CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20231212 16 RB Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht

* Raadsvergaderingen 12 december 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht3.646 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente

H

eijsden-margraten

Aan de gemeenteraad

RAADSVOORSTEL Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht KORTE SAMENVATTING Op 12 juli 2016 heeft de Raad de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezichten handhaving omgevingsrecht Eijsden-Margraten vastgesteld. In deze Verordening legt de gemeenteraad de regels vast omtrentde kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de zogenaamde basistaken die in opdracht van burgemeester en wethouders doorde Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zuid Limburg worden uitgevoerd. In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet dient deze verordening te worden herzien.

TOELICHTING AANLEIDING In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, vooralsnogop 1 januari 2024, veranderd de grondslag voorde Verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht die op 12 juli 2016 door de raad is vastgesteld. De Omgevingswet verplicht de gemeente tot het vaststellen van een dergelijke verordening. Derhalve wordt de herziening van de verordening ter vaststelling voorgelegd. De bestaande verordening is aangepast aan de Omgevingswet. Er zijn geen nieuwe onderdelen opgenomenin de nieuwe verordening. Derhalve is deze verordening als beleidsneutraal te kwalificeren . MOTIVERING Op grond van de artikel 18.23 van de Omgevingswet is de gemeenteraad verplicht om bij verordening regels te stellen over de uitvoering (lees: vergunningverlening) en handhaving van de basistaken. Dit zijn de taken die de gemeente bij wet moet laten uitvoerendoorde RUD Zuid Limburg. De RUD Zuid Limburg zal derhalve moeten voldoenaan de Kwaliteitscriteria 2.3. De kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de taken die niet onderde basistaken vallen, de zogenaamde thuistaken, is momenteel vastgelegd in het Integraal Omgevingsbeleidsplan. Dit beleidsplanzal in 2024 worden herzien.

gemeente Eijsden-Margraten

Toelichting Kwaliteitscriteria De Kwaliteitscriteria hebben zowel betrekking opde kwaliteit van de organisatie als de kwaliteit van de medewerkers. Voorde kwaliteit van de medewerkers zijn de criteria voorkritieke massa opgesteld. Samen met de procescriteria, inhoudelijke criteria en prioriteitenvormenzij de kwaliteitscriteria. De kwaliteitscriteria gaan uit van een sluitende beleidscyclus en een inhoudelijke ondergrens, en bepalendat de taken daar belegd worden waar continuïteitin de uitvoering is gegarandeerd (proces en inhoud). Op medewerker niveau betekent dit dat voldoendedeskundigheid en "vlieguren" (frequentieuitvoering) gevraagd worden om de taken adequaat te kunnenuitvoeren(kritieke massa). Voorwat betreft de criteria die betrekking hebben opde kritieke massa geldt dat medewerkers mogelijk aanvullende opleiding nodig hebben. Ook wordt bekeken hoe per onderdeel kan worden voldaan aan het minimumaantal deskundige medewerkers en of dit minimumaantal deskundige medewerkers voldoendeis gelet opde uit te voeren taken.

RELATIE MET BESTAAND BELEID EN STRATEGISCHE VISIE / INTEGRALITEIT In de Programmabegroting 2023-2026 is in Paragraaf 6 "Verbondenpartijen” de RUD Zuid Limburg opgenomen. Het herzien van de Verordening vergunningverlening en handhaving omgevingsrecht naar de nieuwe Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gebeurd in het kader van de implementatie van de Omgevingswet en is een van de onderdelen van de routeplanner Omgevingswet. De verordening uitvoering en handhaving levert een bijdrage aan de kwaliteit van de dienstverlening van de gemeente Eijsden-Margraten

PROCES VAN BURGERPARTICIPATIE Het vaststellen van deze verordening is een wettelijke verplichting.

FINANCIËLE ASPECTEN n.v.t. UITVOERING EN EVALUATIE Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet , momenteel gesteld op 1 januari 2024, zal de verordening in werking treden. Jaarlijks zal een evaluatie worden gemaakt in het jaarverslag WTH+

Het college van Eijsden-Margraten De Gemeentesecretaris,

De voorzitter,

Drs. M.A.G. Gerits

Mr. A.P. Krijnen

gemeente Eijsden-Margraten

eijsden-margraten

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Eijsden-Margraten gelezen het voorstelvan burgemeester en wethouders; gelet opde behandeling in de Dialoogvergadering Leefomgeving;

BESLUIT De Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Eijsden-Margraten zoals opgenomenin bijlage 1 vast te stellen. Aldus beslotenin de openbarevergadering van 12 december 2023.

gemeente Eijsden-Margraten

*

M ^

Ê

gemeente

eijsden-margraten

Bijlage1

Verordeninguitvoeringen handhavingomgevingsrecht gemeenteEijsdenMargraten Artikel1. Definities In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt onder betrokkenwetten verstaan: Omgevingswet en Wet milieubeheer, voorzover paragraaf 18.3.3 van de Omgevingswet van overeenkomstige toepassing is verklaard. Artikel2. Reikwijdte Deze verordening is van toepassing opde uitvoering en handhaving van de betrokkenwetten doorof in opdracht van burgemeester en wethouders. Artikel3. Betrokkenheid vande raad De raad ziet toe opde hoofdlijnenvan het doorburgemeester en wethouders gevoerde beleid voorde kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokkenwetten. Artikel4. Kwaliteitsdoelen 1. Burgemeester en wethouders beoordelende kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van daarvoor doorhen gestelde doelen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie. 2. De doelen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie voorde betrokkenwetten hebben in ieder geval betrekking op: a. de dienstverlening; b. de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten; c. de financiën. Artikel5. Kwaliteitsborgingbasistaken 1.

Op de uitvoering en handhaving van de betrokkenwetten doorof in opdracht van burgemeester en wethouders betreffende de basistaken zijn de actuele kwaliteitscriteria van toepassing die in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkeld en beschikbaar gesteld zijn inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokkenwetten zijn belast. 2. Over de naleving van de kwaliteitscriteria doen burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de raad. 3. Voorzover de kwaliteitscriteria niet zijn of kondenworden nageleefd, doen burgemeester en wethouders daarvan gemotiveerd opgave. Artikel6. Inwerkingtredingen citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1-1-2024 of (bij uitstel van de wet) het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Eijsden-Margraten.

Behandeld door

F. Daemen

Uw brief van

Bijlage(n)

Geen

Uw kenmerk

Documentnr. Ons kenmerk

: Z/22/172084/593939

Toelichting Algemeen Deze verordening regelt de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht dooren in opdracht van burgemeester en wethouders. Achtergrond enaanleiding In 2015 kwamen de VNG en het IRQ met een uniformemodelverordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht. Deze uniformemodelverordening werd opgesteld omdat gemeenten, provinciesen de gemeenschappelijke diensten die in hun opdracht werken, zich vooreen gezamenlijke opgave gesteld zagen. De opgave was om in landelijk verband de kwaliteit van de uitvoering en handhaving te bevorderen, te borgen en te beoordelenbij de gedeelde zorg vooreen gezonde en veilige fysieke leefomgeving (zie VNG ledenbrief Lbr. 15/055 van 7 juli 2015). De grondslag van deze verordening werd destijds opgenomenin de artikelen 5.4 en 5.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Sindsdien zijn de kwaliteitscriteria 2.1, en later per 1 juli 2019, kwaliteitscriteria 2.2, en sinds april 2022 kwaliteitscriteria 2.3, voorde uitvoering van de Wabo ontwikkeld en beschikbaar gesteld in brede samenwerking tussen bevoegde gezagen. Het uitgangspunt voorde kwaliteitsbevordering is de in landelijke samenwerking opgestelde kwaliteitscriteria 2.2, die opbasis van technische en maatschappelijke ontwikkelingenmet betrokkenpartijen in landelijke afstemming zullen worden aangepast.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) vervalt de Waboals grondslag voorde verordening. De Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht)heeft de artikelen 18.20 en 18.23 van de Ow als grondslag en is om die reden opnieuwvastgesteld. De hierbij doorde raad vast te stellen verordening volgt de Model Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht), die voorgemeenten en provinciesgelijkluidend doorde VNG en het IPO is opgesteld. In de modelverordening van de VNG zijn de kwaliteitscriteria verplicht gesteld vooralle taken. De hierbij doorde gemeenteraad vast te stellen verordening volgt deze modelverordening, met uitzonderingvan de passage waarbij de kwaliteitscriteria ookvan toepassing worden verklaard voor de overige taken. Het voorstel is de kwaliteit van de uitvoering van de overige taken vast te leggen in een beleidsplan. De eisen die deze verordening aan de organisaties van gemeentebesturen en provinciebesturen en in hun opdracht de omgevingsdiensten stelt, berustendaarom ophet vertrekpuntvan de kwaliteitscriteria waarvoor een dynamische begripsbepaling is opgenomenin artikel 1 van de verordening en die doorde betrokkenorganisaties toegepast dienen te worden volgens de regel “complyor explain” De basistaken zoals belegd bij de omgevingsdiensten worden uitgevoerd conformde kwaliteitscriteria.

De omgevingsdiensten zijn opgericht om de uitvoering van deze basistaken opeen hoog ambitieniveaute waarborgen. Het ligt dan ookin die lijn om binnendit basistakenpakketgeen concessies te doen aan de kwaliteit. Het ambitieniveauvoorde overige taken is maatwerk. Het is aan iedere individuele organisatie om het ambitieniveauvan deze taken vast te leggen in een Beleidsplan. Dit kan doorookopdeze taken de kwaliteitscriteria van toepassing te verklaren of dooraan te geven waarom het voorbepaalde activiteiten niet nodig is om aan de kwaliteitscriteria te voldoen.In de Modelverordening wordt dit genoemd "complyor explain” oftewel “pas toe of leg uit”. Gemeenten kunnener voorkiezen om via hun beleidsplande kwaliteitscriteria opalle taken onverkortvan toepassing te verklaren of voor sommige taken hiervan gemotiveerd af te wijken. Reikwijdte:eenbredeverantwoordelijkheid voorkwaliteit Deze verordening gaat uit van een brede verantwoordelijkheid van gemeenten en provinciesvoorkwaliteit. Dat wil zeggen dat als vertrekpuntwordt genomen dat alle uitvoerings- en handhavingstaken van burgemeester en wethouders opgrond van de Ow, onderwerpvan de verordening vormen. Het gaat dan om de basistaken die krachtens artikel 18.22 van de Ow in opdracht van burgemeester en wethouders door omgevingsdiensten worden verricht.

Behalve milieutaken betreft het dus ookuitdrukkelijkde zogenaamde "BRIKS-taken" (inzake bouw-,reclame-, inrit-, kap- en sloopvergunningen). Deze verordening stelt regels die vooralle gemeenten en provinciesgelijk zijn. In alle gevallen zullen burgemeester en wethouders beleid moeten voeren over de kwaliteit (zie ookartikel 3). Dit beleid komt tot uitdrukking in de uitvoerings- en handhavingsstrategie, bedoeld in artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit. Deze verordening regelt waarover de doelen van dit beleid ten minste moeten gaan. Deze verordening regelt bovendiendat de verrichtingen van de gemeentelijke organisaties en de omgevingsdiensten, waar het de

2/6

uitvoerings- en handhavingstaken betreft, in het licht van die doelen worden beoordeeld. Tot slot regelt de verordening dat de raad, in het kader van het horizontale toezicht, inhoudelijk debat voert over de hoofdlijnen van het meerjarige kwaliteitsbeleid dat burgemeester en wethouders voeren. Samenhang met andere domeinen Onderwerpen die tot het bereik van de verordening behoren, kunnenonderdeel blijven uitmaken van andere thema's dan die van de fysieke leefomgeving alleen. De verordening belemmert bijvoorbeeldniet dat onderwerpenmet betrekking tot fysieke veiligheid ookaan de orde kunnenkomen in beoordelingenof rapportages opandere domeinen.Zoals bij de openbareorde en veiligheid binnengemeenten, waar raakvlakken bestaan tussen bijvoorbeeldde Ow en de Alcoholwet, de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen doorhet openbaarbestuur en andere bijzonderewetten. De uniformeregeling van de verordening betekent ookdat voorbijvoorbeeldde taken opgrond van artikel 18.22, tweede lid, van de Ow geen specifieke, aanvullende eisen worden gesteld. Ook hier is het relevante kader breder dan de Ow alleen en vindt taakuitoefening plaats in samenwerking met andere bevoegde gezagen. De basis van de kwaliteitscriteria blijven ookhier de afspraken die in het kader van het Programma Uitvoering met Ambitie (PUMA) zijn gemaakt.

De criteria voorde omgevingsdiensten met taken, bedoeld in artikel 18.22, tweede lid, van de Ow, zijn in Nederland hetzelfde. In afstemming met de andere bevoegde gezagen kunnenaanvullendeafspraken gemaakt worden. Hoofdlijnen vandeverordening De verordening vormt het kader voorde kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaken ophet terrein van de Ow doorde gemeente en in opdracht daarvan handelende (omgevings)diensten. De verordening drukt commitmentuit van de raad aan kwaliteit. De verordening verbindt daarmee inhoudelijke ambities voorkwaliteit aan bestaande, deels in ontwikkeling zijnde, andere kaders die doorprocedureleof inhoudelijke normering van uitvoering en handhaving bijdragen aan deze kwaliteit. Denk bijvoorbeeldaan de Gemeentewet, de Provinciewet, de Ow, de Wet milieubeheer (hierna: Wm), de Algemene wet bestuursrecht en de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr). Bij ontwikkeling en bekendmaking van de kwaliteitscriteria worden deze kaders ookbetrokken. Van deze kaders is de Ow en daarop gebaseerde regelgeving wellicht de belangrijkste. Zo bevat artikel 13.5 e.v. van het Omgevingsbesluit procedureleregels voorhet uitvoerings- en handhavingsbeleid en de vergunningverlening doorhet bevoegd gezag.

Dit houdt in dat burgemeester en wethouders verplicht zijn tot het stellen van doelen, het identificeren van activiteiten ter uitvoering daarvan, de inrichting van de uitvoeringsorganisatie, het monitorenen het rapporterendaarover. In de praktijk zijn bovendienverschillende kaders gebruikelijk voorhet beoordelenvan de kwaliteit doorde omgevingsdienst (respectievelijk de eigen diensten), doorburgemeester en wethouders en tot slot doorde raad. Vertrekpuntzijn de actuele kwaliteitscriteria (waarvan de toepassing is verankerd in artikel 5, zie de toelichting aldaar) en andere standaarden en methoden die doorhet bevoegde gezag al veel worden gehanteerd. Deze zijn ontwikkeld en worden verder ontwikkeld met als doel de kwaliteit van uitvoerings- en handhavingstaken te waarborgen en te bevorderen. Of deze kaders gerealiseerd zijn en hoe deze bijdragen aan de kwaliteit van de uitvoering- en handhavingstaken, moet jaarlijks worden beoordeeld doorburgemeester en wethouders. Hiervooris input nodig van de omgevingsdiensten en van de interne gemeentelijke organisatie. Burgemeester en wethouders zullen dus beoordelen"of het goed gaat" opbasis van de doorhenzelf geformuleerde beleidsdoelen voorin ieder geval de dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van productenen diensten of de financiën(artikel 4, tweede lid, ondera tot en met c). Daarnaast zijn ookandere doelen mogelijk.

Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan de veiligheid of de duurzaamheid (in de zin van natuuren een goede omgevingskwaliteit) met inbegrip van daarvoor geselecteerde indicatoren. Uiteindelijk zullen burgemeester en wethouders hierover verantwoording afleggen aan de raad (horizontale verantwoording). De leden van de raad vormen immers ookeen eigen oordeel "of het goed gaat ” in het licht van de kwaliteit van de leefomgeving. De politiek-bestuurlijkeoverwegingen van de raad zullen betrekking hebben opde meerjarige hoofdlijnenvan het beleid, niet opde organisatorische kwesties van bezetting die tot de competentievan de directeuren van de diensten behoort. Daarbij zal ookhet verband gelegd kunnen worden tussende strategische plannenen visies over de hoofdlijnenvan het omgevingsbeleid binnende gemeente, zoals vastgelegd in de omgevingsvisie. De raad oefent invloed uit opde formulering van doelen en indicatorendoorburgemeester en wethouders en opde bijstelling daarvan zoals bijvoorbeeldwelke informatie de raad wil terugzien in de verantwoordingsrapportagesvan burgemeester en wethouders. In die zin worden de kaders voorde beoordeling van de raad overgelaten aan het politieke debat.

3/6

Zo ordent de verordening de kwaliteit van uitvoering en handhaving, doorde betrokkenactoren met elkaar te verbindenvanuitieders competentie: - De organisaties werken overeenkomstig de actuele kwaliteitscriteria met betrekking tot deskundigheid en beschikbaarheid, en leggen rekenschap af aan burgemeester en wethouders die hiervoor verantwoording afleggen aan de raden en provincialestaten. - Burgemeester en wethouders zijn, als bevoegd bestuursorgaan,belast met het stellen van beleidsdoelen voorde kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaken overeenkomstig de procesregels van het Omgevingsbesluit, - De raad oefent horizontaal toezicht uit opburgemeester en wethouders en gebruikt, waar nodig, de krachtens de Gemeentewet en de Wgr - aan haar toekomendemogelijkheden. Impactvandezeverordening: meerdanregelsalleen Deze verordening is een blijvend kader voorhet bevorderen, beoordelenen borgen van de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Blijvende goede verrichtingen in dit kader vergen meer dan regels alleen. De kwaliteitscriteria zijn in dat kader in 2019 geactualiseerd naar een versie 2.2. en in april 2022 naar versie 2.3 Om de kwaliteitscriteria up-to-datete houden zullen deze optermijn in brede samenwerking met andere gemeenten en provinciesen omgevingsdiensten geactualiseerd moeten worden.

Hetzelfde geldt voorde doelen en de daarvoor gehanteerde indicatoren,die doorbevoegde gezagen worden gebruikt. Interbestuurlijke regeldruk, uitvoerbaarheid enhandhaafbaarheid Deze verordening beoogt zo veel mogelijk aan te sluiten bij bestaande rapportage- en informatiestromen,op basis van afdelingen 13.2 en 13.3 van het Omgevingsbesluit en de organieke wetgeving (Gemeentewet, Provinciewet en Wgr). De verordening introduceertgeen nieuwe rapportageverplichtingen maar vereist wel extra inputvoorbestaande rapportages. Een goede, tijdige en transparanteuitvoering van de bestaande verplichtingen faciliteert ieders rol in de kwaliteitsketen. De verordening is vanuitdeze bestaande competentieverdeling gericht ophorizontaal toezicht. Van regeldruk voorburgers en bedrijven is geen sprake. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel1. Definities In dit artikel zijn geen begrippenopgenomendie al zijn gedefinieerd in de Ow. Als betrokken wettenworden aangemerkt de Ow zelf, en de Wm, voorzover bij of krachtens die wetten is bepaald dat paragraaf 18.3.3 van de Ow van overeenkomstige toepassing is. Dat de Wm van toepassing is, is bepaald in artikel 18.1a van de Wm.

Op de uitvoering of handhaving van een geheel andere wet, zoals bijvoorbeeldde Alcoholwet, is deze verordening niet van toepassing (wat onverletlaat dat over overlappendeonderwerpenelders wordt gerapporteerd, zie het algemeen deel van de toelichting). Het begrip omgevingsdienst is niet apart gedefinieerd omdat hiervoor is aangesloten bij de omgevingsdiensten waarvan melding wordt gemaakt in artikel 18.21 van de Ow. Artikel2. Reikwijdte De reikwijdte van de verordening heeft een inhoudelijke afbakening en een afbakening naar bevoegd gezag. Ten eerste moet het gaan om de uitvoering of handhaving van de betrokkenwetten. De terminologie “uitvoering en handhaving ” duidt opde uitvoerings- en handhavingstaak, bedoeld in artikel 18.20 van de Ow. “Uitvoering en handhaving ” betekent dan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dat wil zeggen alle taken tot uitvoering of handhaving van de Ow en van de Wm, voorzover dat in die wet is bepaald. Zie daarover de toelichting bij artikel 1. Ten tweede moet het gaan om de uitvoering of handhaving doorof in opdracht van burgemeester en wethouders. De verordening is dus van toepassing als het gaat om de uitvoering van de betrokkenwetten doorburgemeester en wethouders zelf of, in opdracht van burgemeester en wethouders dooreen omgevingsdienst of een private partij (maar vanwege burgemeester en wethouders ).

Uitvoering van de Ow of de Wm doorandere bevoegde gezagen, zoals het provinciebestuur en andere gemeentebesturen die hun verordeningen opbasis van hetzelfde model vaststellen, het waterschapsbestuur of de minister van Infrastructuuren Waterstaat of de minister van Economische Zaken en Klimaat, valt buitenhet bereik van deze verordening. Waar hier wordt gesproken over de uitvoering of handhaving van taken doorof in opdracht van het bevoegd gezag wordt gedoeld opde uitvoering doorgemeentelijke diensten en regionale uitvoeringsdiensten.

4/6

Artikel3. Betrokkenheid vande raad Dit artikel is van belang voorde rolverdeling tussen de raad en burgemeester en wethouders. Ingevolge de systematiek van afdelingen 13.2 en 13.3 van het Omgevingsbesluit, is de jaarlijkse beoordeling van en rapportage over kwaliteit een taak voorhet bevoegd gezag. Dat wil zeggen: burgemeester en wethouders. Bezien vanuitde Gemeentewet, is kaderstelling juist de taak van de raad. De kaderstellende rol krijgt allereerst gestalte doorde vaststelling van deze verordening als geheel. Daarnaast is het echter, gelet opde samenhang met afdelingen 13.2 en 13.3 van het Omgevingsbesluit, van belang uitdrukking te geven aan het feit dat de raad vooralvanuitde hoofdlijnenbetrokkenzijn bij het beleid en zullentoezien opde continuïteitvan de kwaliteit over meerdere jaren. Het horizontale toezicht doorde raad ophet (regionale) uitvoerings- en handhavingsbeleid door burgemeester en wethouders, zal daarom plaatsvinden in het licht van het strategische beleid dat op hoofdlijnenwordt gevoerd voorde fysieke leefomgeving, zoals omgevingsvisies, milieubeleidsplannenen structuurvisies. Artikel 3 richt zich tot de raad. Indirect is het artikel eveneens van belang voorburgemeester en wethouders, en de omgevingsdiensten die in hun opdracht werken, omdat de rol van de raad zich juist bij de meerjarenprogrammering en hoofdlijnenlaat gelden.

Voorhet waarmaken van deze rol, beschikt de raad reeds over de mogelijkheden die de organieke wetgeving biedt en de kaders die opstrategisch niveau voor de fysieke leefomgeving in plannenen visies zijn vastgelegd. Om deze rol waar te kunnenmaken is het vanzelfsprekend van belang dat burgemeester en wethouders de raad daartoe doortijdige informatieverstrekking in staat stellen. Dat daarvoor eveneens informatie van de omgevingsdienst van belang kan zijn, spreekt voorzich en is opgrond van de Wgr en de opdrachten aan de omgevingsdiensten voldoendegewaarborgd. Artikel4. Kwaliteitsdoelen Afdelingen 13.2 en 13.2 van het Omgevingsbesluit verplichten het bevoegd gezag (lees: burgemeester en wethouders) om beleid te formulerenvoorde kwaliteit van de uitoefeningvan de uitvoerings- en handhavingstaken. Er is dan sprake van een uitvoeringsbeleid en handhavingsbeleid, waarover onderlinge afstemming plaats dient te vinden tussen de bevoegde gezagen ophet niveau van de omgevingsdienst. Welk beleid moet worden geformuleerd laat het Omgevingsbesluit inhoudelijk open.Dit artikel strekt ertoe een inhoudelijke ambitie te geven aan de procesverplichting om kwaliteitsbeleid te vormen.

Ten eerste doorvoorte schrijven dat burgemeester en wethouders naar de kwaliteit van de uitvoering en handhaving kijken in het licht van het geformuleerde (regionale) beleid, waarbij de doelen van dat beleid betrekking moeten hebben opeen aantal voorgeschreven inhoudelijke thema's. Het gaat er daarbij telkens om die doelen te zien, niet vanuitelke mogelijke factor die daaraan kan bijdragen, maar vanuithet perspectiefvan de prestaties en kwaliteit van de uitvoering van de eigen organisaties. Het gaat dan in ieder geval om dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van productenen diensten en financiën. Er is voorgekozen in deze verordening geen voorschriften te geven over de te gebruiken indicatoren. Dat is in de eerste plaats een taak voorde bevoegde gezagen, die daarmee in de praktijk al ruime ervaring hebben. Artikel5. Kwaliteitsborgingbasistaken Dit artikel geeft een verankering aan de kwaliteitscriteria 2.2 en de opvolgers daarvan. De kwaliteitscriteria worden doorbevoegde gezagen in brede samenwerking opgesteld. De kwaliteitscriteria hebben betrekking opde deskundigheid van de uitvoerendeen handhavende organisaties. De meest actuele versie van de kwaliteitscriteria worden doorde VNG en het IRQ (en andere organisaties) bekendgemaakt.

Op het moment van vaststellen van deze verordening is de meest actuele set (kwaliteitscriteria 2.3 van 15 april 2022 te vinden ophttps://vnq.nI/sites/default/files/2022-08/Kwaliteitscriteria-deel-B-versie-2.3.pdf . Vanwege de verdere ontwikkeling van de kwaliteitscriteria wordt dynamisch verwezen. Bij een volgende versie van de kwaliteitscriteria hoeft de verordening niet te worden aangepast. Artikel 5 strekt ertoe te regelen dat van die kwaliteitscriteria voorde uitvoering van uitvoerings- en handhavingstaken in de praktijk gebruik gemaakt wordt. Het gaat immers om kwaliteitscriteria waaraan zorgvuldig en met grote deskundigheid is gewerkt doorde betrokkenbevoegde gezagen. Van belang is dat deze kwaliteitscriteria relevante inputleveren voorde kwaliteit. Dat geeft vanzelfsprekend geen garantie dat de doelen die doorburgemeester en wethouders zijn gesteld opgrond van artikel 4 ookzonder meer in alle gevallen worden gehaaid. Het bereiken van deze doelen zal immers niet alleen afhankelijk zijn van de goede verrichtingen van de uitvoerendeorganisaties. Van de naleving van de kwaliteitscriteria zal daarom jaarlijks mededeling gedaan moeten worden aan de raad. Het gaat hierom een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de opgrond van afdelingen 13.2 en 13.3 van het Omgevingsbesluit opte stellen documenten.

5/6

Omgekeerd wil het evenmin zeggen dat, als de kwaliteitscriteria (nog) niet in alle relevante taken worden toegepast, dat de kwaliteit per definitie te wensen zal overlaten. In dit geval zal echter wel gemotiveerd moeten worden waarom de kwaliteitscriteria niet toegepast zijn, of kondenworden, en hoe wel voorde gestelde kwaliteit wordt gezorgd. De kwaliteitscriteria zijn derhalve een cruciaal richtsnoer waarvoor, op grond van het derde lid, geldt: pas toe of leg uit, “complyor explain”. Artikel6. Inwerkingtredingen citeertitel Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. Overgangsrecht de gestelde regels.

is niet nodig gelet opde aard van

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=e2630c2f-e860-44b8-8500-8fd00634a4ef