, aan de weg Moerslag (nr. 32). In de zuidoosthoek van het plangebied (op een hoogte van 122.50 m + NAP)ligt de voormalige

boerenhoeve, die momenteel wordt omgeven door

de kleinschalige camping. De camping isnauwkeurig ingepast in een oude hoogstamfruitboomgaard. Deze hoogstamboomgaardstructuur zet zich door aan de zuid- en westzijde van het plangebied. Dit totale gebied wordt omgeven en doorsneden door meidoornhagen, wat het een karakter van een kleinschalig agrarisch cultuurlandschap geeft. Het landschap ten westen van de camping is een licht glooiend plateaulandschap, dat afloopt in de richting van het droogdal, de Herkenradergrub. Het laagst gelegen deel van het plangebied ligt op

een hoogte van ongeveer 90.00 m + NAP.

Het plangebied wordt doorsneden door een opvallend _landschapselement, de met bos begroeide ‘Kromme grub’. Deze start op een hoogte van 116.00 m + NAP en eindigt op een

hoogte van 90.00 m + NAP. Verder loopt vanaf de

kruising Moerslag / Rondelenstraat / Heiweg de met meidoornhaag begeleide Hagenweg door het plangebied in westelijke richting. Ook omvat het onderzoeksgebied een aantal betrekkelijk grootschalige akkers en graslanden.

I

a0

1.1

Fig. 1D: De Kromme Grub

2

Inventarisatie en analyse

2.2

Abiotiek

Om een landschapsplan op te kunnen stellen is er - naast het programma van wensen van de opdrachtgever - een inventarisatie en analyse van het landschap uitgevoerd.

Abiotiek of abiotisch betekent letterlijk niet-levend en wordt gebruikt om het deel van de leefomgeving of ecosystemen aan te duiden dat nietleeft.

ke C

De analyse De analyse is een middel om inzicht te krijgen bij het onderzoeken van een bestaande situatie. Het gaat bij het maken van een analyse niet in de eerste plaats om een zo natuurgetrouw mogelijke weergave van het te analyseren object, maar om de weergave van die delen van het object waarop de analyse zich toespitst. Het gaat hier om aspecten als de compositie, de relatie tussen het ontwerp en

met kaarten van de hoogtelijnen, de geomorfologie, hellingpercentages en bodem van het plangebied

0 Ke dp. er = 5

het ontwerp op dit terrein te kunnen realiseren. De aard en de strekking van de verzamelde gegevens is bepaald door het programma van eisen van de opdrachtgever, waarin aangegeven is wat op het terrein geplaatst moet worden.

oe)

Bh Ly

5 er

is 5

de context, de relatie ontwerp en maakbaarheid of de relatie ontwerp en bruikbaarheid.

Bij deze terreinanalyse zijn de gegevens geïnventariseerd en geëvalueerd die nodig zijn om

Het ‘waarom’ van een terreinanalyse ligt voornamelijk in ontwerpuitgangspunten zoals het streven naar wederzijdse aanpassingen (architectuur / inrichting) van gebruik en terrein. Dit kan gewenst zijn uit oogpunt van efficiëntie in gebruik, maar ook vanwege het esthetisch ideaal

dat de optimale werking van een object of een omgeving schoonheidsgevoelens oproept bij de beschouwer. In dit hoofdstuk zijn de resultaten van de terreinbezoeken en de bureaustudie opgenomen. In de volgende paragrafen zijn kaarten van de abiotiek, biotiek, historische kaarten en beleid & visies opgenomen.

Op de volgende pagina's zijn figuren opgenomen en omgeving.

Hoogtelijnen In de linkerfiguur is een kaart opgenomen

van de hoogtelijnen van het landschap van het plangebied en omgeving.

Op basis van de afstand van de hoogtelijnen zijn de vlakkere en steilere delen van het plangebied fraai te zien.

Legenda Bestaande hoeve in

plangebied

Plangebied - grens

Hoogtelijnen

gen

oe

AK

Fig. 2A: Hoogtelijnen in en rondom het plangebied

Geomorfologie De geomorfologie is de wetenschap die de vormen van het landschap en de processen die bij het ontstaan daarvan een rol spelen of hebben gespeeld, bestudeert.

Legenda | Grens plangebied Lae

Plateauterras bats

Afbraakwand

Droogdal

Holle weg

Fig. 2B: Geomorfologie

Legenda

>8%

Fig. 2C: Hellingpercentages

Ldd6- ocivaaggroaden met roest beginnend

dieper dan 0,tm silige leem - collavium in dal

Bodemkaart

De Bodemkaart van Nederland is gebaseerd op boorprofielen die zijn verkregen door bemonsteringen van de bodem tot een diepte van ongeveer 1.50 m. Een boorprofiel bevat kenmerken over de opbouw en samenstelling van de bodem.

ANC - Liss-, terras- en kalksteenbellinggronder:

LJ6 - Ooivaaggronden met roest beginnend. dieper dan 0,8m- siltige leem in situ

Legenda Grens plangebied Bldé - Radebrikgronden - siltige leem Ld6é - Ooivaaggronden metroest,

beginnend dieper dan 0,8 m siltige

leem in situ

Lddé - Ooivaaggronden metroest, beginnend dieper dan 0,8 m - siltige leem - colluvium in dal

AHc - Loss, terras- en

kalksteenhellinggronden Fig. 2D: Bodem

BLb6 « Bergbrikgronden « siltige leem

Bld Racebrilgronden siltige leem

kede Srl TREOee A

2.3

a

Biotiek

Biotisch verwijst naar iets wat leeft. Wanneer

N

een levend wezen een invloed uitoefent op zijn omgeving, wordt het een biotische factor genoemd.

Op de rechterafbeelding is een uitsnede opgenomen uit het Natuur Beleidsplan 2023, met de beheertypen in de omgeving van het plangebied. Ten behoeve van de voorgenomen ingrepenis een verkennend natuurwaardenonderzoek uitgevoerd.

De resultaten hiervan zijn opgenomen in de rapportage ‘Verkennend natuurwaardenonderzoek voor Landgoed Moerslag’, d.d. 23-03-2023. Onderstaand zijn de conclusies uit dit onderzoek op basis van het veld- en literatuuronderzoek opgenomen: 1. Tijdens het veldbezoek zijn in het onderzoeksgebied geen uitzonderlijke natuurwaarden aangetroffen. Landschappelijk gezien vormen de beboste grub en de door heggen

2.

omgeven

hoogstamboomgaarden

rond de voormalige boerenhoeve waardevolle elementen. Ten aanzien van wettelijk beschermde flora en fauna moet in het onderzoeksgebied worden gerekend met de aanwezigheid van

Das, Eekhoorn en diverse broedvogelsoorten

(waaronder

mogelijk

soorten

met

jaarrond

beschermde nesten - Boerenzwaluw, Bosuil, Huismus, Huiszwaluw, Kerkuil, Steenuil).

Daarnaast

kan

de

aanwezigheid

in

het

onderzoeksgebied van Grote leeuwenklauw,

Bosvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis,

een of enkele andere vleermuissoorten, Grote bosmuis, Steemarter, Hazelworm en Vliegend

hert niet met zekerheid worden uitgesloten.

3. Wettelijk

amfibieën,

beschermde vissen,

soorten

dagvlinders

en

mossen, libellen

komen in het onderzoeksgebied niet voor.

Ì Fig. 2E: uitsnede Natuur Beleidsplan 2023, beheertypen

Legenda

Streatbeheertypen LO1.05

Knip- of scheerheg

L01.09 Hoogstamboomgaard

N11.01 Droog schraalland N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland

N14.03 Haagbeuken- en essenbos

N15.02 Dennen-, Eiken- en Beukenbos N17.02 Droog hakhout

f

5

fs a

ei

ed eN

SA

EE

t

AN

tek

‘

i

i

_

bn

ENT

aA

Moers 0’) ret

IR

: _Crehueht

2.4 Beknopt overzicht

historische ontwikkeling

(via kaartbeelden)

Ees

…

e

\

ae, \

ee

A A

A

x

:

-

X

den

\

>

AP age

Fig. 2F: Uitsnede kaart 1830

nase dd

a Po a là a ~ te r fd jn 8

i]

Fig. 2H: Uitsnede kaart 1924

DE i “a “a zel

ee

3

p

Sa “4

ai ae ae . “

“~

‘

|

ri

p

dk

Fig. 2L: Uitsnede kaart 1999

Fig. 2M: Uitsnede kaart 2017

2.5

Conclusies op basis van de historische kaarten

De Hagenweg is onderdeel van de hoofdwegenstructuur binnen de oude heerlijkheden Eijsden en Breust en vormde de verbinding tussen Eijsden/Breust en Libeek. Deze veldweg was daarmee gelijkwaardig aan de Moerslag / Bukel in het dal en de Boschweg op de tegenoverliggende helling. De grubben vormden de alternatieve routes, naar gelang

de begaanbaarheid van de hoofdroute, maar vormden meer nog de houtreserve van het dorp na het verdwijnen

van het bos op de plateaus.

Pas eind 19e eeuw ontstaat een sterke uitbreiding van het aandeel weides omzoomd door hagen. De introductie van hoogstamfruit volgt hierop. De posities van de intussen veelal verdwenen hagen zijn deels nog in het hoogtemodel te traceren, vooral rondom Moerslag. De hoeve van Landgoed Moerslag dateert uit het eerste kwart van de 20e eeuw.

De Kromme Grub die centraal door het landgoed snijdt, is ook als groeve in gebruik geweest. Deels wellicht voor kalksteenwinning, deels wellicht ook voor

Maasgrindwinning ten behoeve van de wegverharding.

De westkant van het landgoed wordt gevormd door een graft die aan de noordkant overgaat in de taluds van de grub. De Kromme Grub deelt het plangebied in twee delen, waarbij het oostelijk deel grotendeels tot het beschermde dorpsgezicht Moerslag behoort en het westelijke deel tot het open agrarische buitengebied

met uitzicht, maar met een historische tussenfase met hoogstamfruitboomgaarden.

Fig. 2N: Conclusies op basis van de historische kaarten

2.6

Vigerend beleid en visies

In deze paragraaf zijn beleidskaarten en visies van de Gemeente

Eijsden-Margraten en de Provincie Limburg opgenomen.

Het betreft: het bestemmingsplan Buitengebied Margraten 2009

(Gemeente Eijsden-Margraten), het Natuur Beleidsplan 2023 (Provincie Limburg), Nationaal Landschap Zuid Limburg (Provincie

Limburg) en de Provinciale Omgevingsvisie (Provincie Limburg).

paEe PE

ptp

Ft AAA BS

YEE

+

pe

vr

aM eee Kendra

pt pp pp

bY

/

RA

pet

+~“4F4~4~. Bestemmingsplan Buitengebied

EA

Epe

bb

ef

PAR RAL

+ +

ae Sj

+

Ep tp

ppt

$04

A

SM

A F+ ppt TR ee Ett He pt . + A gep pep + +

pT iat

a

pp I Pease

OE

san) PRE EES ES it pee pp EE |

shae nernehhmtethh

+

“+. Legenda

wanten

oe

er Ae

Enkelbestemming

446.789 M12

+E.

3.

+

Nt Dubbelbestemming es 4 Waarde archeologie

RocGEE HEEE ONmetwearden an

+

ele

pp ER

ar Gr GE

Ht

1.8,9,10,11,12

po

a

behaal niel BAETENS pp? cf 5

PEE

sho ae a ap i ER Ep

ts

np

pe ee

lala stp actress teu ctonotemetsteamicts

eat

Recreatie - verblijfsrecreatie

YAM Warde beschormd dorpsgezicht ae ;

waarde ore

hiertoe

9

Waarde landschapselement

PA ERS 10 Waterstaat erosie oh eo tg ENE Gebiedsaanduiding A ld

ot

Tan ne ar ar

LES

<

yA

|

DN

1

Miieuzone ° Bodembeschermingsgebied

HEL Rae Seed A

RA

3.

eeees

A SE ANAA

in,

enaciickevormvan recreatie accomodaties

Rt Et tt ig» PEEP . nn ornate serene LPEseers gree, elas gu ar Ie Top Ea AEN ar Ge Se

ee eae Ge GP Ge Ge gr GF ar Ge

EEN 2 cae +e eae ap ap ap a a Pa a ap ap a

eeees ie hn niin SUL EL

(Vt

|

ee

Sse

Natuur Beleidsplan 2023 Beheertypen

Legenda Streefbeheertypen LO1.05 Knip- of scheerheg LO1.09 Hoogstamboomgaard N11.01 Droog schraalland N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland N14.03 Haagbeuken- en essenbos

N15.02 Dennen-, Eiken- en Beukenbos N17.02 Droog hakhout

Fig. 2P: NBP2023 beheertypen

Handvat kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid Limburg

Begrenzing NI ZI

Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg (kortweg NLZL) ligt ten zuiden van Echt, tussen de stedelijke gebieden van Maastricht, Sittard-Geleen en Parkstad.

Het Handvat Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg biedt een handreiking voor initiatiefnemers van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen om antwoord te geven op de motiveringsvraag van de landschappelijke kernkwaliteiten uit de Omgevingsverordening Limburg 2014. Beschermingsgebied

In de Omgevingsverordening bij het Provinciaal Omgevingsplan (POL 2014) wordt de initiatiefnemer

van een ruimtelijk plan gevraagd om een beschrijving te geven van de kernkwaliteiten van de te ontwikkelen locatie en haar omgeving. De initiatiefnemer geeft daarbij aan op welke wijze de voorgenomen ontwikkeling zorgt voor het behoud of de ontwikkeling van de aanwezige kernkwaliteiten

en hoe eventuele negatieve effecten worden gecompenseerd. Dit alles om bij te dragen aan de tien kernwaarden uit POL 2014 en daarmee aan de kwaliteiten van Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De kernkwaliteiten van het landschap zijn de waarden van het landschap die zorgen voor herkenbaarheid en onderscheid van de landschapstypen. Ook worden de leidende beginselen aangegeven. Dit zijn een eerste set van maatregelen bedoeld om het landschap met zijn kernkwaliteiten op een hoger schaalniveau in de juiste richting te ontwikkelen. De ontwerpprincipes zorgen voor maatwerk op lager schaalniveau en geven aan hoe om te gaan met de kernkwaliteiten en hoe deze concreet versterkt kunnen worden in relatie tot een ontwikkeling.

Het NLZL onderstreept het unieke karakter van het heuvellandschap; een landschap waarin wordt

gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Het unieke karakter van dit landschap van plateau's, hellingen en dalen is, zoals aangegeven in het POL 2014, samen te vatten in de vier kernkwaliteiten: reliëf,

groen karakter, cultuurhistorisch erfgoed en het contrast tussen open en besloten. Deze vier

kernkwaliteiten bepalen samen het landschappelijk beeld van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg.

Op de kaart rechts van deze tekst (uit Handvat Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid Limburg)is de locatie van het plangebied weergegeven. Het plangebied maakt onderdeel uit van het deelgebied Plateau van Margraten. Het Plateau van Margraten kenmerkt zich door een wijdvertakt netwerk aan droogdalen die zich bijzonder ver insnijden in het plateau. Juist door deze insnijding kent het plateau weinig grote vlakke delen. Integendeel, het gehele plateau heeft een voornamelijk glooiend karakter. Daarnaast rekenen we tot het plateau de relatief grote oppervlakken gesloten hellingbos dat op slechts enkele plaatsen doorsneden wordt zoals bij het Gerendal en de Herkenradergrub. Opmerkelijk in dit gebied zijn de grote oppervlakken boomgaarden waarvan de commerciële teelt plaatsvindt in laagstamboomgaarden tussen de kernen in. Rond de dorpen zijn nog relatief veel hoogstambomen te vinden. Linten als

Scheulder, Honthem en Ingber zijn nog relatief gaaf aanwezig. Door de vele hoge plateauranden is het

vanaf veel locaties mogelijk naar het beneden gelegen dal en andere lager gelegen plateaus te kijken.

Fig. 2R: Ligging plangebied in deelgebied Plateau van Margraten

Nationaal Landschap Zuid Limburg Cultuurhistorie

Legenda Rijksmonumenten ®

Geologische monumenten en ontsluitingen e

Kloosters a

Kapel of kruis .

Cultuurlandschap Zuid-Limburg (lijn) / Provinciaal archeologische aandachtsgebieden a Historische buitenplaatsen B

Archeologische monumenten s

Cultuurlandschap Zuid-Limburg Bebeuwde kor ze Bos, heide, voeste grond Bowland Bouwland voor 2500

grasland

Panden

Wm 1200 - 1880

=

Mien - 190

WE hone - leas, (tone | 1065, Asin. 9060

Grens plangebied

Holle weg / grub

Heg

Hoogstamboomgaard

Andere weg ouder dan 1806

1

Nationaal Landschap Zuid Limburg

Groene karakter

Legenda Boom

Bomenrij

Heg of haag 7 Primaire bronnen

.

Regenwaterbuffers u

Spoorvaan

Water Watergangen

Dalbodem Bos =

Boomgaard Cultuurhistorische elementen - dorpskerne U secert 100 weining ar aat:g verancerce darpakeen

ouce stacs- of dorpsker

Bebouwd gebied

Dorpsmantel = Plaats/bebouwde kom

u

Akkerland

Grasland, heide en zand sreslant Herde Jard

Beheergebied 2021 L01.01-L03.01

x

Beheergebied 2021 NO1.03-N13.02

a

Beheergebied 2021 N14.01-N17.06 a

Talud hoogteverschil hoge zijde “ Wegdee! hartlijn

Fig. 2T: NLZL groene karakter

Nationaal Landschap Zuid Limburg

Open-besloten

Legenda Boom ° Bomenrij Heg of haag Plateau

Dorpsmantel 3 Bos, boomgaard en kwekerij boorgaard

bovekwakerij WI hos: gemengd bas

WM bos: griend Mi bos. loofbos WM bos: naaldbos WE dodenacker mer tos fruitkwekerij MB populieren

Spoorbaan

Landschapstypen balkoden Tussenterras \_! Plateau Groeve

Gezsoleerde heuvel Hillshade Xa a 0

254

Beheergebied 2021 N14.01-N17.06 en LO WM 14.01 Rivier- en beekbegeleidenc bos WB NI4.02 Hoog- en Llaagveenbos Wl N14.03 Haagbeuken- en essenbos WB ONI5.01 Cuinbos

WH N15.02 Dennen-, eiken- an beukenbos WE M6 03 Droog bos met productie WM N16 04 Vochtig bos met araductie WM NL7.02 Droog hakhout

WE HL?.03 Park- of stinzendos WH ONL? 06 Vochtag- en hellinghekhout LOL.O] Poel en kleine historische wateren Löl 02 Houtwa.

en houtsingel

LO1.03 Elzens:ncel

LOL.05 Knip- of scheerheg L91.06 Struveelhaag Lòl 07 Laan

Löl 0& Knotboon L91.06 Hoogs temtoongaard 101,16 Bossingel L02.02 Histor.sch buuwerk en erf Lud U3 Historische tuin

Lö3 01 Aardwerk en groeve Talud hoogteverschil hogezijde

“ Panden a

Fig. 2U: NLZL open-besloten

Nationaal Landschap Zuid Limburg Reliëf

Legenda Primaire bronnen ® Regenwaterbuffers ri Water Fed

Watergangen

5 Plateau

oO

Hoogtelijn

4

Breuken

7

Landschapstypen

Dalbodem — Tussenterras

\_ Plateau [1 Groeve r Geiscleerde heuvel AHN 25 helling

< 0,5%

0,5 - 1% 1 - 2B - 4%

Talud hoogteverschil hoge zijde

a“

Panden

Fig. 2V: NLZLreliéf

Leidende beginselen De vier kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap zijn niet vanzelfsprekend en zijn daarom gebaat bij een zorgvuldige omgang en bescherming. Ze vormen het kapitaal van de omgeving. Om een raamwerk voor deze bescherming te bieden zijn er een aantal zogenaamde leidende beginselen gesteld. De leidende beginselen, afkomstig uit de Espon studie LP3LP zijn algemene principes met als doel de vier kernkwaliteiten van het NLZL te behouden dan wel te versterken. Door het algemene karakter gelden de leidend beginselen voor meerdere landschapstypen. LO1 Benadrukken cultuurhistorisch erfgoed Het aanwezige cultuurhistorische erfgoed; historische geografie, historische bouwkunst en archeologie, is mede bepalend voor de eigenheid en leesbaarheid van een gebied. Het gaat hierbij enerzijds om behoud van het aanwezige erfgoed, anderzijds om bij nieuwe ontwikkelingen de cultuurhistorie in te zetten als inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen. Beide dienen ervoor om verarming en nivellering van het landschap tegen te gaan. LO4 Benadrukken hogere delen van plateau's

Dit beginsel pleit voor het tot uitdrukking brengen van de hoge delen in het landschap, bijvoorbeeld door hier de wegen te beplanten met laanbeplanting. Hiermee wordt niet alleen het landschap versterkt maar wordt ook zowel de zichtbaarheid van deze hogere delen als kleinschalige ecologische ‘eilanden’ verbeterd. Het is zaak om de uitzichten niet te blokkeren met beplanting. LO5 Vergroenen dorpsranden

Het vergroenen van dorpsranden versterkt het cultuurlandschap, verbetert het uitzicht op de dorpsranden, creëert kleinschalige ecologische verbindingen, geeft ruimte voor de teelt van regionale producten, markeert dorpsranden en verbetert de lokale recreatiemogelijkheden. Geïnspireerd door het historische landschap worden dorpen op de plateaus bij voorkeur omzoomd met kleine weilanden, heggen en hoogstamboomgaarden. L06 Herstel van kleine landschapselementen

Het herstellen van kleine landschapselementen zoals graften, heggen en boomgaarden draagt bij aan versterking van het historische cultuurlandschap, de

uitbreiding van ecologische verbindingen, tegengaan van erosie en de beperking van overstromingsrisico's. Door deze elementen weer te herstellen wordt een

meer divers cultuurlandschap gecreëerd met een uitgebreider scala aan landschappelijke belevingen.

LO8 Zorgvuldige omgang met bebouwing in kwetsbare delen Door ongestructureerde verspreide bebouwing te ordenen naar landschappelijke logica en te zorgen voor buffers tussen bebouwde gebieden wordt

verrommeling voorkomen. Op de dalbodems, steile hellingen en op de hoge delen van de plateau's is het wenselijk terughoudend om te springen met verdere bebouwing. Daarentegen zijn er, mits een zorgvuldige inpassing, in de lagere delen, soms wel ontwikkelingen mogelijk.

LO9 Passend bouwen in dorpsstructuur en dorpssilhouet De dorpsstructuren en -silhouetten in de regio Zuid-Limburg zijn karakteristiek en uniek. Om dit te behouden is het belangrijk aandacht te besteden aan een zorgvuldige inpassing van nieuwe bebouwing in het dorpssilhouet. Ongestructureerde verspreide bebouwing wordt hiermee beperkt en wordt een bijdrage geleverd aan de logica van het landschap. De wijze waarop deze leidende beginselen zijn toegepast in het landschapsplan is weergegeven in hoofdstuk 3, ‘synthese’.

Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Natuur

Groenblauwe mantel

Het Maasdal, de beekdalen en steilere hellingen

(voorheen de bronsgroene landschapszone en zilvergroene natuurzone) vormen samen de groenblauwe mantel binnen de landelijke gebieden van Limburg. De gebieden vormen samen een soort mantel tussen en bij het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden

waar goede combinatiemogelijkheden gezien

worden voor duurzame vormen van (kringloop)

land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen.

Legenda dus ook Natura 2000-gebieden), vormen samen het Limburgse deel van het . Het Natuurnetwerk Limburg is gelegen in delen van beekdalen, op hellingen en op en van de hoger gelegen gebieden. Binnen het”Natuurnetwerk Limburg wordt ingezet bescherming van de natuur met een bijzondër accent op bedreigde Limburgse dier- en gezet op het bieden van mogelijkheden voor natuwrbeleving. n selectie binnen het Natuurnetwerk Limburg. Hier ligt de absolute nadruk op de spoedi en verantwoord bereiken van een gunstige Staat van instandhouding van de en, waarop d ng als Natura2000-gebied is gebaseerd. De Natuurbeheerplannen van de 000-gebieden in Limbur inzicht in hetgeen daarvoor nodig is. Er zijn ook Natura 2000-gebieden de provinciegrens. Van pese wet- en regelgeving geldt een strenge wet- en regelgeving beheer en bescherming var urwaarden.

hier op het versterken var

klimaatadaptieve karakter, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het

a nee ety

Grens plangebied

Natura2000 gebieden

Natuurnetwerk

Groenblauwe mantel

Synthese Een synthese is 'De vorming van delen tot een geheel.’ Het ontwerpenvan een nieuw geheelisgeen

vanzelfsprekend proces. De logica van de analyse moet daarom samengaan met een zoektocht,

een visie, een creatieve sprong, teneinde tot een

synthese te komen. Kennis en gevoel, distantie en betrokkenheid komen hier samen. (Bron: Lexicon

van de tuin- en landschapsarchitectuur).

Op basis van de voorgaandefases (inventarisatie

en analyse en programma van wensen) wordt de

synthese op de volgende pagina's in stappen opgebouwd. Uiteindelijk heeft deze opbouw geleid tot het landschapsplan, dat is opgenomen in hoofdstuk 4.

O Ur O

a

= >

ep.

i

Fig. 3A: Huidige situatie Luchtfoto.

t

Fig. 3B: Het bijzondere reliéf Respecteren en benadrukken van het bijzondere, Zuid-Limburgsereliéf.

LPO,: DE) SAO,OOS. RED OND Tad OPE PHO OO Boteke eyCeCae Og NO WE)

\

Itai

EN REN PR ako el

= ae Se

7on aeOS. OEE5)Den

SDOC)

eh Bi Oy Ce C}

ae

-

en TY

ane reg

i i { i i

Kd

Fig. 3C: Bestaande infrastructuur Met bijzondere aandacht voor de Hagenweg en de Kromme Grub als onderdeel van het plangebied.

Fig. 3D: Beplanting in en rond om het plangebied Bossen, hoogstamfruitboomgaarden, hagen en de begroeide Kromme Grub vormen de kapstok en de inspiratie voor het landschapsplan.

CLO

rensCEO

SI SONCG

3

© oe

5 PE ie One

EPsaje)

SEESive:

et oer

LAMA

SC Si EP KA ad

4

RE

000809600|

egaetiooon

PerteSpie CHN DESEN

Ber

¥0009n 0000

„AN\C9QPa0ooo

mm Jobo \ “boooogd

Roi

pn

res

so

es: 3 eoa

OL

Fig. 3E: De nieuwe Natuurlofts® en Autarkische verblijven Aan de zuid- en westzijde van het plangebied worden de nieuwe Natuurlofts® toegevoegd aan het landgoed. Ook drie nieuwe Natuurlofts® op de camping maken onderdeel van de nieuweconstellatie. Aan de westzijde zijn vijf nieuwe Autarkische verblijven voorzien.

Fig. 3F: Versterken van de Kromme Grub

De bijzondere Kromme Grub die door het plangebied loopt wordt versterkt door het aanbrengen van een mantel-zoon vegetatie. Dit versterkt niet alleen dit cultuurhistorische

fenomeen, maar zorgt ook voor sterkere gradiënten. Momenteel is er een harde (gesnoeide)

overgang aanwezig tussen beplanting van de grub en de omliggende agrarische percelen.

In de toekomst zorgt deze mantel-zoom vegetatie voor een betere overgang met de

omliggende gebieden (hoogstamboomgaard en kruidenrijk grasland).

a

AWS

a

ay

oe

ate)

oeEN si eae

RER5!e

cere

rad cr hs Er aeEa en

Pant

i

vore

VAAr de es Ges jad oye) C2 Bee

Ed

pT

ORT ECE RRPretye oo

CE A

ee

Rast

Fa xre} ern ; 3Spe eiKi

kD

Ad

anOL

OTe 2, AS

x

PaO PS

in

Sty EEE are LE 5 ey : eN

Bee

EEE

BG CG pe

ee

es

aia

ey Se Pet haps

SORE

“

en

Cy

“be Tj

*

C

Daro SOE ‘orth

i 4 \ $k 11

4 Ae” er

Fig. 3G: Inspiratie op basis van de verkaveling van de periode 1870 Op de kaart van 1870 is een kleinschalerige verkaveling te zien dan die in de huidige situatie. Deze periode heeft gediend als inspiratie voor de voorgestelde schaalverkleining en het aanbrengen van kleine landschapselementen als hagen en hoogstamfruitbomen. Hierdoor wordt het (te grootschalige) agrarische cultuurlandschap versterkt en verfraaid.

i pod i

1

Fig. 3H: Nieuwe hagen Nieuwe hagen zorgen voor een schaalverkleining, een inpassing van de voorgenomen bebouwing en een versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bovendien gaan deze hagen ook functioneren als geleidingsroutes voor dieren.

5 vs avore) es MAD Ks in Cra

nee

3

aoe

ey era

OREO,Zna

fd ig,

sey Deh cue CN ye 5, Oat RoE, GR cay 1 TIK

er ‚n

raraenagedeenrsenvanmenr

ois

oe ns naoRE

jon VEhr

Mt XG KD .

Fig. 31: Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden Nieuwe hoogstamboomgaarden aan de rand van het plangebied zorgen voor een robuuste inpassing van de voorgenomen ingreep. Daarbij dragen de bomen ook bij aan de schaalverkleining en de versterking van het agrarische cultuurlandschap. Het vallende

fruit is interessant voor de Das en voor de Eikelmuis.

Fig. 3J: Nieuw bos met mantel-zoom vegetatie Op de steilere delen van het plangebied (zie p. 14) is een haagbeuken- en essenbos voorzien, met een fraaie overgang (gradiënt) van een mantel-zoom vegetatie.

Aa

Saree EKE

v8

5

BtSeO0

#

en ve oeye

if©) A * peek rts eSe Kd, oO ry, BOSS zi

Kok kl

Berscn Ces37 eae

B

2 TeSA EErh rn 3 TR —_ Za = my bk ei. 5 7 wsae %

ER ef De

i

"

wD et

Roan ae EE

ge Gak wd en

lj coocopdes ogaobovou

i

Fig. 3K: Het natuur-voedselbos Tussen de autarkische verblijven en de Kromme Grub is een natuur-voedselbos voorzien. Enerzijds draagt dit bos bij aan een goede inpassing van de Autarkische verblijven. Anderzijds gaat dit bos functioneren als een verlenging van de voorziene mantelvegetatie. Het betreft hier een natuur-voedselbos. Een natuur-voedselbos is primair een natuurlijke, duurzame

methode van natuurontwikkeling waarin ook bomen en struiken zijn opgenomen die eetbare vruchten dragen voor kleine zoogdieren en andere fauna; in een natuur-voedselbos wordt niet middels landbouwmethodes eetbare productie voor de mens gerealiseerd. Het is een bos dat is opgebouwd volgens de gelaagdheid van een bos met mantel-zoom vegetatie. Elke laag hierbij kent zijn eigen functie. Bijzonder bij dit bos is dat - in tegenstelling tot vele andere voedselbossen in Nederland - alleen maar inheemse soorten toegepast zullen worden. Gezien vanuit het perspectief van de Autarkische verblijven werkt het voedselbos als een vitrage; vanuit de verblijven is er een fraai zicht op de omgeving en andersom worden de gebouwen uit het zicht ontnomen vanaf de Hagenweg en is er - samen met de hierna ma

\

( t

a ws

& ‘ wg A Ek

REDE,

O

ns

Fig. 3L: Extra bosschages De extra bosschages langs de Hagenweg zorgen voor een extra inpassing van de Natuurlofts. Daarbij dragen ze ook bij aan de schaalverkleining en de versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bosschages functioneren ook als geleidingsroute voor dieren.

a

I

4

esi 5 2

/

pj

etKl0 EXoS go rs

(

%

d-

À SOG C2 3? BEY BORek

‘

et

Tog Oe) Orr GD,

RE nTty

Oe ee TEE LRA Ox CH,

pO

IS Ce OS CIOS CEN) } GG Nd

Ux

Za

ae eo ae PS

GEOA See

eeeEE i xe

i

\

i i 4 | i i i i

i

Fig. 3M: Kruidenrijk graslan In de zone tussen de Hagenweg, het nieuwe bos (haagbeuken- en essenbos) en het

voedselbos met Autarkische verblijven wordt het streefbeheertype kruidenrijk grasland nagestreefd. Ook in de noordelijke hoogstamfruitboomgaarden is kruidenrijk grasland voorzien.

ar

dtor U)

er

© Kar ©, dp]

©

G

bl

Inleiding In dit hoofdstuk is het totale landschapsplan NSW Landgoed Moerslag opgenomen. Dit is als het ware een

opeenstapeling van de thema’s die genoemd zijn in het vorige hoofdstuk, de synthese. Het heeft geleid tot een robuust en evenwichtig geheel, waarbij met respect voor het (agrarisch cultuur)landschap recreatieve voorzieningen zijn ingepast. Maar bovenal voorziet het landschapsplan in grote mate in een toename van natuurontwikkeling en versterking van het agrarische cultuurlandschap. In de groenblauwe mantel in het plangebied wordt de economische functie van het huidige plangebied versterkt.

Landschappelijke ingrepen in het nieuwe landgoed ondersteunen de aanwezige monumentale (en beeldbepalende)

gebouwen en dragen bij aan de duurzame instandhouding van dit erfgoed.

De in het plangebied aanwezige Kromme Grub maakt onderdeel uit van Natuurnetwerk Limburg. In dit voorliggende landschapsplan is voorzien in het versterken en beschermen van de aanwezige natuurwaarden door de harde randen van de beplanting van de grub om te zetten in een mantel-zoom vegetatie. Ook wordt de natuurbeleving van het gebied verhoogd, door het omzetten van de akker naar kruidenrijk grasland en bos.

Ook wordt ingezet op het versterken van het klimaatadaptieve karakter doorrealisatie van kruidenrijk grasland en

het aanbrengen van meer beplanting bij de grub, waardoor meer water vastgehouden wordten erosie tegengegaan wordt. Door het realiseren van de streefbeheertypen wordt de biodiversiteit verhoogd. De kernkwaliteiten van het landschap worden versterkt door het aanbrengen van kleine landschapselementen in de vorm van hagen en hoogstamfruitboomgaarden. Middels plankaarten, profielen en tekst wordt op de volgende pagina's het landschapsplan toegelicht. Het onderhavig plan kent een fasering in de uitvoering. Fase 1 van het plan betreft het beëindigen van de camping en het realiseren van 12 Natuurlofts®. In die eerste fase wordt ook de eventloft uitgebreid en een eventtuin ingericht. Ook wordt in die fase de kapschuur uitgebreid en het parkeerterrein heringericht en uitgebreid. Tenslotte wordt een tweede (inpandige) bedrijfswoning gerealiseerd. Fase 2 van het plan betreft de aanleg van circa 10 hectare natuur (inclusief 0,9 ha natuur-voedselbos) met daarbinnen het realiseren van 5 Autarkische verblijven. Tot de realisatie van

fase 2 blijven die gronden in gebruik voor landbouwkundige doeleinden (agrarische productiedoeleinden).

Een toelichting op de voorgenomen tegenprestatie in het kader van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu is opgenomen in hoofdstuk 6.

De Eikelmuis (Eliomuys quercinus).

De Eikelmuis is aangewezen als prioritaire soort van de Provincie Limburg. Landgoed Moerslag ligt direct tegen actueel leefgebied van de Eikelmuis aan en is gelegen binnen historisch leefgebied. Landgoed Moerslag kan op

termijn een stapsteen vormen in de verbinding van de populatie Eikelmuis in het Savelsbos met die i Voeren (België). (bron: Onmiverde).

De landschapselementen die voorzien zijn in het onderhavige landschapsplan kunnen het leefgebied van de Eikelmuis versterken en het habitat vergroten. In het plan zijn hoogstamfruitbomen, gemengde struweelhagen,

een natuur-voedselbos en bosschages voorzien, allen inheems van karakter. Ook het toekomstig beheer is van

belang bij het versterken van het habitat van de Eikelmuis. Er zal niet gespoten worden met bestrijdingsmiddelen en beheermaatregelen zullen alleen uitgevoerd worden in de daarvoor geschikte seizoenen. Ook zullen enkele Eikelmuiskasten opgehangen worden.

N f D er RE

Spy cat rch, Y,

4.1 Het landschapsplan totaal

Legenda Bebouwing

Infrastructuur

Beplanting / landschapselementen Bos, bestaand (holle weg /

Carré hoeve, bestaand

grub)

Receptiegebouw / eventloft, bestaand

Lí

Hoogstamboomgaard, bestaand

Natuurloft®, bestaand

Campingweg, bestaand

Haag, bestaand

Natuurloft®, nieuw

Parkeerplaats, bestaand

Bos, nieuw

verleggen

Campingweg, deels te

Mantel-zoom vegetatie, nieuw

Wandelpad, nieuw

Haag, nieuw

Natuurloft®, nieuw

Autarkische verblijven, nieuw

Pad bij autarkisch recreéren, nieuw

Parkeerplaats, nieuw

Hoogstamboom-

gaard, nieuw

Kruidenrijk

grasland, nieuw Bosschage, nieuw

Hemelwaterbuffer

Fig. 4A:

Landschapsplan

4.2 Het landschapsplan

zone Natuurlofts® en Autarkisch recreëren

Legenda Bebouwing

Infrastructuur Cant hee, bestennd

Beplanting / landschapselementen Bos, bestaand (holle weg / grub)

Receptiegebouw / eventloft, bestaand

Wandelpad, bestaand

Hoogstamboomgaard, bestaand

Natuurloft®, bestaand

Campingweg, bestaand

Haag, bestaand

Natuurloft®, nieuw

Parkeerplaats, bestaand

Bos, nieuw

Natuurloft®, nieuw Autarkische verblijven,

nieuw

Campingweg, deels te

Mantel-zoom vegetatie,

verleggen

nieuw

Wandelpad, nieuw

Haag, nieuw

Pad bij autarkisch

Hoogstamboom-

recreéren, nieuw

gaard, nieuw

Parkeerplaats, nieuw

Kruidenrijk grasland, nieuw

Bosschage, nieuw

Fig. 4B: Landschapsplan,

zone natuurlofts en autarkisch recreéren

Hemelwaterbuffer

Fig. 4C: landschapsplan met aanduiding profiel

sae

eR

ee ne gi eee OEE ENaD 5 be Sn

115,00 m + NAP

NAP

] autarkisch recreéren

kruidenrijk grasland

voedselbos

EE. Fe »

oo di eeNAmh ‚00 m +

115,00 m ne0om+ 115,00 m + NAP

NAP

NAP

|

|

| mantelzoom

|

NAP

| beplanting holle weg

Rep

|

+ NAP

|

|

mantel- hoogstamfruitboomgaard zoom

natuurloft

camping/ hoogstamfruitboomgaard

Ber

ETENTREE? Aan: phe Krt nn set

er

ke Le

Fig. 4C

landschapsplan met aanduichng profiel

enn

115,00 m +

114,00 NAPm+

ers

ree

°

eee

NAP

autarkisch

|

| kruidenrijk grasland

|

NAP

| voedselbos

f

eeRA ee ee

118,00m+

NAP

recreéren

7

en

| mantel-

I

145,00m+

|

eee

ee

PEER

NAP

| beplanting holle weg

bron:Landschapsplan Landgoed Moerslagd.d. 03072023

"8.80™*

|

I

mantel- hoogstamfruitboomgaard zoom

|

|

NAE

| _natuurloft

|

camping/ hoogstamfruitboomgaard

principe relatie autarkisch recreëren tp v. aanwezig reliëf

i

>aaomn

vorm en afmetingen loft nog te ontwerpen

datum

wijziging/revisle

267 SO.01 Onderdeel.

150 /A2

Datum

08.07 2023

Architect.

hl

Filenaam.

267D 230706 pnncipe

vojzorg.

[

;

principerolatle Jos tpv. aanwezig reliëf

Schaal.

Opdrachtgever: Landgoed Moerslag Locate: Mosrsiag

MNL Moerslag Natuurlofts

Jo Janssen Architecten Prof. Ir. Wim van den Bergh architect Boschoour 37B NL-6221JR Maastricht T (043 3254485 E Info@jojanssenarchitecten.nl Ww

principe langsdoorsnede ter hoogte van autarkisch recreëren

as mtgifsera ar a JamaAraceaewerg aggern. gopr vamp elugemerd wardenznacre ommen vaoeacted Kn atneerenBgeconcgamen re

ie

Woerpell fof v

principe langsgevel ir t. aanwezig reliëf (ter hoogte van hagen/hoogstamfruitboomgaard)

vicerpell lott

principe dwarsdoorsnede i.r.t. aanwezig reliëf (ter hoogte van ter hoogte van hagen/hoogstamfruitboomgaard)

principe langsdoorsnedei.rt. aanwezig reliéf (ter hoogte van hagen/hoogstamfruitboomgaard)

pose lof to v haag per loft-unit variabel

Cal san ri ine

a a ea

tO 118.00 m+ NAP KAP

name al

Mam + HAP

principe relatie lofts t p v. aanwezigreliéf(ter hoogte van hagen/hoogstamfruitboomgaard) Oplossing idem alsfase | natuurlofts (zie foto's)

i

>aoomn

vorm en afmetingenloft nog te ontwerpen

datum

wijzigng/revisle

267D SO.02 Ondenteel:

Schaal Datum Wijzog: Archiwet.

Filenaam.

principe rotatie lofts tpv aanwezig reliëf

vo A2 oeor 2023 u

287D 230706 principe

Locate: Moersiag MNL Moerslag Natuurlofts principe grondplan i.r.t. aanwezig reliëf (ter hoogte van hagen/hoogstamfruitboomgaard) vloerpeil loft verzonken tot op ‘laagste’ niveau

Jo Janssen Architecten Prof. Ir. Wim van den Bergh architect

haag

Boschoour 378 NL-6221JR Maastricht T (043 3254485

E irfolBjojanssenarchitecten.nl W wwwjojanssenaschtecten.rì

bron: Landschapsplan Landgoed Moerslag d.d. 03.07.2023

Studia BKL

Bu

Daas tambitgerda van JoJansenAvchiecten, thetavandace wher ag gesagt. getcpiwerd, geddgd otgenoten worden zoom vorrig toozeramang van oe arctic Ale mate fat wete Cornea, Bahanercontactapasrogn met architect,

4.5 Het landschapsplan - vergelijking huidige situatie met landschapsplan

Fig. 4E: huidige’ situatie

eee rae

a

OEREN EE

Fig. 4F landschapsplan

4.6 Het landschapsplan - materialen

4.6.1 Verhardingsmaterialen

De paden op het landschap krijgen allen een natuurlijke, bij het buitengebied passende uitstraling. Op de kaart in de linkerfiguur is voor de verschillende paden het verhardingsmateriaal aangegeven.

4.6.2 Verlichting

Op de Hagenweg, tussen de wandelweg (naar de parkeerplaats) en de toegangsweg naar de autarkische verblijven dient t.b.v. de gebruikers van de autarkische verblijven verlichting aangebracht te worden. Om de lichthinder voor vleermuizen tot een minimum te beperken, wordt het volgende voorgesteld: e

e e

e

De lichtmasten worden 3,0 meter hoog;

Een klok bepaalt de in- en uitschakeling van de verlichting. Bij het inschakelen komen de lampen langzaam op, bij de uitschakeling doven

)

ze zachtjes;

De lichtbron is amberkleurig;

Strooilicht wordt voorkomen.

Fig. 4J Hagenweg met karrenspoor-sfeer

iV

2 bj Py «

Fig. 4K

landschapsplan met aanduiding‘nieuw bos

4.7 Streefbeheertypen en beplantingsindicatie

In het landschapsplan zijn de volgende streefbeheertypen voorzien: N14.03 Haagbeuken- en essenbos N11.01 Droog schraalland N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland

LO1.09 Hoogstamboomgaard

LO1.06 Struweelhaag

Bos: N14.03 Haagbeuken- en essenbos Haagbeuken- en essenbos wordt gedomineerd door diverse boomsoorten zoals haagbeuk, gewone es, esdoorn en gladde iep. Vegetatiekundig behoren de bossen tot het Haagbeukenverbond, lepenrijke Eiken-Essenverbond en Verbond van Els en Es. De bijbehorende struwelen maken ook onderdeel uit van dit type. Het bostypeis vaak rijk in structuur en kent een opvallende voorjaarsflora. Haagbeuken- en essenbos komt op verschillende bodemtypen voor met een basisch en vochtig tot vrij nat karakter.

Het meeste bos wat tot het beheertype behoort is aangeplant. De

cultuurlijke oorsprong verraadt zich bijvoorbeeld door sporen van voormalig

hakhoutbeheer of aanplant in rijen. Haagbeuken- en essenbos omvat bijvoorbeeld de hellingbossen op lemige/kleiige kalkhellingen in ZuidLimburg. Een rijke voorjaarsflora is kenmerkend in de eiken-haagbeukenbossen en

hellingbossen met soorten als daslook, speenkruid en grote muur. Open plekken worden vaak gedomineerd door ruigtekruiden. In struwelen zijn

vlier en doornstruiken aanwezig, bij begrazing ontwikkelen zich ook grazige vegetaties.

De hier besproken

kalkhellingbossen betreffen bossen op ondiepe

kalkbodem (mergel), loess en colluvium. Ze beperken zich in Nederland tot Zuid-Limburg, waar ze voorkomen op hogere zandgronden en heuvelland. De

Zuid-Limburgse hellingbossen werden eeuwenlang beheerd als middenbos, dat wil zeggen als hakhout met overstaanders. Ze worden al sinds het midden van de twintigste eeuw niet meer als zodanig beheerd. (Bossen die nog wel

of weer actief als middenbos of hakhout beheerd worden, worden op deze

site behandeld bij Vochtig hakhout en middenbos.

Kalkhellingbos kent veel kenmerkende soorten muizen, vlinders en amfibieën;

ook het vliegend hert komt hier voor. (Bron: www.bij12.nl) Joe te passen soorten:

Acer pseudoplatanus (Gewone esdoorn)

Carpinus betulus (Haagbeuk) Cornus mas (Gele kornoelje) Crataegus laevigata (Tweestijlige meidoorn) Fraxinus excelsior (Gewone es)

Ilex aquifolium (Gewone hulst) Rhamnus cathartica (Wegedoorn) Rosa tomentosa (Viltroos)

Tilia cordata (Winterlinde) Ulmus minor (Gladde iep)

4 ge Ki ¥ 4 ¢ ti

Po eee CCC eee eee errr erry

TEC CE CCC e eee ee eee eee cece PoE e Ee eT ee ee er et

Fig. 4L

landschapsplan met aanduiding/‘mantel-zoom

Mantelzoom-vegetatie bij het haagbeuken- en essenbos Een

mantelvegetatie, ook wel

Joe te passen soorten:

bosmantel of mantelzone genoemd,

is

lintvormige vegetatie, waarin struiken dominant en aspectbepalend zijn. Het zijn struwelen die bij bosranden voorkomen. Het zijn overgangen tussen bosranden en lagere vegetatie, zoals kruidenrijk grasland. Het streven is om

deze mantelzone te ontwikkelen, in combinatie met een zoomvegetatie.

e

Cornus mas (Gele kornoelje)

e

Rosa tomentosa (Viltroos)

e e e

Crataegus laevigata (Tweestijlige meidoorn) Ilex aquifolium (Gewone hulst) Rhamnus cathartica (Wegedoorn)

Een zoom is een door kruidachtige planten (soms ook halfstruiken)

gedomineerde, lintvormige begroeiing op een standplaats die aan één zijde aanzienlijk meer wordt blootgesteld aan zonlicht. Zomen groeien vooral op plekken waar relatief hoger opgaande houtige begroeiingen (zoals bossen, struwelen en lanen) grenzen aan open terreinen (zoals graslanden, akkers en

wegen). De meeste zomen omvatten lintvormige ruigten. Een zoom wordt doorgaans beschouwd als een lijnvormig landschapselement of ecotoop. Zomen kunnen worden ingezaaid of zelfs worden aangeplant.

Fig. 4M: Nieuwe mantelvegetatie aan weerszijden van de beplanting van de Kromme Grub.

PON XO)

Fig.4N

/

|

landschapsplan met aanduiding kruidenrijk grasland

Kruidenrijk grasland: N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland

Kruiden- en faunarijk grasland omvat graslanden die kruidenrijk zijn, maar niet tot de schraallanden, vochtig hooiland, zilt grasland en overstromingsgrasland of glanshaverhooiland behoren. De vegetatie kan behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties; ondermeer kamgrasvegetaties of de

meer algemene witbolgraslanden.

Diverse soorten ruigte en struweel kunnen in dit grasland voorkomen. Het grasland wordt meestal extensief beweid of gehooid en niet of slechts licht bemest.

Het beheertype Kruiden- en faunarijk grasland kan voorkomen op diverse bodems van vochtig tot droog en heeft doorgaans een (matig) voedselrijk karakter. Kruiden- en faunarijk grasland komt in vrijwel alle landschapstypen voor. Toch is het areaal de laatste veertig jaar enorm afgenomen door de gangbare landbouwpraktijk: sterke bemesting gecombineerd met periodiek doodspuiten van de grasmat en opnieuw inzaaien met hoog productieve grasvariëteiten. De meeste overgebleven kruidenrijke graslanden liggen in overhoekjes van het agrarische gebied of komen voor in natuurgebieden.

vegetatie) en een kruidenrijke graslandbegroeiing die rijk is aan kleine fauna. Gradiënten binnen (grond)waterpeil en voedselrijkdom zorgen voor diverse

vegetatietypen.

Kenmerkende of bijzondere soorten van schralere beheertypen ontbreken grotendeels binnen Kruiden- en faunarijk grasland, maar graslanden zijn vaak wel rijk aan minder zeldzame soorten. Het type is o.a. van belang voor vlinders en andere insecten, vogels en kleine zoogdieren De graslanden worden doorgaans niet bemest. Om verzuring tegen te gaan kan, bij uitzondering, ruige stalmest of bekalking toegepast worden. Dit beheertype kent twee varianten: Matig tot droog kruiden- en faunarijk grasland Nat tot vochtig kruiden- en faunarijk grasland (Bron: www.bij 12.nl)

Daar kan kruidenrijk grasland een tijdelijk fase zijn als de benodigde

abiotische omstandigheden voor schraallanden niet of nog niet gerealiseerd kunnen worden.

Kruiden- en faunarijk grasland wordt bij een goede kwaliteit gekenmerkt

door variatie in structuur (ruigte en plaatselijk struweel, hogere en lage

RETE EENDATEN

ed

JET TENEU

DTET nj

EP

n

pn

ae

ep.

Fig. 4O: Profiel nieuw kruidenrijk grasland op het glooiende terrein tussen de Hagenweg, het nieuwe natuur-voedselbos en het nieuwe haagbeuken- en essenbos.

harwelWL| BN

Fig. 4P | landschapsplan met aanduiding hoogstamfruitboomgaarden

Hoogstamfruitboomgaard: L01.09 Hoogstamboomgaard Een

hoogstamboomgaard

is

een

boomgaard

of

boomweide

met

fruitrassen of notenbomen. Hoogstamboomgaarden zijn al bekend uit de middeleeuwen bij kloosters en kastelen, zowel voor eigen gebruik als

handel. Ook bij boerderijen komen boomgaarden dan ook al eeuwen voor en sommige locaties kunnen heel oud zijn. De bomen zelf worden vaak niet ouder dan honderd jaar. De stijgende prijzen voor fruit zorgden voor een ware explosie van het aantal boomgaarden tussen 1850 en 1900. Na de Tweede Wereldoorlog verdwenen veel hoogstammen voor de efficiëntere teelt in eerst half- en vervolgens laagstammen. Rooipremies hebben in het

hele land veel hoogstamboomgaarden doen verdwijnen. Inmiddels worden

er uit landschappelijke en ecologische motieven weer hoogstambomen

aangeplant, maar de oppervlakte is nog maar een fractie van de oppervlakte die kort na de Tweede Wereldoorlog bestond. Overal in Nederland komen hoogstamboomgaarden voor, vooral als onderdeel van het boerenerf. Ook bij landgoederen en buitenplaatsen waren vaak (grootschalige) boomgaarden te vinden. Niet overal in

Nederland komen hoogstamboomgaarden evenveel voor. Vooral in de

traditionele fruitgebieden, zoals Zuid-Limburg en het rivierengebied liggen

nu nog veel restanten van oude boomgaarden. In het Hollands-Utrechtse

veenweidegebied komen nog veel boomgaarden bij boerderijen voor. Hier is door afzetting van rivierklei een geschikte groeiplaats ontstaan. In noorden oost Nederland op het zand zijn hoogstamboomgaarden relatief schaars.

Boomgaarden zijn dikwijls verbonden aan boerderijen. Enkele grotere complexen horen bij landgoederen en buitenplaatsen of dateren uit de tijd van de grote groei (1850-1900). Boomgaarden worden vaak door een heg, haag of sloot afgescheiden van de omgeving. De ondergrond van

de hoogstamboomgaard is vaak een begraasd grasland: de hoogte van de stammen zorgden er immers voor dat het vee geen fruit kon eten! In het rivierengebied komen oude boomgaarden op de kleigronden voor, in Zuid-Limburg is er vaak een relatie met de dorpen. Naast hun functie voor fruitproductie hebben hoogstamboomgaarden ook een belangrijke landschappelijke betekenis en vormen ze het leefgebied voor diverse diersoorten zoals bijvoorbeeld steenuil. In oude boomgaarden groeien vaak ook bijzondere zeldzame fruitrassen en in de ondergroei van de hoogstammen handhaaft zich vaak een soortenrijke kruidenvegetatie. e Een hoogstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een

stam van minimaal 1,5 meter hoog en waarvan de onderbegroeiing

bestaat uit een grazige vegetatie.

Een hoogstamboomgaard bestaat uit minimaal 10 fruitbomen en heeft

een dichtheid van minimaal 50 en maximaal 150 bomen per hectare.

Maximaal 10% van de bomen bestaat uit walnoten. Een hoogstamboomgaard is vaak in een cluster geplant en duidelijk afgescheiden van de omgeving. Toe te passen soorten:

Malus domestica cv (Appel)

Pyrus communis cv (Peer) Prunus avium cv (Kers)

Prunus domestica cv (Pruim) Juglans regia cv (Walnoot)

ed

i Hh: 7

kl

Fig. 4Q

|

landschapsplan met Ervetelt ding nieuwe hagen

Hagen: L01.06 Struweelhaag In de loop der eeuwen zijn in het Nederlandse landschap diverse lijnvormige landschapselementen verschenen met houtige gewassen. Sommige van deze landschapselementen zijn al eeuwen oud. De functie van dergelijke landschapselementen was perceelsscheiding en veekering. Heggen zijn van belang als leefgebied en migratieroute. Daarnaast bieden heggen schuilmogelijkheden voor de fauna in het cultuurlandschap. Deze landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringende landschap. Het verschil met een knip- of scheerheg is dat een struweelhaag minder frequent wordt gesnoeid en daardoor meer en breder uitgroeit. Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals bij

vlechtheggen. Struweelhagen vormen een belangrijk leefgebied voor aan struwelen en zomen gebonden flora en fauna in het cultuurlandschap. Ze

zijn tevens van belang ter oriëntatie voor vleermuizen en als verbindingszone

voor fauna.

De hagen krijgen een hoogte van 120 cm en een breedte van minimaal 80

em.

Het wordt een gemengde haag, die zal bestaan uit

de soorten: o Acer campestre

o

Carpinus betulus

o

Viburnum opulus

° o

Crataegus monogyna Rosa rubiginosa

onee men re!

ae\ y i \ A Ag

mement

»

Fig. 4R

landschapsplan met aanduiding natuur-voedselbos

Natuur- voedselbos Een natuur-voedselbos is primair een natuurlijke, duurzame methode van

natuurontwikkeling waarin ook bomen en struiken zijn opgenomen die

eetbare vruchten dragen voor kleine zoogdieren en andere fauna; in een natuur-voedselbos wordt niet middels landbouwmethodes eetbare productie

voor de mens gerealiseerd. Het ontwerp van een voedselbosis geïnspireerd op de opbouw van een natuurlijk bos zoals we dat in Europa op enkele plekken nog aantreffen. In dit voorliggend landschapsplan is het natuur-voedselbos gericht op de productie van vruchten ten behoeve van (kleine) zoogdieren.

De biodiversiteit van een natuurlijk bossysteem is hoog. Zo ook de productiviteit: dat komt door de verschillende lagen die precies op elkaar afgestemd zijn. Anders dan in de landbouw wordt er in een voedselbos niet met een enkele laag - de akker - gewerkt maar ook met de lagen daarboven. Een goed ontworpen voedselbos houdt zichzelf in stand en biedt voedsel en onderdak aan vele soorten organismen, groot en klein. Ook soorten die bijvoorbeeld bestuivende insecten of plaag bestrijdende vogels aantrekken krijgen hun plek.

organisch materiaal, zowel boven de grond - blad - als onder de grond in de vorm van wortels. Toe te passen soorten:

Juglans regia (Walnoot)

Tilia cordata (Winterlinde) Prunus avium (Zoete kers)

Mespilus germanica (Wilde mispel) Corylus avellana (Hazelaar) Cornus mas (Gele kornoelje) Ribes rubrum (Rode bes) Ribes uva-crispa (Kruisbes) Ribes nigrum (Zwarte bes)

Symphytum officinale (Gewone smeerwortel)

Fragaria x ananassa (Tuinaardbei) Vaccinium myrtillus (Blauwe bosbes) Humulus lupulus (Hop)

Gelaagd systeem Aan de basis van een voedselbos ligt een meerlaags ontwerp ten grondslag, geïnspireerd op de opbouw van een natuurlijk bos. De volgende lagen

vormen samen een compleet systeem: e e

e

Kruinlaag (Grote bomen, >8,00 meter) bijvoorbeeld Juglans regia

(Walnoot), Tilia cordata (Winterlinde), Prunus avium (Zoete kers). _Tussenlaag (Kleine Bomen, Grote Heesters, 3,00 tot 8,00 meter) bijvoorbeeld Mespilus germanica (Wilde mispel), Corylus avellana (Hazelaar), Cornus mas (Gele kornoelje). Struiklaag (Kleine heesters , 1,00 tot 3,00 meter) bijvoorbeeld Ribes rubrum (Aalbes / Rode bes), Ribes uva-crispa (Kruisbes), Ribes nigrum

e e e

e

(Zwarte bes).

Kruidlaag (0,20 m — 1,00 meter) bijvoorbeeld Gewone Smeerwortel

(Symphytum officinale), Varens. Bodembedekkers (tot 0,20 meter) bijvoorbeeld Fragaria x ananassa (Tuinardbei), Vaccinium myrtillus (Blauwe Bosbes). Klimplanten: Humulus lupulus (Hop).

Wortels en knollen.

De kruinlaag heeft een belangrijke rol in het geheel. Deze zorgt niet alleen

voor beschutting maar ook voor de productie van een grote hoeveelheid Ee DRike DPet

Fig. 4S: Het nieuwe natuur-voedselbos.

itt

eT RCL eee RATE ETEN EETETEN EEE TN EET E ETET TTET TETTEN

Fig. 4T

landschapsplan met aanduiding nieuwe houtsingels

Ecologisch waardevolle houtsingels Een houtsingel is een smalle lintvormige begroeiing met bomen en struiken die gewoonlijk als vee- of wildkering dienst doen of hebben gedaan. Toe te passen soorten:

Corylus avellana (Hazelaar) Crataegus laevigata (Tweestijlige meidoorn)

Hondsroos (Rosa canina) Ilex aquifolium (Gewone hulst) Prunus spinosa (Sleedoorn) Sorbus aucuparia (Lijsterbes)

| || |

|

Burpnoysinyzeyea

De iat ee i dh Oe ee a a a i

o-

|

4.8 Waterhuishouding

In deze paragraaf wordt ingegaan op de waterhuishouding in het plangebied. De paden in het plangebied worden uitgevoerd in halfverharding. Het hemelwaterinfiltreert hierdoorter plekke. De parkeerplaats wordt uitgevoerd in gras, met - indien nodig - een versteviging. Ook het water op de

parkeerplaats infiltreert daardoor lokaal.

Voor de afwatering van de Natuurlofts® en de Autarkische verblijven is gekozen om deze niet op de hemelwaterafvoer (riolering) aan te sluiten.

Het dak watert (via regenpijpen) af op het direct omliggende land. Hierdoor vloeit het water over het grasland en infiltreert het hemelwater in de directe nabijheid van de vakantiewoningen en is het niet noodzakelijk om in het al glooiende landschap wadi's te realiseren. Voorwaarde is uiteraard wel dat in de daken van de recreatieverblijven geen uitlogende materialen toegepast worden.

Inleiding

er

Fasering Het onderhavig plan kent een fasering in de uitvoering.

&

Fase 1 van het plan betreft het beëindigen van de camping en het realiseren van 12 Natuurlofts®.In die eerste fase

wordt ook de eventloft uitgebreid en een eventtuin ingericht. Ook wordt in die fase de kapschuur uitgebreid en het parkeerterrein heringericht en uitgebreid. Tenslotte wordt een tweede (inpandige) bedrijfswoning gerealiseerd.

Fase 2 van het plan betreft de aanleg van circa 10 hectare natuur (inclusief 0,9 ha natuur-voedselbos) met daarbinnen het realiseren van 5 Autarkische verblijven. Tot de realisatie van fase 2 blijven die gronden in gebruik

jer a

voor landbouwkundige doeleinden (agrarische productiedoeleinden).

In het ontwerp-bestemmingsplan was voornoemde fasering niet opgenomen. Ten tijde van het ontwerp-

bestemmingsplan zag het er naar uit dat dit project uitgevoerd zou worden binnen het zogenaamde ‘Koplopersregeling-Transitiefonds’. Daarbij werd uitgegaan van een win-winprincipe voor o.a. landschap, natuur,

er

duurzaamheid natuur, ecologie, omgeving, high-end toerisme en economie en projecten die op basis van die

uitgangspunten op korte termijn zouden worden uitgevoerd. Deelname aan deze ‘potentiële koplopersprojecten' werd gestimuleerd door de gemeente en de provincie. Die projecten zouden mede gefinancierd worden uit een in te stellen transitiefonds vanuit het LPLG (Limburgs Programma Landelijk Gebied).

Ker ©, 1 Le) aor © I

II fases

ge)

Inmiddels is duidelijk dat die gelden voor natuurontwikkeling voor onderhavig plan in hetkader van het transitiefonds uit het LPLG vanuit de landelijk overheid niet meer beschikbaar zijn. Gevolg is dat initiatiefnemer nu zelf moet opkomen voor de realisatie van de 10 hectare natuur in fase 2. Financiering van die aan te leggen natuur is voor hem niet rechtstreeks mogelijk. Echter gezien de opgaven voor o.a. natuur, water, en klimaat wordt verwacht, dat dit in de toekomst wel mogelijk is. Initiatiefnemer, de gemeente Eijsden-Margraten en de Provincie Limburg willen om die redenen in planologisch opzicht nu wel de mogelijkheid vastleggen om de gewenste ontwikkeling (10 hectare natuur met daarbinnen 5 Autarkische verblijven) alsnog te realiseren. Dit is middels een fasering in het

bestemmingsplan en het landschapsplan verwerkt en vastgelegd. Gevolg is dat de 5 Auktarkische verblijven pas

mogen worden gerealiseerd als de 10 hectare natuur is aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden. Als die gronden eenmaal in gebruik zijn genomen voor natuur mogen die daarmee niet meer worden gebruikt voor

agrarische productiedoeleinden.

as PeeEn wed bs

| , f CeCe Ceo Cece eer eee rcrer ee Chere rire ere ee ere err CeCe eee eee ree eee ee rere r eer errr re ee ee rr

Fig. 5A j landschapsplanfase 1

5.1 Landschapsplan fase 1

Legenda Bebouwing

Beplanting / landschapselementen Bos, bestaand (holle weg / grub)

Carré hoeve, bestaand A

Receptiegebouw / eventloft, bestaand

=

Hoogstamboomgaard, bestaand

Natuurloft®, bestaand

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=416ecc98-40e3-4967-9506-266e0c136acc