CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20240402 05c Bijlage 2 BP Moerslag, Toelichting

* Raadsvergaderingen 2 april 2024, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan Moerslag 5 / 5a Sint Geertruid12.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan - Toelichting -

Moerslag 5/5a te Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten

Bestemmingsplan Moerslag 5/5a te Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten

Onderdeel:

Toelichting

IDN-nummer:

NL.IMRO.1903.BPBUI6265NC5-VG01

Projectnummer:

M210119

Status:

vastgesteld

Datum:

2 april 2024

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

Hoofdstuk 2 Plangebied en planontwikkeling

7

2.1 2.2 2.3 2.4

7 8 11 12

Ligging plangebied Bestaande situatie Beoogde planontwikkeling Ruimtelijk-visuele effecten

Hoofdstuk 3 Planologisch-juridische situatie

13

3.1 3.2

13 16

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, inclusief 1e herziening' Parapluplan parkeren Eijsden-Margraten

Hoofdstuk 4 Beleid

17

4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid

17 18 22

4.4

Gemeentelijke beleid

24

Hoofdstuk 5 Milieutechnische aspecten

27

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

27 27 28 31 32

Bodem Geluid Milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid

Hoofdstuk 6 Overige ruimtelijke aspecten

35

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

35 37 37 38 39 43

Archeologie en cultuurhistorie Kabels en leidingen Verkeer en parkeren Waterhuishouding Natuurbescherming Duurzaamheid

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

45

7.1 7.2

Grondexploitatie Planschade

45 46

Hoofdstuk 8 Planstukken

47

8.1 8.2

47 47

Algemeen Toelichting, regels en verbeelding

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

3

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en formele procedure

51

9.1 9.2 9.3 9.4

51 51 51 51

Inleiding Vooroverleg Inspraak Formele procedure

Toelichting

4

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

Hoofdstuk 1

Inleiding

Ter plaatse van Moerslag 5-5A te (6265 NC) Sint Geertruid is een voormalige agrarische bedrijfslocatie gelegen. De bebouwing behoorde tot een bedrijf gericht op fruitteelt waarvan de bedrijfsactiviteiten al geruime tijd zijn beëindigd. Het voornemen is om onderhavige locatie te herbestemmen ten behoeve van drie wooneenheden.

Uitsnede topografische kaart met aanduiding plangebied

Het gebruiken van de locatie voor reguliere woondoeleinden is op grond van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, inclusief 1e herziening' is niet toegestaan. De gemeente Eijsden-Margraten heeft middels brief d.d. 4 juli 2022 (kenmerk 2022 - 004666/D202-07-001146) kenbaar gemaakt principemedewerking te verlenen aan het voornemen. Binnen de planregels van het geldende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming 'Agrarisch - Bedrijf' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' teneinde het planvoornemen te kunnen faciliteren. Om voorliggend planvoornemen mogelijk te maken dient in beginsel een wijzigingsplan in procedure te worden gebracht. Omdat echter op grond van het beleid van de gemeente Eijsden-Margaten inzake de spuitproblematiek tevens een spuitvrije zone dient te worden vastgelegd, en dit niet mogelijk is middels een wijzigingsplan, dient een separate bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen op basis van een op te stellen postzegelbestemmingsplan. Voorliggend document voorziet in de toelichting op bijbehorende regels en verbeelding voor de bestemmingsplanwijziging.

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

5

6

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

Hoofdstuk 2

Plangebied en planontwikkeling

In dit hoofdstuk worden het plangebied, de huidige situatie en het voornemen beschreven. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de ruimtelijke effecten van het plan.

2.1

Ligging plangebied

Het projectgebied is gelegen op de locatie Moerslag 5 te (6265 NC) Sint Geertruid.

Luchtfoto met aanduiding plangebied Onderhavige locatie staat kadastraal bekend als gemeente Margraten - sectie S - nummers 372, 373, 374, 375, 376 en gedeeltelijke binnen de percelen met nummers 17 en 21. Voorts wordt ten behoeve van voorliggend plan een spuitvrije zone opgenomen. In dat kader zijn de percelen kadastraal bekend als gemeente Margraten - sectie S - nummers 343 en 16 en - sectie R - nummers 208, 218, 55 ook betrokken bij het plangebied. In paragraaf 5.3.3 wordt hier verder op ingegaan.

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

7

Kadastrale kaart met aanduiding plangebied

2.2

Bestaande situatie

In bestaande situatie zijn in voormalige agrarische bedrijfsbebouwing twee wooneenhden aanwezig, namelijk de bedrijfswoning (Moerslag 5) en een woonhuis/appartement in verhuurde staat (Moerslag 5a). De overige bebouwing ter plekke is in gebruik (geweest) als schuur, sorteerruimte, garages en een loods. Ter verduidelijking is de bestaande situatie in onderstaande afbeelding schematisch weergeven.

8

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

Situatietekening bestaande situatie

De bestaande bedrijfswoning is gesitueerd in het westelijke bouwdeel van de U-vormige bebouwing. het in verhuurde staat met daar aangrenzend gelegen garages in het zuidelijke deel. De sorteerruimte is aansluitend aan de schuur binnen de U-vormige bebouwing gelegen. Tot slot is een los gelegen loods aanwezig. De bestaande situatie wordt weergegeven aan de hand van navolgende obliek foto's.

Obliek - noord aanzicht

Obliek - oost aanzicht

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

9

Obliek - zuid aanzicht

Obliek - west aanzicht

De bestaande situatie wordt tevens weergegeven aan de hand van navolgende foto's.

Straatbeeld (Google Streetview, 2019)

Obliek

10

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

Straatbeeld (Google Streetview, 2019)

2.3

Beoogde planontwikkeling

Het voornemen is om in het kader van de herbestemming de locatie te gaan gebruiken voor reguliere woondoeleinden. Daarbij worden de bestaande bedrijfswoning en woonhuis/appartement in verhuurde staat reguliere burgerwoningen. Voorts bestaat de wens om één extra wooneenheid toe te voegen. In de nieuwe situatie wordt de bestaande (bedrijfs)woning gemoderniseerd. Het woonhuis in verhuurde staat op de begane grondvloer gaat dienst doen als levensloopbestendige wooneenheid. De ruimten op de verdiepingsvloer worden ingericht als één extra wooneenheid dienst kan gaan doen als starterswoning. Voorts zal in de nieuwe situatie de sorteerruimte van circa 270 m² geworden verwijderd en ruimte gaan maken als tuin/huisweide. Van de los gelegen loods wordt circa 30 m² (het uitstekende dak) worden gesloopt en worden gebruikt als stallingsruimte. Daarbij zal de loods (circa 250 m²) worden verfraaid met houten gevelbekleding en wordt het dak ingezet voor zonnepanelen (die verplaatst moeten worden van de te slopen sorteerruimte). Ter verduidelijking is de toekomstige situatie in onderstaande schetstekening schematisch weergeven.

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

11

Schematische weergave toekomstige situatie Verder dient de afweging te worden gemaakt of als gevolg van het plan sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Vanwege de aanwezigheid van agrarische gronde in de omgeving, alwaar mogelijk gebruik kan worden gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen die schadelijk zijn voor de mens, wordt in dat kader een spuitzone van 50 meter rondom het plangebied opgenomen. In paragraaf 5.3.3 wordt hier verder op ingegaan.

2.4

Ruimtelijk-visuele effecten

Voorliggende planontwikkeling voorziet in de sloop van in totaal circa 300 m² agrarische bedrijfsbebouwing en een wijziging van een voor agrarische bedrijfsdoeleinden bestemde locatie in een woonlocatie ten behoeve van drie woningen. Voorliggend plan voorziet in een ontsteningswinst en milieuwinst, aangezien agrarische bedrijfsactiviteiten ter plekke duurzaam worden beëindigd. De ruimtelijk-visuele effecten die optreden als gevolg van voorliggende planontwikkeling zijn positief.

12

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

Hoofdstuk 3 3.1

Planologisch-juridische situatie

Bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, inclusief 1e herziening'

Ter plekke van onderhavig plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, inclusief 1e herziening' van kracht. Op grond daarvan heeft de locatie de bestemming 'Agrarisch - Bedrijf' met daarin opgenomen bouwvlak met maatvoering 'maximaal aantal wooneenheden: 1'. Voorts zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht', 'Waarde - Ecologie', 'Waarde - Landschapselementen' en de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - bodembeschermingsgebied' en 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' van toepassing.

Uitsnede bestemmingsplankaart met aanduiding plangebied Daarnaast zijn ter plekke van de toekomstige spuitvrije zones de gronden bestemd als 'Agrarisch met Waarden'. Voor deze gronden zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht', 'Waarde Ecologie', 'Waarde - Landschapselement', 'Waterstaat - Erosie' en de gebiedsaanduidingen 'milieuzone bodembeschermingsgebied' en 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' van toepassing. Voorliggend project voorziet in het wijzigen van een agrarische bedrijfslocatie naar een reguliere woonlocatie voor drie wooneenheden. Op grond van het geldende bestemmingsplan is het realiseren van drie wooneenheden ter plekke van onderhavig plangebied niet rechtstreeks toegestaan omdat er wordt gewoond, zonder dat sprake is van een agrarisch bedrijf en daarnaast één wooneenheid wordt toegevoegd. In het bestemmingsplan is weliswaar een wijzigingsbevoegdheid geboden voor het college van burgemeester en wethouders om de bestemming 'Agrarisch - Bedrijf' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b.

de agrarische functie geheel is komen te vervallen; het betreft karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, respectievelijk handhaving van de bestaande bebouwing noodzakelijk is voor of ondersteunend is aan handhaving van de stedenbouwkundige structuur, dan wel een duidelijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering tot stand gebracht wordt. In dat laatste geval dient de initiatiefnemer tot wijziging aan te tonen welke bedrijfsgebouwen noodzakelijk zijn voor de woon- respectievelijk woon+cultuur en ontspanningsfunctie. De overige bedrijfsgebouwen dienen te worden gesloopt;

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

13

c. d. e. f. g. h. i. j.

de landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het complex behouden blijven; de wijziging niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; de toename van het aantal woningen past binnen het woningbouwprogramma behorende bij de Regionale Woonvisie, of een daarvoor in de plaats tredend beleidskader; er sprake is van inpandig bouwen, i.c. de woningen en bijgebouwen zijn gelegen binnen de bestaande hoofdbebouwing (de voormalige bedrijfswoning met aangebouwde of inpandige bedrijfsruimte); de totstandkoming van een aanvaardbaar woonmilieu in de te realiseren woningen gegarandeerd kan worden; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets); er sprake is van een substantiële verbetering van de ruimtelijke kwaliteit,

mits k.

de bouwmassa niet mag toenemen, wat tot uitdrukking zal worden gebracht door een op de functie afgestemd bouwvlak; l. per agrarisch bedrijfscomplex binnen de hoofdbebouwing, zijnde dat deel van de bebouwing waarin ook reeds de bestaande bedrijfswoning is gelegen, meerdere woningen of 1 woning in combinatie met verblijfsrecreatie, wellness, culturele, educatieve en/of sociale doeleinden mogen worden gerealiseerd; m. indien meerdere woningen worden gerealiseerd, voorafgaand aan de realisatie, het oppervlak aan bijgebouwen teruggebracht is tot ten hoogste 100 m² per woning, uitgezonderd bijgebouwen met landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden met een groter oppervlak, welke geheel behouden mogen worden; n. indien sprake is van de stalling van kampeermiddelen, de desbetreffende aanduiding gehandhaafd blijft binnen de bestemming 'wonen', respectievelijk 'wonen-cultuur en ontspanning'; o. bij wijziging voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 24 respectievelijk artikel 25 van deze regels. Burgemeester en Wethouders volgen bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid, de in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht omschreven procedure. Ad a. Ter plekke van onderhavige locatie zijn de agrarische bedrijfsactiviteiten enkele jaren geleden in z'n geheel gestaakt. Ad b. Geen sprake is van een monumentale danwel beeldbepalende bebouwing.

Wel is de locatie gelegen in het beschermd dorpsgezicht Sint Geertruid, Moerslag, Bruisterbosch. De sorteerruimte met een oppervlak van circa 270 m2 wordt gesloopt. Van de vrijstaande (open) loods wordt een beperkt deel verwijderd (circa 30 m2 ), welke loods – te bekleden met hout – in de nieuwe situatie dienst gaat doen voor stallingsruimte ten behoeve van de nieuwe woonfunctie. De U-vormige (hoofd)bebouwing blijft als zodanig gehandhaafd. Ad c. Als gevolg van voorliggend planontwikkeling is geen sprake van een aantasting van landschappelijk, natuurlijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden. Ad d. Voorliggend planontwikkeling leidt niet tot aantasting van de kernkwaliteiten. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 6.5.2. Ad e. Ter plekke van onderhavige locatie is in feite sprake van toevoeging van één wooneenheid. In kwalitatieve zin is hiermee sprake van een goed woningbouwplan zoals bedoeld in de beleidsregel 'Ruim baan voor goede

14

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

woningbouwplannen 2021'. Dit wordt nader toegelicht in 4.3. Ad f. Bij voorliggend initiatief is primair sprake van inpandige verbouwingen. Ad g. In de directe nabijheid van onderhavige locatie is geen sprake van bestaande bedrijvigheid die van invloed is op het woon- en leefmilieu in de nieuw te realiseren woning. Andersom is vanwege onderhavig initiatief sprake van duurzame beëindiging van agrarische bedrijfsmatige activiteiten ter plekke van de Moerslag 5/5a. Ad h. In paragraaf 5.1 (Bodem) wordt nader ingegaan op het aspect bodem. Daaruit blijkt dat dit aspect geen belemmering vormt voor de voorgenomen planontwikkeling. Ad i. Sprake is van een planologische functiewijziging, met inpandige (ver)bouwactiviteiten, en substantiële sloop van bebouwing en verhardingen. Ontstening heeft positieve gevolgen voor de waterhuishouding. Voorts dient in het kader van de te doorlopen ruimtelijke procedure het plan te worden voorgelegd aan het Waterschap Limburg, welk schap de belangen van de waterhuishouding waarborgt. Ad j. De wijzigen van een agrarische bedrijfslocatie naar een woonlocatie betekent een kwalitatieve verbetering van de woonomgeving. Voorts wordt op duurzame wijze een einde gemaakt aan de agrarisch bedrijfsmatige functie; wordt een ontstening doorgevoerd en wordt de bestaande bebouwing (losse loods) met hout bekleed.

Op deze wijze is sprake van een substantiële verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Ad k. De bouwmassa zal niet toenemen maar juist afnemen. Een gedeelte van de gebouwen zal namelijk worden gesloopt ten behoeve van buitenruimte. In het planologisch-juridisch kader is het bouwvlak vastgelegd rondom de U-vormige bebouwing, met een bijbouwvlak ter plekke van de te handhaven loods. Ad l. Binnen de hoofdbebouwing binnen het bestaande agrarische bedrijfscomplex zijn in nieuwe situatie drie wooneenheden gerealiseerd. Ad m. In de nieuwe situatie wordt circa 300 m² gebouwen gesloopt en resteert in totaal circa 300 m2 aan bijgebouwen, welk oppervlak binnen de nieuwe bouwaanduiding 'bijgebouwen' is voorzien. De U-vormige hoofdmassa zal in z'n geheel binnen het (hoofd)bouwvlak worden opgenomen. Ad n. In de bestaande situatie is geen sprake van de stalling van kampeermiddelen. Ad o. De regels van het plan 'Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1e herziening' worden volledig van toepassing verklaard op dit wijzigingsplan.

Gelet op vorenstaande uiteenzetting voldoet voorliggende planontwikkeling aan de in het geldende bestemmingsplan opgenomen voorwaarden bij de wijzigingsbevoegdheid. Echter, omdat in het kader van de spuitproblematiek (zie tevens paragraaf 5.3.3) rondom de nieuwe bestemming 'Wonen' een spuitvrije zone planologisch-juridisch dient te worden verankerd, dient een separate bestemmingsprocedure te worden doorlopen.

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

15

3.2

Parapluplan parkeren Eijsden-Margraten

Onderhavig plangebied is gelegen binnen het plangebied van het facetbestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Eijsden-Margraten', vastgesteld door de gemeenteraad van Eijsden-Margraten op 25 september 2018. In het bestemmingsplan 'Buitengebied 2009, inclusief 1e herziening' is nog geen parkeerregeling opgenomen en wordt verwezen naar de (aanvullende) stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening. Na de inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK (Staatsblad 2014 Jaargang 2014, Nr. 458), zijn de parkeervoorschriften niet meer in de verordening opgenomen maar worden deze geregeld in het bestemmingsplan. Met het facetbestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Parkeren Eijsden-Margraten' is het mogelijk om in één keer de onderliggende bestemmingsplannen gedeeltelijk te herzien, zodat bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen of afwijkend gebruik de aanvraag omgevingsvergunning getoetst kan worden aan het bestemmingsplan als het gaat om het onderdeel parkeren. Op het aspect parkeren in relatie tot voorliggende planontwikkeling wordt nader ingegaan in paragraaf 6.3.1.

16

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

Hoofdstuk 4

Beleid

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor de beschrijving van het provinciale beleid is gebruik gemaakt van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014). Voor de beschrijving van het regionaal beleid is gebruik gemaakt van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Het gemeentelijke beleid is ontleend aan de diverse gemeentelijke beleidsdocumenten.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: 'NOVI') vastgesteld. In de NOVI staat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal, waarmee wordt bedoeld dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. In de NOVI wordt gebruik gemaakt van afwegingsprincipes bij het maken van keuzes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen.

In de NOVI zijn de volgende belangrijkste keuzes opgenomen: een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat Nederland zodanig wordt ingericht dat het land de klimaatverandering aan kan. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie dient oog te zijn voor omgevingskwaliteit; de overgang naar een circulaire economie, waarbij Nederland tegelijk goed kan blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat kan bieden; de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland, waarmee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden; het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden; het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Daarbij wordt bijvoorbeeld gewerkt aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Ter uitvoering van de in de NOVI gemaakte keuzes is een Uitvoeringsagenda opgesteld. Daarin staat hoe samen met mede overheden en de samenleving uitvoering zal moeten worden gegeven aan de NOVI.

In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling. Daarnaast wordt gebiedsgericht gewerkt met Omgevingsagenda's en NOVI-gebieden. In de NOVI wordt ten aanzien van Zuid-Limburg aangegeven dat de regio sociaaleconomische en fysieke opgaven heeft die van betekenis zijn in een bijzondere grensoverschrijdende omgeving (met regio's rond het Duitse Aken, het Waalse Luik en het Vlaamse Hasselt). De opgaven die te maken hebben met bereikbaarheid

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

17

(drielandentrein), circulaire economie (Chemelot) en bevolkingsdaling (voormalige mijnstreek) zijn stuk voor stuk fors en vragen alle drie internationale afstemming en overleg. Een rijksrol is daarbij noodzakelijk. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; verstedelijking in het IJsselmeer; defensie; erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; ecologische hoofdstructuur. 4.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden.

In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het plan levert geen strijd op met de Nationale Omgevingsvisie, het Barro en de Rarro. Het Rijksbeleid is niet aan de orde, omdat sprake is van een kleinschalige ontwikkeling en er geen onderwerpen vanuit de NOVI en Barro op het plangebied van toepassing zijn. Ook gelden er vanuit de Rarro geen beperkingen ten aanzien van het planvoornemen.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 ProvinciaalOmgevingsplan Limburg 2014 Met inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet dient de provincie te beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie heeft in dat verband het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (OvL2014) vervangen door de Omgevingsvisie Limburg (hierna ook: de POVl). De POVI richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Maar ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving worden in de Omgevingsvisie meegenomen. De zoneringen op grond van het POL2014 zijn in de POVI overgenomen op de kaart 'Limburgse principes'. Onderhavig plangebied is gelegen in de 'Groenblauwe mantel'.

18

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

Uitsnede kaart 'Limburgse principes' POVI met ligging plangebied Groenblauwe mantel De 'groenblauwe mantel' betreft de gebieden die als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg zijn gelegen. Het zijn gebieden waar de provincie goede combinatiemogelijkheden ziet voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. De focus ligt hier op het versterken van het klimaat-adaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Naast de indeling in zoneringen is tevens sprake van diverse provinciale beschermingsgebieden, waartoe op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014 specifieke regelgeving geldt.

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

19

Uitsnede kaart 'milieubeschermingsgebieden' Omgevingsverordening Limburg 2014 met ligging plangebied

Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg Onderhavig plangebied is blijkens de kaart 'Milieubeschermingsgebieden' gelegen in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. In Nederland zijn in totaal 20 zogenaamde nationale landschappen aangewezen. Dit zijn landschappen met elk een unieke combinatie van cultuurhistorische en natuurlijke elementen. De Nationale Landschappen kenmerken zich door de specifieke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het landschap, zoals natuur, reliëf, grondgebruik en bebouwing. De kernkwaliteiten zijn voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg betreffen: 'schaalcontrast van zeer open naar besloten', 'het groene karakter', 'reliëf en ondergrond' en 'rijk en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed'. Bij (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen een nationaal landschap dienen de geformuleerde kernkwaliteiten in acht te worden genomen. Op grond van de omgevingsverordening geldt primair een verbod op het verrichten van handelen in beekdalen, bronnen of bronzones, graften en holle wegen. Hiervan is ter plekke van onderhavig plangebied wel sprake. In paragraaf 6.5.2 wordt nader ingegaan op het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Grondwaterbeschermingsgebied Voorts is blijkens de kaart 'milieubeschermingsgebieden' van de Omgevingsverordening Limburg 2014 de locatie gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.

De grondwaterbeschermingsgebieden zijn beschermingszones voor de onttrekkingen voor de openbare drinkwatervoorziening. In de Omgevingsverordening 2014 zijne specifieke regels opgenomen voor de (nieuw)vestiging of uitbreiding van diverse soorten inrichtingen of constructies en voor het (verbod op het) gebruik of vervoer van diverse (schadelijke) stoffen. Grondwaterbeschermingsgebieden zijn tevens kwetsbare gebieden in het kader van de vrijstelling rioleringsverplichting. Bij voorliggend voornemen is echter geen sprake van het realiseren een (bedrijfsmatige) inrichting zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Omdat ook geen

20

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

sprake is van grondwerken dieper dan 3 meter beneden maaiveld, is voorliggend voornemen niet strijdig met regels omtrent grondwaterbeschermingsgebieden. 4.2.3 Provinciaalwoonbeleid In de Omgevingsverordening Limburg 2014 wordt in paragraaf 2.4.2 Wonen ingegaan op woningbouwplannen. Deze paragraaf is bij besluit d.d. 5 oktober 2020 door Provinciale Staten van Limburg gewijzigd. Ten aanzien van nieuwe woningen geldt op provinciaal niveau het volgende: 1.

2.

3.

Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Als een ruimtelijk plan niet voldoet aan het gestelde in het eerste, tweede of derde lid , kunnen Gedeputeerde Staten, rekening houdend met het standpunt van het Regionaal Bestuurlijk Overleg, gelegenheid bieden voor maatwerk in afwijking van het bepaalde in die leden. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het derde lid, dan wel van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het vierde lid.

De gemeente Eijsden-Margraten heeft ingestemd met de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Onderhavig plan voldoet aan het bepaalde in die structuurivise. In paragraaf 4.3.1 van voorliggende toelichting wordt daarop ingegaan. 4.2.4 Omgevingsverordening Limburg 2021 Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe (provinciale) omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Daartoe hebben Provinciale Staten van Limburg in december 2021 de Omgevingsverordening Limburg 2021 (OvL2021) vastgesteld. In hoofdzaak is de nieuwe OvL2021 een beleidsneutrale omzetting van de OvL2014. Weliswaar is sprake van een aantal gewijzigde onderwerpen. Dit betreft instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. De inwerkingtreding van de OvL2021 zal gelijktijdig met inwerkingtreding van de Omgevingswet gaan plaatsvinden. Weliswaar worden nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen door de provincie in de geest van de nieuwe OvL2021 beoordeeld. 4.2.5 Limburgs Kwaliteitsmenu Voor (ruimtelijke) ontwikkelingen buiten de zogenaamde 'rode contouren' is het Limburgs Kwaliteitsmenu van kracht. In dit Kwaliteitsmenu geeft de provincie de Limburgse gemeenten een handreiking op welke wijze deze om moeten gaan met ontwikkelingen in het buitengebied.

Gemeenten dienen in een structuurvisie dit provinciale beleidskader te verwerken en aan te geven op welke wijze zij toepassing geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu. In z'n algemeenheid betreft het Limburgs Kwaliteitsmenu een beleidsregel die onder voorwaarden ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van Limburg toestaat. Daarbij dient sprake te zijn van 'kwaliteitswinst'. Deze kwaliteitswinst kan op diverse wijze tot stand komen, zoals bijvoorbeeld het realiseren van een landschappelijke inpassing, het slopen van bedrijfsbebouwing of glasopstanden, het realiseren van natuur of het leveren van een financiële bijdrage in een (gemeentelijk) 'groenfonds'. De provincie geeft in het Limburgs Kwaliteitsmenu richtlijnen en drempelwaarde voor het bepalen van de hoogte van de tegenprestatie bij

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

21

verschillende soorten ruimtelijke ontwikkelingen. Voorliggende planontwikkeling voorziet niet in toevoeging van nieuwe bebouwing of verharding. Derhalve is toepassing van het Limburgs Kwaliteitsmenu niet aan de orde. 4.2.6 Ladder voor duurzame verstedelijking De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) in artikel 2.2.2, lid 1. Aanvullend op deze ladder heeft de provincie daarin bepaald dat tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen moet worden onderzocht. Uitgangspunt voor toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is dat sprake dient te zijn van een stedelijke ontwikkeling.

Conform artikel 2.2.1 van de OvL2014 is de definitie van een stedelijke ontwikkeling een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Onderhavig project betreft in totaal drie woningen, hetgeen een woningtoevoeging van één woning is ten opzichte van de bestaande situatie. Op basis van jurisprudentie is bepaald dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Voorliggend project wordt derhalve niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. Of onderhavige ontwikkeling voorziet in een behoefte wordt nader onderbouwd aan de hand van het gemeentelijke beleid in paragraaf 4.4. 4.2.7 Conclusie provinciaalbeleid De ter plekke van onderhavig plangebied van toepassing zijnde provinciale zonering 'groenblauwe mantel' impliceren geen belemmeringen vanuit beleidsoogpunt. Voorts is geen sprake van strijdigheid met de uitgangspunten van het beschermingsgebied 'Nationaal Landschap Zuid-Limburg' en het grondwaterbeschermingsgebied. Ook wordt voldaan aan het provinciale woonbeleid, is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing, en is het plan niet strijdig met het Limburgs Kwaliteitsmenu.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Op 18 oktober 2016 heeft de gemeenteraad van Eijsden-Margraten ingestemd met de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL). De SVWZL is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 16 Zuid-Limburgse gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal. Op grond van het geldende bestemmingsplan is ter plekke van het plangebied één bedrijfswoning toegestaan. In het kader van het geldende woningbouwbeleid, zoals vastgelegd is in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) en deels nader uitgewerkt in de onlangs vastgestelde en in werking getreden beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' (waarop hierna nader wordt ingegaan),

22

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

betekent onderhavige planontwikkeling een (netto) toevoeging van vier woningen. Op grond van beleidsafspraak VI van de SVWZL is voor deze netto toevoeging compensatie vereist. Deze compensatie kan inhouden: Het onttrekken van een gelijk aantal woningen als netto beoogd is. Het onttrekken van bestaande plancapaciteit (1:1, 1:2 of 1:4) voor de netto toe te voegen woningen. Het leveren van een financiële bijdrage in het subregionale sloopfonds. Van deze compensatie kan echter ontheffing worden verleend als het bouwplan past binnen de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021'. 4.3.2 Beleidsdocument 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen2021' Het actuele woningbouwbeleid is vastgelegd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL), aangevuld met de op 15 december 2020 door de gemeenteraad van Eijsden-Margraten vastgestelde- en na publicatie op 23 december 2020 in werking getreden – beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021'. Op grond van de nieuwe beleidsregel hoeven 'goede woningbouwplannen' niet meer te worden gecompenseerd. Of sprake is van een goed woningbouwplan wordt bepaald aan de hand van drie criteria:

Criterium 1: Het plan heeft maatschappelijke meerwaarde Een woningbouwplan heeft maatschappelijke meerwaarde wanneer bijvoorbeeld sprake is van één van de volgende situaties: Aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen; Herstructurering/vervangingsbouw van woningen; Hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw; Aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Daarbij wordt aangesloten op het ruimtelijke uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat. Criterium 2: Het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder van Duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening; artikel 3.1.6. lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: Criterium 2a: Het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte Criterium 2b: Het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte Criterium 3: Het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionale niveau). De sub regio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Ad 1.

Maatschappelijke meerwaarde Het wijzigen van een voormalige agrarische bedrijfslocatie naar een woonlocatie is een aantoonbare verbetering van de directe woonomgeving van Moerslag. Daarnaast is bij onderhavige ontwikkeling sprake van herstructurering van bestaande bebouwing. Ad 2. Planologische aanvaardbaarheid Omdat het planvoornemen voorziet in de toevoeging van per saldo slechts één wooneenheid is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking niet van toepassing. Weliswaar dient op grond van dit criterium de kwalitatieve alsook kwantitatieve behoefte van de woningtoevoeging te zijn onderbouwd. In casu wordt ter plekke van een grote (voormalige) agrarische

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

23

bedrijfslocatie drie wooneenheden gerealiseerd binnen bestaande bebouwing waarvan één op de begane grond en geschikt voor starters/senioren. Er is behoefte aan dit woningtype voor deze doelgroepen en planologisch gezien aanvaardbaar. Ad 3. (Sub)regionale afstemming Het voornemen van de toevoeging van één wooneenheid ter plekke van onderhavig plangebied is subregionaal afgestemd en akkoord bevonden door de gemeenten van de subregio Maastricht en Heuvelland.

4.4

Gemeentelijke beleid

4.4.1 Lokale woonvisie Eijsden-Margraten(2019-2025) De gemeente Eijsden-Margraten beschikt over de lokale woonvisie 'Samen bouwen aan de toekomst'. De Lokale Woonvisie heeft vier functies: Het bieden van ondersteuning en sturing bij de samenwerking tussen alle betrokken partijen omdat het een gezamenlijk gedragen referentiekader betreft; Het inzichtelijk maken van de woonambities van de gemeente in de vorm van de formulering van speerpunten met betrekking tot relevante doelgroepen; Het leggen van de nodige relaties met de relevante beleidsterreinen, zowel fysiek (bijvoorbeeld duurzaamheid) als sociaal (bijvoorbeeld maatschappelijke ondersteuning); Het bieden van een gedragen basis voor de beleidsuitvoering en programmering. Op basis van de berekeningsmethodiek, die op Zuid-Limburgse schaal voor het woonbeleid wordt toegepast, resteert voor Eijsden-Margraten nog een woningbouwopgave bovenop de bestaande voorraad. Voorliggend plan voorziet in het omvormen van de bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning. Daarnaast wordt als gevolg van onderhavig plan de tweede woonhuis omgevormd tot één starterswoning en één senioren woning. Gelet hierop sluit voorliggend plan aan bij het woningbouwbeleid van gemeente.

4.4.2 Manifest Buitengewoon Buitengebied De gemeente Eijsden-Margraten heeft het Manifest 'Buitengewoon Buitengebied' samen met het toelichtende document 'Richtinggevende Uitspraken' vastgesteld op 18 maart 2021. Hierin zijn richtinggevende uitspraken over de toekomstige beleidskoers voor het buitengebied vastgelegd. Daarbij wordt onderscheid in vier verschillende thema's: 1. 2. 3. 4.

Natuur & landschap Landbouw Toerisme en recreatie Wonen

Op het gebied van Natuur en landschap hanteert de gemeente bij hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing de volgende volgorde: 1. 2.

3.

Hergebruik van de gebouwen ten behoeve van een agrarische functie Herbebruik ten behoeve van een andere functie, bijvoorbeeld toerisme en recreatie, zorg en wonen, in de vanuit de cultuurhistorie als waardevol te bepalen gebouwen (bijvoorbeeld monumenten/beeldbepalende panden/karakteristieke bebouwing) en sloop van de overtollige, landschap ontsierende gebouwen. Voor locaties die niet geschikt zijn voor hergebruik onderzoeken worden de mogelijkheden tot sloop onderzocht.

Op het gebied van wonen staat de gemeente wonen in het buitengebied in principe niet toe. Wonen in het

24

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

buitengebied blijft in principe beperkt tot bestaande kernen, gehuchten, lintbebouwing en solitaire woningen (zowel bedrijfswoningen bij agrarische bebouwing als in het verleden toegestane burgerwoningen). Doorkijken/onbebouwde gedeelten in de gehuchten en in de lintbebouwing dienen daarbij in stand te blijven, omdat juist deze doorkijken zorgen voor ruimtelijke kwaliteit en het beeld bepalen van ons buitengebied. Als gevolg van onderhavig voornemen wordt per saldo één woning extra binnen de bestaande bouwmassa van een voormalige agrarische bedrijfslocatie toegevoegd. Het plangebied is gelegen binnen het buurtschap Moerslag. Daarnaast draagt het plan bij een kwalitatieve verbetering van de woonomgeving door het permanent beëindigen van de agrarische bedrijfsfunctie ter plekke. Onderhavig planontwikkeling past derhalve binnen de richtinggevende richtlijnen van het 'Manifest Buitengewoon Buitengebied'. 4.4.3 Gemeentelijke Kwaliteitsmenu De gemeente Eijsden-Margraten heeft de voormalige provinciale beleidsregel 'Limburgs Kwaliteitsmenu' (LKM) vertaald in het 'Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013' (GKM). Hierin vastgelegd dat ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied of in het gebied buiten de rode contouren het verlies van omgevingskwaliteit op een kwalitatieve manier wordt gecompenseerd.

Onderhavig plan kan geschaard worden onder module 7 'Nieuwe (solitaire) woningen. Het GKM is voor solitaire woning niet van toepassing op de volgende gevallen: het splitsen van woningen, het invullen van Voormalige Agrarische Bedrijven (VAB's), het inpandig bouwen of het aanbouwen van 1 zorgwoning (kangeroewoning) voor een familielid of naaste op het perceel van de huidige woning van de initiatiefnemer. Voorliggend project voorziet in feite in een inpansige verbouwing van bestaande bebouwing. Dientengevolge is het GKM niet van toepassing op onderhavig plan. 4.4.4 Conclusie gemeentelijke beleid Gelet op het vorenstaande uiteenzetting van het gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet strijdig is met dit beleid.

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

25

26

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

Hoofdstuk 5

Milieutechnische aspecten

Bij de realisering van een planontwikkeling moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de locatie zijn in dit hoofdstuk de milieuaspecten bodem, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid onderzocht.

5.1

Bodem

5.1.1 Algemeen Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. 5.1.2 Beoordeling Bij onderhavige planontwikkeling is sprake van een planologische functiewijziging (van 'Agrarisch - Bedrijf' naar 'Wonen') en het toevoegen van nieuwe verblijfsruimten. Derhalve is ten behoeve van voorliggend voornemen een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dat onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 1. Op grond van dat verrichte onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan: analytisch is de bovengrond ter plekke van de bovengrondse tank licht verontreinigd met zink, cadium, kwik en lood en de achtergrondwaarden overschrijden, doch niet de bodemindex en/of interventiewaarden. Het terrein voldoet aan de van de klasse Industrie.

analytisch is de bovengrond ter plekke van de bestrijdingsmiddelenkast niet verontreinigd; analytisch is de oorspronkelijke bovengrond licht verontreinigd met zink, kobalt, cadium en/of lood en de achtergrondwaarden overschrijden, doch niet de bodemindex en/of interventiewaarden; de ondergrond van het gehele perceel is analytisch minimaal verontreinigd waarmee het voldoet aan de achtergrondwaarden (klasse AW2000); zintuigelijk zijn tijdens het verrichten van het bodemonderzoek geen asbestverdachte materialen aangetoond. Op grond van het verichte bodemonderzoek zijn er geen aanleidingen geweest om over te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek. 5.1.3 Conclusie bodem Gelet op vorenstaande vormt het aspect bodem geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

5.2

Geluid

5.2.1 Algemeen Met betrekking tot het aspect geluid kan sprake zijn van geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai.

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

27

5.2.2 Beoordeling Bij voorliggende planontwikkeling is in de nabijheid geen sprake van geluidzones vanwege industrieterreinen en/of spoorwegen. Vanwege de ligging van het plangebied binnen de op grond van de Wet geluidhinder van kracht zijnde geluidzone van (in ieder geval) de weg Moerslag en het mogelijk maken van een extra wooneenheid, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is bijgevoegd als Bijlage 2. Middels een akoestisch onderzoek moet worden aangetoond dat de gevelbelasting vanwege het wegverkeerslwaai niet zodanig is dat de, in de Wetgeluidhinder opgenomen, voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Is dit wel het geval, dan zal een procedure voor het vaststellen van een Hogere Waarde gevolgd dienen te worden. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde nergens wordt overschreden. In navolgende tabel zijn de resultaten weergeven:

Voort blijkt dat uit de cumulatie berekening van het onderzoeke dat met de toepassing van de standaard bouwmaterialen het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd kan worden. Nader onderzoek is derhalve niet aan de orde. 5.2.3 Conclusie geluid Gelet op vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de onderhavige planontwikkeling.

5.3

Milieuzonering

5.3.1 Algemeen Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen wil mogelijk maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. 5.3.2 Bedrijfsactiviteiten In de nabijheid van onderhavig plangebied is geen sprake van bedrijfsactiviteiten waarvan de richtafstanden voor (geur, stof, geluid en gevaar) over het plangebied reiken. De agrarische bedrijfsvoering zoals gebezigd aan de Moerslag 11 is op meer dan 50 meter gelegen ten opzichte van onderhavig plangebied en vormt vanwege deze afstand geen belemmeringen. Verder worden middels voorliggende planontwikkeling geen nieuwe bedrijfsmatige activiteiten mogelijk

28

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

gemaakt die van invloed zijn op het heersende woon- en leefklimaat in de directe woonomgeving. 5.3.3 Spuitzones Onderhavig plangebied is gelegen in de omgeving van voor agrarisch grondgebruik bestemde gronden. Hoewel daarvan in de feitelijke situatie geen sprake van is, is het op basis van het aldaar vigerende bestemmingsplan toegelaten om fruitteelt/boomteelt te exploiteren. Bij fruitteelt/boomteelt wordt gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen middels spuittechnieken die kunnen leiden tot drift. Dergelijke drift kan slecht zijn voor de gezondheid voor de mens. Er bestaat geen wetgeving die afstanden voorschrijft. Op basis van jurisprudentie wordt echter in beginsel een afstand van 50 meter tussen de toepassing van chemische bestrijdingsmiddelen bij fruitteelt en een gevoelig object (woningen) niet onredelijk geacht. In het kader van voorliggende planontwikkeling heeft initiatiefnemer overleg gepleegd met de eigenaren van de kadastrale percelen bestemd voor agrarisch grondgebruik gelegen binnen een zone van 50 meter afstand ten opzichte van voorliggend plangebied. Een tekening met weergegeven de te hanteren spuitvrije zone rondom het plangebied is hieronder schematisch weergeven.

Indicatie spuitzone Met de grondeigenaren van de percelen R 208, R 218 en R 255 is inmiddels schriftelijke overeenstemming bereikt over het in voorliggend bestemmingsplan opnemen van een spuitvrije zone ter plekke van een deel van deze agrarische gronden, voor zover gelegen binnen 50 meter afstand vanaf onderhavig plangebied. Met de grondeigenaren van de percelen S 343, S 21, en S 16 is inmiddels schriftelijke overeenstemming bereikt over het in voorliggend bestemmingsplan opnemen van een spuitvrije zone en/of het wijzigen van de bestemming ter plekke van een deel van deze agrarische gronden, voor zover gelegen binnen 50 meter afstand vanaf onderhavig plangebied. De grondeigenaar van het perceel S 17 stemt wel in met het oploggen van een spuitvrije zone maar niet met de wijzigen van de bestemming. Dientengevolge blijft ter plekke de bestemming 'Agrarisch - Bedrijf' gehandhaafd en dient onderbouwd te worden of de locatie een belemmering is, respectievelijk belemmerd wordt door een

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

29

woningbouw ontwikkeling ter plaatse van onderhavige locatie. Bestemming 'Agrarisch - Bedrijf' ter plaatse van perceel S 17 In de huidige situatie is ter plaatsen van het plangebied sprake van de bestemming 'Agrarisch - Bedrijf'. Ter plaatse van het perceel kadastraal bekend als gemeente Margraten - sectie S - nummer 17 blijft als gevolg van onderhavig plan de agrarische bedrijfsbestemming gehandhaafd. Deze locatie is in onderstaande afbeelding gevisualiseerd.

Visualisatie met aanduiding 'Agrarisch bedrijf' en bijbehorend bouwvlak Het behouden van de bestemming 'Agrarisch - Bedrijf' maakt het mogelijk om hier een agrarisch gebouw c.q. bedrijf te realiseren. Gelet echter op de grootte en de vorm van het bouwvlak wordt het ter plekke vestigen van een (nieuw) volwaardig agrarisch bedrijf niet kansrijk geacht. Daarentegen biedt de locatie wel de mogelijkheid tot het oprichten van een schuilgelegenheid en/of opslag. Voor dergelijke gebouwen geldt op grond van de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering' een richtafstand van 30 meter. Zowel de woningen aan Moerslag 5/5a alsook andere woningen in de directe omgeving liggen op een grotere afstand dan 30 meter. Gelet hierop worden belemmeringen op het woon- en leefklimaat in dat kader niet verwacht c.q. verwaarloosbaar. 5.3.4 Conclusie milieuzonering Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

30

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

5.4

Luchtkwaliteit

5.4.1 Algemeen Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. 5.4.2 Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht.

Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM1 0) of stikstofdioxide (NO2 ). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM1 0 als NO2 . Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. 5.4.3 NIBM-tool InfoMil Ook zal het plan niet leiden tot een dusdanig aantal toenemende verkeersbewegingen dat de grenswaarde van de luchtkwaliteit daarmee wordt overschreden. InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een 'worst-case' berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat tot 2.138 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 0% vrachtverkeer.

5.4.4 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Het besluit is niet van toepassing op onderhavig plan. 5.4.5 Conclusie luchtkwaliteit Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

31

5.5

Externe veiligheid

In onderhavig geval is sprake van het realiseren van een zogenaamd kwetsbaar object omdat sprake is van toevoeging van één wooneenheid. Het beleid is derhalve van toepassing en er is een afweging gemaakt of de planontwikkeling ertoe leidt dat er een onaanvaardbaar risico ontstaat in het kader van de externe veiligheid. 5.5.1 Algemeen Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico's worden beoordeeld op twee soorten risico: het groepsrisico en het plaatsgebonden risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron. Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven, wegen en spoorlijnen.

De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde, binnen welke contour geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijkertijd komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek. In het Bevi is een verantwoordingsplicht binnen het invloedsgebied opgelegd, i.c. het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf. Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico, worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit. Verantwoording van het groepsrisico Voor bepaalde situaties geldt op basis van het beleid een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico.

Deze verantwoordingsplicht houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In het Bevi, de Bevt (Besluit externe veiligheid transportroutes) en het Bevb (Besluit externe veiligheid buisleidingen) zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording dient te voldoen. De verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevi van toepassing indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. Voor buisleidingen geldt dat de verantwoording van het groepsrisico van toepassing is binnen de 1%-letaliteitsafstand van de buisleiding. Als de ruimtelijke ontwikkeling buiten de 100%-letaliteitsafstand plaatsvindt of buiten de 10-8 plaatsgebonden risicocontour voor toxische stoffen, of het groepsrisico kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of met minder dan 10% toeneemt, kan een aantal onderdelen van de verantwoording achterwege worden gelaten. In dat geval richt de focus zich hoofdzakelijk op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval alsmede hulpverlening en zelfredzaamheid.

32

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

Conform het Bevt dient een significante toename van het groepsrisico of een overschrijding van de oriëntatiewaarde verantwoord te worden. 5.5.2 Risicovollebronnen Ten behoeve van de beoordeling van de voor onderhavige kwetsbare objecten mogelijke externe veiligheidsrisico's, is de Risicokaart geraadpleegd. Op de risicokaart is informatie opgenomen over transportroutes, buisleidingen, en risicovolle inrichtingen.

Uitsnede kaart met aanduiding plangebied

Uit de risicokaart blijkt dat op een afstand van meer dan 700 meter vanaf het plangebied de meest nabijgelegen risicovolle bron is gelegen. Gelet op de afstand is geen sprake van belemmeringen vanuit oogpunt van externe veiligheid vanwege risitovolled inrichtingen, transportroutes of ondergrondse buisleidingen. 5.5.3 Conclusie externe veiligheid Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

33

34

bestemmingsplanMoerslag 5/5a te Sint Geertruid

Hoofdstuk 6

Overige ruimtelijke aspecten

Naast de diverse milieutechnische aspecten, zoals uiteengezet in Hoofdstuk 5, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuur- en landschap, flora en fauna en duurzaamheid.

6.1

Archeologie en cultuurhistorie

6.1.1 Algemeen Ten behoeve van voorliggende planontwikkeling is beoordeeld hoe deze zich verhoudt met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. 6.1.2 Archeologie Archeologische waarden zijn bij wet beschermd (Erfgoedwet). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun eigen bodemarchief. De gemeente is dus het bevoegde gezag indien het gaat om het toetsen van de archeologische onderzoeken en Programma’s van Eisen. Voorheen werd dit door de provincie gedaan, maar deze beperkt zich momenteel tot zaken die van provinciaal belang zijn. Voor (gemeentelijke) bestemmingsplannen betekent dit concreet het volgende: de gemeenteraad dient bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden en monumenten; in een bestemmingsplan kan in het belang van de archeologie een vergunningenstelsel worden opgenomen. Zowel de aanvrager van een vergunning, waarbij bodemverstoring plaats vindt, kunnen langs de weg van het bestemmingsplan de verplichting krijgen tot het laten uitvoeren van een archeologisch (voor)onderzoek. Zo nodig kunnen aan dergelijke vergunningen regels worden verbonden ter bescherming van de archeologische waarden en monumenten. De gemeente Eijsden-Margraten beschikt over de Erfgoedverordening gemeente Eijsden-Margraten 2013' en archeologische verwachtingenkaart.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=3434f5ca-3859-4889-95e3-b311e4a39f09