20231212 09 RB OZB verordening
Tekst van het document
gemeente
eijsden-margr aten Aan de gemeenteraad
RAADSVOORSTEL
Verordening opde heffing zaakbelastingen 2024
en invordering van onroerende
KORTE SAMENVATTING
In de programmabegroting 2024-2027 is rekening gehouden met een wijziging van de opbrengsten van verordening opde heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2024. Om het voorstel daadwerkelijk te kunnendoorvoeren dient de verordening te worden aangepast. Thans treft u hiervoor een voorstel tot wijziging van de belastingverordening aan.
TOELICHTING AANLEIDING
In de programmabegroting 2024-2027 worden voorstellen gedaan betreffende de aanpassing van de verordeningen. De tarieven van de afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn reeds door uw raad vastgesteld. Thans zijn de gegevens van de hertaxaties bekend en kunnende tarieven van de onroerende zaakbelastingen worden vastgesteld. MOTIVERING
In de programmabegroting 2024 - 2027 is rekening gehouden met een wijziging van de opbrengst van de onroerende zaakbelastingen 2024. Om dit daadwerkelijk te kunnendoorvoeren dient de verordening te worden aangepast. Thans treft u tot wijziging van de belastingverordening dit voorstel aan.
Verordening onroerende zaakbelastingen 2024 Doorde raad is in het bestuursakkoord bepaald dat de Onroerende zaakbelastingen niet hoger dan het inflatiepercentage mag stijgen. In de vastgestelde programmabegroting 2024- 2027 is rekening gehouden met een stijging van 3,1%. Voorde bepaling van het tarief voor2024 dient rekening te worden gehouden met de uitkomstenvan de permanente marktanalyses die door de BsGWzijn uitgevoerd. Woningen Voorde onroerende zaakbelasting 2024 is de waarde van de woning van 1 januari2023 van belang. Om deze te kunnenbepalen voert de BsGW een permanente marktanalyse uit. Hieruit blijkt dat de marktontwikkeling uitkomtopeen stijging van gemiddeld 2,6%
gemeente
Eijsden-Margraten
Niet-woninqen Uit de permanente marktanalyse is gebleken gestegen met gemiddeld 6,13%.
dat de waarde van de niet woningen per 1-1-2023 is
Ten aanzien van het tarief voorniet-woningen heeft onscollege gekeken - mede naar aanleiding van de inputvan de fracties bij de begroting 2024-2027 - naar een mogelijke extra verhoging van het eigenaren- en gebruikers tarief van niet-woningen. Dit omdat het eigenaar en gebruikerstarief van nietwoningen van onze gemeente onder het landelijk gemiddelde ligt. Op dit moment vinden wij een extra verhoging van het niet-woningen tarief nog te vroeg. Met name omdat bij een verhoging van de tarieven van niet-woningen verenigingen en bedrijven dan extra worden belasten dit terwijl deze doelgroep nog de naweeën ondervindt van de corona-en energiecrisis. Wel willen we dit volgend jaar meenemen bij de kerntaken discussie, waarbij we in totaliteit onze uitgaven en inkomstenzullen bekijken. Op basis van de genoemde
waardestijging
en daling komen we tot het volgende tariefsvoorstel.
Onroerende zaakbelastingen (OZB)
Tarief 2023
Tarief 2024
Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen
0,1095% 0,1752% 0,1505%
0,1113% 0,1701% 0,1461%
RELATIE MET BESTAAND BELEID EN STRATEGISCHE VISIE / INTEGRALITEIT
De verordening is conformhet bestuursakkoord en de begroting 2024-2027 opgesteld. PROCES VAN BURGERPARTICIPATIE
nvt FINANCIËLE ASPECTEN
De opbrengsten van de OZB zijn reeds in de vastgestelde UITVOERING EN EVALUATIE
4 december 2023 dialoog vergadering 12 december 2023 raadsvergadering
Het college van Eijsden-Margraten De Gemeentesecretaris,
De voorzitter,
Drs. M.A.G. Gerits
Mr. A.P. Krijnen
gemeente
Eijsden-Margraten
programmabegroting verwerkt.
*
^l^geme gemeente
eijsden-margraten eijsc
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente gelezen gelet
Eijsden-Margraten
het voorstel van burgemeester
opde behandeling
en wethouders;
in de Dialoogvergadering
Samenleving;
BESLUIT
Vaststellen van de onderstaande verordening voorhet jaar 2024 voorde gemeente Margraten: De verordening opde heffing
en invordering van Onroerende zaakbelastingen 2024 (bijlage 1)
Aldus besloten in de openbare vergadering
gemeente
Eijsden-Margraten
Eijsden-
van 12 december
2023.
BIJLAGE 1
VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN ONROERENDE ZAAKBELASTINGEN EIJSDEN-WIARGRATEN 2024
Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen* worden voorbinnende gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a) een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijkrecht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b) een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a) gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen opde gebruiker; b) het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voorvolgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen opdegene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3.
Voorde eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij opdat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 2 Voorwerpvan de belasting 1. Voorwerpvan de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 3. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die opgrond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voordie onroerende zaak die in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die -dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikels Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de opde voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voorhet kalenderjaar bedoeld in artikel 1. 2. Als vooreen onroerende zaak geen waarde is vastgesteld opde voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 4 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voorzover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a) voorde land- of bosbouwbedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond,daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voorde kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b) glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voorde kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c) onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voorde openbare eredienst of voorhet houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d) éénof meer onroerende zaken die deel uitmaken van een opde voet van de Natuurschoonwet1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het
1
Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e) natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoonten doel stellen, beheerd worden; f) openbare land- en waterwegen en banen vooropenbaarvervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g) waterverdedigingsen waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h) werken die zijn bestemd voorde zuivering van riool-en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i) werktuigen die van een onroerende zaak kunnenworden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet opzichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j) onroerende zaken voorzover die bestemd zijn te worden gebruikt voorde publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voorhet geven van
onderwijs; k) straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voorhet belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen; l) plantsoenen,parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn ofwaarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m) begraafplaatsen, urnentuinenen crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. 2. De vrijstelling voorde in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voorde eigenarenbelasting geldt niet voorzover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 3. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voorde gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 5 Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a) de gebruikersbelasting 0,1461% b) de eigenarenbelasting 1. vooronroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1113% 2. vooronroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,1701% 2. Belastingbedragen van minder dan €5,00 worden niet geheven. 3. Voorde toepassing van het vorige lid worden de opéénaanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als éénbelastingbedrag. Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege
van aanslag geheven.
Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeteen aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt opde laatste dag van de maand volgend opde maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de opéénaanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar éénaanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incassokunnenworden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand
2
van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incassovan de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing opde in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening opde heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen Eijsden - Margraten 2023” vastgesteld bij raadsbesluit van 13 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voordie datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening onroerende zaakbelastingen Eijsden - Margraten 2024”.
3