CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20240402 07e Bijlage 1c BP Molenweg 5, Bijlage 3 bij toelichting Quickscan flora en fauna

* Raadsvergaderingen 2 april 2024, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan Molenweg 5 Bemelen11.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen

Projectgegevens Rapportnummer Datum rapportage Versienummer

: AMO230624 : 8 december 2023 : 3 (16 februari 2024)

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen

Opdrachtgever

: de heer T. Delhaas Hoge Kanaaldijk 12 6212 XR MAASTRICHT

Contactpersoon Aelmans Milieu Ecologisch medewerker Datum uitvoering veldwerk

: de heer J.J. Jager MSc : mevrouw Y.C. van der Sterren BSc : 24 november 2023

Opsteller rapportage Handtekening

: mevrouw Y.C. van der Sterren BSc :

Controle rapportage Handtekening

: de heer J.J. Jager MSc :

Rapportstatus

: definitief

Aelmans Milieu is een handelsnaam van Aelmans Milieu Oss B.V. Landweerstraat-Zuid 109 T 0412 655 058 oss@aelmans.com www.aelmans.com/milieu

Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Milieu Oss B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Milieu Oss B.V., h.o. Aelmans Milieu, is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 16077486. Dit rapport is opgesteld in opdracht, is vertrouwelijk en mag niet worden gedupliceerd of aan derden openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.

Sjabloonversie september 2023

Samenvatting De heer T. Delhaas heeft, in verband met bouwwerkzaamheden, aan Aelmans Milieu opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het perceel Molenweg 5-7 te Bemelen. De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de beoogde ingrepen van invloed kunnen zijn op beschermde soorten en beschermde gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van de in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming (Wnb) opgenomen soorten. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde quickscan kan worden uitgesloten dat de beoogde activiteiten een negatieve invloed zullen hebben op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming. De nieuwe aanbouw zal geen negatieve invloed hebben op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming. Voor de geplande ingreep blijven alle aanwezige bomen en struiken behouden. Bomen kunnen tijdens het broedseizoen niet jaarrond beschermde nesten bevatten. In de bomen zijn geen gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve ongeschikt als verblijfplaats. De bomen maken onderdeel uit van een lijnvormig element. Onder artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming geldt er een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en ook gebieden.

Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodig doden, verwonden of schade aan dieren, planten en gebieden te voorkomen. Dit geldt in praktijk voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten, waarbij onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden.

Inhoud 1

Inleiding ...................................................................................................................1 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 1 1.2 Doelstelling ............................................................................................................................. 1 1.3 Werkwijze ............................................................................................................................... 1

2

Wettelijk kader ........................................................................................................3 2.1 Wet natuurbescherming......................................................................................................... 3 2.2 Zorgplicht ................................................................................................................................ 4 2.3 Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 4 2.4 Houtopstanden ....................................................................................................................... 5 2.5 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ............................................................................ 6

3

Plangebied ...............................................................................................................7 3.1 Plangebied huidig ................................................................................................................... 7 3.2 Geplande ingrepen ................................................................................................................. 7 3.3 Nabij gelegen Natura2000 gebieden ...................................................................................... 8 3.4 Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland ........................................................ 8

4

Quickscan ..............................................................................................................10 4.1 Locatiebezoek ....................................................................................................................... 10 4.2 Resultaten quickscan ............................................................................................................ 11

5

Toetsing van de bevindingen .................................................................................20

6

Conclusies en aanbevelingen .................................................................................21

Bijlage 1

Kaartmateriaal

Bijlage 2

Foto’s

Bijlage 3

Gegevens Natuurloket

Bijlage 4

Checklist onderzoek vleermuizen

Bijlage 5

Literatuurlijst

AMO230624

1 Inleiding 1.1

Aanleiding De heer T. Delhaas heeft, in verband met bouwwerkzaamheden, aan Aelmans Milieu opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van een klein deel van het terrein aan de Molenweg 5-7 te Bemelen. De werkzaamheden bij Aelmans Milieu zijn gecoördineerd door de heer J.J. Jager MSc.

1.2

Doelstelling De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde soorten en gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van de in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming (Wnb) opgenomen soorten. Ook wordt er vastgesteld of bij de beoogde werkzaamheden rekening gehouden dient te worden met soorten en gebieden om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Om een overtreding met de Wet natuurbescherming te voorkomen kunnen maatregelen en/of soortgericht onderzoek geadviseerd worden.

1.3

Werkwijze Een quickscan wordt uitgevoerd door het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid op of nabij de onderzoekslocatie van de te verwachten beschermde soorten en geschikt habitat voor deze soorten. De quickscan is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn voor de quickscan geen ecologische inventarisaties uitgevoerd naar specifieke soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat vaak meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar. Tijdens het bureauonderzoek wordt aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten voor kunnen komen op de onderzoekslocatie. Ook zijn provinciale gebiedsbescherming en Natura 2000 gegevens geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn opgevraagd. De beoordeling van de verspreidingsgegevens wordt beperkt tot de soorten die binnen een straal van 5 kilometer van de onderzoekslocatie geregistreerd zijn.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

1

AMO230624

Tijdens het veldbezoek is, voor zover mogelijk, de gehele onderzoekslocatie en de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van de aanwezige habitat. Naast de aanwezige habitat zijn directe en indirecte indicaties betreffende het voorkomen van beschermde soorten opgenomen. Dit geldt voor het aantreffen van een exemplaar, holen, uitwerpselen, vraat-, loop- en veegsporen, prooiresten en andere sporen. Deze waarnemingen zijn meegenomen in de beoordeling.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

2

AMO230624

2 Wettelijk kader 2.1

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) is gericht op het beschermen en ontwikkelen van de natuur en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit. De Wnb deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet). 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage), hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet). Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

2.1.1 Vrijgestelde soorten

De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is voor de provincie Limburg geregeld in het Natuurbeheerplan Limburg 2022, geconsolideerd op 24 augustus 2021. In de bijlagen van deze verordening zijn soorten opgenomen welke bij ruimtelijke ontwikkeling binnen de provincie zijn vrijgesteld voor de aanvraag van een ontheffing. In onderstaande tabel zijn de vrijgestelde soorten vermeld.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

3

AMO230624

Tabel 1. Provinciaal vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer. Soortgroep

Soort

Periode

Soortgroep

Soort

Periode

Amfibieën

Bastaardkikker

Gehele jaar

Zoogdieren

Haas

Gehele jaar

Reptielen

(middelste groene kikker)

Hermelijn

Bruine kikker

Huisspitsmuis

Gewone pad

Konijn

Kleine watersalamander

Molmuis

Meerkikker

Ondergrondse

Hazelworm Levendbarende hagedis

Zoogdieren

Aardmuis

Juli t/m

woelmuis

september

Ree

15 augustus t/m

Rosse woelmuis

15 oktober

Steenmarter

Bosmuis

Tweekleurige

Bunzing

bosspitsmuis

Dwergmuis

Veldmuis

Dwergspitsmuis

Vos

Eekhoorn Egel

15 augustus t/m februari

Gehele jaar

Maart t/m april,

Wezel

juli t/m november

Woelrat

Gehele jaar

Gehele jaar

Gewone bosspitsmuis

2.2

Zorgplicht Onder artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming geldt er een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en ook gebieden. Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodig doden, verwonden of schade aan dieren, planten en gebieden te voorkomen. Dit geldt in praktijk voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten, waarbij onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden.

2.3

Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld als essentieel leefgebied voor bepaalde soorten. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorg dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

4

AMO230624

De wet biedt verschillende instrumenten om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren: • Beoordelingsplicht voor plannen, projecten en andere handelingen die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. • Het treffen van instandhoudingsmaatregelen. • Het treffen van passende maatregelen om te voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd en/of soorten verstoord worden. Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht. Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2 Wnb). Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend totdat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1 Wnb).

Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortzetting is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens of inzichten op kan leveren (art 2.8 lid 2 Wnb). De vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast en de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar worden gebracht, dit geldt ook voor externe werking. Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4). Onderdeel van de instandhoudingsmaatregelen is het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een landelijk samenhangend ecologisch netwerk van gebieden aangewezen door de gedeputeerde staten in hun eigen provincies. De gedeputeerde staten dragen de zorg voor de totstandkoming en instandhouding van dit netwerk.

Het NNN is ten gunste van de instandhoudingsdoelstellingen en het herstel van biotopen en leefgebieden voor alle in de Wet natuurbescherming genoemde soorten die in Nederland in het wild voorkomen, de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, (bijlage I Habitatrichtlijn ), en de uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende dier- en plantsoorten (artikel 1.5 lid 4 Wnb). Tevens kunnen gedeputeerde staten gebieden aanwijzen die buiten het natuurnetwerk Nederland liggen maar wel van een provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarde. Deze gebieden worden aangeduid als bijzondere provinciale natuurgebieden.

2.4

Houtopstanden Conform hoofdstuk 4 van de Wnb is een kapmelding verplicht bij de kap van ten minste 10 are of meer dan 20 bomen buiten de door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Indien dit het geval is wordt de kapmelding ingediend bij de provincie.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

5

AMO230624

Artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming verplicht een 1-op-1 compensatie, beter bekend als de herplantplicht, binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond. Kap van bos en bomen in beschermde natuurgebieden als onderdeel van het NNN dienen mogelijk extra gecompenseerd te worden conform provinciale beleidsregels. Dunningswerkzaamheden in het kader van natuurbeheer of boskap ten behoeve van realisatie van instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied zijn in beginsel vrijgesteld van herplantplicht, maar dienen wel gemeld te worden. De wet houtopstanden heeft geen betrekking op: • fruitbomen in boomgaarden en bijbehorende windschermen, • lijnvormige beplantingen van wilgen of populieren bij wegen, waterwegen of landbouwgronden, • naaldbomenproductie voor “Kerstbomen” die niet ouder zijn dan twintig jaar. • houtopstanden op erven en tuinen • boomkwekerijen • houtproductie van populier, wilg, es of els aangeplant na 2013 en welke eens per 10 jaar geoogst wordt. De desbetreffende kapwerkzaamheden hoeven daarom niet gemeld worden in het kader van de Wnb. Overigens is het mogelijk dat de provincie een kapverbod instelt, bijvoorbeeld ten behoeve van bescherming van natuur- en landschapswaarden, voor de duur van telkens maximaal 5 jaar per besluit.

2.5

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Ecologisch onderzoek valt niet onder een erkenningsregeling, er worden echter wel randvoorwaarden gesteld aan de competenties van de personen die het veldwerk uitvoeren. Door het RVO is een omschrijving opgesteld van een ecologisch deskundige. Een ecologische deskundige is iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Hij of zij heeft schriftelijk voldoende aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis om ecologisch onderzoek te kunnen doen. Hij of zij: • (her)kent de functionaliteit van leefgebieden van beschermde soorten; • heeft kennis van de algemeen erkende onderzoeksmethoden; • kan ecologische werkprotocollen uitwerken; • kan specifieke maatregelen begeleiden. Mevrouw Y.C. van der Sterren BSc voldoet aan de bovengenoemde voorwaarden.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

6

AMO230624

3 Plangebied 3.1

Plangebied huidig De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Margraten, sectie F, nummer 594. De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. De onderzoekslocatie betreft een ruimte tussen twee opstallen wat gelegen is in het buitengebied van Bemelen. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: -

3.2

Noordzijde: agrarische percelen en daarachter EuroParcs Poort van Maastricht Oostzijde: natura 2000 gebied Bemelerberg & Schiepersberg Zuidzijde: natura 2000 gebied Bemelerberg & Schiepersberg en daarachter Bemelen Westzijde: agrarische percelen en natura 2000 gebied Bemelerberg & Schiepersberg

Geplande ingrepen Het voornemen bestaat om twee vakantiewoningen met elkaar te verbinden (figuur 1). Deze verbinding zal op de begane grond gerealiseerd worden met mogelijk een schuin dak. De nok hoogte zal gelijk komt met de vloer van de eerste verdieping van de bestaande panden. De aanbouw zal niet de gehele gevels van de twee panden bedekken.

Figuur 1: Schets van de toekomstige situatie op de onderzoekslocatie.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

7

AMO230624

3.3

Nabij gelegen Natura2000 gebieden Circa 32 meter ten oosten, zuiden en westen van de onderzoekslocatie zijn de Bemelerberg & Schiepersberg gelegen dat is aangewezen als Natura 2000 gebied (figuur 2). Gezien de

Bemelerberg & Schiepersberg

Figuur 2: nabij gelegen Natura2000 gebieden

kleinschaligheid van de activiteit worden geen nadelige effecten op het natuurgebied verwacht. De ingreep leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie in het Natura2000 gebied. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aerius-berekening kunnen worden uitgevoerd.

3.4

Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland De locatie valt niet binnen de natuurbeheergebieden van de Provincie Limburg of binnen het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (figuur 3). Circa 32 meter ten oosten, zuiden en westen van de onderzoekslocatie zijn gebieden gelegen welke zijn aangewezen als poel en klein historisch water (L01.01), droog schraalland (N11.01), kruiden-en faunarijke akker (N12.05), haagbeuken-en essenbos (N14.03) en dennen-, eiken-, en beukenbos (N15.02). Deze gebieden zijn onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN).Gezien de kleinschaligheid en aard van de ingreep worden als gevolg van de ingreep geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

8

AMO230624

Figuur 3: nabij gelegen beheertypen & Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (LNN).

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

9

AMO230624

4 Quickscan 4.1

Locatiebezoek Het veldbezoek is op 24 november 2023 tussen 12:05 en 13:05 uitgevoerd. Het locatiebezoek is uitgevoerd door mevrouw Y.C. van der Sterren. De weersomstandigheden zijn opgenomen in tabel 2. In bijlage 2 zijn foto’s van het locatiebezoek opgenomen. Tabel 2. Bewolking

Neerslag

Wind

Temperatuur

Opmerkingen

zware

geen

NW 3 BFT

5 °C

Droog moment op regenachtige dag

Ten tijde van het locatiebezoek is geconstateerd dat op de onderzoekslocatie sprake is van twee vakantiehuisjes op een verwilderd grasveld met enkele bomen in een bosrijk gebied (figuur 4).

Figuur 4: luchtfoto onderzoekslocatie met de twee vakantiehuisjes: Molenweg 5 (meest westelijke huisje) en Molenweg 7 (meest oostelijke huisje).

De huisjes zijn steens gemetseld en hebben een met dakpannen bedekt dak met dakisolatie. Ten tijde van het veldbezoek waren de deuren en grotere ramen van de huisjes dichtgemaakt met metalen plaatmateriaal. Bij deze ramen waren kieren tussen de gevels en het plaatmateriaal aanwezig.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

10

AMO230624

Molenweg 5 (het meest westelijke huisje) heeft aan de westelijke kopse gevel bij de zuidelijke regengoot een openingen in het boeiboord. Ook langs de noordelijke gevel is bij dit huisje aan de onderkant van het boeiboord een opening aanwezig. Op enkele plaatsen sluiten de dakpannen niet nauw aan. Aan de oostzijde is een gepluimde spanner aangetroffen op de gevel van het huisje. Op de noordwest-, zuidoost-, en zuidwestelijke hoeken van de gevels van Molenweg 7 (het meest oostelijke huisje) zijn stukken van de mergelblokken afgebrokkeld. De afgebrokkelde delen zitten nabij het dak echter zijn hier geen openingen het pand in. Op de kopse gevels van het huisje is gevelbekleding aangebracht waar aan de zuidzijde gaten aanwezig zijn in de gevelbekleding. Bij het berghok aan de oostzijde zit een redelijk groot gat in de gevel nabij het dak. Het dak van het berghok heeft geen dakisolatie of -beschot. Aan de zuidwestzijde van het huisje is een klein raampje aanwezig waarvan het glas kapot is. Ook sluiten op enkele plaatsen de dakpannen niet nauw aan. De begroeiing op de onderzoekslocatie bestaat uit hoog gegroeid gras met ruigtesoorten als brandnetel, hondsdraf en paardenbloem. Aan de noordzijde aangrenzend aan de onderzoekslocatie staat een heg van hoofdzakelijk haagliguster met kers en kornoelje. Aan de westzijde liggen enkele boomstammen onder deze heg.

Ten zuidwesten van Molenweg 5 groeien twee naaldbomen met een coniferenhaag en bramenstruiken. Ten zuidwesten van Molenweg 7 groeit een beukenboom en aan de oostzijde staat een fruitboom met ondiepe holten. Ook groeien er enkele jonge kornoeljes en andere jonge boom- en struiksoorten op de onderzoekslocatie. Op de onderzoekslocatie zijn meerdere vogels gehoord en een roodborstje en gaai waargenomen. Aan de zuidzijde nabij de onderzoekslocatie is tevens een verwilderd grasveld met enkele fruitbomen aanwezig. Op dit grasveld zijn meerdere (wild)wissels aangetroffen en hier ligt een grote takkenhoop met houtstobben welke hier al geruime tijd liggen.

4.2

Resultaten quickscan In de volgende paragrafen wordt beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie zijn waargenomen of waarvan sporen zijn aangetroffen. Ook wordt op basis van het aanwezige biotoop en de inventarisatiegegevens uit de regio beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie potentieel voorkomen. Voor de (potentieel) aanwezige soorten wordt waar mogelijk beschreven of de onderzoekslocatie rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en migratieroutes biedt. Ook worden de effecten van de voorgenomen ingrepen op de (potentieel) aanwezige soorten beschreven. De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl (bijlage 3), dat door de NDFF is opgesteld en door, indien aanwezig, provinciale databanken.

4.2.1 Amfibieën

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de alpenwatersalamander, bastaardkikker (middelste groene kikker), bruine kikker, geelbuikvuurpad, gewone pad, kamsalamander, kleine watersalamander, meerkikker, rugstreeppad en vroedmeesterpad zijn waargenomen.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

11

AMO230624

Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker in Limburg vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het sporadisch voorkomen van deze soorten is niet uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. De alpenwatersalamander heeft een voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. De soort komt ook veel voor in heidegebieden en op ruderale terreinen. In het voorjaar is deze soort in allerlei typen water te vinden, zolang het niet snel stromend of rijk aan vis is. De meeste dieren overwinteren op het land. Hiervoor kunnen allerlei holten, houtwallen, overhoekjes, houtstapels, stenen en afvalhopen dienst doen. Ten noorden op circa 30 meter van de onderzoekslocatie is een vijver gesitueerd wat potentieel geschikt is voor deze soort. Door de afstand zullen de geplande activiteiten echter geen negatief effect hebben op dit water. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn houtwallen aanwezig, echter zullen deze houtwallen behouden blijven. Hierdoor hebben de voorgenomen werkzaamheden geen negatief effect op het voorkomen van de alpenwatersalamander.

Door het ontbreken van geschikt voortplantingswater en habitat in en nabij de onderzoekslocatie is het voorkomen van de geelbuikvuurpad, kamsalamander, rugstreeppad en vroedmeesterpad alsmede beschermde amfibieën binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. De rugstreeppad staat bekend als een echte pioniersoort, omdat ze een voorkeur heeft voor primaire stadia in de ecologische successie. Veel ingrepen van de mens kunnen als zodanig worden aangemerkt, van bouwterreinen tot afgravingen en net gegraven poelen en sloten, waardoor geschikte habitats ontstaan. Tijdens de geplande werkzaamheden dienen tijdelijke plassen en poelen te worden voorkomen, om te voorkomen dat de rugstreeppad in deze tijdelijke plassen eieren kan afzetten. De vroedmeesterpad is tevens een pionierssoort die zich kan voortplanten in tijdelijke wateren. Voor de vroedmeesterpad wordt eveneens geadviseerd om tijdelijke plassen en poelen te voorkomen tijdens de geplande werkzaamheden om te voorkomen dat in deze tijdelijke plassen eieren afgezet kunnen worden. 4.2.2 Dag-, nachtvlinders

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie het bruin dikkopje, grote parelmoervlinder, grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, sleedoornpage, teunisbloempijlstaart en veldparelmoervlinder zijn waargenomen. De grote vos komt voor in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Ook zwervende individuen worden vooral in een bosrijke omgeving gevonden. De vlinders zijn vooral te vinden op warme, zonnige, open maar beschutte plaatsen. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout. Vooral de iep wordt als waardplant gebruikt, maar ook de zoete kers en sommige wilgensoorten. Op de onderzoekslocatie zijn geen geschikte waardplanten aangetroffen, echter groeit in de aangrenzende heg ten noorden van de locatie de kers. Deze heg blijft behouden waardoor de geplande ingreep hier geen effect op heeft en daarmee ook geen effect heeft op het voorkomen van de grote vos.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

12

AMO230624

Door het ontbreken van geschikte waardplanten voor het bruin dikkopje, grote parelmoervlinder, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, sleedoornpage, teunisbloempijlstaart en veldparelmoervlinder op de locatie of zijn directe omgeving is geen sprake van essentieel leefgebied en zullen de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op deze soorten. 4.2.3 Geleedpotigen

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de Europese rivierkreeft, vermiljoenkever en het vliegend hert zijn waargenomen. Kevers: De biotoop van de vermiljoenkever wordt gevormd door vochtige bossen, houtwallen en lanen met bomen en dikke takken die recent zijn doodgegaan. Ook meer solitaire of opgestapelde boomstammen kunnen gekoloniseerd worden. De larve van de kever leeft achter de schors van verse dode bomen of takken. Ook de volwassen kever leeft het grootste deel van zijn leven achter schors. Populier is de absolute favoriete boom voor de soort, echter worden ook de andere loofboomsoorten en zelfs enkele naaldboomsoorten bewoond. Door het ontbreken van (verse) dode bomen is de vermiljoenkever uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Mogelijk dat de aangrenzende groene structuren geschikt habitat bieden, echter zal de ingreep hier geen effect op hebben. Het vliegend hert is, voor de ontwikkeling van haar larven, afhankelijk van door schimmels aangetast rottend hout (witrot). Tegenwoordig is dit veelal in de vorm van hakhout cultuur waar stompen blijven staan die uiteindelijk wegrotten. Deze soort wordt voornamelijk gevonden in dood eikenhout, echter komt deze soort ook voor in dood beuken- of fruitbomenhout. Door het ontbreken van rottend hout op de onderzoekslocatie is het vliegend hert uit te sluiten.

Mogelijk dat de groene structuren aangrenzend aan de locatie en de takkenstapel met houtstobben geschikt habitat bieden, echter zal de ingreep hier geen effect op hebben. Door het ontbreken van oude of holle bomen met veel dood hout of de aanwezigheid van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde kevers binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. Kreeftachtigen: De Europese rivierkreeft is de enige soort rivierkreeft die inheems is in Nederland. Populaties van de Europese rivierkreeft staan in vrijwel alle leefgebieden in Europa onder druk. In Nederland komt de soort nog maar op één locatie nabij Arnhem voor. Ook betreft de waarneming van deze soort nabij de onderzoekslocatie een niet wild exemplaar. Derhalve is de Europese rivierkreeft uit te sluiten op de onderzoekslocatie

4.2.4 Libellen

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de bosbeekjuffer en gevlekte witsnuitlibel zijn waargenomen.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

13

AMO230624

De habitat van de bosbeekjuffer bestaat uit bovenlopen (soms middenlopen) van beschaduwde, koude en zuurstofrijke beken, die gekenmerkt worden door een natuurlijke morfologie. Deze beken zijn grotendeels beschaduwd en arm aan waterplanten, maar enkele zonnige plekken met waterplanten zijn eveneens aanwezig. De oevers zijn begroeid met bomen, struiken en ruigtekruiden, die door bosbeekjuffers als zitplaatsen worden benut. Gezien het ontbreken van dergelijk habitat op en nabij de onderzoekslocatie is de bosbeekjuffer uit te sluiten. De habitat van de gevlekte witsnuitlibel bestaat uit laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen. De meeste gevlekte witsnuitlibellen zijn te vinden bij verlandingszones van laagveenmoerassen. Daarnaast kunnen ze voorkomen in bosplassen en verlandingszones van hoogveen- en heidevennen op de hoge zandgronden en randzones van hoogveen. Zowel vegetatieloze als dichtgegroeide wateren worden gemeden. Derhalve is de gevlekte witsnuitlibel uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Door het ontbreken van (helder) stromend open water op of in de nabijheid van de locatie (<25 meter) is het voorkomen van beschermde libellen binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. 4.2.5 Reptielen

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de hazelworm, levendbarende hagedis en muurhagedis zijn waargenomen. Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de hazelworm (gedurende jul t/m sep) en de levendbarende hagedis (gedurende 15 aug t/m 15 okt) in Limburg vrijgestelde soorten. De habitat van de hazelworm bestaat uit vochtige, begroeide omgevingen met een strooisellaag waarin het dier kan schuilen en jagen. De hazelworm is voornamelijk te vinden in bossen op open plekken, bosranden en houtwallen. Ook in door de mens aangepaste omgevingen kan de hazelworm zich handhaven, zoals houtwallen, kalkgraslanden, (spoor)wegbermen. In meer agrarisch georiënteerde landschappen is de hagedis te vinden in de overgangen van het landschap en hoekjes van het terrein die niet omgeploegd worden door landbouwwerktuigen. Een belangrijke voorwaarde die gesteld wordt is de aanwezigheid van schuilplaatsen, zoals houtstapels of dichte bodemvegetatie. Door het ontbreken van schuilplaatsen op de onderzoekslocatie is de hazelworm uit te sluiten. Mogelijk dat de groene structuren aangrenzend aan de locatie geschikt habitat bieden, echter zal de ingreep hier geen effect op hebben. De levendbarende hagedis heeft heide en hoogveen als voorkeurshabitat. Aangezien dergelijk habitat ontbreekt op de onderzoekslocatie is de levendbarende hagedis uit te sluiten.

De muurhagedis is een warmteminnende soort en komt in ons land uitsluitend in Maastricht voor. Verspreid over de rest van Nederland zijn de afgelopen 20 jaar individuen uitgezet. Aangezien sprake is van geïsoleerde individuen of maximaal enkele exemplaren is geen sprake van een levensvatbare populatie en kan het voorkomen van de muurhagedis binnen de onderzoekslocatie worden uitgesloten

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

14

AMO230624

Reptielen zijn gebonden aan heide- en hoogveenlandschap, ruige landschappen of bos(randen). Veelal betreffen dit vochtige terreinen met dicht bedekte vegetatie en open zones. Door het ontbreken van dergelijk habitat op de locatie en in zijn omgeving is het voorkomen van reptielen binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. 4.2.6 Vaatplanten

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de akkerboterbloem, akkerogentroost, berggamander, bergnachtorchis, blaasvaren, blauw guichelheil, bokkenorchis, dreps, getande veldsla, groot spiegelklokje, grote leeuwenklauw, kalkboterbloem, kartuizer anjer, kruiptijm, muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, pijlscheefkelk, rood peperboompje, ruw parelzaad, schubvaren, schubzegge, smalle raai, stijve wolfsmelk, tengere veldmuur, wilde ridderspoor en wilde weit zijn waargenomen. Blaasvaren, muurbloem en schubvaren zijn soorten die op rotsige oppervlakte zoals muren kunnen groeien. De muren van de vakantiehuisjes zijn afgewerkt met stucwerk waardoor spleten en kieren waar deze soorten kunnen vestigen ontbreken. Daarbij zijn ten tijde van het veldbezoek bovengenoemde vaatplanten niet aangetroffen op de muren van deze gebouwen. Hierdoor zijn de blaasvaren, muurbloem en schubvaren uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. De overige soorten zijn hoofdzakelijk afhankelijk van kalkrijke, stikstofarme, zwak tot matig voedselrijke ruderale gronden. Aangezien sprake is van een stikstofrijk perceel begroeid met overwegend stikstofminnnende plantensoorten, is het voorkomen van de genoemde soorten binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. Op of direct nabij de onderzoekslocatie zijn geen monumentale bomen bekend.

4.2.7 Vissen

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de beekdonderpad, beekprik, elrits en gestippelde alver zijn waargenomen. Door het ontbreken van geschikt jaarrond waterhoudend oppervlaktewater is het voorkomen van de beekdonderpad, beekprik, elrits en gestippelde alver alsmede andere beschermde vissoorten binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten.

4.2.8 Vleermuizen

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de baardvleermuis, bechsteins vleermuis, brandts vleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, ingekorven vleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, vale vleermuis en watervleermuis zijn waargenomen. De gewone dwergvleermuis, grijze grootoorvleermuis, ingekorven vleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en vale vleermuis zijn soorten die in gebouwen verblijven. De watervleermuis is voornamelijk een boombewonende soort. De overige soorten kunnen zowel in bomen als in gebouwen verblijven.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

15

AMO230624

De beoordeling van de onderzoekslocatie is uitgevoerd met behulp van de checklist van het vleermuis protocol 2021 (Bijlage 4). Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving staan bomen en struiken. Deze bomen en struiken hebben geen geschikte holten of scheuren om te dienen als verblijfsplaats voor vleermuizen. Hierdoor zijn verblijfsplaatsen van boombewonende vleermuissoorten uit te sluiten op de onderzoekslocatie. De vakantiehuisjes zijn steens gemetseld waardoor de gevels geen geschikte verblijfsplaatsen voor vleermuizen bieden. Ook de kieren tussen de gevels en het plaatmateriaal bij de deuren en ramen bieden geen geschikte verblijfsplaatsen doordat deze materialen(metaal) te glad zijn voor vleermuizen om op te landen. Daarbij warmt het metalen plaatmateriaal te snel op en koelt het te snel af waardoor er geen geschikt microklimaat kan ontstaan. In de noordwestelijke, zuidoostelijke en zuidwestelijke hoeken van de gevel van Molenweg 7 zijn nabij het dak stukken mergelblokken afgebroken. Echter zitten hierachter geen holtes waar vleermuizen kunnen verblijven. Bij beide huisjes sluiten op enkele plaatsen de dakpannen niet nauw aan waardoor vleermuizen tussen de dakpannen en het isolatie materiaal/dakbeschot kunnen verblijven. Deze ruimte kan ook via de dakranden door vleermuizen bereikt worden.

Hierdoor zijn verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten niet uit te sluiten in beide vakantiehuisjes. Aangezien de tussenbebouwing tegen de oostelijke gevel van Molenweg 5 en tegen de westelijke gevel van Molenweg 7 wordt gerealiseerd zal de geplande ingreep geen invloed hebben op mogelijke verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. De oostelijke gevel van Molenweg 5 en de westelijke gevel van 7 bieden geen geschikte openingen voor vleermuizen waardoor de te realiseren tussenbebouwing hier geen effect zal hebben op potentiële verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Hierdoor zal de geplande ingreep geen effect hebben op deze potentiële verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten. Op de onderzoekslocatie zijn geen bomen aanwezig. De bomen en struiken aangrenzend aan de onderzoekslocatie zijn onderdeel van een rechtlijnige structuur en dienen mogelijk wel als vliegroute voor vleermuizen. Echter zullen deze aangrenzende bomen en struiken behouden blijven waardoor er geen sprake zal zijn van een negatieve invloed op potentiële vliegroutes, mits er tijdens en na de voorgenomen werkzaamheden geen kunstmatig licht op gericht wordt. De onderzoekslocatie wordt mogelijk als foerageergebied gebruikt door vleermuizen, echter is een mogelijke verstoring door de geplande ingreep enkel van een tijdelijke aard.

Ook zijn er in de directe omgeving meer soortgelijke en geschiktere foerageergebieden aanwezig. Hierdoor is er geen sprake van een essentieel foerageergebied voor vleermuizen op de onderzoekslocatie. Mits er tijdens en na de voorgenomen werkzaamheden geen kunstmatig licht op gericht wordt. 4.2.9 Vogels

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw zijn waargenomen.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

16

AMO230624

Van de genoemde soorten zijn de gierzwaluw, de huismus, kerkuil en de steenuil voor hun nest gebonden aan gebouwen. De gierzwaluw komt in dorpen en steden voor. Deze soort nestelt graag onder scheefliggende dakpannen. Ook moet de uitvliegopening minimaal 3 meter hoog zitten. Molenweg 5 is niet hoog genoeg voor geschikte uitvliegopeningen voor de gierzwaluw. Ook bij Molenweg 7 zijn aan de noord, oost- en zuidzijde geen geschikte uitvliegopeningen door begroeiing en het dak van de overkapping Hierdoor is de gierzwaluw uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. De huismus broedt graag in kolonieverband onder de dakpannen van huizen. De huismus gebruikt zijn nest gedurende het gehele jaar. Tijdens het veldbezoek zijn geen foeragerende huismussen of huismussen die onder de dakpannen kropen waargenomen. De vakantiehuisjes bieden mogelijk geschikte holten voor huismussen in de boeiboorden en onder de dakpannen echter worden deze niet aangetast. De twee woningen zijn te klein om voldoende nestgelegenheid te bieden voor een huismus kolonie. Hierdoor kan de huismus worden uitgesloten binnen de onderzoekslocatie. De kerkuil en steenuil nestelen graag in grote open gebouwen zoals bijvoorbeeld schuren. Vaak maken ze een nest in een wat afgesloten ruimte. Molenweg 5 biedt geen geschikte openingen waardoor uilen het pand binnen kunnen komen.

Bij het berghok van Molenweg 7 is een redelijk groot gat in de gevel nabij het dak aanwezig waardoor uilen het pand in zouden kunnen komen. Echter zijn er in, op en rondom de bebouwing geen sporen van uilen (braakballen of fecaliën) of sporen van (oude) nesten aangetroffen. Hierdoor zijn uilen uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. Voor de overige vogelsoorten, met een jaarrond beschermd nest, zijn binnen de onderzoekslocatie geen nestmogelijkheden aanwezig of sporen (veren, krijtstrepen of braakballen) aangetroffen. In de gegevens van de NDFF zijn eveneens diverse categorie 5 soorten opgenomen (oa. blauwe reiger, boomklever, ekster, mezen, spechten en spreeuw). Gelet op het gebruik van de onderzoekslocatie zijn in de aangrenzende bomen en struiken nesten van algemene vogelsoorten als mezen, merels, ekster en dergelijke te verwachten. Dit zijn algemene soorten die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor deze soorten is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk indien vergelijkbaar habitat beschikbaar is, wat op de huidige onderzoeklocatie het geval is. Daarbij blijft het groen aangrenzend aan de onderzoekslocatie behouden. 4.2.10 Weekdieren

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde weekdieren zijn waargenomen. Door het ontbreken van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde weekdieren binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

17

AMO230624

4.2.11 Overig zoogdieren

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de aardmuis, bever, bosmuis, bunzing, damhert, das, dwergmuis, dwergspitsmuis, eekhoorn, egel, eikelmuis, grote bosmuis, haas, hamster, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, steenmarter, veldmuis, vos, wezel, wild zwijn, wilde kat, woelrat en wolf zijn waargenomen. Voor diverse van deze soorten geldt binnen de provincie Limburg een (tijdelijke) vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze soorten zijn onderstreept en weergegeven in tabel 1 (paragraaf 2.1). Van deze soorten is het (sporadisch) voorkomen van de muizen, egel, haas, konijn, ree en vos niet uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. Gezien de kleinschaligheid en het ontbreken van geschikt habitat op de onderzoekslocatie is de locatie ongeschikt als essentieel leefgebied van de bever, damhert, das, grote bosmuis, hamster, wild zwijn, wilde kat en wolf. Wel is het mogelijk dat de eekhoorn en grote bosmuis de groene structuren aangrenzend en nabij de onderzoekslocatie gebruiken als verblijfsplaats of migratieroute. Echter zal de ingreep geen effect hebben op deze groene structuren. Eikelmuizen leven in de struiklaag welke ze nauwelijks verlaten in kalkrijke hellingbossen. Ze komen ook voor in boomgaarden, kleinschalig agrarisch cultuurlandschap en tuinen van dorpsranden.

Heggen en hagen vormen een verbindingsschakel om zich te verplaatsen. Rond 2005 kwam de soort alleen nog voor in het Savelsbos, echter werd In 2017 een populatie eikelmuizen geherintroduceerd op de Bemelerberg. Gezien er nauwelijks struiken aanwezig zijn op de onderzoekslocatie is de eikelmuis hier uit te sluiten. Het is mogelijk dat de eikelmuis de heggen aangrenzend en nabij de onderzoekslocatie sporadisch gebruikt als migratieroute tussen de Bemelerberg en het bos ten noordoosten van de onderzoekslocatie. Echter zal de ingreep geen effect hebben op deze heggen. Als rust- en verblijfplaats voor kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel) worden aangemerkt: • holen • houtstapels • holle bomen • mollennesten • drainagepijpen • takkenrillen • hooi- en strobalen • stapels stenen en puin • gaten en holten • open schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders Waarbij deze goed geïsoleerd/beschut moeten zijn om onderkoeling te voorkomen. Bij de keuze voor een locatie voor de rustplaatsen is het van belang dat de in- en de uitgang van de rustplaats dekking biedt en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de rustplaats veilig kan worden bereikt. De foerageergebieden zijn hoofdzakelijk struwelen, bosranden en groene oevers.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

18

AMO230624

Voor de bunzing, hermelijn en wezel geldt binnen de provincie Limburg een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. De steenmarter is enkel in de periode 15 augustus t/m februari vrijgesteld Op de onderzoekslocatie zijn geen (geschikte) nest- of schuilplaatsen voor de steenmarter aangetroffen. Door de afwezigheid van holen, hout- of steenstapels en stro- of hooibergen op de onderzoekslocatie zijn verblijfsplaatsen van marterachtigen uit te sluiten. Daarbij zijn er geen sporen (fecaliën, prooiresten, prenten) van marterachtigen aangetroffen op de onderzoekslocatie. Wel zijn in de directe omgeving structuren aanwezig die als verblijfsplaats of als migratie route kunnen dienen, echter heeft de geplande ingreep geen invloed op deze structuren. Mogelijk is de onderzoekslocatie wel onderdeel van een foerageergebied. Echter betreft dit een zeer klein deel en zijn er soortgelijke en geschiktere foerageergebieden in de directe omgeving aanwezig.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

19

AMO230624

5 Toetsing van de bevindingen Op de onderzoekslocatie zullen bouwwerkzaamheden worden gerealiseerd. Voor de geplande ingreep zullen alle aanwezige bomen en struiken behouden blijven. Deze bomen en struiken kunnen tijdens het broedseizoen gebruikt worden door algemene (niet-jaarrond beschermde) vogelsoorten. Door de geplande ingreep kunnen deze nesten verstoord worden. In de aangrenzende bomen zijn geen gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve ongeschikt als verblijfplaats. De bomen maken onderdeel uit van een lijnvormig element. Zoals beschreven in hoofdstuk 4 kunnen er op de onderzoekslocatie soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze soorten, waaronder algemene vogelsoorten of provinciaal vrijgestelde soorten, ondervinden geen negatieve invloed van de beoogde werkzaamheden. Bij naleving van de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) is er voor deze soorten geen sprake van een overtreding van de Wnb.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

20

AMO230624

6 Conclusies en aanbevelingen Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel Molenweg 5-7 te Bemelen kan op basis van de huidige plannen worden uitgesloten dat de voorgenomen bouwwerkzaamheden een negatieve invloed heebben op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming. Gezien de kleinschaligheid en de aard van de ingreep worden geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (LNN/ Natura 2000). De ruimtelijke ontwikkeling leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie op de naburige Natura 2000 gebieden. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aerius-berekening kunnen worden uitgevoerd. Voor de geplande ingreep blijven alle aanwezige bomen en struiken behouden, welke als nestgelegenheid kunnen dienen voor diverse vogels. Op basis van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Wnb) is het verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Gezien er op de onderzoekslocatie vrijgestelde en/of algemene soorten voor kunnen komen dient men zich aan de zorgplicht te houden. Geadviseerd wordt om een ecologisch werkprotocol aan te houden. Door bijvoorbeeld één werkrichting vast te leggen kunnen dieren wegvluchten van de werkzaamheden.

De vluchtrichting moet wel naar een realistisch vluchtgebied leiden. Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kan de nieuwe tussenbebouwing meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen.

Quickscan Flora en Fauna Molenweg 5-7 te Bemelen Aelmans Milieu

21

Bijlage 1 Kaartmateriaal

Bijlage 1

Uw referentie: AMO230624

Kadastrale kaart

Uw referentie: AMO230624

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Margraten F 594

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 8 december 2023 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage 2 Foto’s

Foto 1: Overzichtsfoto van de onderzoekslocatie kijkend naar het noordoosten.

Foto 2: Overzichtsfoto van de onderzoekslocatie kijkend naar het noordwesten.

Fotobijlage AMO230624

Foto 3: Overzichtsfoto van de locatie waar de geplande ingreep zal plaatsvinden.

Foto 4: Foto van één van de ramen welke is dichtgemaakt met metalen plaatmateriaal waar kieren aanwezig zijn.

Fotobijlage AMO230624

Foto 5: De westelijke kopse gevel van Molenweg 5 met rechts de opening in het boeiboord (rood omcirkeld).

Foto 6: De westelijke en noordelijke zijde van Molenweg 5.

Fotobijlage AMO230624

Foto 7: De noordelijke en oostelijke zijde van Molenweg 5.

Foto 8: De oostelijke en zuidelijke zijde van Molenweg 7 met het gat in het berghok (rood omcirkeld).

Fotobijlage AMO230624

Foto 9: De westelijke zijde van Molenweg 7 waar de geplande ingreep zal plaatsvinden.

Foto 10: mergelblok afgebrokkeld op de hoek van de gevel aan de noordwestzijde van Molenweg 7.

Fotobijlage AMO230624

Foto 11: Mergelblok afgebrokkeld op de hoek van de gevel aan de zuidwestzijde van Molenweg 7.

Foto 12: De zuidelijke kopse gevel van Molenweg 7 met gaten in de gevelbekleding.

Fotobijlage AMO230624

Foto 13: Impressie van het berghok van Molenweg 7.

Foto 14: Het kapotte raampje aan de zuidwestzijde van de westelijke gevel van Molenweg 7.

Fotobijlage AMO230624

Foto 15: De heg ten noorden aangrenzend aan de onderzoekslocatie met de boomstammen onder de heg.

Foto 16: De naaldbomen en coniferenhaag ten zuidwesten van Molenweg 5.

Fotobijlage AMO230624

Foto 17: De fruitboom met ondiepe holten ten oosten van Molenweg 7.

Foto 18: De grote takkenhoop ten zuiden van de onderzoekslocatie kijkend naar het zuidwesten.

Fotobijlage AMO230624

Foto 19: Eén van de (wild)wissels ten zuiden van de onderzoekslocatie kijken naar het noordoosten.

Fotobijlage AMO230624

Bijlage 3 Gegevens Natuurloket

P roject

: Molenweg 5-7 te Bemelen

Referentie : AMO230624 Datum

: 23 november 2023

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDF F . Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 23 november 2023' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333

Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 23 november 2023'

N aam

Groep

Beschermingsregime

A fstand

Alpenwatersalamander

Amfibieën

wnb-andere

0 - 1 km

Baardvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Baardvleermuis / Brandts vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Bechsteins vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Berggamander

Vaatplanten

wnb-andere

0 - 1 km

Bergnachtorchis

Vaatplanten

wnb-andere

0 - 1 km

Bever

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Blauwe reiger

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Boerenzwaluw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Bonte vliegenvanger

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Boomklever

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Boomkruiper

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Boomvalk

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Bosbeekjuffer

Libellen

wnb-andere

0 - 1 km

Bosmuis

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Bosuil

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Brandts vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Bruin dikkopje

Dagvlinders

wnb-andere

0 - 1 km

Bruine kikker

Amfibieën

wnb-andere

0 - 1 km

Buizerd

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Bunzing

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Das

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Dreps

Vaatplanten

wnb-andere

0 - 1 km

Eekhoorn

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Egel

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Eikelmuis

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Ekster

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Franjestaart

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Geelbuikvuurpad

Amfibieën

wnb-hrl

0 - 1 km

Gekraagde roodstaart

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone pad

Amfibieën

wnb-andere

0 - 1 km

Gierzwaluw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Glanskop

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Grauwe vliegenvanger

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Groene kikker (Onb.)

Amfibieën

wnb-andere

0 - 1 km

Groene specht

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Grote bonte specht

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Grote bosmuis

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Grote gele kwikstaart

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Grote leeuwenklauw

Vaatplanten

wnb-andere

0 - 1 km

Grote vos

Dagvlinders

wnb-andere

0 - 1 km

Haas

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Havik

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Hazelworm

Reptielen

wnb-andere

0 - 1 km

Hop

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Huismus

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Huisspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Huiszwaluw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Iepenpage

Dagvlinders

wnb-andere

0 - 1 km

Ingekorven vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Kalkboterbloem

Vaatplanten

wnb-andere

0 - 1 km

Kerkuil

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Kleine bonte specht

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Kleine ijsvogelvlinder

Dagvlinders

wnb-andere

0 - 1 km

Kleine watersalamander

Amfibieën

wnb-andere

0 - 1 km

Konijn

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Koolmees

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Laatvlieger

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Levendbarende hagedis

Reptielen

wnb-andere

0 - 1 km

Meervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Muurhagedis

Reptielen

wnb-hrl

0 - 1 km

Oehoe

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Oeverzwaluw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Ooievaar

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Pimpelmees

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Raaf

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Ransuil

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Ree

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Roek

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Rosse vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Rosse woelmuis

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Schubvaren

Vaatplanten

wnb-andere

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Spreeuw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Steenmarter

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Steenuil

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Tapuit

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Tengere veldmuur

Vaatplanten

wnb-andere

0 - 1 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Torenvalk

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Vale vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Veldparelmoervlinder

Dagvlinders

wnb-andere

0 - 1 km

Vliegend hert

Kevers

wnb-andere

0 - 1 km

Vos

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Vroedmeesterpad

Amfibieën

wnb-hrl

0 - 1 km

Watervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Wespendief

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Wezel

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Wild zwijn

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Zwarte kraai

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Zwarte mees

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Zwarte roodstaart

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Zwarte wouw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Aardmuis

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Akkerboterbloem

Vaatplanten

wnb-andere

1 - 5 km

Akkerogentroost

Vaatplanten

wnb-andere

1 - 5 km

Bastaardkikker

Amfibieën

wnb-andere

1 - 5 km

Beekdonderpad

Vissen

wnb-andere

1 - 5 km

Beekprik

Vissen

wnb-andere

1 - 5 km

Blaasvaren

Vaatplanten

wnb-andere

1 - 5 km

Blauw guichelheil

Vaatplanten

wnb-andere

1 - 5 km

Bokkenorchis

Vaatplanten

wnb-andere

1 - 5 km

Damhert

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Draaihals

Vogels

jaarrond nest

1 - 5 km

Dwergmuis

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Dwergspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere

1 - 5 km

Elrits

Vissen

wnb-andere

1 - 5 km

Europese rivierkreeft

Geleedpotigen

wnb-andere

1 - 5 km

Gestippelde alver

Vissen

wnb-andere

1 - 5 km

Getande veldsla

Vaatplanten

wnb-andere

1 - 5 km

Gevlekte witsnuitlibel

Libellen

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Groot spiegelklokje

Vaatplanten

wnb-andere

1 - 5 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Grote parelmoervlinder

Dagvlinders

wnb-andere

1 - 5 km

Grote weerschijnvlinder

Dagvlinders

wnb-andere

1 - 5 km

Hamster

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=56816759-4638-4cf7-9064-245cefd8ca91