20241015 07o Bijlage 6 bij motivering Activiteitenplan
Tekst van het document
Planburo B C. Schaefer 13 juli 2023 418.06.23 J. Boer T. van Vreeswijk
Schelmseweg 93 6816 SJ Arnhem 026-7851440 www.nladviseurs.nl info@nladviseurs.nl Copyright: Alle rechten voorbehouden. Voor vermenigvuldiging van , of zinsneden en afbeeldingen uit deze rapportage gelieve contact opnemen met NLadviseurs Foto omslag: het tuincentrum
4.3.1 4.3.2 4.3.3
1.1 1.2
Aanleiding en doel Leeswijzer
pag. 5 pag. 5
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Huidig plangebied Toekomstige inrichting Werkzaamheden Planning Opdrachtgever
pag. 7 pag. 7 pag. 7 pag. 7 pag. 7
3.1 3.2
Ecologische inventarisatie Methode
pag. 10 pag. 10
3.3
Resultaten
pag. 13
4.1
Grote bosmuis
pag. 17
4.2
Alpenwatersalamander
pag. 18
4.3
Steenmarter
pag. 18
3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5
Grote Bosmuis Alpenwatersalamander Steenmarter Eekhoorn Kerkuil Vleermuizen Grote Bosmuis Alpenwatersalamander Steenmarter Eekhoorn Kerkuil
pag. 10 pag. 10 pag. 11 pag. 11 pag. 11 pag. 11 pag. 13 pag. 13 pag. 14 pag. 14 pag. 14
Omgevingscheck Staat van instandhouding Verwachte effecten
pag. 18 pag. 18 pag. 19
4.4
Eekhoorn
pag. 19
4.5
Vleermuizen
pag. 19
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
Algemeen zorgvuldig handelen Algemene vogels Grote bosmuis Kerkuil Steenmarter Eekhoorn Alpenwatersalamander Deskundigheid en vastlegging
pag. 23 pag. 23 pag. 24 pag. 24 pag. 25 pag. 25 pag. 26 pag. 27
6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4
Aanvraag Periode aanvraag Wettelijk belang Verbodsbepalingen Alternatievenafweging
pag. 30 pag. 30 pag. 30 pag. 31 pag. 31
4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5.1 4.5.2 4.5.3
Omgevingscheck Staat van instandhouding Verwachte effecten Omgevingscheck Staat van instandhouding Verwachte effecten
pag. 19 pag. 19 pag. 19 pag. 19 pag. 19 pag. 19
pag. 32 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2.1 4.2.2 4.2.3
Omgevingscheck Staat van instandhouding Verwachte effecten Omgevingscheck Staat van instandhouding Verwachte effecten
pag. 17 pag. 17 pag. 17 pag. 18 pag. 18 pag. 18
1. 2. 3.
Nieuwe situatie Potentieel leefgebied grote bosmuis Compensatie Alpenwatersalamander
pag. 34 pag. 35 pag. 36
Plangebied
De opdrachtgever is voornemens het huidige tuincentrum in Gronsveld te slopen en hier circa 50 klimaatadaptieve nieuwbouwwoningen te realiseren. De verschillende type woningen en appartementen zullen uit diverse prijsklassen komen. In het voorliggende activiteitenplan is ingegaan op de aanwezige beschermde soorten waarvoor een ontheffing Wet natuurbescherming nodig is: de grote bosmuis en Alpenwatersalamander. Daarnaast zijn tijdens de quickscan (NLadviseurs, 2023a) enkele soorten in beeld gebracht welke (deels) in provincie Limburg zijn vrijgesteld. De globale aanpak voor deze soorten zijn beschreven in het voorliggende activiteitenplan. Deze werkzaamheden vinden plaats onder ecologische begeleiding en worden verder uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol. Om de werkwijze voor deze soorten inzichtelijk te houden richting het bevoegd gezag worden de maatregelen kort toegelicht.
In hoofdstuk 2 is het huidige plangebied beschreven en de voorgenomen werkzaamheden en planning. Hoofdstuk 3 gaat in op de aangetroffen beschermde soorten en in hoofdstuk 4 is toegelicht welke (mogelijke) effecten verwacht worden door de werkzaamheden. In hoofdstuk 5 zijn maatregelen voorgesteld waardoor wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming. In het laatste hoofdstuk is een onderbouwing voor de ontheffingsaanvraag terug te vinden.
Het plangebied bevindt zich aan de noordelijke rand van Gronsveld en bedraagt circa 1 hectare. Op het terrein staat het tuincentrum van Gronsveld. Verder te vinden zijn o.a. een kwekerij, glazen kassen, een loods, enkele bosschages en een klein grasveld. Een deel van het plangebied bestaat ook uit verharde weg. In de bosschages ten noorden is een klein vijvertje aanwezig, struikgewas en enkele rommelhoekjes. Ten zuiden bevindt zich een woonwijk en in de omgeving zijn boomgaarden, akkers en enkele bosschages te vinden. Op circa 800 meter ten westen liggen typische Limburgse hellingbossen zoals het Savelsbos. Zie pagina 8 voor een overzichtsfoto.
Het voornemen is op het terrein circa 50 nieuwbouwwoningen te creëren bestaande uit sociale huurwoningen, starterswoningen, appartementen, tweeonder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen. De woning op het terrein, welke deels monumentaal is, zal behouden blijven. Wel zal deze op een later moment gereno-
veerd worden. De renovatie valt buiten de scope van deze ontheffingsaanvraag.
Het terrein van het huidige tuincentrum zal worden gesaneerd. Het groen, inclusief de bomen, zal grotendeels worden verwijderd. Wellicht dat ter plekke enkele onderdelen behouden zullen blijven, maar binnen de scope van dit activiteitenplan is rekening gehouden met het verdwijnen van al het aanwezige groen. De vijver op het terrein zal worden gedempt. Kort samengevat zijn de volgende werkzaamheden gepland: sanering terrein, inclusief de vijver verwijderen groen kap bomen realiseren circa 50 nieuwbouwwoningen
De start is gepland in mei 2024. Er zal gestart worden met de sanering van het terrein. Naar verwachting zal het project een doorlooptijd hebben van circa één jaar.
De opdrachtgever voor het project is ingenieursbureau Planburo B. De
ontwikkelaar is Laudy Vastgoedontwikkeling.
Figuur 2.1: Aanvullend luisteren naar kerkuil tijdens vleermuisbezoeken Aanvullend luisteren naar kerkuil tijdens vleermuisbezoeken Plangebied.
In 2022 is een quickscan Wet natuurbescherming (NLadviseurs, 2023a) uitgevoerd. Als vooronderzoek heeft literatuuronderzoek (NDFF/verspreidingsatlassen) plaatsgevonden en vervolgens een verkennend veldbezoek. Tijdens het veldbezoek zijn (sporen van) beschermde soorten aangetroffen op en direct rondom het terrein. Daarnaast is er geconstateerd dat er potentie aanwezig is voor enkele beschermde soorten, waarvoor in 2023 (NLadviseurs, 2023b) nader onderzoek is uitgevoerd. Kort samengevat zijn de volgende beschermde soorten op het terrein aanwezig: Grote bosmuis, er is een verblijfplaats geconstateerd tijdens de quickscan. Alpenwatersalamander, voortplantingspoel aanwezig op het terrein Eekhoorn, één nest is aanwezig op het terrein en één direct aangrenzend aan het plangebied
De volgende beschermde soorten zijn aanwezig bij de woning naast het terrein: Steenmarter, verblijfplaats op de zolder Kerkuil, roestplek op de zolder
Een foto is ter verificatie opgestuurd naar expert Matthijs Smaal van Buro Smaal Zoogdierenonderzoek, welke verifieerde dat het inderdaad de grote bosmuis betrof. Aanwezigheid van een verblijf is hiermee tijdens de quickscan vastgesteld.
Voor de woning loopt daarnaast momenteel nog een nader onderzoek naar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Algemene broedvogels, zonder jaarrond beschermd nest, broeden op het terrein en er is veel potentie aanwezig. Vrijgestelde algemene zoogdieren en amfibieën kunnen daarnaast voorkomen op het terrein.
Er is geen nader onderzoek door middel van inloopvallen uitgevoerd omdat deze methode doorgaans maar een beperkte meerwaarde heeft ten opzichte van een biotopenbeoordeling. Op basis van expert judgement is het oppervlakte aan geschikt leefgebied bepaald en een inschatting van de populatiegrootte gemaakt. Deze is verder beschreven in het nader onderzoek rapportage.
In deze paragraaf is kort de inventarisatiemethodiek toegelicht. Deze zijn uitgevoerd conform vigerende protocollen. Een uitgebreide beschrijving is terug te vinden in de rapportage van het nader onderzoek.
Tijdens het veldbezoek ten behoeve van de quickscan is in een holte (oud spechtengat) op het terrein een bosmuis aangetroffen.
Tijdens de quickscan is bepaald dat de vijver potentie heeft als voortplantingswater voor de Alpenwatersalamander. Er is op het terrein een kleine vijver (circa 6 bij 2,5 meter) aanwezig. Nader onderzoek is uitgevoerd conform de soortinventarisatieprotocollen van het NGB, waarbij in de geschikte periode (maart t/m augustus) is geschept naar
adulte/juveniele dieren. Dit is gebeurd op 4 mei 2023. Omdat de soort tijdens het eerste bezoek al is aangetroffen was een tweede bezoek niet noodzakelijk.
Tijdens de quickscan zijn diverse sporen aangetroffen op de zolder van de woning gelegen direct aan het plangebied. De steenmarter is tijdens de periode 15 augustus t/m februari vrijgesteld binnen provincie Limburg, waardoor nader onderzoek niet noodzakelijk was wanneer men het verblijf tijdens deze periode verwijderd of verstoord. Om inzichtelijk te krijgen of het verblijf nog in gebruik is en welke functie deze vervult is besloten alsnog nader onderzoek uit te voeren. Tijdens de actieve periode zijn op de zolder Browning strike force HD Pro X) geplaatst op de meest kansrijke plekken gedurende 7 weken, tussen 4 mei en 23 juni. Tijdens het plaatsen en ophalen gezocht op de zolder naar sporen van de steenmarter.
De eekhoorn is evenals de steenmarter vrijgesteld, in de periode maart, april en juli t/m november. Nader onderzoek was niet noodzakelijk. Wel is tijdens de veldbezoeken aanvullend gelet op activiteit rondom de nesten.
Tijdens de quickscan zijn diverse sporen (braakballen en krijtstrepen) aangetroffen van de kerkuil op de zolder van de naastgelegen woning. Ook is er een kerkuilenkast aanwezig. De laatste 20 jaar heeft de lokale kerkuilenwerkgroep Stichting Grueles jaarlijks de nestkast gecontroleerd. Er is in geen enkel jaar voortplanting geconstateerd (H. Reumers, persoonlijke communicatie). Op basis van deze bevindingen is vastgesteld dat er sprake is van een roestplek en geen voortplantingslocatie bij de woning. De functie van de zolder is bepaald tijdens de quickscan, nader onderzoek is niet noodzakelijk. Om te bepalen of de kerkuil nog recentelijk gebruik maakt van de zolder wordt aanvullend gezocht naar sporen
tijdens de veldbezoeken voor Alpenwatersalamander, vleermuizen en steenmarter.
Het nader onderzoek naar vleermuizen wordt op moment van schrijven nog uitgevoerd (tot september 2023). En valt zoals gezegd buiten de scope van dit activiteitenplan.
Tabel 3.1: Een overzicht van de veldbezoeken.
4 mei
10:07 12:01
21 °C, zonnig, 1 Bft
22 mei
21:30 00:11
17 °C, onbewolkt, 0-1 Bft
6 juni
11:45- 13:00
29 °C, zonnig, 1 Bft
Alpenwatersalamander
Scheppen
Steenmarter
Plaatsen cameravallen, sporen zoeken
Kerkuil
Sporen zoeken
Kerkuil
Aanvullend luisteren naar kerkuil tijdens vleermuisbezoeken
Steenmarter
Sporen zoeken
Kerkuil
Sporen zoeken Aanvullend luisteren naar kerkuil tijdens vleermuisbezoeken
10 juni
02:15 05:19
19°C, onbewolkt, 1 Bft
Kerkuil
23 juni
21:30 00:30
23°C, licht bewolkt, 1 Bft
Steenmarter Kerkuil
zoeken Aanvullend luisteren naar kerkuil tijdens vleermuisbezoeken
In 2023 is er gericht onderzoek uitgevoerd naar de Alpenwatersalamander en steenmarter (NLadviseurs, 2023b). Daarnaast zijn aanvullende waarnemingen van (deels) vrijgestelde soorten tijdens de veldbezoeken. Voor enkele beschermde soorten, zoals de grote bosmuis en kerkuil waren de waarnemingen vanuit de quickscan al voldoende om te komen tot een effectenbepaling. In figuur 3.3 zijn de locaties van de aangetroffen verblijfplaatsen samenvattend weergegeven.
Er is één verblijfplaats aangetroffen Op basis van expert judgement is vastgesteld dat er sprake is van 1 tot maximaal 20 grote bosmuizen Op basis van expert judgement is ingeschat welke delen van het plangebied geschikt zijn als leefgebied voor de grote bosmuis. Circa 0,3 hectare is geschikt als potentieel leefgebied voor de grote bosmuis (bijlage 2). . De vijver is een voortplantingslocatie Een gedeelte van het plangebied is op basis van expert judgement geschikt gevonden als terrestrisch habitat (bijlage 3). Tijdens het eerste bezoek is een adult vrouwtje in voortplantingsfase aangetroffen. Ook waren er mannetjes in broedkleed zichtbaar bij
het wateroppervlak. Minimaal 4 tot 6 dieren waren zichtbaar aan het wateroppervlak tijdens het veldbezoek. Omdat voortplanting tijdens het eerste bezoek is aangetoond was een tweede bezoek niet noodzakelijk. Het landhabitat bevindt zich doorgaans niet verder dan 300 tot 600 meter van de voortplantingspoel. De verwachting is echter dat de kleine populatie uit het vijvertje in de directe omgeving van de poel verblijft tijdens de terrestrische fase. De Alpenwatersalamander is weinig kritisch wat betreft zowel zijn voortplantings- als landhabitat, maar heeft een voorkeur voor bosrijke omgeving (van Delft, 2009). Rondom de poel is een kleine bosschage, struweel, houtstapels, plantenpotten en rommelhoekjes aanwezig waardoor de directe omgeving uitermate geschikt is als zomer- en winterbiotoop. Overig geschikt landhabitat is aanwezig aan de westzijde buiten het plangebied maar bevindt zich op 150 tot 200 meter afstand. Gezien de geschiktheid zal het overgrote deel van de Alpenwatersalamander uit de vijver zeer waarschijnlijk overwinteren in het plangebied.
Er is een verblijfplaats van de steenmarter aanwezig op de zolder in het woonhuis De steenmarter is op verschillende momenten waargenomen op de wildcamera (figuur 3.2). Tijdens de veldbezoeken zijn ook uitwerpselen, latrines en prooiresten waargenomen. De zolder is nog actief in gebruik door de steenmarter en het is niet uitgesloten dat er sprake is van een voortplantingslocatie.
Er is één verblijf (nest) aanwezig binnen het plangebied, en één verblijfplek direct naast het plangebied (nest) Tijdens beide veldbezoeken overdag (4 mei & 6 juni) is de eekhoorn waargenomen binnen het plangebied. Door het dichte bladerdak waren de nesten niet meer zichtbaar. Aangenomen wordt dat de nesten nog actief in gebruik zijn.
Er is sprake van een roestplek op de zolder van de naastgelegen woning Tijdens de veldbezoeken is de zolder grondig afgezocht naar (nieuwe) sporen van de kerkuil en de nestkast onderzocht. Onder één van de balken zijn tijdens één van de twee bezoeken enkele braakballen aangetroffen. Er zijn geen sporen of andere indicaties aangetroffen die erop duiden dat de nestkast in 2023 tot dusver gebruikt is als voortplantingsplek. Tijdens de drie veldbezoeken voor vleermuizen zijn geen visuele of geluidswaarnemingen gedaan van kerkuilen.
Figuur 3.1: Alpenwatersalamander (vrouwtje) aangetroffen in de vijver binnen het plangebied.
De resultaten ondersteunen de bevindingen uit de quickscan, er is geen voortplantingsplek aanwezig. De zolder wordt nog actief gebruikt als roestlocatie door de kerkuil. Figuur 3.2: De steenmarter is meerdere malen waargenomen op de zolder van de woning door de wildcamera (16 april 2023).
Figuur 3.3: Aangetroffen beschermde diersoorten in en rondom het plangebied.
In de onderstaande paragrafen is de beoordeling van (mogelijke) effecten op kwaliteit en kwantiteit van leefgebied en exemplaren van relevante beschermde soorten uitgewerkt. Enkele soorten waarvoor slechts sprake is van het voorkomen van verstoring door middel van zorgvuldig handelen zijn kort toegelicht maar worden verder niet meegenomen in de ontheffingsaanvraag.
In het plangebied is een (gedeelte van een) populatie aanwezig van de grote bosmuis. Verwacht wordt dat de soort voornamelijk de dekking van de struiken, rommelhoekjes en (randen van) bosschages gebruikt. De grote bosmuis heeft zijn kerngebied in ZuidLimburg. Enkele recentelijke waarnemingen uit de NDFF (gemeld 2020-2022, vangsten d.m.v. life trapping) laten zien dat een populatie aanwezig in het nabije Savelsbos (op circa 800 m afstand). Het Savelsbos geldt als ideaal leefgebied voor de soort. Naast het kernleefgebied bevindt zich direct aangrenzend aan de westzijde een
boomkwekerij waar ook dekking (struiken, bosschages, stenenhopen, takkenhopen en aanwezig is.
dat de lokale staat van instandhouding in de omgeving van de onderzoekslocatie positief is.
De grote bosmuis geldt als zeer zeldzame soort welke oorspronkelijk alleen in ZuidLimburg voorkwam. Over de landelijke staat van instandhouding is relatief weinig bekend echter de soort lijkt momenteel bezig te zijn met het uitbreiden van zijn areaal en is ook in Overijssel, Groningen en Gelderland aan te treffen. De kern bevindt zich echter nog in Zuid-Limburg. Zeer recentelijk heeft de Zoogdiervereniging op basis van tellingen in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) Verspreidingsonderzoek Muizen bepaald dat de soort een stabiele of toegenomen trend laat zien (Norren et al, 2020). De grote bosmuis staat niet vermeld op de Rode Lijst (status: thans niet bedreigd). De soort lijkt daarbij niet uiterst kritisch te zijn ten opzichte van zijn habitat. Dit wordt ook beaamd door de vondst binnen het plangebied. Op basis van de huidige trend, het verspreidingsgebied en het voorkomen in de (directe) omgeving wordt verwacht
Tijdens het saneren van het terrein zal het aanwezige verblijf verloren gaan. Daarnaast zal circa 0,3 hectare aan geschikt leefgebied verloren gaan door realisatie van de nieuwbouw. Doding of beschadiging van individuen wordt niet verwacht indien er zorgvuldig wordt gehandeld (zie hoofdstuk 5). Door het aanhouden van de voorgestelde maatregelen (hoofdstuk 5) wordt er geen afbreuk gedaan aan de lokale staat van instandhouding. Er worden maatregelen genomen om doding/beschadiging van individuen van de grote bosmuis te voorkomen en buiten het plangebied zijn ruim voldoende uitwijkmogelijkheden beschikbaar. Zowel het nabijgelegen Savelsbos als de direct aangesloten grote bosschages ten westen van het plangebied vormen geschikt alternatief leefgebied voor de grote bosmuis. Daarnaast vormt het Savelsbos ook het optimale habitat van de
soort. Het direct naastliggende terrein, welke zal dienen als compensatieterrein voor de Alpenwatersalamander (zie bijlage 3 voor locatie en een fotoimpressie) is direct bereikbaar en eveneens geschikt als alternatief leefgebied en uitwijkmogelijkheid. Hier zijn rommelhoekjes, struweel, bosschages, takkenhopen e.d. aanwezig. Gezien de huidige robuuste en toenemende populatietrend, ruime aanbod aan alternatieven in de directe omgeving en voorgeschreven maatregelen wordt geen verslechtering van de staat van instandhouding verwacht.
De dieren binnen het plangebied zijn (onderdeel van) een kleine populatie. In Zuid-Limburg is de soort vrij algemeen en in de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere vindplaatsen aanwezig in zowel de omliggende woonwijken als het Savelsbos. Ook wordt de soort regelmatig gemeld bij Sint-Pietersberg en diverse
bosschages in de omgeving (straal van 0 tot 5 km). Uitgaande van de gemelde waarnemingen zal naar verwachting meer voortplantingswater in de omgeving aanwezig zijn, mogelijk ook in vijvers in woonwijken. In de wijde omgeving zijn diverse bosschages die dienst kunnen doen als overwinteringsgebied, met name aan de westzijde van het plangebied.
Limburg vormt samen met Noord-Brabant het zwaartepunt van het (natuurlijke) voorkomen van de Alpenwatersalamander in Nederland. De voorkeur gaat uit naar bebost gebied, kleinschalige landschappen en zandige leemgronden met bos en struweel. De soort is echter niet bijster kritisch en komt ook in vijvers voor binnen stedelijke omgeving. De soort geldt als vrij zeldzaam maar is binnen zijn kerngebied in Zuid-Limburg vrij algemeen. Er is momenteel geen landelijke staat van instandhouding van de soort bekend, maar uit recentelijke landelijke verspreidingsgegevens is wel een matige toename te zien (Ravon, 2022). De soort
Rode Lijst. De situatie in de omgeving van het plangebied is, gezien het vrij algemene voorkomen, de verspreiding en het feit dat de soort weinig kritisch is ten opzichte van zijn habitat, naar verwachting positief.
De voortplantingspoel zal tijdens de werkzaamheden komen te verdwijnen. Ook zal iets meer dan 0,2 hectare (zie bijlage 3) aan geschikt zomer en/of overwinteringshabitat komen te verdwijnen. In de directe omgeving is ruim voldoende optimaal landhabitat aanwezig in de vorm van bosschages, ruigte en hellingbossen (Savelsbos). De verwachting is dat het verdwijnen of aantasten van landhabitat geen negatieve effecten zal hebben op de soort (mits doding of beschadiging van individuen wordt voorkomen). Wel zal er een voortplantingslocatie komen te verdwijnen. Door het nemen van de gepaste maatregelen, waarin buiten de kwetsbare periode wordt gewerkt en mitigerende maatregelen worden genomen, wordt doding voorkomen. Daarnaast wordt er in
de directe omgeving een alternatieve vijver gecreëerd van gelijke waarde zodat voortplanting gewaarborgd blijft. Daarnaast wordt het omliggende gebied optimaal ingericht als overwinteringslocatie door het creëren van nieuwe kansen in de vorm van takkenrillen, stenenstapels, dood hout etc. Door het nemen van gepaste mitigerende en compenserende maatregelen (zie ook hoofdstuk 5) wordt er geen afbreuk gedaan aan de huidige staat van instandhouding.
De steenmarter heeft, afhankelijk van het voedselaanbod en de kwaliteit, een territorium van enkele honderden hectare. In optimaal gebied kan dit 50 tot 100 hectare zijn. De soort is zeer flexibel als het aankomt op zijn habitat, de bebouwde omgeving en omliggende bosschages, groenstroken, heggen etc. vormen een uitstekend geschikt habitat.
De soort kwam in het verleden alleen in Limburg en het oostelijke gedeelte van Nederland voor maar is weer uitgebreid en met een westwaartse opmars bezig. De soort staat niet vermeld op de Rode Lijst de populatie heeft een stabiele of toegenomen trend (Norren et al, 2020).
Het verblijf blijft tijdens de realisatie van de nieuwbouw behouden. De soort is daarbij gedeeltelijk vrijgesteld van ruimtelijke ontwikkelingen, tussen 15 augustus en februari. Het is niet geheel uitgesloten dat er tijdelijke verstoring optreedt tijdens de realisatiefase van het project. Tijdelijke verstoring van een soort beschermd onder artikel 3.10 is toegestaan, mits de staat van instandhouding niet in het geding komt. Verstoring van een kraamlocatie moet worden voorkomen. Aangezien aanwezigheid van een kraamlocatie op de zolder niet is uitgesloten, zijn aanvullende maatregelen opgesteld (zie hoofdstuk 5) om verstoring tijdens de kraamperiode te
voorkomen. Hierdoor is een eventuele ontheffingsaanvraag niet aan de orde. Naar verwachting zal ook een gedeelte van het foerageergebied permanent verminderen in kwaliteit door de nieuwbouw. Op basis van de geschiktheid van de omgeving, de relatief grote territoria van steenmarters (minimaal 80 hectare) en de geringe oppervlakte van het plangebied zal er echter ruim voldoende habitat beschikbaar blijven van kwaliteit.
Het bosschage ligt enigszins geïsoleerd en vormt naar verwachting een territoria van één dier. Rondom het plangebied zijn ruim voldoende alternatieve bosschages voor de eekhoorn aanwezig. Zowel ten westen, bij het naastgelegen boomkweekterrein welke verder in verbinding staat met meerdere grotere bosschages als het Savelsbos.
De huidige staat van instandhouding van de eekhoorn is onbekend. De soort staat
de Rode Lijst en heeft een stabiele trend. Op basis van de gemelde waarnemingen in de NDFF lijkt hij in de omgeving algemeen voor te komen, zowel in het Savelsbos als binnen meer stedelijke omgeving.
Beide nesten zullen verloren gaan. Naar verwachting zullen er dusdanig veel bomen komen te verdwijnen dat het geen opzichzelfstaand habitat meer kan vormen voor de eekhoorn. Het verwijderen van de nesten staat gepland binnen de vrijgestelde periode (maart, april, juli t/m november). In het kader van de zorgplicht zal dit echter onder ecologische begeleiding moeten plaatsvinden en wordt er een ecologisch werkprotocol opgesteld in het kader van zorgvuldig handelen.
De bosschages op het terrein zijn geschikt als foerageerlocatie, met name de boomkronen. Er is ruim alternatief in de
vorm van vergelijkbaar of groter aaneengesloten groen.
Ook wanneer er sprake is van een verblijf bij de naastgelegen woning, worden er geen negatieve effecten verwacht. Het groen direct aan de gevels blijft behouden. Wel zal, om verstoring door middel van licht te voorkomen, tijdens de werkzaamheden tussen zonsondergang en zonsopkomst geen (bouw)lampen moeten worden gebruikt. Dit wordt verder uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol.
Tabel 4.1: Samenvatting van de (verwachte) aanwezige soorten en de verwachte effecten. Bij de verwachtte effecten is onderscheid gemaakt tussen de realisatie van de nieuwbouw en de renovatie van de naastgelegen woning. De renovatie van de woning valt buiten de scope van deze ontheffingsaanvraag.
Soort
Beschermingsregime Wnb
Aanwezig
(Mogelijke) effecten verwacht (Mogelijke) door realisatie nieuwbouw effecten verwacht door renovatie woning (Rijksweg 6)
Status
Grote bosmuis
3.10, Andere Soorten
Ja, verblijfplaats en
Vernielen van vaste
Geen
Aanvragen ontheffing
essentieel leefgebied
verblijfplaatsen een essentieel
Geen
Aanvragen ontheffing
Vernielen vaste rust-
Werken onder ecologische
en/of verblijfplaats
begeleiding en werkprotocol
Geen
Werken onder ecologische
leefgebied, mogelijke doding van individuen (art. 3.10 lid 1) Alpenwatersalamander 3.10, Andere Soorten
Steenmarter
Ja, voortplantingspoel,
Vernielen van voortplantings- en
landhabitat
verblijfplaatsen, doding van
(overwinteringshabitat)
individuen
3.10, Andere Soorten
Nee, verblijfplaats naast
Verstoring
(vrijgesteld in Limburg buiten
plangebied
de kwetsbare periode)
Eekhoorn
Vleermuizen
Kerkuil
3.10, Andere Soorten
Ja, verblijfplaatsen
Vernielen van vaste
(vrijgesteld in Limburg buiten
verblijfplaatsen een essentieel
de kwetsbare periode)
leefgebied, doding van individuen
3.5 Habitatrichtlijn
Mogelijk
3.1, Vogelrichtlijn
Nee, roestlocatie naast
(categorie 1)
plangebied
Verstoring
Verstoring, art. 3.1
begeleiding en werkprotocol Mogelijke vernieling
Nader onderzoek (afgerond
van vaste rust- en/of
oktober 2023), mogelijk
verblijfplaatsen
aanvragen ontheffing
Vernielen vaste rust-
Werken onder ecologische
en/of verblijfplaats
begeleiding en werkprotocol, aanvragen ontheffing voor de renovatie
Algemene broedvogels
3.1, Vogelrichtlijn, 1.11
Ja (diverse nesten bij het Vernielen of beschadigen van
Vernielen of
Werken buiten het broedseizoen
Zorgplicht
groen en in de woning)
beschadigen van
en onder ecologische begeleiding
nesten, verstoring
en werkprotocol
nesten, verstoring
In dit hoofdstuk zijn de soortspecifieke en algemene maatregelen beschreven waarmee negatieve effecten op beschermde soorten voorkomen en/of zoveel mogelijk beperkt worden. In tabel 5.1 is een overzicht te vinden van de perioden waarin enkele belangrijke maatregelen moeten worden uitgevoerd. De onderstaande maatregelen worden ook beschreven een ecologisch werkprotocol welke wordt opgesteld na het ontvangen van de definitieve ontheffing.
Een algemene ecologische inspectie vindt plaats voorafgaand aan de werkzaamheden door de ecoloog. Hierin worden de meest actuele natuurwaarden in kaart gebracht en worden eventuele sporen of indicaties van (beschermde) soorten in kaart gebracht. Binnen het plangebied moet in het kader van de zorgplicht rekening gehouden worden met vrijgestelde soorten zoals de egel, diverse amfibieën en algemene muizensoorten; Wanneer het verwijderen van groen (bomen, struiken, rietkragen, takkenrillen, bladerhopen e.d.) binnen het reguliere broedseizoen (maart t/m medio augustus) wordt uitgevoerd, wordt van tevoren een controle uitgevoerd; Er wordt zoveel mogelijk vanuit één richting gewerkt zodat dieren altijd het plangebied kunnen ontvluchten; Bij het aantreffen van algemene vrijgestelde soorten zoals egels, amfibieën of muizen worden de dieren ter plekke verplaatst naar een veilige plek buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden;
Rijdt met (zware) machines zoveel mogelijk over verharding of paden en werk vanaf de kant; Werkzaamheden vinden overdag plaats (tussen zonsopkomst en zonsondergang); Tijdens het dempen van sloten worden naast de soortspecifieke maatregelen voor de Alpenwatersalamander ook algemene (vrijgestelde) soorten amfibieën en/of vissen weggevangen onder ecologische begeleiding en verplaatst naar nabijgelegen geschikt habitat buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Alle hierboven genoemde maatregelen moeten worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. Dit werkprotocol dient te allen tijde op de bouwplaats aanwezig te zijn.
Verwijderen groen vóór broedseizoen Vóór de start van het broedseizoen (maart t/m medio augustus) wordt handmatig het groen (bomen en struiken) verwijderd binnen het plangebied (zie ook Tabel 5.1). Bij het onverwachts aantreffen van een broedende vogels wordt een beschermingszone ingesteld door de ecoloog. Hierbij wordt gewacht tot de jongen zijn uitgevlogen.
Werken buiten de kwetsbare periode De voortplanting van de grote bosmuis vindt plaats tussen maart en oktober. Het ongeschikt maken van het terrein vindt plaats buiten deze kwetsbare periode, tussen november en februari (zie ook Tabel 5.1). Handmatig verwijderen kansrijke delen De kansrijke delen voor de grote bosmuis worden handmatig verwijderd (Bijlage 2). Het gaat met name om de struiken en bomen welke handmatig verwijderd worden om doding of beschadiging van exemplaren te voorkomen. De dieren kunnen op deze wijze zelfstandig het terrein verlaten. Delen welke geschikt zijn voor de Alpenwatersalamander (houtstapels, plantenpotten, stenenstapels etc.) blijven behouden en worden vóór de start aangewezen door een ecoloog. Door het verwijderen van het groen wordt het terrein echter dermate ongeschikt dat niet meer verwacht wordt dat de grote bosmuis gebruik zal maken van het terrein. Het groen wordt direct opgeruimd en verwijderd. Controle verblijf met endoscoop Het bekende verblijf van de grote bosmuis wordt aanvullend gecontroleerd door middel van een endoscoop. Wanneer een ecoloog met zekerheid heeft vastgesteld dat er geen grote bosmuis aanwezig is, wordt de locatie direct dichtgezet. Wanneer de grote bosmuis wordt aangetroffen, wordt gewacht tot het dier zelfstandig de locatie verlaat. Wanneer
het dier niet uit eigen beweging het nest verlaat kan bijvoorbeeld Tupoleum ® worden gebruikt. Door deze in de omgeving van het nest te plaatsen, wordt het gebied onaantrekkelijk gemaakt voor muizen door de geur.
Toegankelijk houden toegang huidige roestplek De toegang tot de huidige roestplek, zowel de nestkast als de balk, blijven tijdens de werkzaamheden altijd vrij en toegankelijk. Plaatsen twee alternatieve verblijven Uiterlijk eind januari 2024, drie maanden vóór de start van de sanering van het terrein worden twee kerkuilkasten geplaatst in de omgeving, buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden (zie Tabel 5.1). De kasten worden conform de regels vanuit het kennisdocument kerkuil geplaatst en in samenwerking met de lokale kerkuilen werkgroep Grueles: - Binnen een straal van 500 meter - De kast moet inpandig komen - Veilig en niet bereikbaar door predatoren - De kerkuilenkast zal van duurzaam materiaal zijn Deze kasten worden alvast geplaatst in voorbereiding van de aanvraag van de ontheffing van de renovatie van de woning. De kasten worden echter al eerder geplaatst, zodat voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig zijn tijdens de uitvoer van de werkzaamheden.
Ecologische begeleiding De werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige en worden van te voren vastgesteld in een ecologisch werkprotocol.
Aanpassen werkzaamheden binnen de kwetsbare periode Het project heeft een doorlooptijd van bijna één jaar, waardoor het deels werken binnen de kwetsbare periode niet voorkomen kan worden. Steenmarters zijn over het algemeen weinig verstoringsgevoelig. Om echter verstoring van een mogelijke voortplantingsplek te voorkomen, worden werkzaamheden met zware machines, trillingen of overmatig geluid binnen een straal van vijf meter van de woning tussen maart en 15 augustus beperkt in intensiteit of tijdsduur. Dit is afhankelijk van de werkzaamheden en wordt ter plekke door de ecoloog bepaald. De werkzaamheden worden tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd De steenmarter is voornamelijk nachtactief. Om verwonding of mogelijk doding te voorkomen wordt er niet tijdens de nachtelijke uren gewerkt. Inschakelen marterdeskundige De activiteiten worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecoloog met aantoonbare kennis van marterachtigen.
Maatregelen worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol.
Verwijderen nesten in de vrijgestelde periode De eekhoornnesten worden in maart, april of in juli t/m november verwijderd, voordat de werkzaamheden van start gaan (zie Tabel 5.1). Ecologische begeleiding De werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige en worden van te voren vastgesteld in een ecologisch werkprotocol.
Handmatig verwijderen groen Het verwijderen van het groen vindt plaats binnen de overwinteringsperiode van de Alpenwatersalamander (zie Tabel 5.1). Om beschadiging van overwinterende dieren te voorkomen, wordt het groen (bomen en struiken) handmatig verwijderd. Er mag niet met zware machines binnen het plangebied worden gewerkt en de grond blijft ongeroerd. Locaties welke kansrijk zijn voor overwintering (boomstronken, takken- en steenhopen, plantenpotten etc.) blijven behouden, evenals de strooisellaag. Ter plekke zal een ecoloog aangeven welke kansrijke delen behouden blijven en eventueel in het veld markeren/afbakenen door middel van lint.
Wegvangen en verplaatsen individuen Tijdens de actieve periode waarin de meeste individuen zich in het water bevinden, in april, maar vóór de eileg in mei worden de adulte dieren weggevangen (zie Tabel 5.1). Dit wordt gedaan bij minimaal 5 °C. Omdat het een kleine en overzichtelijke vijver betreft, wordt naar verwachting het grootste gedeelte van de aanwezige Alpenwatersalamanders gevangen door middel van een schepnet. Daaropvolgend wordt een amfibievriendelijke pomp gebruikt om de vijver te legen. De weggevangen dieren worden overgezet naar de compensatievijver. Het aanwezige bladmateriaal uit de vijver wordt gecontroleerd waarna bladeren met ei-afzet direct wordt overgezet naar de compensatievijver, evenals de aanwezige macrofauna. Desinfectieprotocol Ravon Strikte hygiënemaatregelen vanuit het desinfectieprotocol van Ravon worden nageleefd (Ravon, 2020). Wegvangen achtergebleven individuen Nadat de vijver is gedempt, worden de meest kansrijke locaties voor zomerhabitat afgezocht op exemplaren (zie Tabel 5.1). Welke worden overgezet. Ondersteunend kunnen herpetofaunaplaatjes worden uitgezet zodat dieren gemakkelijk zijn weg te lokaliseren en weg te vangen.
Plaatsen amfibieënschermen Om te borgen dat tijdens de realisatie van de nieuwe woningen geen Alpenwatersalamanders verstrikt raken in de werkzaamheden worden rondom het gehele terrein amfibieënschermen geplaatst welke minimaal 10 cm diep en
50 cm hoog zullen zijn en van glad materiaal (geen worteldoek). Deze zullen regelmatig op functionaliteit worden gecontroleerd, met name tijdens de periode dat de Alpenwatersalamander migreert (maart en augustus). Tijdens de overwinteringsperiode kan het amfibieënscherm eventueel verwijderd worden. Op sommige locaties kan wellicht niet worden voorkomen dat het doek deels onderbroken zal worden omdat er toegang tot het terrein zal moeten worden zijn voor bouwapparatuur. Wanneer dit inderdaad het geval is zullen er meer veldbezoeken tijdens cruciale momenten in het jaar (tijdens de migratie van en naar het voortplantingswater) plaatsvinden door de ecoloog. Het terrein zal dan worden afgezocht op exemplaren van de Alpenwatersalamander bij kansrijke elementen. Dit wordt eventueel ondersteunt door het uitzetten van herpetofaunaplaten zodat mogelijk aanwezige individuen gemakkelijker te vinden zijn en zijn weg te vangen. Dieren worden vervolgens overgezet naar het compensatieterrein. De onderzoeksinspanning zal ter plekke worden bepaald door de ecoloog en is afhankelijk van de locatie, de geschiktheid van het plangebied en de tijd van het jaar. Realiseren compensatievijver Uiterlijk medio februari 2024 wordt circa 200 meter ten westen van de huidige vijver een compensatievijver ingericht (zie Tabel 5.1). In bijlage 3 staat de locatie weergegeven.
De compensatievijver zal vóór aanvang van de werkzaamheden geschikt worden gemaakt als voortplantingsvijver door de volgende maatregelen aan te houden: - Minimaal 6 x 3 meter - 50 tot 150 cm diep, om bevriezing te voorkomen - Realiseren van verschillende waterdieptes
-
Aanplant van diverse inheemse oever- en waterplanten Flauw talud Aanbrengen amfibieëntrap Er wordt materiaal gebruikt, zoals bijvoorbeeld vijverfolie, om te voorkomen dat het water droog komt te liggen
Realiseren landhabitat Voor de start van de werkzaamheden, uiterlijk medio februari 2024, is het omringende gebied rondom de compensatievijver ook direct geschikt als landhabitat (zie Tabel 5.1). Binnen de omgeving rondom de compensatievijver zijn al enkele elementen geschikt voor overwintering aanwezig, zoals bomen en struikgewas. Om de kwaliteit van het landhabitat vergelijkbaar te maken met het huidige terrein worden enkele van de volgende elementen geplaatst als schuilmogelijkheid: - Takkenrillen - Stenenhopen - Boomstronken Eventueel kan het gekapte hout van het plangebied worden ingezet evenals het bestaande materiaal zoals plantenpotten, houtstapels en/of takkenhopen. Omgezaagde boomstronken uit het plangebied kunnen op het compensatieterrein worden geplaatst om extra kansen te creëren voor overwintering. Ecologische begeleiding De maatregelen worden uitgevoerd onder ecologische begeleiding en in een werkprotocol vastgesteld.
De mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige ecoloog met aantoonbare kennis van de betrokken soorten. Na verlening van de ontheffing worden de maatregelen uit §5.1 t/m §5.7 verder uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol waarin o.a. staat beschreven: De te ondernemen stappen omtrent soortspecifiek en algemeen zorgvuldig handelen; Wat de vereisten zijn vanuit de ontheffing; De taken en verantwoordelijkheden; Mitigerende en compenserende maatregelen; Hoe te handelen omtrent calamiteiten. Alle relevante stappen of beslissingen rondom flora & fauna worden vastgelegd door een ecoloog in een logboek. Het ecologisch werkprotocol en logboek dient altijd aanwezig te zijn op locatie tijdens de werkzaamheden.
Tabel 5.1: Voorgestelde planning (groen) voor maatregelen omtrent de aanwezige beschermde soorten..
Soort
Verbod
Grote bosmuis
Artikel 3.10, lid 1b
Het beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
Artikel 3.10, lid 2a, in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling
Artikel 3.10, lid 1a
Het (opzettelijk) vangen of doden van in het wild levende amfibieën
Artikel 3.10 lid 1b
Het beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
Artikel 3.10, lid 2a, in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling
Alpenwatersalamander
Wettelijk belang
In deze paragraaf wordt de aanvraag en onderbouwing voor de aanvraag van de ontheffing Wet natuurbescherming verder beschreven en onderbouwd.
Verwacht wordt dat de realisatie van de nieuwbouw een doorlooptijd zal hebben van circa één jaar. Er wordt rekening gehouden met mogelijke uitloop van het project, de ontheffing wordt aangevraagd vanaf januari 2024 tot december 2025.
Een ontheffing wordt uitsluitend verleend wanneer er sprake is van een wettelijk belang zoals benoemd in de Wnb. De ontheffing op de verbodsbepalingen wordt aangevraagd voor dit project op basis van de volgende belangen zoals beschreven in artikel 3.10 lid 2a:
in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Door het realiseren van circa 50 nieuwbouwwoningen in verschillende prijssegmenten wordt bijgedragen aan het landelijke woningtekort. Door de woningen klimaatadaptief te maken en in een aantrekkelijke omgeving draagt het project ook bij aan een betere leefomgeving. Het project valt onder ruimtelijke ontwikkelingen, het definitieve bestemmingsplan wordt naar verwachting in augustus 2023 ingediend. De huidige agrarische bestemming wordt gewijzigd naar wonen. Op grond van het voorgaande zijn wij van oordeel dat het wettelijk belang afdoende is onderbouwd.
In het kader van de werkzaamheden is een ontheffing aangevraagd op de volgende verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming: Artikel 3.10 lid 1a: Verbod op het (opzettelijk) vangen of doden van de Alpenwatersalamander. Artikel 3.10 lid 1b: Het (opzettelijk) beschadigen en/of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen van de grote bosmuis en de Alpenwatersalamander.
Conform artikel 3.8 en 3.10 van de Wnb wordt een ontheffing uitsluitend verleend indien geen andere bevredigende oplossing aanwezig is. In de volgende paragrafen is een alternatievenafweging uitgevoerd en een onderbouwing van de uiteindelijke keuze van de huidige variant. Alternatieve locatie Het project is locatiegebonden vanwege de geplande sloop van het gesloten tuincentrum en de realisatie van de nieuwbouw. Geschikte locaties voor nieuwbouwprojecten zijn schaars. Er zijn geen alternatieve locaties aanwezig. Daarnaast geeft het project een invulling aan het huidige tekort aan woningen door deze aan te bieden in diverse prijsklassen.
Alternatieve inrichting Een alternatieve inrichting biedt geen meerwaarde en zal niet zorgen voor voldoende bijdrage aan het huidige woningtekort. Het verlies aan oppervlakte zal door het project niet te voorkomen zijn. Specifiek voor het voortplantingswater betekent dat dat het omliggende terrein grotendeels zijn functie als landhabitat zal verliezen. Hierdoor is gekozen de huidige vijver te dempen en hiervoor een optimale situatie terug te brengen. Ook voor de grote bosmuis is niet te voorkomen dat naar verwachting een groot deel van het aanwezige leefgebied zal komen te verdwijnen. Alternatieve werkwijze en planning De huidige planning en werkwijze zorgt voor de minst mogelijke negatieve effecten waarmee rekening is gehouden met de grote bosmuis, Alpenwatersalamander en algemene broedvogels. Door het groen (struiken en bomen) handmatig vóór maart 2024 te verwijderen worden algemene vogels ontzien tijdens de broedperiode. Hiermee worden ook de grootste kansen van de grote bosmuis ontnomen vóór de start van de kwetsbare voortplantingsperiode. Doordat de kansrijke overwinteringslocaties voor de Alpenwatersalamander door het handmatig verwijderen van het groen ongemoeid blijven en de werkzaamheden handmatig plaatsvinden wordt de Alpenwatersalamander tijdens de kwetsbare overwinteringsperiode ontzien.
De Alpenwatersalamander wordt tijdens de actieve periode, maar voordat de piek van de voortplanting in april van start gaat, buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden verplaatst. Zowel dieren op het land als in het water worden
zorgvuldig weggevangen. Op deze wijze wordt binnen de meest optimale periode gewerkt op de meest geschikte wijze voor alle aanwezige soorten.
Delft, J.J.C.W. van (2009) Alpenwatersalamander Mesotriton alpestris. In: Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft, De amfibieën en reptielen van Nederland: 96-104. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey. BIJ12. 2017. Kennisdocument Kerkuil Tyto alba. Versie 1.0, juli 2017. NLadviseurs. 2023a. Quickscan Wet natuurbescherming tuincentrum Gronsveld. Projectnummer: 418.03.23. NLadviseurs. 2023b. Nader onderzoek Alpenwatersalamander tuincentrum Gronsveld. Projectnummer: 418.06.23. Nladviseurs. 2023c. Norren, E. van, J. Dekker en H. Limpens, (2020). Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. Rapport 2019.026. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ravon, 2020.Deinfectie protocol veldwerk. Ravon, 2022. Balans. Hoe gaat het met de reptielen, amfibieën en vissen in Nederland? Veldhuis Media.
Nationale Databank Flora en Fauna https://www.ndff.nl Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit https://minez.nederlandsesoorten.nl/soorten Provincie Limburg https://www.limburg.nl/@2018/soortenbescherming/ Ravon https://www.ravon.nl Sovon Vogelonderzoek Nederland https://www.sovon.nl Zoogdiervereniging https://ww.zoogdiervereniging.nl
In de onderste afbeelding is het potentiële leefgebied welke geschikt is voor de grote bosmuis weergegeven. Het betreft circa 0,3 hectare.
In de onderstaande afbeelding staat het terrein afgebeeld welke wordt ingezet ter compensatie voor de Alpenwatersalamander, circa 200 meter ten zuidwesten van de huidige voortplantingsvijver. De cijfers geven de oppervlakte weer in vierkante meters.