CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20241015 07l Bijlage 3 bij motivering Archeologie

* Raadsvergaderingen 15 oktober 2024, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Vaststellen Tijdelijk Alternatieve Maatregel (TAM) - Omgevingsplan Slakweg Gronsveld12.363 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 23010 Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O verkennend booronderzoek).

Rob Paulussen Anneleen Van de Water

Februari 2024

ArcheoPro

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 2

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 23010 Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O verkennend booronderzoek). Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (zaaknummer) Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde overheid Opslagplaats documentatie ISSN Auteur(s) Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie

Laudy Vastgoedontwikkeling, Irenelaan 8, 6133 BG Sittard 22-219 ArcheoPro Rapport Tuincentrum Gronsveld 2024 02 02 02-02-2024 Definitief 5333350100 Gemeente Eijsden-Margraten A.M.I. van Waveren Provinciaal depot Limburg, E-depot, Archis, depot ArcheoPro 1569-7363 Rob Paulussen (actorregistratie 98005942) Anneleen Van de Water (actorregistratie 36360291) Rob Paulussen (actorregistratie 98005942) Rob Paulussen (actorregistratie 98005942) Anneleen Van de Water (actorregistratie 36360291) Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Niet van toepassing Drs. R.P.A. Paulussen, senior KNA archeoloog

Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2023 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland

Versie: 02-02-2024

Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl

Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 3

Inhoudsopgave SAMENVATTING ........................................................................................................................................ 4 1. INLEIDING ............................................................................................................................................... 6 1.1 ALGEMEEN .................................................................................................................................................................................................... 6 1.2 LOCATIEGEGEVENS (LS02) .................................................................................................................................................................. 6 1.3 HUIDIGE SITUATIE (LS01) .................................................................................................................................................................... 7 1.4 AARD VAN DE INGREEP (LS01) ............................................................................................................................................................

9 1.5 ONDERZOEK EN VRAAGSTELLING (LS01)........................................................................................................................................10 1.6 BELEID EN RANDVOORWAARDEN ............................................................................................................................................................10

2 BUREAUONDERZOEK ......................................................................................................................... 11 2.1 METHODE EN BRONNEN ...........................................................................................................................................................................11 2.2 GEO(MORFO)LOGIE EN BODEM (LS04) ...........................................................................................................................................12 2.3 RESULTATEN MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK ...............................................................................................................................15 2.4 REFERENTIEPROFIEL.................................................................................................................................................................................16 2.5 ARCHEOLOGIE (LS01/LS04) .........................................................................................................................................................21 2.6 INFORMATIE AMATEURARCHEOLOGEN (LS01/LS04) ..................................................................................................................24 2.7 HISTORIE (LS03)

............................................................................................................................................................................28 2.7 GESPECIFICEERD ARCHEOLOGISCH VERWACHTINGSMODEL (LS05) ...........................................................................................32 2.8 ONDERZOEKSSTRATEGIE (LS05) ......................................................................................................................................................35

3 VELDONDERZOEK ............................................................................................................................... 37 3.1 VERRICHTE WERKZAAMHEDEN (VS03) ...........................................................................................................................................37 3.2 RESULTATEN EN INTERPRETATIE BOORONDERZOEK (VS03) ......................................................................................................37

4 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

(VS07) .............................................................................. 43

4.1. CONCLUSIES ...............................................................................................................................................................................................43 4.2. SELECTIEADVIES .......................................................................................................................................................................................43

5. LITERATUUR EN BRONNEN ............................................................................................................ 44 6. BIJLAGEN ............................................................................................................................................... 46 BIJLAGE 1: VERKLARENDE WOORDENLIJST ..................................................................................................................................................46 BIJLAGE 2: ARCHEOLOGISCHE TIJDSCHAAL...................................................................................................................................................46 BIJLAGE 3: OVERZICHT VONDSTLOCATIES ....................................................................................................................................................47 BIJLAGE 4: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE MONUMENTEN ........................................................................................................................48 BIJLAGE 5: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSMELDINGEN .....................................................................................................48 BIJLAGE 6: BOORBESCHRIJVING ......................................................................................................................................................................50 BIJLAGE 7:

BORINGEN MILIEUKUNDIG BOORONDERZOEK GEONIUS .........................................................................................................53

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 4

Samenvatting In maart 2023 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op het plangebied Tuincentrum Gronsveld te Gronsveld, gemeente EijsdenMargraten. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) middels verkennende boringen en een bureaustudie. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: Kan op basis van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Het plangebied ligt op een lösswand in het zuidwesten van het Zuid-Limburgse lössgebied, op de overgang van het plateau van Margraten naar het huidige Maasdal. Historisch gezien, ligt het plangebied in een agrarisch gebied met boomgaarden en weilanden die bij de oude kern van Gronsveld hebben behoord. De historische boerderij binnen het plangebied dateert uit 1865.

Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor resten van nederzettingen vanaf het laat paleolithicum t/m de Romeinse tijd. Ter plaatse van de bestaande historische boerderij zullen eventuele voorgaande archeologische resten daterend van vóór 1865 als gevolg van maaiveldverlaging zijn verdwenen c.q. sterk zijn aangetast. Ter plaatse van de alluviale afzettingen bestaande uit ware zavel en klei zoals aangeduid op de bodemkaart van Nederland kunnen vanwege de situering op het pleistocene terras van Eijsden-Lanklaar resten van bewoning uit het middenpaleolithicum worden verwacht. Voor grafresten geldt een middelhoge verwachting tot en met de Romeinse tijd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat het de oorspronkelijke bodem binnen het plangebied volledig uit primaire, eolisch lössleem behorend tot het laagpakket van Schimmert van de formatie van Boxtel bestaat. Er zijn in de top van deze eenheid enkel ACbodemprofielen aangetroffen; de verwachte reguliere leembrikgrond ontbreekt volledig. Voor het ontbreken van deze holocene bodem lijkt bodemerosie en/of menselijk handelen (terreinegalisaties) de meest voor de hand liggende verklaring. Binnen het noordwestelijke deel van het plangebied is een relatief dunne afdekkende laag (post)middeleeuws colluvium aangetroffen.

De alluviale zavel en kleiafzettingen zijn niet aangetroffen. De archeologische verwachtingswaarde kan voor het plangebied integraal worden bijgesteld naar laag, met uitzondering van ondergrondse bouwhistorische elementen behorend bij de 19e eeuwse boerderij. Geadviseerd wordt om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 5

Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) op de topografische kaart.1 De cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.

1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 6

1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoering bureaustudie Datum uitvoering veldwerk Archis onderzoeksmelding Onderzoekskader Bevoegde overheid Deskundige namens de bevoegde overheid Bewaarplaats vondsten Bewaarplaats documentatie

1.2 Locatiegegevens

Hoekcoördinaten plangebied (bounding box)

Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik

Hoogteligging Bepaling locaties

Versie: 02-02-2024

Niet van toepassing Provinciaal depot Limburg, E-depot, Archis, ArcheoPro

(LS02)

Provincie Gemeente Plaats Adres Globale ligging

Kadastrale ligging

Laudy Vastgoedontwikkeling, Irenelaan 8, 6133 BG Sittard Martijn Elders Maart 2023 20 maart 2023 5333350100 Wijziging bestemmingsplan Gemeente Eijsden-Margraten Mevr. A.M.I. van Waveren

Limburg Eijsden-Margraten Gronsveld Rijksweg 6 Het plangebied ligt in de noordwestelijke zijde van de gemeente Eijsden-Margraten, ten noorden van de kern van Gronsveld. De wegen Köbbesweg, Maastrichterweg, Rijksweg en Slakweg begrenzen het plangebied. Binnen het plangebied ligt de Bloemisterij / Tuincentrum Gronsveld (Rijksweg 6 te Gronsveld). Figuur 1. 178880 / 314007 178880 / 314137 179049 / 314137 179049 / 314007 GVD01-A-3271 GVD01-A-3295 GVD01-A-3213 GVD01-B-1779 (deels) GVD01-B-3111 (deels) GVD01-B-3112 (deels) 0,91 Hectare particulier Het plangebied is in gebruik als een tuincentrum en is deels bebouwd met kassen en opstallen en deels in gebruik als parkeerterrein en/of (sier)tuinen. Figuur 2. 53,7 58,3 m +NAP GPS Garmin, meetlinten

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 7

Figuur 2: Luchtfoto2 uit 2021. Het plangebied is rood omlijnd.

1.3 Huidige situatie

(LS01)

Het plangebied ligt ten noorden van de kern Gronsveld, zowat ingeklemd tussen de Rijksweg, De Köbbesweg en de Maastrichterweg. De Slakweg vormt deels een grens en deels een doorsnijding van het plangebied. Momenteel wordt het plangebied als tuincentrum gebruikt en is het bebouwd met tuinkassen en (verhoogde) plantenbakken. De grondroering die gepaard is gegaan met de aanleg van de infrastructuur van het tuincentrum is naar verwachting beperkt, maar egalisatie heeft mogelijk wel plaatsgevonden. Een gedeelte van het plangebied is (semi) verhard. Ook hierbij heeft beperkte grondroering plaatsgevonden. Gedetailleerde informatie hierover is niet beschikbaar. Figuur 3a geeft een algemene foto impressie van het plangebied. In het oostelijke deel van het plangebied ligt een oude U-vormige hoeve die deels is ingegraven in een flauw talud. Figuur 3b. Volgens de huidige eigenaar c.q. verkopende partij dateert deze hoeve uit 1865. Dit zou kunnen kloppen voor het centrale en noordelijke deel van de hoeve. Het zuidelijk bouwvolume is echter van jongere datum (gezien de bouwstijl en het baksteen- c.q. mortelgebruik). Bouwtekeningen zijn niet geraadpleegd.

2 Bron: http://www.pdok.nl

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 8

Figuur 3a. Foto impressie van het tuincentrum.3

Figuur 3b. foto impressie van de hoeve.4 3

.

4

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 9

Volgens de KLIC liggen er enkel langs de Köbbesweg, buiten het plangebied, kabels en leidingen. Gezien het huidige gebruik lijkt het niet aannemelijk dat dit een reële situatie is. Allicht lopen ook kabels en leidingen in het plangebied om de woningen, bedrijfsgebouwen en tuincentrum van nuts te voorzien. De ligging is echter niet inzichtelijk. Andere (ondergrondse) structuren, zoals olietanks, zijn niet bekend.

1.4 Aard van de ingreep (LS01) Aard ingreep

Wijze fundering Onderkeldering Diepte bodemverstoring Verwachte wijziging grondwaterstand Toekomstige ligging boven- en ondergrondse infrastructuur Toekomstige ligging verharding

Het planvoornemen bestaat uit een volledige herontwikkeling van het plangebied. Het tuincentrum wordt volledig weggehaald en vervangen door de bouw van woningen. Gedetailleerde bouwplannen zijn (nog) niet beschikbaar ten tijde van het opstellen van het bureauonderzoek, een schetsontwerp is er wel. Figuur 4. Onbekend Onbekend Onbekend Niet van toespassing Onbekend Onbekend

Figuur 4. Schetsontwerp van het planvoornemen.5

5 Aangeleverd door opdrachtgever, februari 2023.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 10

1.5 Onderzoek en vraagstelling (LS01) In maart 2023 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op het plangebied Tuincentrum Gronsveld te Gronsveld, gemeente EijsdenMargraten. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) middels verkennende boringen en een bureaustudie. Bureauonderzoek heeft tot doel om alle beschikbare informatie te bundelen. Vervolgens kan deze gebruikt worden om te komen tot een gespecificeerde archeologische (verwachtings)waarde. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Aan de hand van de resultaten hiervan kan worden vastgesteld of binnen het plangebied daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn. Op welke diepte deze (kunnen) voorkomen en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: Kan op basis van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Indien beantwoord met ja, dient deze bijstelling te worden toegelicht.

In Nederland dient het vaststellen van de archeologische (verwachtings)waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P.A. Paulussen (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector), lic. A.E.M. Van de Water (senior KNA archeoloog) en drs. ing. P.J. Orbons (GIS-ondersteuning) conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.1 en SIKB BRL 4000). ArcheoPro is in het bezit van het daarvoor vereiste SIKB BRL 4000 certificaat 4002 en 4003 (IVO o).

1.6 Beleid en randvoorwaarden Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld.6 Dit beleid is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan, Gronsveld en Rijkholt 2013.7 Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid en het bestemmingsplan, valt het plangebied in een zone van middelhoge archeologische verwachting. Aan deze zonering heeft het gemeentelijke beleid de vrijstellingsgrenzen van 50 cm -mv en 500 m² gekoppeld. Om in deze zones een wijziging van het bestemmingsplan te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer bij overschrijding van de vrijstellingsgrens, een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente EijsdenMargraten heeft geen aanvullende uitvoeringskaders voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek. 6 Gemeente Eijsden-Margraten. 7 NL.IMRO.1903.BPLkom11000-VG01, vastgesteld 28 mei 2013.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 11

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.1, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren. Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; Aanmelden onderzoek bij Archis; Beschrijven huidig gebruik; Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; Opstellen gespecificeerde verwachting; Opstellen rapport bureauonderzoek.

Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Archeologische MonumentenKaart (AMK) ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 Bodemkaart van Nederland 1:50.000 De geschiedenis van het Zuid-Limburgse cultuurlandschap, J. Renes 1988 Gemeente Eijsden-Margraten, Archeologische beleidskaart Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 Geologische kaart 1:50.000 Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Limburg 1:25.000 18941926 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 Bovenstaande bronnen zijn gebruikt omdat deze relevante informatie bevatten over de historische en/of archeologische en/of aardkundige achtergrond van het plangebied. De informatie uit deze bronnen wordt gebruikt voor het opstellen van de gespecificeerde verwachting. Niet opgenomen bronnen hebben geen relevante informatie opgeleverd en zijn verder niet beschreven.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 12

De kaart Archeologie in Nederland is een combinatie van de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Hierop zijn bekende behoudenswaardige archeologische terreinen verzameld, gecombineerd met de trefkans (hoog, middelhoog, laag) op archeologische resten. Sinds 2014 wordt de AMK niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De huidige AMK kan dan ook beschouwd worden als een statisch bestand. De IKAW bevat een vlakdekkende en landsdekkende classificatie van de trefkans op archeologische resten. Deze trefkans is gebaseerd op een kwantitatieve analyse en op archeologisch inhoudelijke kennis van het bodemarchief. De kaart geeft een globaal beeld van de trefkans op archeologische resten in de bodem en onder water. Deze trefkans wordt per gebied van 50 gebieden tijdens het maken van deze versie van de IKAW geen bodemkundige of geologische gegevens beschikbaar waren. Het gaat hier vooral om bebouwde gebieden.

2.2 Geo(morfo)logie en bodem (LS04) Het plangebied ligt in het zuidwesten van het Zuid-Limburgse lössgebied, op de overgang van het plateau van Margraten naar het huidige Maasdal met de holocene en laat-glaciale rivierdalbodem (zie figuur 5).

Figuur 5: Hoogtekaart van Zuid-Limburg. De rode stip geeft de ligging van het plangebied weer.8 8 Bron ondergrond: www.ahn.nl

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 13

Volgens de geoologische kaart van Nederland ligt het plangebied op het middenterras van Eijsden-Lanklaar (figuur 8). De erosieterrassen van de Maas zijn ontstaan doordat de rivier onder invloed van klimaatsveranderingen en variaties in tektonische activiteit afwisselend grote hoeveelheden sediment deponeerde en zich in zijn eigen afzettingen insneed (figuur 6). De ondergrond van het terras van Eijsden-Lanklaar bestaat uit een dik pakket grof Maasgrind en zand (afzettingen van Caberg, formatie van Beegden), die zijn afgezet tijdens het MiddenPleistoceen (Vroeg-Saalien), circa 270.000 miljoen jaar BP.9 Deze fluviatiele terrasafzettingen zijn tijdens met name de laatste ijstijd (het Weichseliën) afgedekt met een pakket eolische löss (leem) behorende tot het laagpakket van Schimmert, formatie van Boxtel. De dikte van het lösspakket kan plaatselijk meer dan tien meter bedragen maar varieert sterk mede als gevolg van erosie.

Figuur 6: Schematische weergave van het oost-westprofiel over het huidige Maasdal bij Maastricht en de oudere terrasniveaus van de pleistocene West-Maas.10 Het reliëf van de met löss bedekte Maasterrassen wordt mede bepaald door de zogenaamde droogdalen, in eerste instantie ontstaan onder periglaciale omstandigheden gedurende de laatste fase van de laatste ijstijd en eventueel verdiept onder invloed van ontbossing gedurende het Holoceen. Op de relatief jonge terrassen zoals deze, zijn de droogdalen vrij ondiep. Door bodemerosie en colluviumvorming maar ook door het ploegen kunnen de oorspronkelijk diepere droogdalen weer zijn opgevuld. Secundaire colluviale löss onderscheidt zicht van primaire eolische löss door de aanwezigheid van een zeer fijne sedimentaire gelaagdheid (< 2 mm), een relatief slappe structuur en het veelal voorkomen van donkere humuslaagjes en overige al dan niet antropogene insluitsels zoals grind, kalkbrokjes, steenkool, baksteen en aardewerk. Lösscolluvium is altijd kalkloos tenzij er ook erosieproducten afkomstig van andere kalksteenhoudende formaties in zitten. 9 Felder en Bosch 1989, Paulissen 1973, Van den Bergh 1996. 10 Bron: Kerkstra 2007.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 14

Een tweede belangrijk onderscheid tussen de primaire eolische löss uit het Weichselien en het jongere, Laat-Holocene colluvium zijn bodemvormingkenmerken. In de oorspronkelijke eolische löss op de plateaus, zijn gedurende het holoceen zogenaamde leembrikgronden ontstaan met een kenmerkende lutumrijke B-horizont. In de door erosie gevormde secundaire löss op de hellingen en in de dalen worden polder- en ooivaaggronden zonder een duidelijke B-horizont aangetroffen. Het plangebied ligt geomorfologisch gezien op een lösswand (figuur 9, legenda-eenheid 11A51). Deze vormt de overgang tussen een met löss bedekt tussenterras van de Maas (figuur 9, legenda-eenheid 6E42l) ten oosten van het plangebied en de huidige Holocene rivierdalbodem van de Maas (figuur 9, legenda-eenheid 43R41H). Het plangebied grenst in het noordwesten aan een droogdal dat vanuit het noordoosten het terrasniveau van Eijsden-Lanklaar afwatert en circa 200 meter ten zuidwesten van het plangebied in het Maasdal uitmondt (figuur 9, legenda-eenheid 22R21ydl). Circa vijfhonderd meter ten oosten van het plangebied ligt de westelijke helling van het circa vijftig meter hoger gelegen Plateau van Margraten (afzettingen van Pietersberg 1).

Deze terrashelling bestaat uit een steile afbraakwand, al dan niet met löss bedekt (figuur 9, legendaeenheid 17A41yl) met aan de voet daarvan een minder steile lösswand (figuur 9, legendaeenheid 11A51). Op de steile afbraakwand ligt het Savelsbos. Door erosie en de aanleg van groeves dagzomen hier plaatselijk oudere afzettingen van de Maas en kalksteen met vuursteen uit het Boven-Krijt. Iets meer naar het zuiden liggen in het Savelsbos de middenneolithische vuursteenmijnen van Rijckholt-St. Geertruid. De lösswand aan de voet van de helling bestaat naar verwachting uit colluviale afzettingen afkomstig van het Plateau van Margraten. Het smalle droogdal dat pal langs het plangebied loopt, vormt de begrenzing van twee apart onderscheiden terrasniveaus binnen het terras van Eijsden-Lanklaar (figuur 9, legendaeenheden 5E42l en 6E42l). Dit suggereert dat het plangebied juist op de overgang van het lager gelegen en dus iets jongere zuidelijke deel van het terras van Eijsden-Lanklaar naar het iets hoger gelegen noordelijke deel ligt. De onderverdeling van het terras in twee subterrasniveaus is door de nivellerende werking van het afdekkende lösspakket niet meer herkenbaar op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, figuur 10).

Het droogdal dat pal ten noordwesten van het plangebied loopt en waardoor het plangebied in noordwestelijke richting geleidelijk afloop is op het AHNhoogtebeeld als zodanig herkenbaar. Binnen het uiterst oostelijke deel van het plangebied ter plaatse van de boerderij komen volgens de bodemkaart van Nederland radebrikgronden in siltige leem voor (figuur 11, legenda-eenheid Bld6). In het noordwestelijke deel van het plangebied liggen ooivaaggronden in siltige leem met roest beginnend dieper dan 80 cm (figuur 11, legendaeenheid Ldh6). De radebrikgronden zijn nog volledig intacte bodems met een A-E-Bt-BC-C profielopbouw en gekenmerkt door de als gevolg van lutum- en ijzeraanrijking relatief vaste, roodbruine Bt-horizont (zie ook paragraaf 2.3). Het voorkomen van dit type bodems wijst er op dat er geen of nauwelijks bodemerosie heeft plaatsgevonden. De dikte van het lösspakket waarin deze bodems zijn gevormd is niet bekend. De ooivaaggronden zijn zwak ontwikkelde bodems met een A-C profielopbouw, ontstaan in laat-holoceen colluvium dat is afgezet in een hellingvoet of een daluitspoelingswaaier (colluviale lob). Aannemelijk is dat er een duidelijk genetisch-oorzakelijk verband bestaat tussen de situering van droogdalen en het voorkomen van ooivaaggronden in colluvium. De vraag is echter in hoeverre de kartering van de ooivaaggronden gebaseerd is op de

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 15

geomorfologie van het gebied, waardoor de feitelijke situatie kan afwijken van het kaartbeeld. De dikte van het colluvium kan sterk variëren en zowel binnen het colluviumpakket als aan de onderzijde ervan kunnen resten van oude (leembrik)bodems of vegetatiehorizonten voorkomen. Het centrale deel van het plangebied wordt volgens de bodemkaart in beslag genomen door ooivaaggronden in zware zavel en klei (figuur 11, legenda-eenheid KRd7). Dit bodemtype is kenmerkend voor oudere dalbodemafzettingen van de Maas binnen het huidige laat-glaciale en holocene Maasdal en zijn zondermeer atypisch voor midden-pleistocene terrasniveaus. Indien de kartering klopt, betekent dit dat binnen dit deel van het terras geen löss is afgezet c.q. deze volledig is verdwenen waardoor de alluviale geulafzettingen van Maas uit het Saalien aan de oppervlakte zijn komen te liggen. Indien dit het geval is, kunnen vroeg- en middenpaleolithische vondstniveaus zoals deze in de jaren tachtig van de vorige eeuw in de Belvédère-groeve bij Maastricht zijn aangetroffen, aan de oppervlakte liggen.

2.3 Resultaten milieukundig bodemonderzoek In december 2022 en januari 2023 is door Geonius een milieukundig verkennend booronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. In totaal zijn hiertoe binnen het plangebied 42 boringen verricht variërend van 0,5 tot 5,0 m diep. De situering van de boringen en de boorresultaten zijn integraal weergegeven in bijlage 7. Een groot deel van de boringen is slechts tot 0,5 m mv doorgezet en bieden daardoor vanuit archeologisch perspectief onvoldoende inzicht in de bodemopbouw en bodemgenese. Het merendeel van de diepere boringen tonen onder een antropogene ophogingslaag overwegend sterk zandige leemafzettingen met een neutraal bruinbeige kleur. Ter plaatse van de binnenplaats van de boerderij zijn in deze leem antropogene deeltjes bestaande uit baksteen, sintels en baksteen tot 2,0 m mv (bijlage 7, boring 25A). Aan de westzijde van de boerderij is in boring 27N een ophoogpakket vastgesteld tot 1,5 m mv waarna er sprake is van een overgang naar matig grof grind. De grindlaag betreft zeer waarschijnlijk Maasterrasgrind. De bovenliggende leemlaag kan op basis van de vermelde kleur worden beschouwd als een lössafzetting. De boorbeschrijvingen tonen voor zover deze bodemkundig kunnen worden geïnterpreteerd geen Bt-horizonten als onderdeel van en leembrikgrond zoals verwacht op basis van de bodemkaart van Nederland.

Aanduidingen van zware zavel en klei die kunnen duiden op de alluviale ooivaaggrond ontbreken eveneens.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 16

2.4 Referentieprofiel Brikgronden

worden

gekenmerkt

door

de

80 cm mv begint. Een briklaag is een veelal roodbruine laag waarin door de inspoeling van lutum een textuur-B oftewel Bt-horizont is ontstaan. Deze laag is vrij stug ten opzichte van de bovenliggende A- en E-horizonten. Om als briklaag te kwalificeren dient de lutum-inspoelingshorizont tenminste 15 cm dik te zijn en minimaal 8% lutum te bevatten. De maximaal waargenomen dikte bedraagt ruim 60 cm. Brikgronden komen voor in oude rivierkleigronden maar vooral in de Zuid Limburgse lössgronden. Radebrikgronden zijn droge (xeromorfe) brikgronden die vooral voorkomen op de hooggelegen, vlakkere plateaus. Door de uitspoeling van lutum en ijzeroxiden is de E-horizont veelal lichter van kleur en ook minde stug. Wanneer door erosie de toplaag is verdwenen en de briklaag aan of nabij het maaiveld ligt, spreekt men van een bergbrikgrond. In radebrikgronden begint de briklaag op 40 tot 50 cm mv. Komen in de briklaag onder invloed van periodiek meer grondwater duidelijke gleyverschijnselen voor (roestvlekken), dan spreekt men van daalbrikgronden.

Figuur 7: Voorbeeld van een radebrikgrond onder bouwland in löss bij St. Geertruid. N Paulussen).

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 17

Figuur 8: Uitsnede uit de geologische kaart. 11 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. löss

Maasterrasafzettingen / hellingafzettingen

holocene Maasdal afzettingen

beekdalafzettingen

11 Bron: RGD 1988

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 18

Figuur 9: Uitsnede uit de geomorfologische kaart. 12 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

12 Bron: Universiteit Wageningen, 2017

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 19

Figuur 10: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. 13 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

13 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 20

Figuur 11: Uitsnede uit de bodemkaart.14 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

14 Bron: Universiteit Wageningen, 2017

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

2.5 Archeologie

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 21

(LS01/LS04)

Volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW 3.0; figuur 12 en 13) ligt het plangebied deels in een zone met een lage archeologische verwachting en deels in een zone met een hoge archeologische verwachting. Het verwachtingsmodel van de IKAW gaat enkel uit van uitgangspunten voor bewoning. De gemeentelijke beleidskaart is van recentere datum dan de IKAW en gaat uit van andere uitgangspunten. De gemeentelijke kaart is niet alleen maar gericht op bewoningscomplexen, maar spreekt een verwachting van eender welke vorm van land(schaps)gebruik uit. De gemeentelijke beleidskaart (figuur 14) plaatst het plangebied geheel in een zone met een hoge verwachting. Het plangebied ligt niet binnen een archeologisch terrein. Binnen het onderzoeksgebied liggen vier terreinen: AMK terrein 11248 en 16403 liggen op korte afstand van het plangebied; AMK terrein 8835 en 15364 liggen aan de randen van het onderzoeksgebied (en grotendeels erbuiten). De navolgende beschrijvingen van de AMK terreinen zijn letterlijk overgenomen uit de Archis-databank. Terrein 11248: Terrein van zeer hoge archeologische waarde met sporen van bewoning (mogelijk villa-complex) uit de Romeinse tijd. De exacte locatie van de nederzetting was lange tijd niet bekend. Op grond van 19de-eeuwse vondstmeldingen (zaaknummer 3133925100) werd een meldingsgebied aangegeven.

De vondstmelding betreft een terrein waar Romeinse bouwresten (zoals dakpanfragmenten en bouwstenen), stukjes aardewerk en ijzer (o.a. lanspunten, slakken) gevonden zijn. Tijdens een veldcontrole in 1994 werden in het noordwestelijk deel van het meldingsgebied, een boomgaard, geen aanwijzingen gevonden voor een Romeinse nederzetting. Het zuidelijk deel bestaat uit grasland. Hier werden in molshopen en op open plekken wel aardewerk scherven uit de Romeinse tijd (en jongere perioden) aangetroffen. Uit de boringen bleek dat er sprake is van een dun akkerdek over zavelige en grindige afzettingen van een oud rivierterras. Het bodemprofiel maakt geen verstoorde indruk, waardoor eventuele grondsporen nog goed bewaard zullen zijn. Uit documentatie blijkt dat Bloemers hier in 1969 een verkenning uitvoerde "179.00/313.70. Plaatselijk veel rood puin en mergel. Diepte minstens 70 cm. Geen aardewerk. Boomgaard moeilijk te verkennen." (zaaknummer 3035745100). Er wordt geen datering genoemd. Een zuidelijker gelegen, in 1880-1882 ontdekt Romeins grafveld dat volgens de oorspronkelijke opzet binnen de grenzen van het monument zou liggen, is erbuiten gebleven. Terrein 16403: Terrein van hoge archeologische waarde met bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Het betreft de oude dorpskern van Gronsveld.

In de 12de eeuw is in Gronsveld een burcht gebouwd en in 1586 is Gronsveld een graafschap geworden. Gronsveld is een voorbeeld van een lineaire nederzetting. De vorm is hier gebaseerd op de hoogteverschillen in het terrein: de oudste delen van deze dorpen worden gevormd door een enkele rij huizen aan één zijde van de weg op de grens van de hoge akkers en de lagere graslanden. Een boer verminderde hiermee zijn loopafstanden tussen boerderij, bouw- en weiland tot het minimum. Op de archeologische monumenten kaart (AMK) zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19de-eeuwse en vroeg 20ste-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren worden in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning verwacht, maar ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Terrein 8835: Terrein van archeologische waarde met sporen van vuursteenwinning uit het Neolithicum. Het Keerderbosch is al sinds 1927 bekend als prehistorische winplaats van vuursteen. Tijdens een geologische veldkartering in 1971 werden ook in de helling van de aansluitende Riesenberg verspreide afslagen van het Valkenburgtype vuursteen

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 22

aangetroffen, afkomstig uit de (vuursteenvoerende) kalksteen van Emael. Bij onderzoekingen op andere locaties in de regio met soortgelijke kenmerken, bleken zich in de bodem sporen van vuursteenwinning te bevinden. Tot begin 2006 is op de Riesenberg geen gravend onderzoek verricht. De exacte begrenzing van de exploitatiezone is derhalve niet aan te geven, maar een strook van honderden meters is op andere locaties niet ongewoon. Uit het Keerderbosch zijn onder meer hertshoornen winningswerktuigen bekend. In 2006 zijn vanwege de provincie de Limburgse terreinen van Archeologische Betekenis geherwaardeerd. Op basis van de beschikbare gegevens werd de status van het onderhavige monument verhoogd tot Archeologische Waarde. Terrein 15364: Het betreft twee nederzettingsterreinen uit de steentijd (vindplaats 2 en 3); eerstgenoemde op de flank naar een hoogwatergeul. Op beide plaatsen zijn in verschillende boringen vuurstenen artefacten aangetroffen. Op vindplaats 2 bevindt het steenmateriaal zich tussen 15 en 30 cm onder het maaiveld in de oude rivierklei. Er is geen aardwerk op deze plaats gevonden. De oude rivierafzettingen worden op deze vindplaats afgedekt door jonger sediment. In boring 18, in het midden van dit terrein, werd op een diepte van 55 cm onder het maaiveld een laag grind en stenen aangetroffen.

Deze in zogenaamde keiennesten voorkomende stenen zijn vermoedelijk afgezet na afsmelting van ijsschotsen uit de Maas. Het is mogelijk dat dit een aanwijzing is voor erosie van het oude rivierklei-oppervlak. Op vindplaats 3 ligt de top van de oude rivierklei binnen het bereik van de ploeg. Naast vuursteen, is op deze plaats in een boring kwarts aangetroffen en in een boring prehistorisch aardewerk. Onder de vondsten aangetroffen tijdens het waarderend onderzoek, bevinden zich een fragment van een geslepen bijl, een gebroken spitskling van Rijckholt-vuursteen en twee bijlfragmenten van Valkenburg-vuursteen. Het feit dat een groot aantal artefacten aan de oppervlakte gevonden is, betekent dat de top van de oude rivierklei (het oude loopvlak) aangeploegd is. Een deel van vindplaats 3 is dus verstoord. Wanneer de situatie op de plek van vindplaats 2 wordt vergeleken met de opgraving te Maastricht-Vogelzang, is het aannemelijk dat juist in de randzone van de geul eventueel aanwezige grondsporen goed geconserveerd zijn. Binnen het plangebied zijn tot op heden nog geen archeologische vondsten gedaan. Binnen het onderzoeksgebied zijn een groter aantal vondsten bekend (n = 17). Het gros ligt hiervan op een andere geomorfologische eenheid (zoals een rivierdalbodem). Deze vondsten zijn voor voorliggend plangebied derhalve veel minder of zelfs niet relevant.

Enkel de relevante vondstmeldingen worden uitgebreid beschreven. Voor een compleet overzicht van de binnen het kaartbeeld aanwezige waarnemingen en/of vondsten wordt verwezen naar bijlage 3. De relevante vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied betreffen de zaaknummers 2963486100, 2847875100, 2194017100, 3005523100, 2977004100, 2791085100, 3232575100, 3123151100, 3133925100, 3035745100, 3134281100, 2917583100, 3134362100 en 3232559100. Zaaknummer 2963486100 betreft diverse objecten uit vuursteen uit het neolithicum. Het betreft zowel afslagen als werktuigen, waaronder minimaal één pic. Het bijhorend complextype is onbekend. Zaaknummer 2847875100 betreft een midden paleolithische Levalois afslag. Grootste lengte is 12 cm en de grootste breedte 10,2 cm. Het bijhorend complextype is onbekend. Zaaknummer 2194017100 is het resultaat van archeologisch onderzoek.15 Binnen het plangebied werden verschillende vondsten aangetroffen verspreid over verschillende boringen. In de Ap- en E-horizont van boring 1 werden een zestal vuurstenen fragmenten aangetroffen die werden gedetermineerd als afvalmateriaal van vuursteenbewerking. 15 Deville & Paulussen 2008.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 23

Daarnaast werd er ook een fragmentje verbrande leisteen in de ploegvoor aangetroffen. Op een diepte van 80 centimeter werd, in de Bt-horizont, een afgehaakt fragmentje donkergrijze vuursteen waargenomen dat eveneens afvalmateriaal van vuursteenbewerking is. In de Bthorizont van boring 2 werd een klein afvalfragment, gerelateerd aan vuursteenbewerking gevonden. In de Ap-horizont van boring 3 werd een klein proximaal deel van een geelbruine afgebroken kling aangetroffen. Een deel van de mediaal en de distaal was afgebroken. Op het breukvlak werden enkele recente retouches waargenomen die mogelijk door recente beploeging werden aangebracht. In de C-horizont van boring 6 werd een afslag in donkergrijze vuursteen en een klein afslagje in grijze vuursteen aangetroffen. Zaaknummer 3005523100 betreft een bronzen dekseltje van een doosje of pijp (vonkenvanger?). Datering in de late middeleeuwen. Zaaknummer 2977004100 betreft een losse vondst van een Flint-Rechteckbeil uit Valkenburgvuursteen uit het midden of laat neolithicum. Zaaknummer 2791085100 betreft de vondst van een Romeinse tegula. Mogelijk behoort deze vondst bij een (nog niet gedetecteerde) Romeinse villa. Zaaknummer 3232575100 betreft de melding van Romeinse bouwresten (fundamenten). Mogelijk behoort deze vondst bij een (nog niet gedetecteerde) Romeinse villa.

Zaaknummer 3123151100 betreft een oudere melding van een amateurarcheoloog die in o.a. de omgeving van Gronsveld materiaal aan het oppervlak verzamelde. De vondsten bestaan uit een gietmal die wordt beschreven als "leisteenachtig, slijpkrassen op alle zijden, 7 conische en 2 cilindrische boringen. Conische boringen in twee rijen (van 3 en 4); over elke rij is een groef uitgeslepen. Het betreft een onderste helft van een metaal-gietvorm voor ronde metalen kogeltjes of knoopjes." Daarnaast zijn tevens acht vuurstenen objecten gemeld bestaand uit voornamelijk getoucheerde afslag en werktuigen (2 schrabbers en kling, een fragment van een halffabricaat c.q. bijl). Zaaknummers 3133925100 en 3035745100 liggen binnen AMK terrein 11248 en zijn hierboven reeds beschreven. Zaaknummer 3134281100 betreft een oude melding van een Romeins crematiegrafveld. In 1880 zijn romeinse graven gevonden. Het gevonden materiaal is lang in het bezit gebleven van de toenmalige eigenaar van het kasteel Gronsveld. Helaas is in de loop der jaren een deel van de grafgiften verloren gegaan. De graven zijn in een boomgaard ten noorden van het kasteel gevonden. Waarschijnlijk hoorde dit grafveld bij het villa-complex Veldhoff. Zaaknummer 3134362100 betreft de melding van vondsten die gedaan zijn in februari 1882 op enige afstand van de in 1880 ontdekte graven.

Op grond van de aanwezigheid van as en verbrande beenderen en de stapeling van een kruik tussen twee terra sigillata borden lijkt het ook hier te gaan om een graf. Zaaknummer 2917583100 betreft de melding van ´nieuw´ onderzoek van dit grafveld. Bijzonderheden die de interpretatie van de meldingen herziet, heeft het niet opgeleverd. Zaaknummer 3232559100 betreft de melding van kasteel Gronsveld, een kasteel uit de middeleeuwen. Binnen het plangebied heeft nog geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Behoudens het hierboven reeds aangehaalde onderzoeksgebied van de Köbbesweg (zaaknummers 218864810016 en 219401710017) is er in gelijkaardige landschappelijke context enkel onderzoek uitgevoerd binnen het plangebied Kampweg-Keerderweg. Alle onderzoeken die ook op figuur 12 zijn afgebeeld liggen in de rivierdalbodem en zijn inhoudelijke daarom minder relavant. Een volledig overzicht van de uitgevoerde onderzoeken binnen het onderzoeksgebied is opgenomen in bijlage 5.

16 Smit 2008. 17 Deville & Paulussen 2008.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 24

Plangebied Kampweg-Keerderweg (zaaknummers 5090683100, 5221521100 en 5215260100):18 In 2021 is door Econsultancy een vooronderzoek uitgevoerd. Het bureauonderzoek heeft een hoge verwachting uitgesproken voor alle periodes vanaf het laat paleolithicum. Uit de resultaten van het verkennend booronderzoek blijkt dat de ondergrond in het plangebied in een recent verleden deels is verstoord. In de boringen is een recent verstoorde of opgebrachte laag aangetroffen tot 30 à 95 cm onder het maaiveld. Onder deze verstoringen is echter nog een deels intact colluviumpakket aanwezig, met onder het colluvium in enkele boringen een deels intacte lössbodem met een Bt- en/of BC-horizont op een C-horizont. In het colluviumpakket is geen bodemvorming waargenomen. De verstoringen zijn vermoedelijk te relateren aan de (voormalige) bebouwing binnen het plangebied. De boringen tonen echter aan dat de bodemlagen waarin archeologische resten kunnen worden verwacht nog relatief intact binnen het plangebied aanwezig zijn. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek deels naar beneden bijgesteld. Deze bijstelling geldt enkel voor resten uit het laat paleolithicum en mesolithicum. Voor de periodes vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd wordt de hoge archeologische verwachting in de top van de lössbodem behouden.

Tot slot, in het colluviumpakket is geen bodemvorming waargenomen. In het colluvium worden daarom enkel resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd verwacht. Gezien de verwachting is vervolgonderzoek door middel van proefsleuven aanbevolen. In het voorjaar van 2022 heeft het vervolgonderzoek plaatsgevonden. RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd en tegelijk ook een begeleiding. Deze onderzoeken hebben geen vindplaatsen aangetoond (geen vondsten of sporen). Mogelijk is tijdens het onderzoek wel een mogelijke depressie aangetroffen.

2.6 Informatie amateurarcheologen

(LS01/LS04)

ArcheoPro heeft geen contact opgenomen met lokale amateurarcheologen of een heemkundevereniging met betrekking tot eventuele (niet in Archis geregistreerde) archeologische oppervlaktevondsten binnen het plangebied. Het onderzochte gebied kent een langdurig particulier terreingebruik (bebouwing bestaande uit tuinkassen en woonhuizen met bestrating en/of parkeergelegenheid) het niet mogelijk maakt om oppervlaktevondsten te verkrijgen.

18 Geen van deze onderzoeken is reeds gerapporteerd. De beschrijving van het onderzoek is overgenomen

uit de rapportage van de eerste veldbevindingen van het onderzoek. Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 25

Figuur 12: Kaart met Archis vondstlocaties.19 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 19 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem).

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 26

Figuur 13: Kaart met Archis-onderzoeksmeldingen.20 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 20 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem).

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 27

Figuur 14: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart.21 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 21 Bron: Gemeente Eijsden-Margraten.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 28

2.7 Historie (LS03) De oudste vermelding van Gronsveld dateert uit de 11de nederzettingsvorm lijkt rechtstreeks terug te gaan tot de Vroege Middeleeuwen (ca. 5de 11de eeuw na Chr.). De mens woonde in deze periode in het Maasdal alsmede in kleinere beekdalen. Hun belangrijkste middel van bestaan was de landbouw die hoofdzakelijk zelfvoorzienend was. In de loop van de tijd nam de bevolking toe en breidden de nederzettingen zich uit. De historische kern van Gronsveld heeft een lineaire structuur vanwege de ligging op een hogere terrasrand.22 De Tranchotkaart uit 1805 (figuur 15) is de oudste kaart die voor dit plangebied relevante informatie toont. Het plangebied ligt duidelijk ten noorden van de oude kern van Gronsveld. Het bebouwingslint van Gronsveld en het daarbij gelegen kasteel van Gronsveld is op de kaartuitsnede mooi zichtbaar. Binnen het lint is alle (oude) bebouwing geconcentreerd. Daarbuiten is nagenoeg geen bebouwing aangeduid. Rondom de bebouwing liggen de huisweides en (omhaagde) boomgaarden met daarachter de grotere akkers. Het plangebied is volgens de uitsnede grotendeels onbebouwd en een onderdeel van het akkerland. Kleine deeltjes (in het westen en zuiden van het plangebied) zijn onderdeel van de huisweides en/of boomgaarden. In het westen van het plangebied (ter plaatse van de oude boerderij die in het plangebied ligt) is een bouwvolume aangeduid.

Dit volume lijkt kleiner dan het huidige (bestaande) bouwvolume en betreft dus mogelijk een andere bebouwing of een gedeelte van het huidige volume. Maar de Tranchotkaart is eigenlijk te weinig gedetailleerd voor een dergelijke onderbouwing van die veronderstelling. De wegenstructuur met de Köbbesweg, de Maastrichterweg, de Rijksweg en de Slakweg die rondom het plangebied ligt, is op hoofdlijnen al te herkennen. (Voorlopers van) De wegen liggen al als pad of weg in het landschap.

Figuur 15: Uitsnede uit de Tranchotkaart van 1805.23 Het plangebied rood omlijnd. 22 Verhoeven & Moonen 2010.

23 Bron: Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 29

Figuur 16: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832.24 Het plangebied is rood omlijnd. De kadasterkaart uit 1832 (figuur 16) plaatst het plangebied in een gelijkaardig landschap met grote percelen. De percelen kennen een agrarisch gebruik als akker, grasland (weiland) of boomgaard. Ook op deze uitsnede is er bebouwing aangeduid binnen het oostelijke deel van het plangebied. Het betreft een L-vormig bouwvolume dat onderdeel uitmaakt van het oude bebouwingslint van Gronsveld. Het is goed mogelijk dat dit bouwvolume het centrale en noordelijke deel betreft van de huidige hoeve. Het stratenpatroon zoals dat heden ten dage gezien kan worden, is geheel herkenbaar in het landschap aanwezig. Het vierluik van figuur 17 toont achtereenvolgens topografische kaarten van het plangebied uit 1845, 1924, 1961 en 2016. Op deze kaarten is te zien dat gedurende de afgelopen tweehonderd jaar de hoofdstructuur van het landschap waarin het plangebied ligt, niet veel verandering heeft ondergaan. Het stratenpatroon dat al op de Tranchotkaart en Kadastrale Minuut aanwezig was, blijft herkenbaar doorheen de tijd. Wat wel verandert, is het pittoreske karakter met de kleinschalige lintbebouwing met achterliggende boomgaarden en huisweides.

Het oude bebouwingslint blijft herkenbaar, maar de bebouwing wordt intensiever en enkele wegen groeien uit tot hoofdverbindingswegen terwijl sommige hun belangrijkheid juist verliezen. Zo zijn de Maastrichterweg, de Köbbesweg en de Rijksweg uitgegroeid tot (boven)regionale wegen, terwijl de Slakweg een doodlopend lokaal weggetje is geworden. Het agrarische karakter blijft grotendeels behouden met inachtname van schaalvergroting van percelen. De randen van de agrarische gebieden worden wel meer en meer ingepalmd Het plangebied kent bebouwing vanaf begin 19de eeuw. In eerste instantie lijkt het een Lvormig gebouw te betreffen, maar in de 20ste eeuw wordt er een zuidelijk volume aan 24 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 30

toegevoegd en is ervan af dan sprake van een U-vormig bouwvolume. Als de opeenvolgende topografische kaarten van het gebied bekeken worden, verdwijnt en verschijnt het zuidelijk volume opnieuw een aantal keren. Het is daarbij onduidelijk of er sprake is van afbraak en herbouw, of dat het een cartografische vergissing is omdat per ongeluk oudere kaarten gekopieerd zijn ten tijde van een kaartupdate. Als het huidige gebouw bekeken wordt, lijkt het aannemelijk dat er in de tweede helft van de 20ste eeuw af en toe kopieerfouten gemaakt zijn en dat het huidige, U-vormige bouwvolume uit het midden van de 20ste eeuw dateert. Het oudste gedeelte (centrale en noordelijke volume) stamt evenwel minimaal uit de vroege of midden 19de eeuw. De tuinkassen aan de noordzijde van de Slakweg en de bijhorende bedrijfswoning aan de zuidzijde van de Slakweg dateren uit de late jaren 1990.

Figuur 17: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1925, 1960 en 2016.25 Het plangebied is telkens rood omlijnd.

25 Bron: www.topotijdreis.nl

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 31

Figuur 18a: Uitsnede uit de kaart met historische relicten van Zuid Limburg.26 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. Deze evolutie wordt ook gezien als de studie van Renes27 ter hand genomen wordt. Renes heeft immers eind jaren 1980 een studie gemaakt naar de historisch geografische evolutie en ontwikkelingen in Zuid-Limburg. Hierbij heeft hij gepoogd nog gave en historisch complete delen in het huidige landschap aan te duiden en te dateren. Volgens de kaart met historische relicten (figuur 18) ligt het plangebied in een ongewijzigd deel van het landschap juist ten noorden van de oude kern van Gronsveld. Het wegenstelsel rondom het plangebied heeft volgens Renes deels een middeleeuwse ouderdom en is deels jonger. De Köbbesweg heeft volgens Renes geen hoge ouderdom en an sich is dat correct, doch het tracé van de Köbbesweg gaat terug op een oude (mogelijk laatmiddeleeuwse) weg. 26 Bron: Renes 1988. 27 Renes 1988.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 32

Behalve de oude kern van Gronsveld met kasteel, de landschappelijke inrichting met lintbebouwing-huisweides/boomgaarden-akkerlanden en het wegenpatroon zijn er binnen of nabij het plangebied geen bijzondere historisch geografische elementen (meer) aanwezig.

Figuur 18b: Legenda van de kaart met historische relicten van Zuid-Limburg.28

2.7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

(LS05)

Specifieke ligging Het plangebied in het zuidwesten van het Zuid-Limburgse lössgebied, op de overgang van het plateau van Margraten naar het huidige Maasdal met de holocene en laat-glaciale rivierdalbodem. Het plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart op een lösswand. Direct noordelijk van het plangebied ligt een droogdal dat circa 200 meter ten zuidwesten van het plangebied in het Maasdal uitmondt. De oorspronkelijke bodem binnen het plangebied bestaat naar verwachting grotendeels uit Laat-Pleistocene lössleem (met al dan niet een ontwikkelde leembrikbodem). Het centrale deel van het plangebied wordt volgens de

28 Bron: Renes 1988.

Versie: 02-02-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Tuincentrum Gronsveld, Gemeente Eijsden-Margraten.

ArcheoPro Rapport 23010, Pagina 33

bodemkaart in beslag genomen door ooivaaggronden in zware zavel en klei welke kenmerkend zijn voor oudere dalbodemafzettingen van de Maas. Historisch gezien, ligt het plangebied in een agrarisch gebied met boomgaarden en weilanden die bij de (oude kern van) Gronsveld hebben behoord. In het oostelijke hoekje van het plangebied is bebouwing aangeduid vanaf de oudst beschikbare kaarten (Tranchotkaart uit begin 19de eeuw), maar vanaf eind 19de eeuw is er pas sprake van een bouwvolume zoals dat ook heden ten dage nog herkenbaar is. Het tuincentrum met de kassen en bijhorende bedrijfswoning verschijnt circa 45 jaar geleden. Verwachte perioden (datering) en complextypen Bekende gegevens In de omgeving van het plangebied zijn op de lösswand (waarop ook het plangebied is gelegen) een aantal duidelijk te dateren archeologische vondsten en waarnemingen gedaan. De vondsten dateren uit de steentijd tot en met de nieuwe tijd (waarbij de recentere periodes overwegend in de oude kern van Gronsveld gelegen zijn) en onderschrijven de archeologische waarde en betekenis van dit gebied als een gebruikt en bewoond gebied doorheen de geschiedenis. Het gros van de vondsten wijst evenwel op een bewoning en/of gebruik vanaf het neolithicum (hoewel paleolithische vondsten zeker niet vergeten mogen worden).

Verwachting voor het plangebied Gezien de landschappelijke context van het plangebied en de archeologische resten die in de omgeving van het plangebied zijn aangetroffen, blijkt dat in het plangebied archeologisch resten uit alle periodes kunnen worden aangetroffen. Deze resten kunnen bestaan uit nederzettingen, grafvelden en/of off site fenomenen. Voor het gehele plangebied is de specifieke verwachting: - hoog voor resten van nederzettingen vanaf het laat paleolithicum t/m Romeinse tijd; - hoog voor resten van randactiviteiten en off site activiteiten uit het laat paleolithicum t/m de nieuwe tijd; - middelhoog voor resten van begraving vanaf laat paleolithicum t/m Romeinse tijd; - laag voor resten van begravingen uit middeleeuwen en nieuwe tijd. Aanvullend daaraan geldt voor delen van het plangebied een aanvullende specifieke verwachting: - middelhoog voor resten van nederzettingen uit de (late) middeleeuwen en nieuwe tijd binnen het meest oostelijke deel van het plangebied; - hoog voor resten van nederzettingen (kampementen) uit het midden-paleolithicum in het centrale deel van het plangebied (mits de aanduiding van de bodemkaart correct is). Deze gespecificeerde verwachting is gebaseerd op de beschikbare archeologische kennis voor dit plangebied (bureaustudie).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=9353f443-9952-4063-88eb-d3719f7ca81a