CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20240402 06c Bijlage 2 BP Heiweg 9-15, Regels

* Raadsvergaderingen 2 april 2024, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heiweg 9 - 15 Sint Geertruid17.669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Regels -

Heiweg 9-15 Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten

Bestemmingsplan Heiweg 9-15 Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten

Onderdeel:

Regels

IDN-nummer:

NL.IMRO.1903.BPBUI6265NL915-VG01

Projectnummer:

M203070

Status:

vastgesteld

Datum:

02-04-2024

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

5

Artikel 1 Artikel 2

5 14

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

15

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

15 21 28 37 39 41 43

Agrarisch Agrarisch met waarden Agrarisch-Bedrijf Waarde-Archeologie Waarde-Cultuurhistorie Waarde-Landschapselement Waterstaat-Erosie

Hoofdstuk 3 Algemene regels

45

Artikel 10 Artikel 11

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels

45 46

Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18

Algemene gebruiksregels Aanduidingsregels Afwijkingsregels Wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels Voorrangsregels

47 48 49 53 54 55 57

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

59

Artikel 19 Artikel 20

59 60

Overgangsrecht Slotregel

Regels

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

3

4

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende bepalingen

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan ‘Heiweg 9-15 Sint Geertruid' met identificatienummer NL.IMRO.1903.BPBUI6265NL915-VG01 van de gemeente Eijsden - Margraten. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage. 1.3 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.4 agrarisch bouwperceel: een bouwperceel waarop geconcentreerde bebouwing ten behoeve van één agrarisch bedrijf is toegestaan. 1.5 agrarisch gebruik: het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.6 agrarisch hulp- en nevenbedrijf: een niet-industrieel bedrijf voor productie of levering van goederen of diensten ten behoeve van agrarische bedrijven, respectievelijk voor ver- of bewerking, op- of overslag, vervoer of verhandeling van agrarische producten voor derden. 1.7 agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis: agrarisch getinte activiteiten van ondergeschikte betekenis, die niet vallen onder het regime van de Wet milieubeheer. 1.8 alternatieve energie: vormen van duurzame, hernieuwbare energie, niet verkregen uit fossiele brandstoffen, maar uit windkracht, stromend water, zonnestraling en/of aardwarmte.

1.9 ambacht(elijke): het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt. 1.10 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zoals bijvoorbeeld een erfafscheiding. 1.11 antennemast: zendmast ten behoeve van telecommunicatie. 1.12 arbeidsmigranten: werknemers afkomstig uit het buitenland, die tijdelijk invulling geven aan werkgelegenheid bij binnenlandse bedrijven en daartoe tijdelijk ter plaatse bij die bedrijven gehuisvest moeten worden.

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

5

1.13 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden. 1.14 bebouwing: één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken. 1.15 bed & breakfast: een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als ondergeschikte toeristisch-recreatieve activiteit aan maximaal 8 personen, met een maximum verblijfsduur van 6 weken. Onder een bed and breakfast-voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.16 bedrijf: het bedrijfsmatig uitoefenen van één of meerdere bedrijfsactiviteiten vergelijkbaar met of zoals opgenomen in bijlage 2 en ontleend aan de brochure Bedrijven en Milieuzonering VNG. 1.17 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten. 1.18 bedrijfsvloeroppervlak: het vloeroppervlak van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten.

1.19 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor huisvesting van één huishouden, waarvan de huisvesting daar van één of meerdere leden van dat huishouden, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is. 1.20 bestaand: bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.21 bestemmingsgrens: een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bestemmingsvlak. 1.22 bestemmingsvlak: een op de plankaart aangegeven vlak, waarmee gronden zijn aangeduid met éénzelfde bestemming. 1.23 bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wabo. 1.24 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.25 bijgebouw: een aangebouwd dan wel vrijstaand gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat architectonisch en/of bouwkundig ondergeschikt is aan en ten dienste staat van het hoofdgebouw.

6

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

1.26 boerderijverkoop: de verkoop in een boerenwinkel van eigen geproduceerde of bewerkte agrarische producten of geproduceerde of bewerkte agrarische producten van bedrijven uit de directe omgeving. De winkel bestaat (meestal) uit een (koel)vitrine, rekken waar producten worden uitgestald en een balie met een kassa. 1.27 boogkas: een constructie met, die met plastic of een in gebruik daarmee overeenkomend materiaal is afgedekt, ter vervroeging of verlenging van het teeltseizoen van tuinbouw- of fruitteeltproducten. Hieronder wordt tevens verstaan een draagluchthal. 1.28 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats. 1.29 bouwgrens: een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak. 1.30 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder, onderbouw, zolder, dakopbouw of setback. 1.31 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.32 bouwvlak: een op de plankaart door bouwgrenzen omsloten vlak, respectievelijk meerdere op de plankaart door middel van een koppelteken verbonden vlakken, die te samen één bouwvlak vormen, waarmee gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegelaten. 1.33 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.34 calamiteit: één of meerdere plotselinge, onverwachte gebeurtenissen, die binnen korte tijd ernstige schade (kunnen) veroorzaken. 1.35 coffeeshop: een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van verdovende en/of hallucinerende stoffen voor consumptie al dan niet ter plaatse, dan wel van hulpmiddelen om deze stoffen zelf te produceren. Als nevenactiviteit is sprake van het verstrekken van dranken en kleine etenswaren voor consumptie ter plaatse. 1.36 consumentverzorgende ambachtelijke bedrijvigheid: het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het aan huis gebonden beroep gericht op consumentverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat als deze in een woning en daarbij behorende bijgebouwen worden uitgeoefend, de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd.

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

7

1.37 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. 1.38 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.39 draadomheining/-erfafscheiding: een omheining of erfafscheiding bestaande uit één of meerdere evenwijdig aan elkaar lopende of haaks op elkaar staande draden met een onderlinge afstand van ten minste 10 cm. 1.40 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.41 erfscheiding: in het terrein zichtbare afscheiding van het als erf aan te merken perceel(sgedeelte) bij een woning of andere hoofdfunctie. 1.42 erosie: een natuurlijk proces waarbij stenen en aarde loskomen en verplaatst worden van de ene locatie naar de andere.

1.43 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.44 grondgebonden agrarische bedrijfsvoering: een agrarische bedrijfsvoering, waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond, waaronder ook begrepen het gebruik van gronden met tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. 1.45 hagelnet: teeltondersteunende voorziening als bedoeld in de Beleidsregel Hagelnetten (GS Limburg, 9 maart 2004, Pbl. 11 maart 2004). 1.46 hemelwaterproblematiek: de problemen die ontstaan voor het afvoeren en bergen van hemelwater door de wijze van bodemgebruik in het algemeen en door de toename van het verharde grondoppervlak in het bijzonder. 1.47 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

8

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

1.48 horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies. Onder horeca worden niet verstaan bedrijven/instellingen, die zich (mede) richten op het bieden van spel, dans, vermaak en ontmoeting, zoals een discotheek, nachtclub, bioscoop, zalencentrum of speelautomatenhal of op het bieden van onderdak aan eenmalige ambulante handel. 1.49 huisvesting rustende boer: het binnen de woning van een bedrijfsvoerder van een agrarisch bedrijf bieden van de mogelijkheid tot inwoning van het huishouden van de voormalige bedrijfsvoerder, voor zover dit betreft de (schoon)ouders van de huidige bedrijfsvoerder. 1.50 industrie(le): een bedrijf dat is gericht op het vervaardigen c.q. bewerken van goederen, producten en/of stoffen middels of grotendeels middels machines, installaties of anderszins via een geautomatiseerd proces. 1.51 kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren; b.

enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.52 kampeerplaats: een in of op het terrein aangegeven, zichtbaar gemarkeerde plek, door middel van nummering, stroomvoorzieningen, erfafscheidingen of anderszins, voor het plaatsen of geplaatst houden van maximaal één kampeermiddel ten behoeve van tijdelijk recreatief nachtverblijf. 1.53 kampeerseizoen: de periode van 15 maart tot 1 november, gedurende welke kampeermiddelen op een kampeerterrein geplaatst mogen zijn. 1.54 kampeerterrein: terrein met daarbij horende voorzieningen en blijkens de inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 1.55 kavelgrootte: het oppervlak van een kavel, zijnde een stuk grond, al dan niet fysiek begrensd door middel van een omheining of een natuurlijke afscheiding (zoals een heg of een sloot). De afmetingen zijn vastgelegd in het Kadaster.

1.56 kas: een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of daarmee vergelijkbaar materiaal en dienend tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen. Onder een kas wordt niet verstaan een boogkas. 1.57 kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap: het kenmerkende reliëf, de historische landschapsstructuur en de daarin aanwezige cultuurhistorische landschapselementen, de afwisseling open-besloten en het groene karakter inclusief aanwezige natuurlijke waarden, zoals verwoord in de POL-aanvulling Nationaal Landschap Zuid-Limburg.

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

9

1.58 kleinschalig agrarisch gebruik: gebruik van agrarisch gebied door burgers, als bijvoorbeeld schapen- of paardenwei, of ter vergroting van het huisperceel bij de eigen woning. 1.59 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. 1.60 manege: een vorm van een gebruiksgerichte paardenhouderij, die is gericht op het verzorgen, stallen, dresseren en trainen van paarden of pony's door derden. 1.61 mantelzorg: het binnen de woning bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband. 1.62 monumentale waarde: waarden van zaken, welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. 1.63 monumenten: alle op de plankaart als monument conform artikel 6 Monumentenwet 1988 aangeduide zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde, alsmede terreinen van algemeen belang wegens aanwezigheid daar van voornoemde zaken.

1.64 natuurlijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.65 niet grondgebonden agrarische bedrijfsvoering: een agrarische bedrijfsvoering, waarbij hoofdzakelijk geen gebruik wordt gemaakt van open grond en waaronder ten minste wordt verstaan een glastuinbouwbedrijf, een champignonkwekerij en een intensief veehouderijbedrijf dan wel een tak van deze bedrijvigheid. 1.66 nieuwvestiging niet grondgebonden agrarisch bedrijf: het vestigen van niet grondgebonden agrarische bedrijven, waaronder begrepen zowel vestiging op een bestaand agrarisch bouwblok, als vestiging op een nieuw agrarisch bouwblok waar nog geen bestaande niet grondgebonden agrarische bedrijfstak aanwezig is. 1.67 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.68 onderbouw: een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1.20 m boven peil is gelegen. 1.69 ondergronds bouwen: het bouwen van bouwwerken welke geheel beneden peil zijn gelegen.

10

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

1.70 onderkomens: voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten. 1.71 (openbare) nutsvoorziening: een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport, de telecommunicatie, het transport van drinkwater en afvalwater en daarmee vergelijkbare voorzieningen, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation. 1.72 paardenbak: buitenrijbak voor het trainen en/of africhten van paarden. 1.73 paardenhouderij: a. gebruiksgericht: een paardenhouderij of pensionstal waar het rijden met paarden primair gericht is op de ruiter/amazone; b. productiegericht: een paardenhouderij waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en/of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten en trainen en verhandelen van paarden. 1.74 peil: a. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld aan de zijde van de hoofdtoegang tot het gebouw. 1.75 permanente bewoning: bewoning van een ruimte als hoofdverblijf waardoor die ruimte als reguliere woning is aan te merken.

Er is sprake van hoofdverblijf als de huurder/eigenaar, binnen een periode van 360 dagen, die ruimte meer dan 180 dagen gebruikt voor nachtverblijf. 1.76 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. Hieronder wordt ook verstaan thuisprostitutie. 1.77 recreatief medegebruik: het medegebruik van gronden voor routegebonden recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren, en voor plaatsgebonden recreatieve activiteiten, zoals voor sportvisserij, alsmede voor route-ondersteunende voorzieningen, zoals picknick-, uitzicht-, rust- en informatieplaatsen, voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten. 1.78 recreatiewoning: een (deel van een) gebouw, dat dient als recreatieverblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. De maximum aaneengesloten verblijfsduur van gebruikers bedraagt 6 weken, zonder dat dit mag leiden tot permanente bewoning. Onder recreatieverblijf wordt niet verstaan verblijf, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.

Recreatiewoningen zijn gelegen op een complex met verblijfsrecreatie als hoofdfunctie, bestaande uit meerdere recreatiewoningen voor tijdelijke verhuur door de exploitant of beheerder van het complex, eventueel in combinatie met andere vormen van recreatief verblijf (toeristische plaatsen, stacaravans en chalets). 1.79 regenkap: een constructie van palen met daarop een boog met een kap van transparante folie.

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

11

1.80 seksinrichting: een gelegenheid waarin beroepsmatig, bedrijfsmatig of in clubverband: a. b. c.

voorstellingen en/of vertoningen van hoofdzakelijk porno-erotische aard plaatsvinden, en/of; verkoop en/of uitstalling van hoofdzakelijk goederen van porno-erotische aard plaatsheeft, en/of; seksuele diensten/handelingen (van welke aard dan ook) worden verricht.

1.81 setback: een dakopbouw, die gelegen is op tenminste 2.00 m achter de doorgetrokken voorgevel van een woningmet een hoogte van maximaal 3.00 m. Bij een woning met meerdere voorgevels wordt in deze alleen de voorgevel waarin de hoofdtoegang is gelegen, als zodanig aangemerkt. 1.82 site sharing: het delen van een locatie door meerdere gebruikers, in het geval van antennemasten het delen van een mast door meerdere mobiele telefonieaanbieders. 1.83 smartshop/growshop: een bedrijf waar bedrijfsmatig psychoactieve middelen en/of benodigdheden voor de kweek van hennep en/of andere verdovende middelen te koop worden aangeboden, verstrekt of geleverd. 1.84 standplaats: een in of op het terrein aangegeven, zichtbaar gemarkeerde plek, door middel van nummering, stroomvoorzieningen, erfafscheiding of anderszins, voor het plaatsen of geplaatst houden van maximaal één kampeermiddel ten behoeve van tijdelijk recreatief nachtverblijf. 1.85 stedenbouwkundig beeld: ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, debouwmassa's, de gevelindeling en de dakvormen. 1.86 stiltegebied: een gebied van enige omvang waarin de geluidsbelasting door toedoen van menselijke activiteit zo laag is, dat de gebiedseigen geluiden niet of nauwelijks worden verstoord.

1.87 straatprostitutie: het zich in openbaar gebied of in openbare ruimten dan wel in een zich in het openbaar gebied of in openbare ruimten bevindend voertuig, beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander, tegen vergoeding. 1.88 teeltondersteunende voorzieningen: voorzieningen/constructies: a.

b.

met als doel het gewas te forceren tot meer groei en/of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel vervroegen als verlengen ten opzichte van normale open teelt en/of beschermen tegen weersinvloeden, ziekten en plagen dat leidt tot een betere kwaliteit van het product, en/of noodzakelijk voor de teelt van gewassen in verband met het vergroten van de opbrengst van de oogst en het vergemakkelijken van de oogst, zoals tafelconstructies en gewasondersteunende constructies.

1.89 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorziening, die korter dan 6 maanden, al dan niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig is.

12

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

1.90 vakantieappartement: een (deel van een) gebouw, dat dient als recreatieverblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. De maximum aaneengesloten verblijfsduur van gebruikers bedraagt 6 weken, zonder dat dit mag leiden tot permanente bewoning. Onder recreatieverblijf wordt niet verstaan verblijf, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. Een vakantieappartement vormt nimmer een zelfstandige functie, maar bestaat steeds naast een op hetzelfde bouwperceel aanwezige hoofdfunctie. 1.91 veehouderij: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt door het houden van landbouwhuisdieren; daaronder niet begrepen: 1) het (op hobbymatige wijze) houden van (landbouwhuis)dieren zolang dat (hobbymatig) houden van dieren niet met het doel plaats vindt voor productiedoeleinden (t.b.v. de verkoop van vlees, het fokken van dieren en/of de productie van eieren); 2) het houden/africhten van pensionpaarden en/of het houden van paarden bij een manege. 1.92 volwaardig agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf met tenminste de arbeidsomvang van een volwaardige arbeidskracht en een zodanige bedrijfsomvang (minimaal 70 Nederlandse grootte-eenheden (nge's)) dat de continuïteit ook op langere termijn in voldoende mate is gewaarborgd.

1.93 wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 1.94 wellness: activiteiten gericht op het welzijn van de mens in de breedste zin van het woord, met als doel het grootst mogelijke geestelijke en lichamelijke welzijn voor een ieder te verkrijgen. 1.95 woning: een complex van ruimten, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouding. 1.96 woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst. 1.97 zolder: ruimte(n) in een gebouw, die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt (uitmaken) van de daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

13

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 Bij de toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten: 2.1.1 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: de buitenwerks (tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren) gemeten afstand. 2.1.2 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.1.3 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.1.4 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.1.5

oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.1.6 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.1.7 afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.1.8 bebouwingspercentage: het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. 2.1.9 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.2 Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1.50 m.

14

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

3.1.1 De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

agrarisch gebruik; bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onderen/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; instandhouding en ontwikkeling van de landschapskarakteristiek en landschappelijke openheid;

met daaraan ondergeschikt: d. e. f.

ontsluiting van de afzonderlijke percelen ten behoeve van het toegestane gebruik; extensief recreatief medegebruik; voor wandel-, ruiter-, fiets-, wielren- en mountainbike-evenementen op bestaande wegen/paden waarbij de bepalingen in artikel 14.3 in acht worden genomen;

3.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 18. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Op de tot 'Agrarisch' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 3.2.2 Kleinschaligerecreatieve voorzieningen en voederbergingen of voederruiven voor wild Het onder 3.2.1 bepaalde geldt niet voor kleinschalige recreatieve voorzieningen (zit- en schuilgelegenheid, picknickplaatsen) en voederbergingen of voederruiven voor wild, voor zover deze geen onevenredige afbreuk doen aan het agrarisch gebruik en de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, met dien verstande dat: a. b. c. d.

het oppervlak aan bouwwerken per voorziening ten hoogste 12 m² mag bedragen; de goothoogte ten hoogste 2.00 m mag bedragen; de nokhoogte ten hoogste 3.00 m mag bedragen; bouwwerken, voorzien van een dak, plat of met een kap van ten hoogste 45° mogen worden afgedekt.

3.2.3 Omheiningen en/of erfafscheidingen Het onder 3.2.1 bepaalde geldt niet voor omheiningen en/of erfafscheidingen, uitsluitend in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen, met dien verstande dat: a.

de hoogte ten hoogste 1.50 m mag bedragen.

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

15

3.2.4 Bestaande bebouwing Het onder 3.2.1 bepaalde geldt niet voor bestaande, in het verleden op legale wijze tot stand gekomen bebouwing, welke in de bestaande situering, vorm en omvang mag worden gehandhaafd. 3.3

Nadere eisen

3.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; voorzieningen ter voorkoming van hemelwater- en bijkomende rioleringsproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; een en ander op basis van een landschappelijk inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) en met inachtneming van de regels zoals deze gesteld zijn in de POL-uitwerking BOM+. 3.3.2 De onder 3.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing, of ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden. 3.4

Afwijken van de bouwregels

3.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2, ten behoeve van het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, waaronder begrepen containervelden, boogkassen en regenkappen, mits: in het geval de oppervlakte ten behoeve van tijdelijke boogkassen en tijdelijke regenkappen na omgevingsvergunning meer dan 10% van de totale teeltoppervlakte van een bedrijf uitmaakt, vooraf advies is verkregen van de adviescommissie BOM+; omliggende waarden en functies niet onevenredig worden aangetast; de omgevingsvergunning niet leidt tot aantasting van de karakteristieke openheid van de plateaus, zoals aangegeven op de kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen behorende bij de provinciale “Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen”; de omgevingsvergunning geen betrekking heeft op hellingen met een hellingspercentage van meer dan 4%, volgens de bij de herziening “Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen” behorende kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen; zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing, zoals in de vorm van een omsluitende haag van voldoende hoogte, met dien verstande, dat: a.

b.

16

containervelden en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van boogkassen en regenkappen, voor zover deze niet binnen het bouwvlak van een agrarische bouwkavel opgericht kunnen worden, enkel mogen worden opgericht op aan de agrarische bouwkavel aansluitende gronden, indien en voor zover niet gelegen binnen de dubbelbestemming beekdal; bij de omgevingsvergunning worden de voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen te gebruiken gronden vastgelegd; indien vanuit agrarische en/of landschappelijke motieven aangetoond kan worden dat aansluiting aan

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

c. d. e.

f.

de bestaande agrarische bouwkavel niet mogelijk is, containervelden en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van regenkappen en boogkassen ook op verder gelegen gronden mogen worden opgericht, waarbij geen zelfstandige bouwkavel mag ontstaan; de hoogte van boogkassen ten hoogste 2.50 m mag bedragen; de hoogte van regenkappen ten hoogste 4.00 m mag bedragen; de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen alleen aanwezig mogen zijn, als deze daadwerkelijk in gebruik zijn, met een maximum van 6 maanden per jaar. Op momenten dat de teeltondersteunende voorzieningen niet in gebruik zijn, dienen deze te worden verwijderd; bij een negatief advies van de adviescommissie BOM+ slechts een omgevingsvergunning mag worden verleend, nadat Gedeputeerde Staten hiermee hebben ingestemd.

3.4.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van hagelnetten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2, ten behoeve van het oprichten van hagelnetten, mits: door de zichtbaarheid van de hagelnetten geen onevenredige aantasting van de beleving van het landschap, zoals die wordt bepaald door het reliëf rond de beek- en droogdalen, de openheid op de plateaus en de ligging ten opzichte van wegen, paden, dorpen en bebouwing, ontstaat of kan ontstaan, dan wel door landschappelijke inpassing op een wijze die overeenstemt met de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek, zoals in de vorm van een omsluitende haag van voldoende hoogte, een en ander kan worden voorkomen; voldaan wordt aan de “Beleidsregel hagelnetten”, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 9 maart 2004, of een daarvoor in de plaats tredend beleidskader, met dien verstande dat: a. b. c.

bij de omgevingsvergunning de voor hagelnetten te gebruiken gronden worden vastgelegd; de hagelnetten niet door mogen lopen tot aan de grond; de hoogte van hagelnetten ten hoogste 4.00 m mag bedragen.

3.4.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van schietboom Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2, ten behoeve van het oprichten van een schietboom, al dan niet met kogelvanger, mits: de schietboom past binnen het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld ter plaatse; de schietboom en/of de activiteiten, die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; de schietboom en/of de activiteiten die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, niet leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; de activiteiten die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, niet leiden tot onevenredige verkeersoverlast en parkeeroverlast; andere waarden en belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, met dien verstande dat: a. 3.5

de hoogte van een schietboom ten hoogste 20.00 m mag bedragen. Specifieke gebruiksregels

3.5.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

17

a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. 3.6

standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; sport- en wedstrijdterrein, buitenmanege, ligplaats en speelweide of volkstuin; het beproeven van voertuigen, de beoefening van motorsport, het houden van wedstrijden met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen al dan niet in wedstrijdverband; het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen al dan niet in wedstrijdverband; staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; terrein voor het aanbrengen, het hebben van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, waaronder reclame-uitingen, behoudens het bepaalde in artikel 7 van de Grondwet; het opslaan van mest(stoffen), behoudens in mestzakken, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is verleend; nieuwvestiging van een niet grondgebonden agrarisch bedrijf; opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; onder opslag inherent aan het toegelaten gebruik wordt niet begrepen de opslag van in plastic verpakte hooibalen; bedrijfswegen ten behoeve van het agrarisch bedrijf; het bebossen van gronden. Afwijken van de gebruiksregels

3.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van kamperen op de boerderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5, ten behoeve van kamperen op de boerderij en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten, mits: de activiteiten, qua economische bedrijfsomvang, inkomen en ruimtegebruik, ondergeschikt zijn aan de agrarische bedrijfsactiviteiten van een aangrenzend functionerend agrarisch bedrijf; de activiteiten geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; de activiteiten niet leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; kamperen alleen plaatsvindt tijdens het kampeerseizoen; buiten het kampeerseizoen geen kampeermiddelen op het terrein aanwezig zijn; in voldoende parkeerplaatsen wordt voorzien binnen de aangrenzende bestemming 'agrarisch-bedrijf'; de afstand tot bestaande kampeerterreinen en campings ten minste 500 m bedraagt; de afstand tot de erfgrens van naastgelegen woningen tenminste 50 m bedraagt; het kampeerterrein landschappelijk wordt ingepast in de omgeving, overeenkomstig de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek; bij beëindiging van het agrarisch bedrijf het kamperen op de boerderij wordt

beëindigd, uitgezonderd de situatie dat de kinderen van degenen, die het agrarisch bedrijf laatstelijk uitoefenden, het kamperen op de boerderij mogen voortzetten, met dien verstande dat: a. b. c.

bij de omgevingsvergunning het voor het kamperen op de boerderij te gebruiken perceelsgedeelte en het daarop te realiseren maximum aantal kampeerplaatsen worden vastgelegd; maximaal 15 standplaatsen per locatie aanwezig mogen zijn; op de standplaatsen mogen geen chalets, trekkershutten of stacaravans worden geplaatst; sanitaire voorzieningen uitsluitend binnen het bouwvlak van het aangrenzende agrarisch bedrijf mogen worden opgericht.

3.6.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van bedrijfswegen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5, ten behoeve van agrarische bouwkavels of veldkavels, mits dit niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap.

18

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.7.1 Het is verboden op of in de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b.

het ontginnen, bodemverlagen, afgraven of ophogen met meer dan 0.30 m en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; het aanleggen van mestzakken.

3.7.2 Het in 3.7.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.

werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.

3.7.3 De werken of werkzaamheden als bedoeld in 3.7.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 3.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de eerst bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 3.8

Wijzigingsbevoegdheid

3.8.1 Wijziging in de bestemming 'agrarisch-bedrijf'of 'agrarisch-paardenhouderij' Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'agrarisch-bedrijf' of 'agrarisch-paardenhouderij' met aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-productiegerichte paardenhouderij', ten behoeve van: de vestiging van nieuwe grondgebonden agrarische bedrijven respectievelijk productiegerichte paardenhouderijen; de vergroting van bestaande grondgebonden agrarische bedrijven respectievelijk productiegerichte paardenhouderijen; de vergroting van bestaande niet grondgebonden agrarische bedrijven, mits: het betreft een volwaardig agrarisch bedrijf of een volwaardige paardenhouderij dan wel een bedrijf dat zich overtuigend in de richting van volwaardigheid ontwikkelt; de wijziging niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets); er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in de POL-uitwerking BOM+, in het geval de wijziging plaatsvindt ten behoeve van het oprichten van boogkassen: de gronden niet zijn gelegen in de “(Beek)dalen en laagtes buiten het Maasdal”, zoals weergegeven in het

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

19

POL; in gevallen waarbij het totale oppervlak aan bestaande en nieuwe boogkassen en regenkappen per bedrijf meer bedraagt dan 2.500 m² vooraf advies is verkregen van de adviescommissie BOM+; de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond, met dien verstande dat: a.

b.

de maximale oppervlakte van de nieuwe bouwkavel in beginsel 1,5 ha mag bedragen. Van deze maat kan, gehoord de desbetreffende dienst van de Provincie Limburg, worden afgeweken indien door toepassing van de POL-uitwerking BOM+ de omgevingskwaliteit ten minste evenredig wordt vergroot; bij de wijziging voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 4 respectievelijk 5 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Margraten 2009, inclusief eerste herziening 2010'.

3.8.2 Wijziging in de bestemming 'natuur' Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'natuur', ten behoeve van de aanleg van nieuwe natuur, mits: aangrenzende waarden en belangen, waaronder het agrarische belang, niet onevenredig worden geschaad; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets); de aanleg van de nieuwe natuur past binnen de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek; de aanleg van nieuwe natuur in de vorm van bebossing uitsluitend is toegestaan op gronden met de dubbelbestemming 'waarde-ecologie', met dien verstande dat: a.

bij de wijziging voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 17 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Margraten 2009, inclusief eerste herziening 2010'.

3.8.3 Wijziging in de (dubbel)bestemming 'water' of 'waterstaat-waterlopen' Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de (dubbel-)bestemming 'water' of 'waterstaat-waterlopen', gehoord het waterschap, ten behoeve van het aanleggen van watergangen, waaronder regenwaterbuffers, en het herinrichten van bestaande watergangen, mits: de noodzaak daartoe in het kader van een adequaat waterhuishoudkundig beheer is aangetoond; natuurlijke en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), ruimtelijke inpassing in het landschap verzekerd is; het herinrichten plaatsvindt binnen een zone met een breedte van 5 m rondom de bestaande loop van de watergang, met dien verstande dat: a.

bij de wijziging wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 23 en 36 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Margraten 2009, inclusief eerste herziening 2010'.

3.8.4 Procedure wijziging Burgemeester en Wethouders volgen bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid de artikel 16 gegeven procedure.

20

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

Artikel 4

4.1

Agrarisch met waarden

Bestemmingsomschrijving

4.1.1 De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

agrarisch gebruik; bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onderen/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden en de daarmee samenhangende landschapskarakteristiek; bescherming van aangrenzend natuurgebied;

met daaraan ondergeschikt: e. f. g.

ontsluiting van de afzonderlijke percelen ten behoeve van het toegestane gebruik; recreatief medegebruik; voor wandel-, ruiter-, fiets-, wielren- en mountainbike-evenementen op bestaande wegen/paden waarbij de bepalingen in artikel 14.3 in acht worden genomen.

4.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 18. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Op de tot 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 4.2.2 Kleinschaligerecreatieve voorzieningen en voederbergingen of voederruiven voor wild Het onder 4.2.1 bepaalde geldt niet voor kleinschalige recreatieve voorzieningen (zit- en schuilgelegenheid, picknickplaatsen) en voederbergingen of voederruiven voor wild, voor zover deze geen onevenredige afbreuk doen aan het agrarisch gebruik en de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, met dien verstande dat: a. b. c. d.

het oppervlak aan bouwwerken per voorziening ten hoogste 12 m² mag bedragen; de goothoogte ten hoogste 2.00 m mag bedragen; de nokhoogte ten hoogste 3.00 m mag bedragen; bouwwerken, voorzien van een dak, plat of met een kap van ten hoogste 45° mogen worden afgedekt.

4.2.3 Omheiningen en/of erfafscheidingen Het onder 4.2.1 bepaalde geldt niet voor omheiningen en/of erfafscheidingen, uitsluitend in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen, met dien verstande dat: a.

de hoogte ten hoogste 1.50 m mag bedragen.

4.2.4 Bestaande bebouwing Het onder 4.2.1 bepaalde geldt niet voor bestaande, in het verleden op legale wijze tot stand gekomen bebouwing, welke in de bestaande situering, vorm en omvang mag worden gehandhaafd.

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

21

4.3

Nadere eisen

4.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; een en ander op basis van een landschappelijk inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp). 4.3.2 de onder 4.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing, of ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden. 4.4

Afwijken van de bouwregels

4.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2, ten behoeve van het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, waaronder begrepen containervelden, boogkassen en regenkappen, mits: in het geval de oppervlakte ten behoeve van tijdelijke boogkassen en tijdelijke regenkappen na omgevingsvergunning meer dan 10% van de totale teeltoppervlakte van een bedrijf uitmaakt, vooraf advies is verkregen van de adviescommissie BOM+; omliggende waarden en functies niet onevenredig worden aangetast; de omgevingsvergunning niet leidt tot aantasting van de karakteristieke openheid van de plateaus, zoals aangegeven op de kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen behorende bij de provinciale “Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen”; de omgevingsvergunning geen betrekking heeft op hellingen met een hellingspercentage van meer dan 4%, volgens de bij de herziening “Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen” behorende kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen; zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing, zoals in de vorm van een omsluitende haag van voldoende hoogte, met dien verstande, dat: a.

b.

c. d. e.

22

containervelden en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van boogkassen en regenkappen, voor zover deze niet binnen het bouwvlak van een agrarische bouwkavel opgericht kunnen worden, enkel mogen worden opgericht op aan de agrarische bouwkavel aansluitende gronden, indien en voor zover niet gelegen binnen de dubbelbestemming beekdal; bij de omgevingsvergunning worden de voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen te gebruiken gronden vastgelegd; indien vanuit agrarische en/of landschappelijke motieven aangetoond kan worden dat aansluiting aan de bestaande agrarische bouwkavel niet mogelijk is, containervelden en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van regenkappen en boogkassen ook op verder gelegen gronden mogen worden opgericht, waarbij geen zelfstandige bouwkavel mag ontstaan; de hoogte van boogkassen ten hoogste 2.50 m mag bedragen; de hoogte van regenkappen ten hoogste 4.00 m mag bedragen; de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen alleen aanwezig mogen zijn, als deze daadwerkelijk in

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

f.

gebruik zijn, met een maximum van 6 maanden per jaar. Op momenten dat de teeltondersteunende voorzieningen niet in gebruik zijn, dienen deze te worden verwijderd; bij een negatief advies van de Kwaliteitscommissie slechts omgevingsvergunning mag worden verleend, nadat Gedeputeerde Staten hiermee hebben ingestemd.

4.4.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van hagelnetten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2, ten behoeve van het oprichten van hagelnetten, mits: door de zichtbaarheid van de hagelnetten geen onevenredige aantasting van de beleving van het landschap, zoals die wordt bepaald door het reliëf rond de beek- en droogdalen, de openheid op de plateaus en de ligging ten opzichte van wegen, paden, dorpen en bebouwing, ontstaat of kan ontstaan, dan wel door landschappelijke inpassing, zoals in de vorm van een omsluitende haag van voldoende hoogte, een en ander kan worden voorkomen; voldaan wordt aan de “Beleidsregel hagelnetten”, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 9 maart 2004, of een daarvoor in de plaats tredend beleidskader, met dien verstande dat:

a. b. c.

bij de omgevingsvergunning de voor hagelnetten te gebruiken gronden worden vastgelegd; de hagelnetten niet door mogen lopen tot aan de grond; de hoogte van hagelnetten ten hoogste 4.00 m mag bedragen.

4.4.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van schietboom Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2, ten behoeve van het oprichten van een schietboom, al dan niet met kogelvanger, mits: de schietboom past binnen het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld ter plaatse; de schietboom en/of de activiteiten, die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; de schietboom en/of de activiteiten die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, niet leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; de activiteiten die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, niet leiden tot onevenredige verkeersoverlast en parkeeroverlast; andere waarden en belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, met dien verstande dat: a. 4.5

de hoogte van een schietboom ten hoogste 20.00 m mag bedragen. Specifieke gebruiksregels

4.5.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e.

standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; sport- en wedstrijdterrein, buitenmanege, ligplaats en speelweide of volkstuin; het beproeven van voertuigen, de beoefening van motorsport, het houden van wedstrijden met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen al dan niet in wedstrijdverband; het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen al dan niet in wedstrijdverband; staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel;

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

23

f. g. h. i. j. k. l. 4.6

militaire oefeningen met uitzondering van marsoefeningen, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen; terrein voor het aanbrengen, het hebben van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, waaronder reclame-uitingen, behoudens het bepaalde in artikel 7 van de Grondwet; het opslaan van mest(stoffen), waaronder het opslaan van mest in mestzakken; nieuwvestiging van een niet grondgebonden agrarisch bedrijf en/of een veehouderij; opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; onder opslag inherent aan het toegelaten gebruik wordt niet begrepen de opslag van in plastic verpakte hooibalen; bedrijfswegen ten behoeve van het agrarisch bedrijf; het bebossen van gronden. Afwijken van de gebruiksregels

4.6.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van militaire oefeningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.5, ten behoeve van het houden van militaire oefeningen, mits agrarische en landschappelijke waarden en belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 4.6.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van kamperen op de boerderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.5, ten behoeve van kamperen op de boerderij en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten, mits: de activiteiten, qua economische bedrijfsomvang, inkomen en ruimtegebruik, ondergeschikt zijn aan de agrarische bedrijfsactiviteiten van een aangrenzend functionerend agrarisch bedrijf; de activiteiten geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; de activiteiten niet leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; kamperen alleen plaatsvindt tijdens het kampeerseizoen; buiten het kampeerseizoen geen kampeermiddelen op het terrein aanwezig zijn; in voldoende parkeerplaatsen wordt voorzien binnen de aangrenzende bestemming 'agrarisch-bedrijf'; de afstand tot bestaande kampeerterreinen en campings ten minste

500 m bedraagt; de afstand tot de erfgrens van naastgelegen woningen tenminste 50 m bedraagt; het kampeerterrein landschappelijk wordt ingepast in de omgeving, overeenkomstig de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek; bij beëindiging van het agrarisch bedrijf het kamperen op de boerderij wordt beëindigd, uitgezonderd de situatie dat de kinderen van degenen, die het agrarisch bedrijf laatstelijk uitoefenden, het kamperen op de boerderij mogen voortzetten, met dien verstande dat: a. b. c.

bij de omgevingsvergunning het voor het kamperen op de boerderij te gebruiken perceelsgedeelte en het daarop te realiseren maximum aantal kampeerplaatsen worden vastgelegd; maximaal 15 standplaatsen per locatie aanwezig mogen zijn; op de standplaatsen mogen geen chalets, trekkershutten of stacaravans worden geplaatst; sanitaire voorzieningen uitsluitend binnen het bouwvlak van het aangrenzende agrarisch bedrijf mogen worden opgericht.

4.6.3 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van bedrijfswegen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.5, ten behoeve van bedrijfswegen ter ontsluiting van agrarische bouwkavels of veldkavels, mits dit niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap.

24

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

4.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.7.1 Het is verboden op of in de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c.

d.

het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodemverlagen, afgraven of ophogen met meer dan 0.30 m en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het aanbrengen van hoog opgaande beplanting, niet zijnde bebossing, anders dan ten behoeve van de ecologische structuur of de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap.

4.7.2 Het in 4.7.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.

werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.

4.7.3 De werken of werkzaamheden als bedoeld in 4.7.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 4.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de eerst bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 4.8

Wijzigingsbevoegdheid

4.8.1 Wijziging in de bestemming 'agrarisch-bedrijf”of 'agrarisch-paardenhouderij' Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'agrarisch-bedrijf' of 'agrarisch-paardenhouderij' met aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-productiegerichte paardenhouderij', ten behoeve van: de vestiging van nieuwe grondgebonden agrarische bedrijven respectievelijk productiegerichte paardenhouderijen; de vergroting van bestaande grondgebonden agrarische bedrijven respectievelijk productiegerichte paardenhouderijen; de vergroting van bestaande niet grondgebonden agrarische bedrijven; mits: het betreft een volwaardig agrarisch bedrijf of een volwaardige paardenhouderij dan wel een bedrijf dat

bestemmingsplanHeiweg 9-15 Sint Geertruid

25

zich overtuigend in de richting van volwaardigheid ontwikkelt; de locatie niet is gelegen binnen de dubbelbestemmingen 'beekdal' en 'ecologie'; de wijziging niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), met dien verstande, dat: a.

b.

de maximale oppervlakte van de nieuwe bouwkavel in beginsel 1,5 ha mag bedragen. Van deze maat kan, gehoord de desbetreffende dienst van de Provincie Limburg, worden afgeweken indien de omgevingskwaliteit ten minste evenredig wordt vergroot; bij de wijziging voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 4 respectievelijk 5 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Margraten 2009, inclusief eerste herziening 2010'.

4.8.2 Wijziging in de bestemming 'natuur' Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'natuur', ten behoeve van de aanleg van nieuwe natuur, mits: aangrenzende waarden en belangen, waaronder het agrarische belang, niet onevenredig worden geschaad; de aanleg van de nieuwe natuur past binnen de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets); de aanleg van nieuwe natuur in de vorm van bebossing uitsluitend is toegestaan op gronden met de dubbelbestemming 'waarde-ecologie', met dien verstande dat: a.

bij de wijziging voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 17 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Margraten 2009, inclusief eerste herziening 2010'.

4.8.3 Wijziging in de (dubbel)bestemming 'water' of 'waterstaat-waterlopen' Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de (dubbel-)bestemming 'water' en 'waterstaat-waterlopen', gehoord het waterschap, ten behoeve van het aanleggen van watergangen, waaronder regenwaterbuffers, en het herinrichten van bestaande watergangen, mits: de noodzaak daartoe in het kader van een adequaat waterhuishoudkundig beheer is aangetoond; natuurlijke en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets); ruimtelijke inpassing in het landschap verzekerd is; het herinrichten plaatsvindt binnen een zone met een breedte van 5 m rondom de bestaande loop van de watergang, met dien verstande dat: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=f94a048f-519d-4435-9a48-8c594d1a97d5