20250218 10 BP Moerslag Bijlage 1.18 Nota van zienswijzen
Tekst van het document
Geanonimiseerde Nota van Zienswijze
Nota van zienswijze bestemmingsplan NSW-Landgoed Moerslag Het ontwerpbestemmingsplan ‘NSW-Landgoed Moerslag’ heeft ter inzage gelegen, vanaf 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024. Gedurende deze termijn kon iedereen schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen. Gedurende deze termijn zijn vier zienswijzen ingediend. Onderstaand worden de onderdelen van de zienswijzen aangehaald en zijn deze van een reactie voorzien, resulterend in een conclusie waarin aangegeven is of de zienswijzen aanleiding geven voor aanpassing van het bestemmingsplan. Alle onderdelen uit de zienswijzen zijn zorgvuldig bestudeerd, afgewogen en in zijn geheel meegenomen in de beoordeling daarvan. Echter, omwille van de leesbaarheid en overzichtelijkheid is ervoor gekozen om de opmerkingen uit de zienswijzen beknopt weer te geven in deze Nota van zienswijzen. Dat er onderdelen niet expliciet worden benoemd of niet volledig worden herhaald, betekent dus niet dat deze niet beoordeeld zijn.
Ontvankelijkheid De vier ingediende zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend en zijn derhalve ontvankelijk. Het vast te stellen bestemmingsplan is ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan ambtshalve gewijzigd. Het vast te stellen bestemmingsplan is nu in twee fases opgedeeld. Fase 1 van het plan betreft het beëindigen van de camping en het realiseren van 12 Natuurlofts®. In die eerste fase wordt ook de eventloft uitgebreid en een eventtuin ingericht. Ook wordt in die fase de kapschuur uitgebreid en het parkeerterrein heringericht en uitgebreid. Tenslotte wordt een tweede (inpandige) bedrijfswoning gerealiseerd. Fase 2 van het plan betreft de aanleg van circa 10 hectare natuur (inclusief 0,9 ha natuur-voedselbos) met daarbinnen het realiseren van 5 Autarkische verblijven. Tot de realisatie van fase 2 blijven die gronden in gebruik voor landbouwkundige doeleinden (agrarische productiedoeleinden) en blijft de thans nu geldende bestemming Agrarisch met waarde gehandhaafd. In het ontwerpbestemmingsplan was voornoemde fasering niet opgenomen. Ten tijde van het ontwerpbestemmingsplan zag het er naar uit dat dit project uitgevoerd zou worden binnen het zogenaamde 'Koplopersregeling-Transitiefonds'. Daarbij werd uitgegaan van een win-winprincipe voor o.a.
landschap, natuur, duurzaamheid natuur, ecologie, omgeving, high-end toerisme en economie en projecten die op basis van die uitgangspunten op korte termijn zouden worden uitgevoerd. Die projecten zouden mede gefinancierd worden uit een in te stellen transitiefonds vanuit het LPLG (Limburgs Programma Landelijk Gebied).
1
Inmiddels is duidelijk dat die gelden voor natuurontwikkeling voor onderhavig plan in het kader van het transitiefonds uit het LPLG vanuit de landelijk overheid niet meer beschikbaar zijn. Gevolg is dat initiatiefnemer nu zelf moet opkomen voor de realisatie van de 10 hectare natuur in fase 2. Financiering van die aan te leggen natuur is voor hem niet rechtstreeks mogelijk. In planologisch opzicht zal de mogelijkheid worden vastgelegd om de gewenste ontwikkeling (10 hectare natuur met daarbinnen 5 Autarkische verblijven) alsnog te realiseren. Dit is middels een fasering in de regels van het bestemmingsplan en het landschapsplan verwerkt en vastgelegd. Gevolg is dat de 5 Autarkische verblijven pas mogen worden gerealiseerd als de circa 10 hectare natuur in fase 2 is aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden. Als die gronden eenmaal in gebruik zijn genomen voor natuur mogen die daarna niet meer worden gebruikt voor agrarische productiedoeleinden. In onderstaande figuur van de verbeelding is die fasering opgenomen. Met de realisatie van fase 2 wordt ook het volledige landschapsplan aangelegd.
Bij de afweging en beantwoording van de zienswijzen is al rekening gehouden met het vast te stellen gewijzigde bestemmingsplan. Zienswijze 1 Inhoud zienswijze 1, onderdeel 1: Indiener van de zienswijze heeft bezwaar tegen bebouwing aan de zuid-westzijde van de Kromme Grub met Autarkische lofts. Door het gehele jaar bewoning toe te staan van de met name Autarkische lofts en het ontwikkelen van een natuur en voedselbos zal daar het gehele jaar verstoring plaats vinden met menselijke activiteiten. De menselijke activiteiten nu zijn voornamelijk wandelen door de Kromme Grub en wandelen over Hageweg. Een pad van 1 - 3 meter breed. Door deze grote oppervlakteverstoring wordt de kwaliteit van de ecologische verbinding van de Kromme Grub met het Hoogbos sterk aangetast. Er wordt een corridor gemaakt tussen in het westen camping de Bosrand en in het oosten landgoed Moerslag naar het Hoogbos en visa versa. Reactie op zienswijze 1, onderdeel 1: Algemeen - landschapsplan totaal Het versterken van de Kromme Grub is nader toegelicht in hoofdstuk 3 (Synthese) van het landschapsplan (zie pagina 42; fig. 3F).
2
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in de Autarkische lofts niet het gehele jaar mag worden gewoond, zoals indiener stelt. Het zijn recreatieve verblijven die voor recreatieve doeleinden worden verhuurd. Dat is niet gelijk te stellen met bewoning. De bijzondere Kromme Grub die door het plangebied loopt wordt versterkt door het aanbrengen van een mantel-zoom vegetatie. Dit versterkt niet alleen dit cultuurhistorische fenomeen, maar zorgt ook voor sterkere gradiënten. Momenteel is er een harde (gesnoeide) overgang aanwezig tussen beplanting van de Kromme Grub en de omliggende agrarische percelen. In de toekomst zorgt deze mantelzoomvegetatie voor een betere overgang met de omliggende gebieden (hoogstamboomgaard en kruidenrijk grasland). Een zoom is een door kruidachtige planten (soms ook halfstruiken) gedomineerde, lintvormige begroeiing op een standplaats die aan één zijde aanzienlijk meer wordt blootgesteld aan zonlicht. Zomen groeien vooral op plekken waar relatief hoger opgaande houtige begroeiingen (zoals bossen, struwelen en lanen) grenzen aan open terreinen (zoals graslanden, akkers en wegen). De meeste zomen omvatten lintvormige ruigten. Een zoom wordt doorgaans beschouwd als een lijnvormig landschapselement of ecotoop. De zomen worden ingezaaid en aangeplant. Voorgestelde soorten zijn: Gele kornoelje, Tweestijlige meidoorn, Gewone Hulst, Wegedoorn en Viltroos.
Er wordt ter hoogte van de Autarkische verblijven een hogere dichtheid toegepast van Tweestijlige Meidoorn en Wegedoorn (struiken met doornen), om betreding door mensen tegen te gaan. Aan de zuidwestzijde is nu een natuur-voedselbos voorzien. Zie rapport landschapsplan pagina 45, fig. 3K. Tussen de Autarkische verblijven en de Kromme Grub is geen regulier voedselbos (gericht op eetbare productie) maar een natuur-voedselbos voorzien (gericht op natuurontwikkeling met daarbinnen bomen en struiken die eetbare vruchten dragen voor kleinere zoogdieren en andere fauna). Dit is een wijziging t.o.v. het ontwerp-bestemmingsplan. Enerzijds draagt dit natuur-voedselbos bij aan een goede inpassing van de Autarkische verblijven. Anderzijds gaat dit bos functioneren als een verlenging van de voorziene mantelvegetatie. Een natuur-voedselbos is primair een natuurlijke, duurzame methode van natuurontwikkeling waarin ook bomen en struiken zijn opgenomen die eetbare vruchten dragen voor kleine zoogdieren en andere fauna. In een natuur-voedselbos wordt niet middels landbouwmethodes eetbare productie voor de mens gerealiseerd. Het is een bos dat is opgebouwd volgens de gelaagdheid van een bos met mantel-zoom vegetatie. Elke laag kent hierbij zijn eigen functie.
Bijzonder bij dit bos is dat - in tegenstelling tot andere reguliere voedselbossen in Nederland - alleen maar inheemse soorten toegepast zullen worden. Gezien vanuit het perspectief van de Autarkische verblijven werkt het voedselbos als een vitrage; vanuit de verblijven is er een fraai zicht op de omgeving en andersom worden de gebouwen uit het zicht ontnomen vanaf de Hagenweg en is er - samen met de hierna genoemde extra bosschages - sprake van een optimale inpassing. Door soorten met doorns toe te passen vormt het ook een barrière tussen de Autarkische verblijven en de Kromme Grub. In het gewijzigde landschapsplan is het natuur-voedselbos gericht op de productie van vruchten ten behoeve van (kleine) zoogdieren en andere fauna. De biodiversiteit van een natuurlijk bossysteem is hoog. Dat komt door de verschillende lagen die precies op elkaar afgestemd zijn. In dit natuurvoedselbos wordt, in tegenstelling tot reguliere landbouw niet met een enkele laag - de akker - gewerkt maar ook met de lagen daarboven. Dit natuur-voedselbos houdt zichzelf in stand en biedt voedsel en onderdak aan vele soorten organismen, groot en klein. Ook soorten die bijvoorbeeld bestuivende insecten of plaag bestrijdende vogels aantrekken krijgen hun plek.
Om een extra barrière toe te passen in de vorm van beplanting met doorns, worden Prunus spinosa en Rosa canina toegevoegd aan de reeds voorgestelde beplanting. Fase 1 De zienswijze ziet op fase 2 (de bouw van de 5 Autarkische verblijven aan de westzijde van de Kromme Grub) van het landschapsplan. Dit gebeurt niet in fase 1. Fase 2 Zie rapport landschapsplan pagina 42; synthese, fig. 3F. De bijzondere Kromme Grub die door het plangebied loopt wordt versterkt door het aanbrengen van een mantel-zoom vegetatie. Dit versterkt niet alleen dit cultuurhistorische fenomeen, maar zorgt ook voor sterkere gradiënten. Momenteel is er een harde (gesnoeide) overgang aanwezig tussen beplanting van de Kromme Grub en de omliggende agrarische percelen. In de toekomst zorgt deze mantel-zoom
3
vegetatie voor een betere overgang met de omliggende gebieden (hoogstamboomgaard en kruidenrijk grasland). Een zoom is een door kruidachtige planten (soms ook halfstruiken) gedomineerde, lintvormige begroeiing op een standplaats die aan één zijde aanzienlijk meer wordt blootgesteld aan zonlicht. Zomen groeien vooral op plekken waar relatief hoger opgaande houtige begroeiingen (zoals bossen, struwelen en lanen) grenzen aan open terreinen (zoals graslanden, akkers en wegen). De meeste zomen omvatten lintvormige ruigten. Een zoom wordt doorgaans beschouwd als een lijnvormig landschapselement of ecotoop. De zomen worden ingezaaid en aangeplant. Voorgestelde soorten zijn: Gele kornoelje, Tweestijlige meidoorn, Gewone Hulst, Wegedoorn en Viltroos Ter hoogte van de Autarkische verblijven wordt een hogere dichtheid toegepast van Tweestijlige Meidoorn en Wegedoorn (struiken met doornen), om betreding door mensen tegen te gaan. Aan de zuidwestzijde is een natuur-voedselbos voorzien. Zie rapport landschapsplan pagina 45, fig. 3K. Dit natuur-voedselbos komt tussen de Autarkische verblijven en de Kromme Grub. Enerzijds draagt dit bos bij aan een goede inpassing van de autarkische verblijven. Anderzijds gaat dit bos functioneren als een verlenging van de voorziene mantelvegetatie.
Een natuur-voedselbos is primair een natuurlijke, duurzame methode van natuurontwikkeling waarin ook bomen en struiken zijn opgenomen die eetbare vruchten dragen voor kleine zoogdieren en andere fauna. In een natuur-voedselbos wordt niet middels landbouwmethodes eetbare productie voor de mens gerealiseerd. Het is een bos dat is opgebouwd volgens de gelaagdheid van een bos met mantel-zoom vegetatie. Elke laag kent hierbij zijn eigen functie. Bijzonder bij dit bos is dat - in tegenstelling tot andere reguliere voedselbossen in Nederland alleen maar inheemse soorten toegepast zullen worden. Gezien vanuit het perspectief van de Autarkische verblijven werkt het natuur-voedselbos als een vitrage; vanuit de verblijven is er een fraai zicht op de omgeving en andersom worden de gebouwen uit het zicht ontnomen vanaf de Hagenweg en is er - samen met de hierna genoemde extra bosschages - sprake van een optimale inpassing. Door soorten met doorns toe te passen vormt het ook een barrière tussen de Autarkische verblijven en de Kromme Grub. In het gewijzigde landschapsplan is het natuur-voedselbos gericht op de productie van vruchten ten behoeve van (kleine) zoogdieren en andere fauna. De biodiversiteit van een natuurlijk bossysteem is hoog. Dat komt door de verschillende lagen die precies op elkaar afgestemd zijn.
In dit natuurvoedselbos wordt, in tegenstelling tot reguliere landbouw niet met een enkele laag - de akker - gewerkt maar ook met de lagen daarboven. Dit natuur-voedselbos houdt zichzelf in stand en biedt voedsel en onderdak aan vele soorten organismen, groot en klein. Ook soorten die bijvoorbeeld bestuivende insecten of plaag bestrijdende vogels aantrekken krijgen hun plek. Om een extra barrière toe te passen in de vorm van beplanting met doorns, worden Prunus spinosa en Rosa canina toegevoegd aan de reeds voorgestelde beplanting.
De menselijke activiteit ter plaatse van het plangebied betreft naast recreatie ook voornamelijk intensieve landbouw in de vorm van akkerbouw. De Kromme Grub, te weten de bestaande bestemming ‘Natuur’ die gelijk is aan de grens van het Natuurnetwerk Limburg, is in de bestaande situatie circa 10 tot 17 meter breed ter hoogte van het verblijfsrecreatieterrein. Door de Kromme Grub wordt in de huidige situatie gewandeld over een bestaand wandelpad. Met het plan is voorzien in het versterken en beschermen van de aanwezige natuurwaarden van de Kromme grub door de harde randen van de beplanting van de Kromme Grub om te zetten in een mantel-zoom vegetatie. Daarnaast worden een nieuw bos met mantel-zoom vegetatie, een natuur-voedselbos, bosschages, hagen, hoogstambomen aangeplant en kruidenrijk grasland gerealiseerd. Daarmee wordt een positief effect op de natuurwaarden behaald. Voor een nadere onderbouwing daarvan wordt verwezen naar het Verkennend natuurwaardenonderzoek (bijlage 11 van de toelichting), meer specifiek paragraaf 5.1. Ook wordt de duidelijke ecologische meerwaarde van het plan, weliswaar onder voorwaarde van enkele aanpassingen van het beplantingsplan, onderkend in zienswijze 2. Hierdoor is sprake van een ecologische verbetering.
Voor de Autarkische verblijven zijn de volgende zaken vastgelegd, waardoor de impact op de omgeving beperkt is: - zorgvuldig omgaan met verlichting op de wandelpaden (zoals beschreven in het landschapsplan, paragraaf 4.6.2)
4
Om de lichthinder voor o.a. vleermuizen tot een minimum te beperken, wordt het volgende doorgevoerd. Vleermuizen zijn inderdaad gevoelig voor lichtverstoring. Bij hun verblijfplaatsen, op vliegroutes en in hun jachtgebied. Vooral straatverlichting kan leiden tot pijnlijke verblinding bij deze beschermde nachtdieren. Om dit probleem te ondervangen wordt vleermuisvriendelijke verlichting toegepast. • De lichtmasten worden maximaal 3,0 meter hoog; • Een klok bepaalt de in- en uitschakeling van de verlichting. Bij het inschakelen komen de lampen langzaam op, bij de uitschakeling doven ze zachtjes; • De lichtbron is amberkleurig; • Strooilicht wordt voorkomen. ` parkeren gebeurt op het bestaand erf en niet bij de autarkische verblijven; - langzaam verkeer tussen het bestaande erf en de Autarkische verblijven via de Hagenweg (de Kromme Grub/Natuurnetwerk wordt daarmee niet doorkruist); - het nieuwe natuur-voedselbos functioneert als buffer naar de Kromme Grub/Natuurnetwerk. De realisatie en instandhouding van het landschapsplan met de daarin opgenomen voorwaarden (aanbrengen vleermuisvriendelijke verlichting (paragraaf 4.6.2) is geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels (artikel 5.4.2).
Door bovenstaande maatregelen en inrichtingsvoorwaarden worden de activiteiten (voor maximaal 5 personen per autarkische lofts) naar maat en schaal passend gehouden in de omgeving- en door de forse natuurontwikkeling die het gebied versterkt- is de totale balans tussen groen/natuur en activiteiten in evenwicht. Voor wat betreft het natuur-voedselbos wordt verwezen naar het onderdeel Algemeen - landschapsplan totaal en fase 2 in het begin van onderhavige reactie.
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze is gegrond voor zover het betreft de realisatie van een regulier voedselbos. In het vast te stellen plan wordt nu uitgegaan van een natuur-voedselbos. Hiertoe is het begrip natuur-voedselbos (1.57) toegevoegd aan de regels, zijn de regels daarop aangepast (artikel 4.1.2, sub c); evenals het landschapsplan en de toelichting. In het landschapsplan is ter hoogte van de Autarkische verblijven een hogere dichtheid toegepast van Tweestijlige Meidoorn en Wegedoorn (struiken met doornen), om betreding door mensen tegen te gaan.
Inhoud zienswijze 1, onderdeel 2: Indiener van de zienswijze heeft bezwaar tegen bebouwing dichter dan 50 meter aan de noord — oostzijde van de Kromme Grub met lofts (nummer 2). Indiener stelt dat wil de Kromme Grub als ecologische verbinding goed functioneren dan dient de noord - oostzijde er van voor de eerste 50 meter vrij te zijn van permanente menselijke activiteiten zoals wonen, wandelen etc. Reactie op zienswijze 1, onderdeel 2: Dit betreffen de lofts aan de westzijde van het bestaande recreatieterrein. De afstand van het bestaande recreatieterrein tot aan de Kromme Grub bedraagt minimaal circa 45 meter. De afstand van de nieuwe lofts tot aan de Kromme Grub varieert van minimaal circa 25 tot 50 meter. De in de zienswijze genoemd afstand van 50 meter is niet nader onderbouwd. Door de Kromme Grub wordt in de huidige situatie reeds gewandeld over een bestaand wandelpad. Door de afstand, de aanwezige fruitbomen en de te realiseren mantel-zoom vegetatie wordt een significante impact op het functioneren van de Kromme Grub als ecologische verbinding, ten opzichte van de bestaande situatie, niet verwacht. Met voorliggend plan wordt, zoals hiervoor benoemd in de reactie op onderdeel 1, juist een ecologische verbetering bewerkstelligd.
Algemeen - landschapsplan totaal Het versterken van de Kromme Grub is nader toegelicht in hoofdstuk 3 (Synthese) van het landschapsplan (zie pagina 42; fig. 3F). De bijzondere Kromme Grub die door het plangebied loopt wordt versterkt door het aanbrengen van een mantel-zoom vegetatie. Dit versterkt niet alleen dit cultuurhistorische fenomeen, maar zorgt ook voor sterkere gradiënten. Momenteel is er een harde (gesnoeide) overgang aanwezig tussen beplanting van de Kromme Grub en de omliggende agrarische percelen. In de toekomst zorgt deze mantel-
5
zoomvegetatie voor een betere overgang met de omliggende gebieden (hoogstamboomgaard en kruidenrijk grasland). Een zoom is een door kruidachtige planten (soms ook halfstruiken) gedomineerde, lintvormige begroeiing op een standplaats die aan één zijde aanzienlijk meer wordt blootgesteld aan zonlicht. Zomen groeien vooral op plekken waar relatief hoger opgaande houtige begroeiingen (zoals bossen, struwelen en lanen) grenzen aan open terreinen (zoals graslanden, akkers en wegen). De meeste zomen omvatten lintvormige ruigten. Een zoom wordt doorgaans beschouwd als een lijnvormig landschapselement of ecotoop. De zomen worden ingezaaid en aangeplant. Voorgestelde soorten zijn: Gele kornoelje, Tweestijlige meidoorn, Gewone Hulst, Wegedoorn en Viltroos. Er wordt ter hoogte van de Autarkische verblijven een hogere dichtheid toegepast van Tweestijlige Meidoorn en Wegedoorn (struiken met doornen), om betreding door mensen tegen te gaan. Aan de zuidwestzijde is nu een natuur-voedselbos voorzien. Zie rapport landschapsplan pagina 45, fig. 3K. Tussen de Autarkische verblijven en de Kromme Grub is geen regulier voedselbos (gericht op productie eetbare producite) maar een natuur-voedselbos voorzien (gericht op natuurontwikkeling met daarbinnen bomen en struiken die eetbare vruchten dragen voor kleinere zoogdieren en andere fauna). Dit is een wijziging t.o.v. het ontwerp-bestemmingsplan.
Enerzijds draagt dit natuur-voedselbos bij aan een goede inpassing van de Autarkische verblijven. Anderzijds gaat dit bos functioneren als een verlenging van de voorziene mantelvegetatie. Een natuur-voedselbos is primair een natuurlijke, duurzame methode van natuurontwikkeling waarin ook bomen en struiken zijn opgenomen die eetbare vruchten dragen voor kleine zoogdieren en andere fauna; in een natuur-voedselbos wordt niet middels landbouwmethodes eetbare productie voor de mens gerealiseerd. Het is een bos dat is opgebouwd volgens de gelaagdheid van een bos met mantel-zoom vegetatie. Elke laag kent hierbij zijn eigen functie. Bijzonder bij dit bos is dat - in tegenstelling tot andere reguliere voedselbossen in Nederland - alleen maar inheemse soorten toegepast zullen worden. Gezien vanuit het perspectief van de Autarkische verblijven werkt het natuurvoedselbos als een vitrage; vanuit de verblijven is er een fraai zicht op de omgeving en andersom worden de gebouwen uit het zicht ontnomen vanaf de Hagenweg en is er - samen met de hierna genoemde extra bosschages - sprake van een optimale inpassing. Door soorten met doorns toe te passen vormt het ook een barrière tussen de Autarkische verblijven en de Kromme Grub. In het gewijzigde landschapsplan is het natuur-voedselbos gericht op de productie van vruchten ten behoeve van (kleine) zoogdieren en andere fauna.
De biodiversiteit van een natuurlijk bossysteem is hoog. Dat komt door de verschillende lagen die precies op elkaar afgestemd zijn. In dit natuurvoedselbos wordt, in tegenstelling tot reguliere landbouw niet met een enkele laag - de akker - gewerkt maar ook met de lagen daarboven. Dit natuur-voedselbos houdt zichzelf in stand en biedt voedsel en onderdak aan vele soorten organismen, groot en klein. Ook soorten die bijvoorbeeld bestuivende insecten of plaag bestrijdende vogels aantrekken krijgen hun plek.
Fase 1 In deze fase wordt de oostrand van de Kromme Grub versterkt. De bijzondere Kromme Grub die door het plangebied loopt wordt versterkt door het aanbrengen van een mantel-zoom vegetatie. Dit versterkt niet alleen dit cultuurhistorische fenomeen, maar zorgt ook voor sterkere gradiënten. Momenteel is er een harde (gesnoeide) overgang aanwezig tussen beplanting van de Kromme Grub en de omliggende agrarische percelen. In de toekomst zorgt deze mantel-zoom vegetatie voor een betere overgang met de omliggende gebieden (hoogstamboomgaard en kruidenrijk grasland). Een zoom is een door kruidachtige planten (soms ook halfstruiken) gedomineerde, lintvormige begroeiing op een standplaats die aan één zijde aanzienlijk meer wordt blootgesteld aan zonlicht. Zomen groeien vooral op plekken waar relatief hoger opgaande houtige begroeiingen (zoals bossen, struwelen en lanen) grenzen aan open terreinen (zoals graslanden, akkers en wegen). De meeste zomen omvatten lintvormige ruigten. Een zoom wordt doorgaans beschouwd als een lijnvormig landschapselement of ecotoop. De zomen worden ingezaaid en aangeplant. Het betreft een strook met een breedte van 7 meter tot 23 meter. Fase 2 In deze fase wordt de westrand van de Kromme Grub versterkt. De bijzondere Kromme Grub die door het plangebied loopt wordt versterkt door het aanbrengen van een mantel-zoom vegetatie. Dit versterkt
6
niet alleen dit cultuurhistorische fenomeen, maar zorgt ook voor sterkere gradiënten. Momenteel is er een harde (gesnoeide) overgang aanwezig tussen beplanting van de Kromme Grub en de omliggende agrarische percelen. In de toekomst zorgt deze mantel-zoom vegetatie voor een betere overgang met de omliggende gebieden (hoogstamboomgaard en kruidenrijk grasland). Een zoom is een door kruidachtige planten (soms ook halfstruiken) gedomineerde, lintvormige begroeiing op een standplaats die aan één zijde aanzienlijk meer wordt blootgesteld aan zonlicht. Zomen groeien vooral op plekken waar relatief hoger opgaande houtige begroeiingen (zoals bossen, struwelen en lanen) grenzen aan open terreinen (zoals graslanden, akkers en wegen). De meeste zomen omvatten lintvormige ruigten. Een zoom wordt doorgaans beschouwd als een lijnvormig landschapselement of ecotoop. De zomen worden ingezaaid en aangeplant. Het betreft een strook met een breedte van 17 meter tot 30 meter. Ook is in deze fase de realisatie van een natuur-voedselbos voorzien aan de zuidwestzijde. Zie rapport landschapsplan pagina 45, fig. 3K. Enerzijds draagt dit bos bij aan een goede inpassing van de Autarkische verblijven. Anderzijds gaat dit bos functioneren als een verlenging/verbreding van de voorziene mantelvegetatie.
Een natuur-voedselbos is primair een natuurlijke, duurzame methode van natuurontwikkeling waarin ook bomen en struiken zijn opgenomen die eetbare vruchten dragen voor kleine zoogdieren en andere fauna. In een natuur-voedselbos wordt niet middels landbouwmethodes eetbare productie voor de mens gerealiseerd. Het is een bos dat is opgebouwd volgens de gelaagdheid van een bos met mantel-zoom vegetatie. Elke laag hierbij kent zijn eigen functie. Bijzonder bij dit bos is dat - in tegenstelling tot andere reguliere voedselbossen in Nederland - alleen maar inheemse soorten toegepast zullen worden. Gezien vanuit het perspectief van de Autarkische verblijven werkt het natuurvoedselbos als een vitrage; vanuit de verblijven is er een fraai zicht op de omgeving en andersom worden de gebouwen uit het zicht ontnomen vanaf de Hagenweg en is er - samen met de hierna genoemde extra bosschages - sprake van een optimale inpassing. Door soorten met doorns toe te passen vormt het ook een barrière tussen de autarkische verblijven en de Kromme Grub. Het natuur-voedselbos heeft een breedte (tussen de Autarkische verblijven en de mantel-zoom zone bij de Kromme Grub van 12,6 tot 32,4 meter. De zone tussen de ontsluitingsweg van de Autarkische verblijven tot aan het wandelpad in de Kromme Grub is 23,7 tot 76 meter breed.
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze is gegrond voor zover het betreft de realisatie van een regulier voedselbos. In het vast te stellen plan wordt nu uitgegaan van een natuur-voedselbos. Hiertoe is het begrip natuur-voedselbos (1.57) toegevoegd aan de regels, zijn de regels daarop aangepast (artikel 4.1.2, sub c); evenals het landschapsplan en de toelichting. In het landschapsplan is ter hoogte van de Autarkische verblijven een hogere dichtheid toegepast van Tweestijlige Meidoorn en Wegedoorn (struiken met doornen), om betreding door mensen tegen te gaan.
Zienswijze 2 Inhoud zienswijze 2, onderdeel 1: De zienswijze geeft een gedetailleerde visie en advies op het plan vanuit de rol van eikelmuiscoördinator. Indiener stelt dat hier een grote kans ligt om het habitat voor eikelmuis uit te breiden. Dit hoeft verdere plannen op het gebied van recreatie en bedrijfsvoering niet in de weg te zitten. De voornaamste bezwaren gaan over de samenstelling van de beplanting en de inpassing in het landschap. In Tabel 1 van de zienswijze heeft indiener een soortenlijst opgenomen die indiener hanteert voor alle aanplant van bos en hagen ten behoeve van de eikelmuis. Deze soortenlijst is dan ook uitgebreider dan de soortenlijst uit het beplantingsplan (Bijlage 6 van de toelichting van het Ontwerp Bestemmingsplan). Het grootste verschil zit daarbij in de hagen: in het beplantingsplan bestaan alle knip- en scheerhagen enkel uit meidoorn. Dit is een gemiste kans. Indiener dringt hierbij aan op het toepassen van de soortensamenstelling uit tabel 1 van de zienswijze voor alle nieuwe aanplant. Voor de mantel-zoomvegetaties uit het landschapsplan is het aan te bevelen de soortensamenstelling zoals genoemd voor struweelhagen toe te passen.
7
Reactie op zienswijze 2, onderdeel 1: Algemeen - landschapsplan totaal Zie Pagina 47 van het Landschapsplan. De Eikelmuis (Eliomuys quercinus). De Eikelmuis is aangewezen als prioritaire soort van de Provincie Limburg. Landgoed Moerslag B.V. ligt direct tegen actueel leefgebied van de Eikelmuis aan en is gelegen binnen historisch leefgebied. Landgoed Moerslag B.V. kan op termijn een stapsteen vormen in de verbinding van de populatie Eikelmuis in het Savelsbos met die in Voeren (België). (bron: OmniVerde). De landschapselementen die voorzien zijn in het onderhavige landschapsplan kunnen het leefgebied van de Eikelmuis versterken en het habitat vergroten. In het plan zijn hoogstamfruitbomen, gemengde struweelhagen, een natuur-voedselbos en bosschages voorzien, allen inheems van karakter. Ook het toekomstig beheer is van belang bij het versterken van het habitat van de Eikelmuis. Er wordt niet gespoten met bestrijdingsmiddelen en beheermaatregelen zullen alleen uitgevoerd worden in de daarvoor geschikte seizoenen. Ook zullen enkele Eikelmuiskasten worden opgehangen. Pagina 61, knip- en scheerhaag is aangepast naar L01.06 Struweelhaag. In de loop der eeuwen zijn in het Nederlandse landschap diverse lijnvormige landschapselementen verschenen met houtige gewassen. Sommige van deze landschapselementen zijn al eeuwen oud.
De functie van dergelijke landschapselementen was perceelsscheiding en veekering. Heggen zijn van belang als leefgebied en migratieroute voor de Eikelmuis. Daarnaast bieden heggen schuilmogelijkheden voor de fauna in het cultuurlandschap. Deze landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringende landschap. Het verschil met een knip- of scheerheg is dat een struweelhaag minder frequent wordt gesnoeid en daardoor meer en breder uitgroeit. Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals bij vlechtheggen. Struweelhagen vormen een belangrijk leefgebied voor aan struwelen en zomen gebonden flora en fauna in het cultuurlandschap. Ze zijn tevens van belang ter oriëntatie voor vleermuizen en als verbindingszone voor fauna. De hagen krijgen een hoogte van 120 cm en een breedte van minimaal 80 cm. Het wordt een gemengde haag, die zal bestaan uit de soorten: • Acer campestre • Carpinus betulus • Crataegus monogyna • Rosa rubiginosa • Viburnum opulus Fase 1 In deze fase wordt de oostrand van de Kromme Grub versterkt. De bijzondere Kromme Grub die door het plangebied loopt wordt versterkt door het aanbrengen van een mantel-zoom vegetatie. Dit versterkt niet alleen dit cultuurhistorische fenomeen, maar zorgt ook voor sterkere gradiënten. Momenteel is er een harde (gesnoeide) overgang aanwezig tussen beplanting van de Kromme Grub en de omliggende agrarische percelen.
In de toekomst zorgt deze mantel-zoom vegetatie voor een betere overgang met de omliggende gebieden (hoogstamboomgaard en kruidenrijk grasland). Een zoom is een door kruidachtige planten (soms ook halfstruiken) gedomineerde, lintvormige begroeiing op een standplaats die aan één zijde aanzienlijk meer wordt blootgesteld aan zonlicht. Zomen groeien vooral op plekken waar relatief hoger opgaande houtige begroeiingen (zoals bossen, struwelen en lanen) grenzen aan open terreinen (zoals graslanden, akkers en wegen). De meeste zomen omvatten lintvormige ruigten. Een zoom wordt doorgaans beschouwd als een lijnvormig landschapselement of ecotoop. De zomen worden ingezaaid en aangeplant. Het betreft een strook met een breedte van 7 meter tot 23 meter. In fase 1 zijn enkele nieuwe hagen voorzien. Dit worden struweelhagen, bestaande uit Carpinus betulus, Crateagus monogyna, Rosa rubiginosa en Viburnum opulus.
8
In deze fase worden ook nieuwe hoogstamfruitbomen voorzien in het gebied ten zuiden van de Hagenweg. Twee nieuwe zomereiken aan deze kant van de Hagenweg zorgen voor een oversteekmogelijkheid voor de Eikelmuis, over de Hagenweg heen (via de dekking van de boomkronen). Fase 2 In fase 2 zijn het natuur-voedselbos en een mantel-zoom zone bij de Kromme Grub voorzien. Zie daartoe de weerlegging van zienswijze 1, onderdeel 2 op pagina 4 van onderhavige Nota. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze is gegrond. Het landschapsplan is hierop aangepast. In het landschapsplan (paragraaf 4.7) zijn nu struweelhagen opgenomen.
Inhoud zienswijze 2, onderdeel 2: Oversteekmogelijkheid: Eikelmuis mijdt open terrein. Het is aan te bevelen een oversteekmogelijkheid te creëren over de Hagenweg heen. Dit is te bereiken met de aanplant van een of meerdere bomen die een brede kroon /vormen, bijvoorbeeld een zomereik of linde. Aan de westkant van de Hagenweg (nabij afslag naar de Delweg) staan enkele bomen die al een halve oversteek vormen. Een nieuw aan te planten boom aan de overzijde van de weg maakt de oversteek compleet. Ononderbroken hagen: Langs de Hagenweg zijn reeds robuuste scheerheggen aanwezig. Hierin zitten echter enkele gaten. Het is voor de eikelmuis belangrijk dat deze hagen ononderbroken doorlopen. De aanbeveling hier is dus alle gaten in de bestaande hagen langs de Hagenweg dichten met nieuwe aanplant. Hier geldt de soortensamenstelling van Tabel 1 van de zienswijze. Ecologisch meerwaarde houtsingels: Veel nieuw aan te planten heggen zijn ingezet als knip- of scheerheg (L01.05). Om van ecologische waarde te zijn is het van belang deze uit te laten groeien tot minimaal 120 cm hoog en 80 cm breed. Waar mogelijk heeft het grote meerwaarde deze om te zetten in struweelhaag (in het landschapsplan genoemd “ecologisch waardevolle houtsingels”). Ook hier is het altijd belangrijk variatie in soorten toepassen (Tabel 1).
Bereikbaarheid fruitbomen: Om de bereikbaarheid van de hoogstamfruitbomen in het perceel ten zuiden van de Hagenweg te vergroten, bevelen wij aan struweelhagen over dwars door dit perceel in te tekenen en aan te planten. Beheer: Het ontwerp gaat enkel over de inrichting van het Landgoed Moerslag. Het is in deze fase ook van belang om goed na te denken over natuurinclusief beheer van het park en daarin liggende landschapselementen. Dat houdt onder andere in nooit te spuiten met bestrijdingsmiddelen, beheersmaatregelen alleen in daarvoor geschikte seizoenen uit te voeren, e.d.
Reactie op zienswijze 2, onderdeel 2: Oversteekmogelijkheid: Er zijn twee extra zomereiken toegevoegd aan de zuidzijde van de Kromme Grub, ten behoeve van de oversteekmogelijkheden (bij Hagenweg) voor de Eikelmuis. Zo kan de Eikelmuis via de dekking van de kronen van die bomen de weg oversteken. Zie ook landschapsplan pag. 78 en 79. Fase 1 Oversteekmogelijkheid: Er zijn twee extra zomereiken toegevoegd, ten behoeve van de oversteekmogelijkheden (bij Hagenweg) voor de Eikelmuis. Zo kan de Eikelmuis via de dekking van de kronen van de bomen de weg oversteken. Zie ook landschapsplan pag. 78 en 79.
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze is gegrond. In het landschapsplan zijn twee extra zomereiken toegevoegd.
Ononderbroken hagen: De gaten in de bestaande hagen worden aangevuld/gedicht.
9
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze is gegrond. In het landschapsplan is opgenomen dat de gaten worden aangevuld/gedicht
Ecologisch meerwaarde houtsingels: Pagina 61 en P69, knip- en scheerhaag is aangepast naar L01.06 Struweelhaag. De toegepaste soorten zijn Acer campestre, Carpinus betulus, Crataegus monogyna, Rosa rubiginosa en Viburnum opulus. De hagen krijgen een eindhoogte van 120 cm en een breedte van minimaal 80 cm. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze is gegrond. Het landschapsplan is hierop aangepast. In het landschapsplan paragraaf 4.7 zijn nu struweelhagen opgenomen. Ook zijn in het landschapsplan de eindhoogte en de minimale breedte opgenomen.
Bereikbaarheid fruitbomen: Er zijn twee extra zomereiken toegevoegd, ten behoeve van de oversteekmogelijkheden (bij Hagenweg) voor de Eikelmuis. Zie ook landschapsplan pag. 78 en 79. Mede gezien het gebruik en beheer van het perceel en fruitopstanden, worden in dit plandeel geen hagen aangebracht/aangeplant. Fase 2 Bereikbaarheid fruitbomen: Er zijn twee extra zomereiken toegevoegd, ten behoeve van de oversteekmogelijkheden (bij Hagenweg) voor de Eikelmuis. Zie ook landschapsplan pag. 78 en 79. Verder worden de gaten in de bestaande hagen aangevuld/gedicht. Mede gezien het gebruik en beheer van het perceel en fruitopstanden, worden in dit plandeel geen hagen aangebracht/aangeplant.
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze is deels gegrond. In het landschapsplan zijn twee extra zomereiken toegevoegd.
Beheer: Het toekomstig beheer is van belang bij het versterken van het habitat van de Eikelmuis. Er zal niet gespoten worden met bestrijdingsmiddelen en beheermaatregelen zullen alleen uitgevoerd worden in de daarvoor geschikte seizoenen. Ook zullen enkele Eikelmuiskasten worden opgehangen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze is gegrond. Dit is toegevoegd aan het landschapsplan (hoofdstuk 4, pag. 47). Verder geldt voor dit onderdeel van de zienswijze, dat de realisatie en instandhouding van het landschapsplan met de daarin opgenomen voorwaarden is geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels (artikelen 5.4.2 en 5.4.3).
Zienswijze 3 Inhoud zienswijze 3, onderdeel 1: Nationaal landschap Zuid-Limburg: Indiener stelt dat het vergroten van de recreatiebestemming en doorontwikkeling van het bedrijf Moerslag 32, Sint Geertruid, een aantasting betekent van de landschappelijke kernkwaliteiten en cultuurhistorische waarden van deze waardevolle locatie.
10
Reactie op zienswijze 3, onderdeel 1: In paragraaf 4.2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap. Voor de motivering wordt verwezen naar het landschapsplan en de weerlegging hieronder. In het landschapsplan (bijlage 5 van de toelichting) zijn in paragraaf 2.6 de kernkwaliteiten geïnventariseerd, waarna in de hoofdstukken 3 en 4 wordt aangegeven hoe met de kernkwaliteiten is omgegaan. Algemeen - landschapsplan totaal (zie pagina 32 t/m 37 van het landschapsplan) De vier kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap zijn niet vanzelfsprekend en zijn daarom gebaat bij een zorgvuldige omgang en bescherming. Ze vormen het kapitaal van de omgeving. Om een raamwerk voor deze bescherming te bieden zijn er een aantal zogenaamde leidende beginselen gesteld. De leidende beginselen, afkomstig uit de Espon studie LP3LP zijn algemene principes met als doel de vier kernkwaliteiten van het NLZL te behouden dan wel te versterken. Door het algemene karakter gelden de leidend beginselen voor meerdere landschapstypen. De leidende beginselen zijn: Benadrukken cultuurhistorisch erfgoed, benadrukken hogere delen van plateaus, vergroenen dorpsranden, herstel van kleine landschapselementen, zorgvuldige omgang met bebouwing in kwetsbare delen, passend bouwen in dorpsstructuur en dorpssilhouet.
Benadrukken cultuurhistorisch erfgoed: • Leidend beginsel: Het aanwezige cultuurhistorische erfgoed; historische geografie, historische bouwkunst en archeologie, is mede bepalend voor de eigenheid en leesbaarheid van een gebied. Het gaat hierbij enerzijds om behoud van het aanwezige erfgoed, anderzijds om bij nieuwe ontwikkelingen de cultuurhistorie in te zetten als inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen. Beide dienen ervoor om verarming en nivellering van het landschap tegen te gaan. • Invulling: o Sowieso (is al aan de orde) het gebruik van de monumentale hoeve als woning, vakantieappartementen/bedrijfsgebouwen. Dit is een duurzame invulling van een monumentale hoeve. o P43, Fig 3G. Inspiratie op basis van de verkaveling van de periode 1870. Op de kaart van 1870 is een kleinschaligere verkaveling te zien dan die in de huidige situatie. Deze periode heeft gediend als inspiratie voor de voorgestelde schaalverkleining en het aanbrengen van kleine landschapselementen als hagen en hoogstamfruitbomen. Hierdoor wordt het (te grootschalige) agrarische cultuurlandschap versterkt en verfraaid. o P43, Fig 3H. Nieuwe hagen. Nieuwe hagen zorgen voor een schaalverkleining, een inpassing van de voorgenomen bebouwing en een versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bovendien gaan deze hagen ook functioneren als geleidingsroutes voor dieren. o P44, Fig. 3I.
Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden. Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden aan de rand van het plangebied. Benadrukken hogere delen van plateaus: • Leidend beginsel. Dit beginsel pleit voor het tot uitdrukking brengen van de hoge delen in het landschap, bijvoorbeeld door hier de wegen te beplanten met laanbeplanting. Hiermee wordt niet alleen het landschap versterkt maar wordt ook zowel de zichtbaarheid van deze hogere delen als kleinschalige ecologische ‘eilanden’ verbeterd. Het is zaak om de uitzichten niet te blokkeren met beplanting. • Invulling: o Er is niet voor gekozen om de Hagenweg te voorzien van een bomenlaan, maar de bestaande hagen te versterken (gaten te vullen).
Vergroenen van dorpsranden: • Leidend beginsel. Het vergroenen van dorpsranden versterkt het cultuurlandschap, verbetert het uitzicht op de dorpsranden, creëert kleinschalige ecologische verbindingen, geeft ruimte voor de teelt van regionale producten, markeert dorpsranden en verbetert de lokale recreatiemogelijkheden. Geïnspireerd door het historische landschap worden dorpen op de plateaus bij voorkeur omzoomd met kleine weilanden, heggen en hoogstamboomgaarden. • Invulling: o P43, Fig 3G. Inspiratie op basis van de verkaveling van de periode 1870. Op de kaart van 1870 is een kleinschaligere verkaveling te zien dan die in de huidige situatie. Deze periode
11
o o
heeft gediend als inspiratie voor de voorgestelde schaalverkleining en het aanbrengen van kleine landschapselementen als hagen en hoogstamfruitbomen. Hierdoor wordt het (te grootschalige) agrarische cultuurlandschap versterkt en verfraaid. Fig. 3H: Nieuwe hagen. Nieuwe hagen zorgen voor een schaalverkleining, een inpassing van de voorgenomen bebouwing en een versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bovendien gaan deze hagen ook functioneren als geleidingsroutes voor dieren. Fig. 3I: Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden. Nieuwe hoogstamboomgaarden aan de rand van het plangebied zorgen voor een robuuste inpassing van de voorgenomen ingreep. Daarbij dragen de bomen ook bij aan de schaalverkleining en de versterking van het agrarische cultuurlandschap. Het vallende fruit is interessant voor o.a. de Das en voor de Eikelmuis.
Herstel van kleine landschapselementen: o Leidend beginsel: Het herstellen van kleine landschapselementen zoals graften, heggen en boomgaarden draagt bij aan versterking van het historische cultuurlandschap, de uitbreiding van ecologische verbindingen, tegengaan van erosie en de beperking van overstromingsrisico’s. Door deze elementen weer te herstellen wordt een meer divers cultuurlandschap gecreëerd met een uitgebreider scala aan landschappelijke belevingen. o Invulling: o P42, Fig. 3F: Versterken van de Kromme Grub. De bijzondere Kromme Grub die door het plangebied loopt wordt versterkt door het aanbrengen van een mantel-zoom vegetatie. Dit versterkt niet alleen dit cultuurhistorische fenomeen, maar zorgt ook voor sterkere gradiënten. Momenteel is er een harde (gesnoeide) overgang aanwezig tussen beplanting van de Kromme Grub en de omliggende agrarische percelen. In de toekomst zorgt deze mantel-zoom vegetatie voor een betere overgang met de omliggende gebieden (hoogstamboomgaard en kruidenrijk grasland). o P43, Fig 3G. Inspiratie op basis van de verkaveling van de periode 1870. Op de kaart van 1870 is een kleinschaligere verkaveling te zien dan die in de huidige situatie. Deze periode heeft gediend als inspiratie voor de voorgestelde schaalverkleining en het aanbrengen van kleine landschapselementen als hagen en hoogstamfruitbomen.
Hierdoor wordt het (te grootschalige) agrarische cultuurlandschap versterkt en verfraaid. o P43, Fig 3H. Nieuwe hagen. Nieuwe hagen zorgen voor een schaalverkleining, een inpassing van de voorgenomen bebouwing en een versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bovendien gaan deze hagen ook functioneren als geleidingsroutes voor dieren. o P44, Fig. 3I. Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden. Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden aan de rand van het plangebied. o P45, Fig. 3K: Het natuur-voedselbos. Tussen de Autarkische verblijven en de Kromme Grub is een natuur-voedselbos voorzien. Enerzijds draagt dit bos bij aan een goede inpassing van de Autarkische verblijven. Anderzijds gaat dit bos functioneren als een verlenging van de voorziene mantelvegetatie. Een natuur-voedselbos is primair een natuurlijke, duurzame methode van natuurontwikkeling waarin ook bomen en struiken zijn opgenomen die eetbare vruchten dragen voor kleine zoogdieren en andere fauna; in een natuur-voedselbos wordt niet middels landbouwmethodes eetbare productie voor de mens gerealiseerd. Het is een bos dat is opgebouwd volgens de gelaagdheid van een bos met mantel-zoom vegetatie. Elke laag hierbij kent zijn eigen functie. Bijzonder bij dit bos is dat - in tegenstelling tot andere reguliere voedselbossen in Nederland - alleen maar inheemse soorten toegepast zullen worden. o P45, Fig. 3L: Extra bosschages.
De extra bosschages langs de Hagenweg zorgen voor een extra inpassing van de Natuurlofts®. Daarbij dragen ze ook bij aan de schaalverkleining en de versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bosschages functioneren ook als geleidingsroute voor dieren. o Fig. 46, Fig. 3M: Kruidenrijk grasland In de zone tussen de Hagenweg, het nieuwe bos (haagbeuken- en essenbos) en het natuur-voedselbos met Autarkische verblijven wordt het streefbeheertype kruidenrijk grasland nagestreefd. Ook in de noordelijke hoogstamfruitboomgaarden is kruidenrijk grasland voorzien. o Ook wordt ingezet op het versterken van het klimaatadaptieve karakter door realisatie van kruidenrijk grasland en het aanbrengen van meer beplanting bij de Kromme Grub, waardoor meer water vastgehouden wordt en erosie wordt tegengegaan.
12
Zorgvuldige omgang met bebouwing in kwetsbare delen: • Leidend beginsel: Door ongestructureerde verspreide bebouwing te ordenen naar landschappelijke logica en te zorgen voor buffers tussen bebouwde gebieden wordt verrommeling voorkomen. Op de dalbodems, steile hellingen en op de hoge delen van de plateau’s is het wenselijk terughoudend om te springen met verdere bebouwing. Daarentegen zijn er, mits een zorgvuldige inpassing, in de lagere delen, soms wel ontwikkelingen mogelijk. • Invulling: o Door een zorgvuldige structurering van de bebouwing, de juiste korrelgrootte van de Natuurlofts® en Autarkische verblijven en het toepassen van een bij het landschap passend kleurenpalet (door Jo Janssen architecten), in combinatie met het respecteren van de kernkwaliteiten en het toepassen van de leidende beginselen is er ons inziens sprake van het zorgvuldig omgaan met bebouwing in kwetsbare delen. Passend bouwen in dorpsstructuur en dorpssilhouet: • Leidend beginsel: De dorpsstructuren en -silhouetten in de regio Zuid-Limburg zijn karakteristiek en uniek. Om dit te behouden is het belangrijk aandacht te besteden aan een zorgvuldige inpassing van nieuwe bebouwing in het dorpssilhouet. Ongestructureerde verspreide bebouwing wordt hiermee beperkt en er wordt een bijdrage geleverd aan de logica van het landschap.
• Invulling: o Door een zorgvuldige structurering van de bebouwing, de juiste korrelgrootte van de Natuurlofts® en Autarkische verblijven en het toepassen van een bij het landschap passend kleurenpalet (door Jo Janssen architecten), in combinatie met het respecteren van de kernkwaliteiten en het toepassen van de leidende beginselen is er ons inziens sprake van het zorgvuldig omgaan met bebouwing in kwetsbare delen.
Fase 1 Benadrukken cultuurhistorisch erfgoed: • Leidend beginsel: Het aanwezige cultuurhistorische erfgoed; historische geografie, historische bouwkunst en archeologie, is mede bepalend voor de eigenheid en leesbaarheid van een gebied. Het gaat hierbij enerzijds om behoud van het aanwezige erfgoed, anderzijds om bij nieuwe ontwikkelingen de cultuurhistorie in te zetten als inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen. Beide dienen ervoor om verarming en nivellering van het landschap tegen te gaan. • Invulling: o In de eerste plaats is dit het gebruik van de monumentale hoeve als woning, vakantieappartementen/bedrijfsgebouwen. Dit is een duurzame invulling van een monumentale hoeve. o P43, Fig 3G. Inspiratie op basis van de verkaveling van de periode 1870. Op de kaart van 1870 is een kleinschaligere verkaveling te zien dan die in de huidige situatie. Deze periode heeft gediend als inspiratie voor de voorgestelde schaalverkleining en het aanbrengen van kleine landschapselementen als hagen en hoogstamfruitbomen. Hierdoor wordt het (te grootschalige) agrarische cultuurlandschap versterkt en verfraaid. o P43, Fig 3H. Nieuwe hagen. Nieuwe hagen zorgen voor een schaalverkleining, een inpassing van de voorgenomen bebouwing en een versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bovendien gaan deze hagen ook functioneren als geleidingsroutes voor dieren. o P44, Fig. 3I.
Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden. Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden aan de zuidelijke rand van het plangebied. Benadrukken hogere delen van plateaus: • Leidend beginsel. Dit beginsel pleit voor het tot uitdrukking brengen van de hoge delen in het landschap, bijvoorbeeld door hier de wegen te beplanten met laanbeplanting. Hiermee wordt niet alleen het landschap versterkt maar wordt ook zowel de zichtbaarheid van deze hogere delen als kleinschalige ecologische ‘eilanden’ verbeterd. Het is zaak om de uitzichten niet te blokkeren met beplanting. • Invulling: o Er is niet voor gekozen om de Hagenweg te voorzien van een bomenlaan, maar de bestaande hagen te versterken (gaten op te vullen). Vergroenen van dorpsranden: • Leidend beginsel. Het vergroenen van dorpsranden versterkt het cultuurlandschap, verbetert het uitzicht op de dorpsranden, creëert kleinschalige ecologische verbindingen, geeft ruimte voor de
13
•
teelt van regionale producten, markeert dorpsranden en verbetert de lokale recreatiemogelijkheden. Geïnspireerd door het historische landschap worden dorpen op de plateaus bij voorkeur omzoomd met kleine weilanden, heggen en hoogstamboomgaarden. Invulling: o P43, Fig 3G. Inspiratie op basis van de verkaveling van de periode 1870. Op de kaart van 1870 is een kleinschaligere verkaveling te zien dan die in de huidige situatie. Deze periode heeft gediend als inspiratie voor de voorgestelde schaalverkleining en het aanbrengen van kleine landschapselementen als hagen en hoogstamfruitbomen. Hierdoor wordt het (te grootschalige) agrarische cultuurlandschap versterkt en verfraaid. o Fig. 3H: Nieuwe hagen. Nieuwe hagen zorgen voor een schaalverkleining, een inpassing van de voorgenomen bebouwing en een versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bovendien gaan deze hagen ook functioneren als geleidingsroutes voor dieren. o Fig. 3I: Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden. Nieuwe hoogstamboomgaarden aan de rand van het plangebied zorgen voor een robuuste inpassing van de voorgenomen ingreep. Daarbij dragen de bomen ook bij aan de schaalverkleining en de versterking van het agrarische cultuurlandschap. Het vallende fruit is interessant voor onder andere de Das, voor de Eikelmuis en andere fauna.
Herstel van kleine landschapselementen: o Leidend beginsel: Het herstellen van kleine landschapselementen zoals graften, heggen en boomgaarden draagt bij aan versterking van het historische cultuurlandschap, de uitbreiding van ecologische verbindingen, tegengaan van erosie en de beperking van overstromingsrisico’s. Door deze elementen weer te herstellen wordt een meer divers cultuurlandschap gecreëerd met een uitgebreider scala aan landschappelijke belevingen. o Invulling: o P42, Fig. 3F: Versterken van de Kromme Grub. De bijzondere Kromme Grub die door het plangebied loopt wordt versterkt door het aanbrengen van een mantel-zoom vegetatie. Dit versterkt niet alleen dit cultuurhistorische fenomeen, maar zorgt ook voor sterkere gradiënten. Momenteel is er een harde (gesnoeide) overgang aanwezig tussen beplanting van de Kromme Grub en de omliggende agrarische percelen. In de toekomst zorgt deze mantel-zoom vegetatie voor een betere overgang met de omliggende gebieden (hoogstamboomgaard en kruidenrijk grasland). o P43, Fig 3G. Inspiratie op basis van de verkaveling van de periode 1870. Op de kaart van 1870 is een kleinschaligere verkaveling te zien dan die in de huidige situatie. Deze periode heeft gediend als inspiratie voor de voorgestelde schaalverkleining en het aanbrengen van kleine landschapselementen als hagen en hoogstamfruitbomen.
Hierdoor wordt het (te grootschalige) agrarische cultuurlandschap versterkt en verfraaid. o P43, Fig 3H. Nieuwe hagen. Nieuwe hagen zorgen voor een schaalverkleining, een inpassing van de voorgenomen bebouwing en een versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bovendien gaan deze hagen ook functioneren als geleidingsroutes voor dieren. o P44, Fig. 3I. Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden. Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden aan de rand van het plangebied. o P45, Fig. 3L: Extra bosschages. De extra bosschages langs de Hagenweg zorgen voor een extra inpassing van de Natuurlofts®. Daarbij dragen ze ook bij aan de schaalverkleining en de versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bosschages functioneren ook als geleidingsroute voor dieren. Zorgvuldige omgang met bebouwing in kwetsbare delen: • Leidend beginsel: Door ongestructureerde verspreide bebouwing te ordenen naar landschappelijke logica en te zorgen voor buffers tussen bebouwde gebieden wordt verrommeling voorkomen. Op de dalbodems, steile hellingen en op de hoge delen van de plateau’s is het wenselijk terughoudend om te springen met verdere bebouwing. Daarentegen zijn er, mits een zorgvuldige inpassing, in de lagere delen, soms wel ontwikkelingen mogelijk.
• Invulling: o Door een zorgvuldige structurering van de bebouwing, de juiste korrelgrootte van de Natuurlofts® en het toepassen van een bij het landschap passend kleurenpalet (door Jo Janssen architecten), in combinatie met het respecteren van de kernkwaliteiten en het toepassen van de leidende beginselen is er ons inziens sprake van het zorgvuldig omgaan met bebouwing in kwetsbare delen.
14
Passend bouwen in dorpsstructuur en dorpssilhouet: • Leidend beginsel: De dorpsstructuren en -silhouetten in de regio Zuid-Limburg zijn karakteristiek en uniek. Om dit te behouden is het belangrijk aandacht te besteden aan een zorgvuldige inpassing van nieuwe bebouwing in het dorpssilhouet. Ongestructureerde verspreide bebouwing wordt hiermee beperkt en er wordt een bijdrage geleverd aan de logica van het landschap. • Invulling: o Door een zorgvuldige structurering van de bebouwing, de juiste korrelgrootte van de Natuurlofts® en het toepassen van een bij het landschap passend kleurenpalet (door Jo Janssen architecten), in combinatie met het respecteren van de kernkwaliteiten en het toepassen van de leidende beginselen is er ons inziens sprake van het zorgvuldig omgaan met bebouwing in kwetsbare delen. Fase 2 Benadrukken cultuurhistorisch erfgoed: • Leidend beginsel: Het aanwezige cultuurhistorische erfgoed; historische geografie, historische bouwkunst en archeologie, is mede bepalend voor de eigenheid en leesbaarheid van een gebied. Het gaat hierbij enerzijds om behoud van het aanwezige erfgoed, anderzijds om bij nieuwe ontwikkelingen de cultuurhistorie in te zetten als inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen. Beide dienen ervoor om verarming en nivellering van het landschap tegen te gaan. • Invulling: o P43, Fig 3G. Inspiratie op basis van de verkaveling van de periode 1870.
Op de kaart van 1870 is een kleinschaligere verkaveling te zien dan die in de huidige situatie. Deze periode heeft gediend als inspiratie voor de voorgestelde schaalverkleining en het aanbrengen van kleine landschapselementen als hagen en hoogstamfruitbomen. Hierdoor wordt het (te grootschalige) agrarische cultuurlandschap versterkt en verfraaid. o P43, Fig 3H. Nieuwe hagen. Nieuwe hagen zorgen voor een schaalverkleining, een inpassing van de voorgenomen bebouwing en een versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bovendien gaan deze hagen ook functioneren als geleidingsroutes voor dieren. o P44, Fig. 3I. Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden. Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden aan de rand van het plangebied. Vergroenen van dorpsranden: • Leidend beginsel. Het vergroenen van dorpsranden versterkt het cultuurlandschap, verbetert het uitzicht op de dorpsranden, creëert kleinschalige ecologische verbindingen, geeft ruimte voor de teelt van regionale producten, markeert dorpsranden en verbetert de lokale recreatiemogelijkheden. Geïnspireerd door het historische landschap worden dorpen op de plateaus bij voorkeur omzoomd met kleine weilanden, heggen en hoogstamboomgaarden. • Invulling: o P43, Fig 3G. Inspiratie op basis van de verkaveling van de periode 1870. Op de kaart van 1870 is een kleinschaligere verkaveling te zien dan die in de huidige situatie.
Deze periode heeft gediend als inspiratie voor de voorgestelde schaalverkleining en het aanbrengen van kleine landschapselementen als hagen en hoogstamfruitbomen. Hierdoor wordt het (te grootschalige) agrarische cultuurlandschap versterkt en verfraaid. o Fig. 3H: Nieuwe hagen. Nieuwe hagen zorgen voor een schaalverkleining, een inpassing van de voorgenomen bebouwing en een versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bovendien gaan deze hagen ook functioneren als geleidingsroutes voor dieren. o Fig. 3I: Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden. Nieuwe hoogstamboomgaarden aan de rand van het plangebied zorgen voor een robuuste inpassing van de voorgenomen ingreep. Daarbij dragen de bomen ook bij aan de schaalverkleining en de versterking van het agrarische cultuurlandschap. Het vallende fruit is interessant voor onder andere de Das, voor de Eikelmuis en andere fauna. Herstel van kleine landschapselementen: o Leidend beginsel: Het herstellen van kleine landschapselementen zoals graften, heggen en boomgaarden draagt bij aan versterking van het historische cultuurlandschap, de uitbreiding van ecologische verbindingen, tegengaan van erosie en de beperking van overstromingsrisico’s. Door deze elementen weer te herstellen wordt een meer divers cultuurlandschap gecreëerd met een uitgebreider scala aan landschappelijke belevingen. o Invulling:
15
o
o
o
o o
o
o
o
P42, Fig. 3F: Versterken van de Kromme Grub. De bijzondere Kromme Grub die door het plangebied loopt wordt versterkt door het aanbrengen van een mantel-zoom vegetatie. Dit versterkt niet alleen dit cultuurhistorische fenomeen, maar zorgt ook voor sterkere gradiënten. Momenteel is er een harde (gesnoeide) overgang aanwezig tussen beplanting van de Kromme Grub en de omliggende agrarische percelen. In de toekomst zorgt deze mantel-zoom vegetatie voor een betere overgang met de omliggende gebieden (hoogstamboomgaard en kruidenrijk grasland). P43, Fig 3G. Inspiratie op basis van de verkaveling van de periode 1870. Op de kaart van 1870 is een kleinschaligere verkaveling te zien dan die in de huidige situatie. Deze periode heeft gediend als inspiratie voor de voorgestelde schaalverkleining en het aanbrengen van kleine landschapselementen als hagen en hoogstamfruitbomen. Hierdoor wordt het (te grootschalige) agrarische cultuurlandschap versterkt en verfraaid. P43, Fig 3H. Nieuwe hagen. Nieuwe hagen zorgen voor een schaalverkleining, een inpassing van de voorgenomen bebouwing en een versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bovendien gaan deze hagen ook functioneren als geleidingsroutes voor dieren. P44, Fig. 3I. Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden. Nieuwe hoogstamfruitboomgaarden aan de rand van het plangebied. P45, Fig. 3K: Het natuur-voedselbos.
Tussen de Autarkische verblijven en de Kromme Grub is een natuur-voedselbos voorzien. Enerzijds draagt dit bos bij aan een goede inpassing van de Autarkische verblijven. Anderzijds gaat dit bos functioneren als een verlenging van de voorziene mantelvegetatie. Een natuur-voedselbos is primair een natuurlijke, duurzame methode van natuurontwikkeling waarin ook bomen en struiken zijn opgenomen die eetbare vruchten dragen voor kleine zoogdieren en andere fauna. In een natuur-voedselbos wordt niet middels landbouwmethodes eetbare productie voor de mens gerealiseerd. Het is een bos dat is opgebouwd volgens de gelaagdheid van een bos met mantel-zoom vegetatie. Elke laag hierbij kent zijn eigen functie. Bijzonder bij dit bos is dat - in tegenstelling tot reguliere voedselbossen in Nederland - alleen maar inheemse soorten toegepast zullen worden. P45, Fig. 3L: Extra bosschages. De extra bosschages langs de Hagenweg zorgen voor een extra inpassing van de Natuurlofts®. Daarbij dragen ze ook bij aan de schaalverkleining en de versterking van het agrarische cultuurlandschap. Bosschages functioneren ook als geleidingsroute voor dieren. Fig. 46, Fig. 3M: Kruidenrijk grasland In de zone tussen de Hagenweg, het nieuwe bos (haagbeuken- en essenbos) en het natuur-voedselbos met Autarkische verblijven wordt het streefbeheertype kruidenrijk grasland nagestreefd.