CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20240528 10c Bijlagen Kadernota 2025-2028

* Raadsvergaderingen 28 mei 2024, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Kadernota 2025-20283.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGEN KADERNOTA 2025-2028 Bijlage 1: Externe economische ontwikkelingen ....................................................................................2 Bijlage 2: Ravijnjaar nader geduid ...........................................................................................................4 Bijlage 3: Begrotingsadvies VNG .............................................................................................................6 Bijlage 4: OZB tarieven niet woningen .....................................................................................................8 Bijlage 5: Tarief en aanslag OZB 2024 provincie Limburg .....................................................................9

1

Bijlage 1: Externe economische ontwikkelingen Bijlage Externe economische ontwikkelingen Kernpunten Centraal Economisch Plan 2024

De Nederlandse economie keert terug naar een gematigd groeipad. De komende jaren normaliseert de economische groei, na een turbulente periode. De economie groeide hard na de coronacrisis, wat niet alleen leidde tot oververhitting in aanvoerketens die toch al verstoord waren, maar ook tot historische krapte op de arbeidsmarkt. De oorlog in Oekraïne ging gepaard met een energiecrisis en een forse stijging van voedselprijzen. Onder druk van de mondiaal opgelopen inflatie en de reactie daarop van centrale banken koelde de economie in 2023 wat af, maar de arbeidsmarkt bleef zeer krap. Vanwege stijgende reële lonen en omdat de overheid expansief beleid blijft voeren, is de verwachting dat de bbp-groei in 2024 en 2025 weer aantrekt, met respectievelijk 1,1 en 1,6%. De koopkracht herstelt zich stevig dankzij de stijging van lonen en de daling van de inflatie. De inflatie (cpi) daalt naar verwachting naar 2,9% in 2024, terwijl de lonen met 6% doorstijgen. De mediane koopkracht neemt hierdoor met 2,7% toe. In 2025 groeit de koopkracht niet verder. Hierdoor komt de koopkracht in 2025 weer bijna uit op het niveau van 2021, vóór de koopkrachtklap van 2022 en 2023. Dat geldt niet voor alle inkomensgroepen: voor lagere inkomens is het beeld over die periode gemiddeld gezien positief, voor hogere-inkomensgroepen zien we een daling.

Persoonlijke omstandigheden, zoals een slecht geïsoleerde woning, kunnen ertoe leiden dat het koopkrachtplaatje anders uitvalt dan voor het gemiddelde huishouden in een inkomensgroep. Gericht beleid heeft de armoede structureel doen dalen. In 2024 daalt het percentage personen in armoede van 4,8% in 2023 naar 4,7%. In 2021 was dit percentage nog 6,1%. De armoede loopt in 2025 en de jaren daarna weer wat op, omdat het inkomen op bijstandsniveau niet meestijgt met de welvaart. De armoede blijft op een permanent lager niveau omdat het kabinet verschillende structurele maatregelen heeft genomen om de armoede te verlagen. Het gaat dan om zaken als de verhoging van zowel het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen, als ook het kindgebonden budget en de huurtoeslag. Er is een koerswijziging nodig ten aanzien van de overheidsfinanciën. Het EMU-saldo is ondanks het expansieve beleid van de afgelopen jaren, de afgelopen twee jaar op een gematigd tekort uitgekomen. Dat de overheidsfinanciën niet verder uit het lood zijn geslagen, is te danken aan hoogconjunctuur, onderuitputting en incidentele inkomstenmeevallers. Als gevolg van het nog steeds expansieve beleid van het huidige demissionaire kabinet, zal het tekort al op de korte termijn sterk verslechteren.

De uitgaven lopen bijvoorbeeld op binnen de begrotingsfondsen (klimaat-, transitie- en groeifonds), maar ook door toenemende uitgaven aan sociale zekerheid en zorg, asiel en defensie. Daarnaast lopen ook de rente-uitgaven op en neemt de geraamde onderuitputting op de middellange termijn af, waardoor het saldo verder verslechtert. Als gevolg hiervan verwachten we dat het tekort vanaf 2028 niet meer binnen de 3%-norm vanuit de Europese begrotingsregels blijft. Het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte om met een saldoverbetering van 17 miljard euro een veilige marge te houden tot de 3%-norm om ad-hoc bezuinigingen te voorkomen, blijft daarmee onverkort actueel. Daarbij is het goed te bedenken dat niet alles kan, en zeker niet tegelijk. De economische groei blijft op de middellange termijn gematigd, en er zijn duidelijke restricties op de arbeidsmarkt, in de overheidsfinanciën, en op het gebied van ruimte en milieu. Ten aanzien van de diverse uitdagingen op de middellange termijn (zoals bijvoorbeeld onderwijskwaliteit, woningbouw, energietransitie, toenemende zorgvraag) zijn scherpe keuzes daarom noodzakelijk. Door financiële middelen gericht in te zetten, en op andere vlakken juist om te buigen of belastingen te verhogen, kan de herverdeling plaatsvinden die nodig is om maatschappelijke doelen te realiseren.

Daarbij is het goed te beseffen dat naast de aanwending van financiële middelen prijsprikkels en regulering ook geschikt kunnen zijn om de maatschappelijke doelen te behalen.

2

3

Bijlage 2: Ravijnjaar nader geduid Achtergrond problematiek ravijnjaar In een onlangs in Binnenlands Bestuur verschenen essay van Leonard Geluk, de voorzitter van de VNG, wordt de kern van de problematiek en de zorgen rondom het gemeentefonds nogmaals helder uit elkaar gezet: Al sinds de presentatie van het regeerakkoord van het nu demissionaire kabinet, 15 december 2021, zijn er zorgen over het ravijn. De keuze om vanaf 2026 een greep uit de kas van het gemeentefonds te doen, leidde tot onrust. De VNG en gemeenten hebben de afgelopen jaren keer op keer de noodklok geluid. Wat moet gebeuren om bestaanszekerheid te bevorderen, woningen te bouwen en af te komen van fossiele brandstoffen, lukt niet als gemeenten onvoldoende middelen hebben om hun taken te verrichten. Leonard Geluk, algemeen directeur VNG, pleit voor een structurele oplossing voor de gemeentefinanciën. Gemeenten zijn bezorgd en boos In de eerste plaats is in het regeerakkoord van 2021 eenzijdig het systeem van de groei van het gemeentefonds gewijzigd. De bekende ‘trap-op trap-af’ wordt vervangen door een nieuw systeem gebaseerd op economische ontwikkeling (bbp). Het klinkt logisch om het gemeentefonds even hard te laten groeien als de economie, maar dat is het niet.

Een groot deel van de uitgaven van het gemeentefonds is bedoeld om de zorgkosten te dekken (Wmo); door de vergrijzing nemen deze kosten meer toe dan de economische groei. Het kabinet erkent dit ook, maar er ligt geen nieuw model op tafel dat recht doet aan deze zorg. Het kabinet werkt aan voorstellen om de komende jaren de Wmo-uitgaven aan te pakken, maar daar kunnen we niet op wachten. Gemeenten moeten de komende maanden een sluitende meerjarenbegroting opleveren en moeten weten waar ze aan toe zijn. Het risico van de onduidelijkheid over de indexering van het gemeentefonds ligt bij de gemeenten, die rekening moeten houden met oplopende tekorten vanaf 2025. Taken Ten tweede voeren gemeenten wettelijke taken uit die ze moeten betalen uit het gemeentefonds. Dit zijn verplichte taken, zoals het verlenen van jeugdzorg of voorzieningen van de Wmo. Gemeenten hebben de plicht de zorgtaken uit te voeren, ook als ze daar geen geld voor hebben. In de Gemeentewet (108 lid 3) is opgenomen dat de rijksoverheid voor verplichte taken aan gemeenten voldoende geld moet geven om die taken uit te voeren. Maar dat gebeurt niet. En gemeenten hebben geen mogelijkheden om af te dwingen dat het rijk dit wel doet.

Grepen uit de kas In de derde plaats zijn de afgelopen jaren door de rijksoverheid grote grepen uit de kas gedaan, onder meer voor de onderwijshuisvesting, woningbouwimpuls en volkshuisvestingfonds. Dit gebeurde zonder overleg, zonder toetsing, zonder analyse wat de effecten hiervan zouden zijn. Ten vierde is de opschalingskorting nog altijd niet teruggedraaid. Dit is de bezuiniging die het kabinet-Rutte II inboekte voor een verplichte schaalvergroting van gemeenten. Het beoogde efficiencyvoordeel was al dubieus, maar verdween helemaal toen het beleidsvoornemen ‘opschalen naar 100.000+ gemeenten’ heel snel van tafel ging. De opschalingskorting is nu een aantal jaren bevroren, maar het restant van 675 miljoen euro is nog steeds niet geschrapt, terwijl meerdere ministers van Binnenlandse Zaken hebben aangegeven dat er geen enkele rechtvaardiging is voor deze korting. Kostenstijgingen Een sprekend voorbeeld is de discussie over de financiering van de jeugdzorg. Na arbitrage door een Commissie van Wijzen zouden gemeenten het geld krijgen dat ze op jeugd tekortkwamen. In weerwil van deze uitspraak boekte het kabinet-Rutte IV nog eens een extra bezuiniging in van 511 miljoen euro. Dit is in strijd met de uitspraak in de arbitragezaak en feitelijk onuitvoerbaar.

Gemeenten zien het als taak voor het rijk om als stelselverantwoordelijke besluiten te nemen over de ontwikkeling van de zorgkosten. Het is begrijpelijk dat de vraag wordt gesteld of de groei van de middelen voor jeugdzorg niet verder moet worden teruggedrongen, maar het is lastig te leven met het feit dat de wet verplicht om zorg te leveren terwijl de rijksoverheid niet de daarbij behorende middelen levert. Abonnementstarief Zelf veroorzaakte het rijk ook een kostenstijging. De Wmo verplicht gemeenten met het abonnementstarief

4

om ook huishoudelijke hulp te verstrekken aan mensen die het gemakkelijk zelf kunnen betalen. Dit heeft een aanzuigende werking in gang gezet die gemeenten jaarlijks 143 miljoen euro kost, waarvoor geen compensatie door gemeenten is ontvangen. Alle kostenstijgingen en kortingen opgeteld, staan we in het jaar 2026 voor een financieel gat van ruim 3 miljard euro. Dit ‘gat’ is de afgelopen jaren als ‘ravijn’ bestempeld. Verwarrend Het is verwarrend dat het oppervlakkig gezien nu best goed lijkt te gaan met gemeenten. Een warboel van incidentele uitkeringen – tijdelijk geld dat gemeenten snel moeten uitgeven – geeft een overschot op de jaarrekeningen. Maar het grote probleem is dat gemeenten niet structureel kunnen investeren voor de periode na 2025. Om het huiselijk te zeggen: gemeenten kunnen geen lening aangaan als ze er niet zeker van zijn dat ze die hypotheek kunnen aflossen. Daarom blijft er geld over. Een tekort is als betonrot: je kunt het een poos negeren, maar uiteindelijk stort het huis wel in. Bestaanszekerheid Naast investeringen die nodig zijn voor fysieke veranderingen (wonen, infrastructuur, energietransitie) is er een ander onderwerp waar de rijksoverheid gemeenten hard nodig heeft om de ambities te realiseren. Het gaat dan om het grote onderwerp van afgelopen verkiezingen: het bieden van bestaanszekerheid aan inwoners.

Gemeenten doen veel om mensen op maat vooruit te helpen. Medewerkers maken de afweging tussen de burger, de wet en het geld, nemen bijvoorbeeld maatregelen als een huisuitzetting dreigt. Dit vraagt aan de voorkant extra werk, maar het levert aan de achterkant beter resultaat voor mensen en minder maatschappelijke kosten. Computer says no Het recente rapport van de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening laat zien hoe cruciaal dit is voor de rechtstaat. Het rapport toont opnieuw hoe mensenlevens zijn vernield. Wie een foutje maakte in een formulier stond meteen te boek als fraudeur. Computer says no. De lijn van de ‘menselijke maat’ – het verbinden van alle partijen in het domein van werkzekerheid, schuldenproblematiek, jeugdzorg – is daarvan de contramal. Deze manier van werken loopt gevaar door het tekort waar gemeenten tegenaan kijken. En dan hebben we het nog niet over de extra stap die juist gemeenten zouden kunnen zetten om bestaanszekerheid te bevorderen. Want juist nu moet de overheid leidinggeven aan de transformatie die nodig is. Gemeentefonds moet dekkend zijn Per saldo moet het gemeentefonds gewoon dekkend zijn voor alle gemeentelijke taken. Hierdoor kan de overheid leveren wat het moet leveren: leiderschap in tijden van grote verandering en onzekerheid.

Als die financiële stabiliteit niet verbetert, blijven de interbestuurlijke verhoudingen verzuurd, lopen noodzakelijke transities vertraging op en verlamt de overheid als geheel, waardoor Nederland nog stiller komt te staan dan het al staat. Hiervoor heb ik al aangegeven dat er voor gemeenten geen wegen open staan om hun gelijk te halen als de rijksoverheid niet voldoende middelen levert voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit moet veranderen. Laten we daarom een bestuursrechtelijke regeling maken voor arbitrage of interbestuurlijke toetsing. Een mogelijkheid om de mate van haalbaarheid om taken te financieren uit het gemeentefonds, te laten beoordelen door een instantie die geschillen tussen overheden kan beslechten. Stap naar voren Gemeenten voelen zich zeer verantwoordelijk en willen graag naar voren stappen om de grote vragen van hun inwoners op te pakken. Zonder gemeenten kan het ook niet. Hiervoor zijn voldoende structurele middelen nodig: de taken van gemeenten moeten in balans zijn met de middelen. Dat is een redelijke eis. Een tekort is als betonrot: je kunt het een poos negeren, maar uiteindelijk stort het huis wel in. Dit is zeer ongewenst. En daarom moet het ravijn geslecht. Met het demissionaire kabinet zijn we in goed overleg over de gemeentelijke middelen.

Laten we er alles aan doen om het nieuwe kabinet met een schone lei te laten beginnen, zodat gemeenten en rijksoverheid gezamenlijk als één overheid hun werk kunnen doen. Gemeenten zijn bezorgd omdat er te veel onzekerheid is over de vraag of hun begrotingen structureel sluitend te krijgen zijn. Tegelijkertijd zijn gemeenten zeer bereid om samen met een nieuw kabinet op te trekken voor de grote opgaven van dit land. Alle discussies over geld hebben onevenredig veel energie gekost. Energie die we beter kunnen aanwenden om een stap naar voren te zetten en om Nederland weer in beweging te krijgen.

5

Bijlage 3: Begrotingsadvies VNG Toelichting Overwegingen De gesprekken vanuit de VNG met het demissionaire kabinet over de kortingen vanaf 2026 nog niet zijn afgerond. Ook heeft de ALV op 1 december de inzet voor afspraken met het nieuwe kabinet vastgesteld. Daarin staan duidelijke randvoorwaarden: de opschalingskorting moet worden afgeschaft, de korting op het accres moet worden hersteld en er moet een goede afspraak komen over de groei van het gemeentefonds, die rekening houdt met de ontwikkeling van de zorgkosten. De financiële situatie voor gemeenten is daarmee het best te omschrijven als ‘prepare for the worst, hope for the best’. Het is verstandig om na te denken over maatregelen, tegelijkertijd willen we voorkomen dat gemeenten te vroeg onnodige en onomkeerbare ombuigingen in gang zetten. De lopende kabinetsformatie en de demissionaire status van het huidige kabinet maken het lastig om een inschatting te maken op welk moment exact meer duidelijkheid is te verwachten. Met het demissionaire kabinet is afgesproken in april 2024 opnieuw te overleggen over het schrappen van de opschalingskorting. Daarmee zou de korting van € 3 miljard met € 675 miljoen worden verminderd. Van kabinetszijde is daarbij wel aangegeven dat besluitvorming afhangt van de stand van zaken van de kabinetsformatie en de bredere financiële context.

Pas na het verschijnen van de meicirculaire ontstaat dus duidelijkheid over de opschalingskorting. Begrotingsadvies in 2 delen Vanwege de onzekerheid over de ontwikkelingen op de korte termijn, kiest de VNG ervoor om een advies te geven in 2 delen. Dit eerste advies roept op eventuele ombuigingen nog niet in gang te zetten, maar wel zo goed mogelijk in kaart te brengen en geeft daarvoor de nodige tips en achtergrondinformatie. Het tweede deel van het advies voor de meerjarenbegroting 2025-2028 volgt kort na de meicirculaire, tenzij er eerder een nieuw kabinet aantreedt. Vorig jaar heeft de VNG geadviseerd voor de jaren 2024 en 2025 een sluitende begroting te presenteren, maar voor de jaren daarna de tekorten zichtbaar te maken. Het ligt op dit moment niet voor de hand is dat wij soortgelijk advies voor de meerjarenbegroting 2025-2028 zullen afgeven. Alleen het begrotingsjaar 2025 zou dan sluitend zijn. Hoewel dit strikt genomen binnen de toezichtregels zou passen, zou het in onze ogen onverantwoord zijn niet te anticiperen op de door het rijk ingeboekte korting van € 3 miljard vanaf 2026. Zichtbaar maken effecten korting Vorig jaar heeft de VNG de Taskforce Taken en Middelen onder voorzitterschap van Alexander Rinnooy Kan in het leven geroepen.

Ondersteund door onderzoeksbureau BMC heeft de taskforce zich gebogen over de vraag wat de gevolgen zouden zijn, indien de korting van € 3 miljard onverkort doorgevoerd zou worden. De taskforce concludeerde dat de korting reële gevolgen gaat hebben voor alle gemeenten, op vrijwel alle beleidsterreinen. De VNG wil deze gevolgen van de keuzes van het kabinet duidelijk laten zien: de gemeentelijke financiën zijn onvoldoende om het huidige takenpakket op hetzelfde niveau voort te zetten. Daarom adviseren zij de gevolgen van de korting van € 3 miljard zowel financieel als inhoudelijk zo scherp mogelijk te presenteren. Eerste deel van het begrotingsadvies Het VNG advies is daarom is als volgt: 1. Stel een reële meerjarenbegroting 2025-2028 op Breng allereerst, in lijn met het advies vorig jaar, de begroting zo reëel mogelijk in beeld. Dat zal naar verwachting tot een tekort leiden vanaf 2026, waardoor er ombuigingen zullen moeten worden voorbereid. 2. Breng de maatregelen in beeld die nodig zijn om het tekort dat optreedt bij een reële begroting 20252028 te mitigeren, met zowel de financiële als inhoudelijke consequenties De Taskforce Taken en Middelen onder leiding van Rinnooy Kan biedt in haar bericht en advies 3 mogelijkheden om met de korting om te gaan: a. (deels) dichten door het verhogen van de OZB b. bezuinigingen op autonome taken c. bezuinigingen op medebewindstaken. 3.

Betrek daarbij de aanbevelingen van de Taskforce Taken en Middelen De taskforce drukt gemeenten op het hart vooral te focussen op bezuinigingen op medebewindstaken. Belangrijkste argument hiervoor is dat het gaat om een niet-taakgebonden korting die door het rijk is

6

doorgevoerd. Daarmee ligt het voor de hand om ook op taken die voor het rijk worden uitgevoerd te besparen. De taskforce merkt ook op dat aan de autonome taken verhoudingsgewijs minder wordt uitgegeven (in totaal ca. € 13 miljard) dan aan taken in medebewind (ca. € 23 miljard). Daarnaast is juist op die taken al veel bespaard om de groei van de uitgaven in het sociaal domein op te vangen. Een verhoging van de OZB acht de Taskforce ook niet logisch. Om het hele tekort op te vangen zou de OZB gemiddeld (!) met zo’n 60% moeten stijgen. Die stijging zou moeilijk uitlegbaar zijn: de inwoners krijgen er immers geen extra voorzieningen voor terug. De VNG onderschrijft dit advies van de Taskforce, maar realiseert zich dat elke gemeente een eigen afweging vraagt die tot andere keuzes kan leiden. Uniforme presentatie consequenties Voor de gesprekken die de VNG namens de gemeenten met het rijk blijven voeren, is een goed totaaloverzicht van de keuzes die gemeenten voornemens zijn te maken essentieel. Met dit totaaloverzicht wordt pas echt duidelijk waar de korting van € 3 miljard in de praktijk toe zal leiden. Dat overzicht is door de VNG alleen op te stellen als die informatie op een min of meer vergelijkbare wijze is opgenomen in uw kader- of voorjaarsnota of uiteindelijke begroting.

De VNG verzoekt daarom een onderdeel ‘Maatregelen vanwege korting gemeentefonds 2026 en verder’ op te nemen in de kader- of voorjaarsnota en het proces daar naartoe. Beschrijf de nieuwe of voorgenomen bezuinigingsmaatregelen, maar ook bezuinigingen waartoe – vooruitlopend op de financiële situatie in 2026 – al eerder is besloten. Beschrijf in ieder geval de 5 meest significante ombuigingsmaatregelen en consequenties en het betreffende taakveld dat daarmee geraakt wordt.

7

Bijlage 4: OZB tarieven niet woningen Toelichting Binnen onze provincie laten de OZB tarieven voor niet-woningen het volgende beeld zien:

8

Bijlage 5: Tarief en aanslag OZB 2024 provincie Limburg Overzicht De OZB tariefsverhoging 2024 in Limburg laat het volgende beeld zien (bron: belastingoverzicht 2024 Provincie Limburg):

De aanslag OZB 2024 in bedragen laat het volgende beeld zien (bron: belastingoverzicht 2024 Provincie Limburg):

9

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=a9f57ab4-3d84-4707-afb5-73c3023d5a49