20240402 05d Bijlage 3 BP Moerslag, Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Regels -
Moerslag 5/5a te Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
Bestemmingsplan Moerslag 5/5a te Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
Onderdeel:
Regels
IDN-nummer:
NL.IMRO.1903.BPBUI6265NC5-VG01
Projectnummer:
M210119
Status:
vastgesteld
Datum:
2 april 2024
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
5 12
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
13
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
13 20 24 28 30 32 34 36 37 39
Agrarisch - Bedrijf Agrarisch met waarden Wonen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 6 Waarde - Beschermd dorpsgezicht Waarde - Ecologie Waarde - Landschapselement Waterstaat - Erosie
Hoofdstuk 3 Algemene regels
41
Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Procedureregels Overige regels
41 42 43 44 45 48 49 50
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
53
Artikel 21 Artikel 22
53 54
Overgangsrecht Slotregel
Regels
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
3
4
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan 'Moerslag 5/5a te Sint Geertruid' van de gemeente Eijsden-Margraten. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1903.BPBUI6265NC5-VG01 met de bijbehorende regels. 1.3 aan-huis-gebonden beroep de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied, in of bij een woonhuis, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.4 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.5 agrarisch gebruik het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.6 agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis agrarisch getinte activiteiten van ondergeschikte betekenis, die niet vallen onder het regime van de Wet milieubeheer. 1.7 alternatieve energie vormen van duurzame, hernieuwbare energie, niet verkregen uit fossiele brandstoffen, maar uit windkracht, stromend water, zonnestraling en/of aardwarmte.
1.8 ambacht(elijke) het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt. 1.9 ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zoals bijvoorbeeld een erfafscheiding. 1.10 antennemast zendmast ten behoeve van telecommunicatie. 1.11 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden. 1.12 bebouwing één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken.
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
5
1.13 bed & breakfast een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als ondergeschikte toeristisch-recreatieve activiteit aan maximaal 8 personen, met een maximum verblijfsduur van 6 weken. Onder een bed and breakfast-voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.14 bedrijf het bedrijfsmatig uitoefenen van één of meerdere bedrijfsactiviteiten vergelijkbaar met of zoals opgenomen in bijlage 2 en ontleend aan de brochure Bedrijven en Milieuzonering VNG. 1.15 bestaand bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.16 bestemmingsgrens een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bestemmingsvlak. 1.17 bestemmingsvlak een op de plankaart aangegeven vlak, waarmee gronden zijn aangeduid met éénzelfde bestemming. 1.18 bevoegd gezag bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wabo. 1.19 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
1.20 bijgebouw een aangebouwd dan wel vrijstaand gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat architectonisch en/of bouwkundig ondergeschikt is aan en ten dienste staat van het hoofdgebouw. 1.21 boogkas een constructie met, die met plastic of een in gebruik daarmee overeenkomend materiaal is afgedekt, ter boogkas vervroeging of verlenging van het teeltseizoen van tuinbouw- of fruitteeltproducten. Hieronder wordt tevens verstaan een draagluchthal. 1.22 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats. 1.23 bouwgrens een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak. 1.24 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder, onderbouw, zolder, dakopbouw of setback.
6
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
1.25 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26 bouwvlak een op de plankaart door bouwgrenzen omsloten vlak, respectievelijk meerdere op de plankaart door middel van een koppelteken verbonden vlakken, die te samen één bouwvlak vormen, waarmee gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegelaten. 1.27 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.28 calamiteit één of meerdere plotselinge, onverwachte gebeurtenissen, die binnen korte tijd ernstige schade (kunnen) veroorzaken. 1.29 coffeeshop een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van verdovende en/of hallucinerende stoffen voor consumptie al dan niet ter plaatse, dan wel van hulpmiddelen om deze stoffen zelf te produceren. Als nevenactiviteit is sprake van het verstrekken van dranken en kleine etenswaren voor consumptie ter plaatse.
1.30 consumentverzorgende ambachtelijke bedrijvigheid het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het aan huis gebonden beroep gericht op consumentverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat als deze in een woning en daarbij behorende bijgebouwen worden uitgeoefend, de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.31 containervelden een werk, niet zijnde een bouwwerk, bestaande uit grond voorzien van een afdeklaag van plastic, antiworteldoek, beton en/of andere materialen, ten behoeve van de teelt van gewassen. De gewassen worden op deze afdeklaag los van de ondergrond geteeld in potten. 1.32 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. 1.33 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.34 draadomheining/-erfafscheiding een omheining of erfafscheiding bestaande uit één of meerdere evenwijdig aan elkaar lopende of haaks op elkaar staande draden met een onderlinge afstand van ten minste 10 cm. 1.35 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
7
1.36 erfscheiding in het terrein zichtbare afscheiding van het als erf aan te merken perceel(sgedeelte) bij een woning of andere hoofdfunctie. 1.37 erosie een natuurlijk proces waarbij stenen en aarde loskomen en verplaatst worden van de ene locatie naar de andere. 1.38 gebiedseigen geluiden geluiden die bij de normaal gebruikelijke wijze van wonen, werken en recreëren in het betreffende gebied op het moment van de inventarisatie in het kader van de mogelijke aanwijzing als stiltegebied (artikel 117 Wet geluidhinder) worden geproduceerd. 1.39 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.40 grondgebonden agrarische bedrijfsvoering een agrarische bedrijfsvoering, waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond, waaronder ook begrepen het gebruik van gronden met tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. 1.41 hagelnet teeltondersteunende voorziening als bedoeld in de Beleidsregel Hagelnetten (GS Limburg, 9 maart 2004, Pbl. 11 maart 2004). 1.42 hemelwaterproblematiek de problemen die ontstaan voor het afvoeren en bergen van hemelwater door de wijze van bodemgebruik in het algemeen en door de toename van het verharde grondoppervlak in het bijzonder.
1.43 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.44 horeca het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies. Onder horeca worden niet verstaan bedrijven/instellingen, die zich (mede) richten op het bieden van spel, dans, vermaak en ontmoeting, zoals een discotheek, nachtclub, bioscoop, zalencentrum of speelautomatenhal of op het bieden van onderdak aan eenmalige ambulante handel. 1.45
kampeermiddel een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren; enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
1.46 kavelgrootte het oppervlak van een kavel, zijnde een stuk grond, al dan niet fysiek begrensd door middel van een omheining of een natuurlijke afscheiding (zoals een heg of een sloot). De afmetingen zijn vastgelegd in het Kadaster.
8
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
1.47 kas een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of daarmee vergelijkbaar materiaal en dienend tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen. Onder een kas wordt niet verstaan een boogkas. 1.48 kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap het kenmerkende reliëf, de historische landschapsstructuur en de daarin aanwezige cultuurhistorische landschapselementen, de afwisseling open-besloten en het groene karakter inclusief aanwezige natuurlijke waarden, zoals verwoord in de POL-aanvulling Nationaal Landschap Zuid-Limburg. 1.49 kleinschalig agrarisch gebruik gebruik van agrarisch gebied door burgers, als bijvoorbeeld schapen- of paardenwei, of ter vergroting van het huisperceel bij de eigen woning. 1.50 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. 1.51 mantelzorg het binnen de woning bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband.
1.52 monumenten alle op de plankaart als monument conform artikel 6 Monumentenwet 1988 aangeduide zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde, alsmede terreinen van algemeen belang wegens aanwezigheid daar van voornoemde zaken. 1.53 natuurlijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.54 niet grondgebonden agrarische bedrijfsvoering een agrarische bedrijfsvoering, waarbij hoofdzakelijk geen gebruik wordt gemaakt van open grond en waaronder ten minste wordt verstaan een glastuinbouwbedrijf, een champignonkwekerij en een intensief veehouderijbedrijf dan wel een tak van deze bedrijvigheid. 1.55 nieuwvestiging niet grondgebonden agrarisch bedrijf het vestigen van niet grondgebonden agrarische bedrijven, waaronder begrepen zowel vestiging op een bestaand agrarisch bouwblok, als vestiging op een nieuw agrarisch bouwblok waar nog geen bestaande niet grondgebonden agrarische bedrijfstak aanwezig is. 1.56 omgevingsvergunning omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.57 onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1.20 m boven peil is gelegen.
1.58 ondergronds bouwen het bouwen van bouwwerken welke geheel beneden peil zijn gelegen.
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
9
1.59 onderkomens voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, 1.60 (openbare) nutsvoorziening een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport, de telecommunicatie, het transport van drinkwater en afvalwater en daarmee vergelijkbare voorzieningen, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation. 1.61 paardenbak buitenrijbak voor het trainen en/of africhten van paarden. 1.62 peil a. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld aan de zijde van de hoofdtoegang tot het gebouw. 1.63 permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdverblijf waardoor die ruimte als reguliere woning is aan te merken. Er is sprake van hoofdverblijf als de huurder/eigenaar, binnen een periode van 360 dagen, die ruimte meer dan 180 dagen gebruikt voor nachtverblijf. 1.64 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. Hieronder wordt ook verstaan thuisprostitutie.
1.65 recreatief medegebruik het medegebruik van gronden voor routegebonden recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren, en voor plaatsgebonden recreatieve activiteiten, zoals voor sportvisserij, alsmede voor route-ondersteunende voorzieningen, zoals picknick-, uitzicht-, rust- en informatieplaatsen, voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten. 1.66 regenkap een constructie van palen met daarop een boog met een kap van transparante folie. 1.67 seksinrichting een gelegenheid waarin beroepsmatig, bedrijfsmatig of in clubverband: a. b. c.
voorstellingen en/of vertoningen van hoofdzakelijk porno-erotische aard plaatsvinden, en/of; verkoop en/of uitstalling van hoofdzakelijk goederen van porno-erotische aard plaatsheeft, en/of; seksuele diensten/handelingen (van welke aard dan ook) worden verricht.
1.68 setback een dakopbouw, die gelegen is op tenminste 2.00 m achter de doorgetrokken voorgevel van een woningmet een hoogte van maximaal 3.00 m. Bij een woning met meerdere voorgevels wordt in deze alleen de voorgevel waarin de hoofdtoegang is gelegen, als zodanig aangemerkt. 1.69 site sharing het delen van een locatie door meerdere gebruikers, in het geval van antennemasten het delen van een mast door meerdere mobiele telefonieaanbieders.
10
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
1.70 smartshop/growshop een bedrijf waar bedrijfsmatig psychoactieve middelen en/of benodigdheden voor de kweek van hennep en/of andere verdovende middelen te koop worden aangeboden, verstrekt of geleverd. 1.71 standplaats een in of op het terrein aangegeven, zichtbaar gemarkeerde plek, door middel van nummering, stroomvoorzieningen, erfafscheiding of anderszins, voor het plaatsen of geplaatst houden van maximaal één kampeermiddel ten behoeve van tijdelijk recreatief nachtverblijf. 1.72 stedenbouwkundig beeld ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, debouwmassa's, de gevelindeling en de dakvormen. 1.73 stiltegebied een gebied van enige omvang waarin de geluidsbelasting door toedoen van menselijke activiteit zo laag is, dat de gebiedseigen geluiden niet of nauwelijks worden verstoord. 1.74 straatprostitutie het zich in openbaar gebied of in openbare ruimten dan wel in een zich in het openbaar gebied of in openbare ruimten bevindend voertuig, beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander, tegen vergoeding. 1.75 teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen/constructies: a.
b.
met als doel het gewas te forceren tot meer groei en/of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel vervroegen als verlengen ten opzichte van normale open teelt en/of beschermen tegen weersinvloeden, ziekten en plagen dat leidt tot een betere kwaliteit van het product, en/of noodzakelijk voor de teelt van gewassen in verband met het vergroten van de opbrengst van de oogst en het vergemakkelijken van de oogst, zoals tafelconstructies en gewasondersteunende constructies.
1.76 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen teeltondersteunende voorziening, die korter dan 6 maanden, al dan niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig is. 1.77 vloeroppervlak van een gebouw het oppervlak van alle van dat gebouw deel uitmakende ruimten, inclusief kelder, onderbouw en/of verdiepingen. 1.78 Wabo de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 1.79 woning een complex van ruimten, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouding. 1.80 zolder ruimte(n) in een gebouw, die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt (uitmaken) van de daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
11
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 Wijze van meten Bij de toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten: 2.1.1 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk de buitenwerks (tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren) gemeten afstand. 2.1.2 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.1.3 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.1.4 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.1.5
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.1.6 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.1.7 afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.1.8 bebouwingspercentage het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. 2.1.9 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1.50 m.
12
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch - Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
3.1.1 De voor 'agrarisch-bedrijf'aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische bedrijven met een geheel of in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering; b. bestaande agrarische bedrijven met een geheel of in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering; c. bestaande agrarische bedrijven met aan de agrarische bedrijfsvoering gelieerde overige bedrijfsactiviteiten, in de vorm van: 1. een agrarisch loonbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch loonbedrijf'; 2. een productiegerichte paardenhouderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-productiegerichte paardenhouderij'; 3. een pensionstalling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-pensionstalling'; 4. een tuincentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum' 5. een handel in gewasbeschermingsmiddelen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-gewasbeschermings-middelen'; d. stalling van kampeermiddelen, voor zover een 'maximum aantal te stallen kampeermiddelen' is aangeduid; e.
verblijfsrecreatie, in de vorm van vakantieappartementen, kamperen op de boerderij of groepsaccommodaties, voor zover een 'maximum aantal vakantieappartementen' of 'maximum aantal kampeerplaatsen' is aangeduid, respectievelijk ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-groepsaccommodatie', mits in het geval van kamperen op de boerderij: 1. kamperen als ondergeschikte nevenactiviteit onderdeel uitmaakt van een functionerend agrarisch bedrijf; 2. kamperen alleen plaatsvindt tijdens het kampeerseizoen; 3. buiten het kamperseizoen geen kampeermiddelen op het terrein aanwezig zijn; 4. de kampeerplaatsen landschappelijk zijn ingepast in de omgeving; 5. binnen het bestemmingsvlak in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien; f. evenementen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein', waarbij de bepalingen in artikel 17.3 in acht worden genomen; g.
huisvesting van arbeidsmigranten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – huisvesting arbeidsmigranten', voor zover het betreft arbeidsmigranten die bij het betreffende bedrijf werkzaam zijn, dan wel arbeidsmigranten welke op andere bedrijven in de regio werkzaam zijn, waarbij het huisvesten van arbeidsmigranten welke niet op het bedrijf werkzaam zijn, alleen dan mag plaatsvinden indien bij de bedrijfsvoering van het eigen bedrijf ook arbeidsmigranten worden ingezet voor oogstdoeleinden, mits: 1. op het moment dat de noodzaak voor de vestiging van arbeidsmigranten niet meer aanwezig is, de huisvestingsmogelijkheden worden ontmanteld, opdat voorkomen wordt dat permanente woongelegenheden ontstaan; 2. in het geval in de behoefte aan huisvesting wordt voorzien door de plaatsing van woonunits, deze landschappelijk goed inpasbaar zijn; 3. de totstandkoming van een aanvaardbaar woonmilieu in de te realiseren huisvesting gegarandeerd kan worden; 4. er minimaal 10 m2 woonoppervlak per werknemer met enige privacy aanwezig is;
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
13
5. er in een gebouw met maximaal twee bouwlagen gehuisvest wordt, met de daarbij behorende voorzieningen. 3.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingenzijn mede de desbetreffende regels van toepassing met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 20. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Op de tot 'Agrarisch - Bedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van het onder 3.1.1 toegestane gebruik; (tijdelijke) teeltondersteunende voorzieningen, regenkappen, hagelnetten, mestopslagplaatsen en ondergrondse en/of bovengrondse voorzieningen ten behoeve van de opvang en buffering van water; c. bedrijfswoningen, tot ten hoogste het per bouwkavel aangeduide 'maximum aantal wooneenheden', mits ter plaatse van de desbetreffende bouwkavel sprake is van een volwaardig bedrijf; d. vakantieappartementen, voor zover een 'maximum aantal vakantieappartementen' is aangeduid, tot ten hoogste het aangeduide aantal; e. groepsaccommodaties, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-groepsaccommodatie'; f. kassen, niet zijnde boogkassen, voor zover sprake is van bestaande kassen, nieuwe kassen mogen niet worden gebouwd, en de daarbij behorende andere bouwwerken, welke qua aard en afmeting bij deze bestemming passen, met dien verstande, dat: g.
gebouwen, boogkassen en mestopslagplaatsen uitsluitend in het bouwvlak mogen worden gebouwd, tijdelijke boogkassen mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd; h. de goothoogte van gebouwen, geen woning zijnde, met uitzondering van boogkassen, ten hoogste 6.50 m mag bedragen; i. de inhoud van een bedrijfswoning ten hoogste 800 m3 mag bedragen; j. een bedrijfswoning voor het overige voldoet aan de bepalingen in artikel 5.2; k. de inhoud van de mestopslagplaatsen per bouwperceel in totaal ten hoogste 2.500 m3mag bedragen; l. de oppervlakte aan boogkassen per bouwperceel ten hoogste 2.500 m² mag bedragen, tenzij een grotere oppervlakte is aangeduid; m. de bouwhoogte van boogkassen ten hoogste 3.50 m mag bedragen; n. het totale vloeroppervlak van een vakantieappartement ten hoogste 100 m2 mag bedragen; o. het totale vloeroppervlak van de verkoopruimte ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum' ten hoogste 806 m² mag bedragen; p. de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste 8.00 m mag bedragen, met uitzondering van: q. de hoogte van erfafscheidingen, die ten hoogste 2.50 m mag bedragen. 3.2.2 Kampeerterrein Op de tot 'Agrarisch - Bedrijf' aangewezen gronden mogen, voor zover een 'maximum aantal kampeerplaatsen' is aangeduid, daarnaast worden ingericht: a. standplaatsen voor kampeermiddelen, tot ten hoogste het aangeduide aantal, met dien verstande dat: b. c.
14
de standplaatsen voor kampeermiddelen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal kampeerplaatsen' mogen worden opgericht; op de standplaatsen voor kampeermiddelen geen chalets, trekkershutten of stacaravans mogen worden geplaatst;
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
d.
3.3
sanitaire voorzieningen ten behoeve van de standplaatsen voor kampeermiddelen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden opgericht. Nadere eisen
3.3.1 Burgemeester en wethouders zullen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; b. de aard, hoogte en de situering van erfafscheidingen; c. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; d. de situering en vormgeving van het vlak waarbinnen kampeerplaatsen zijn toegestaan; een en ander op basis van een landschappelijk inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) en met inachtneming van de regels zoals deze gesteld zijn in het gemeentelijke kwaliteitsmenu. 3.3.2 De onder 4.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: a. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing, of b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden, of c. ter verbetering van de gebiedskwaliteit ten behoeve van duurzaam agrarisch grondgebruik. 3.4
Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2, ten behoeve van het overschrijden van de bouwgrenzen, mits: a. de overschrijding om bedrijfseconomische redenen noodzakelijk is, met dien verstande dat: b.
de overschrijding niet meer bedraagt dan 200 m².
3.4.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van goothoogte bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2, ten behoeve van de bouw van bedrijfsgebouwen met een goothoogte groter dan 6.50 m, mits: a. b.
de noodzaak daartoe vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind, met dien verstande, dat: c.
de goothoogte ten hoogste 8.00 m mag bedragen.
3.4.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van inhoud bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2 , ten behoeve van het vergroten van de maximale inhoud van de bedrijfswoning ten behoeve van de huisvesting van de rustende boer, mits: a. dit niet leidt tot een zelfstandige extra woning, met dien verstande dat: b.
de inhoud ten hoogste 1000 m3 mag bedragen.
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
15
3.4.4 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van hoogte van andere bouwwerken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2 , ten behoeve van het vergroten van de maximum hoogte van andere bouwwerken, daaronder begrepen windenergie-installaties, mits: a. b.
de noodzaak daartoe vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind, met dien verstande, dat: c.
de hoogte ten hoogste 15.00 m mag bedragen.
3.4.5 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van inhoud mestopslagplaatsen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2 , ten behoeve van het vergroten van de maximale inhoud van mestopslagplaatsen, mits: a. b.
de noodzaak daartoe vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind, met dien verstande, dat: c.
de inhoud ten hoogste 5000 m3 mag bedragen.
3.4.6 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van oppervlakte boogkassen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2, ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte aan boogkassen, mits a. b.
3.5
de noodzaak daartoe vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind. Specifieke gebruiksregels
3.5.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a.
b. c. d. e.
f. g. h. i. j.
16
standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen, uitgezonderd in de vorm van kamperen op de boerderij, voor zover een 'maximum aantal kampeerplaatsen' is aangeduid, tot ten hoogste het aangeduide aantal; staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; nieuwvestiging van een niet grondgebonden agrarisch bedrijf; opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; woondoeleinden, anders dan in een bedrijfswoning; bij de bedrijfswoning zijn mantelzorg en huisvesting van de rustende boer toegestaan voor zover dit niet leidt tot het ontstaan van een nieuwe zelfstandige woning; ambachtelijke en/of industriële doeleinden; recreatieve doeleinden, anders dan toegelaten krachtens het plan; horecadoeleinden, anders dan ondergeschikt aan het toegelaten gebruik; agrarische hulp- en nevenbedrijfsdoeleinden, tenzij dit gebruik door middel van de aanduiding 'agrarisch loonbedrijf' is toegestaan; opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik, uitgezonderd stalling van kampeermiddelen, voor zover een 'maximum aantal te stallen kampeermiddelen' is aangeduid, tot ten
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
hoogste het aangeduide aantal. 3.6
Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van bewerking en/of verkoop aan de boerderij van agrarische producten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5, ten behoeve van boerderijverkoop, bewerking van agrarische producten en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten, mits: a.
de activiteiten, qua economische bedrijfsomvang, inkomen en ruimtegebruik, ondergeschikt zijn aan de agrarische bedrijfsactiviteiten; b. de activiteiten binnen de bestaande bouwmassa kunnen worden uitgevoerd. Alleen wanneer de noodzaak daartoe is aangetoond is uitbreiding of vervangende nieuwbouw van bestaande bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak toegestaan, mits daardoor geen cultuurhistorisch waardevolle of karakteristieke bebouwing verloren gaat; c. de activiteiten geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; d. de activiteiten landschappelijk goed inpasbaar zijn en natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden en belangen niet onevenredig schaden; e. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; f. boerderijverkoop onderdeel uitmaakt van een functionerend agrarisch bedrijf en wordt beëindigd bij beëindiging van het agrarisch bedrijf; g. uitsluitend boerderijverkoop plaats vindt van in hoofdzaak op het eigen bedrijf of in de directe omgeving daarvan op andere agrarische bedrijven geproduceerde of bewerkte agrarische producten; h.
bewerking van agrarische producten uitsluitend de bewerking van op het eigen bedrijf of in de directe omgeving daarvan op andere agrarische bedrijven geproduceerde producten betreft; met dien verstande dat: i.
het vloeroppervlak voor boerderijverkoop ten hoogste 200 m² mag bedragen.
3.6.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van zorg, dagrecreatie en culturele activiteiten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5, ten behoeve van: a. b.
het bieden van werk en verzorging aan hulpbehoevende mensen; dagrecreatie in de vorm van het bieden van dagarrangementen, excursies en bezichtigingen van (sier)tuinen, alsmede ondergeschikte horeca; c. culturele activiteiten zoals natuurcursussen en exposities; en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten, mits: a. b.
c. d. e. f.
de activiteiten, qua economische bedrijfsomvang, inkomen en ruimtegebruik, ondergeschikt zijn aan de agrarische bedrijfsactiviteiten; de activiteiten binnen de bestaande bouwmassa kunnen worden uitgevoerd. Alleen wanneer de noodzaak daartoe is aangetoond is uitbreiding of vervangende nieuwbouw van bestaande bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak toegestaan, mits daardoor geen cultuurhistorisch waardevolle of karakteristieke bebouwing verloren gaat; de activiteiten geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; de activiteiten landschappelijk goed inpasbaar zijn en natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden en belangen niet onevenredig schaden; de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; de dagrecreatieve en ondergeschikte horeca-activiteiten kleinschalig zijn en ten dienste staan van extensieve recreatie in het buitengebied c.q. ondersteunend zijn aan wandel- en fietsroutes.
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
17
3.6.3 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van kamperen op de boerderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5, ten behoeve van kamperen op de boerderij en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten, mits: a.
de activiteiten, qua economische bedrijfsomvang, inkomen en ruimtegebruik, ondergeschikt zijn aan de agrarische bedrijfsactiviteiten; b. de activiteiten geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; c. de activiteiten landschappelijk goed inpasbaar zijn en natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden en belangen niet onevenredig schaden; d. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; e. kamperen alleen plaatsvindt tijdens het kampeerseizoen; f. buiten het kampeerseizoen geen kampeermiddelen op het terrein aanwezig zijn; g. in voldoende parkeerplaatsen wordt voorzien binnen de bestemming 'agrarisch-bedrijf'; h. de afstand tot de naastgelegen woningen tenminste 50 m bedraagt; i. het kampeerterrein landschappelijk wordt ingepast in de omgeving, overeenkomstig de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek; j. bij beëindiging van het agrarisch bedrijf het kamperen op de boerderij wordt beëindigd, uitgezonderd de situatie dat de kinderen van degenen, die het agrarisch bedrijf laatstelijk uitoefenden, het kamperen op de boerderij mogen voortzetten, met dien verstande dat: k.
bij de omgevingsvergunning het voor het kamperen op de boerderij te gebruiken deel van de bouwkavel wordt vastgelegd; l. maximaal 15 standplaatsen per locatie aanwezig mogen zijn; op de standplaatsen mogen geen chalets, trekkershutten of stacaravans worden geplaatst; m. sanitaire voorzieningen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden opgericht. 3.6.4 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van bed & breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5, ten behoeve van het exploiteren faciliteren van een bed and breakfast en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten, mits: a.
het pand is gelegen binnen de dubbelbestemming 'waarde-cultuurhistorie', respectievelijk handhaving van het pand noodzakelijk is voor of ondersteunend is aan handhaving van de stedenbouwkundige structuur, b. het pand een minimale inhoud heeft van 800 m³; c. het gebruik ten behoeve van bed & breakfast gekoppeld en ondergeschikt is aan de woonfunctie bij het ararisch bedrijf ter plaatse; d. de bed & breakfast binnen de bestaande bebouwing wordt gerealiseerd; e. de stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het complex behouden blijven; f. de parkeerbalans in de directe omgeving niet nadelig wordt beïnvloed; g. er geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ontstaan; h. de bed and breakfast door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet kan functioneren als een zelfstandige woning. Een aparte kookgelegenheid bij de bed and breakfast is niet toegestaan, met dien verstande dat: i.
18
ten hoogste 8 slaapplaatsen per bed & breakfast mogen worden gerealiseerd.
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
3.6.5 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van vakantieappartementen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5, ten behoeve van het exploiteren van vakantieappartementen en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten, mits: a.
de activiteiten, qua economische bedrijfsomvang, inkomen en ruimtegebruik, ondergeschikt zijn aan de agrarische bedrijfsactiviteiten; b. het betreft karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, respectievelijk handhaving van de bestaande bebouwing noodzakelijk is voor of ondersteunend is aan handhaving van de stedenbouwkundige structuur; c. de activiteiten binnen de bestaande bouwmassa kunnen worden uitgevoerd; d. de activiteiten geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; e. de activiteiten landschappelijk goed inpasbaar zijn en natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden en belangen niet onevenredig schaden; f. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden, met dien verstande, dat g. h.
het totale vloeroppervlak van een vakantieappartement ten hoogste 100 m2 mag bedragen; ten hoogste 5 vakantieappartementen per agrarisch bedrijf mogen worden gerealiseerd.
3.6.6 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van het stallen van kampeermiddelen en/of de opslag van materialen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5, ten behoeve van het toestaan van het stallen van kampeermiddelen tot een maximum van 50 kampeermiddelen dan wel ten behoeve van de opslag van materialen, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik, mits: a. b. c.
stalling en/of opslag plaatsvindt in bestaande gesloten gebouwen; ter plaatse aanwezige natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast; het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast.
3.6.7 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van het huisvesten van arbeidsmigranten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.5, ten behoeve van het huisvesten van arbeidsmigranten op de bouwkavel binnen het bouwvlak, mits: a. b.
het betreft huisvesting van arbeidsmigranten die bij het desbetreffende bedrijf werkzaam zijn; op het moment dat de noodzaak voor de vestiging van de arbeidsmigranten niet meer aanwezig is, de huisvestingsmogelijkheden worden ontmanteld, opdat voorkomen wordt dat permanente woongelegenheden ontstaan; c. in het geval in de behoefte aan huisvesting wordt voorzien door de plaatsing van woonunits, deze landschappelijk goed inpasbaar zijn; d. de totstandkoming van een aanvaardbaar woonmilieu in de te realiseren huisvesting gegarandeerd kan worden, met dien verstande dat: e. f.
er minimaal 10 m² woonoppervlak per werknemer met enige privacy aanwezig is; er in een gebouw met maximaal 2 bouwlagen gehuisvest wordt.
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
19
Artikel 4 4.1
Agrarisch met waarden
Bestemmingsomschrijving
4.1.1 De voor Agrarisch met waarden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
agrarisch gebruik; bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onderen/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; c. instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden en de daarmee samenhangende landschapskarakteristiek; d. bescherming van aangrenzend natuurgebied; met daaraan ondergeschikt: e. f. g.
ontsluiting van de afzonderlijke percelen ten behoeve van het toegestane gebruik; recreatief medegebruik; voor wandel-, ruiter-, fiets-, wielren- en mountainbike-evenementen op bestaande wegen/paden waarbij de bepalingen in artikel 17.3 in acht worden genomen.
4.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 20.2. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op de tot Agrarisch met waarden aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 4.2.2 Kleinschaligerecreatieve voorzieningen en voederbergingen of voederruiven voor wild Het onder 4.2.1 bepaalde geldt niet voor kleinschalige recreatieve voorzieningen (zit- en schuilgelegenheid, picknickplaatsen) en voederbergingen of voederruiven voor wild, voor zover deze geen onevenredige afbreuk doen aan het agrarisch gebruik en de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, met dien verstande dat: a. b. c. d.
het oppervlak aan bouwwerken per voorziening ten hoogste 12 m² mag bedragen; de goothoogte ten hoogste 2.00 meter mag bedragen; de nokhoogte ten hoogste 3.00 meter mag bedragen; bouwwerken, voorzien van een dak, plat of met een kap van ten hoogste 45° mogen worden afgedekt.
4.2.3 Omheiningen en/of erfafscheidingen Het onder 4.2.1 bepaalde geldt niet voor omheiningen en/of erfafscheidingen, uitsluitend in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen, met dien verstande dat: a. 4.3
de hoogte ten hoogste 1.50 meter mag bedragen. Nadere eisen
4.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. b.
20
de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; voorzieningen ter voorkoming van hemelwater- en bijkomende rioleringsproblematiek in verband met de
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
nieuwe bebouwing; 4.3.2 De onder 4.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: a. b.
indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing, of ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden.
4.4
Afwijken van de bouwregels
4.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2, ten behoeve van het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, waaronder begrepen containervelden, boogkassen en regenkappen, mits: a.
in het geval de oppervlakte ten behoeve van tijdelijke boogkassen en tijdelijke regenkappen na omgevingsvergunning meer dan 10% van de totale teeltoppervlakte van een bedrijf uitmaakt, vooraf advies is verkregen van de Kwaliteitscommissie Limburg; b. omliggende waarden en functies niet onevenredig worden aangetast; c. de omgevingsvergunning niet leidt tot aantasting van de karakteristieke openheid van de plateaus, zoals aangegeven op de kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen behorende bij de provinciale 'Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen'; d. de omgevingsvergunning geen betrekking heeft op hellingen met een hellingspercentage van meer dan 4%, volgens de bij de herziening 'Beleidsregel teeltondersteunende voorzieningen' behorende kaart hellingklassen teeltondersteunende voorzieningen; e. zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing, zoals in de vorm van een omsluitende haag van voldoende hoogte, met dien verstande, dat: 1.
2.
3. 4. 5.
6.
containervelden en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van boogkassen en regenkappen, voor zover deze niet binnen het bouwvlak van een agrarische bouwkavel opgericht kunnen worden, enkel mogen worden opgericht op aan de agrarische bouwkavel aansluitende gronden, indien en voor zover niet gelegen binnen de dubbelbestemming beekdal; bij de omgevingsvergunning worden de voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen te gebruiken gronden vastgelegd; indien vanuit agrarische en/of landschappelijke motieven aangetoond kan worden dat aansluiting aan de bestaande agrarische bouwkavel niet mogelijk is, containervelden en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van regenkappen en boogkassen ook op verder gelegen gronden mogen worden opgericht, waarbij geen zelfstandige bouwkavel mag ontstaan; de hoogte van boogkassen ten hoogste 2.50 meter mag bedragen; de hoogte van regenkappen ten hoogste 4.00 meter mag bedragen; de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen alleen aanwezig mogen zijn, als deze daadwerkelijk in gebruik zijn, met een maximum van 6 maanden per jaar. Op momenten dat de teeltondersteunende voorzieningen niet in gebruik zijn, dienen deze te worden verwijderd; bij een negatief advies van de Kwaliteitscommissie slechts een omgevingsvergunning mag worden verleend, nadat Gedeputeerde Staten hiermee hebben ingestemd.
4.4.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van hagelnetten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2, ten behoeve van het oprichten van hagelnetten, mits: a.
door de zichtbaarheid van de hagelnetten geen onevenredige aantasting van de beleving van het
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
21
landschap, zoals die wordt bepaald door het reliëf rond de beek- en droogdalen, de openheid op de plateaus en de ligging ten opzichte van wegen, paden, dorpen en bebouwing, ontstaat of kan ontstaan, dan wel door landschappelijke inpassing op een wijze die overeenstemt met de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek, zoals in de vorm van een omsluitende haag van voldoende hoogte, een en ander kan worden voorkomen; b. voldaan wordt aan de 'Beleidsregel hagelnetten', zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 9 maart 2004, of een daarvoor in de plaats tredend beleidskader, met dien verstande dat: 1. 2. 3.
bij de omgevingsvergunning de voor hagelnetten te gebruiken gronden worden vastgelegd; de hagelnetten niet door mogen lopen tot aan de grond; de hoogte van hagelnetten ten hoogste 4.00 meter mag bedragen.
4.4.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van schietboom Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2, ten behoeve van het oprichten van een schietboom, al dan niet met kogelvanger, mits: a. b.
de schietboom past binnen het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld ter plaatse; de schietboom en/of de activiteiten, die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; c. de schietboom en/of de activiteiten die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, niet leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; d. de activiteiten die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, niet leiden tot onevenredige verkeersoverlast en parkeeroverlast; e. andere waarden en belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, met dien verstande dat: 1. 4.5
de hoogte van een schietboom ten hoogste 20.00 meter mag bedragen. Specifieke gebruiksregels
4.5.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b.
c. d. e. f. g. h. i. j. k.
22
standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; sport- en wedstrijdterrein, buitenmanege, ligplaats en speelweide of volkstuin, uitgezonderd het gebruik ten behoeve van een sport- en wedstrijdterrein ter plaatse van terreinen waarvoor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een schietboom wordt verleend; het beproeven van voertuigen, de beoefening van motorsport, het houden van wedstrijden met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen al dan niet in wedstrijdverband; het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen al dan niet in wedstrijdverband; staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; militaire oefeningen met uitzondering van marsoefeningen, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen; terrein voor het aanbrengen, het hebben van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, waaronder reclame-uitingen, behoudens het bepaalde in artikel 7 van de Grondwet; het opslaan van mest(stoffen), behoudens in mestzakken, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is verleend; nieuwvestiging van een niet grondgebonden agrarisch bedrijf; opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; onder opslag inherent aan het toegelaten gebruik wordt niet begrepen de opslag van in plastic verpakte hooibalen; bedrijfswegen ten behoeve van het agrarisch bedrijf;
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
l. het bebossen van gronden; m. het gebruik maken van chemische gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen die leiden tot schadelijke effecten, ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone spuitvrije zone', vanwege het garanderen van een goed woon- en leefklimaat. 4.6
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van militaire oefeningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.5, ten behoeve van het houden van militaire oefeningen, mits agrarische en landschappelijke waarden en belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 4.6.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van bedrijfswegen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.5, ten behoeve van agrarische bouwkavels of veldkavels, mits dit niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. 4.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.7.1 Het is verboden op of in de voor Agrarisch met waarden aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c.
d.
het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodemverlagen, afgraven of ophogen met meer dan 0.30 m en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het aanbrengen van hoog opgaande beplanting, niet zijnde bebossing, anders dan ten behoeve van de ecologische structuur of de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap.
4.7.2 Het in 4.7.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.
4.7.3 De werken of werkzaamheden als bedoeld in 4.7.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 4.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de eerst bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
23
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
5.1.1 De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
wonen, met inbegrip van mantelzorg, aan-huis-gebonden-beroepen en agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis; en de daarbij behorende voorzieningen. 5.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 20.2. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Op de tot Wonen aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: woningen; en de daarbij behorende bijgebouwen en andere bouwwerken, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat: a.
gebouwen uitsluitend in het bouwvlak en binnen de bouwaanduiding 'bijgebouwen' mogen worden gebouwd.
5.2.2 Bouwvlak Regels met betrekking tot het bouwvlak: a. b. c. d. e. f. g.
per bouwvlak mag ten hoogste het aangeduide 'maximum aantal wooneenheden' worden gebouwd; de voorgevel van een woning mag uitsluitend in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd; de voorgevelbreedte van een woning zal ten minste 5.00 m bedragen; in ten hoogste 2 bouwlagen mag worden gebouwd; de goothoogte mag ten hoogste 6.50 m bedragen; gebouwen mogen plat, met setback of met een kap van ten hoogste 60° worden afgedekt; vrijstaande woningen zullen aan beide zijden en halfvrijstaande woningen aan één zijde op ten minste 2.50 m uit de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd.
5.2.3 Bouwaanduiding'bijgebouwen' Regels met betrekking tot de bouwaanduidingen 'bijgebouwen': a.
b. c. d.
24
het totaal oppervlak aan bovengrondse bijgebouwen mag binnen de bouwaanduiding 'bijgebouwen', onverminderd het bepaalde onder a., ten hoogste 300 m² bedragen; het totaal oppervlak aan ondergrondse bijgebouwen mag binnen de bouwaanduiding 'bijgebouwen', onverminderd het bepaalde onder a., ten hoogste 360 m² bedragen, verminderd met het oppervlak aan bovengrondse bijgebouwen; bijgebouwen mogen uitsluitend vrijstaand op ten minste 1.00 m afstand van het bouwvlak of aangebouwd worden opgericht; bijgebouwen zullen in of ten minste 1.00 m uit de zijdelingse erfscheiding worden gebouwd; in ten hoogste 1 bouwlaag mag worden gebouwd waarvan de goothoogte ten hoogste 3.30 m mag bedragen;
bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid
e. f. g. h.
de bouwhoogte mag ten hoogste 6.60 m bedragen; bijgebouwen mogen uitsluitend plat of met een kap van ten hoogste 45° worden afgedekt; ten aanzien van het gestelde onder e. en f. kan geen gebruik worden gemaakt van een algemene omgevingsvergunning van 10%; het oprichten van bijgebouwen mag niet leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap.
5.2.4 Andere bouwwerken Regels met betrekking tot andere bouwwerken: a.
de hoogte van andere bouwwerken mag ten hoogste 3.00 m bedragen. met uitzondering van: 1. de hoogte van erfafscheidingen, welke voor zover aanwezig voor de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 1.00 m en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 2.00 m mag bedragen; 2. de hoogte van palen, masten en plastische kunstwerken, welke ten hoogste 5.00 m mag bedragen.
5.2.5 Bestaande bebouwing Voor zover bestaande maten afwijken van de bepalingen in 5.2.2, 5.2.3, en 5.2.4 mogen de bestaande maten gehandhaafd worden. 5.3
Nadere eisen
5.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. b.
de situering van bouwwerken; de omvang van de tweede bouwlaag, wanneer de bouwgrens op minder dan 3.00 meter uit de zijdelingse erfscheiding is gelegen of het bouwvlak dieper is dan 10.00 meter.
5.3.2 De onder 5.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: a. b. 5.4
ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de herkenbaarheid van de woning als zodanig, van de verkeersveiligheid en van het uitzicht en de privacy van derden, of, in verband met eisen van duurzaam bouwen. Afwijken van de bouwregels
5.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van zijdelingse bouwgrens Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2, ten behoeve van het overschrijden van de zijdelingse bouwgrens, mits: ten behoeve van de verkeersveiligheid, voldoende afstand tot de bestemming 'verkeer' wordt aangehouden; geen onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld plaatsvindt; dit niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, met dien verstande dat: c. d. e.
ten minste 3.00 m uit de zijdelingse perceelsgrens zal worden gebouwd; de overschrijding van de zijdelingse bouwgrens maximaal 4.00 m mag bedragen; overschrijding van de zijdelingse bouwgrens slechts aan één zijde van het bouwvlak mogelijk is ten aanzien van het gestelde onder a. en b. geen gebruik kan worden gemaakt van een algemene omgevingsvergunning van 10%.