CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20240402 06k Bijlage 5 BP Heiweg 9-15, Nota van zienswijzen (Geanonimiseerd)

* Raadsvergaderingen 2 april 2024, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heiweg 9 - 15 Sint Geertruid1.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geanonimiseerde Nota van Zienswijze

Nota van zienswijze bestemmingsplan Heiweg 9-15 Sint Geertruid Het ontwerp bestemmingsplan ‘Heiweg 9-15 Sint Geertruid’ heeft ter inzage gelegen, vanaf 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024. Gedurende deze termijn kon iedereen schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen. Gedurende deze termijn is één zienswijze ingediend. Onderstaand worden de onderdelen van de zienswijze aangehaald en zijn deze van een reactie voorzien, resulterend in een conclusie waarin aangegeven is of de zienswijze aanleiding geeft voor aanpassing van het bestemmingsplan. Algemene inleiding Op de locatie Heiweg 9-15 Sint Geertruid hebben initiatiefnemers een melkveehouderij getransformeerd tot natuurboerderij. De locatie is op korte afstand van de Natura 2000-gebieden “Savelsbos” en “Noorbeemden & Hoogbos”. Gelet op Europese natuurdoelen moet de stikstofneerslag in Natura 2000-gebieden de komende jaren sterk verminderen. De “Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden” is bedoeld om stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten dalen. De regeling is gericht op de opkoop van veehouderijen, zogenaamde “piekbelasters”. Initiatiefnemers hebben een overeenkomst gesloten met de provincie. In deze overeenkomst zijn partijen overeengekomen dat initiatiefnemers een blijvende vermindering van de stikstofemissie vanaf de vestiging correct planologisch dienen te regelen.

Voorliggend ontwerpbestemmingsplan voorziet in het correct planologisch verankeren van deze provinciale regeling, door middel van een: 1. maximale stikstofwaarde; 2. verkleining van het agrarisch bouwvlak; 3. uitsluiten van een veehouderij, en 4. opleggen van spuitvrije zones. Voor het overige blijven de huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden van het huidige bestemmingsplan gelden. Het moederplan ‘Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1e Herziening’ wordt dus – op de vier genoemde wijzigingen na – één op één overgenomen. Inhoud zienswijze, onderdeel 1: Indiener van de zienswijze (hierna: Indiener) stelt dat het bestemmingsplan geen duidelijkheid schept over wat er wel en niet gaat komen ter plaatse. Dit mag volgens Indiener wel worden verwacht van een bestemmingsplan. Zo zou het bijvoorbeeld niet duidelijk zijn waar in het resterende bouwvlak bebouwing mag worden opgericht. Reactie op zienswijze, onderdeel 1: Het is belangrijk om te benadrukken dat een bestemmingsplan enkel kaders schept voor de ruimtelijke ordening en ontwikkeling van een gebied. Het is niet de bedoeling dat een bestemmingsplan gedetailleerde bouwplannen bevat, aangezien dit de flexibiliteit en het aanpassingsvermogen van het plan zou beperken. In plaats daarvan biedt het bestemmingsplan richtlijnen en regels waarbinnen

1

toekomstige ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Hoewel het begrijpelijk is dat individuen graag meer specifieke informatie zouden willen zien over wat er precies zal worden gebouwd, moet worden benadrukt dat dit niveau van detail niet geschikt is voor een bestemmingsplan. Zoals aangegeven in de inleiding wijzigt dit bestemmingsplan niets in de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan. Behoudens de in de inleiding genoemde wijzigingen.

Inhoud zienswijze, onderdeel 2: Indiener stelt dat in de regels op meerdere plaatsen bepaalde bevoegdheden worden overgedragen naar het college van B&W, waardoor de gemeenteraad deze bevoegdheden verliest. Reactie op zienswijze, onderdeel 2: Binnen een bestemmingsplan worden bepaalde bevoegdheden vaak overgedragen aan het college van B&W, zoals het verlenen van binnenplanse afwijkingen en het uitoefenen van wijzigingsbevoegdheden. Deze bevoegdheden delegeert de gemeenteraad aan het college van B&W bij de vaststelling van het bestemmingsplan. De gemeenteraad stelt bepaalde voorwaarden aan deze bevoegdheden, waardoor vooraf grip op de uitvoering bestaat. Dit gebeurt om verschillende redenen: -

-

-

Flexibiliteit en maatwerk: Het college krijgt de bevoegdheid om binnenplanse afwijkingen te verlenen om situaties waarin strikte naleving van het bestemmingsplan niet mogelijk of wenselijk is, toch op een passende manier te kunnen behandelen. Dit biedt flexibiliteit en maatwerk, waardoor bijvoorbeeld kleine afwijkingen van de regels kunnen worden toegestaan zonder dat daarvoor een volledige procedure voor het wijzigen van het bestemmingsplan nodig is. Efficiëntie: Het verlenen van binnenplanse afwijkingen en het uitoefenen van wijzigingsbevoegdheden door het college kan de procedure versnellen en vereenvoudigen, omdat dit op lokaal niveau kan worden afgehandeld zonder dat het hele bestemmingsplan moet worden herzien. Hierdoor kan sneller worden gereageerd op specifieke situaties en ontwikkelingen in de gemeente. Democratische controle: Hoewel het college deze bevoegdheden heeft, blijft het onderworpen aan controle en toezicht van de gemeenteraad en de provincie. Dit waarborgt dat beslissingen genomen worden binnen het kader van het vastgestelde bestemmingsplan en dat er transparantie en verantwoording is over het gebruik van deze bevoegdheden.

Zoals aangegeven in de inleiding wijzigt dit bestemmingsplan niets in de bestaande binnenplanse afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden. De bevoegdheden van het college in dit bestemmingsplan waren al opgenomen in het moederplan ‘Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1 e Herziening’ en worden één op één overgenomen. Waardoor geen extra bevoegdheden op het college worden overgedragen.

Inhoud zienswijze, onderdeel 3: Indiener stelt dat er geen duidelijke verbeelding is bij het bestemmingsplan en dat het bestemmingsplan daardoor niet voldoet aan de voorwaarden voor een bestemmingsplan. Reactie op zienswijze, onderdeel 3: Het bestemmingsplan is voorzien van een verbeelding die alle bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen bevat die nodig zijn voor het planologisch verankeren van de provinciale regeling. Zoals reeds is gereageerd op onderdeel 1, bevat een bestemmingsplan geen gedetailleerde bouwplannen, maar enkel ruimtelijke kaders.

Inhoud zienswijze, onderdeel 4: Indiener stelt dat het bestemmingsplan de rechtmatige invloed van de provincie ondermijnt. Er wordt gesteld dat bij de aanname van dit bestemmingsplan, de provincie in principe niet meer hoeft te worden geïnformeerd over de ontwikkelingen ter plaatse. Hierdoor zouden provinciale belangen en belangen van bewoners en organisaties niet meer worden behartigd. Reactie op zienswijze, onderdeel 4: De provincie Limburg heeft kennis genomen van het ontwerp bestemmingsplan en heeft het plan beoordeeld op adequate doorwerking van de provinciale belangen. De provincie heeft geen

2

opmerkingen op het plan en heeft geen zienswijze ingediend. Het bestemmingsplan is dus in overeenstemming met de momenteel geldende belangen. De provinciale Omgevingsverordening geldt in heel Limburg en maakt onderscheid in diverse ruimtelijke plannen. Bij ruimtelijke plannen van dusdanig ingrijpende aard, zal de Omgevingsverordening eveneens van toepassing zijn, naast het bestemmingsplan. Daarnaast geldt – ook voor de binnenplanse afwijkingen – altijd een omgevingsvergunningplicht. Tegen deze omgevingsvergunning kunnen belanghebbenden bezwaar maken. Hierdoor zijn de belangen van bewoners en organisaties geborgd.

Inhoud zienswijze, onderdeel 5: Indiener stelt dat onduidelijk is hoeveel stikstof verschillende onderdelen uit het bestemmingsplan zullen opleveren en wie hier de controle op houdt. De berekening uit de stikstofberekening is volgens Indiener slechts indicatief. Reactie op zienswijze, onderdeel 5: De berekening die is gegeven in het stikstofonderzoek is inderdaad indicatief. Er wordt een voorbeeld genoemd waaruit 300 kg NH3 kan bestaan. In artikel 5.1.1 onder a van de planregels wordt een maximum uitstoot van 300 kg NH3 – conform de voorwaarden uit de provinciale regeling – opgelegd. Het bestemmingsplan regelt niet hoe aan dit maximum invulling wordt gegeven. Het maximum van 300 kg NH3 zal echter gelden voor activiteiten die het bestemmingsplan momenteel rechtstreeks toelaat, alsook voor activiteiten die in de toekomst met een omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt. Door de specifieke aanduiding ter plaatse mag de maximale uitstoot nooit groter zijn dan de genoemde waarde.

Conclusie De zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=d12987cc-da10-4826-b967-cbd7baf23a07