CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20241015 07n Bijlage 5 bij motivering Nader ecologisch onderzoek

* Raadsvergaderingen 15 oktober 2024, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Vaststellen Tijdelijk Alternatieve Maatregel (TAM) - Omgevingsplan Slakweg Gronsveld4.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Planburo B Chantal Schaefer 21 juli 2023 418.06.23 J. Boer J. v.d. Kamp

Schelmseweg 93 6816 SJ Arnhem 026-7851440 www.nladviseurs.nl info@nladviseurs.nl

Copyright: Alle rechten voorbehouden. Voor vermenigvuldiging van , of zinsneden en afbeeldingen uit deze rapportage gelieve contact opnemen met NLadviseurs Foto omslag: Alpenwatersalamander man door J. Boer

1.1 1.2 1.3 1.4

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Aanleiding en doel Opdrachtgever werkwijze Geplande werkzaamheden

Inleiding Speltechnisch Landschap en uitstraling Ecologie Duurzaam beheer Wet- en regelgeving

pag. 5 pag. 5 pag. 5 pag. 5

pag. 8 pag. 10 pag. 10 pag. 11 pag. 12 pag. 12

3.1 3.2 3.3

Inleiding Landschapsecologie vegetatietypen

pag. 15 pag. 15 pag. 17

4.1 4.2

Inleiding Verschillende potenties

pag. 25 pag. 25

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

1. 2. 3.

Inleiding pag. 29 Kruidenrijk grasland pag. 30 Bomen (solitair, in gras en in beplanting) pag. 31 Struiken/hagen pag. 32 Natuurlijke oever pag. 34 Water pag. 34 Jaarplanning pag. 35

Instructies voor het aanplanten van bomen pag. 40 Jaarplanning natuuronderdelen pag. 42 Vervanging conifeerhagen pag. 48

Op het terrein van tuincentrum Gronsveld is het plan om nieuwbouw te realiseren. Hiervoor wordt het huidige tuincentrum op het terrein gesloopt. Daarnaast wordt op een later moment de aangelegen woning gerenoveerd. NLadviseurs voert naar aanleiding van de resultaten uit de reeds uitgevoerde quickscan (zie ook §1.5) aanvullend ecologisch onderzoek uit naar het voorkomen van de volgende wettelijk beschermde soorten: Alpenwatersalamander Steenmarter Daarnaast is een biotopenbeoordeling uitgevoerd voor de aanwezige grote bosmuis en zijn aanvullende waarnemingen tijdens de veldbezoeken van de aanwezige kerkuil en eekhoorn meegenomen in de resultaten. De resultaten van het nader onderzoek zijn vervolgens getoetst aan de Wet natuurbescherming (hierna Wnb). Er is bepaald of er sprake is van mogelijke overtreding van de opgestelde

verbodsbepalingen en er is een advies gegeven over de vervolgstappen.

opgetrokken uit bakstenen, heeft een pannendak en een ruime zolder.

De opdrachtgever voor het project is ingenieursbureau Planburo B. De ontwikkelaar is Laudy Vastgoedontwikkeling.

Ten zuiden bevindt zich een woonwijk en in de omgeving zijn boomgaarden, akkers en enkele bosschages te vinden. Op circa 800 meter ten westen liggen typische Limburgse hellingbossen zoals het Savelsbos.

Het plangebied (zie ook foto 1.1 t/m 1.4, pag. 9) bevindt zich aan de noordelijke rand van Gronsveld en bedraagt circa 1 hectare. Op het terrein staat het tuincentrum van Gronsveld. Verder te vinden zijn o.a. een kwekerij, glazen kassen, een loods, enkele bosschages en een klein grasveld. Een deel van het plangebied bestaat ook uit verharde weg. In het noorden van het plangebied is een klein vijvertje aanwezig waaromheen een bosschage staat, struikgewas en enkele rommelhoekjes. Het vijvertje is circa 5 bij 2 meter breed met een steile rand (figuur 1.2). Watervegetatie is niet aanwezig. Direct naast het plangebied is een woonhuis aanwezig. Het woonhuis aan Rijksweg 6 is deels verbonden met het tuincentrum en is

Het voornemen is op het terrein circa 50 nieuwbouwwoningen te creëren bestaande uit sociale huurwoningen, starterswoningen, appartementen, tweeonder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen. De woning op het terrein, welke deels monumentaal is, zal gerenoveerd worden. Het terrein van het huidige tuincentrum zal worden gesaneerd. Het groen, inclusief de bomen, zal grotendeels worden verwijderd. Wellicht dat ter plekke enkele onderdelen behouden zullen blijven, maar binnen de scope van dit activiteitenplan is rekening gehouden met het verdwijnen van al het aanwezige groen. De vijver op het terrein

zal worden gedempt. Kort samengevat zijn de volgende werkzaamheden gepland: sanering terrein, inclusief de vijver verwijderen groen kap bomen realiseren circa 50 nieuwbouwwoningen renoveren naastgelegen woning De start van het bouwrijp maken van het terrein staat gepland voor het voorjaar van 2024. Wanneer de renovatie van de woning zal plaatsvinden is nog onbekend.

Tijdens de quickscan uit 2023 (NLadviseurs, 2023) is aanwezigheid van diverse beschermde soorten aangetoond tijdens het veldbezoek: grote bosmuis steenmarter eekhoorn kerkuil

Daarnaast is in de quickscan nader onderzoek geadviseerd naar de volgende soorten: Alpenwatersalamander gebouwbewonende vleermuizen In figuur 1.5 zijn de locaties weergegeven van de tijdens de quickscan aangetroffen verblijven.

In het noordelijke gedeelte van het terrein is een kleine vijver van 6 x 2 meter aanwezig, omgeven door bosschages. Deze vijver is geschikt als mogelijk voortplantingswater voor de Alpenwatersalamander, waardoor nader onderzoek noodzakelijk is. Ook is op basis van expert judgement een inschatting gemaakt van de geschiktheid van het omliggende terrein als terrestrisch habitat.

De woning op het terrein is in potentie geschikt voor verblijven van gebouwbewonende vleermuizen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021 en naar verwachting wordt dit onderzoek in

Plangebied

september 2023 afgerond. Indien er verblijven van vleermuizen worden aangetroffen wordt hiervoor voor de renovatie van de woning een ontheffing Wet natuurbescherming ingediend. Het nader onderzoek naar vleermuizen en de renovatie van dit gebouw valt echter buiten de scope van deze rapportage.

Aanwezigheid van minimaal één verblijf van de grote bosmuis is tijdens de quickscan aangetoond in een oud spechtengat van een boom. Er is echter nader onderzoek nodig om te bepalen welke delen van het plangebied geschikt zijn en welke functie het plangebied vervuld voor de grote bosmuis. Voor nader onderzoek naar de grote bosmuis is geen vaste methode aanwezig maar doorgaans worden inloopvallen ingezet. Gekozen is om deze wijze niet aan te houden omdat de meerwaarde slechts beperkt is en niet opweegt tegen de nadelige effecten op de soort zelf. Op basis van expert judgement is daarom als

alternatief een biotopenbeoordeling uitgevoerd.

Op de zolder van de naastgelegen woning is een verblijf van de steenmarter aanwezig, tijdens de quickscan zijn meerdere sporen (uitwerpselen, gebruikssporen etc.) aangetroffen. Om inzicht te krijgen in het huidige gebruik van het verblijf is nader onderzoek uitgevoerd.

Er zijn twee eekhoornnesten aangetroffen, één op het terrein en één direct aanliggend aan het terrein. Omdat aanwezigheid is aangetoond is gericht nader onderzoek niet meer benodigd maar zichtwaarnemingen of sporen tijdens de veldbezoeken zijn meegenomen in de resultaten.

Tijdens de quickscan zijn krijtsporen en braakballen van de kerkuil aangetroffen op de zolder van de woning. Uit navraag bij de lokale kerkuilenwerkgroep Grueles blijkt dat de kerkuilenkast in de laatste 20 jaar nooit in gebruik is geweest als nestlocatie.

Deze bevindingen zijn voldoende om vast te stellen dat het een roestplek betreft. Om te bepalen of de kerkuil nog recentelijk gebruik maakt van de zolder zijn tijdens gerichte veldbezoeken voor de Alpenwatersalamander, steenmarter en vleermuizen aanvullend gelet op sporen en waarnemingen van de kerkuil.

Tabel 1.1: Een samenvatting van de resultaten en adviezen vanuit de quickscan.

Alpenwatersalamander

Art. 3.10, Andere Soorten

Potentieel voortplantingswater aanwezig, nader onderzoek benodigd

Mogelijk

Gebouwbewonende

Art. 3.5, Habitatrichtlijn

Potentieel verblijven aanwezig in de woning, nader onderzoek benodigd

Mogelijk

Grote bosmuis

Art. 3.10, Andere Soorten

Verblijf aanwezig, biotopenonderzoek benodigd

Ja, voor het realiseren van de nieuwbouw

Steenmarter

Art. 3.10, Andere Soorten,

Verblijf aanwezig op de zolder van de woning

Nee, indien er binnen de vrijgestelde periode wordt gewerkt

Eekhoornnesten aanwezig op het terrein

Nee, indien er binnen de vrijgestelde periode wordt gewerkt

Roestplek aanwezig op de zolder van de woning

Ja, voor de renovatie van de woning

vleermuizen

vrijstelling 15 augustus t/m februari Eekhoorn

Art. 3.10, Andere Soorten, vrijstelling in maart, april en juli t/m november

Kerkuil

Art. 3.1, Vogelrichtlijn (jaarrond beschermd categorie 1)

Figuur 1.1: Een deel van het tuincentrum binnen het plangebied.

Figuur 1.2: De poel op het noordelijke deel van het terrein, omgeven door struiken en bomen.

Figuur 1.3: Op het terrein zijn ook enkele rommelhoekjes aanwezig.

Figuur 1.4: De aangelegen woning naast het tuincentrum waar op de zolder de kerkuil en steenmarter aanwezig is.

Figuur 1.5: Het plangebied. Weergegeven zijn ook de resultaten uit de reeds uitgevoerde quickscan.

In dit hoofdstuk is de methodiek terug te vinden per soort. Nader onderzoek heeft plaatsgevonden conform vigerende protocollen of bestaande inventarisatiemethoden.

Onderzoek naar de Alpenwatersalamander heeft plaatsgevonden conform het soorteninventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus.. Binnen de geschikte periode tussen maart en augustus is geschept naar adulten en/of juvenielen in de vijver op het terrein. In tabel 3.1 zijn de data van de veldbezoeken en de weersomstandigheden terug te vinden. Het aantonen van de exacte locaties van het terrestrisch habitat, oftewel zomer- en winterbiotoop, is redelijkerwijs niet in beeld te brengen door het uitvoeren van nader onderzoek. Dit gebeurd dan ook op basis van een inschatting (expert judgement) waarbij gekeken wordt naar de aanwezigheid en ligging van het voortplantingswater en de geschiktheid van het terrein als landhabitat.

Het oppervlakte aan geschikt leefgebied wordt bepaald en er wordt een inschatting van de populatiegrootte gemaakt. Dit is gedaan op basis van expert judgement, literatuuronderzoek en een veldbezoek. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 23 juni 2023. Hierbij is het gehele plangebied beoordeeld op geschiktheid voor de grote bosmuis als foerageer- en leefgebied. Het typische habitat voor grote bosmuis is hoog loofbos met een zwak ontwikkelde kruidlaag maar wel genoeg dekking in de vorm van struiken en een oud bomenbestand. Met name in eik- en beukenbossen komen ze voor maar ook in essenbos. De soort lijkt echter niet heel erg kritisch maar heeft wel dekking nodig in zijn omgeving. De grote bosmuis komt ook voor in bijvoorbeeld parken. Tijdens het veldbezoek is gelet op geschikt habitat in de vorm van ruigtes, ondergroei en rommelhoekjes,

Op de zolder van de woning zijn twee wildcamera s geplaatst (Browning strike force HD Pro X). Beiden zijn aan de

zuidzijde van de zolder geplaatst op plekken waar de trefkans het meest hoog werd geacht. Hier waren de meeste sporen van de steenmarter aanwezig. circa 7 weken geplaatst, van 4 mei tot 23 juni 2023. Tijdens de veldbezoeken is daarnaast uitvoerig gezocht naar (nieuwe) sporen van de steenmarter.

Aanwezigheid van de kerkuil is door middel van diverse sporen al vastgesteld tijdens de quickscan. Om vast te stellen of de zolder nog actief in gebruik was als roestplek is aanvullend onderzoek verricht naar de kerkuil. Zekerheidshalve is tijdens het onderzoek in 2023 ook gelet op mogelijke

Figuur 3.1: Wildcamera geplaatst op zolder.

broedindicaties zoals bedelende jongen, krijsroep of uitvliegende ouderdieren. Deze onderzoeken zijn in combinatie met het onderzoek naar vleermuizen bij de woning (het vleermuisonderzoek is naar verwachting in oktober 2023 afgerond en valt buiten de scope van dit nader onderzoek). Conform het kennisdocument kerkuil zijn drie avondbezoeken uitgevoerd tussen februari en medio oktober tijdens geschikt weer. Aanvullend is tijdens drie veldbezoeken gericht gezocht naar (nieuwe) sporen van de kerkuil op de zolder zoals krijtstrepen en braakballen. Ook is de kerkuilenkast op de zolder onderzocht om te bepalen of deze mogelijk als nestplek is gebruikt.

Tijdens de veldbezoeken is aanvullend gelet tijdens elk bezoek op sporen of indicaties van aanwezigheid van de eekhoorn, algemene broedvogels en zoogdieren.

Figuur 3.2: Krijtstrepen van de kerkuil aangetroffen tijdens de quickscan, zowel op de balk als op het raam.

Tabel 2.1: Een samenvatting van de veldbezoeken.

4 mei 2023

10:07 12:01 21 °C, zonnig, 1 Bft

Alpenwatersalama Scheppen

J. Boer, R. Boschman

nder

22 mei 2023 21:30 00:11 17 °C, onbewolkt, 0-1 Bft

Steenmarter

Plaatsen cameravallen, sporen zoeken

Kerkuil

Sporen zoeken

Kerkuil

Aanvullend luisteren naar de kerkuil tijdens het

V. Cornelissen

vleermuisonderzoek 6 juni 2023

10 juni 023

11:45- 13:00 29 °C, zonnig, 1 Bft

02:15 05:19 19°C, onbewolkt, 1 Bft

Steenmarter

Sporen zoeken

J. Boer

Kerkuil

Sporen zoeken

Kerkuil

Aanvullend luisteren naar de kerkuil tijdens het

V. Cornelissen

vleermuisonderzoek 23 juni 2023 21:00 00:30 23°C, licht bewolkt, 1 Bft

Steenmarter

Ophalen

zoeken

Kerkuil

Aanvullend luisteren naar de kerkuil tijdens het vleermuisonderzoek, sporen zoeken, controle nestkast

Grote bosmuis

Biotopenbeoordeling

J. Boer, A. Geelhoed

Tijdens het eerste bezoek waren er al Alpenwatersalamanders zichtbaar in de vijver vanaf de kant. Tijdens het scheppen is een adult vrouwtje aangetroffen (figuur 3.1). Deze was in voortplantingskleed (opgezwollen cloaca). Ook waren er mannetjes in voortplantingskleed zichtbaar in de vijver. Er zijn minimaal 4 tot 6 dieren aan het wateroppervlakte gezien. Naar schatting zullen er 10 tot 30 dieren aanwezig zijn in de vijver. Omdat voortplanting door de aanwezigheid van meerdere Alpenwatersalamanders in voortplantingskleed is aangetoond was een tweede bezoek niet meer benodigd. Er waren daarnaast ook diverse kleine watersalamanders aanwezig.

een voorkeur voor bosrijke omgeving (van Delft, 2009). De Alpenwatersalamander binnen een radius van één kilometer rondom zijn voortplantingspoel, maar doorgaans binnen 300 tot 600 meter. Rondom de poel is een kleine bosschage, struweel, houtstapels, boomstronken, plantenpotten en rommelhoekjes aanwezig waardoor de directe omgeving uitermate geschikt is als zomer- en winterbiotoop. Overig geschikt landhabitat is aanwezig aan de westzijde buiten het plangebied maar bevindt zich op 150 tot 200 meter afstand. Gezien de geschiktheid van het direct omliggende terrein zal in ieder geval een deel van de Alpenwatersalamanders uit de vijver zeer waarschijnlijk overwinteren in het plangebied. In bijlage 2 is op basis van de veldbezoeken een inschatting gemaakt van het areaal welke geschikt is als landhabitat.

Het omliggende terrein rondom de voortplantingspoel is zeer geschikt als overwinteringshabitat. De Alpenwatersalamander is niet bijster kritisch wat betreft zowel zijn voortplantings- als landhabitat, maar heeft

In totaal is circa 0,3 hectare van het plangebied geschikt als potentieel leefgebied voor de grote bosmuis (bijlage 2). Met name de bosschage aan de noordzijde en het gedeelte aan de zuidwestzijde, op de locatie waar het verblijf van de grote

bosmuis is aangetroffen, is geschikt. Er zijn hier struiken, bomen, rommelhoekjes, boomstronken, stenenstapels, plantenpotten en andere elementen aanwezig welke dekking bieden. Het is niet uitgesloten dat de grote bosmuis van dit gehele potentiële habitat gebruikt maakt. Het gaat echter niet om primair habitat, welke bestaat uit oude (open) eiken- en beukenbossen. Het overige areaal bestaat uit bebouwing of verharde delen welke niet genoeg dekking of foerageermogelijkheden bieden. Het is uitgesloten dat deze delen van het

Figuur 3.1: Alpenwatersalamander vrouwtje aangetroffen in de vijver in het plangebied.

plangebied leefgebied vormen voor de grote bosmuis. In optimale omstandigheden kunnen er in een gebied tot 60 individuen per hectare verblijven (Zoogdiervereniging). Omdat het plangebied echter niet behoort tot het optimale habitat ligt dit niet in de lijn der verwachtingen. Om echter rekening te houden met worst case scenario is uitgegaan van maximaal 20 dieren (60 per hectare).

De steenmarter is meerdere malen waargenomen op beide wildcamera s (figuur 3.2). Tweemaal is de steenmarter met prooi waargenomen. Tijdens de drie gerichte veldbezoeken zijn verse prooiresten (eierschalen) aangetroffen en uitwerpselen. De zolder is nog actief in gebruik als verblijfplaats. Gezien het feit dat de steenmarter ook met prooiresten is waargenomen op de wildcamera is niet op voorhand uit te sluiten dat er ook sprake is van een voortplantingslocatie.

Naast de steenmarter zijn enkele malen de huismuis en een huiskat waargenomen op de camerabeelden.

is er vaak een laag platgetrapte braakballen en/of prooiresten te vinden bij gebruik als nestlocatie. Er zijn geen indicaties aangetroffen dat er voortplanting heeft plaatsgevonden in de uilenkast. Er waren

Tijdens beide bezoeken overdag (4 mei en 6 juni) is de eekhoorn waargenomen in de omgeving van de vijver, vlakbij het eekhoornnest op het terrein. Aangenomen wordt dat de twee tijdens de quickscan aangetroffen eekhoornnesten nog in gebruik zijn. De nesten zelf waren door het inmiddels groene bladerdak niet meer te zichtbaar tijdens de veldbezoeken.

Er zijn tijdens twee bezoeken (6 juni en 23 juni) verse braakballen (figuur 3.3) gevonden onder de balk op zolder. Beiden waren afkomstig van een kerkuil. De kerkuil is tijdens de twee bezoeken aan de zolder niet waargenomen, evenals tijdens de drie avondbezoeken. Tijdens het laatste veldbezoek is de nestkast op de zolder onderzocht. Van nestbouw is bij kerkuilen geen sprake, hoogstens maken zij een ondiep kuiltje. Wel

Figuur 3.2: Steenmarter op de zolder (16 april 2023).

Figuur 3.3: Braakbal van de kerkuil op zolder.

slechts enkele oude braakballen aanwezig. De kast is door de kerkuil wel in gebruik (geweest) als roestplek. Zowel de balken op de zolder als de kast worden als roestplek gebruikt door de kerkuil.

Op de zolder was ook een zingende winterkoning aanwezig, zeer vermoedelijk heeft hij een nest op de zolder of in de omgeving. Buiten in omgeving van het woonhuis is tijdens alle drie te de bezoeken de zwarte roodstaart zingend waargenomen. Op het terrein, met name in de bosschages aan de noordzijde, waren zingende koolmezen, pimpelmees en merels aanwezig en een actieve nest van een ekster. In het meest zuidwestelijke gedeelte was meerdere malen een zingende kneu aanwezig. Tijdens het laatste avondbezoek (23 juni 2023) zijn jonge ransuilen gehoord. Dit waren takkelingen en deze bevonden zich buiten het plangebied (op circa 70 meter afstand, in de bomen direct ten zuidwesten van Slakweg 1a). Nesten geschikt voor de ransuil, welke een jaarrond beschermde status hebben, zijn in het

plangebied en de omgeving niet aangetroffen.

De vijver binnen het plangebied heeft een functie als voortplantingshabitat. Het omliggende terrein is op basis van expert judgement aangewezen als land- en overwinteringshabitat (bijlage 1). Door de werkzaamheden zal de vijver en het omliggende terrein, welke een essentiële functie hebben voor de Alpenwatersalamander, komen te verdwijnen. Het is ook niet uit te sluiten dat zonder het nemen van maatregelen individuele dieren mogelijk worden verwond of gedood. Dit is met name van toepassing tijdens roering van de bodem tijdens de overwinteringsperiode en tijdens het dempen van de sloot.

Door de realisatie van de nieuwbouw komt minimaal één verblijfplaats en leefgebied van de grote bosmuis te verdwijnen. Met name tijdens het bouwrijp maken van het terrein kunnen ook mogelijk dieren

verwond raken of gedood worden indien niet juist gehandeld wordt.

nog actief in gebruik. Het nest direct naast het plangebied zal verstoord worden tijdens de werkzaamheden.

Er is een verblijf van de steenmarter aanwezig op de zolder in de naastgelegen woning. Voor de realisatie van de nieuwbouw zal het verblijf niet worden aangetast. De woning zal op een later tijdstip worden gerenoveerd, de planning hiervoor is op moment van schrijven nog niet bekend. Tijdens de renovatie zal het verblijf komen te verdwijnen.

Ook zal het grootste deel van de bosschage komen te verdwijnen wat nu als foerageergebied dient voor de eekhoorn. In de directe omgeving (binnen een straal van 0 tot 1 km) zijn ruim voldoende geschikte bosschages aanwezig voor de eekhoorn om uit te wijken.

Tijdens de realisatie van de nieuwbouw zal wel in directe nabijheid van het verblijf gewerkt worden. Steenmarters zijn echter cultuurvolgers en zijn over het algemeen niet erg verstoringsgevoelig. Omdat het echter niet uitgesloten is dat het verblijf een mogelijke kraamfunctie heeft is mogelijk wel verstoring aan de orde tijdens de meer kwetsbare voortplantingsperiode (maart t/m 15 augustus).

Tijdens de werkzaamheden zal één nest van de eekhoorn komen te verdwijnen. Deze is

Er is een roestplek van de kerkuil aanwezig op de zolder van de naastgelegen woning. Op de locatie is geen voortplantingslocatie aanwezig. Voor de realisatie van de nieuwbouw zal de roestplek niet worden aangetast. Wel is mogelijk sprake van enige verstoring wanneer er met grote en luide apparatuur in directe omgeving van de woning wordt gewerkt. De woning wordt op een later, nog onbepaald moment gerenoveerd, hierbij komen zowel de roestplek op de balk als in de nestkast naar alle waarschijnlijk wel te verdwijnen.

Tijdens de realisatie van het project zullen ook enkele nestgelegenheden van algemene vogels komen te verdwijnen zoals bijvoorbeeld ekster, tjiftjaf, merel, zwarte roodstaart. Deze zijn buiten de broedperiode flexibel genoeg om nieuwe nestlocaties te vinden. Tijdens de werkzaamheden moet echter altijd voorkomen worden dat actieve nesten worden verstoord. Verstoring kan leiden tot permanente verlating van het nest waarin eieren of jongen verloren zullen gaan.

Er zal essentieel leefgebied, namelijk een voortplantingspoel en terrestrisch habitat, komen te verdwijnen tijdens de realisatie van de nieuwbouwwoningen. Conform art. 3.10 lid 1b is het verboden vaste voortplantings- en rustplaatsen van de Alpenwatersalamander (opzettelijk) te beschadigen of te vernielen. Zonder gepaste maatregelen is het niet te voorkomen dat dieren met name tijdens het bouwrijp maken van het terrein mogelijk

verwond of gedood worden, welke verboden is (artikel 3.10 lid 1a). Er is een ontheffing Wet natuurbescherming benodigd voor de Alpenwatersalamander vóór de start van de werkzaamheden. In de ontheffing zullen mitigerende en compenserende maatregelen verder worden uitgewerkt. Deze zullen o.a. bestaan uit: Het realiseren van een gelijkwaardige compensatievijver en het omringende habitat wordt geschikt gemaakt voor overwintering; Het voorkomen van doding van individuen door buiten de kwetsbare periode te werken. Grondroering kan niet worden uitgevoerd tijdens de terrestrische fase van de Alpenwatersalamander (september t/m februari); Dieren worden vóór de demping van de vijver weggevangen en verplaatst naar de compensatievijver. Dit gebeurd tijdens de periode waarin de Alpenwatersalamander aanwezig is in het water.

Voor de nieuwbouw zal minimaal één verblijf en leefgebied van de grote bosmuis moeten wijken (verbodsbepaling art. 3.10 lid 1b) waardoor een ontheffing Wet natuurbescherming nodig zijn. Minimaal één verblijfplaats en essentieel foerageer- en leefgebied zal komen te verdwijnen. Mitigerende en compenserende maatregelen worden verder uitgewerkt in de ontheffingsaanvraag.

Tijdens de renovatie van de woning komt het verblijf van de steenmarter te verdwijnen. Het aantasten van een verblijf is een overtreding van art. 3.10 lid 1b van de Wnb. Binnen provincie Limburg geldt echter een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit de Wnb tijdens ruimtelijke ontwikkelingen tussen 15 augustus en februari. De woning kan in deze periode vóór aanvang van de renovatie ongeschikt worden gemaakt voor de steenmarter. Indien dit wordt nageleefd is voor deze soorten geen ontheffing Wet natuurbescherming nodig. Wel zal er een

ecologisch werkprotocol moeten worden opgesteld om zorgvuldig werken te borgen. Het verblijf wordt niet aangetast tijdens de realisatie van de nieuwbouw. Omdat het echter mogelijk gaat om een kwetsbare voortplantingslocatie, is mogelijk wel verstoring aan de orde tijdens de kwetsbare periode (maart t/m 15 augustus) waarin geen vrijstelling geldt. Tijdelijke verstoring van dieren vallend onder art. 3.10 van de Wnb is in de regel niet verboden. Wel zal conform de zorgplicht (art. 1.11) noodzakelijke maatregelen moeten worden genomen om nadelige gevolgen te voorkomen. Geadviseerd wordt werkzaamheden direct rondom het huis op gepaste wijze uit te voeren binnen de kwetsbare periode. Op welke wijze de werkzaamheden moeten worden aangepast is afhankelijk van de aard, afstand en duur van de werkzaamheden. Er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld voor de steenmarter waarin deze maatregelen verder worden uitgewerkt.

Het aanwezige nest op het terrein zal moeten wijken voor de nieuwbouw, evenals

een groot deel van de bomen die nu dienen als foerageer- en leefgebied voor de eekhoorn. Het aantasten van verblijfplaatsen van de eekhoorn is wettelijk verboden (art. 3.10, lid 1b) maar in provincie Limburg geldt in maart, april en juli t/m november een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen. Geadviseerd wordt vóór de start van het bouwrijp maken van het terrein en binnen de vrijgestelde periode beide eekhoornnesten te verwijderen. Er is geen ontheffing Wet natuurbescherming benodigd indien in de vrijgestelde periode het nest vóór aanvang van de werkzaamheden verwijderd wordt. Het verwijderen van de boom moet wel gebeuren onder begeleiding van een ecoloog en de maatregelen moeten worden beschreven in een ecologisch werkprotocol.

De huidige roestplek blijft gehandhaafd tijdens het nieuwbouwproject. Verwacht wordt echter dat de roestplek op de balken en in de kast tijdens de geplande renovatie van de woning wel komt te verdwijnen. Ook rustplekken van de kerkuilen hebben een beschermde status (art. 3.1 lid 2 van de Wet

Kerkuil

natuurbescherming). Voor aantasting van de roestplek is een ontheffing Wet natuurbescherming benodigd. In de nabije omgeving worden vóór aanvang van het bouwrijp maken van het terrein voor de nieuwbouw twee kerkuilenkasten geplaatst. Deze worden alvast geplaatst in afwachting van de renovatie van de woning en zullen als compensatie dienen. Om te borgen dat de kerkuil ook tijdens de realisatie van de nieuwbouw voldoende uitwijkmogelijkheden heeft worden deze om deze reden eerder geplaatst dan benodigd is voor de renovatie van de woning. Hierdoor wordt verstoring van de kerkuil voorkomen, welke verboden is op grond van art. 3.1 lid 4. Deze twee kasten worden minimaal 3 maanden vóór aanvang van de werkzaamheden geplaatst conform de eisen uit het kennisdocument kerkuil.

Er broeden diverse algemene vogels in het groen op het terrein, in de bomen, struiken en rondom de woning. Geadviseerd wordt zoveel mogelijk buiten het broedvogelseizoen te werken. Hiervoor wordt

doorgaans maart t/m augustus aangehouden. Wanneer dit niet mogelijk is zal het terrein vóór aanvang van de werkzaamheden ongeschikt gemaakt moeten worden voor broedvogels door het groen (bomen en struiken) te verwijderen. Ook kan er, wanneer er binnen het broedvogelseizoen gewerkt wordt, vóór aanvang van de werkzaamheden een broedvogelcontrole worden uitgevoerd door een ecoloog. Dit wordt echter niet geadviseerd aangezien grote delen van het plangebied zeer kansrijk zijn voor broedvogels. Hierdoor is het risico op het (deels) stil komen te liggen van de werkzaamheden erg hoog. De maatregelen worden kort beschreven in een ecologisch werkprotocol.

Tenslotte zal er in het kader van de zorgplicht (art. 1.11) rekening gehouden moeten worden met aanwezige flora & fauna ongeacht of deze een beschermde status hebben of niet. Er dient waar redelijkerwijs mogelijk is zorg te worden gedragen voor alle aanwezige flora & fauna. Op het terrein zijn meerdere vrijgestelde en

niet beschermde soorten te verwachten zoals algemene muizen, egels en algemene amfibieën (kleine watersalamander, bruine kikker, gewone pad etc.). Maatregelen worden verder uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol waarin een invulling wordt gegeven aan zorgvuldig handelen. Maatregelen bestaan o.a. uit: Uitvoeren van een algemene inspectie door een ecoloog vlak vóór de aanvang van de werkzaamheden; Wegvangen en verplaatsen amfibieën vóór demping van de vijver; Zoveel mogelijk vanuit één richting werken; Alleen overdag werken.

Tabel 4.1: Samenvatting van de verwachte effecten op de aanwezige beschermde soorten en de voorgestelde vervolgstappen.

Soort

Beschermingsregime Wnb

Alpenwatersalamander Art. 3.10, Andere Soorten

(Mogelijke) effecten tijdens realisatie nieuwbouw Vernielen vaste rust- en

Vervolgstappen voor (Mogelijke) effecten realisatie nieuwbouw tijdens renovatie woning

Vervolgstappen voor renovatie woning

Aanvragen ontheffing

Geen

Geen

Aanvragen ontheffing

Geen

Geen

verblijfplaats Grote bosmuis

Art. 3.10, Andere Soorten

Vernielen vaste rust- en verblijfplaats

Steenmarter

Art. 3.10, Andere Soorten

Vernielen vaste rust- en

Opstellen ecologisch

Vernielen vaste rust- en

Opstellen ecologisch

(vrijgesteld tussen 15

verblijfplaats

werkprotocol

verblijfplaats

werkprotocol, ongeschikt maken

augustus t/m februari)

verblijf tussen 15 augustus en februari

Eekhoorn

Art. 3.10, Andere Soorten

Vernielen vaste rust- en

Opstellen ecologisch

(vrijgesteld maart, april en

verblijfplaats

werkprotocol, verwijderen

juli t/m november)

Geen

Geen

Vernielen vaste rust- en

Aanvragen ontheffing

nesten maart, april of juli t/m november

Kerkuil

Algemene broedvogels

Art. 3.1, Vogelrichtlijn

Verstoring

Opstellen ecologisch

(jaarrond beschermd,

werkprotocol en plaatsen 2 verblijfplaats

categorie 1)

alternatieve kasten

Art. 3.1, Vogelrichtlijn, Art.

Vernielen of beschadigen van Werken buiten

Vernielen of beschadigen van

Werken buiten broedseizoen

1.11 Zorgplicht

nesten, verstoring

nesten, verstoring

(maart t/m augustus) of

Diverse algemene

Art. 3.10, Andere Soorten

Vernielen rust- en

soorten

(vrijgesteld), Art. 1.11 Zorgplicht

broedseizoen (maart t/m augustus) of verwijderen

verwijderen groen vóór

groen vóór broedperiode

broedperiode

Zorgvuldig handelen en

Vernielen vaste rust- en

Zorgvuldig handelen en opstellen

verblijfplaatsen, doding en/of opstellen werkprotocol

verblijfplaatsen, doding en/of

werkprotocol

beschadiging van individuen

beschadiging van individuen

BIJ12. 2017. Kennisdocument Kerkuil Tyto alba. Versie 1.0, juli 2017. Delft, J.J.C.W. van (2009) Alpenwatersalamander Mesotriton alpestris. In: Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft, De amfibieën en reptielen van Nederland: 96-104. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey NLadviseurs. 2023. Quickscan Wet natuurbescherming tuincentrum Gronsveld. Projectnummer: 418.03.23.

Nationale Databank Flora en Fauna https://www.ndff.nl Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit https://minez.nederlandsesoorten.nl/soorten Provincie Limburg https://www.limburg.nl/@2018/soortenbescherming/ Ravon https://www.ravon.nl Sovon Vogelonderzoek Nederland https://www.sovon.nl Verspreidingsatlas https://www.verspreidingsatlas.nl Zoogdiervereniging https://www.zoogdiervereniging.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=27bc62f8-6412-432f-b415-cca0c1bca6bb