20241112 04 RB Belastingmaatregelen 2025
Tekst van het document
gemeente
eijsden-margraten
Aan de gemeenteraad
RAADSVOORSTEL Belastingverordeningen 2025
KORTE SAMENVATTING
De DO DO
Bijgevoegd treft u de navolgende verordeningen aan: De verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2025: De verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2025; De verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2025; De verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2025; De verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2025.
De gevolgen van de verordeningen zijn verwerkt in de programmabegroting 2025-2028.
TOELICHTING AANLEIDING Jaarlijks dienen de gemeentelijke belastingverordeningen nader bekeken te worden en daar waar nodig
aangepast te worden. Hierbij is onder andere gekeken naar de kostendekkendheid en onderliggende beleidsnotities en begrotingen.
MOTIVERING In de programmabegroting 2025 — 2028 is rekening gehouden met een wijziging van de opbrengst van de verschillende verordeningen. Om dit daadwerkelijk te kunnen doorvoeren dienen de verordening te worden aangepast. Thans treft u tot wijziging van de belastingverordeningen de voorstellen aan. Afvalstoffenheffing
In verband met kostenstijgingen en de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing stellen wij u voor de
gemeente Eijsden-Margraten
EA
Ons kenmerk
tarieven voor het vastrecht van een- en meerpersoonshuishoudens en de kiloprijs van het restafval te
verhogen. Een en ander is gebaseerd op de meerjarenbegroting van Rd4. Onderstaand het overzicht van de voorgestelde tarieven: Begroting on
Afvalstoffenheffing
RACE 2025
sor Stijging
Voorstel
Eenpersoonshuishouden
€ 170,00
€ 184,00
€ 14,00
Meerpersoonshuishouden
€ 226,00
€ 244,00
€ 18,00
Restafval / gewicht in minicontainer en citybin per kilo
€0,35
€ 0,38
€ 0,03
Restafval / lediging citybin 40liter
€ 1,10
€1,15
€ 0,05
Restafval / lediging minicontainer 140 liter
€ 2,90
€ 3,05
€ 0,15
Restafval / lediging minicontainer 240 liter
€ 3,90
€4,10
€ 0,20
Restafval / aanbieding ondergrondse container (trommel 60L)
€ 2,80
€2,95
€0,15
GRATIS
GRATIS
GRATIS
GFT-afval / lediging citybin 40 liter
€1,10
€1,15
€ 0,05
GFT-afval / lediging minicontainer 140 liter
€ 2,90
€ 3,05
€0,15
GFT-afval / lediging minicontainer 240 liter
€ 3,90
€4,10
€ 0,20
GFT-afval / gewicht in minicontainer en citybin per kilo
Rioolheffing Het tarief van verordening rioolheffing is gebaseerd op het Waterprogramma Eijsden-Margraten 2023-2027. Onderstaand het overzicht van de voorgestelde tarieven: Rioolheffing
Begroting EN
Begroting vr
Stijging
Vast bedrag per woning in eigendom
€ 294
€ 303)
€9,00
Vast bedrag per niet-woning in eigendom
€ 294
€ 303)
€9,00
Vast bedrag per gebruik > 300 m°
€ 131
€135)
€4,00
gemeente Eijsden-Margraten
EDA DEN
Ons kenmerk
Ze
;
(Water) Toeristenbelasting Voorgesteld wordt de tarieven voor de toeristenbelasting met € 0,50 te verhogen.
Dit leidt tot het navolgende tarievenvoorstel.
Begroting
Toeristenbelasting
2024
Per persoon per overnachting
Begroting Stijging 2025
€ 2,20
€2,70}
€0,50
Hondenbelasting
Voorgesteld wordt de tarieven voor de hondenbelasting met 2,7% te verhogen. Dit leidt tot het navolgende tarievenvoorstel. Begroting 2024
Hondenbelasting
Begroting 2025
ETT
1ste hond
€ 80,00
€ 82,00}
€2,00
2de hond
€ 85,00
€ 87,00}
€2,00
3de en volgende hond
€ 90,00
€ 92,00}
€2,00
kennel
€ 600,00
€ 616,00|
€ 16,00
Onroerende zaakbelastingen, woonforensenbelasting en leges De voorstellen voor de onroerende zaakbelastingen, woonforensenbelasting en leges zullen wij u voor de decemberraad aanbieden. De gegevens om het tarief te kunnen berekenen (woningwaardes en definitieve tarieven landelijk vastgestelde leges) zijn pas in november voorhanden. De voorgestelde opbrengstverhogingen worden bij het vaststellen van de begroting bepaald. Bij het
vaststellen van de verordeningen wordt alleen maar rekenkundig het tarief bepaald om de vastgestelde opbrengst in de begroting te kunnen behalen.
RELATIE MET BESTAAND BELEID EN STRATEGISCHE VISIE / INTEGRALITEIT Meerjarenbegroting 2023-2026
PROCES VAN BURGERPARTICIPATIE nvt
FINANCIËLE ASPECTEN De financiële gevolgen zijn vertaald in de concept programmabegroting 2025-2028. UITVOERING EN EVALUATIE Commissie P&C : 14 oktober 2024 gemeente Eijsden-Margraten
AAE
Ons kenmerk
Vragen begroting: 23 oktober 2024
Antwoorden begroting: 1 november 2024
Dialoogvergadering 4 november 2024
Besluitvormende vergadering 12 en 14 november 2024
Het college van Eijsden-Margraten
De secretaris,
De voorzitter,
Drs. J.M.F. Kool
Mr. A.P. Krijnen
gemeente Eijsden-Margraten
DADEN
Ons kenmerk
gemeente
eijsden-margraten
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Eijsden-Margraten
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;
gelet op de behandeling in de Dialoogvergadering Samenleving;
BESLUIT
naor
De onderstaande verordeningen voor het jaar 2025 voor de gemeente Eijsden-Margraten vast te stellen: De verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2025(bijlage 1) De verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2025 (bijlage 2) De verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2025 (bijlage 3)
De verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2025 (bijlage 4) De verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2025 (bijlage 5)
Aldus besloten in de openbare vergadering van 12 november 2024.
ZZ
r. M.G.A.J.T. Verbeet
De vor
Mr.
\
gemeente Eijsden-Margraten
DEBED
Ons kenmerk
3
Bijlage 1:
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN EIJSDEN-MARGRATEN 2025.
Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen Artikel 1 - Inleidende bepalingen
Krachtens deze verordening worden geheven: a.
b.
een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten.
Artikel 2 - Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a.
‘gebruik maken’ in hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van
b. C.
huishoudelijk afval: afvalstoffen, afkomstig van particuliere huishoudens;
de Wet milieubeheer; kalenderdag: dag volgens de kalender van 0 tot 24 uur;
bedrijfsafval: afval, afkomstig van kantoren, winkels en diensten, gelegen in de woonkernen alsmede van agrarische bedrijven, scholen en verenigingen, dat naar aard, omvang en
samenstelling gelijk is te stellen aan huishoudelijke afvalstoffen;
overig bedrijfsafval: afval, dat niet van een huishouden afkomstig is en zich qua aard, omvang en samenstelling van huishoudelijk afval onderscheidt; grof huishoudelijk afval: afvalstoffen, afkomstig van particuliere huishoudens die door aard, omvang of hoeveelheid niet door de inzameldienst, als genoemd in hoofdstuk 5 en 6 van de tarieventabel, periodiek worden ingezameld; Hoofdstuk 2 - Afvalstoffenheffing Artikel 3 - Aard van de belasting en belastbaar feit
1. 2.
Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het-gebruik maken van een perceel ten
aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4 - Voorwerp van de belasting
1. 2.
Voorwerp van de belasting is een perceel. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
b.
de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
c.
een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van
d.
e.
een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Pagina 1 van 9
Artikel 5 - Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruik maakt van een perceel. Artikel 6 - Maatstaf van heffing en belastingtarief
1. 2.
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid naar beneden afgerond op hele en halve eenheden. Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel wordt aangemerkt als maatstaf van de heffing, genoemdin hoofdstuk 1, artikel 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel. Het gewicht van de wekelijks ingezamelde afvalstoffen per inzamelbeurt per perceel wordt
vastgesteld op het verschil van het gewicht van de betreffende container vóór lediging en het gewicht na lediging.
Voor de berekening van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, artikel 1.2 van de tarieventabel
wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto. Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door een technische storing van de wegende inzamelauto, of van de op de inzamelauto geplaatste containerweeg- of containerherkenning- of containerregistratie-apparatuur of van de middelen waarmee de gegevens van de geledigde container worden opgeslagen, van een aangeboden container geen automatische weging of herkenning of registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van de afvalstoffen per perceel voor alle betrokken percelen voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per perceel vastgesteld overeenkomstig het gestelde in lid 7 en
lid 8.
Hetforfaitair gewicht per perceel als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande belastingtijdvak bij het betreffende perceel vastgestelde gewicht van de overeenkomstige afvalstoffen gedeeld door het totaal aantal inzamelbeurten van de overeenkomstige afvalstoffen gedurende het voorafgaande belastingtijdvak. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 6 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitair gewicht bepaald op 8 kilogram, voor het groente-, fruit- en tuinafval, dan wel 12 kilogram voor de overige afvalstoffen welke eens per twee weken worden ingezameld. Artikel 7 — Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het
kalenderjaar.
Artikel 8 - Wijze van heffing
1. 2.
De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. De belasting bedoeld in de hoofdstukken 2, 3 en 5 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 9 — Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelanag
1.
De belasting als bedoeld in Hoofdstuk 1, onderdeel 1.1, sub a en b van de tarieventabel is
verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in
het eerste lid verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de in het eerste lid bedoelde belasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Pagina 2 van 9
4. 5.
Het tweede en derde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. De belasting bedoeld in de hoofdstuk 1, onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 en in de hoofdstukken 2, 3 en 5
6.
is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Belastingbedragen, zoals bedoeld in de hoofdstukken 1 tot en met 3 van de tarieventabel, van
7.
Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde
minder dan € 5,00 worden niet geheven.
aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 10 - Termijnen van betaling 1.
2.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten aanslagen bedoeld in de
hoofdstukken 1 en 2 van de tarieventabel worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden 3.
4. 5.
in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.
De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid:
a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval
van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving.
Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BSGW). De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk 3 - Reinigingsrechten Artikel 11 - Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde
gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.
Artikel 12- Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken ofinrichtingen gebruik maakt.
Artikel 13— Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.
De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel.
2.
Voorde berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid naar beneden afgerond op hele of halve eenheden.
3.
Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per bedrijfspand wordt aangemerkt als
maatstaf van de heffing genoemd in hoofdstuk 4, onderdelen 4.2.1 en 4.2.2 van de tarieventabel.
4.
Het gewicht van de wekelijks ingezamelde afvalstoffen per inzamelbeurt per bedrijfspand wordt vastgesteld op het verschil van het gewicht van de betreffende container vóór lediging en het gewicht na de lediging.
5.
Voorde berekening van de rechten als bedoeld in hoofdstuk 4, onderdeel 5.2 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto. Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door een technische storing van de wegende inzamelauto, of van de op de inzamelauto geplaatste containerweeg- of
6.
Pagina 3 van 9
containerherkennings- of containerregistratie-apparatuur of van de middelen waarmee de
gegevens van de geledigde container worden opgeslagen, van een aangeboden container geen
automatische weging of herkenning of registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van de afvalstoffen per bedrijfspand voor alle betrokken bedrijfspanden voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per bedrijfspand vastgesteld overeenkomstig het gestelde in lid 7 en lid 8.
Het forfaitaire gewicht per bedrijfspand als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande belastingtijdvak bij het betreffende bedrijfspand vastgestelde gewicht van de
overeenkomstige afvalstoffen gedeeld door het totale aantal inzamelbeurten van de overeenkomstige afvalstoffen gedurende het voorafgaande belastingtijdvak. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt of indien om andere redenen
geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 6 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitaire gewicht bepaald op 8 kilogram, voor het groente-, fruit- en tuinafval, dan wel op 12 kilogram voor de overige afvalstoffen welke eens per twee weken worden ingezameld.
Artikel 14 - Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per belastingjaar worden geheven is het belastingtijdvak gelijk aan
het kalenderjaar.
Artikel 15 - Wijze van heffing
De rechten bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag. Artikel 16 - Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdgelang
1. 2.
De rechten als bedoeld in hoofdstuk 4, onderdeel 4.1 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij
het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten als bedoeld in het eerste lid verschuldigd voor zoveel volle twaalfde gedeelten als er in dat jaar na de aanvang
van de heffingsplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de in het eerste lid bedoelde rechten voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar weer gebruik maakt van de dienst. Belastingbedragen, van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde
aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 17 - Termijn van betaling
1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn
een maand later.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten
hoogste tien bedraagt.
Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de
Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).
De Algemene termijnenwetis niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Pagina 4 van 9
Hoofdstuk 4 - Aanvullende bepalingen Artikel 18 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten.
Artikel 19 - Inwerkingtreding en citeertitel 1.
De “Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Eijsden-Margraten 2024” en de bijbehorende tarieventabel, beide vastgesteld bij raadsbesluit van 7 november 2023, wordt
ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met
dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
voorgedaan. w
2.
4.
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Eijsden-Margraten 2025.”
Pagina 5 van 9
TARIEVENTABEL, BEHORENDE BIJ DE VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN EIJSDEN-MARGRATEN 2025. Indeling tarieventabel Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing per belastingjaar
Gewaarmerkte luierafvalzak
Overige tarieven afvalstoffenheffing Maatstaven en tarieven reinigingsrechten per belastingjaar Tarieven gemeenschappelijke milieuparken.
Pagina 6 van 9
Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk 1 - Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing per belastingjaar
1.1
1.2
1.2.1 1.2.2 1.2.3
De belasting bedraagt per perceel, per belastingjaar, indien dat
2024
2025
170,00 226,00
184,00 244,00
gratis
gratis
0,35
0,38
1,10
1,15
€
2,90
3,05
€
3,90
4,10
€
2,80
3,05
€
0,50
0,50
|€
44,00
44,00
€
226,00|
244,00
€
gratis
gratis
€
0,35
0,38
€
1,10
1,15
€
2,90
3,05
perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door: a. eenpersoonshuishoudens € b. meerpersoonshuishoudens € Onverminderd het bepaalde in artikel 1.1 lid a en b bedraagt de
belasting voor: groente-, fruit- en tuinafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram restafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen van een keukenemmer met
€
een inhoud van 40 liter per lediging
Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een
inhoud van 140 liter per lediging
Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 240 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder artikel 1.1 van dit hoofdstuk bedraagt de belasting voor percelen die gebruik maken van een ondergrondsinzamelsysteem per aanbieding Hoofdstuk 2 - Gewaarmerkte luierafvalzak
2.1
Gewaarmerkte luierafvalzakken zijn verkrijgbaar per zak op de door het college vastgestelde verkooppunten tegen een tarief van
Hoofdstuk 3 - Overige tarieven afvalstoffenheffing
3.1
De belasting voor de inzameling op afroep van grof huishoudelijk afval als bedoeld in het “Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening
Eijsden-Margraten” bedraagt, € 44,00 per aangeboden eenheid, van
maximaal 1m’.
Hoofdstuk 4 - Maatstaven en tarieven reinigingsrechten per belastingjaar
41 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3
Het recht per bedrijfspand, per belastingjaar bedraagt voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval Onverminderd het bepaalde in artikel 4.1 bedragen de rechten voor: groente-, fruit- en tuinafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram restafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen van een keukenemmer met een inhoud van 40 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 140 liter per lediging
Pagina 7 van 9
Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een
3,90
inhoud van 240 liter per lediging
4,10
Hoofdstuk 5 - Tarieven gemeenschappelijke milieuparken. 5.1
Onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken 1 tot en met 3 bedraagt de belasting voor het achterlaten
van grove huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe
5.2 5.2.1
van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats: Gratis Afgewerkte (motor-)olie
gratis
Asbest en asbestgelijkend materiaal dat voldoet aan inpakspecificaties (zie website Rd4)
Maximaal 20 liter maximaal 35 m2
5.2.4 5.2.5
Best-tas Elektronische apparatuur (ook defecte)
onbeperkt onbeperkt
gratis gratis
5.2.7
Gasflessen (voor huishoudelijk gebruik) lekvrij en
onbeperkt
gratis
5.2.2
5.2.3
5.2.6
5.2.8 5.2.9
5.2.10
Autobanden (max. 20 inch, 4 stuks) zonder velg
Frituurvet en -olie
onbeschadigd
Gips (geen cel- of gasbeton) Harde kunststoffen
Houtafval (A- en B-hout) A-hout: schoon en onbehandeld hout. B-hout: geverfd en gelakt
Max.20 inch, max. 4 stuks
gratis
onbeperkt
gratis
onbeperkt onbeperkt
gratis gratis
gratis gratis gratis gratis
gratis
onbeperkt
5.2.11 5.2.12 5.2.13 5.2.14
hout, zoals plaatmaterialen Kerstbomen Klein Chemisch Afval (accu's, batterijen, etc.) |Kringloopspullen (schoon - heel - compleet) Matrassen (matrassen schoon en droog)
5.2.14 5.2.15
Metaal Motorbanden zonder velg
onbeperkt onbeperkt onbeperkt Een- en tweepersoons onbeperkt onbeperkt
5.2.17
{Piepschuim (Polystyreen, alleen witte
onbeperkt
5.2.16
5.2.18 5.2.19 5.220 5.221 5.2.22
Papier en karton
verpakkingspiepschuim. Gekleurde, vervuilde en grijze
piepschuim hoort bij restafval. Flopak verpakkingsschuimpjes horen niet bij piepschuim) PMD (kleine plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons) Snoei- en tuinafval Textiel |Verpakkingsglas wit en bont |Vlakglas (schoon, geen gewapend glas, geen autoruiten)
5.3.1
Tegen betaling
5.3.4
Huishoudelijk GFT afval
53:9 5.3.6 5.3.7
Dakleer, (max. 0,25m3) Schoon puin, mag maximaal 10% vervuiling bevatten Vervuild puin
5.3.2 5.3.3
5.3.8 5.3.9 5.3.10
Grof huishoudelijk afval/grote huisraad Huishoudelijk restafval
Bouwafval (ongesorteerd) Schone grond Vervuilde grond
Pagina 8 van 9
gratis
gratis
gratis gratis
onbeperkt
gratis
onbeperkt
gratis
onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt
gratis gratis gratis gratis
Per m? Per 50 liter
zak Per 50 liter zak
Per m? Per m$? Per ms Per ms Per ms Per m?
€ €
30,00} 1,70
30,00 1,70
€
1,70
1,70
€ € €
30,00; 8,00 90,00}
30,00 0,00 90,00
€ € €
90,00 17,00 90,00
90,00 0,00 90,00
5.3.11 5.3.12 5.3.13
5.3.14 6.3.15
Houtafval C Geïmpregneerd hout Auto- en motorbanden max 20 inch met velg, (max 4 stuks) Auto- en motorbanden met of zonder velg, vanaf 20
inch (max 4 stuks) Vrachtwagenband met of zonder velg (max 2 stuks) Tractorband met of zonder velg (max 2 stuks) Geenbedrijfsafval
Pagina 9 van 9
Per ms Per stuk
15,00 1,60
15,00 1,60
Per stuk
3,50
3,50
Per stuk Per stuk
15,00 22,00|
15,00 22,00
Bijlage 2: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING EIJSDEN-MARGRATEN 2025 Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt: a) gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling,
verwerking zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in
beheer of in onderhoud bij de gemeente, hieronder mede begrepen het gemeentelijke oppervlaktewater en grondwater; Toelichting begrip rioolstelsel: Het begrip gemeentelijke riolering is veel ruimer dan alleen de riolering op zich. Het gaat om alle voorzieningen die worden getroffen om te voldoen aan de wettelijke zorgplichten. Daaronder
vallen onder andere rioleringspijpen en kolken, maar ook bijvoorbeeld voorzieningen tegen
b)
grondwateroverlast en individuele behandelingssysternen (iba's). verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;
water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.
Toelichting begrip water: Onder het begrip water vallen alle verschillende soorten water. In de zorgplichten van artikel 228a Gemeentewet worden meerdere waterbegrippen gebruikt die gebaseerd zijn op de herkomst van
het water. De definities van de specifieke waterbegrippen zijn opgenomen in de Wet milieubeheer of Waterwet en behoeven in de verordening rioolheffing geen nadere toelichting.
Artikel 2 — Aard van de belasting
Onder de naam ‘rioolheffing’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a) de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b) de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Artikel 3 - Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven:
a) van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel, en b) van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering
wordt afgevoerd, al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, of persoonlijk recht,
gebruikt verder te noemen: gebruikersdeel. 2. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip
geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
3. Voor het gebruikersdeel wordt: a)
b) c)
gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het
door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;
gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven; hetter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.
Pagina 1 van 3
Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1 . Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt:
a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b ‚de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; Cc . een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de
omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5 - Maatstaf van heffing 1. Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. 2. Het gebruikersdeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel voor zover het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd meer bedraagt dan 300 m°. 3. Het aantal kubieke meters water, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt gesteld op het aantal
kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van
het belastingjaar voorafgaande gebruiksperiode, naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Indien dit aan het begin van het belastingjaar niet bekend is, wordt het aantal kubieke meters afvalwater gesteld op het aantal kubieke meters dat naar het perceel is toegevoerd of opgepompt
van de laatst bekende verbruiksperiode. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van 365 dagen, wordt de hoeveelheid water door herleiding bepaald naar een periode van 365 dagen.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. Het vorige lid is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Voor zover de gegevens als bedoeld in het derde lid van dit artikel niet bekend zijn wordt het
waterverbruik van gemeentewege bepaald op 50 m? per perceel. Artikel 6 — Vrijstelling
Van de belasting bedoeld in artikel 3 zijn vrijgesteld de percelen die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige percelen die
dienen als woning.
Artikel 7 - Belastingtarieven
1. Het eigenarendeel bedraagt € 303,00 2. Het gebruikersdeel bedraagt € 135,00
Artikel 8 - Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 - Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Pagina 2 van 3
Artikel 10 - Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelana 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor
dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het
belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden overblijven.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.
Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde
aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 11 - Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden
betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen
als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het
kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGVV). De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12 — Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten. Artikel 13 - Inwerkingtreding en citeertitel
1. De Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Eijsden-Margraten 2024 vastgesteld
SN
bij raadsbesluit van 7 november 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Deze verordening treedt in werking de eerste dag na die van de bekendmaking.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing Eijsden-Margraten 2025”.
Pagina 3 van 3
Bijlage 3: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING EIJSDEN-MARGRATEN 2025.
Artikel 1 - Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. b.
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke
c.
gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; Stacaravan: een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen,
onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke in hoofdzaak zijn bestemd dan wel worden
dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op
de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen Artikel 2 - Belastbaar feit
Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen
die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3 - Belastingplicht
1.
Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.
2.
De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.
3.
Artikel 4 - Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1.
van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet
2.
vaneen vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die
3.
van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welke verblijf forensenbelasting is verschuldigd;
4.
van degene die op de dag waarop de eerste overnachting plaatsvindt nog niet de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt;
5.
op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd;
Toelating Zorginstellingen;
rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f‚ g, h‚, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
Artikel 5 - Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingtijdvak.
Pagina 1 van 3
Artikel 6 — Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van de heffing 1.
Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende het kalenderjaar bepaald op 2,5;
2.
het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht: a. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op
vaste standplaatsen gedurende de periode van 1 maart tot en met 31 oktober, wordt
b.
bepaald op 60; ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de periode van 1 maart tot en met 31 december, wordt bepaald op 80;
Artikel 7 - Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 2,70
Artikel 8 - Belastingtijdvak 1. 2.
Voor de belastingen genoemd in artikel 6 is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. Voor de niet-forfaitaire aanslagen is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderkwartaal.
Artikel 9 - Wijze van heffing
De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 10 — Aanslaggrens
1. 2.
Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 11 - Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 2. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, 3.
mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 12 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten.
Artikel 13 - Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 4, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te
melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 14 - Digitale aangifte Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden
van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving
van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven
wijze, de aangifte langs elektronische weg door hetinleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening ‘Digitale aangifte toeristenbelasting' van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen.
Pagina 2 van 3
1.
De “Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting Eijsden-Margraten 2023” vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande datzij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. De verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
wo
Artikel 15 - Inwerkingtreding en citeertitel
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting Eijsden-Margraten 2025”.
Pagina 3 van 3
Bijlage 4: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN WATERTOERISTENBELASTING EIJSDEN-MARGRATEN 2025.
Artikel 1 — Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; b. lengte: de lengte over alles;
c.
vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van
een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; d.
schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt.
Belastbaar
Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt
betaald door personen, die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven wordt onder de naam watertoeristenbelasting een directe belasting
geheven.
Artikel 3 - Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande 2. 3.
vaartuigen. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld
dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.
Artikel 4 - Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1.
door degene, die verblijf houden aan boord van:
a.
c. d.
een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano's, roei- en volgboten; _motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;
een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt;
2.
waarvoor de gemeente belastingen heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting.
3.
vaneen vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f‚ g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
4.
een persoon die op de dag waarop de eerste overnachting plaatsvindt nog niet de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt.
Artikel 5 - Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal
nachten.
Pagina 1 van 3
Artikel 6 — Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van de heffing 1.
2. 3.
Terzake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt het aantal personen dat heeft overnacht
gedurende het kalenderjaar bepaald op 2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht gedurende het kalenderjaar wordt bepaald op 4.
Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op het aantal vaartuigen dat
door de belastingplichtige bij aangifte uit de verhuuradministratie is opgegeven, dan wel blijkt.
Artikel 7 - Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 2,70 Artikel 8 — Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderkwartaal.
Artikel 9 - Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 10 — Aanslaggrens
1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.
2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 - Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 2. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 12 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten. Artikel 13 - Aanmeldingsplicht
De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na
het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te
melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 14 - Digitale aangifte
Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan.
In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven
wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening ‘Digitale aangifte toeristenbelasting’ van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen.
Pagina 2 van 3
Artikel 15 - Inwerkingtreding en citeertitel
1.
De “Verordening watertoeristenbelasting Eijsden-Margraten 2023” vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande datzij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
eo
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening watertoeristenbelasting Eijsden-Margraten 2025”.
Pagina 3 van 3
BIJLAGE 5: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HONDENBELASTING EIJSDENMARGRATEN 2025 Artikel 1 — Belastbare feit Onder de naam van “hondenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente.
Artikel 2 - Belastingplicht 1.
Belastingplichtig is de houder van een hond.
2.
Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.
3.
Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een
hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van het huishouden.
Artikel 3 — Vrijstellingen
1.
In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig
artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. De belasting wordt niet geheven voor honden: a. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; b. die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; c. die verblijven in een hondenasiel; d. die uitsluiten ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; e. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden;
f. waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging.
Artikel 4 — Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
Artikel 5 - Belastingtarief
1.
De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond € 82,00 b. voor een tweede hond € 87,00 c. voor iedere hond boven het aantal van twee €92,00 In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per
belastingjaar, per kennel € 616,00. Voor toepassing van de vorige volzin wordt onder een kennel
verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen.
Pagina 1 van 2
Artikel 6 - Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 - Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 - Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1. 2.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemtis de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als
er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van het vorige lid worden de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt
als één belastingbedrag.
Artikel 9 — Termijnen van betaling.
1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag wordenbetaald in
twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 — Kwijtschelding
Bij de invordering van deze rechten wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 — Inwerkingtreding en citeertitel
o
1.
De verordening op de heffing en invordering van een hondenbelasting Eijsden-Margraten 2022, laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het
derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening hondenbelasting Eijsden-Margraten 2025”.
Pagina 2 van 2