CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20240924 07d Bijlage huidige Rechtspositie verordeningen raads en commissieleden en collegeleden en b

* Raadsvergaderingen 24 september 2024, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Wijziging rechtspositie Raads- en commissieleden 2019 en rechtspositie burgemeester wen wethouders 20194.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente

eijsden-margraten Aan de gemeenteraad

Raadsvoorstel Onderwerp Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden Eijsden-Margraten 2019 Verordening Rechtspositie burgemeester en wethouders Eijsden-Margraten 2019 Beslispiint(en) 1. De Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden Eijsden-Margraten 2019 vaststellen en per gelijke datum (1 mei 2019) de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014, gewijzigd per 1 september 2015, intrekken. 2. De Verordening Rechtspositie burgemeester en wethouders Eijsden-Margraten 2019 vaststellen.

Toelichting-------------------------------------------------------------------------------------------------Aanleiding/ motivering 1. Inleiding Per 1 januari 2019 is het nieuwe rechtspositiebesluitin werking getreden. De voorschriften uit dit rechtspositiebesluitzijn zonder nadere lokaleregels vanaf die datumvan kracht. Op 6 november 2018 werd in het Staatsbladhet Besluit rechtspositie decentrale politiekeambtsdragers gepubliceerd, gevolgd op23 november jl. doorde Regeling rechtspositie decentrale politiekeambtsdragers, waarin een aantal aanspraken is geconcretiseerd. Zeven afzonderlijke regelingen zijn samengevoegd in twee regelingen. Doorde introductie van een geharmoniseerd rechtspositiebesluitdecentrale politiekeambtsdragers is gestreefd naar een moderne rechtspositie, die beter aansluit opde praktijken daarnaasteenduidige, transparante en eenvoudig uitvoerbareregelingen kent. Uitgangspunt was geen versobering opde rechtspositie. Er is gestreefd naar uniformiteit tussen vergelijkbare doelgroepen en het zoveel mogelijk opheffen van onnodige verschillen. Zoveel mogelijk is gewerkt met vaste bedragen.

Het Ministerie van Binnenlandse zaken heeft 28 november 2018, ontvangen 10 december 2018 de circulaire'Introductie rechtspositiebesluitdecentrale politiekeambtsdragers’ bekend gemaakt en op29 november 2018, ontvangen 13 december 2018, de circulaire‘Geïndexeerde bedragen van de (onkosten)vergoeding voorpolitiekeambtsdragers van gemeenten. Op 18 januari 2019 zijn de modelverordeningen van de VNG ontvangen en van de Nederlandse Vereniging voorRaadsleden. Voorde decentrale politiekeambtsdragers geldt dus vanaf 1 januari 2019 de rechtspositie als doorhet Rijk besloten. De gemeente kan middels verordeningen hierop aanvullingen doen. De basis vooreen aanvulling in de verordening is wel gelegen in de ministeriële circulaire. In de verordening voorde raads- en commissieleden is alleen toegevoegd dat de reiskosten voordeze politicivoorreizen buiten de gemeente gelijk worden gesteld aan de reizen binnen de gemeente.

1

2. Besluitrechtspositie decentrale politiekeambtsdragers en Regelingrechtspositie decentrale politiekeambtsdragers In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de rechtspositie van gemeentelijke politiekeambtsdragers. In het Besluit is een hoofdstukopgenomen voorde provincies, voorde gemeenten, voorde waterschappen en overgangsbepalingen. Het Besluit rechtspositie decentrale politiekeambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen: Deel 1: Voor raadsleden: De teksten van de artikelen zijn niet de wetsteksten, maarde strekkingen ervan. Niet alle artikelen uit de rechtspositie zijn in dit raadsvoorstelopgenomen; onderstaand een selectie van die artikelen, die gewijzigd zijn ten opzichte van de vorige wet- en regelgeving, van toepassing zijn oponze lokale situatieen/of waarbij sprakeis van gewijzigde bedragen (doorbijvoorbeeld indexering): Artikel3.1.1.Vergoedingvoor werkzaamheden Vooronze gemeente geldt een vergoeding in klasse 4: 24.001 tot 40.000 inwoners: € 958,91 (in 2018) en € 990,55 (in 2019). Dit is behoudens indexering ongewijzigd.

Artikel3.1.2.Toelagelid vertrouwenscommissie en rekenkamerfunctie Aan een raadslid, dat lid is van de vertrouwenscommissie dan wel een rekenkamerfunctie uitoefent wordt voorde duurvan de activiteiten van die commissie of voorde duurvan de rekenkamerfunctie wordt een toelage verleend van € 120 per maand. Ook in de huidige rechtspositie bestond deze toelage, uitgedrukt in een percentage (5). Dat bedrag was dus lager. Artikel3.1.5.Toelagefractievoorzitter De fractievoorzittersontvangen voorde duurvan het fractievoorzitterschapeen toelage van € 70,00 per maand, vermeerderd met € 10,00 voorelk raadslid dat de fractie telt, de voorzitterniet meegerekend. Het maximumis bepaaldop€ 150,00. In het huidige rechtspositiebesluit is sprakevan een percentage als opslag. Alleen al het vaste bedrag van € 70,00, circa 7%, bedraagt meer dan de huidige toelage. De toelage middels een vast bedrag is nieuw, de toelage zelf niet. Artikel3.1.6.Onkostenvergoeding Een raadslid ontvangt een onkostenvergoeding voorde aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten van € 170,17 (2018) en € 173,40 (2019) per maand. De onkostenvergoeding geldt voorrepresentatie, vakliteratuur,excursies, bureaukosten,contributies, lidmaatschappen, ontvangsten thuis en zakelijke giften. Dit blijft behoudens indexering ongewijzigd.

Artikel3.1.7.Reiskostenvergoeding Een raadslid heeft ten laste van de gemeente aanspraakopvergoeding van reiskosten voorhet bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies en reis- en verblijfskosten voor reizen binnen de gemeente gemaakt voorde uitoefening van de functie. De kosten van openbaarvervoer worden, net als voorheen, geheel vergoed. Een taxi valt niet onder dit begrip. Evenals onder het oude regime worden de kosten van een taxi dus niet vergoed. Wanneer een politiekeambtsdrager echter een functionele beperking heeft, kan hem opgrond van de onderhavige regeling wel een passende vervoersvoorziening worden geboden. Bij gebruik van eigen vervoer wordt het maximale bedrag vergoed dat een werkgever per kilometer fiscaalonbelast mag vergoeden aan een werknemer. Op dit moment € 0,19 per kilometer. Parkeerkosten worden vergoed, echter niet bij woonwerk verkeer. Artikel3.1.10. Ziektekostenverzekering Een raadslid ontvangt ten laste van de gemeente een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van €107,10en €109,24 (vanaf juli 2019) perjaar. Ook dit blijft behoudens indexering ongewijzigd.

2

Artikel3.1.12.Waarnemingvoorzitterof burgemeester door raadslid Een raadslid dat meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschapvan de gemeenteraad waarneemt, ontvangt voorde duurvan de werkzaamheden een toeslag van 8% opde vergoeding voorzijn werkzaamheden en de onkosten. Artikel3.3.1.Bewakenen beveiligen Indien het college ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een raadslid kosten maakt, die zijn aangemerkt als werkgeverskosten komen deze ten laste van de gemeente. Artikel3.3.2.Informatie-en communicatievoorzieningen Het college stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid voorde duurvan de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Fiscaal is er sprakevan digitaal gereedschap waarvoorde werkgever een belastingvrijstelling kan krijgen als hij kan aantonen dat dit gereedschap noodzakelijk is voorhet vervullen van het werk. In verband met de gewijzigde fiscale regelgeving kan digitaal gereedschap tegenwoordig belastingvrij worden verstrekt. Zowel de abonnementen als de apparatuur worden centraal ingekocht. Een vergoeding voorde aanschaf of het gebruik van de eigen ICT middelen behoort niet meer tot de mogelijkheden. Eventuele overname van ICT middelen aan het einde van een bestuursperiode,al dan niet tegen restwaarde, is niet toegestaan.

De overweging hierbij is dat datalekken zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Dit wijkt af van onze huidige regeling. De gemeente stelt geen apparatuur ter beschikking, gekozen is vooreen maandelijkse ICT-toelage. Deze mogelijkheid bestond in het vorige rechtspositiebesluit. Daaropgebaseerd kennen we de regeling, dat zelf aangeschafte apparatuur in maandelijkse termijnen worden terugbetaald en aan het einde van de periodeis de apparatuur van het raadslid. Bij aanvang van deze periode hebben zes raadsleden apparatuur zelf aangeschaft. Wij hebben het ministerie gevraagd over de houdbaarheid van onze regeling gedurende deze raadsperiodeen met de nieuwe situatiete starten per nieuwe raadsperiodein 2022. Uit inmiddels ontvangen informatie van het Ministerie van Binnenlandse zaken is gebleken dat een materieel overgangsrecht wordt vastgesteld, waarin de situatiedie in 2018 is gerealiseerd wordt bestendigd tot 2022. Mochten er mutatiesin de raad plaatsvinden, dan is de nieuwe situatievoorde nieuwe raadsleden van kracht. Deze overgangsregeling moet wel juridisch nog worden geregeld doorde wetgever. Artikel3.3.3.Vergoedingkostenscholing De kosten van niet-partijpolitiekgeoriënteerde scholing komen ten laste van de gemeente. De gemeenteraad kan nadere regels stellen voorzover het de scholing van raadsleden betreft.

Artikel3.3.4.Beroepsvereniging Indien een raadslid als zodanig lid is van een voorieder raadslid toegankelijke landelijk georganiseerde beroepsvereniging die blijkens haar statuten deskundigheidsbevordering of belangenbehartiging van de functie van raadslid ten doel heeft, wordt de contributie ten laste van de gemeente vergoed. Artikel3.3.5.Bedrijfsgeneeskundige zorg Het college treft ten laste van de gemeente een voorziening voorbedrijfsgeneeskundige raadsleden.

zorg voorde

Artikel3.3.6.Voorziening in verbandmet beroepsziekte of eendienstongeval Een raadslid ontvangt een vergoeding voorde noodzakelijk gemaakte kosten in verband met geneeskundige behandeling of verzorging in verband met een beroepsziekteof een dienstongeval.

3

Deel2: Voor commissieleden: Artikel3.4.1.Vergoedingvoor het bijwonen vande vergaderingen Per bijgewoonde vergadering ontvangt een commissielid een vergoeding van € 79,91 (2018) en € 82,46 (2019). Dit blijft behoudens indexering ongewijzigd. Artikel3.4.3.Reiskostenvergoeding Een commissielid kan aanspraakmaken opreiskosten voorhet bijwonen van vergaderingen van de commissie en reis- en verblijfskosten binnen de gemeente gemaakt voorde uitoefening van de functie. 3. Grondslagvoor vergoedingen Voorde gemeenten ligt de wettelijke basis voorvergoedingen aan raadsleden en commissieleden in de artikelen 95, 96, 97 en 99 van de Gemeentewet. Het laatstgenoemde artikel geeft de grens aan van welke voorzieningen doorraadsleden en commissieleden kunnen worden genoten: wat niet bij wet of algemene maatregel van bestuuris toegestaan, mag niet genoten worden. Jaarlijkse aanpassingen van vergoedingen vinden plaatsbij ‘ministeriële regeling ’. Het merendeel van de rechtspositionele regelingen zijn dwingrechtelijk vastgelegd. Het Besluit regelt dat lokaalmaatwerkbij verordening mogelijk is voorde volgende voorzieningen: a. Een deel van de vergoeding (20%) voorde werkzaamheden aanmerken als presentiegeld om zo de vergoeding voormogelijke spookleden te beperken; b. Een toelage voorleden van onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet; c.

Een toelage voorleden van een doorde gemeenteraad aan te wijzen bijzondere commissie; d. Het verstrekken van een bedrag aan raadsleden ten behoeve van een verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdomen overlijden; e. Het verhogen van de doorde minister vastgestelde vergoeding aan commissieleden voorhet bijwonen van de vergaderingen vanwege noodzakelijke bijzondere beroepsmatige deskundigheid van commissieleden of de zwaartevan de taak. f. De mogelijkheid om nadere regels te stellen voorscholing. De gemeenteraden bepalen zelf of ze gebruik maken van deze mogelijkheden doorze wel/niet opte nemen in een verordening. De nieuwe rechtspositieregeling regelt minder onderwerpen dan de vigerende verordening. De reden hiervoor is dat het merendeel van de rechtspositionele regelingen, die in de vorige modelverordening nog lokaalkonden of moesten worden geregeld, nu dwingend geregeld zijn in het rechtspositiebesluit. De verschillen zijn met name zichtbaar opde verstrekking van ICT middelen en de regeling voorreiskosten. Ad a. Vergoedingvoor de werkzaamheden van raadsleden op 80% stellen In het besluit in artikel 3.1.1 lid 5 is bepaalddat de gemeenteraad bij verordening kan bepalen dat ten hoogste 20% van de vergoeding voorde werkzaamheden wordt uitgekeerd, berekend naar het aantal bijgewoonde vergaderingen.

In dat geval geschiedt de uitkering aan het raadslid opbasis van het aantal bijgewoonde vergaderingen. 80% wordt standaard uitbetaalden 20% opbasis van aanwezigheid. Doel van deze bepaling is om spookraadsledentegen te gaan. Bij de vaststelling van de huidige verordening rechtspositie is hierover een discussie gevoerd omdat opdat moment deze mogelijkheid ookal bestond. Destijds is gekozen om dit systeem niet in te voeren enerzijds omdatwe geen spookraadsledenhebben en anderzijds de administratieve verwerking tijd vraagt en geld kost. Advies:wij zijn van oordeeldat in die situatieniets is veranderd, dat sprakeis van een laag verzuimpercentage bij de raadsvergaderingen en deze afwezigheden vaakte maken hebben met de werkkring of ziekte. Reden waaromwij adviseren niet over te gaan tot een splitsing in 80-20%, maar standaard de volledige 100% uit te betalen.

4

Ad b.

Toelagevoor ledenvanonderzoekscommissie alsbedoeldin artikel155a,derdelid, vande Gemeentewet

Artikel3.1.3.Toelagelid onderzoekscommissie Aan een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155 Gemeentewet wordt voorde duurvan de activiteit een toelage toegekend, waarvan de hoogte bij verordening wordt bepaald. Het is een bevoegdheid van de raad deze bepaling wel/niet vast te stellen. Als de raad deze vergoeding wil vaststellen, kan dat nu gebeuren bij de vaststelling van de verordening, het kan ook geschieden ophet moment dat de bedoelde commissie wordt ingesteld. Adviesis, indien wenselijk, het bedrag in te vullen ophet moment dat de commissie wordt ingesteld. De taakomschrijving en tijdsbesteding kunnen dan mede bepalend zijn voorde vast te stellen hoogte. Ad c.

Toelagevoor ledenvaneendoor de gemeenteraad aante wijzen bijzondere commissie

Artikel3.1.4.Toelagelid bijzonderecommissie Indien de gemeenteraad besluit een bijzondere commissie in te stellen dat niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid kan worden gerekend, kan de gemeenteraad bij verordening besluiten aan raadsleden die lid zijn van die commissie een toelage toe te kennen van maximaal€ 120,00 per maand voorde duurvan de activiteiten. Het is een bevoegdheid van de raad deze bepaling wel/niet vast te stellen. Als de raad deze vergoeding wil vaststellen, kan dat nu gebeuren bij de vaststelling van de verordening, het kan ook geschieden ophet moment dat de bedoelde commissie wordt ingesteld. Adviesis, indien wenselijk, het bedrag in te vullen ophet moment dat de commissie wordt ingesteld. De taakomschrijving en tijdsbesteding kunnen dan mede bepalend zijn voorde vast te stellen hoogte. Ad d.

Het verstrekken vaneen bedragaanraadsleden ten behoevevaneenverzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden

Artikel3.1.9. Verzekeringarbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat de raadsleden eenmaal perjaareen bedrag ontvangen ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van hun werkzaamheden vooréén maand, waarmeezij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdomen overlijden. Adviesis de huidige situatiewaarin geen sprakeis van een vergoeding voordeze verzekering te handhaven. Ook in het vorige rechtspositiebesluitbestond de mogelijkheid van deze verstrekking, maaris deze niet ingevuld. Ad e.

Het verhogenvande door de ministervastgestelde vergoedingaancommissieleden voor het bijwonen vande vergaderingen vanwegenoodzakelijke bijzondere beroepsmatige deskundigheidvancommissieleden of de zwaartevande taak.

Artikel3.4.2.Hogerevergoedingcommissieleden De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat de vergoeding voorhet bijwonen van vergaderingen van de commissie naar boven afwijkt ten aanzien van een commissielid dat opgrond van bijzondere beroepsmatige deskundigheid ophet taakgebied van de commissie is aangetrokken of waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak. Adviesis, indien wenselijk, het bedrag in te vullen ophet moment dat de commissie wordt ingesteld. De taakomschrijving en tijdsbesteding kunnen dan mede bepalend zijn voorde vast te stellen hoogte.

5

Ad f.

De mogelijkheidom nadereregelste stellenvoor scholing.

Artikel3.3.3.Vergoedingkostenscholing De kosten van niet-partijpolitiekgeoriënteerde scholing komen ten laste van de gemeente. De gemeenteraad kan nadere regels stellen voorzover het de scholing van raadsleden betreft. Bij de vaststelling van de begroting wordt het beschikbare bedrag voorscholing van de raadsleden vastgesteld. Voor2019 bedraagt dit € 12.500. Daarnaastzijn er de komende jaren opleidingsmogelijkheden ophet gebied van Participatieen Bestuurlijkevernieuwing, daarde raad hiervoor tot en met 2022 gelden beschikbaar heeft gesteld. Op dit moment acht de griffie het niet noodzakelijk nadere regels te stellen omtrent de verdeling van het budget. Alle aanvragen, individueel en groepsgewijs, zijn tot nu toe gehonoreerd. Mocht de behoefte ontstaan om nadere regels opte stellen over de verdeling, zullen we deze voorleggen aan de raad/presidium. Ingevolge artikel 96 in samenhang met artikel 97 Gemeentewet kunnen kosten voordienstreizen buiten het grondgebied van de gemeente alleen opbasis van een verordening van de gemeenteraad worden vergoed. In de voorliggende verordening is van toepassing verklaard dezelfde vergoeding als voorreizen binnen de gemeente.

Deel3: Voor burgemeester en wethouders Artikel3.2.1.Bezoldiging en uitkeringen Vooronze gemeente geldt een vergoeding in klasse 4: 24.001 tot 40.000 inwoners: • Voorwethouders € 6.524,95 (in 2018) en vanaf 01-07-2019 € 6.688,07.Beide bedragen op fulltime niveau. • Voorburgemeesters € 8.228,14 (in 2018) en vanaf 01-07-2019 € 8.392,70. Beide bedragen op fulltime niveau. De bezoldiging is behoudens indexering ongewijzigd. De burgemeester van de gemeente Eijsden-Margraten ontvangt een mobiliteitstoelage. Zie artikel 3.2.5. Mobiliteitstoelage burgemeester. Artikel3.2.5.Mobiliteitstoelage burgemeester Een burgemeester die, nadat hij ten minste twee ambtstermijnen heeft vervuld in dezelfde gemeente, benoemd wordt tot burgemeester van een andere gemeente, ontvangt, indien die andere gemeente in een gelijke inwonersklasse is ingedeeld, ten laste van die andere gemeente eenmalig een mobiliteitstoelage opde bezoldiging van € 10.000. Tot 1 januari 2019 ontvingen burgemeesters in een dergelijke situatieopgrond van artikel 14a van het voormalige Rechtspositiebesluitburgemeesters een langjarige toelage opzijn bezoldiging. Deze langjarige toelage is dus vervangen dooreen eenmalige mobiliteitstoelage. Burgemeesters die reeds een toelage ontvangen opgrond van het genoemde artikel 14a, behouden deze toelage. Zij ontvangen uiteraardniet de genoemde eenmalige mobiliteitstoelage.

Artikel3.2.6.Ambtskosten Dit artikel regelt de vaste vergoedingen voorambtskosten voorde burgemeester en wethouders. De bedragen voorde vaste vergoedingen worden herzien aan de hand van de consumentenprijsindex. Voorhet jaar2019 zijn ze geïndexeerd van € 386,74 (2018) naar € 394,09 voorde burgemeester. Voorde wethouders was de vaste onkostenvergoeding in 2018 €355,80 en vanaf 01-01-2019 is deze geïndexeerd naar€ 362,56. Artikel3.2.9. Woon-werkverkeer en reis-en verblijfkosten Net als in de ouderegeling kan de burgemeester kiezen voorhet gebruik van de eigen autovoor dienstreizen binnen de gemeente vooreen vaste (belaste) vergoeding of vooreen kilometervergoeding. Indien gekozen wordt vooreen nieuwe regeling, dan geldt een vergoeding van € 0,19 per kilometer plusde mogelijkheid om parkeer-,veer- en tolgelden vergoed te krijgen. Eenmalig kunnen de burgemeester en wethouder kiezen voorcontinuering van het oude regime, d.w.z. € 0,09, € 0,15, € 0,28 of€ 0,37 per kilometer, zonder vergoeding van parkeer-,veer- en tolgelden. Dit tot de dag waaropde ambtsdrager aftreedt ofwordt herbenoemd. 6

Artikel3.3.1.Bewakenen beveiligen Politieke ambtsdragers kunnen worden geconfronteerd met dreiging en geweld. Het zogenaamde Stelsel bewaken en beveiligen bepaalthet onderscheid tussen de verantwoordelijkheid van de betrokkene zelf voorde eigen beveiliging (deugdelijk hang- en sluitwerk volgens het Politie Keurmerk Veilig Wonen), de verantwoordelijkheid van werkgever (de gemeente) en die van de overheid. In dit artikel is bepaalddat de gemeente verantwoordelijk is voorde bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de ambtsdrager die in het Stelsel bewaken en beveiligen worden aangemerkt als we rkg eve rs kosten . Artikel3.3.2.Informatie-en communicatievoorzieningen De bepalingen in de voormalige rechtspositieregelingen gingen nog uit van een afschrijving in drie jaar van ICT-middelen en verschillen tussen telefoon- en ICT-middelen. In overeenstemming met de nieuwe fiscale regelgeving in dit artikel bepaalddat aan alle politiekeambtsdragers voorde duurvan hun ambt informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld, inclusief abonnementen die noodzakelijk zijn voorde uitoefening van het ambt. Er bestaatgeen mogelijkheid meer voorhet bieden van een vergoeding voorde aanschaf en het gebruik van eigen ICT-middelen.

Artikel3.3.3.Vergoedingkostenscholing Vooralle politiekeambtsdragers is expliciet bepaalddat de kosten van niet-partijpolitiekgeoriënteerde functionele scholing ten laste worden gebracht van de gemeente. Er is ruimte voorlokaleaccenten. Zo kunnen afspraken worden gemaakt over scholingsplannen, procedureafspraken en maximaalte vergoeden bedragen. Er kan bijvoorbeeld worden bepaalddat het College van B&W de scholingsaanvraag van één van haar leden beoordeelt en toekent, maarer kan ookworden afgesproken dat een daartoegemandateerde commissie van de gemeenteraad dit doet. Tot opheden zijn scholingskosten vooronze collegeleden altijd vergoed van ons algemeen budget vooropleidings- en ontwikkelfaciliteiten. De aanvragen, vergezeld van een advies van de afdeling HRM, zijn altijd beoordeelt en toegekend doorhet College. Ons advies is om deze goed functionerende werkwijze continueren. Wij zien ook- mede doorde ervaringen uit het verleden - geen nut en noodzaakom maximumbedragen af te spreken. Functionaliteit prevaleertin combinatie met redelijkheid en billijkheid boven het benodigde bedrag voor scholing en ontwikkeling. Artikel3.3.4.Beroepsvereniging Sinds 2014 is het mogelijk om de contributie van een beroepsvereniging te vergoeden aan de politieke ambtsdrager.

In de praktijkbleek er veel discussie te bestaan over de definitie van een beroepsvereniging en wie dit beoordeelt: de Gemeenteraad, het College of de betreffende ambtsdrager. In dit artikel is het begrip beroepsvereniging nader gespecificeerd. Daarnaastis bepaald dat het College van B&W bepaaltof er sprakeis van een beroepsvereniging. Artikel3.3.5.Bedrijfsgeneeskundige zorg Bij de vervulling van en politiekambt is er geen werkgeversrelatie met de gemeente en daardoor konden wethouders geen aanspraakmaken opbedrijfsgeneeskundige begeleiding. Burgemeesters konden wel aanspraakmaken opbedrijfsgeneeskundige begeleiding, maardie begeleiding was overeenkomstig de voorambtenaren geldende voorschriften. In dit artikel is nu geregeld het College van B&W vooralle gemeentelijke politiekeambtsdragers een bedrijfsgeneeskundige voorziening regelt. Dat kan via een eigen voorziening, maarzij kunnen ook worden opgenomen in de bedrijfsgeneeskundige zorg voorde ambtenaren. Wij adviseren te kiezen voordeze laatsteoptieen ons contract met de arbodienst vooronze ambtenaren uit te breiden met bedrijfsgeneeskundige zorg vooronze politiekeambtsdragers.

Relatiemet bestaandbeleiden strategische visie/ integraliteit Deze verordening is aanvullend ophet (dwingende) Besluit rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politiekeambtsdragers, waarin het aantal aanspraken is geconcretiseerd.

7

Gevolgen --------------------------------------------------------------------------------------------------Burgerparticipatie, toelichtingen verantwoording Het betreft een interne aangelegenheid van de raad, daaromis participatieniet aan de orde. Financiëleen personeleaspecten, incidenteel/ structureel,begrotingspost De indexering van bedragen en het verruimen van de declaratiemogelijkheden zal financiële consequenties hebben. Indien nodig zal bij een bestuursrapportage budget worden bijgeraamd. Planning, uitvoeringen evaluatie De wettelijke regeling is van kracht sedert 1 januari 2019. Daarde regelingen pas28 november 2018 bekend zijn gemaakt en de modelverordening pas 18 januari 2019 doorde VNG is verstuurd, zal ook de verordeningen een terugwerkende kracht hebben tot 1 januari 2019. T raject: Presidium vergadering op26 februarien 27 maart2019 Oordeelsvormende vergadering 23 april2019. Besluitvormende vergadering op23 april2019. Communicatie Over de nieuwe rechtspositie zullen de raads- en burgerleden, alsmede de burgemeester en de wethouders worden geïnformeerd.

VoorDe Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden Eijsden-Margraten 2019, Het Presidium van Eijsden-Margraten De griffier, De voorzitter,

Mare Verbeet VoorDe Verordening 2019,

Dieudonné Akkermans

Rechtspositie burgemeester en wethouders

De secretaris,

De voorzitter,

Mathea Severeijns

Dieudonné Akkermans

8

gemeente

eijsden-margr aten

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Eijsden-Margraten gelezen het voorstelvan het Presidium en het College van B en W; gelet opde behandeling

in het Presidium;

Besluit: 1. De Verordening Rechtspositie raads-en commissieleden Eijsden-Margraten 2019, zoals opgenomen in bijlage 1, vast te stellen en per gelijke datum (1 mei 2019) de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014, gewijzigd per 1 september 2015, in te trekken. 2. De Verordening Rechtspositie burgemeester en wethouders 2019, zoalsopgenomen in bijlage 2, vast te stellen.

Aldus besloten in de openbare vergadering

van 23 april2019.

9

Bijlage 1:

Verordening

rechtspositie Raads-en commissieleden Eijsden-Margraten 2019

Artikel1 Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b. Griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. Raadslid: lid van de gemeenteraad. Artikel2. Reis-en verblijfkosten raads-en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1. Voorreizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet, worden aan een raads- of commissielid vergoed: • de kosten voorhet gebruik van openbaarvervoer; • bij gebruik van een eigen autohet maximumbedrag dat dooreen werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2. Voorreizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen autotevens de parkeer-,veer- en tolkosten vergoed; 3. Boetes en naheffingsaanslagen voorparkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voorreizen als bedoeld in het eerste lid, een voorde beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5.

De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maaktin verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. Artikel3. Nadereregelsniet-partijpolitiekgeoriënteerde scholingraads-en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiekgeoriënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politiekeambtsdragers, dient daartoevoorafeen gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. Het bedrag voorscholing en opleiding voorde raad wordt bij begroting jaarlijksvastgesteld. 4. De raad/griffier beslist opde aanvraag opbasis van de overlegde stukken. Artikel4. Informatie-en communicatievoorzieningen raads-en commissieleden 1. 1 .Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voorde duurvan de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluitdecentrale politiekeambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. 2.

Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Artikel5. Aanwijzing alseindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet opde loonbelasting 1964worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluitdecentrale politiekeambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet opde loonbelasting 1964worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voorzover deze worden gerekend tot een 10

vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet opde Loonbelasting 1964. Artikel 6. Betalingvaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluitdecentrale politiekeambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politiekeambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluitdecentrale politiekeambtsdragers per halfjaarplaatsmet inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering. Artikel7. Betalingen declaratie vanonkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluitdecentrale politiekeambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politiekeambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die opgrond van deze verordening voorvergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaatsdoor: a. betaling uit gemeentelijke middelen, opbasis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruituit eigen middelen. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat voor commissieleden vergezeld van een declaratieformulieren evt. bewijsstukken. Voorraadsleden via het geautomatiseerdesysteem. 3. De declaratiesworden binnen 3 maanden na factuurdatumof betaling doorraads- of commissieleden ingediend bij de griffier. Artikel8.

Intrekkingoude verordening De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014, gewijzigd 2015 wordt ingetrokken. Artikel9. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang 2019.

per 1 september

van 1 mei 2019 en werkt terug tot en met 1 januari

Artikel10. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Eijsden-Margraten 2019.

rechtspositie raads-en commissieleden

11

Bijlage 2:

Verordening

rechtspositie Burgemeester en Wethouders Eijsden-Margraten 2019

Artikel1. Definitiebepalingen: In deze verordening wordt verstaan onder: a. College: college van burgemeester en wethouders. b. Burgemeester: voorzittervan het college van burgemeester en wethouders. c. Secretaris: de secretaris bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. d. Wethouder: lid van het college van burgemeester en wethouders. Artikel2. Nadereregelsniet-partijpolitiekgeoriënteerde scholingburgemeester en wethouders 1. De burgemeester of de wethouder die willen deelnemen aan niet-partijpolitiekgeoriënteerde scholing bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluitdecentrale politiekeambtsdragers in verband met de vervulling van hun functie dienen daartoevoorafeen gemotiveerde aanvraag in bij de secretaris. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. Het college beslist opde aanvraag opbasis van de overlegde stukken. Artikel3. Informatie-en communicatievoorzieningen 1. De burgemeester of de wethouder tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voorde duurvan de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluitdecentrale politiekeambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2.

De burgemeester of de wethouder levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Artikel4. Aanwijzing alseindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet opde loonbelasting 1964worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluitdecentrale politiekeambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet opde loonbelasting 1964worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze regeling, voorzover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet opde Loonbelasting 1964. Artikel5. Betalingen declaratie vanonkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluitdecentrale politiekeambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politiekeambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die opgrond van deze regeling voorvergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaatsdoor: a. betaling uit gemeentelijke middelen, opbasis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruituit eigen middelen of c.

betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulierenbewijsstukken. 3. Het declaratieformulieren de bewijsstukken worden binnen één maand na factuurdatum of betaling doorde burgemeester ofwethouder ingediend bij de secretaris. 4. Voorzover van toepassing draagt de gemeente er zorg voordat de betaling aan burgemeester of wethouders binnen één maand na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt. Artikel6. Intrekkingoude verordening De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014, gewijzigd per 1 september 2015 wordt ingetrokken. 12

Artikel7. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang 2019.

van 1 mei 2019 en werkt terug tot en met 1 januari

Artikel10. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Eijsden-Margraten 2019.

rechtspositie burgemeester en wethouders

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=23ad76e5-7462-4b37-be40-e5307b033fe7