CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20240402 06i Bijlage 3b BP Heiweg 9-15, Bijlage 2 bij toelichting (Quickscan flora en fauna)

* Raadsvergaderingen 2 april 2024, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heiweg 9 - 15 Sint Geertruid11.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid

Projectgegevens Rapportnummer Datum rapportage Versienummer

: AMO230576 : 27 november 2023 : 2

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid

Opdrachtgever

: Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V., Kerkstraat 2 6095 BE BAEXEM

Contactpersoon Aelmans Milieu Ecologisch medewerker Datum uitvoering veldwerk

: : : 9 november 2023

Opsteller rapportage Handtekening

: :

Controle rapportage Handtekening

: :

Rapportstatus

: defini�ef

Aelmans Milieu is een handelsnaam van Aelmans Milieu Oss B.V. Landweerstraat-Zuid 109 T 0412 655 058 oss@aelmans.com www.aelmans.com/milieu Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Milieu Oss B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Milieu Oss B.V., h.o. Aelmans Milieu, is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 16077486. Dit rapport is opgesteld in opdracht, is vertrouwelijk en mag niet worden gedupliceerd of aan derden openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schri�elijke toestemming van de opdrachtgever. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.

Sjabloonversie september 2023

Samenva�ng Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. hee�, in verband met sloop- en rooiwerkzaamheden, aan Aelmans Milieu opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het perceel Heiweg 9-11 te Sint Geertruid. De quickscan hee� tot doel vast te stellen of de beoogde ingrepen van invloed kunnen zijn op beschermde soorten en beschermde gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van de in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming (Wnb) opgenomen soorten. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde quickscan kan worden uitgesloten dat de beoogde ac�viteiten een nega�eve invloed zullen hebben op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming. Voor de geplande ingreep worden de groenstrook tussen de koeienstallen en het stalframe én de bomen en struiken op het braakliggende gedeelte gerooid worden. Bomen kunnen �jdens het broedseizoen niet jaarrond beschermde nesten beva�en. Daarbij zijn in de koeienstallen meerdere volgelnesten aangetroffen. Door de geplande ingreep kunnen deze nesten verstoord worden. Rooiwerkzaamheden en de sloop van de koeienstallen dienen buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden. Indien dit niet mogelijk is zal voorafgaand aan de ingreep een broedvogelcheck uitgevoerd moeten worden.

Geadviseerd wordt om de geplande rooiwerkzaamheden gefaseerd uit te voeren en zo vroeg mogelijk te beginnen met de aanplant zodat het essen�ële leefgebied van de huismus zo min mogelijk wordt aangetast. In de bomen zijn geen gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve ongeschikt als verblijfplaats. De bomen maken geen onderdeel uit van een lijnvormig element. Onder ar�kel 1.11 van de Wet natuurbescherming geldt er een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en ook gebieden. Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodig doden, verwonden of schade aan dieren, planten en gebieden te voorkomen. Dit geldt in prak�jk voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten, waarbij onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden. Door �jdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kan het perceel meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het aanplanten van inheemse bomen en struiken.

Inhoud 1

Inleiding ...................................................................................................................1 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 1 1.2 Doelstelling ............................................................................................................................. 1 1.3 Werkwijze ............................................................................................................................... 1

2

We�elijk kader ........................................................................................................3 2.1 Wet natuurbescherming......................................................................................................... 3 2.2 Zorgplicht ................................................................................................................................ 4 2.3 Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 4 2.4 Houtopstanden ....................................................................................................................... 5 2.5 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ............................................................................ 6

3

Plangebied ...............................................................................................................7 3.1 Plangebied huidig ................................................................................................................... 7 3.2 Geplande ingrepen ................................................................................................................. 7 3.3 Nabij gelegen Natura2000 gebieden ...................................................................................... 8 3.4 Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland ........................................................ 8

4

Quickscan ..............................................................................................................10 4.1 Loca�ebezoek ....................................................................................................................... 10 4.2 Resultaten quickscan ............................................................................................................ 12

5

Toetsing van de bevindingen .................................................................................20

6

Conclusies en aanbevelingen .................................................................................21

Bijlage 1

Kaartmateriaal

Bijlage 2

Foto’s

Bijlage 3

Gegevens Natuurloket

Bijlage 4

Checklist onderzoek vleermuizen

Bijlage 5

Literatuurlijst

AMO230576

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. hee�, in verband met sloopwerkzaamheden, aan Aelmans Milieu opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het perceel Heiweg 9-11 te Sint Geertruid. De contactpersoon namens de opdrachtgever was ing. De werkzaamheden bij Aelmans Milieu zijn gecoördineerd door de heer .

1.2

Doelstelling De quickscan hee� tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde soorten en gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van de in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming (Wnb) opgenomen soorten. Ook wordt er vastgesteld of bij de beoogde werkzaamheden rekening gehouden dient te worden met soorten en gebieden om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Om een overtreding met de Wet natuurbescherming te voorkomen kunnen maatregelen en/of soortgericht onderzoek geadviseerd worden.

1.3

Werkwijze Een quickscan wordt uitgevoerd door het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid op of nabij de onderzoeksloca�e van de te verwachten beschermde soorten en geschikt habitat voor deze soorten. De quickscan is een toets van de ecologische poten�es van de onderzoeksloca�e en betre� geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn voor de quickscan geen ecologische inventarisa�es uitgevoerd naar specifieke soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisa�e beslaat vaak meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest guns�ge periode van het jaar. Tijdens het bureauonderzoek wordt aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten voor kunnen komen op de onderzoeksloca�e. Ook zijn provinciale gebiedsbescherming en Natura 2000 gegevens geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Na�onale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn opgevraagd. De beoordeling van de verspreidingsgegevens wordt beperkt tot de soorten die binnen een straal van 5 kilometer van de onderzoeksloca�e geregistreerd zijn.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

1

AMO230576

Tijdens het veldbezoek is, voor zover mogelijk, de gehele onderzoeksloca�e en de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van de aanwezige habitat. Naast de aanwezige habitat zijn directe en indirecte indica�es betreffende het voorkomen van beschermde soorten opgenomen. Dit geldt voor het aantreffen van een exemplaar, holen, uitwerpselen, vraat-, loop- en veegsporen, prooiresten en andere sporen. Deze waarnemingen zijn meegenomen in de beoordeling.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

2

AMO230576

2 We�elijk kader 2.1

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) is gericht op het beschermen en ontwikkelen van de natuur en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit. De Wnb deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet). 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, rep�elen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage), hun vaste voortplan�ngsplaatsen of rustplaatsen en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet). Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

2.1.1 Vrijgestelde soorten De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is voor de provincie Limburg geregeld in het Natuurbeheerplan Limburg 2022, geconsolideerd op 24 augustus 2021.

In de bijlagen van deze verordening zijn soorten opgenomen welke bij ruimtelijke ontwikkeling binnen de provincie zijn vrijgesteld voor de aanvraag van een ontheffing. In onderstaande tabel zijn de vrijgestelde soorten vermeld.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

3

AMO230576

Tabel 1. Provinciaal vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer. Soortgroep

Soort

Periode

Soortgroep

Soort

Periode

Amfibieën

Bastaardkikker

Gehele jaar

Zoogdieren

Haas

Gehele jaar

Rep�elen

(middelste groene kikker)

Hermelijn

Bruine kikker

Huisspitsmuis

Gewone pad

Konijn

Kleine watersalamander

Molmuis

Meerkikker

Ondergrondse

Hazelworm Levendbarende hagedis

Zoogdieren

Aardmuis

Juli t/m

woelmuis

september

Ree

15 augustus t/m

Rosse woelmuis

15 oktober

Steenmarter

Bosmuis

Tweekleurige

Bunzing

bosspitsmuis

Dwergmuis

Veldmuis

Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel

15 augustus t/m februari

Gehele jaar

Gehele jaar

Vos Maart t/m april,

Wezel

juli t/m november

Woelrat

Gehele jaar

Gewone bosspitsmuis

2.2

Zorgplicht Onder ar�kel 1.11 van de Wet natuurbescherming geldt er een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en ook gebieden. Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodig doden, verwonden of schade aan dieren, planten en gebieden te voorkomen. Dit geldt in prak�jk voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten, waarbij onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden.

2.3

Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld als essen�eel leefgebied voor bepaalde soorten. De Europese Unie hee� deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorg dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie hee� alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habita�ypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

4

AMO230576

De wet biedt verschillende instrumenten om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren: • Beoordelingsplicht voor plannen, projecten en andere handelingen die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. • Het treffen van instandhoudingsmaatregelen. • Het treffen van passende maatregelen om te voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd en/of soorten verstoord worden. Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht. Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2 Wnb). Wanneer het een project betre� dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumula�e significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend totdat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1 Wnb).

Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortze�ng is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens of inzichten op kan leveren (art 2.8 lid 2 Wnb). De vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast en de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar worden gebracht, dit geldt ook voor externe werking. Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alterna�eve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4). Onderdeel van de instandhoudingsmaatregelen is het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een landelijk samenhangend ecologisch netwerk van gebieden aangewezen door de gedeputeerde staten in hun eigen provincies. De gedeputeerde staten dragen de zorg voor de totstandkoming en instandhouding van dit netwerk.

Het NNN is ten gunste van de instandhoudingsdoelstellingen en het herstel van biotopen en leefgebieden voor alle in de Wet natuurbescherming genoemde soorten die in Nederland in het wild voorkomen, de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, (bijlage I Habitatrichtlijn ), en de uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende dier- en plantsoorten (ar�kel 1.5 lid 4 Wnb). Tevens kunnen gedeputeerde staten gebieden aanwijzen die buiten het natuurnetwerk Nederland liggen maar wel van een provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarde. Deze gebieden worden aangeduid als bijzondere provinciale natuurgebieden.

2.4

Houtopstanden Conform hoofdstuk 4 van de Wnb is een kapmelding verplicht bij de kap van ten minste 10 are of meer dan 20 bomen buiten de door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Indien dit het geval is wordt de kapmelding ingediend bij de provincie.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

5

AMO230576

Ar�kel 4.2 van de Wet natuurbescherming verplicht een 1-op-1 compensa�e, beter bekend als de herplantplicht, binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond. Kap van bos en bomen in beschermde natuurgebieden als onderdeel van het NNN dienen mogelijk extra gecompenseerd te worden conform provinciale beleidsregels. Dunningswerkzaamheden in het kader van natuurbeheer of boskap ten behoeve van realisa�e van instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied zijn in beginsel vrijgesteld van herplantplicht, maar dienen wel gemeld te worden. De wet houtopstanden hee� geen betrekking op: fruitbomen in boomgaarden en bijbehorende windschermen, lijnvormige beplan�ngen van wilgen of populieren bij wegen, waterwegen of landbouwgronden, naaldbomenproduc�e voor “Kerstbomen” die niet ouder zijn dan twin�g jaar. houtopstanden op erven en tuinen boomkwekerijen houtproduc�e van populier, wilg, es of els aangeplant na 2013 en welke eens per 10 jaar geoogst wordt. De desbetreffende kapwerkzaamheden hoeven daarom niet gemeld worden in het kader van de Wnb. Overigens is het mogelijk dat de provincie een kapverbod instelt, bijvoorbeeld ten behoeve van bescherming van natuur- en landschapswaarden, voor de duur van telkens maximaal 5 jaar per besluit.

2.5

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Ecologisch onderzoek valt niet onder een erkenningsregeling, er worden echter wel randvoorwaarden gesteld aan de competen�es van de personen die het veldwerk uitvoeren. Door het RVO is een omschrijving opgesteld van een ecologisch deskundige. Een ecologische deskundige is iemand die ecologisch advies gee� of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Hij of zij hee� schri�elijk voldoende aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis om ecologisch onderzoek te kunnen doen. Hij of zij: (her)kent de func�onaliteit van leefgebieden van beschermde soorten; hee� kennis van de algemeen erkende onderzoeksmethoden; kan ecologische werkprotocollen uitwerken; kan specifieke maatregelen begeleiden. voldoet aan de bovengenoemde voorwaarden.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

6

AMO230576

3 Plangebied 3.1

Plangebied huidig De onderzoeksloca�e staat kadastraal bekend als gemeente Margraten, sec�e S, nummers 281 (ged.) en 352 . De situering van de onderzoeksloca�e in de regio is weergegeven in bijlage 1. De onderzoeksloca�e bestaat uit een voormalig agrarisch bedrijf en is gelegen in het buitengebied van Sint Geertruid. De directe omgeving van de loca�e bestaat uit: -

3.2

Noordzijde: agrarische percelen met daarachter Landgoed Moerslag en Camping De Bosrand. Oostzijde: restaurant Op De Hej en agrarische percelen met daarachter bosrijke percelen Zuidzijde: agrarische percelen en enkele bosrijke percelen met daarachter het dorp Voeren Westzijde: agrarische percelen met enkele bosrijkere percelen.

Geplande ingrepen Het voornemen bestaat om een voormalige melkveehouderij om te vormen naar een natuurboerderij (figuur 1). Daarvoor worden de gronden aan de zuidzijde ingezet voor agrarisch grondgebruik. Hiervoor dienen de koeienstallen, een stalframe en de meest zuidelijke kuilvoerplaat gesloopt te worden. Ook zal hier het aandeel erfverharding worden verminderd en zullen aanwezige bomen en struik worden gerooid.

Figuur 1: Schets van de toekoms�ge situa�e op de onderzoeksloca�e.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

7

AMO230576

3.3

Nabij gelegen Natura2000 gebieden Circa 415 meter ten zuid(westen) van de onderzoeksloca�e en circa 985 meter noorden zijn respec�evelijk de Voerstreek en het Savelsbos gelegen, welke zijn aangewezen als Natura 2000 gebieden (figuur 2). Gezien de geplande ingreep en de afstand van de ac�viteit worden geen nadelige effecten op het natuurgebied verwacht. De ingreep leidt vermoedelijk niet tot een toename van de s�kstofdeposi�e in het Natura2000 gebied. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aeriusberekening kunnen worden uitgevoerd. Savelsbos

Voerstreek

Figuur 2: nabij gelegen Natura2000 gebieden.

3.4

Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland De loca�e valt niet binnen de natuurbeheergebieden van de Provincie Limburg of binnen het Limburgse deel van het Na�onale Natuurnetwerk (figuur 3). Circa 310 meter ten noordwesten van de onderzoeksloca�e zijn gebieden gelegen welke zijn aangewezen als kruiden-en faunarijk grasland (N12.02) en haagbeuken-en essenbos (N14.03). Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ingreep geen nega�eve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

8

AMO230576

Figuur 3: nabij gelegen beheertypen & Limburgse deel van het Na�onale Natuurnetwerk (LNN).

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

9

AMO230576

4 Quickscan 4.1

Loca�ebezoek Het veldbezoek is op 9 november 2023 tussen 9:50 en 12:00 uitgevoerd. Het loca�ebezoek is uitgevoerd door . De weersomstandigheden zijn opgenomen in tabel 2. In bijlage 2 zijn foto’s van het loca�ebezoek opgenomen. Tabel 2. Bewolking

Neerslag

Wind

Temperatuur

zware

geen

ZW 4 BFT

10 °C

Opmerkingen

Ten �jde van het loca�ebezoek is geconstateerd dat op de onderzoeksloca�e sprake is van een agrarisch perceel waar een voormalige melkveehouderij gesitueerd was. Op de onderzoeksloca�e zijn meerdere opstallen aanwezig waaronder de koeienstallen, het frame van een stal en kuilvoerplaten (figuur 4).

3 1 1 2

Figuur 4: luch�oto onderzoeksloca�e met de koeienstallen (1), stalframe (2) en kuilvoerplaten (3).

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

10

AMO230576

De koeienstallen bestaan uit drie bouwwerken welke aan elkaar zijn gekoppeld en vanbinnen één grote stal vormen. De koeienstallen waren ten tijde van het veldbezoek niet meer in gebruik voor het houden van koeien, maar werd nog wel gebruikt als opslag. De koeienstallen bestaan uit een metalen frame met schuine daken van golfplaten zonder dakbeschot. Op het dak van de meest zuidelijke stal zijn zonnepanelen geplaatst. De stallen hebben een stenen borstwering en zijn daarboven open. De kopse gevels bestaan boven de stenen borstwering uit golfplaten en bij de meest oostelijke stal uit een enkele laag houten latten. Aan de zuidzijde van de meest westelijke stal is een kleine zolder aanwezig welke via een buitentrap te bereiken is. Op deze zolder is wel dakbeschot aanwezig. Tijden het veldbezoek stonden de deuren van de stallen open en waren de noordelijke en zuidelijke gevels open. Ook zijn er bij de nok van het dak én tussen de gevels en het dak openingen aanwezig. De koeienstallen werden ten tijde van het veldbezoek gebruikt als opslag van verscheidene materialen. Ook is hier een grote stroberg aanwezig welke met regelmaat werd gebruikt voor het voeren van de aanwezige dieren. In de stallen zijn op meerdere plaatsen fecaliën van muizen- of ratten gevonden. Aan de westzijde van de stallen bij de meest linker nok is een duivennest aangetroffen op een steunbalk nabij het dak.

Bij de dak overgang van de meest noordelijke stal naar de middelste stal is nestmateriaal (vermoedelijk merel) op een steunbalk nabij het dak aangetroffen. In de meest oostelijke stal is nabij de nok van het dak een nest van de boerenzwaluw gevonden. Op de zolder in de stallen zijn meerdere dagpauwogen aangetroffen welke hier vermoedelijk overwinteren. Ook is op de zolder een duivennest gevonden. Het stalframe bestaat uit een metalen frame waarvan het dak en de gevels ontbreken. Enkel de oostelijke kopse gevel en zijgevels zijn nog aanwezig. Ten tijde van het veldbezoek was de “binnenzijde” van het stalframe overwoekerd door braam, brandnetel en Japanse duizendknoop. Ook groeien hier jonge bomen als kers en boswilg en/of grauwe wilg. Nabij de noordoostelijk hoek van het stalframe ligt een door bramen overwoekerde houtstapel bestaande uit recht gestapelde houten balken en platen. Ten westen van dit stalframe is een overvliegende torenvalk waargenomen welke richting het noord(westen) vloog. De betonnen muren van de kuilvoerplaten ten noordwesten op de onderzoekslocatie waren ten tijde van het veldbezoek reeds verwijderd. De betonnen vloeren waren nog wel aanwezig. De meest noordelijke kuilvoerplaat werd tijdens het veldbezoek gebruikt voor de opslag van houtsnippers als haardhout. De middels plaat was leeg en stond blank ten tijde van het veldbezoek.

Ten westen in het verlengde van deze middelste plaat is een nestkast voor de torenvalk gesitueerd. Bij de meest zuidelijke kuilvoerplaat was de zuidelijke betonnen muur nog aanwezig. Op deze plaat lagen enkele materialen opgeslagen zoals metalen buizen, grond, een kleine (hakhout)stapel en kleine stenenstapel. Ten zuiden van de koeienstallen en ten noorden van het stalframe is een groenstrook aanwezig. Hier groeiden kersenboompjes en frambozenstruiken met brandnetel in de ondergroei. Bij deze groenstrook zijn meerdere huismussen waargenomen. Ten noorden van de kuilvoerplaten is een omheind weiland met een stalletje gesitueerd. In het weiland liepen tijdens het veldbezoek enkele kippen en varkens. Ook hier zijn enkele huismussen waargenomen.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

11

AMO230576

Ten zuiden van de kuilvoerplaten is een braakliggend gedeelte aanwezig. Het Engels raaigras groeide hier hoog met soorten als brandnetel, boerenwormkruid en paardenbloem. Aan de noordwestzijde staan hier enkele grauwe wilgen of boswilgen. Langs de randen van dit braakliggende gedeelte groeiden bramenstruiken.

4.2

Resultaten quickscan In de volgende paragrafen wordt beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie zijn waargenomen of waarvan sporen zijn aangetroffen. Ook wordt op basis van het aanwezige biotoop en de inventarisatiegegevens uit de regio beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie potentieel voorkomen. Voor de (potentieel) aanwezige soorten wordt waar mogelijk beschreven of de onderzoekslocatie rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en migratieroutes biedt. Ook worden de effecten van de voorgenomen ingrepen op de (potentieel) aanwezige soorten beschreven. De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl (bijlage 3), dat door de NDFF is opgesteld en door, indien aanwezig, provinciale databanken.

4.2.1 Amfibieën Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de alpenwatersalamander, bastaardkikker (middelste groene kikker), bruine kikker, geelbuikvuurpad, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, rugstreeppad en vroedmeesterpad zijn waargenomen.

Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker in Limburg vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ondanks dat wateroppervlak ontbreekt is het (sporadisch) voorkomen van deze soorten niet uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. Door het ontbreken van geschikt voortplantingswater en habitat in en nabij de onderzoekslocatie is het voorkomen van de alpenwatersalamander, geelbuikvuurpad, rugstreeppad en vroedmeesterpad en binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. De rugstreeppad staat bekend als een echte pioniersoort, omdat ze een voorkeur heeft voor primaire stadia in de ecologische successie. Veel ingrepen van de mens kunnen als zodanig worden aangemerkt, van bouwterreinen tot afgravingen en net gegraven poelen en sloten, waardoor geschikte habitats ontstaan. Tijdens de geplande werkzaamheden dienen tijdelijke plassen en poelen te worden voorkomen, om te voorkomen dat er geschikt voortplantingshabitat ontstaat waar de rugstreeppad eieren kan afzetten. De vroedmeesterpad is een pionierssoort die zich kan voortplanten in tijdelijke wateren. Voor de vroedmeesterpad wordt eveneens geadviseerd om tijdelijke plassen en poelen te voorkomen tijdens de geplande werkzaamheden om te voorkomen dat in deze tijdelijke plassen eieren afgezet kunnen worden.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

12

AMO230576

4.2.2 Dag-, nachtvlinders Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie het bruin dikkopje, grote parelmoervlinder, grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, sleedoornpage, teunisbloempijlstaart en veldparelmoervlinder zijn waargenomen.

Door het ontbreken van geschikte waardplanten voor het bruin dikkopje, grote parelmoervlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, sleedoornpage, teunisbloempijlstaart en veldparelmoervlinder op de locatie of zijn directe omgeving is geen sprake van essentieel leefgebied en zullen de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op de genoemde soorten. De grote vos komt voor in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Ook zwervende individuen worden vooral in een bosrijke omgeving gevonden. De vlinders zijn vooral te vinden op warme, zonnige, open maar beschutte plaatsen. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout. Vooral de iep wordt als waardplant gebruikt, maar ook de zoete kers en sommige wilgensoorten. Ondanks het voorkomen van kersen- en wilgenbomen op de onderzoekslocatie ontbreekt geschikt habitat. Hierdoor is de grote vos uit te sluiten op de onderzoekslocatie. De grote weerschijnvlinder komt voor in vochtige oudere loofbossen met open plekken erin. Vaak zijn het structuurrijke bossen uit verschillende boomsoorten met beekdalen en paden met brede bermen. De mannetjes en vrouwtjes ontmoeten elkaar bij opvallende, uit het kronendak of de bosrand stekende oude bomen als eiken. Als waardplanten dienen verschillende wilgensoorten (Salix), met name boswilg of grauwe wilg.

De eitjes worden afzonderlijk afgezet op de bovenkant van oude blaadjes in vier tot vijf meter hoge wilgen. De vlinders zitten graag bij poelen op de weg en op de mest van andere dieren. Op de onderzoekslocatie groeit boswilg en/of grauwe wilg, echter zijn dit relatief kleine bomen. Daarbij ontbreekt geschikt habitat voor de soort op de locatie. Hierdoor kan de grote weerschijnvlinder uitgesloten worden op de onderzoekslocatie. 4.2.3 Kevers Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de vermiljoenkever en het vliegend hert zijn waargenomen.

Het vliegend hert is, voor de ontwikkeling van haar larven, afhankelijk van door schimmels aangetast rottend hout. Tegenwoordig is dit veelal in de vorm van hakhout cultuur waar stompen blijven staan die uiteindelijk wegrotten. Deze soort wordt voornamelijk gevonden in dood eikenhout, echter komt deze ook voor in dood beuken- of fruitbomenhout. Op de locatie zijn geen bosschages met dode bomen of voormalige fruitgaarden aanwezig, derhalve is er geen geschikt habitat aanwezig voor deze soort waardoor deze uit te sluiten is binnen de onderzoekslocatie. De biotoop van de vermiljoenkever wordt gevormd door vochtige bossen, houtwallen en lanen met bomen en dikke takken die recent zijn doodgegaan. Gezien dergelijk habitat ontbreekt is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. Door het ontbreken van oude of holle bomen met veel dood hout of de aanwezigheid van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde kevers binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

13

AMO230576

4.2.4 Libellen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de bosbeekjuffer is waargenomen.

Door het ontbreken van (helder) stromend open water op of in de nabijheid van de locatie (<25 meter) is het voorkomen van de bosbeekjuffer en andere beschermde libellen binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. 4.2.5 Reptielen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de hazelworm, levendbarende hagedis en muurhagedis zijn waargenomen.

Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de hazelworm (gedurende jul t/m sep) en de levendbarende hagedis (gedurende 15 aug t/m 15 okt) in Limburg vrijgestelde soorten. De habitat van de hazelworm bestaat uit vochtige, begroeide omgevingen met een strooisellaag waarin het dier kan schuilen en jagen. De hazelworm is voornamelijk te vinden in bossen op open plekken, bosranden en houtwallen. Ook in door de mens aangepaste omgevingen kan de hazelworm zich handhaven, zoals houtwallen en (spoor)wegbermen. In meer agrarisch georiënteerde landschappen is de hagedis te vinden in de overgangen van het landschap en hoekjes van het terrein die niet omgeploegd worden door landbouwwerktuigen. Een belangrijke voorwaarde die gesteld wordt is de aanwezigheid van schuilplaatsen, zoals houtstapels of dichte bodemvegetatie. Het is onwaarschijnlijk dat hazelwormen meer dan 500 tot 1000 meter in een jaar af leggen. Dat maakt ze zeer gevoelig voor versnippering van het landschap door bijvoorbeeld wegen, kanalen en hazelwormonvriendelijk terrein zoals intensieve landbouw. Het braakliggende gedeelte en de begroeiing binnen het stalframe zijn mogelijk geschikte plekken voor de soort, hoewel het aandeel hout en dichte vegetatie hier gering is. Daarbij wordt de onderzoekslocatie omringd door weilanden en akkers en ligt de dichtstbijzijnde locatie met geschikt habitat op circa 215 meter ten westen.

Hierdoor is het voorkomen van de hazelworm uit te sluiten op de onderzoekslocatie. De levendbarende hagedis heeft heide en hoogveen als voorkeurshabitat. Gezien dergelijk habitat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie ontbreekt is deze soort hier uit te sluiten. Reptielen zijn gebonden aan heide- en hoogveenlandschap, ruige landschappen of bos(randen). Veelal betreffen dit vochtige terreinen met dicht bedekte vegetatie en open zones. Door het ontbreken van dergelijk habitat op de locatie en in zijn omgeving is het voorkomen van de overige beschermde reptielen binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. De muurhagedis is een warmteminnende soort en komt in ons land uitsluitend in Maastricht voor. Verspreid over de rest van Nederland zijn de afgelopen 20 jaar individuen uitgezet. Aangezien sprake is van geïsoleerde individuen of maximaal enkele exemplaren is geen sprake van een levensvatbare populatie en kan het voorkomen van de muurhagedis binnen de onderzoekslocatie worden uitgesloten.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

14

AMO230576

4.2.6 Vaatplanten Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie akkerdoornzaad, bergnachtorchis, bokkenorchis, bruinrode wespenorchis, grote leeuwenklauw, kartuizer anjer, muurbloem, ruw parelzaad en schubvaren zijn waargenomen.

Akkerdoornzaad, bergnachtorchis, bokkenorchis, bruinrode wespenorchis, grote leeuwenklauw, kartuizer anjer en ruw parelzaad zijn soorten welke hoofdzakelijk afhankelijk zijn van kalkrijke, stikstofarme, zwak tot matig voedselrijke ruderale gronden. Aangezien grote delen van de onderzoekslocatie verhard of bebouwd zijn en er op de overige delen sprake is van een kalkarm en stikstofrijk intensief onderhouden perceel, is het voorkomen van de genoemde soorten binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. Muurbloem en schubvaren zijn soorten die op rotsige oppervlakte zoals muren kunnen groeien. Op de borstwering van de koeienstallen zijn geen missende stenen of specie waargenomen. Daarbij zijn ten tijde van het veldbezoek bovengenoemde vaatplanten of andere planten niet aangetroffen op de muren van deze gebouwen. Hierdoor zijn de muurbloem en schubvaren eveneens uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. Wel is er Japanse duizendknoop waargenomen. Deze invasieve soort breidt zich snel uit waardoor deze gaat overheersen. Door zijn diepgaande wortels is deze plant lastig te verwijderen. Echter kan de plant worden uitgeput door de bovenste wortel laag (tot 40cm diep) af te graven en te verwijderen, en alle nieuw opkomende scheuten handmatig te verwijderen. De wortels kunnen zeer slecht tegen hitte en kunnen met thermische compostering (minimaal 50°) worden verwerkt.

Met het afgraven en het grondverzet dienen de materialen goed afgespoeld te worden gezien een wortelstukje van 0,3 cm al voldoende is om een nieuwe plant te laten groeien. Door het materieel slecht te reinigen kan deze plant snel worden verspreid naar andere bouwplaatsen door per ongeluk meegenomen wortelstukken. Op of direct nabij de onderzoekslocatie zijn geen monumentale bomen bekend. 4.2.7 Vissen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de elrits is waargenomen.

Door het ontbreken van geschikt jaarrond waterhoudend oppervlaktewater is het voorkomen van de elrits alsmede andere beschermde vissoorten binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. 4.2.8 Vleermuizen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de baardvleermuis, bechsteins vleermuis, bosvleermuis, brandts vleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, ingekorven vleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, vale vleermuis en watervleermuis zijn waargenomen.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

15

AMO230576

De gewone dwergvleermuis, ingekorven vleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en vale vleermuis zijn soorten die in gebouwen verblijven. De bosvleermuis en watervleermuis zijn voornamelijk boombewonende soorten. De baardvleermuis, bechsteins vleermuis, brandts vleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis kunnen zowel in bomen als in gebouwen verblijven. De beoordeling van de onderzoekslocatie is uitgevoerd met behulp van de checklist van het vleermuis protocol 2021 (Bijlage 4). Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving staan enkel jonge bomen en struiken. Deze bomen en struiken hebben geen geschikte holten of scheuren om te dienen als verblijfsplaats voor vleermuizen. Hierdoor zijn verblijfsplaatsen van boombewonende vleermuissoorten uit te sluiten op de onderzoekslocatie. De koeienstallen zijn door het ontbreken van een spouw en dakbeschot ongeschikt als verblijfsplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten. Daarbij ontbreekt hier een geschikt microklimaat voor vleermuizen door de open structuur van de stal en het metalen golfplaten dak dat snel opwarmt en afkoelt. Op de zolder in de koeienstallen is dakbeschot aanwezig, echter bestaat het dak hier eveneens uit metalengolfplaten waardoor er geen geschikt microklimaat kan ontstaan.

Het stalframe en de kuilvoerplaten hebben geen daken en geschikte gevels voor vleermuizen om te verblijven. Hierdoor kunnen verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten in alle bebouwing op de onderzoeksoptie worden uitgesloten. De jonge bomen en struiken ten oosten, zuiden en westen aangrenzend aan de onderzoekslocatie zijn onderdeel van een rechtlijnige structuur, echter staan deze structuren niet in verbinding met andere (groene) rechtlijnige structuren. Hierdoor is het onwaarschijnlijk dat deze bomenrijen worden gebruikt als essentiële vliegroute. Daarbij zullen deze aangrenzende bomen en struiken behouden blijven waardoor er geen sprake zal zijn van een negatieve invloed op vliegroutes, mits er tijdens en na de voorgenomen werkzaamheden geen kunstmatig licht op gericht wordt. De onderzoekslocatie wordt mogelijk als foerageergebied gebruikt door vleermuizen gezien er insecten op de kippen en varkens in het omheinde weiland afkomen. Echter zijn er in de directe omgeving meer soortgelijke en geschiktere foerageergebieden voor vleermuizen aanwezig. Hierdoor is er geen sprake van een essentieel foerageergebied voor vleermuizen op de onderzoekslocatie. Daarbij zorgt het voornemen om natuurinclusieve landbouw te bedrijven en een voedselbos aan te leggen voor een geschikter foerageergebied voor vleermuizen.

Mits er na de voorgenomen werkzaamheden geen kunstmatig licht op gericht wordt. 4.2.9 Vogels Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw zijn waargenomen.

Van de genoemde soorten zijn de gierzwaluw, de huismus, kerkuil en de steenuil voor hun nest gebonden aan gebouwen.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

16

AMO230576

De gierzwaluw nestelt graag onder scheefliggende dakpannen. Ook moet de uitvliegopening minimaal 3 meter hoog zitten. De bebouwing op de onderzoekslocatie hebben golfplaten daken. Daarbij hebben de daken geen dakbeschot met uitzondering van de zolder in de koeienstallen. Hierdoor zijn er geen geschikte openingen en holtes voor de gierzwaluw om te kunnen nestelen en zijn verblijfsplaatsen van deze soort uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Wel kan de onderzoekslocatie als foerageergebied dienen voor deze soort. Echter foerageert de gierzwaluw hoog in de lucht en de voorgenomen werkzaamheden zullen daardoor geen negatief effect hebben op het foerageergebied van de gierzwaluw. De huismus broedt graag in kolonieverband onder de dakpannen van huizen. De huismus gebruikt zijn nest gedurende het gehele jaar. Tijdens het veldbezoek zijn huismussen waargenomen bij de groenstrook tussen de koeienstallen en het stalframe. Ook zijn bij het omheinde weiland enkele huismussen waargenomen. Echter zijn er geen in- of uitvliegende huismussen waargenomen bij de bebouwing op de onderzoekslocatie. De bebouwing op de onderzoekslocatie heeft golfplaten daken. Daarbij hebben de daken geen dakbeschot met uitzondering van de zolder in de koeienstallen. Ook onder de zonnepanelen op de koeienstal zijn geen nesten aangetroffen.

Hierdoor zijn er geen geschikte holtes voor de huismus om te kunnen nestelen en zijn verblijfsplaatsen van deze soort uit te sluiten op de onderzoekslocatie. De waargenomen huismussen nestelen hoogstwaarschijnlijk in het woonhuis ten noordoosten van de onderzoekslocatie. Dit woonhuis heeft dakpannen welke niet nauw aansluiten en ook bij de gevels en het dak zijn openingen aanwezig. Daarbij is het aannemelijk dat hier dakbeschot aanwezig is. Gezien huismussen op twee plaatsen op de onderzoekslocatie zijn waargenomen dient de locatie als foerageergebied voor de soort. Huismussen zijn uitgesproken standvogels. Dit betekent dat ze zich, het hele jaar door, niet meer dan enkele honderden meters van de broedplaats verwijderen. De onderzoekslocatie bevindt zich tussen akkers en weilanden met enkel twee buurpercelen met bebouwing en groene structuren. Hierdoor is essentieel foerageergebied op de onderzoekslocatie niet uit te sluiten. Door het voornemen om de jonge bomen en struiken in de groenstrook tussen de koeienstallen en het stalframe én nabij het braakliggende deel te rooien gaat dit deel van het foerageergebied verloren. Echter blijft er voldoende begroeiing aanwezig op de onderzoekslocatie om te dienen als foerageergebied voor de huismus. Daarbij zal de geplande ingreep uiteindelijk ook zorgen voor meer foerageergebied voor de soort.

Wel wordt geadviseerd om rooiwerkzaamheden gefaseerd uit te voeren en de aanplant van nieuwe groene structuren zo snel als mogelijk te starten. De kerkuil en steenuil nestelen graag in grote open gebouwen zoals bijvoorbeeld schuren. Vaak maken ze een nest in een wat afgesloten ruimte. De bebouwing op de onderzoekslocatie is overwegend niet goed afgesloten en afgewerkt. Hierdoor zijn er geschikte openingen waardoor uilen de panden binnen kunnen komen. Echter zijn in, op en rondom de koeienstallen en het stalframe geen sporen van uilen (braakballen of fecaliën) of sporen van (oude) nesten aangetroffen. Hierdoor zijn uilen uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie dient wel als foerageergebied voor uilen. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie zijn in de directe omgeving voldoende soortgelijke of betere foerageergebieden aanwezig. Hierdoor is er op de onderzoekslocatie geen sprake van een essentieel foerageergebied voor uilen. Voor de overige vogelsoorten, met een jaarrond beschermd nest, zijn binnen de onderzoekslocatie geen nestmogelijkheden aanwezig of sporen (veren, krijtstrepen of braakballen) aangetroffen.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

17

AMO230576

In de gegevens van de NDFF zijn eveneens diverse categorie 5 soorten opgenomen (oa. blauwe reiger, boomklever, ekster, mezen, spechten en spreeuw). Gelet op het gebruik van de onderzoekslocatie zijn in de jonge bomen en struiken nesten van algemene vogelsoorten als mezen, merels en dergelijke te verwachten. Dit zijn algemene soorten die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor deze soorten is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk indien vergelijkbaar habitat beschikbaar is, wat op de huidige onderzoeklocatie het geval is. Daarbij zal de geplande ingreep voor meer groene structuren zorgen waar vogels in kunnen nestelen. 4.2.10 Weekdieren Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde weekdieren zijn waargenomen. Door het ontbreken van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde weekdieren binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten.

4.2.11 Overig zoogdieren Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de aardmuis, bever, bosmuis, bunzing, das, dwergmuis, dwergspitsmuis, eekhoorn, egel, eikelmuis, grote bosmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, steenmarter, veldmuis, vos, wezel, wild zwijn, wilde kat en woelrat zijn waargenomen.

Voor diverse van deze soorten geldt binnen de provincie Limburg een (tijdelijke) vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze soorten zijn onderstreept en weergegeven in tabel 1 (paragraaf 2.1). Van deze soorten is het (sporadisch) voorkomen van de muizen, egel, haas, konijn, ree en vos niet uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. Gezien de ligging en het ontbreken van geschikt habitat op de onderzoekslocatie is de locatie ongeschikt als essentieel leefgebied van de bever, das, eekhoorn, eikelmuis, grote bosmuis, wild zwijn en wilde kat. Mogelijk is de onderzoekslocatie onderdeel van het foerageergebied van das en grote bosmuis. Echter zijn er in de directe omgeving meer soortgelijke en geschiktere foerageergebieden voor deze soorten aanwezig. Daarbij zal de geplande ingreep zorgen voor een geschikter foerageergebied. Als rust- en verblijfplaats voor marterachtigen (bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel) worden aangemerkt: • holen • houtstapels • holle bomen • mollennesten • drainagepijpen • takkenrillen • hooi- en strobalen • stapels stenen en puin • gaten en holten • open schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

18

AMO230576

Waarbij deze goed geïsoleerd/beschut moeten zijn om onderkoeling te voorkomen. Bij de keuze voor een locatie voor de rustplaatsen is het van belang dat de in- en de uitgang van de rustplaats dekking biedt en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de rustplaats veilig kan worden bereikt. De foerageergebieden zijn hoofdzakelijk struwelen, bosranden en groene oevers. Voor de bunzing, hermelijn en wezel geldt binnen de provincie Limburg een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. De steenmarter is enkel in de periode 15 augustus t/m februari vrijgesteld Op de onderzoekslocatie zijn geen (geschikte) nest- of schuilplaatsen aangetroffen. De grote berg met stro in de koeienstallen is in gebruik en wordt regelmatig afgevoerd. Dit geldt ook voor de hoop met houtsnippers op de kuilvoerplaat. Ook zijn de andere bergen en hopen met materiaal op de onderzoekslocatie van onvoldoende grootte om voldoende isolatie te bieden of lagen recht opgestapeld waardoor er geen ruimten zijn waar een marter tussen kan schuilen. Daarbij zijn er op de onderzoekslocatie geen latrines of losse fecaliën aangetroffen. Hierdoor zijn verblijfsplaatsen van marterachtigen uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Mogelijk is de onderzoekslocatie wel onderdeel van een foerageergebied. Echter zijn er soortgelijke en geschiktere foerageergebieden in de directe omgeving aanwezig.

Daarbij zal de geplande ingreep de locatie geschikter maken voor marterachtigen en is een mogelijke verstoring door de geplande werkzaamheden enkel van een tijdelijke aard.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

19

AMO230576

5 Toetsing van de bevindingen Op de onderzoekslocatie zullen sloopwerkzaamheden worden gerealiseerd. Voor de geplande ingreep zal de groenstrook tussen de koeienstallen en het stalframe én de bomen en struiken op het braakliggende gedeelte worden gerooid. Deze bomen en struiken kunnen tijdens het broedseizoen gebruikt worden door algemene (niet-jaarrond beschermde) vogelsoorten. Daarbij zijn in de koeienstallen meerdere volgelnesten aangetroffen. Door de geplande ingreep kunnen deze nesten verstoord worden. In de bomen zijn geen gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve ongeschikt als verblijfplaats. De bomen maken geen onderdeel uit van een lijnvormig element. Zoals beschreven in hoofdstuk 4 kunnen er op de onderzoekslocatie soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze soorten, waaronder algemene vogelsoorten of provinciaal vrijgestelde soorten, ondervinden geen negatieve invloed van de beoogde werkzaamheden. Bij naleving van de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) is er voor deze soorten geen sprake van een overtreding van de Wnb.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

20

AMO230576

6 Conclusies en aanbevelingen Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel Heiweg 9-11 te Sint Geertruid kan worden uitgesloten dat de voorgenomen sloop- en rooiwerkzaamheden een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden. Geadviseerd wordt om de geplande rooiwerkzaamheden gefaseerd uit te voeren en zo vroeg mogelijk te beginnen met de aanplant zodat het essentiële leefgebied van de huismus zo min mogelijk wordt aangetast. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (LNN/ Natura 2000). De ruimtelijke ontwikkeling leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie op de naburige Natura 2000 gebieden. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aerius-berekening kunnen worden uitgevoerd. Voor de geplande ingreep worden de groenstrook tussen de koeienstallen en het stalframe én de bomen en struiken op het braakliggende gedeelte gerooid, welke als nestgelegenheid kunnen dienen voor diverse vogels. Ook zijn in de koeienstallen meerdere volgelnesten aangetroffen. Op basis van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Wnb) is het verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Rooiwerkzaamheden en de sloop van de koeienstallen dienen buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden. Indien dit niet mogelijk is zal voorafgaand aan de ingreep een broedvogelcheck uitgevoerd moeten worden. Gezien er op de onderzoekslocatie vrijgestelde en/of algemene soorten voor kunnen komen dient men zich aan de zorgplicht te houden. Geadviseerd wordt om een ecologisch werkprotocol aan te houden. Door bijvoorbeeld één werkrichting vast te leggen kunnen dieren wegvluchten van de werkzaamheden. De vluchtrichting moet wel naar een realistisch vluchtgebied leiden. Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kan het perceel meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het aanplanten van inheemse bomen en struiken.

Quickscan Flora en Fauna Heiweg 9-11 te Sint Geertruid Aelmans Milieu

21

Bijlage 1 Kaartmateriaal

Bijlage 1

Uw referentie: AMO230576

Kadastrale kaart

Uw referentie: AMO230576

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Margraten S 281

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 23 november 2023 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage 2 Foto’s

Foto 1: De westelijke gevels van de koeienstallen op de onderzoekslocatie met linksachter het stalframe.

Foto 2: De zuidelijke gevel van de meest zuidelijke koeienstallen met de zonnepanelen.

Fotobijlage AMO230576

Foto 3: Impressie van de binnenzijde van de koeienstallen kijkend naar het noorden met links de stroberg

Foto 4: Duivennest (omcirkeld) aan de westzijde van de koeienstallen.

Fotobijlage AMO230576

Foto 5: Nestmateriaal bij de dak overgang van de meest noordelijke stal naar de middelste stal.

Foto 6: Nest van de boerenzwaluw (omcirkeld) in de meest oostelijke stal.

Fotobijlage AMO230576

Foto 7: Dagpauwogen (omcirkeld) op de zolder in de koeienstallen.

Foto 8: Duivennest op de zolder van de koeienstallen.

Fotobijlage AMO230576

Foto 9: Het stalframe op de onderzoekslocatie kijkend naar het zuidoosten.

Foto 10: De door braam overwoekerde houtstapel binnen het stalframe.

Fotobijlage AMO230576

Foto 11: De berg met houtsnippers op de meest noordelijke kuilvoerplaat kijkend naar het westen.

Foto 12: Nestkast voor de torenvalk in het verlengde van de middelste kuilvoerplaat en de houtstapel op de meest zuidelijke kuilvoerplaat.

Fotobijlage AMO230576

Foto 13: Impressie van het braakliggende gedeelte ten zuiden van de kuilvoerplaten kijkend naar het oosten.

Foto 14: Impressie van het braakliggende gedeelte ten zuiden van de kuilvoerplaten kijkend naar het westen.

Fotobijlage AMO230576

Foto 15: Opvliegende huismussen (omcirkeld) bij de groenstrook tussen de koeienstallen en het stalframe.

Fotobijlage AMO230576

Bijlage 3 Gegevens Natuurloket

Project

: Heiweg 9-11 te Sint Geertruid

Referentie : AMO230576 Datum

: 08 november 2023

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 08 november 2023' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333

Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 08 november 2023'

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Alpenwatersalamander

Amfibieën

wnb-andere

0 - 1 km

Blauwe reiger

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Boerenzwaluw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Bonte vliegenvanger

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Boomklever

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Boomkruiper

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Boomvalk

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Bosbeekjuffer

Libellen

wnb-andere

0 - 1 km

Bosmuis

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Bosuil

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Bosvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Bruine kikker

Amfibieën

wnb-andere

0 - 1 km

Buizerd

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Bunzing

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Das

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Eekhoorn

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Egel

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Eikelmuis

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Ekster

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Gekraagde roodstaart

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone pad

Amfibieën

wnb-andere

0 - 1 km

Gierzwaluw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Glanskop

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Grauwe vliegenvanger

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Groene specht

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Grote bonte specht

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Grote bosmuis

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Grote gele kwikstaart

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Haas

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Havik

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Hazelworm

Reptielen

wnb-andere

0 - 1 km

Huismus

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Huisspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Huiszwaluw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Iepenpage

Dagvlinders

wnb-andere

0 - 1 km

Kerkuil

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Kleine bonte specht

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Kleine ijsvogelvlinder

Dagvlinders

wnb-andere

0 - 1 km

Kleine watersalamander

Amfibieën

wnb-andere

0 - 1 km

Konijn

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Koolmees

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Laatvlieger

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Levendbarende hagedis

Reptielen

wnb-andere

0 - 1 km

Pimpelmees

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Raaf

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Ransuil

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Ree

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Roek

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Rosse vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Rosse woelmuis

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Spreeuw

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Steenmarter

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Steenuil

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Tapuit

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Teunisbloempijlstaart

Nachtvlinders

wnb-hrl

0 - 1 km

Torenvalk

Vogels

jaarrond nest

0 - 1 km

Veldparelmoervlinder

Dagvlinders

wnb-andere

0 - 1 km

Vliegend hert

Kevers

wnb-andere

0 - 1 km

Vos

Zoogdieren

wnb-andere

0 - 1 km

Watervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=a66dc48b-3d42-4985-b964-4843a63403a1