20231212 15 RB Omgevingswet Adviesrecht participatie en delegatie
Tekst van het document
gemeente
eijsden-margraten Aan de gemeenteraad
RAADSVOORSTEL
Qmgevingswet - Adviesrecht, participatie en delegatie KORTE SAMENVATTING Onder de Qmgevingswet ligt de bevoegdheid tot het verlenen van omgevingsvergunningen bij het college van B&W. Dit is ook zo onder de huidige wetgeving. Als plannen niet passen binnen het bestemmingsplan, kan het college middels een binnenplanse afwijking of een zogenaamde kruimelgevallenregeling medewerking verlenen. Luktdit niet via één van de twee procedures, dan kan het mogelijk via een uitgebreide procedure op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Onder de huidige wetgeving dient de gemeenteraad (hierna: raad) dan instemming te verlenen voor deze uitgebreide procedure. De raad geeftdan de zogenaamde verklaring van geen bedenkingen af. Dit geldt in beginsel voor alle plannen met een uitgebreide procedure. Om de procedures en doorlooptijden werkbaar te houden heeft uw raad op 26 maart 2013 de “Lijst verklaring van geen bedenkingen 2013” vastgesteld. Plannen die niet op deze lijst staan, kunnen door het college worden afgehandeld en hebben dus geen verklaring van geen bedenkingen van de raad nodig. Onder de Qmgevingswet is het precies omgekeerd. De raad wijst vooraf de gevallen aan waarin wel een bindend advies van de raad nodig is (vergelijkbaar met de verklaring van geen bedenkingen) en de raad dus gebruik maakt van zijn adviesrecht.
Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht en kan het college de omgevingsvergunning afhandelen zonder advies van de raad. Als de raad besluit géén lijst vast te stellen, dan is enkel het college van B&W bevoegd. Dit raadsvoorstel bevat het document dat voorziet in het bepalen van de categorieën van gevallen waarin de raad gebruik wil maken van zijn adviesrecht alsmede in het benoemen van gevallen waarbij participatie verplicht is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. In de gevallen waarin de raad gebruik wil maken van zijn adviesrecht stellen wij tevens voor de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren. Verdervoorziet dit voorstel in het delegerenvan de bevoegdheid om het omgevingsplan te wijzigen aan het college van burgemeesteren wethouders voor zover het betreft de vertaling van verleende omgevingsvergunningen of anderszins wijzigingen waarbij geen sprake is van (inhoudelijke) beleidswijzigingen. Het proces voor het opstellen van dit document is doorlopen samen met de raadswerkgroep Omgevingswet. Van elkefractie is één raadslid vertegenwoordigd in dezewerkgroep. De raadswerkgroep heeft ingestemd met dit document.
gemeenteEijsden-Margraten
TOELICHTING AANLEIDING Op 1 januari 2024 treedtde Omgevingswet in werking. Het doel van de Omgevingswet is o.a. het creëren van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving voor inwoners, het vereenvoudigen van bestaande wet- en regelgeving en het stimuleren van participatie. De Omgevingswet kent diverse kerninstrumenten, waarvan de omgevingsvisie en het omgevingsplan in verband met de kaderstellende rol voor de raad van belang zijn. De omgevingsvergunning is ook een van de kerninstrumenten. Activiteiten in de fysieke leefomgeving zoals bijvoorbeeld het bouwen van woningen, realiseren van bedrijfsruimte, kappen van beschermde bomen en functiewijzigingen van een perceel of gebied kunnen vergunningplichtig zijn. Dat wil zeggen dat de betreffende initiatiefnemer een omgevingsvergunningaanvraag zal moeten indienen. Activiteiten die niet voldoen aan de regels van het omgevingsplan of helemaal niet zijn opgenomen in het omgevingsplan worden buitenplanse omgevingsplanactiviteiten genoemd. De gemeente beoordeelt deze op grond van beleid, inhoud en omgevingswaarden en wenst mogelijk medewerking te verlenen. Vergunningverlening is een bevoegdheid van het college van burgemeesteren wethouders.
Onder de huidige wetgeving moeten alle uitgebreide procedures op grond van Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) voor een verklaring van geen bedenkingen aan de raad worden voorgelegd. Om de procedures en doorlooptijden werkbaar te houden heeft uw raad op 26 maart 2013 de "Lijst verklaring van geen bedenkingen 2013” vastgesteld. Plannen die niet op deze lijst staan, kunnen door het college worden afgehandeld en komen niet langs voor een verklaring van geen bedenkingen. Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. De raad wijst vooraf de gevallen aan waarin een bindend advies van de raad nodig is (vergelijkbaar met de verklaring van geen bedenkingen) en de raad dus gebruik maakt van zijn adviesrecht. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht en kan het college de omgevingsvergunning afhandelen. In dit voorstel worden de volgende onderdelen van de wet nader uitgewerkt: Adviesrecht van de raad bij afwijkingen van het omgevingsplan Verplichte participatie voor initiatiefnemers bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Het van toepassing verklaren van de uitgebreide procedure voor gevallen waarin de raad gebruik wenst te maken van zijn adviesrecht Delegatiebevoegdheid tot het wijzigen van een omgevingsplan De voorbereidende werkzaamheden voor het opstellen van dit document zijn uitgevoerd samen met de raadswerkgroep Omgevingswet.
Van elke fractie heeftéén raadslid in de werkgroep gezeten bij het opstellen van dit stuk. Alle leden van de raadswerkgroep hebben aangegeven in te kunnen stemmen met het voorliggende document. Als uw raad het document vaststelt, dan kan dit inwerking treden op het moment dat de Omgevingswet op 1 januari 2024 rechtskracht krijgt.
MOTIVERING In de geestvan de Omgevingswet Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet het proces van vergunningverlening goed zijn georganiseerd zodat procedures sneller, overzichtelijker, transparanter en eenvoudiger worden. Onze inwoners en ondernemers moeten weten waar ze aan toe zijn en hun plannen sneller ten uitvoer kunnen brengen. Daarnaast moeten ook de verschillende rollen en bevoegdheden tussen de bestuursorganen goed zijn geregeld. Adviesrecht van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten gemeenteEijsden-Margraten
2
De Omgevingswet regeltonder meerde adviesbevoegdheid van de raad (hierna het bindend advies) bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit zijn initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan. Het bindend advies houdt in dat de raad het recht heeft om het college van B&W bindend te adviseren bij het verlenen van een buitenplanse omgevingsvergunning. De raad kan zelf bepalen of en voor welkegevallen waarin wordt afgeweken van het omgevingsplan hij een bindend advies wil geven. Onder de huidige wetgeving mag het college van B&W, in bepaalde door de gemeenteraad vastgesteldegevallen, enkel een vergunning verlenen (met buitenplanse afwijking) als uw gemeenteraad een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) heeft afgegeven. Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. De gemeenteraad wijst vooraf gevallen aan waarin een bindend raadsadvies nodig is om af te wijken van het omgevingsplan (art. 16.15a lid b onder 1 Omgevingswet). Als uw raad geen lijst vaststelt, is enkel het college bevoegd. Vanaf 1 januari 2024 bestaat het tijdelijkeomgevingsplan uit: alle huidige bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, de bruidsschat en hoofdstuk 3 van de Algemene verordening. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht; dan gaat uw raad er niet meerover. Als de raad een negatief advies geeft, dan mag het college van B&W de omgevingsvergunning niet verlenen.
In depraktijk Inhoudelijk wordt er verwezen naar hoofdstuk 3 van bijlage 1. Hierin zijn de betreffende categorieën opgenomen. Concreet betekent dit, dat als een aanvraag onder één van deze negen artikelen valt, uw raad een advies aan het college van B&W dient te geven over de aanvraag.
Gevallen waarbij participatie verplicht is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Als een initiatief past binnen het omgevingsplan of wordt toegestaan met een binnenplanse afwijking, dan is participatie voor de initiatiefnemer zeeraan te bevelen, maar niet verplicht. Bij het opstellen van het omgevingsplan is immers al geparticipeerd. Op het moment dat een vergunning wordt verleend buiten de regels van het omgevingsplan om (buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) dan is participatie ook niet verplicht, tenzij de raad dit wel verplicht stelt. De raad kan daarvoor vooraf categorieën aanwijzen: valt het initiatief in een van deze categorieën dan moet de initiatiefnemer dus participeren (art. 16.55 lid 7 Omgevingswet). De initiatiefnemer moet in deze gevallen aangeven hoe de belangen van de omgeving zijn meegenomen in het plan. Met andere woorden: hoe participatie heeft plaatsgevonden en wat deze heeftopgeleverd. Participatie is, volgens de Omgevingswet, vormvrij. Dat wil zeggen dat de initiatiefnemer de invulling zelf mag bepalen. De gemeentekan initiatiefnemers wel stimuleren en aansporen om hun best te doen om de omgeving te betrekken bij plannen in de buurt. Daarvoor heeftde gemeenteeen handreiking opgesteld. Deze is voor initiatiefnemers op de website van de gemeentete bekijken.
Voor de volledigheid is deze bijgevoegd (zie bijlage 2). Deze handreiking wordt steeds bijgehouden en waar nodig geactualiseerdals er nieuwe mogelijkheden, voorbeelden e.d. zijn. Het college van B&W neemt deze informatie mee bij de besluitvorming rondom de gevraagde vergunning. In depraktijk Inhoudelijk wordt er verwezen naar hoofdstuk 3 van bijlage 1. Hierin zijn de betreffende categorieën opgenomen. Concreet betekent het dat als een aanvraag onder één van deze negen artikelen valt, participatie verplicht is. Uitqebreide procedure van toepassing verklaren In de Omgevingswet wordt de regulierebeslistermijn van acht weken de standaard voor omgevingsvergunningen. In beginsel geldt dat ook voor buitenplanse omgevingsvergunningen. gemeenteEijsden-Margraten
Als
bindend advies noodzakelijk wordt geacht door uw raad, kan de situatiezich voordoen dat de regulierebesluitvormingstrajecten moeten worden aangepast om deze termijnen te kunnen halen. Besluitvormingstrajecten waarbij de raad betrokken is, duren in de regel immers langer dan acht weken. Uitgebreide procedure is nodig om tot eenzorgvuldige afweging te komenovereen vergunningaanvraag De reguliereprocedure is het uitgangspunt in de Omgevingswet, ook voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De beslistermijn voor de reguliereprocedure is acht weken. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn eenmalig verlengen met zes weken (art. 16.64 lid 2 Omgevingswet). Voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan het bevoegd gezag de uitgebreide procedure van toepassing verklaren (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht). Dit is wenselijk als een aanvraag bijvoorbeeld veelomvattend en complex is, waardoor de reguliereprocedure niet als toereikend wordt gezien voor een zorgvuldige afweging. In de regel zal dit veelal samengaan met de keuzevoor het adviesrecht. Voor een aantal activiteiten geldt wettelijkal de uitgebreide procedure (art. 10.24 Omgevingsbesluit) zoals bijvoorbeeld bepaalde rijksmonumentenactiviteiten, bepaalde milieubelastende activiteiten, bepaalde lozingsactiviteiten, stortingsactiviteiten op zee en Natura2000-activiteiten.
Ook kan een aanvrager zelf verzoeken om gebruik te maken van de uitgebreide procedure. Concluderend kan worden gesteld dat de uitgebreide procedure wordt gevolgd voor inhoudelijke complexe aanvragen zoals opgenomen in art. 10.24 Omgevingsbesluit en/of aanvragen waarop de raad gebruik wil maken van zijn bindend adviesrecht. Door gebruik te maken van de uitgebreide procedure is er voldoende tijd om de raad in stelling te brengen om een advies uit te brengen, heeftde initiatiefnemer meertijd tot zijn beschikking om de verplichte participatie uit te voeren en kan de besluitvorming zorgvuldig plaatsvinden. De 26 weken die de uitgebreide procedure beslaat, biedt in dat opzicht meercomfort dan de reguliereprocedure van acht weken die in beginsel van toepassing is (art. 16.65 lid 4 Omgevingswet). Temeerdaar we weten dat de voorbereiding van besluitvormingstrajecten bij de gemeenteraad al circa 2 maanden in beslag nemen. In depraktijk Inhoudelijk wordt er verwezen naar hoofdstuk 3 van bijlage 1. Hierin zijn de betreffende categorieën opgenomen. Concreet betekent het dat als een aanvraag onder één van deze negen artikelen valt, de uitgebreide procedure van toepassing is.
Delegatiebevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is de raad bevoegd om een omgevingsplan vast te stellen of daarin wijzigingen in aan te brengen. In een aantal gevallen is het wenselijk om de bevoegdheid tot het wijzigen van delen van het omgevingsplan te delegerenaan het college van B&W. Hierdoor kan het college met een relatiefeenvoudige procedure er voor zorgen dat de regels in het omgevingsplan actueelblijven zonder dat hiervoor telkens nieuwe raadsbesluiten voor nodig zijn die een lange voorbereidingstijd vergen. Ons voorstel is om alleen delen van het omgevingsplan te wijzigen waarbij geen sprake is van (inhoudelijke) beleidswijzigingen. Wij onderscheiden daarbij vier gevallen. Hieronder lichten wij deze gevallen toe:
•
Wijzigingen vantechnische aard
gemeenteEijsden-Margraten
•
•
•
Dit zijn gevallen waarin evident sprake is van fouten of omissies in het omgevingsplan, bijvoorbeeld een verschrijving, spel- of typefout. Ook het toevoegen van een ontbrekende begripsomschrijving kan hieronder vallen. Wijzigingen dienoodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- ofregelgeving In het omgevingsplan staan ook regels die gebaseerd zijn op wetten en regelingen van het Rijk of de provincie. Als een bepaling in zo ’n wet of regeling verandert moet het omgevingsplan worden aangepast. Het gaat dan om wijzigingen waarover wij als gemeente geen eigen keuzekunnen maken. Wijzigingen in detoelichting vanhetomgevingsplan In het omgevingsplan staan artikelsgewijzetoelichtingen. Bij het gebruik van het omgevingsplan kan blijken dat een toelichting overeen bepaald artikel niet duidelijk genoeg is. Door het wijzigen van de toelichting te delegeren kan de toelichting van het omgevingsplan op een snelle manier worden verduidelijkt. Verwerkenvaneenverleende omgevingsvergunning nadat dezeonherroepelijk is geworden Bij het verlenen van een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de regels van het omgevingsplan. De Omgevingswet schrijft voor dat deze omgevingsvergunningen verwerkt moeten worden in het omgevingsplan. De inhoudelijke afweging om een activiteit toe te staan die afwijkt van het omgevingsplan heeft al plaatsgevonden bij het verlenen van de vergunning.
In specifieke door de raad aangewezen gevallen heeft de raad hierover zelfs een bindend advies afgegeven. Als na besluitvorming op de vergunning nogmaals een besluit moet worden genomen over het wijzigen van het omgevingsplan ten behoeve van diezelfdevergunning is er sprake van dubbele besluitvorming over hetzelfdeonderwerp. Dat is niet efficiënt. Wij stellen daarom voor om het verwerken van dezevergunningen in het omgevingsplan te delegeren. Dit wordt pas gedaan nadat de vergunning onherroepelijk in werking is getreden en er dus geen bezwaar- of beroepsprocedure meerloopt.
Voor de volledigheid is ook het onderdeel delegatie meegenomen als beslispunt bij het document zoals opgenomen in bijlage 1.
RELATIE MET BESTAAND BELEID EN STRATEGISCHE VISIE / INTEGRALITEIT De Omgevingswet is een nieuwewet die inwerking treedtop 1 januari 2024. Het adviesrecht is de ‘opvolger ’ van de verklaring van geen bedenkingen. Specifiek worden een aantal onderdelen geregeld ten dienste van de vergunningverlening. In de omgevingsvisie en het omgevingsplan worden op de termijn de meerstrategische en beleidsmatige keuzesverder uitgewerkt.Ook deze komen dan ter vaststelling naar de raad. PROCES VAN BURGERPARTICIPATIE Voor dit proces heeftgeen burgerparticipatie plaatsgevonden. In deze gaat het om het adviesrecht van de raad. Het opstellen van het document heeftplaatsgevonden met de raadswerkgroep Omgevingswet. Van elkefractie is één raadslid afgevaardigd. FINANCIËLE ASPECTEN Met deze besluiten zijn geen financiële gevolgen gemoeid. UITVOERING EN EVALUATIE Onderhavige besluiten vinden hun grondslag in de Omgevingswet en kunnen dan ook pas in werking treden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Dit raadsvoorstel maakt onderdeel uit van een pakket van maatregelen die voor de invoering van de Omgevingswet geregeld dient te worden. Na besluitvorming wordt e.e.a. meegenomen in de verdereimplementatie van de Omgevingswet en werkwijzen en toetsingskaders vanaf 1 januari 2024. In Gulpen-Wittem en Vaals is een soortgelijk document reeds vastgesteld.
In de voorbereiding diverseonderdelen afgestemd. De raadswerkgroep heeft kennisgenomen van deze stukken.
is dit op
gemeenteEijsden-Margraten
5
In hoofdstuk 4 van het document is opgenomen dat in principe na tweejaar een evaluatievan de lijst zal plaatsvinden. De raad zal hierbij worden betrokken en als er aanleiding bestaat om zaken aan te passen, dan dient de raad hierover te besluiten. Indien nodig kan de evaluatienatuurlijk ook eerder plaatsvinden.
Het college van Eijsden-Margraten De Gemeentesecretaris, De voorzitter,
Drs. M.A.G. Gerits
Mr. A.P. Krijnen
gemeenteEijsden-Margraten
gemeente
eijsden-margraten
RAADSBESLUIT De raad van de gemeenteEijsden-Margraten gelezen het voorstel van burgemeesteren wethouders; geletop de behandeling
in de Dialoogvergadering
Leefomgeving;
BESLUIT 1. Het document (versie07-12-2023) adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie bij afwijkingen van het omgevingsplan vast te stellen, en inwerking te laten treden op 1 januari 2024. 2. De uitgebreide procedure van toepassing te verklaren op aanvragen waarvoor de gemeenteraad gebruik wil maken van haar bindend adviesrecht. 3. De bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van B&W in de volgende gevallen: -wijzigingen van technische aard - wijzigingen die noodzakelijk zijn i.v.m. hogere wet- of regelgeving - wijzigingen in de toelichting van het omgevingsplan - de verwerking van een omgevingsvergunning nadat deze onherroepelijk in werking is getreden
Aldus besloten in de openbare
gemeenteEijsden-Margraten
vergadering van 12 december 2023.
GemeenteEijsden-Margraten Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie afwijkingen omgevingsplan en delegatie Omgevingswet
Versie 7-12-2023
bij
Inhoudsopgave Uitleg en wegwijzer Hoofdstuk 1 - Het adviesrecht Hoofdstuk 2 - Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Hoofdstuk 3 - Categorieën van gevallen adviesrecht Hoofdstuk 4 - Inwerkingtreding en wijziging Bijlage 1 Begrippenlijst Overwegingen Geletop de bepalingen
van de Omgevingswet
Besluit 1) Het document (versie07-12-2023) adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie bij afwijkingen van het omgevingsplan vast te stellen, en inwerkingtreding te laten treden op 1 januari 2024. 2) De uitgebreide procedure van toepassing te verklaren op aanvragen waarvoor de gemeenteraad gebruik wil maken van haar bindend adviesrecht. 3) De bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan de volgende gevallen:
te delegeren aan het college van B&W in
- wijzigingen van technische aard - wijzigingen die noodzakelijk zijn i.v.m. hogere wet- of regelgeving - wijzigingen in de toelichting van het omgevingsplan - de verwerking van een omgevingsvergunning
1
nadat deze onherroepelijk in werking is getreden
Uitleg en leeswijzer Onder de Omgevingswet kunnen vergunningen verleend worden door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Daarmee kan - ondanks strijd met het omgevingsplan - toch een vergunning worden verleend door het college. De gemeenteraad kan gevallen van categorieën aanwijzen, waarin het college niet zomaar van het omgevingsplan kan afwijken om een vergunning te kunnen verlenen. In die gevallen wordt de raad om bindend advies gevraagd. Ook kan de gemeenteraad het besluit nemen om participatie verplicht te stellen bij bepaalde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Hoe dit nu precies in elkaar zit, is te lezen in hoofdstuk 1 (uitleg over het adviesrecht van de raad) en hoofdstuk 2 (uitleg over de verplichte participatie). Een lijst met categorieën van gevallen waarvoor het adviesrecht en de verplichte participatie geldt (en tevens de uitgebreide procedure van toepassing wordt verklaard), is opgenomen in hoofdstuk 3. Wanneer deze lijst in werking treedt is te lezen in hoofdstuk 4. In datzelfde hoofdstuk wordt ook beschreven wanneer de lijst wordt geëvalueerd.
2
Hoofdstuk1 - Het adviesrecht De Omgevingswet:rolverdelinggemeenteraaden college van B&W In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad houdt gedurende het beleidsen besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurtop de gewenste doelen. Dat is met de komst van de Omgevingswet niet anders. Ook in de nieuwesituatie is het college van B&W het bevoegd gezag om de omgevingsvergunning te verlenen. Het college van B&W krijgt wel meerbevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkeiijker belast met de hoofdlijnen en de monitoring van de resultaten. De huidige situatie:verklaringvan geenbedenkingen(vvgb) Bouwplannen passen niet altijd in het bestemmingsplan. Soms is het ook niet mogelijk om via een binnenplanse afwijking of een zogenaamde kruimelgevallenregelingmedewerking te verlenen. Onder de huidige wetgeving kan het college van B&W dan uitsluitend een omgevingsvergunning verlenen met instemming van de gemeenteraad. Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kan de gemeenteraad in de huidige situatie beslissen dat er ‘geen bedenkingen ’ zijn met een zogenoemde vvgb. Om het werkbaar te houden wijst de raad gevallen aan waarin een vvgb niet nodig is. Voor alle overige gevallen is dezewgb dus wel nodig.
Het adviesrecht vervangt de vvgb Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wel een bindend advies van de raad nodig is om af te wijken van het omgevingsplan (artikel 16.15 a lid b. onder 1 Omgevingswet). Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht; dan gaat de raad er niet over. De statusvan het adviesvan de raad Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Dit adviesrecht van de gemeenteraad is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het college van B&W mag daar niet van afwijken Raadsbesluitnodig overadviesrecht De gemeenteraad moet - voordat de Omgevingswet in werking treedt- een besluit nemen over de gevallen waarin hij advies wil geven. Het huidige raadsbesluit ‘aanwijzing gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is’ vervalt namelijk automatisch bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft B&W in geen enkel geval naar de gemeenteraad voor advies ten aanzien van activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Dat is niet wenselijk. Eenvoudigereen snellereprocedures De gemeenteraad moet bij het bepalen van de lijst meewegendat de Omgevingswet als doel heeftom besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijkerte laten verlopen.
Ook bij afwijkingen van het omgevingsplan is de reguliereprocedure van toepassing (in principe 8 weken, optioneel 6 weken verlenging). Hoewel er enkele gevallen zijn waarbij de termijn kan worden verlengd (onder meerop verzoek van aanvrager of als het bevoegd gezag dat beslist) is de planning van de raadscyclus - en daarmee het agenderen in de gemeenteraad - geen reden om de procedure te verlengen. Het is dan ook zinvol dat de gemeenteraad vooraf bepaalt waar hij wel en geen rol voor zichzelf ziet en daarmee
3
ook niet te veel categorieën van gevallen vooraf aanwijst. Om het praktisch werkbaar te houden wordt voorgesteld om voor de gevallen waarin de raad van haar adviesrecht gebruik wil maken de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren, zodat er voldoende tijd voor een zorgvuldig besluitvormingsproces aanwezig is. Lijst van gevallenadviesrecht In hoofdstuk 3 is de lijst met gevallen waarvoor het adviesrecht geldt opgenomen.
4
Hoofdstuk2- Verplichte participatie bij buitenplanseomgevingsplanactiviteiten Participatie in de Omgevingswet Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Het is verplicht voor het bevoegd gezag. De gemeentemoet ervoor zorgen dat alle belanghebbenden hun meningen kunnen geven over een visie of plan. Zoals een omgevingsvisie of een omgevingsplan. Belanghebbenden zijn bijvoorbeeld inwoners, bedrijven, verenigingen, scholen. Bij een omgevingsvergunningaanvraag moet de aanvrager(s) aangeven of de omwonende(n) bij de aanvraag betrokken zijn. En aanvrager(s) moet(en) duidelijk maken wat er uit die participatie is gekomen. De aanvrager mag zelfweten op welkemanier de belanghebbenden bij de aanvraag worden betrokken. Vergunningverlening:toetsomgevingsplan In veruitde meestegevallen is de gemeentehet bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunning. De gemeentetoetst dan ook of het initiatief past in het omgevingsplan. zijn er drie mogelijkheden: 1. Het initiatief past binnen de kaders.
Daarbij
de regels. Gemeenteverleentde vergunning, want het past binnen
2. Het initiatief past met een binnenplanse afwijking. Zo’ n afwijking kennen we nu ook in onze bestemmingsplannen. Dit heet onder de Omgevingswet een binnenplanse omqevinqsplanactiviteit (binnenplanse opa). 3. Het initiatief past niet. Als de gemeentewil meewerkenaan het initiatief, moet ze een vergunning gaan verlenen in afwijking van het omgevingsplan. Zo ’n initiatief is dan een buitenplanse omqevinqsplanactiviteit (buitenplanse opa). Participatie bij vergunningverlening Bij mogelijkheid 1 en 2 is participatie voor een initiatiefnemer/aanvrager niet verplicht. Dit zijn activiteiten die binnen de regels van het omgevingsplan vallen. En bij het vaststellen van het omgevingsplan zelf heeft al participatie plaatsgevonden. Participatie door de initiatiefnemer/aanvrager wordt wel gestimuleerd. Participatie kan wel verplicht zijn als iemand een vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (mogelijkheid 3) aanvraagt. Dat zijn activiteiten die niet in het omgevingsplan staan. Hierover heeft dus nooit eerderparticipatie plaatsgevonden. Of participatie in deze situatiewel of niet verplicht is, is aan de gemeenteraad om te bepalen. De gemeenteraad kan namelijk categorieën van gevallen aanwijzen waarvoor dezeverplichting geldt. Dat staat in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet.
Bij deze categorieën van verplichte participatie geldt dat de initiatiefnemer/aanvrager bij de aanvraag van de vergunning moet laten zien hoe belanghebbenden bij de aanvraag zijn betrokken. De initiatiefnemer/aanvrager mag echterzelfweten op welkemanier de belanghebbenden bij de aanvraag worden betrokken.
5
Het besluitvan de gemeenteraad De gemeenteraad beslist dus of participatie ook verplicht moet zijn bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (opa ’s). Hier zijn drie opties om uit te kiezen: 1.
Participatie bij buitenplanseopa’s is niet verplicht; Voorstanders van deze optie willen terughoudend zijn in het opleggen van regels en dus ook de verplichting van participatie.
2.
Participatie bij buitenplanseopa’s is zo vaakmogelijkverplicht; Voorstanders van deze optie menen dat het niet logisch is dat participatie in alle instrumenten van de Omgevingswet verplicht is, behalve bij deze buitenplanse OPA’s. Als je het overal verplicht, weesdan ook consequent. Vooral ook omdat er bewust wordt afgeweken van de regels uit het omgevingsplan. Dat kan nogal consequenties hebben voor omwonenden en belanghebbenden. Echter, een algemeen besluit het ‘in alle gevallen’ van buitenplanse opa's participatie verplicht te stellen, is op grond van de Omgevingswet niet toegestaan. Er dient expliciet gemaakt te worden in welkegevallen de verplichte participatie dus wel geldt. In deze optie wordt een zo compleet mogelijke lijst van categorieën van gevallen vastgesteld.
3.
Alleenin bepaaldecategorieën van gevallenis participatie verplicht; Voorstanders van deze optie kiezen ervoor om heel bewust te kijken naar initiatieven die het meestimpact maken. Vaak wordt hier een koppeling gemaakt met de lijst van gevallen waarvoor de gemeenteraad gebruik wil maken van haar adviesrecht. Maar het staat de gemeenteraad geheelvrij om eigen categorieën van gevallen aan te wijzen.
Voor de goede orde wordt opgemerkt dat ook als er geen sprake is van participatie, wel beroep kunnen instellen tegen de genomen besluiten.
belanghebbenden
Lijst met categorieën verplichte participatie In hoofdstuk 3 vindt u de voorgestelde lijst met categorieën voor verplichte participatie. U ziet dat hierbij aansluiting is gevonden met de lijst van categorieën voor het adviesrecht van de raad (uit hoofdstuk 2). Aanvullend op de lijst van categorieën voor het adviesrecht van de raad willen we participatie ook verplicht stellen in die gevallen waar sprake is van functiewijziging van percelen zowel binnen als buiten de bebouwde kom en bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten in het buitengebied. Als zodanig leggen we een bewuste en logische koppeling met het adviesrecht van de gemeenteraad maar willen we participatie ook verplicht stellen bij ontwikkelingen die, vanuit de kaderstellende rol van de gemeenteraad wellicht minder belangrijk zijn, maar wel invloed kunnen hebben op de omgeving en waarbij participatie dus van belang wordt geacht (combinatie tussen optie 2 en 3). Participatie is immers een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet.
6
Los van de verplichte participatie vindt de gemeenteEijsden-Margraten participatie in principe altijd belangrijk en willen wij onze inwoners en ondernemers ook stimuleren om vroegtijdig in gesprek te gaan met de omgeving wanneer zij plannen/initiatieven hebben. Het voert echterte ver, is juridisch niet houdbaar en past ook niet binnen de doelen van de Omgevingswet om participatie in alle gevallen verplicht te stellen. Derhalve hebben wij een handreiking participatie opgesteld waarmee we participatie willen stimuleren. Onze inwoners/ondernemers kunnen deze handleiding gebruiken om participatie, ook wanneer dat niet verplicht wordt gesteld, vorm te geven. Dezehandleiding is via de website van de gemeentete benaderen. De verplichte participatie is met name bedoeld voor die gevallen waarvan we weten of inschatten dat die een grotere impact hebben op de omgeving. Door voor deze gevallen een verplichting op te nemen, geven we eén helder signaal af richting initiatiefnemer dat deze participatie moet toepassen.
7
Hoofdstuk3 - Categorieënvan gevallenadviesrecht,verplichte participatie en toepassenuitgebreideprocedure De gemeenteraad wil in de volgende gevallen: Gebruik maken van zijn adviesbevoegdheid (artikel 16.15a lid b onder 1 Ow) Participatie verplicht stellen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (artikel 16.55 lid 7 Ow) Uitgebreide procedure van toepassing verklaren (artikel 16.65 lid 4 Ow) 1.
Woningen a) Het bouwen van meerdan 15 niet-grondgebonden(meergezins)woningen binnen de bebouwde kom met daaraan inherente voorzieningen* b) Het bouwen van meerdan 10 grondgebonden woningen binnen de bebouwde kom met daaraan inherente voorzieningen* c) Het bouwen van meerdan 5 woningen (niet binnen bestaande bebouwing) buiten de bebouwde kom met daaraan inherente voorzieningen* d) Het bouwen van meerdan 10 woningen binnen bestaande bebouwing buiten de bebouwde kom met daaraan inherente voorzieningen* * Voor het bepalen van de grenzen van bebouwde / buiten de bebouwde kom wordt de jurisprudentie gevolgd.
2.
Projecten m.b.t. energieopwekking - Het oprichten van voorzieningen (o.a. windmolen(s), zonneweides, biomassacentrales, accuparken) voor (grootschalige) energie-opwekking. Het gaat hier over voorzieningen op het land (dus geen zonnepanelen op daken) en t.b.v. bedrijfsmatige exploitatie die niet passen binnen het omgevingsplan.
3.
Bedrijvigheid- Het bouwen of realiseren van een categorie 3 bedrijf (anders dan op een bedrijventerrein) of vanaf categorie 4 bedrijven met daaraan inherente voorzieningen. Dit zijn bedrijven met een grotere milieu-impact op de omgeving qua geluid, geur, stof etc. zoals autospuiterijen, meubelfabrieken, houtzagerij, industriëleactiviteiten.
4. Recreatie/Toerisme a) De functieverandering / herbestemming van een regulierecamping, bungalow- of huisjespark b) Het realiseren van nieuwe kampeerlocaties (campings, kamperen bij de boer) c) De functieverandering van een regulierejachthaven naar een functie met verblijfsrecreatie 5. Agrarische bedrijvigheid a) De herbestemming van een agrarisch bedrijf voor andere doeleinden dan wonen b) de nieuwvestiging of bedrijfsverplaatsing van een agrarisch bedrijf naar een locatie alwaar geen agrarische bouwkavel aanwezig is 6.
Teeltondersteunende voorzieningen- Het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen (hagelnetten, regenkappen etc.) niet passend binnen de regelszoals opgenomen in het geldende omgevingsplan. 7. Economie - Het oprichten van kantoren, winkels en/of bedrijven op locaties die niet voldoen aan de Structuurvisieruimtelijkeeconomie Zuid-Limburg. 8. Einsteintelescoop- Voorzieningen ten behoeve van de eventuelekomst van de Einstein Telescope (voorzover die binnen onze gemeente/regio ontwikkeld worden) 9. Een antenne-installatie hoger dan 50 m. De onderwerpen 1 t/m 9 van deze lijst zijn niet uitputtend. Er zullen zich gevallen voordoen die niet in te schatten zijn en/of gevallen waarvan het college toch graag het advies van de gemeenteraad inwint. Dat kan natuurlijk altijd.
8
Aanvullend op bovenstaande lijst wil de gemeenteraad in de volgende gevallen participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht stellen (zonder dat er sprake is van adviesrecht en de uitgebreide procedure van toepassing wordt verklaard): Functiewijziging van percelen (gebruik en/of opstallen) binnen en buiten de bebouwde kom Ontwikkelingen in het buitengebied voor zover niet van ondergeschikte betekenis en inherent aan het toegestane gebruik.
9
Hoofdstuk4- Inwerkingtredingen evaluatie Datum inwerkingtredingOmgevingswet De datum van inwerkingtreding van de lijst van gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is en participatie verplicht is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zoals bedoeld in artikel 16.15 a lid b onder 1 resp. artikel 16.55 lid 7 Ow is gelijk aan de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Evaluatielijst van gevallen Met het vaststellen van het definitieve omgevingsplan ontstaat de noodzaak om de lijst van gevallen te evaluerenen, indien nodig, te actualiseren. Ook nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat aanpassingen nodig zijn. In principe zal tweejaar na de inwerkingtreding van de lijst een evaluatie plaatsvinden. De raad zal hierbij betrokken worden. Indien er aanleiding bestaat om te actualiseren zal de gemeenteraad hierover moeten besluiten.
Ondertekening Aldusvastgesteld doordegemeenteraad vanEijsden-Margraten in zijn vergadering van 12december 2023
10
Bijlage 1 - Begrippen buitenplanse omgevingsplanactiviteit: activiteit, inhoudende: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of b. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan; omgevingsplanactiviteit: activiteit, inhoudende: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan, b. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of c. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan; functiewijziging: het planologisch wijzigen van functies aan locaties.
ll
Bijlage 2:
GemeenteEijsden-Margraten Handreiking participatie
Versie 25-10-2023
in het kader van de Omgevingswet
Handreikingparticipatie in het kadervan de Omgevingswet Ik heb een plan! Waar begin ik en hoe betrekik anderendaarbij? Stel: je hebt een plan. Je wilt bijvoorbeeld een nieuwegarage bij je huis plaatsen, een festival organiseren of aan de slag met een speelterrein in de wijk. Of misschien heb je beroepsmatig een groter plan, zoals het bouwen van een appartementencomplex met zorgfunctie. Werk je aan zo ’n plan en heb je een vergunning nodig? Weetdan dat de gemeenteEijsden-Margraten het belangrijk vindt dat de omgeving goed en op tijd betrokken wordt bij dit plan. Dit wordt ook wel participatie genoemd. Deze handreiking geeftje tips hoe je als initiatiefnemer de omgeving kunt betrekken. De gemeenteEijsden-Margraten werkt bij haar eigen plannen ook met deze handreiking. Waarom vindenwe het gesprekmet de omgevingbelangrijk? Je buren horen graag van jou overje plannen Mensen die iets gaan merken van je plan vinden het over het algemeen prettig als je hen zelf informeert over het plan en vraagt hoe het voor hen is. Buren stellen het op prijs om van jou als initiatiefnemer over het plan te horen en het niet in de krant of op de gemeentelijkewebsite te hoeven lezen op het moment dat de vergunningaanvraag wordt gepubliceerd. Jij bent als initiatiefnemer verantwoordelijk voor het gesprek met de omgeving. Wie precies de buren zijn, is niet in algemene zin te zeggen.
Het gaat erom dat je je best doet om de mensen en organisaties die een mogelijk belang hebben bij je plan te betrekken. Anderenkunnenmeedenken metje plan Als je in gesprek gaat over je plan, kom je erachter wat je omgeving ervan vindt. En welkebelangen, kansen en zorgen er zijn. Misschien kun je op basis hiervan je plan nog aanpassen. Hierdoor wordt je plan beter en heb je minder kans op klachten of bezwaren achteraf. Dat is voor iedereenprettig: je buren voelen zich gehoord en jij kunt verder. De gemeentewil eenzorgvuldig besluitnemen Voor de gemeenteEijsden-Margraten is het belangrijk om zo goed mogelijk inzicht te krijgen in de verschillende belangen die bij jouw plan spelen. Hierdoor kunnen wij een goede afweging maken en zorgvuldig en sneller besluiten over je plan. Is het gesprekmet de omgevingaltijd verplicht als ik eenplan heb? Participatie is in een aantal gevallen verplicht. De gemeenteraad heeft die gevallen benoemd en aldus vastgesteld in gemeentelijkbeleid. Veelal betreft het gevallen waarvoor een afwijking van het omgevingsplan nodig is (zogenaamde opa-procedures). Kom je bij de gemeentemet een plan waarbij participatie verplicht is? Dan wijzen wij je hierop. Echter, in de gemeenteEijsden-Margraten wordt het betrekken van buren en/of partijen die belang hebben bij jouw plan altijd gestimuleerden geadviseerd, ook als dat niet verplicht is.
De praktijk wijst namelijk uit dat dit leidt tot betere plannen en minder klachten en bezwaar. Als de gemeentemoet afwegen of ze meewerktaan jouw plan kan participatie een rol spelen. Letop: Goede participatie helpt maar is geen garantie voor het krijgen van een vergunning. Hoe organiseerik het gesprekmet de omgeving? Hieronder beschrijven we hoe je in een paar stappen het gesprek met de omgeving kunt organiseren. Er wordt door de gemeentegezorgd voor een “gereedschapskist participatie ” waar je voorbeelden vindt die je als initiatiefnemer op weg helpen om participatie goed vorm te kunnen geven. Deze
1
gereedschapskist is in iedergeval te vinden op de gemeentelijkewebsite. Sommige onderdelen zijn wellicht ook op papier te verstrekken.
De inhoud van de gereedschapskist: - Tips voor een aanpak
in verschillende situaties
- Do ’s en don'ts - De participatieladder met een duidelijkeuitleg en voorbeelden van hoe deze toegepast kan worden - Voorbeeldbrieven - Een lijst met digitale opties die bruikbaar zijn - Voorbeelden van goed verlopen trajecten - ter inspiratie - De gegevens van de kernoverleggen - En wat er verder nog handig is, zoals bijvoorbeeld
een ‘invulverslag’.
Binnen de afdeling Fysieke Leefomgeving, onderdeel WTH+, van de gemeenteis er de mogelijkheid voor mensen om met hun vragen over hoe ze het gesprek met de omgeving kunnen aanpakken te bespreken. Het gesprek aangaan over jouw plan kun je doen op de manier die jou het beste lijkt. De vragen in het tekstblok 'Gesprek goed gevoerd? in deze handreiking kun je als checklist gebruiken. Wat is een handige volgorde?
1. Breng in beeldwie er ietsgaat merkenvan je plan Bij ieder plan is het belangrijk om voor jezelfna te gaan: wie gaat hier iets van merken en wie heb ik nodig om het te realiseren? Bouw je een nieuwegarage? Dan kan dat effecthebben op jouw aangrenzende buren. Denk aan geluid tijdens de bouw of aan schaduw in hun tuin. In andere gevallen, bijvoorbeeld als je je bedrijf wil gaan uitbreiden, gaan meermensen iets merken van je plan, zoals de nabijgelegen bedrijven of de gebruikers van een gebied. Zorg dan dat alle eigenaren en/of gebruikers in de omgeving kunnen deelnemen aan het gesprek. Hoe groter de impact van je plan, hoe groter de kring direct betrokkenen. Daarnaast kunnen er nog belanghebbenden zijn die indirect betrokken zijn, zoals bewonersverenigingen, ondernemers, een milieugroep of een maatschappelijke organisatie. 2. Bedenkwaaroverbelanghebbendenkunnenmeedenken Voordat het gesprek plaatsvindt is het goed om te bepalen welkerol deelnemershebben. Ga je een oprit vervangen, dan kan het voldoende zijn om dit alleen te laten weten aan je buren. Wil je een buurtfeestorganiseren, dan is het handig om je buren meete laten beslissen over waar, wanneer en hoe. Participatie kan dus verschillende vormen hebben: Mensen laten weten datje een plan hebt; Mensen laten meedenken over je plan;
2
Mensen laten meewerkenaan jouw plan; Mensen laten meebeslissen over jouw plan. Door vooraf aan te geven welkerol belanghebbenden hebben en welkeruimteer in je plan zit om meete denken of te werken, schep je duidelijkheidvoor zowel jezelfals voor anderen. 3. Nodig de belanghebbendenuit Je bent als initiatiefnemer verantwoordelijk voor het organiseren van het gesprek. Afhankelijk van de impact die je plan heeftop de omgeving, nodig je belanghebbenden tenminste twee weken voordat de bespreking plaatsvindt uit. Informeer als eerstede direct omwonenden en zorg dat zij informatie van jou als initiatiefnemer uit de eerstehand krijgen. Ga vervolgens in gesprek met alle belanghebbenden. Het kan zijn dat er meerdereoverlegmomenten nodig zijn, afhankelijk van de omvang en impact van je plan. 4. Voer het gesprek,maak het makkelijk en duidelijk Overleg het liefst met belanghebbenden op de locatie waar het plan straks komt. Werk ook met beelden. Het is makkelijkermeedoen als je weethoe het eruitziet en op welkeplek het komt. Leg aan de hand van de beelden uit wat je ideeën zijn. Geefook aan waar je al rekening mee hebt gehouden als het gaat om je omgeving. De deelnemerskrijgen vervolgens de kans om hierop te reageren. Probeer tijdens de gesprekken belangen, bezwaren, zorgen of ideeën boven tafel te krijgen. Achterhaal ook wat betrokkenen samen belangrijk vinden.
Geef aan of je wel of niet iets met de opmerkingen kan doen en waarom. Vaak ligt bijvoorbeeld het budget al vast, zijn er al eerderebesluiten genomen, of is er simpelweg regelgeving waar je rekening mee moet houden. Vraag vervolgens aan de deelnemersof ze wel of niet tevreden zijn metjouw reactie. Maak ook goede afspraken over het vervolg. Blijf communiceren tijdens het proces. Doe dat open, eerlijken transparant. Niet alleen voorafgaand aan de vergunningaanvraag, maar ook tijdens de uitvoering van je plan. 5. Maak eenverslagvan elkgesprek Het is belangrijk om als initiatiefnemer een verslag te maken. Vermeld daarin in elk geval: ■ ■ ■ *
■
waar en wanneer het gesprek heeft plaatsgevonden; wie je daarvoor hebt uitgenodigd; wie er aanwezig waren als eigenaar/gebruiker van welk object; wie zich hebben afgemeld; een samenvatting van watje als initiatiefnemer hebt gezegd, wat door de deelnemersis ingebracht en wat de uiteindelijkeuitkomst was van het gesprek. Geefdaarbij een inschatting of er sprake is van groot draagvlak, beperkt draagvlak of geen draagvlak voor je plan; afspraken die je hebt gemaakt.
6.
Stuur het verslagnaar de deelnemers van het gesprek Als je je plan naar aanleiding van het gesprek wilt bijstellen, geefdan duidelijk aan wat de wijzigingen zijn ten opzichte van het oorspronkelijke plan. Als je ervoor kiest om het plan niet bij te stellen, beschrijf dan waarom je daarvoor kiest. Stuurhet verslag naar alle deelnemers.
7.
Dien je vergunningaanvraagin met het gespreksverslag Als het gesprek met belanghebbenden goed is afgerond, is het tijd om een aanvraag voor een omgevingsvergunning in te dienen. Voeg bij je aanvraag de gespreksverslagen en een samenvatting ervan toe. Samen met de overige gegevens heeftde gemeentedit verslag nodig om te komen tot een weloverwogen besluit. De omgevingsvergunning vraag je aan via het DSO. Dat is het digitale loket waar je omgevingsvergunningen bij de gemeentekunt aanvragen. Bij het indienen van de aanvraag via het DSO wordt ook gevraagd of er participatie heeft plaatsgevonden en bestaat de mogelijkheid om verslagen en dergelijkebij te voegen. Hoe beoordeeltde gemeentehet gesprekmet de omgeving? Wanneer je een omgevingsvergunning aanvraagt weegtde gemeenteook de participatie mee, rekening houdend met de omvang van je initiatief. De gemeentekijkt naar wie je betrokken hebt, hoe je hen betrokken hebt en watje gedaan hebt met de resultaten van het gesprek. De gemeenteneemt een beslissing op je aanvraag en weegtdaarin, naast participatie, allerlei zaken af. Als je het gesprek hebt gevoerd en je kan dat aan de gemeentelaten zien, dan kan je dat helpen bij het krijgen van een vergunning. Goede participatie helpt maar is geen garantie voor het krijgen van een vergunning. Ook blijven de officiële inspraakprocedures en de mogelijkheid voor bezwaar en beroep gewoon bestaan.
Maar, zoals al eerderaangegeven, door het voeren van een goed gesprek met je omgeving, kun je je plan beter maken en is er meerkans op draagvlak. Adviesnodig? Zekerbij grote initiatieven is het verstandig om vroegtijdig contact op te nemen met de gemeente. Vragen over participatie en het betrekken van de omgeving kunnen dan besproken worden. Maar ook bij kleinere initiatieven kan de gemeenteje helpen. Uiteindelijk gaat het erom datje als initiatiefnemer, belanghebbenden en gemeentegoed met elkaar in gesprek blijft en elkaar goed uitlegtwaarom bepaalde keuzesgemaakt worden. Zo kunnen we blijven samenwerken en samen zoeken naar de beste oplossing voor de gemeenschappen in EijsdenMargraten. Raadpleeg daarom onze website www.eiisden-marqraten.nl
voor meerinformatie hierover.
Succes met de ontwikkelingvan je plan! Gesprek goed gevoerd? Het gesprek met deomgeving is eenonderdeel vanderuimtelijkeprocedure vandegemeente Eijsden-Margraten. In debesluitvorming kijkt degemeente ofhetgesprek goed is gevoerd.Om dit te beoordelen, kunje devolgende vragenals leidraad gebruiken:
1. Vormdendedeelnemers aanhetgesprek eengoede afspiegeling vanallebelanghebbenden vanje plan? 2. Hoehebben mindermondige/bescheiden belanghebbenden huninbreng geleverd?
4
3.
Koniedereen in vrijheidzijn mening geven? 4. Hoeis ergeluisterd naarelkaar? 5. Wat heb je als initiatiefnemer met dewensenenideeën vandedeelnemers gedaan en waarom?
6. Hoebenje omgegaan met afwijkende standpunten enzorgenvanbelanghebbenden? 7. Hoehebje alleverschillende belangen afgewogen? 8. Is hetvoorallebetrokkenen duidelijk waaropzij wel engeeninvloed hebben enwaarom? 9. Zijn allebetrokkenen tijdigenduidelijk geïnformeerd? 10 . Hoewaarderen debelanghebbenden deuitkomstenhetprocesvanhetgesprek?
5