20231212 12d Nota van zienswijze (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Geanonimiseerde Nota van Zienswijzen
Nota van zienswijzen Ontwerp Woonzorgvisie Eijsden-Margraten 2024-2030 De ontwerp Woonzorgvisie Eijsden-Margraten 2024-2030 heeft vanaf 26 september tot en met 6 november 2023 zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn een 4-tal afzonderlijke reacties/zienswijzen over het ontwerp ontvangen, van: 1. een inwoner van de kern Margraten 2. het Platform Zorgvragers Eijsden-Margraten 3. de Adviesraad Sociaal Domein 4. de vier gezamenlijke woningcorporaties . 1. Reactie van een inwoner uit Margraten. Inhoud zienswijze: Samengevat is door een inwoner van Margraten de navolgende reactie ingebracht: Kan de gemeente stimuleren dat 60 plussers een energie neutrale, levensloopbestendige woning kunnen bouwen gekoppeld aan hun bestaande woning, zodat zij langer thuis kunnen blijven wonen, hun kinderen hierdoor een woning verkrijgen gelet op deze schaarse markt en dat de ouderen verzekerd zijn van een mantelzorger in de directe omgeving? Deze mogelijkheid wordt weliswaar geboden, maar dan moet sprake zijn van een aantoonbare zorgvraag en (ruimtelijke) regelgeving werkt nu vaak niet mee om deze woningen te realiseren. Reactie op zienswijze: De mogelijkheid om langer ‘thuis’ (zelfstandig) te kunnen blijven wonen is de rode draad van de woonzorgvisie, gelet op de afbouw van intramurale zorg en de stijgende zorgvraag vanwege de toenemende vergrijzing.
Het realiseren van meer woonzorggeschikte woningen is één van de maatregelen die gemeenten hiervoor kunnen inzetten. Via de woonzorgvisie wordt een reëel beeld van deze opgave inzichtelijk gemaakt. Kortom de ingebrachte zienswijze past volledig binnen de uitgangspunten van de visie, waardoor de voorliggende visie hierop ook niet hoeft worden aangepast. Echter de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan deze opgave en de eventueel hieraan te stellen voorwaarden/richtlijnen, betreft uitvoering geven aan de woonzorgvisie. Dat maakt onderdeel uit van het in 2024 samen te stellen uitvoeringsprogramma Woonzorgvisie Eijsden-Margraten 20242030. Conclusie n.a.v. zienswijze inwoner Margraten Een constructief voorstel dat past binnen de uitgangspunten van de voorgestelde woonzorgvisie. M.a.w. de visie hoeft hiervoor inhoudelijk niet aangepast te worden, omdat de visie dit voorstel niet uitsluit. Om uitvoering te kunnen geven aan de woonzorgvisie, wordt begin 2024 gestart met het samenstellen van een uitvoeringsprogramma. Vormen van woonzorghuisvesting maakt onderdeel hiervan uit, waarbij de hierop van toepassing zijnde wet- en regelgeving in acht moet worden genomen. Behandeld door Bijlage(n) Documentnr.
: L.C.M.M. van den Boorn : Geen : Ons kenmerk
: Z/20/114050-656628
2. Reacties van Platform Zorgvragers Eijsden-Margraten Inhoud zienswijzen: Samengevat zijn door het Platform de navolgende reacties ingebracht 2.1 Er worden belangrijke actiepunten benoemd, zoals bijvoorbeeld het oppakken van de acute problematiek van de wachtlijsten. Hoe dit soort punten zullen worden opgepakt blijft echter onduidelijk. 2.2 Onduidelijk blijft wat de gemeenten eerst en laatst aan de zorgaanbieders gaan vragen en welk budget beschikbaar zal zijn voor o.a. het bevorderen van de bouw van nultredenwoningen (is het overigens niet effectiever om meteen levensloopbestendig te bouwen) 2.3 Een belangrijke rol wordt toegekend aan de veerkrachtige samenleving in de gemeente. We vragen ons af of de gemeente wel ziet hoe zeer al een beroep wordt gedaan op die veerkracht. In de visie wordt niet duidelijk gemaakt hoe de “potentiële burgerkracht” (nog meer) zal worden ingezet, 2.4 Hoe wordt de inzet van de “bestaande woningvoorraad en gebouwen” ingezet voor de woonzorgopgave? 2.5 De mogelijkheid dat ouderen een plek geschikt maken om er met meerdere huishoudens te gaan wonen, wordt niet genoemd, alsmede de ondersteunende rol die de gemeente daarbij heeft.
2.6 Verzocht wordt dat de gemeente bij de planning van de uitvoering goed contact houdt met de doelgroepen waar het om gaat en dat de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen zullen helpen om de woonzorgsituatie in de gemeente meer in overeenstemming te brengen met de woonzorgbehoefte. Reactie op zienswijzen: 2.1 Er worden belangrijke actiepunten benoemd, zoals bijvoorbeeld het oppakken van de acute problematiek van de wachtlijsten. Hoe dit soort punten zullen worden opgepakt blijft echter onduidelijk In de visie worden een aantal mogelijke actiepunten benoemd om te komen dat de feitelijke woonzorgsituatie zoveel mogelijk in overeenstemming komt met de daadwerkelijke woonzorgbehoefte. Via een in 2024 samen te stellen uitvoeringsprogramma, waarvoor de woonzorgvisie de basis vormt en waarbij alle partijen worden betrokken die ook aan de samenstelling van deze woonzorgvisie hebben meegewerkt, waaronder het Platform Zorgvragers Eijsden-Margraten, wordt gestreefd naar een zo goed mogelijke invulling van deze actiepunten binnen de aanwezige mogelijkheden hiervoor. 2.2 Onduidelijk blijft wat de gemeenten eerst en laatst aan de zorgaanbieders gaan vragen en welk budget beschikbaar zal zijn voor o.a.
het bevorderen van de bouw van nultredenwoningen (is het overigens niet effectiever om meteen levensloopbestendig te bouwen.) Hierop wordt meer zicht verkregen bij het samenstellen van het uitvoeringsprogramma, omdat de zorgaanbieders, als belanghebbenden partij, ook bij de samenstelling van dit programma worden betrokken. De realisatie van woonzorgwoningen en de nultredenwoningen, die ook onderdeel zijn van onze integrale woningbouwopgave, maken onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma. Als deze opgave concreet inzichtelijk is en hiervoor gemeentelijke budget nodig is, dan zal de gemeenteraad een concrete voorstel hieromtrent tegemoet zien. Kortom ook dit actiepunt maakt onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma. 2.3 Een belangrijke rol wordt toegekend aan de veerkrachtige samenleving in de gemeente. We vragen ons af of de gemeente wel ziet hoe zeer al een beroep wordt gedaan op die veerkracht. In de visie wordt niet duidelijk gemaakt hoe de “potentiële burgerkracht” (nog meer) zal worden ingezet, In de visie wordt het belang van een veerkrachtige samenleving (nogmaals) onderstreept. Wij zijn bekend (en trots) met het beroep dat momenteel op deze veerkracht wordt gedaan binnen onze gemeente, zoals o.a. de vrijwillige mantelzorg.
Met behulp van alle betrokken partijen is het doel om via het uitvoeringsprogramma inzichtelijker te krijgen hoe deze veerkracht nog verbeterd kan worden waar nodig en op welke wijze de gemeente haar bijdragen hieraan kan leveren.
2.4 Hoe wordt de inzet van de “bestaande woningvoorraad en gebouwen” ingezet voor de woonzorgopgave? Ook dat is onderdeel en uitwerking van het uitvoeringsprogramma. Herbestemming en/of herstructurering van het bestaand vastgoed is immers één van de uitgangspunten van de door de gemeenteraad op 23 april 2019 vastgestelde Lokale woonvisie “Samen bouwen aan de toekomst 2019-2025”. Op onder meer de realisatie van levensloopbestendige woningen en voor ouderen- en woonzorggeschikte huisvesting, wordt reeds aangestuurd bij de realisatie van nieuwe planvoorraad. 2.5 De mogelijkheid dat ouderen een plek geschikt maken om er met meerdere huishoudens te gaan wonen, wordt niet genoemd, alsmede de ondersteunende rol die de gemeente daarbij heeft. Ook al wordt een dergelijke woonvorm niet concreet in de visie genoemd, dat betekent zeker niet dat deze woonvorm hiermee (door de visie) uitgesloten wordt. Voor een reactie op deze zienswijze kan verwezen worden naar de reacties op de zienswijzen 2.2 en 2.4. In onze voornoemde en vigerende lokale woonvisie wordt de mogelijkheid voor dit soort woonvormen immers benoemd.
2.6 We zouden graag zien, dat de gemeente bij de planning van de uitvoering goed contact houdt met de doelgroepen waar het om gaat en dat de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen zullen helpen om de woonzorgsituatie in de gemeente meer in overeenstemming te brengen met de woonzorgbehoefte Zoals in de reactie op zienswijze 2.1 wordt aangegeven, zullen alle in onze gemeente actieve woonzorg gerelateerde partijen bij de samenstelling en uitvoering van het uitvoeringsprogramma worden betrokken, met als doel dat via uitvoering geven aan de visie de woonzorgsituatie in onze gemeente zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met de woonzorgbehoefte, met inachtneming van de bestaande middelen hiervoor. Conclusie n.a.v. zienswijzen Platform Zorgvragers Eijsden-Margraten Ook hier is sprake van constructieve ingebrachte aandachtspunten t.a.v. de voorliggende ontwerp woonzorgvisie. Desalniettemin leiden deze niet tot inhoudelijke aanpassingen van de voorgestelde visie, omdat alle reacties betrekking hebben op de uitvoering hiervan. Met inachtneming van geldende wet- en regelgeving en aanwezige mogelijkheden hiervoor, wordt bij de samenstelling van het uitvoeringsprogramma, waarbij Platform Zorgvragers Eijsden-Margraten nauw betrokken wordt, rekening gehouden met deze aandachtspunten. Het Platform heeft hiervoor inmiddels een uitnodiging tegemoet gezien. 3.
Reacties van de Adviesraad Sociaal Domein Eijsden-Margraten Inhoud zienswijzen: Samengevat zijn door de Adviesraad de navolgende reacties ingebracht: De Adviesraad spreekt haar dank uit voor haar betrokkenheid bij de samenstelling van deze woonzorgvisie en wijst er op dat deze constructieve vorm van participatie met alle betrokken partijen, moet bijdrage aan een breed gedragen uitvoeringsplan. Bij de samenstelling van dit uitvoeringsplan vraagt de Adviesraad niet alleen aandacht voor het thema ‘woonzorg’ maar ook voor andere woonzorg gerelateerde thema´ s zoals voorzieningen en andere zorg, zodat een integraal uitvoeringsplan ontstaat. De Adviesraad verwijst hierbij naar haar reactie over het ontwerp “Beleidsplan Regionale Maatschappelijk Ondersteun 2023-2026”, dat door de gemeenteraad in het voorjaar 2023 is vastgesteld. Bij het samenstellen van het uitvoeringsplan vraagt de adviesraad om ruimdenkendheid, passend binnen de wet- en regelgeving, als het gaat om bijvoorbeeld tiny houses, woning- en, kavelsplitsingen, faciliteren bij aan- en verbouwen en pré-mantelzorgwoningen, herbestemming van volumineuze gebouwen en woonvormen bestemd voor meerdere doelgroepen (ondersteuning, doorstroming).
Reactie op zienswijzen: Zoals in de eerdere reacties op de ingebrachte zienswijzen is aangegeven, zullen wij alle in onze gemeente actieve woonzorg gerelateerde partijen, waaronder ook de Adviesraad Sociaal Domein Eijsden-Margraten, betrekken bij de samenstelling van het uitvoeringsprogramma/-plan van de
voorliggende woonzorgvisie, nadat de gemeenteraad deze visie heeft vastgesteld. Een breed gedragen uitvoeringsplan is immers noodzakelijk om resultaten te kunnen bereiken. Waar mogelijk zal hierbij rekening worden gehouden met en afgestemd worden op overige zorgthema’s, zodat een integraal uitvoeringsprogramma/-plan ontstaat. De voorgestelde fysieke maatregelen zoals door de Adviesraad worden aangegeven, hebben hierbij (reeds) onze aandacht, omdat hiermee ook uitvoering wordt gegeven aan onze gemeentelijke woonvisie “Samen bouwen aan de toekomst 2019-2025”. Conclusie n.a.v. zienswijzen Adviesraad Sociaal Domein Eijsden-Margraten: Hier is eveneens sprake van constructieve ingebrachte aandachtspunten n.a.v. de voorliggende ontwerp woonzorgvisie. Zoals door de Adviesraad Sociaal Domein Eijsden-Margraten wordt aangegeven, hebben deze louter betrekking op het samenstellen van het uitvoeringsprogramma/-plan en niet op de inhoud van de voorliggende visie. Met inachtneming van geldende wet- en regelgeving en aanwezige mogelijkheden hiervoor, wordt bij de samenstelling van het uitvoeringsprogramma, waarbij de Adviesraad nauw betrokken wordt, rekening gehouden met deze aandachtspunten. De adviesraad heeft hiervoor inmiddels een uitnodiging tegemoet gezien.
4. Reacties van de woningcorporaties Maasvallei, Servatius, Woonpunt en Vanhier Wonen Uit de zienswijzen van de vier genoemde woningcorporaties blijkt met name dat zij graag enige inhoudelijke uitleg hebben over enkele onderdelen van de woonzorgvisie, Vanuit oogpunt van leesbaarheid wordt de gemeentelijke reactie direct onder de geformuleerde zienswijze weergegeven. De ingebrachte zienswijzen staan onderstaand puntsgewijs (4.1 t/m 4.13) geformuleerd Inhoud zienswijzen: 4.1 Voor wat het samenstellingsproces van de ontwerpvisie betreft, hadden de corporaties nauwer betrokken willen zijn. Voor het gereed komen van de ontwerpvisie hadden zij graag de gelegenheid gehad om met elkaar in een divers gezelschap (samen met zorgpartijen) het gesprek hierover te voeren. Dit willen ons dit meegeven als aandachtspunt voor het vervolg (het uitvoeringsprogramma) en eventuele vergelijkbare toekomstige trajecten. Reactie op zienswijze De betrokkenheid van de woningcorporaties, net als overige partijen, wordt zeer gewaardeerd. Daarover mag geen misverstand bestaan.
Op basis van alle ingewonnen input van alle betrokken partijen in relatie tot de geprognotiseerde woonzorgopgave en afgezet tegen de bestaande vastgoedvoorraad en hierbij tevens rekening houdende met het huidige en toekomstige (verwachte) (woon)zorgbeleid, zijn wij van oordeel dat wij heel reëel beeld hebben van onze woonzorgopgave voor de komende jaren en dit op een zeer verantwoorde wijze hebben vertaald in een gemeentelijke woonzorgvisie, zoals dat in het ontwerp voorligt. Dit laat onverlet dat wij het verzoek om met alle partijen in gesprek te blijven onderstrepen en ook gaan nakomen, zodat de woonvisie uitgewerkt kan worden in een breed gedragen uitvoeringsprogramma/-plan. Hiervoor hebben alle belanghebbende partners, waaronder de woningcorporaties, reeds een uitnodiging ontvangen, zodat in gezamenlijkheid over de samenstelling van dit programma van gedachten wordt gewisseld. 4.2 In het gehele document komen de termen “beschermd wonen en “verzorgd wonen” geregeld terug. Kunt u een definitie geven wat hiermee bedoeld wordt? Reactie op zienswijze In bijlage 2 van de ontwerpvisie staan deze termen aangegeven.
4.3 Wat wordt op pagina 11 van het ontwerp bedoeld met inzetten op potentiële burgerkracht? Reactie op zienswijze Vanuit het perspectief leefomgeving en leefomgeving als sociaal gebeuren, wordt hiermee onder andere de hechte gemeenschapsstructuur in de kernen van onze gemeenten (o.a. rijk verenigingsleven) bedoeld. Het potentieel hieraan willen wij benutten bij de woonzorg-uitdagingen waarvoor we staan. Mantelzorg is hiervan een goed voorbeeld..
4.4 In de visie wordt het perspectief van de wijk/buurt gemist. We willen voorzien in een individuele behoefte van woningzoekenden met een woon-zorgvraag en dat deze mensen kunnen doorstromen of in-/uitstromen in de wijk. Echter plaatsen wij dit altijd in het perspectief van de buurt vanwege dragers en vragers vanuit het principe van veerkracht. Wij zouden dit graag meer benadrukt zien. Reactie op zienswijze Op pagina 11, onderdeel ‘perspectief Leefomgeving’, wordt in de eerste paragraaf het perspectief wijk en buurt als één van de speerpunten van onze ambities benoemd. Bij de uitwerking van ons uitvoeringsprogramma zal daarom zeker rekening worden gehouden met de woonzorgopgave (doelgroep) in relatie tot de directe omgeving (kern/buurt). Op dat gebied streven wij hetzelfde na. 4.5 Aandacht wordt gevraagd om geclusterde woonzorgvormen niet te eenzijdig op louter zorgvragers af te stemmen vanwege hun kwetsbaarheid, mits duidelijke afspraken met gemeente en zorgorganisaties zijn gemaakt en de zorg- en begeleiding gegarandeerd is. Vandaar dat de corporaties een goede balans/mix qua bewonerssamenstelling nastreven . Op die manier kunnen bewoners voor een deel zelf anticiperen op hun eigen zorgbehoefte en bevorderen we zelfredzaamheid en samenredzaamheid.
Reactie op zienswijze Wij kunnen ons volledig in dit oordeel vinden en de woonzorgzoneringsaanpak zal tijdens de uitvoeringsfase zeker aandacht krijgen. De voorliggende ontwerpvisie sluit deze woonvormen zeker niet uit. Dat geldt ook voor het bieden van zorg voor wooncomplexen. Bij het samenstellen van het uitvoeringsprogramma wordt gekeken hoe de visie van de corporaties gekoppeld kan worden aan de visie van de zorgaanbieders (bijv. generiek voor alle complexen of maatwerkaanpak per complex op basis van afspraken). Ook dit wordt door de ontwerpvisie noch beperkt noch uitgesloten en biedt hiervoor alle uitvoeringsruimte. 4.6 Hoe moeten wij de opgave die wordt beschreven en het uitvoeringprogramma dat hieraan gekoppeld is, plaatsen in het licht van de Limburgse Woondeal? We lezen op pagina 7 dat er vanuit deze woondeal in E-M behoefte is aan 242 nultredenwoningen. Vervolgens wordt de opmerking gemaakt dat deze opgave geen onderdeel is van de kwantitatieve opgave woningbouw 2023-2030. Later wordt op basis van de woonzorganalyse gesproken over een behoefte vanuit woonzorgvragers die wordt ingevuld via beschermd en verzorgd wonen van totaal 252 woningen. Reactie op zienswijze Wat betreft de Limburgse Woondeal waren ten tijde van het opstellen van de ontwerp Woonzorgvisie nog geen concrete cijfers c.q. opgaven beschikbaar op gemeenteniveau.
Daarom is een inschatting gemaakt wat het aandeel van de gemeente zou kunnen zijn op basis van een verdeling van de provinciale opgave. Dit heeft geleidt tot het aantal van 242 nultredenwoningen. Nultreden wil over de zorggeschiktheid hiervan weinig zeggen. De opgave van 252 woonzorgeenheden is wel gebaseerd op onze geprognotiseerde woonzorgopgave voor de periode 2023-2030. Voor dit aandeel kan vooralsnog geen ‘verrekening’ plaatsvinden met de opgave van 242 nultredenwoningen. Deze opgave vloeit voort uit de doorstromingsagenda van het Rijk (meer woningen voor ouderen leidt tot doorstroming binnen de bestaande woningvoorraad en biedt kansen voor jongeren) en zegt dus niets over de geprognotiseerde woonzorgbehoefte binnen onze gemeente. Bij de uitvoering van onze integrale woningbouwopgave zal de woonzorgopgave i.r.t. de opgave van nultredenwoningen met betrokken partijen worden gemonitord en afgestemd om mogelijk overaanbod of mismatch te voorkomen. 4.7 Verwijzende naar de tabel op pagina 7 is er nog een opgave qua intramurale capaciteit (45), die kan niet ingevuld worden met intramurale voorzieningen. Deze zien we wel nog terug in de totale opgave tot 2030 (laatste kolom).
Wat is hiervoor de verklaring? Reactie op zienswijze Dat is te verklaren doordat dit tekort niet intramuraal kan worden ingevuld, waardoor het tekort aan capaciteit alleen weggewerkt kan worden door dit aantal extramuraal te realiseren.
4.8 Samengevat betekent dit dat we een totale opgave hebben van ca. 500 zorg- en nultredenwoningen. Dit aantal is vele male hoger dan het aantal waarover wordt gesproken in het eerder uitgevoerde en in 2022 afgeronde woningmarktonderzoek. Daar wordt een aantal van totaal 130 woningen genoemd (waarvan het merendeel zorgwoningen) in het huursegment tot 2030. Kunt u dit nader toelichten? Reactie op zienswijze Op hoofdlijnen zijn drie oorzaken voor de verschillen te benoemen: ▪ ▪
▪
De opgave nultredenwoningen uit de Limburgse Woondeal (242 woningen) is nieuw en was ten tijde van de afronding van het woningmarktonderzoek (medio 2022) niet bekend. In het woningmarktonderzoek (2022) is aangegeven dat er geen nulmeting was uitgevoerd; deze heeft wel plaatsgevonden in het kader van de analyse voor de woonzorgvisie en dit leidt per saldo tot een tekort en een bijkomende opgave van 134 geclusterde woningen (inclusief het intramuraal tekort) Daarnaast bleek de door de woningcorporaties aangeleverde BAT- scores voor de woonzorgvisie lager te zijn dan de scores die zijn aangeleverd voor het woningmarktonderzoek. Het effect hiervan is meegenomen in de opgavebepaling.
4.9 Als we kijken naar de doelgroepen die genoemd worden in het stuk, gaat het voornamelijk over de doelgroep senioren (ouderen) met een zorgvraag. In paragraaf 2.2.2. wordt ook over andere doelgroepen gesproken. De opgave voor de overige doelgroepen met een woon-zorgvraag is beperkt in uw gemeente. Echter zien wij nergens de doelgroep uitstroom GGZ terugkomen. Wordt hiermee (deels) de doelgroep ‘beschermd wonen’ bedoeld? Indien dit het geval is, zijn er ook woningzoekenden die vanuit instellingen uitstromen naar een reguliere woning in de wijk (beschermd wonen zonder verblijf). Kunt u dit nader toelichten? Reactie op zienswijze Dit is absoluut een punt voor nadere afstemming bij het samenstellen van het uitvoeringsprogramma. Indien echter de doelgroep Ernstige Psychiatrische Aandoeningen (EPA) wordt bedoeld en met name de uitstroom daarvan, dan is hiervoor momenteel geen huisvestingsopgave in de gemeente EijsdenMargraten. Voor deze doelgroep zijn 4 FACT-teams in de gemeente Maastricht aanwezig, die de inwoners met een begeleidingsbehoefte begeleidt. Voor het overige gaan wij ervan uit dat inwoners die uitbehandeld zijn in de GGZ gewone woningzoekers zijn (indien dit aan de orde is).
4.10 Op enig moment wordt daarna het volgende citaat gebruikt “de huisvestingsopgave voor BW/MO op gemeenteniveau is niet helder aangezien op regioniveau nog wordt gewerkt aan de realisatie van een huisvestingsplan en “omdat het aantal plaatsen per productsoort schuivende panelen zijn en omdat de beschikbare capaciteit afhankelijk van de vraag wordt ingezet naar productsoort”. Hoe lastig het ook blijkt, wij zouden graag meer inzicht hebben in wat dit betekent voor de aantallen in uw gemeente. Zodat we hier rekening mee kunnen houden in de woningbegroting die jaarlijks samen met u wordt opgemaakt. Reactie op zienswijze Hierop wil de gemeente ook meer inzicht in krijgen, om zodoende hierover goede afspraken te kunnen maken. Vandaar dat hiervoor gewacht wordt op de resultaten van de regionale ontwikkeling zoals dit beschreven staat in de ontwerp woonzorgvisie. 4.11 In een aantal regiogemeenten is het Housing loket operationeel, hiermee wordt de uitstroom vanuit GGZ en MO ondersteund en wordt aan de woonvraag ook passende ondersteuning en begeleiding gekoppeld. Hiermee maken we duurzame bewoning op de langere termijn mogelijk. De woningcorporaties pleiten ervoor om Housing op Zuid-Limburgse schaal te organiseren.
Dit betekent dat met het oog op een goede spreiding van bijzondere doelgroepen over de regiogemeenten, wij u in dat verband willen verzoeken om uw medewerking te verlenen aan het operationeel krijgen van het Housing loket in uw gemeente
Reactie op zienswijze De noodzaak voor de inrichting van een Housing Loket in onze gemeente komt zeker aan de orde als dit onderwerp met alle betrokken partijen onder de aandacht wordt gebracht bij het samenstellen van het uitvoeringsprogramma. 4.12 ´ Wij hebben moeite met de opmerking op pagina 9: “Aandachtspunt bij de housing opgave is de noodzaak van een oplossing van de exclusiecriteria die worden gehanteerd door zorgaanbieders en woningcorporaties waardoor de inclusiedoelstellingen op de helling komen te staan”. Vooropgesteld dat wij als woningcorporaties samen met zorgorganisaties en u als gemeente aan de lat staan voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen, zijn deze zogenaamde exclusie criteria niet bedoeld als drempel, maar als voorwaarde zodat woningzoekende met een achtergrond uit GGZ/MO op een duurzame manier kunnen uitstromen naar een sociale huurwoning. Reactie op zienswijze Wij begrijpen dat dit gevoelig ligt en precies om de redenen die u noemt dienen wij in het uitvoeringsprogramma, wellicht vanuit een regionale aanpak, te kijken of hier nog stappen gemaakt kunnen worden. 4.13 In principe zijn wij niet tegen de verpleegzorg in de wijk die door VPT en MPT wordt ingevuld. Wij snappen ook dat dit een antwoord van de zorgorganisaties is op de huidige ontwikkelingen (tekort aan mensen, toenemende zorgvraag, verregaande afbouw van WLZ indicaties).
Echter vragen wij ons net als u af of dit op termijn een duurzame en structurele oplossing is. Graag gaan wij met u als gemeente en de zorgorganisaties hierover in gesprek wat dit betekent voor het woningaanbod dat hierbij past. Waardoor verpleegzorg achter de voordeur mogelijk is. Daarbij houden we wel rekening met onze eerdere opmerking over de balans in wooncomplexen en wijken. Reactie op zienswijze Dit is inderdaad één van de elementen waarin onderbouwd keuzes gemaakt moeten gaan worden de komende tijd en dit tezamen met de zorgaanbieders dit bespreken bij het samenstellen van het uitvoeringsprogramma. Conclusie n.a.v. zienswijzen woningcorporaties: Naast constructieve aandachtspunten gaan de zienswijzen van de corporaties veelal in op de inhoud om meer duidelijkheid te krijgen op de voorliggende ontwerpvisie. Veel opmerkingen en vragen over het ontwerp kunnen direct beantwoord worden, maar ook pas beantwoord kunnen worden bij de samenstelling van het uitvoeringsprogramma, omdat hier ook partijen aan deelnemen die mede verantwoordelijk zijn voor deze specifieke opgaves of acties. De uitgebreide zienswijzen hebben er niet toe geleid dat de raad voorgesteld moet worden om de voorliggende ontwerpvisie op onderdelen aan te passen of te herzien.
Zoals meermaals is aangegeven zullen alle belanghebbende partijen nauw betrokken worden bij het samenstellen van de uitvoeringsprogramma, zodat een breed gedragen uitvoering aan de visie gegeven kan worden.