20231123 Spuitzones Vierder actualisatie
Tekst van het document
Daarbij is uitgegaan van het rapport Plant Research International uit Wageningen. Dit rapport is intussen achterhaald door gewijzigde inzichten. De Afdeling accepteert althans geen algemeen rapport meer, maar alleen specifiek op de locatie toegesneden rapportages. Voor algemene regels ter zake van afmetingen en materiaal betrekking hebbend op afscheidingen, is daardoor geen plaats meer. Deze beleidsregel is intussen ingetrokken. 10.2. Notitie spuitcirkels – opnemen spuitvrijezone In april 2019 is nog een notitie opgesteld die door het college niet als beleidsregel is vastgesteld. De notitie gaat met name in op de vraag of via een paraplubestemmingsplan de spuitzoneproblematiek robuust kan worden geregeld. Gelet hierop, het feit dat de Omgevingswet eraan komt en het rechtskarakter van de notitie (geen beleidsregel), komt hier verder geen betekenis aan toe. 11. Omgevingsplan Op dit moment is de inwerkingtreding van de Omgevingswet voorzien op 1 januari 2024. Bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het opstellen van het omgevingsplan, is dan de ‘goede ruimtelijke’ ordening niet meer leidend. Toetsingscriterium wordt dan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Het gezondheidsaspect, waar het bij de spuitzoneproblematiek om draait, speelt onder de Omgevingswet weliswaar een prominentere rol, maar dit zal er naar verwachting niet toe leiden dat de spuitzoneregels zullen veranderen. Die zijn nu al streng. 12. Conclusie De Afdeling hanteert strakke spuitzoneregels. Niettemin zijn er wat “ontsnappingsmogelijkheden”. Die worden hierna kort beschreven. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een aantal dat welhaast zeker door de Afdeling goed wordt bevonden, en een aantal waarvan dat veel minder zeker is. 20
12.1. (Bijna) zekerheden In een aantal situaties kunnen de spuitzoneregels waarschijnlijk op rechtmatige wijze worden omzeild. Meetpunt De omvang van de spuitzone moet worden vastgesteld vanaf de grens van het plan waarvoor de afwijkingsomgevingsvergunning wordt verleend of het bestemmingsplan herzien. In de praktijk omvat het aangevraagde plan vaak onderdelen waar geen planologische wijziging plaatsvindt. Bijvoorbeeld de tuin van de woning die in strijd met het bestemmingsplan wordt gesplitst. Als de aanvraag enkel ziet op het deel van de locatie waarvoor de afwijking of herziening wordt gevraagd, kan dat (behoorlijk) schelen voor de afstand tot het agrarisch perceel. Aanwezige bouwwerken De aanwezigheid van bouwwerken (gebouwen of muren) kan het blootstellingsgevaar aanzienlijk verminderen of zelfs helemaal uitsluiten. Dit is afhankelijk van de ligging en omvang van het bouwwerk. Zo kan een 10 meter hoog gebouw tussen de aangevraagde locatie en het agrarisch perceel voorkomen dat de gebruikers aan drift worden blootgesteld. Het is wel raadzaam een dergelijke stelling te onderbouwen met een lso. 12.2. Onzekerheden Dan zijn er nog situaties die, ofschoon moeilijk uit te leggen aan de leek, naar huidige rechtspraak waarschijnlijk geen genade vinden in de ogen van de Afdeling.
Niettemin kan het bestuur van mening zijn dat er belangen zijn die rechtvaardigen dat het risico van een vernietigd besluit wordt genomen. Minder intensief gebruik Zo kunnen zich situatie voordoen waarbij het huidige gebruik evident in strijd is met de spuitzoneregels. Toch mag dit gebruik worden voortgezet omdat geen strijd bestaat met het bestemmingsplan. Geen goede ruimtelijke ordening dus maar er valt niets aan te doen. Een afwijking of herziening van het bestemmingsplan op dit onderdeel kan een verbetering inhouden van die goede ruimtelijke ordening. Niet omdat daardoor de spuitzone kleiner wordt, maar omdat de desbetreffende locatie minder intensief wordt gebruikt (in theorie). Denk aan een wijziging van wonen naar bed and breakfast. Of de wijziging van bedrijfsbestemming/bedrijfswoning naar wonen. De Afdeling zou in dat geval kunnen worden gevraagd37 terughoudender de toets aan de goede ruimtelijke ordening uit te voeren omdat als dat wel gebeurt en het besluit wordt vernietigd, de goede ruimtelijke ordening niet wordt verbeterd. Het op zich zelf goede vertrekpunt dat een nieuwe situatie aan de (nieuwe) spuitzoneregels moet worden getoetst, leidt aldus niet altijd tot een verbetering van die goede ruimtelijke ordening. Kans op inschakeling rechter gering Bedacht moet worden dat de rechter niet op eigen initiatief nagaat of wordt voldaan aan de spuitzoneregels.
Eerst zal hij moeten worden geactiveerd doordat iemand beroep instelt. En dan moeten de spuitzoneregels ook nog eens expliciet 37 Ook dit is een argument voor het pleidooi bij de Afdeling. Het is niet bedoeld om ten grondslag
te leggen aan het besluit.
21
ter discussie worden gesteld. Dat gebeurt niet vaak. Meestal komen partijen eruit of de aanvrager durft uiteindelijk het risico van een vernietigd besluit niet aan. Daarbij komt dat een besluit ook kan worden ingetrokken (het liefst in overleg met de aanvrager) als beroep wordt ingesteld en zonneklaar is dat het beroep succesvol zal zijn. 12.3. Wat moet het bestuur nu? Gebleken is dat de spuitzoneproblematiek wordt beheerst door vaste jurisprudentie die niettemin hier en daar wat ruimte laat. Invulling van die ruimte is soms risicovol (zie paragraaf 12.2.) en soms is het risico aanvaardbaar (zie paragraaf 12.1). Die kwalificaties zijn ingegeven door een juridische benadering. Die is niet altijd hetzelfde als de bestuurlijke benadering. Zo kunnen er bestuurlijke redenen zijn bepaalde risico’s voor lief te nemen, wetende dat een bepaald besluit het waarschijnlijk niet zal redden bij de rechter (als het zo ver komt). Anders gezegd, de onzekerheden genoemd in paragraaf 12.2. hoeven bestuurlijk geen beletsel te zijn voor het nemen van een voor de aanvrager positief besluit, als daarbij maar het besef bestaat van het te lopen risico. Nog concreter, als het bestuur dat wil kunnen voor de aanvrager positieve besluiten worden genomen met in acht name van hetgeen in paragraaf 12.2. is vermeld. De (bijna) zekerheden genoemd in paragraaf 12.1.
worden niet beschouwd als een belemmering voor een positief besluit. 13. Interne afhandeling aanvragen De in dit memo beschreven problematiek is niet steeds eenvoudig toe te passen bij het opstellen van besluiten. Daarom hieronder een zogenoemd stroomschema in de vorm van vragen, dat wordt doorlopen om grip te krijgen op dit onderdeel van een aanvraag. Sluitstuk hiervan is dat in geval de spuitzoneregels aan de orde zijn, de vergunningverlener de aanvraag op dit onderdeel bespreekt met Jef Rutten en George Neelis. Op deze manier wordt de vergunningverlener de helpende hand geboden in deze complexe zaken en wordt een eenduidige lijn in de vergunningverlening gewaarborgd. Vraag 1 Is de activiteit vergunningvrij ex artikel 2 Bijlage II Bor? Ja: spuitzone speelt geen rol. Nee: ga naar vraag 2. Vraag 2 Is de aanvraag in overeenstemming met het bestemmingsplan? Ja: spuitzone speelt geen rol. Nee: ga naar vraag 3. Vraag 3 Is sprake van een gevoelige functie of een gevoelig object? Nee: spuitzone speelt geen rol. Ja: ga naar vraag 4. Vraag 4 22
Is de aanvraag voorzien van een correcte machtiging, lso of andere rechtsgeldige motivering (zie par. 5.7., 5.8. en 5.9) van de agrariër? De machtiging geeft de mogelijkheid op het perceel van degene die machtigt, een spuitverbod te vragen zodat de spuitzone vervalt. In dat geval moet tevens een kaartje worden bijgevoegd waarop is aangegeven op welk deel van de grond de machtiging ziet. Het lso moet met name worden beoordeeld op de vraag of daadwerkelijk wordt uitgegaan van de maximale invulling van het bestemmingsplan of omgevingsvergunning. Daarbij moet nauwkeurig worden vastgesteld wat die maximale invulling inhoudt. Ja: ga door met vergunningverlening. Nee: aanvraag is niet compleet. Vraag ex artikel 4:5 Awb aanvulling en geef de mogelijkheden als bedoeld in de paragrafen 8.7., 8.8. en 8.9. Vraag 5 Is de aanvraag correct gecompleteerd? Nee: aanvraag buiten behandeling laten; Ja: onderdeel spuitzone van aanvraag bespreken met Jef en George. 14. Samenvatting a. De Afdeling hanteert een aantal spuitzoneregels. Dat wil zeggen regels die gelden voor het bepalen van de afstand die in acht moet worden genomen bij het nemen van planologische besluiten over percelen die naast of kort bij agrarische percelen liggen. b.
De spuitzoneregels zijn van toepassing als: - wordt afgeweken van het bestemmingsplan of het bestemmingsplan wordt herzien, en - de afwijking of herziening plaatsvindt ten behoeve van het mogelijk maken van een zogenoemd gevoelig object of gevoelige functie. c. De regels houden in: - in beginsel geldt een afstand van 50 meter tussen het perceel met de spuitmogelijkheid en een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelig object of gevoelige functie; - van die 50 meter mag worden afgeweken als reeds voldoende voorzieningen aanwezig zijn ter voorkoming van het overslaan van drift, of dat deze nog zullen worden getroffen; - een dergelijke kortere afstand moet worden onderbouwd met een zogenoemd locatie specifiek onderzoek (lso); - bij dit alles moet in beginsel worden uitgegaan van de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt en dus niet van de feitelijke situatie. d. Eijsden-Margraten is niet de enige gemeente waarin de spuitproblematiek een rol speelt.
23
e. Het eerder gehanteerde criterium inhoudend de vraag of het aantal gehinderden niet toeneemt, is in de praktijk onuitvoerbaar en in strijd met de jurisprudentie. f. De spuitzoneregels leiden in de praktijk tot een aantal problemen: - de uitleg van de begrippen ‘gevoelig object’ en ‘gevoelige functie’ wordt bepaald door de Afdeling; - algemene onderzoeken naar de mogelijkheden om de spuitzone te verkleinen, zijn tot nu toe alle gesneuveld bij de Afdeling; - als driftbeperkende voorzieningen niet mogelijk zijn, is medewerking nodig van de betrokken agrariër om het initiatief doorgang te kunnen laten vinden; - zijn driftbeperkende voorzieningen niet mogelijk en werkt de betrokken agrariër niet mee, dan kan de aanvraag niet worden gehonoreerd. g. Een ‘gevoelig object’ in relatie tot spuitzones is een gebouw waar mensen langdurig verblijven en daardoor een grotere kans lopen op blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. h. Een ‘gevoelige functie’ in relatie tot spuitzones is een terrein waar mensen langdurig verblijven en daardoor een grotere kans lopen op blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. i.
Toepassing van de spuitzoneregels leidt niet tot problemen als: - er geen strijd is met het bestemmingsplan of afwijkingsomgevingsvergunning; - het geen gevoelig object of geen gevoelige functie betreft; - het gebouw vergunningvrij is ex artikel 2 Bijlage II Bor - er een groenwal is of andere afscheiding (inclusief bouwwerken) die het overslaan van drift voorkomt, hetgeen wordt onderbouwd door een lso; - het gevoelige object geen openingen heeft die binnen de spuitzone liggen. j. Toepassing van de spuitzoneregels kan leiden tot moeilijk uitlegbare situaties: - uitbreiding van gevoelige objecten zoals een woning, wordt niet getroffen door de spuitzoneproblematiek als de uitbreiding strijdig is met het bestemmingsplan maar vergunningvrij ex artikel 2 Bijlage II Bor; - bestaande gevoelige objecten en functies mogen niet zo maar worden vervangen door andere gevoelige objecten of functies als deze leiden tot strijd met het bestemmingsplan; - verlenging van tijdelijke omgevingsvergunningen kan worden tegengehouden doordat moet worden getoetst aan de spuitzoneregels; - alleen een deskundigenrapport wordt door de Afdeling geaccepteerd; - in beginsel geldt hetgeen maximaal planologisch mogelijk is. k.
Om initiatieven mogelijk te maken en tegelijk de spuitzoneregels in acht te nemen, zijn een aantal oplossingen denkbaar: - algemene rapporten met nieuwe inzichten op grond waarvan kortere afstanden mogen worden gehanteerd; - planologisch besluit waarbij de betrokken agrariër toestaat dat diens agrarisch perceel een spuitbeperking krijgt opgelegd; 24
- reeds aanwezige afscherming; - maatregelen aan object zelf; - voorzieningen op basis van lso; - procederen om de door de Afdeling toegepaste spuitzoneregels te wijzigen. l. Een robuuste oplossing voor de spuitproblematiek kan worden gerealiseerd door het bestemmingsplan te herzien en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, het omgevingsplan aan te passen. Planschadeclaims liggen in dat geval op de loer. m. Het juridisch risico dat “spuitzone-besluiten” aan de Afdeling worden voorgelegd, is klein maar zeker niet uitgesloten. n. Het juridisch risico dat lso’en aan de Afdeling worden voorgelegd en de eindstreep niet halen, is steeds aanwezig. o. De spuitzoneregels vaststellen als beleidsregels heeft geen toegevoegde waarde. p. De inwerkingtreding van de Omgevingswet zal waarschijnlijk niet leiden tot wijziging van de spuitzoneregels. q. Bij vaststelling van het omgevingsplan (als opvolger van het bestemmingsplan) speelt dezelfde spuitzoneproblematiek als nu. r. Interne toets van aanvragen aan de spuitzoneregels, vindt plaats door dezelfde twee personen. s. De Woningwet bevat bepalingen op grond waarvan mogelijk bestaande met de spuitzoneregels strijdige situaties bestuursrechtelijk kunnen worden aangepakt. t. De civiele rechter zal binnenkort een oordeel geven met betrekking tot de vraag of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een onrechtmatige daad oplevert.
25