20230530 06b Bijlage - IHP Eijsden-Margraten.pdf
Tekst van het document
Oost Maarland (basisschool Sint Jozef) Eijsden (postcodegebied 6245) heeft 9.595 inwoners, in Oost Maarland zijn circa 930 mensen woonachtig. Van de 4-12 jarigen uit Eijsden kiest 7% voor basisschool Sint Jozef. Dec QuickScan geeft basisschool Sint Jozef een gemiddeld score. Voor de volledige beschrijving van de scan wordt verwezen naar bijlage 2.
DMS 23020142
23
Principe 1: Samenwerking (bij voorkeur) in integrale kindcentra Basisschool Sint Jozef is gelegen is Oost Maarland. Het gebouw voorziet naast onderwijs ook in BSO ooch aont hoes. Zij huren één ruimte binnen de school. De school heeft geen vaste partner voor peuteropvang en kinderdagopvang. In Oost Maarland ligt ook een particuliere kinderdagopvang (KDV Klein Marland) en er is dus een breed aanbod voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar. De school zoekt graag de inhoudelijke verbinding met KDV Klein Marland, vanwege hun gerichtheid op educatie. Ook zoeken ze de verbinding met Eijsden (wat heeft het kind nodig?). Oost Maarland beschikt niet over een peuteropvang. Conclusie: Niet compleet. Vanwege de kleinschaligheid van de school beschikt de kern niet over het volledige aanbod voor een kindcentrum. Principe 2: En waar mogelijk in een brede (wijk)voorziening De verbondenheid met het dorp is groot. Het team van de school is grotendeels afkomstig uit het dorp en al lang aan de school verbonden is. De school doet vanzelfsprekend mee met tradities uit het dorp (bijvoorbeeld processie, communie, kerstviering met senioren van De Bron). De gemeenschap is betrokken bij (behoud van) de school. Conclusie: Voldoet. Met respect voor bestaand maatschappelijk vastgoed wordt een (actieve) verbinding gezocht met de kern.
Principe 3: Gezond en groen opgroeien Gemiddeld is 81% van het leerlingenaantal van de basisschool woonachtig in de kern, ongeveer 8% woont in de andere kernen van de gemeente (met name Gronsveld) en 11% komt uit de omliggende gemeenten (met name uit Maastricht). De populatie is divers (inclusief kinderen uit een achterstandssituatie en anderstaligen). De opname van zorgleerlingen is vanzelfsprekend. De school heeft gekozen voor een onderscheidende lesmethode met groepsdoorbrekend, projectmatig/thematisch en betekenisvol leren. Ouders worden actief betrokken. Door de kleinschaligheid is de school een veilige haven voor kinderen en het team ervaart het als haar opgave om dit te handhaven. De gymzaal bij de school is verouderd maar voldoet. De school maakt er veel gebruik van, ook voor diverse activiteiten (bijvoorbeeld dansen, knutselen). In de groene omgeving is een (te) grote speelplaats aanwezig, met veel groen en een tiny forest. De buitenruimte wordt gebruikt voor (buiten)onderwijs. Conclusie: Goed bereikbaar en onderscheidend aanbod. Principe 4: Toekomstvast met een scope van dertig jaar Basisschool Sint Jozef had op 1 oktober 2022 een leerlingenaantal van 75. Conform prognoses van Pronexus bedraagt het potentieel (over 15 jaar) circa 72 leerlingen. Hiermee blijft het leerlingenaantal op de school de komende jaren stabiel.
Het (normatief) ruimteoverschot blijft ongeveer 200 m² bvo. De school is in 1975 gerealiseerd. Afgelopen jaren zijn diverse inspanningen verricht voor het verbeteren van het schoolgebouw (zowel aan de binnen- als buitenkant). Zo is de centrale hal van het gebouw vernieuwd en voorzien van een keukenblok, voor kooklessen aan de leerlingen. Het gebouw kent beperkingen maar past bij het onderwijsconcept. De school denkt vooral in mogelijkheden die het gebouw en de buitenruimte biedt. Conclusie: Voor deze uitvoeringsperiode voldoet het gebouw. Op middellange is een aanpassing aan de duurzaamheidseisen noodzakelijk.
DMS 23020142
24
Advies De kwaliteit van het gebouw vraagt op termijn maatregelen. Intussen wordt het gebouw als goed huisvader beheerd. Tussentijdse beheersmaatregelen worden – waar mogelijk – gecombineerd met aanpassingen van het gebouw aan de eisen van de tijd (bouwbesluit/verduurzaming maatschappelijk vastgoed). Te hanteren eindtermijn gebouw: 2030
Gronsveld (basisschool Sint Martinus) Grondsveld heeft 2.950 inwoners en 186 kinderen vormen de basisgeneratie van het primair onderwijs. Bijna 73% van de kinderen kiest voor de basisschool in het gebied, 9% kiest voor andere basisscholen in de gemeente (voornamelijk in Eijsden) en 18% stroomt uit de gemeente Maastricht. De QuickScan geeft een goede score. Het gebouw dateert uit 2015 en voorziet in de ruimtelijke, functionele en technische wensen van het onderwijsconcept. Aandachtspunt betreft de ruimtebehoefte versus de beschikbare ruimtecapaciteit. Voor de volledige beschrijving van de scan wordt verwezen naar bijlage 2. Principe 1: Samenwerking (bij voorkeur) in integrale kindcentra Basisschool Sint Martinus is onderdeel van MFA Ièn de bleuj, samen met POV ’t Huepke, BSO Gronsveld, Koninklijke Schutterij Sint Sebastianus, het huiskamerproject en de parochie. MFA Ièn de bleuj beschikt niet (inpandig) over kinderdagopvang. Onderwijs en opvang werken samen en realiseren een goede doorstroom. Beide werken volgens de methode Speelplezier met een (nauwe) verbinding voor de emotionele ontwikkeling van het kind. De school heeft de ambitie om vroeg betrokken te zijn in het voortraject, om doorgaande leer- en ontwikkellijnen te bevorderen. Buiten de MFA is kinderopvang Öppendöpke in Gronsveld gevestigd.
MFA-partners werken daar inhoudelijke niet mee samen, er is wel contact / afstemming over praktische zaken. Gronsveld beschikt over een volledig aanbod voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar. Conclusie: Binnen de MFA is het aanbod niet compleet. Er is echter een compleet aanbod binnen Gronsveld. De kern beschikt over het brede aanbod voor een kindcentrum. Principe 2: En waar mogelijk in een brede (wijk)voorziening De school zoekt actief verbinding met educatieve activiteiten uit het dorp (zoals de schutterij, heemkundevereniging Grueles etc.). De vraag en verwachtingen uit het dorp zijn hoog. De school wil bewuster dan voorheen omgaan met deelname aan activiteiten. De educatieve meerwaarde is criterium voor de school. MFA Ièn de bleuj biedt – naast onderwijs en opvang – ruimte voor andere maatschappelijke voorzieningen. De schutterij heeft een eigen opslag in de kelder, de pastoor heeft een spreekkamer en er is een huiskamer in het gebouw gesitueerd. Gemeente en school maken medegebruik van de huiskamer (extra uitwijk als werk- of spreekruimte). Het sanitair wordt gedeeld. Tijdens schooldagen maakt POV ’t Huëpke (in de ochtend) gebruik van de ruimte van BSO Gronsveld. Conclusie: Voldoet. Het gebouw biedt – naast onderwijs en opvang – ruimte voor andere voorzieningen, die veelal in gedeeld gebruik worden ingezet.
DMS 23020142
25
Principe 3: Gezond en groen opgroeien De school onderscheidt zich met de methode “The leader in me”, gebaseerd op het gedachtegoed van Stephen Covey. De methode is gericht op het ontwikkelen van eigenaarschap. Het doel is niet om meer leerlingen te trekken, maar om bestaande leerlingen handvaten mee te geven. Het bewegingsonderwijs is georganiseerd in de inpandige gymzaal. Deze wordt buiten schooltijd ook aan andere verenigingen verhuurd (o.a. aan een gymnastiek- en dansclub). Het buitenterrein van de school is ingericht met een natuurtuin en tiny forest. Inwoners van Gronsveld worden betrokken bij het onderhoud. Conclusie: Goed bereikbaar en onderscheidend aanbod. Principe 4: Toekomstvast met een scope van dertig jaar Basisschool Sint Martinus had op 1 oktober 2022 een leerlingenaantal van 173. Het normatieve recht op ruimte is met 1.070 m² bvo veel kleiner dan de 1.500 m² bvo van het schooldeel. In 2038 is het verwachte leerlingenaantal 198 en daarmee neemt de overmaat af tot circa 300 m² bvo. Het gebouw dateert uit 2014 en bij de bouw is rekening gehouden met het onderwijsconcept. Momenteel worden alle ruimtelijke mogelijkheden benut en worden geen knelpunten ervaren. Conclusie: Voldoet met dien verstande dat het gebouw niet voldoet aan de toekomstige duurzaamheidseisen. Advies Kwaliteit van het gebouw voldoet.
Intussen wordt het gebouw als goed huisvader beheerd, waarbij tussentijdse beheersmaatregelen waar mogelijk steeds worden gecombineerd met aanpassingen van het gebouw aan de eisen van de tijd (bouwbesluit/verduurzaming maatschappelijk vastgoed) Te hanteren eindtermijn gebouw: 2054
Cadier en Keer (basisschool De Keerkring) Cadier en Keer heeft 3.470 inwoners, waarvan 214 kinderen de basisgeneratie van het primair onderwijs vormen. Circa 80% van de 4-12 jarigen uit de kern kiest voor de basisschool in Cadier en Keer, 18% stroomt uit naar andere gemeenten (voornamelijk naar Maastricht). De Keerkring heeft krijgt in de QuickScan een score onvoldoende. De bouwkundige kwaliteit is slecht en het gebouw sluit ruimtelijk minder goed aan bij het onderwijsprogramma. Vanwege de gebouwelijke kwaliteit krijgt deze school een hoge prioriteit voor verbetering. Voor de volledige beschrijving van de scan wordt verwezen naar bijlage 2.
Principe 1: Samenwerking (bij voorkeur) in integrale kindcentra Basisschool De Keerkring is met POV Pinokkio gehuisvest aan de Groenstraat te Cadier en Keer. De school is – voor het Heuvelland – aangewezen voor onderwijs aan kinderen uit Oekraïne (taalklassen). In het naastgelegen KinderCentrum Mergelland zijn kinderdagopvang en buitenschoolse opvang gevestigd. De kern heeft daarmee een breed aanbod voor kinderen tussen de 0 en 12 jaar. Tussen de verschillende partners is er actieve samenwerking, die vooral inhoudelijk is: er worden niet of nauwelijks ruimten gedeeld. Conclusie: Compleet aanbod in de kern beschikbaar. Kanttekening: Kinderdagopvang en buitenschoolse opvang zijn buiten de basisschool gehuisvest.
DMS 23020142
26
Principe 2: En waar mogelijk in een brede (wijk)voorziening Cadier en Keer heeft een gemeenschapshuis ’t Keerhoes, waar veel vele verenigingen5 gebruik van maken. De school vult dit aanbod aan: leegstaande ruimten worden ingezet voor verenigingen als IVN, jeugdfanfare en schaakclub. Ook organiseren wijkbewoners (plaatselijke kunstenares) activiteiten (o.a. creatieve middagen) en is in de basisschool een huiskamer voor de wijk. De school heeft naast peuteropvang geen inpandige samenwerkingspartners voor zorg of welzijn. In voorkomende gevallen werkt de school samen met de gemeenschap en met voorzieningen van het eigen schoolbestuur, de gemeente en de regio. Conclusie: Voldoet. Met respect voor bestaand maatschappelijk vastgoed wordt een (actieve) verbinding gezocht met de kern. Principe 3: Gezond en groen opgroeien Basisschool De Keerkring handelt volgens de (zelfontwikkelde) onderwijsmethode WereldOriëntatie, onderzoekend leren (3) en STaal (ook wel WO3ST). De school wil de bredere regio bedienen (bijvoorbeeld door de taallessen) maar heeft primair Cadier en Keer als voedingsgebied. Ongeveer 79% van de leerlingen is woonachtig in de eigen kern, 11% in de andere kernen van Eijsden-Margraten (met name in Bemelen) en 10% in omliggende gemeenten (met name leerlingen uit de gemeente Valkenburg aan de Geul).
Voor bewegingsonderwijs maakt de school gebruik van de gymzaal in de straat. Conclusie: Goed bereikbaar en onderscheidend aanbod. Principe 4: Toekomstvast met een scope van dertig jaar Op teldatum 1 oktober 2021 had basisschool De Keerkring 198 leerlingen. Volgens prognoses van Pronexus (mei 2022) heeft de school in 2038 een potentieel van 241 leerlingen. Het normatief ruimteoverschot blijft op lange termijn bestaan. Het schoolgebouw is in 1962 gerealiseerd en in 2000 gerenoveerd. Het is in slechte bouwkundige staat en sluit ruimtelijk-functioneel onvoldoende aan op de eisen van hedendaags onderwijs. Het gebouw is ‘statisch’ met een ouderwetse klaslokalen-structuur. Door de dragende wandenstructuur zijn aanpassingen slechts beperkt mogelijk en duur. Conclusie: Voldoet niet.
Advies Het aanbod in de kern is voldoende, goed gespreid en samenhangend gehuisvest. De dienstverlening is maatschappelijk relevant en inhoudelijk van goede kwaliteit. Het samenspel voldoet aan de vraag, alle partners zijn tevreden en willen dicht bij elkaar en met elkaar blijven samenwerken. Het schoolgebouw voldoet echter niet meer aan redelijke eisen van deze tijd in ruimtelijk, bouwkundig, functioneel en technisch opzicht. Om het gebouw te laten voldoen aan de huidige eisen zijn ingrijpende maatregelen ten aanzien van de gebouwschil, structuur en installaties nodig. Voor basisschool De Keerkring is zorgplicht aan de orde om te komen tot een kwalitatief hoogwaardig geïntegreerd aanbod. Daarbij ligt nieuwbouw voor de hand. Tevens de kans aangrijpen om – waar mogelijk en wenselijk – het aanbod aan te vullen met andere zorg- en welzijnspartners. Te hanteren eindtermijn gebouw: 2023
5
Zoals Fanfare en drumband Sint Blasius, CV de Klenderaire, Stichting Hierezietting Keer, Vereniging Tot Natuurbehoud (VTN), Zij Actief, Toneelclub de Roezekoile, Historische Kring, Gospelkoor Asempa en o.a. sport-, bewegings-, yoga-, bridge- en studieclubs.
DMS 23020142
27
Margraten (basisschool Maurice Rose) In Margraten wonen 3.865 inwoners, waarvan 306 kinderen tot de basisgeneratie behoren. Bijna 88% van deze kinderen kiest voor de Maurice Rose. Ook kiezen kinderen voor andere scholen in de gemeente (2%) of omliggende gemeenten (10%). De QuickScan geeft een relatief goede score. Aandachtspunt betreft is de ruimtebehoefte van de school in relatie tot de wens om de kindpartner inpandig en in een relatie met de school te huisvesten. Voor de volledige beschrijving van de scan wordt verwezen naar bijlage 2. Principe 1: Samenwerking (bij voorkeur) in integrale kindcentra Basisschool Maurice Rose is onderdeel van MFA De Hoven. In het gebouw zijn – naast onderwijs – POV Humpie Dumpie, BSO Margraten, een sporthal, de bibliotheek en Scouting Margraten gehuisvest. De GGD is in een naastgelegen voorziening gelegen, evenals een ander deel van de Scouting Margraten. MFA De Hoven beschikt niet (inpandig) over kinderdagopvang. KDV Bim Bam, dat recent is overgenomen door Stichting Spelenderwijs, is in de nabijheid van de MFA gelegen. Het onderwijsdeel is onderverdeeld in drie leerpleinen die de centrale plekken vormen voor een aantal groepen van onder-, midden-, of bovenbouw. De samenstelling van groepen is redelijk traditioneel ingericht, op leerjaar. Bewust wordt gekozen voor kleine groepen (circa 25 kinderen) waar dit financieel mogelijk is.
Partners werken inhoudelijk goed samen, waarbij de ruimtelijke positie van GGD en Scouting een aandachtpunt is. Kindpartner MIK & PIW Groep heeft een wachtlijst en overweegt een nieuwe vorm van buitenschoolse opvang, Naast een speellokaal worden (flexibele) werk-/spreekruimten gemist (bv. voor ambulant begeleider, en kinderen in afzondering). Nu wordt de teamkamer gebruikt of de BSOruimte, maar dat is niet geschikt. Uit de inhoudelijke samenwerking met de GGD is meer te halen. Aanpassing van het gebouw is in onderzoek met de intentie om tot een betere samenwerking te komen en om recht te doen aan ruimtevragen. Margraten beschikt verder over één (particuliere) locatie voor kinderdagopvang. Daarmee is er nauwelijks samenwerking. De kern heeft een breed aanbod voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar. Conclusie: Vrijwel compleet, met dien verstande dat kinderdagopvang buiten MFA De Hoven gehuisvest. Het is wenselijk in MFA De Hoven ruimte te voorzien voor KDV Bim Bam. Principe 2: En waar mogelijk in een brede (wijk)voorziening Het merendeel van de leerlingen van basisschool Maurice Rose is woonachtig in de eigen kern Margraten (83%). Daarnaast woont 7% in ander kernen van de gemeente Eijsden-Margraten (met name in Scheulder) en 10% in omliggende gemeenten. Vooral kinderen uit Gulpen-Wittem (7%) en Valkenburg aan de Geul (3%) kiezen voor de school in Margraten.
In MFA De Hoven is geen wijkfunctie aanwezig. De school ligt naast de voetbalvelden, grenst aan het buitengebied en is goed bereikbaar via twee woonkernen. Margraten is een hechte gemeenschap met veel verenigingen. Er is nauwe samenwerking met de parochie (ten behoeve van de communie en vormsel) en harmonie (muziek- en instrumentenles voor groep 5). Hierdoor ontstaat soms een aanvullend ruimtetekort. Conclusie: Voldoet.
DMS 23020142
28
Principe 3: Gezond en groen opgroeien MFA De Hoven biedt ruimte voor verschillende aanvullende maatschappelijke voorzieningen. De school merkt dat leerlingenzorg toeneemt op het gebied van didactiek en gedrag (bijvoorbeeld agressie). Dit kan in de toekomst tot een aanvullende ruimtevraag leiden voor overleg-, werk- of stilteplekken. Alle groepen gebruiken de inpandige sporthal voor de gymlessen. De buitenruimte wordt steeds meer ingezet voor buitenonderwijs. In de pauze kunnen leerlingen gebruik maken van het speelterrein (met kabelbaan en schommel) en extra terrein (‘vierde veld’): grasveld dat door de buurt, gemeente en school is ingericht. Hier is ook een tiny forest gerealiseerd door bovenbouwleerlingen. De school beschikt tevens over een binnentuin (patio), te gebruiken voor bijeenkomsten en bewegend leren. Ook heeft elke groep toegang tot een balkon om aldaar lekker in de buitenlucht te werken. Conclusie: Voldoet: goed bereikbaar en onderscheidend aanbod. Principe 4: Toekomstvast met een scope van dertig jaar Basisschool Maurice Rose biedt onderwijs aan 321 leerlingen. Pronexus berekent het potentieel (over 15 jaar) op 359 leerlingen. Tussentijds laten de leerlingenprognoses een piek zien tot bijna 370 leerlingen. Het huidige ervaren ruimtetekort (normatief is sprake van een passend gebouw) zal toenemen tot circa 200 m² bvo (tussentijds tot circa 250 m² bvo).
Wegens groeiende leerlingenaantallen heeft schoolbestuur kom Leren in 2021 besloten de speelzaal tijdelijk te gebruiken als onderwijsruimte. Door de aanhoudende leerlingengroei is de maximale invulling bereikt. Het schoolbestuur heeft bij de gemeente een spoedaanvraag ingediend omdat zij het gebouw niet meer toereikend achten. De school voorziet groei met een 15e en 16e groep en heeft behoefte aan een speellokaal en extra spreek/werkkamers. Ook de BSO ervaart een nijpend ruimtetekort. Conclusie: Voldoet niet. Advies Basisschool Maurice Rose is in een relatief jong en goed gebouw gehuisvest, gericht op de inhoudelijke samenwerking met de kindpartner en maatschappelijke partners. In praktische zin heeft de leerlingenontwikkeling geleid tot gebouwelijke maatregelen om voldoende (kwalitatieve) ruimte voor onderwijs te behouden. Daarbij is de gewenste samenhang onder druk komen te staan. Gezien de (stijging in) de leerlingenprognoses alsmede de inhoudelijke ambitie van de partners, is het van belang om het gebouw (inhoudelijk en ruimtelijk) aan te passen. Prioriteit ligt aan een doordacht en samenhangend programma van eisen. Te hanteren eindtermijn gebouw: 2053
Sint Geertruid (basisschool Sint Gertrudis) Sint Geertruid (postcode 6265) heeft 1.420 inwoners. Hiervan vormen 130 kinderen de basisgeneratie van het primair onderwijs. Van de 4-12 jarigen uit Eijsden kiest 71% voor basisschool Sint Gertrudis, 9% voor andere scholen in de gemeente en stroomt 19% uit naar andere gemeenten. Conform de QuickScan heeft de school een gemiddelde score. Voor de volledige beschrijving van de scan wordt verwezen naar bijlage 2.
DMS 23020142
29
Principe 1: Samenwerking (bij voorkeur) in integrale kindcentra In basisschool Sint Gertrudis is POV Oos Heukske en een huiskamer gevestigd. De inpandige ligging bevordert en vergemakkelijkt doorstroom en warme overdracht tussen opvang en onderwijs. Partners ervaren de samenwerking als goed. Ze hebben de intentie om de samenwerking inhoudelijk te verbeteren. De school heeft een jeugdbibliotheek in de helft van een lokaal. De andere helft wordt gebruikt voor het geven van groepsinstructies. Sint Geertruid beschikt niet over kinderdagopvang en buitenschoolse opvang. Voor buitenschoolse opvang maken kinderen gebruik van BSO De Den. Conclusie: Niet compleet. Gezien de kleinschaligheid van de school beschikt de kern niet over het volledige aanbod voor een kindcentrum. Principe 2: En waar mogelijk in een brede (wijk)voorziening De school zoekt de verbinding met het dorp en andere verenigingen in de omgeving. Zo bestaat een goede samenwerking met de carnavalsvereniging, fanfare, tennis-, voetbal- en dansclub. De sportverenigingen worden ook betrokken bij sportdagen. Waar mogelijk wordt aangehaakt op maatschappelijke zaken die spelen. Er is een huiskamer ingericht voor ouderen, met keuken en eigen meubilair. Op donderdag is een vaste bezetting, daarnaast één keer in de twee weken op dinsdag.
De voorziening is multifunctionele ruimte, wanneer de ruimte niet wordt gebruikt door de ouderen, maakt de school er gebruik van. Hier zijn goede contractuele afspraken over gemaakt. Conclusie: Voldoet. Met respect voor bestaand maatschappelijk vastgoed wordt een (actieve) verbinding gezocht met de kern. Principe 3: Gezond en groen opgroeien Sint Gertrudis heeft de eigen kern als belangrijkste voedingsgebied: 93% woont daar en 7% komt uit andere kernen (met name Eckelrade). De school heeft betrokken leerkrachten, een betrokken oudervereniging en is zelf nauw betrokken bij het dorp. De leerlingen zijn gegroepeerd in (grote) combinatiegroepen. Ze mogen kinderen meedenken, meedoen en meebepalen. Ingezet wordt op eigenaarschap, van zowel kinderen als leerkrachten. Er heerst een goed pedagogisch klimaat, zonder methode. Het relatief nieuwe, enthousiaste team kijkt en luistert naar de behoeften van het kind. De leerkrachten zijn gedreven om kwaliteit te leveren. De school heeft behoefte aan een stiltelokaal, dat wordt in de huidige situatie gemist. Voor het bewegingsonderwijs wordt gebruik gemaakt van de gymzaal in de straat. Een deel van de buitenruimte is ingericht met een tiny forest. Conclusie: Goed bereikbaar en onderscheidend aanbod. Principe 4: Toekomstvast met een scope van dertig jaar Basisschool Sint Gertrudis had op 1 oktober 2022 een leerlingenaantal van 99.
Conform prognoses van Pronexus bedraagt het potentieel (over 15 jaar) 101 leerlingen, het leerlingenaantal blijft stabiel. Het (normatief) ruimteoverschot is ongeveer 175 m² bvo. De school ervaart een ruimtetekort: er zijn weinig spreekruimtes. De (te kleine) kantoren zijn in gebruik door de directeur, locatieleider en intern begeleider. Een persoonlijk gesprek met een ouder voeren is lastig. Voor externe partners die (aanvullende) ondersteuning bieden aan kinderen is geen ruimte beschikbaar. De hal wordt gebruik als werkplek en de hoeskamer wordt in de ochtend gebruikt als stiltelokaal.
DMS 23020142
30
De school is oud, gerealiseerd in 1968. De afgelopen jaren zijn inspanningen verricht voor verbetering. Het gebouw kent beperkingen maar is goed ingericht voor het onderwijsconcept. Conclusie: Voor deze uitvoeringsperiode voldoet het gebouw. Op middellange is een aanpassing aan de duurzaamheidseisen noodzakelijk. Advies De kwaliteit van het gebouw voldoet. Het gebouw wordt als goed huisvader beheerd. Tussentijdse beheersmaatregelen worden – waar mogelijk – gecombineerd met aanpassingen van het gebouw aan de eisen van de tijd (bouwbesluit/verduurzaming maatschappelijk vastgoed). Te hanteren eindtermijn gebouw: 2030
Mheer (basisschool De Den) Noorbeek, Mheer en Banholt hebben samen 2.995 inwoners. Hiervan vormen ongeveer 163 kinderen de basisgeneratie van het primair onderwijs. Van de 4-12 jarigen uit de kernen kiest 81% voor basisschool De Den in Mheer, 9% voor andere scholen in de gemeente en 10% stroomt uit naar andere gemeenten. De QuickScan geeft basisschool De Den een gemiddelde score. Voor de volledige beschrijving van de scan wordt verwezen naar bijlage 2.
Principe 1: Samenwerking (bij voorkeur) in integrale kindcentra De Den is medio 2016 ontstaan uit het samengaan van basisschool St. Joseph in Mheer en St. Brigida in Noorbeek. De gelijknamige peuteropvang, buitenschoolse opvang en basisschool vormen samen een kindcentrum. Het contact tussen onderwijs en opvang is goed, maar beperkt zich tot praktische zaken. Partners ambiëren een intensivering van de inhoudelijke samenwerking. In Noorbeek, Mheer of Banholt zijn geen andere voorzieningen voor kinderopvang gevestigd. De kernen bieden een aanbod voor kinderen van 2 tot en met 12 jaar. Ook een voorziening voor bibliotheekwerk is inpandig aanwezig. Conclusie: Niet compleet. Kinderdagopvang is niet aanwezig (in de nabije omgeving). Principe 2: En waar mogelijk in een brede (wijk)voorziening De samenwerking uit het verleden met In Harmony, de jonkheid, sportclub BMR en carnavalsactiviteiten is de laatste jaren verminderd (met name veroorzaakt door COVID). Intentie is om dit op korte termijn (weer) op te pakken. Dagbesteding In Harmony was in het schoolgebouw gehuisvest en is naar een andere locatie verhuisd. De school mist daardoor de uitwisseling tussen senioren en leerlingen. Te onderzoeken is op welke manier deze kan worden hersteld. Conclusie: Voldoet niet. Behoefte aan (inhoudelijke) samenwerking met andere partners.
Principe 3: Gezond en groen opgroeien De leerlingen komen uit de hele gemeente. Ruim 92% van de leerlingen is woonachtig in de gemeente Eijsden-Margraten. De toestroom vanuit Mheer is 27%, 28% komt uit Noorbeek en vanuit Banholt komt ongeveer 35%. De overige leerlingen komen uit Gulpen-Wittem. Eén van de twee groepsruimtes van de buitenschoolse opvang wordt gedeeld met de peuteropvang.
DMS 23020142
31
De school heeft geen specifiek profiel of onderwijsconcept. Het onderwijs is tamelijk traditioneel ingericht. De school is gestart met een innovatie waarbij personeel meer autonomie krijgt. De gymzaal is direct naast de school gelegen. De buitenruimte wordt als onaantrekkelijk ervaren (veel stenen, weinig groen). De school wenst vergroening van de speelplaats, het realiseren van een tiny forest en meer mogelijkheden voor ontmoeting. Mogelijkheden voor buitenonderwijs en bewegend/spelend leren worden gemist. De groene omgeving en de nabijheid van sportvelden (voetbal en tennis) bieden kansen om dit te verbeteren. Conclusie: Voldoet niet. Principe 4: Toekomstvast met een scope van dertig jaar Op 1 oktober 2022 telde basisschool De Den 147 leerlingen. Volgens de prognoses stijgt het leerlingenaantal in schooljaar 2037-2038 tot 157 leerlingen. De school heeft momenteel een ruimteoverschot (normatief) van ongeveer 330 m² bvo. Dit kan bij de verwachte leerlingenstijging afnemen tot 270 m² bvo in 2038. Het schoolgebouw is oorspronkelijk in 1968 gerealiseerd. Het gebouw is in 2018 beperkt gerenoveerd en vernieuwd om tot een functioneel en ruimtelijk passende huisvesting te komen. De school ervaart het gebouw als prettig (open en toegankelijk). Ontmoeting wordt gestimuleerd.
De verkeerssituatie is een probleem bij het halen en brengen door gebrek aan goede circulatie en toestroom van auto’s en fietsen. Conclusie: Voldoet. Kanttekening: Aandachtspunt is de verkeerssituatie. Advies Kwaliteit van het gebouw voldoet voor nu. Het gebouw voldoet niet aan de duurzaamheidvoorwaarden voor de middellange en lange termijn. Intussen wordt het gebouw als goed huisvader beheerd, waarbij tussentijdse beheersmaatregelen waar mogelijk steeds worden gecombineerd met aanpassingen van het gebouw aan de eisen van de tijd (bouwbesluit/verduurzaming maatschappelijk vastgoed) Te hanteren eindtermijn gebouw: 2030
DMS 23020142
32
08 Uitvoeringsagenda Het huisvestingsplan voor primair onderwijs in Eijsden-Margraten is gebaseerd op een gedragen visie op onderwijs en opvang (hoofdstuk 5). De uitvoeringsagenda moet aansluiten bij de prioriteiten op basis van de ordeningsprincipes, toegepast op de kernen van de gemeente. Hierin zijn de maatregelen benoemd om tot een passende huisvesting voor onderwijs en kindvoorzieningen te komen. In dit hoofdstuk worden vier businesscases voorgesteld, voorzien van prioritering en een tijdsfasering over de komende jaren. Betrokkenen hebben in goed overleg een integrale afweging gemaakt. Gemeente, schoolbesturen en kindpartners werken samen aan integrale kindcentra in EijsdenMargraten. Het is van belang om verbinding te leggen tussen onderwijs, kind- en aanvullende (zorg)functies, in aansluiting op de behoefte en mogelijkheden op de betreffende locaties. Bij de uitwerking van de businesscases kunnen de plannen worden verdiept en verbreed. Partijen verkennen samenwerking in organisatie, vormgeving en toekomstbestendige huisvesting. De businesscases zijn een concrete opdracht aan de bouwheer en zijn ook zo geformuleerd. De gebruikte cijfers geven de actuele stand van zaken begin 2023. Als gevolg van (onvoorziene) ontwikkelingen kan het gewenst zijn dat businesscases moeten worden geactualiseerd. Dit hoofdstuk is als richtinggevend document te beschouwen, geen blauwdruk.
Bij afwijking van het eindbeeld is altijd aandacht vereist voor een integrale benadering van de planuitvoering; investeringen op de ene locatie kunnen en zullen vaak consequenties hebben voor omliggende scholen. Uitgangspunt bij de uitvoering is dat de benodigde investeringen getoetst worden aan de inhoudelijke keuzes uit voorliggend IHP en de maatschappelijke ontwikkelingen waarop deze is gebaseerd. Zo wordt een discussie primair gevoerd op inhoud in plaats van op kosten. Daartoe is het van belang dat het schoolbestuur, de gemeente en andere betrokken (kind)partners gezamenlijk blijven optrekken bij de uitwerking van de businesscases.
Businesscase A. Eijsden (basisschool Tangram, basisschool De Cramignon) Achtergrond MFA Op de Cour is ontwikkeld als een multifunctionele voorziening, voor een breed pakket aan maatschappelijke voorzieningen. In dit gebouw zijn twee basisscholen gevestigd en een (incompleet) pakket aan kinddiensten. Ook andere maatschappelijke voorzieningen als de GGD en bibliotheek hadden (in het verleden) een plek in het gebouw. Door veranderende leerlingenaantallen in Eijsden (veroorzaakt door het intensieve woningbouwprogramma in Hoefveld), kampt het gebouw met een structureel ruimtegebrek. Er zijn slechts beperkte mogelijkheden om de samenwerking tussen de scholen onderling en tussen de beide scholen en de kindpartner te verbeteren. Opdracht Draag zorg voor een toekomstvaste aanpassing van het gebouw met als doel om tot een vergaand geïntegreerd aanbod te komen. Daarbij is uitgangspunt dat de flexibiliteit tussen de beide scholen toeneemt. Ook moeten mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik door verschillende partijen in het belang van het kind worden verbeterd. Verder streven gemeente en maatschappelijke partners in een programma van eisen naar een aanvulling op middellange en lange termijn structureel met maatschappelijk relevante samenwerkingspartners , met respect voor andere voorzieningen in de kern.
Grondslag Basisschool Tangram heeft als denominatie “Algemeen bijzonder” en basisschool De Cramignon “Rooms-katholiek”. Stichting kom Leren is bevoegd gezag. Dit brede aanbod wordt gehandhaafd.
DMS 23020142
33
Locatie Uitgangspunt is de inpassing van de gewenste voorzieningen in MFA Op de Cour. Realisatietermijn 2025 Schoolbestuur, gemeente en kindpartners vinden het vinden van een lange termijn oplossing voor het integrale kindcentrum in Eijsden een hoge prioriteit. Opdracht is dat de ontwikkeling van MFA Op de Cour in Eijsden in de zomer van 2025 gereed is. De ontwikkeling van deze businesscase wordt, na besluitvorming van de gemeenteraad over voorliggend IHP, halverwege 2023 opgestart. Uitwerking Oplossing moet in ieder geval antwoord geven op de volgende vragen: •
Verbeteren flexibiliteit tussen de scholen;
•
Ruimte bieden voor doorstroming van leerlingenaantallen;
•
Verbeteren van meervoudig ruimtegebruik;
•
Ruimte maken voor betere integratie tussen kindpartner en (beide) scholen;
•
Ruimte bieden aan inpassing van aanvullende functies.
Tijdelijkheid Schoolbestuur, gemeente en kindpartners werken in de periode naar realisatie van de businesscase intensief samen om tijdelijke huisvestingsproblemen pragmatisch en efficiënt aan te pakken met steeds het oog op de definitieve oplossing.
Businesscase B. Cadier en Keer (basisschool De Keerkring) Achtergrond Basisschool De Keerkring vormt met de inpandige peuteropvang Pinokkio en naastgelegen KinderCentrum Mergelland een kindcentrum. De voorziening voorziet in een aanbod voor kinderen tussen de 0 en 13 jaar. Een deel van de kindvoorzieningen (kinderdagopvang en buitenschoolse opvang) zijn naast het schoolgebouw gevestigd, net als de gymzaal voor bewegingsonderwijs (aan de overkant van de straat). Het schoolgebouw voldoet niet aan redelijke eisen van deze tijd in ruimtelijk, bouwkundig, functioneel en technisch opzicht. Gemeentelijke zorgplicht is hier aan de orde Het is wenselijk om in deze bouwopgave ook de (fysieke) verbinding tussen de maatschappelijke voorzieningen te versterken. Opdracht Realiseer in Cadier en Keer een geïntegreerd kindcentrum, waarbij het bestaande schoolgebouw van basisschool De Keerkring wordt vervangen. Het kindcentrum bedient het huidige voedingsgebied. Grondslag Rooms-Katholieke denominatie, waarmee de huidige grondslag wordt behouden. Stichting kom Leren is bevoegd gezag. Locatie Uitgangspunt is nieuwbouw van basisschool De Keerkring nabij de bestaande gymzaal. Schoolbestuur en gemeente onderzoeken de beste manier om deze inpassing tot stand te brengen, gebaseerd op het belang van het kind, binnen de afspraken in het IHP en binnen de regelgeving in de verordening.
Doel is de kansen voor verdere integratie met KinderCentrum Mergelland te optimaliseren.
DMS 23020142
34
Realisatietermijn 2026 Realisatie van een nieuwe basisschool wordt door partners beschouwd als zorgplicht. Gemeente dient te voorzien in toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Het nieuwe schoolgebouw als onderdeel van het kindcentrum, wordt in de zomervakantie van 2026 geopend. Uitwerking Het kindcentrum biedt onderwijs, opvang en een integraal pakket aan aanvullende diensten (ten behoeve van dagarrangementen) aan de kinderen uit het voedingsgebied. In het IHP is geprognosticeerd dat de basisschool in 2038 een leerlingenpotentieel van 241 leerlingen heeft. Hiermee bedraagt de normatieve ruimtebehoefte 1.412 m² bvo. Bij de uitwerking van de businesscase dient rekening te worden gehouden met een extra ruimtebehoefte, voor andere zorg- en welzijnspartners. Tijdens de uitwerking van de businesscase moet ook de mogelijkheid van een wijkfunctie worden geconcretiseerd. Ook behoeft (verplaatsing van) de inpandige huiskamer aandacht. Bij voorkeur vindt een gebiedsontwikkeling plaats. Randvoorwaarden In het IHP worden (vanwege zorgplicht) voldoende middelen gereserveerd en gealloceerd. In 2038 bedraagt de normatieve ruimtebehoefte voor basisschool De Keerkring 1.412 m² bvo, exclusief de aanvullende ruimtebehoefte. Aanvullend moet rekening worden gehouden met inpassingskosten, zoals een beperkt hergebruik van ruimte en herindeling van het te handhaven gebouwdeel (openbare ruimten).
Bouwheer komt met een effectief en efficiënt financieel voorstel op grond van de financiële uitgangspunten (hoofdstuk 9), waarbij rekening wordt gehouden met tijdelijke huisvesting. Andere aandachtspunten bij de uitwerking van deze businesscase zijn: •
Resterende boekwaarde van de gymzaal
•
Eigendomssituatie van het pand van KinderCentrum Mergelland
•
Monumentenstatus van dit pand
Businesscase C. Margraten (basisschool Maurice Rose) Achtergrond MFA Op de Hoven is gebouwd om een compleet pakket aan kindvoorzieningen te kunnen huisvesten. In dit gebouw is basisschool Maurice Rose gevestigd en ook een (incompleet) pakket aan kinddiensten. Ook verschillende maatschappelijke partijen hebben een plek in het gebouw. Door veranderende leerlingenaantallen kampt het gebouw structureel met een gebrek aan ruimte. In het verleden zijn relevante maatschappelijke voorzieningen onder druk komen te staan. De mogelijkheden zijn beperkt om de interne samenwerking te verbeteren zonder aanpassingen aan het gebouw. Opdracht Draag zorg voor een toekomstvaste aanpassing van het gebouw met als voornaamste doel om tot een vergaand geïntegreerd aanbod te komen. Uitgangspunt is dat multifunctioneel ruimtegebruik in het belang van het kind verbetert. Daarbij is het van belang dat gemeente en maatschappelijke partners in een programma van eisen onderzoeken welke partners op middellange en lange termijn structureel een plek horen te krijgen in dit gebouw, met respect voor andere maatschappelijke voorzieningen in de kern. Daarbij is ook aandacht voor de toevoeging van flexibiliteit om ook op langere termijn voldoende capaciteit beschikbaar te hebben voor kinddiensten (kinderopvang en BSO). Grondslag Basisschool Maurice Rose heeft een “Rooms-katholiek” grondslag.
Stichting kom Leren is bevoegd gezag.
DMS 23020142
35
Locatie Uitgangspunt is de inpassing van de gewenste voorzieningen in MFA Op de Hoven. Schoolbestuur en gemeente onderzoeken de beste manier om deze inpassing tot stand te brengen om de kansen voor verdere integratie te optimaliseren. Realisatietermijn 2025 Schoolbestuur, gemeente en kindpartners zijn van mening dat een lange termijn oplossing voor het kindcentrum in Margraten hoge prioriteit heeft. Opdracht is dat de ontwikkeling van de MFA in de zomer van 2025 gereed is. De ontwikkeling van deze businesscase wordt, na besluitvorming van de gemeenteraad over voorliggend IHP, halverwege 2023 opgestart. Uitwerking Oplossing moet in ieder geval antwoord op het verbeteren van meervoudig ruimtegebruik in het belang van het kind, waarbij structureel voldoende ruimte is voor een betere integratie tussen kindpartner en school. Daarbij moet voldoende ruimte blijven voor een inpassing van aanvullende functies. Tijdelijkheid Schoolbestuur, gemeente en kindpartners werken in de periode naar realisatie van de businesscase intensief samen om tijdelijke huisvestingsproblemen pragmatisch en efficiënt aan te pakken met steeds het oog op de definitieve oplossing.
Businesscase D: Verduurzaming bestaand vastgoed Handelingskader Kom Leren en gemeente beheren en exploiteren als goed huisvader het eigen vastgoed en nemen neemt, ieder vanuit de eigen rol, medeverantwoordelijkheid voor de verbetering van bestaand vastgoed. De financiële ruimte is beperkt en om tot een effectieve aanpak van de gewenste verbeteringen te komen. Om tot evenwichtige keuzes te komen hanteren gemeente, schoolbestuur en kindpartners het volgende handelingskader: 1.
2.
3.
DMS 23020142
Als goed huisvader ... De voor onderwijshuisvesting aangewezen gebouwen voldoen gedurende de (resterende) gebruiksduur minimaal aan de wettelijke voorwaarden ten aanzien van gebruik (binnenklimaat, veiligheid en gebouwkwaliteit) en aan wettelijke eisen op vlak van energie- en materiaalverbruik. … met duurzaamheidsambitie ... Partners hebben de ambitie om door gerichte investeringen hun wettelijke aandeel in de reductie van fossiel energiegebruik voor hun rekening te nemen. Daarbij gelden de afspraken en de ambities als verwoord in de Sectorale Routekaart voor (Primair) Onderwijs alsmede de Groene Agenda Kinderopvang als leidraad. … in een transparante samenwerking ... Partners delen vanuit Total Cost of Ownership hun (onderhouds)plannen voor de korte, middellange en lange termijn en kiezen inhoudelijke en financiële samenwerking als uitgangspunt van handelen. Doel is om per school tot een efficiënte en effectieve maatregelenpakket te komen. Timing, financiering en bundeling worden in goed overleg afgestemd. Indien de wens tot bundeling van maatregelen leidt tot het voornemen van een uitstel van handelen, worden de consequenties op impact afgewogen en transparant gecommuniceerd.
36
4.
5.
… en met oog op de eindtermijn ... Voor investeringen in gebouwen hanteren partners een pragmatische aanpak, gericht op de resterende eindtermijn. Indien een (onderhouds)investering forse financiële consequenties voor een betrokkene heeft over de afgesproken eindtermijn heen, dan moet die zakelijk afgewogen kunnen worden tegen alternatieven, zoals het versnellen of juist vertragen van een voorziening voor nieuwbouw. … investeren met verstand. Partners wegen investeringen en verbeteringsmaatregelen in locaties zakelijk en in onderlinge samenhang af. •
Aanpassingen ingegeven door veranderde (wettelijke) eisen vanwege gebruik, door onderhoud of ter compensatie van energieambitie (punt 1) worden bij voorkeur gebundeld met investeringen in instandhouding.
•
Deze gebundelde investeringen moeten binnen de eindtermijn naar redelijkheid technisch en financieel afgeschreven (kunnen) worden.
•
Om gewenste aanpassingen op hun waarde te kunnen boordelen, worden ze in hun financiële impact (jaarlijkse kosten en baten) afgezet tegen de vastgelegde eindtermijn (punt 3).
•
Indien de afschrijving van een geplande investering daar aanleiding toe geeft dan wordt een verlenging van de eindtermijn overwogen (lees: langer of juist korter gebruik van de school). Dit wordt expliciet voorgelegd voor bestuurlijk besluitvorming.
Maatregelen voor verduurzaming van bestaand maatschappelijk vastgoed zijn kostbaar. Ze moeten continu goed afgewogen worden tegen andere opties. Daarbij is voor onderwijshuisvesting niet eenduidig belegd waar de formele verantwoordelijkheid ligt: schoolbesturen krijgen een bijdrage van het rijk voor instandhouding van de bestaande kwaliteit van vastgoed in hun beheer/eigendom. De gemeente krijgt middelen voor het beschikbaar stellen van onderwijshuisvesting van voldoende kwaliteit. De ontwikkeling van beide geldstromen blijven achter bij de steeds hogere kwaliteitseisen. Technische kwaliteitsverbetering in bestaande gebouwen en implementatie van duurzaamheidsmaatregelen zijn dan ook bijna per definitie thema van gesprek tussen partners. Het is vanuit Total Cost of Ownership van belang om met open boeken, samen, te zoeken naar de beste oplossing. Partners kunnen zich dan gezamenlijk en gecoördineerd inspannen om derde geldstromen beschikbaar te krijgen, bijvoorbeeld via subsidies. Opdracht Ontwikkel samen (gemeente, schoolbestuur kom Leren en andere maatschappelijke partners) een verbeterplan voor verduurzaming van de bestaande (onderwijs-) gebouwen. Daarbij wordt uitgegaan van de inventarisatie van maatregelen door kom Leren en de energieanalyse van de gemeente. Locatie De aanpak geldt voor alle schoolgebouwen, waar geen voorziening voor is afgesproken.
Daarbij wordt de prioritering in onderling overleg vastgesteld. Realisatietermijn Partijen hanteren de scoop van de uitvoeringsagenda als meetpunt voor handelen. Uitwerking Partijen stellen samen gedurende 2023 een verbeterplan op dat, uitgaande van de wettelijke taakverdeling, leidt tot een gezamenlijke aanpak. Daarbij is schoolbestuur in algemene zin als eigenaar van het gebouw verantwoordelijk voor uitvoering van de afgesproken maatregelen.
DMS 23020142
37
09 Financiële vertaling Aan de basis – de VNG-normstelling 2019, bijstelling 2022 Gemeenten nemen normbedragen voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen (en andere voorzieningen in de huisvesting) op in hun gemeentelijke verordening Voorziening Huisvesting Onderwijs. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) stelt jaarlijks modelnormbedragen vast als advies aan gemeenten. De meeste gemeenten nemen deze over in de eigen lokale verordening. Sommige gemeenten wijken daar om moverende redenen van af, bijvoorbeeld omdat de ambities hoger zijn. Ook in een integraal huisvestingsplan kan een gemeente met schoolbesturen aanvullende afspraken maken die afwijkend zijn. De huidige normbedragen (2022) voor nieuwbouw van de VNG zijn in hun basis in 2018 bepaald en gaven antwoord op de grote prijsstijgingen in de jaren daarvoor. Dit leidde toen tot een directe normverhoging met 40%. In 2021 is een extra verhoging van 9,6% doorgevoerd om recht te doen aan de aangescherpte eisen uit het bouwbesluit. Jaarlijks wordt dit basisbedrag bijgesteld. De normbedragen gaan uit van een sober en doelmatig gebouw dat aan de wettelijke minimumeisen (bouwbesluit) voldoet. Gasloos bouwen en Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) vallen sinds 2021 onder de wettelijke verplichtingen.
Aanvullende duurzaamheids- en comfortdoelstellingen als Frisse Scholen6 klasse B en A vallen niet onder de wettelijke minimum eis en zijn niet opgenomen in de normbedragen. Andere bijkomende kosten voor kwaliteit (denk aan verhoogde transparantie, flexibele wanden, tribunetrappen, etc.) zijn evenmin opgenomen in de normbedragen. De normbedragen voor nieuwbouw zijn opgebouwd uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo). Dit impliceert dat nieuwbouw voor een kleinere school in algemene zin ingewikkelder en duurder is. Het door de VNG geadviseerde normbedrag voor een basisschool7 van 200 leerlingen bedraagt € 2.735 / m² bvo, voor een school van 400 leerlingen is dit circa € 2.533 / m² bvo (normbedragen prijspeil 2022). Bouwkosten kunnen variëren door locatie en regionale invloeden. Kanttekening Momenteel zijn prijsontwikkelingen moeilijk vast te stellen, met name door de beweeglijke en onzekere prijzen voor materialen. In de praktijk is er aan veel bouwmaterialen en ook personeel een tekort. Op grond van de huidige marktsituatie is de inschatting dat de bouwkosten (bouwbesluit 2023) € 3.400 / m² bvo bedragen. De uiteindelijke kosten blijken pas tijdens het ontwerp- en bouwproces. Vanuit de wet wordt gemeente geacht om voldoende middelen beschikbaar te stellen voor realisatie van voorzieningen op grond van zorgplicht.
Het is aanvullend belangrijk om rekening te houden met een indexering van tenminste 3%. Suggestie is om in de verordening van dit bedrag uit te gaan. Bovenstaande stichtingskosten zijn inclusief btw, bijkomende kosten (honoraria, heffingen, aansluitkosten, verzekeringen, onvoorzien, etc.) en de kosten voor aanleg en inrichting van het schoolterrein. De gemeente draagt tevens het juridische eigendom van het benodigde bouwrijpe terrein (om niet) over aan het schoolbestuur. Aanvullende toeslagen ten laste van de gemeente zijn aan de orde voor verhuiskosten, paalfundering (bij VO), speellokaal (bij S(B)O) of liftinstallatie (bij (V)SO).
6
In het in 2021 aangepaste PvE Frisse Scholen geldt klasse C als minimale eis, dat overeenstemt met de bouwbesluiteisen. Op de thema’s lucht en energie heeft aanscherping plaatsgevonden. 7
De normbedragen voor speciaal basisonderwijs (SBO) bedragen circa € 2.725 / m² bvo en voor speciaal onderwijs (SO) circa € 2.614 (bij 200 leerlingen). Voor het voorgezet onderwijs is het normbedrag afhankelijk van de omvang en het aanbod van onderwijs.
DMS 23020142
38
Projecten tonen in de praktijk aan dat meerwaarde mogelijk is door bouwopgaven in een bredere context te bekijken via multifunctioneel ruimtegebruik. Een compact gebouw kan dan resulteren in een ruimere beschikbaarheid van ruimten ten opzichte van de normatieve minimum-oppervlakte. Zo kan bijvoorbeeld extra buitenruimte tijdens schooluren voor onderwijs worden ingezet en daarna als speelplek voor kinderen uit te buurt. Geadviseerd wordt om per project de kansen te onderzoeken en specifieke budgetten vast te stellen. Gemeenten ontvangen via het gemeentefonds middelen voor onderwijshuisvesting. Deze zijn niet geoormerkt voor onderwijs of huisvesting maar zijn vrij te besteden. De rijksbijdrage is gebaseerd op algemene verdeelgrondslagen en heeft geen relatie met het aantal leerlingen, het aantal scholen of de leeftijd van de gebouwen in een gemeente. Uitzondering vormen de scholen voor VO en (V)SO, waar een gemeente een bijdrage voor leerlingaantallen van buiten de gemeente ontvangt, omdat de scholen een regiofunctie hebben. De bijdrage loopt per definitie achter bij de bouwwetgeving omdat ze niet de investering maar de gemiddelde jaarlijkse lasten financiert. Tariefstelling Eijsden-Margraten Het is belangrijk om bij nieuwe voorzieningen (nieuwbouw of renovatie) de ambities op het gebied van duurzaamheid te formuleren.
In het IHP kunnen eventuele aanvullende ambities boven het wettelijke kader worden vastgelegd door passende middelen beschikbaar te stellen. De gemeente EijsdenMargraten zet voor nieuwbouw voorzieningen in op een hoger niveau dan wettelijk minimum. Nieuwbouw wordt gerealiseerd op minimaal niveau Frisse Scholen klasse B en volledig Energie Neutraal (ENG), in lijn met de Sectorale Routekaart. Onderstaande tabel geeft de aanvullende financiële investeringen weer, ook hier geldt dat de werkelijke kosten kunnen afwijken. Primair Onderwijs
Integraal Kindcentrum
Voortgezet Onderwijs
Speciaal Onderwijs
Frisse Scholen klasse B
€ 125 / m² bvo
€ 140 / m² bvo
€ 125 / m² bvo
€ 140 / m² bvo
ENG
€ 75 / m² bvo
€ 75 / m² bvo
€ 75 / m² bvo
€ 75 / m² bvo
Gemeente en schoolbesturen spreken samen het hoogste ambitieniveau af. In de uitvoeringsagenda van voorliggend IHP wordt daarom uitgegaan van het basisbedrag op basis van de huidige marktsituatie (normbudget gemiddeld € 2.875 / m² bvo ) en aanvullend Frisse Scholen Klasse B (in zijn breedte) en volledig Energie Neutraal Gebouw (BENG plus ENG): Integraal Kindcentrum A. Basisbedrag op basis van actuele marktprijzen
€ 3.400 / m² bvo
B. Stichtingskosten conform Sectorale routekaart
€ 3.615 / m² bvo
Nb.: Peildatum is 1-7-2022, inclusief btw. Bedragen zijn exclusief grond / sanering (door gemeente aanvullend beschikbaar te stellen). Een schoolbestuur mag bij nieuwbouw geen financiële bijdrage leveren aan de basiskwaliteit. Schoolbesturen kunnen, binnen de wet- en regelgeving, investeren in het toevoegen van aanvullende kwaliteit (zoals flexibiliteit, duurzaamheid in gebruik, binnenklimaat, etc.). Deze eigen bijdrage is altijd ten behoeve van extra’s bovenop de wettelijke basis en gekoppeld aan een terugverdienmodel. Dit betekent dat investeringen binnen een aanvaardbare tijd moeten worden terugverdiend. De voorwaarden daarvoor zijn verruimd. Het bedrag is door het schoolbestuur, in overleg met de gemeente, vast te stellen.
DMS 23020142
39
Uitvoeringsagenda 2023-2027 en financiële consequenties Het huisvestingsplan voorziet in planmatige aanpassingen. Deze uitvoeringsagenda (zie tabel) biedt zicht op de fysieke maatregelen in de periode tot 2027. De ruimtelijke en financiële consequenties zijn normatief benaderd in aansluiting op bestaande lokale afspraken. Expliciet wordt aangemerkt dat op onderwijsinhoudelijke gronden (zie ook strategische thema’s, hoofdstuk 5) kan worden afgeweken van het normatieve uitgangspunt. Nadere uitwerking van de voorstellen op locatieniveau (door schoolbesturen) is binnen een businesscase noodzakelijk. Schoolbesturen kunnen er voor kiezen om gelijktijdig aanvullende versterkende aanpassingen aan het gebouw te doen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid. In voorliggend IHP zijn maatregelen gedefinieerd. Dit leidt tot een verplichting voor de gemeente Eijsden-Margraten om betreffende maatregelen te nemen en te financieren. Investeringen in onderwijs vragen een beslag op schaarse middelen. De beschikbaarheid van de noodzakelijke financiële middelen kan in voorkomende gevallen (mede) bepalend zijn voor het tempo waarmee overeengekomen investeringen gerealiseerd worden. Jaartal
Businesscase
Kostenraming A
Kostenraming B
€ 3.400
€ 3.615
2025
Businesscase A. Eijsden (BS Tangram, BS De Cramignon) *
PM
PM
2025
Businesscase C. Margraten (BS Maurice Rose) *
PM
PM
2026
Businesscase B. Cadier en Keer (BS De Keerkring) 1.412 m² bvo ruimtebehoefte
€ 4,80 mln.
€ 5,10 mln.
2028
Businesscase D. Verduurzaming Onderwijsvastgoed
PM
* Eerst een Programma van Eisen op te stellen alvorens een financiële vertaling kan plaatsvinden. •
De bedragen bij de businesscases uit de tabel betreffen de onderwijsruimten (gebaseerd op normatief recht op vierkante meters vermenigvuldigd met nieuwbouwtarief uit de verordening). Investeringen in aanpalende kindvoorzieningen of gemeenschapsfuncties zijn niet meegenomen in de ramingen. De gemeente Eijsden-Margraten zal in de businesscases de investering in ruimtes voor kindpartners financieren. Daarvoor zal dan een huurcontract met een passende huurvergoeding worden afgesloten. De risico’s voor de gemeente zijn daardoor beperkt.
•
De gemeente Eijsden-Margraten hanteert voor afschrijvingen op investeringen in onderwijshuisvesting een termijn van 40 jaren. Dit is conform de afspraken in het sectorplan.
•
Bij verdere planontwikkeling verdient het de voorkeur om leerlingenaantallen en -prognoses te toetsen aan de actualiteit. In de businesscases moet dan voor elk project een geactualiseerde stichtingskostenraming worden opgesteld.
•
Voor de verduurzaming Onderwijsvastgoed is te overwegen dat partijen in een verbeterplan vastleggen welke middelen daarvoor beschikbaar zijn. Deze kunnen bijvoorbeeld in de vorm van een voorziening transparant worden gealloceerd bij zowel schoolbestuur als gemeente.
DMS 23020142
40
10 Bijlagen Bijlage 1. Informatiefundament Eijsden-Margraten (schooljaar 2022-2023) Bijlage 2. Gebouwelijke QuickScans •
Mesch
•
Tangram
•
De Cramignon
•
Sint Jozef
•
Sint Martinus
•
De Keerkring
•
Maurice Rose
•
Sint Gertrudis
•
De Den
Bijlage 3. Wettelijk kader Bijlage 4. Ateliersessie Strategische thema’s
DMS 23020142
41
Bijlage 3. Wettelijk kader Bij het vormgeven van een IHP dient rekening te worden gehouden met algemene kaders, uitgangspunten en wet- en regelgeving. Dit hoofdstuk beschrijft achtereenvolgens de maatschappelijke, gemeentelijke en wettelijke kaders. Ontwikkelingen binnen een bepaald kader worden tevens toegelicht. De onderwerpen en vraagstukken zijn in willekeurige volgorde beschreven en geven geen mate van belangrijkheid aan. Gemeentelijk beleid Gemeentelijke taken De gemeente heeft enkele wettelijke taken op het gebied van onderwijs, zoals het handhaven van de Leerplichtwet, het inzetten van leerlingenvervoer, de zorgplicht voor onderwijshuisvesting in het funderend onderwijs en het uitvoeren van onderwijsachterstandenbeleid via bijvoorbeeld Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Daarnaast moet de gemeenteraad voldoende algemeen toegankelijk openbaar onderwijs borgen. De bevoegdheden zijn beperkt, terwijl de effecten en resultaten van het onderwijs van immense invloed zijn op de manier waarop de maatschappij en lokale gemeenschap worden vormgegeven en (onderling) acteren. Relatie met sociaal domein De gemeente kreeg met de decentralisaties in het sociaal domein in 2015 een taakverruiming; WMO, Jeugdwet, Participatiewet. Het onderwijs valt formeel niet onder de gedecentraliseerde taken in het sociaal domein.
Door de Wet Passend Onderwijs worden scholen echter via de samenwerkingsverbanden verplicht hun ondersteuningsplan af te stemmen op het beleidsplan jeugdhulp, met het doel dat alle kinderen een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Soms is het ook nodig dat onderwijs, jeugdhulp en gemeente afstemmen rondom individuele ondersteuning. Het onderwijs en de lokale overheid hebben elkaar als partners nodig om invulling te kunnen geven aan hun (gezamenlijke) opgaven in het belang van kinderen. Ontwikkelingen zijn te verwachten op het gebied van kinddiensten. Opvang zal de komen jaren nadrukkelijk binnen het gemeentelijke pakket van taken en bevoegdheden terecht komen. Op welke wijze dit formeel invulling gaat krijgen is niet helder maar de intentie is dat kinderopvang vanaf 2025 voor werkenden en vanaf 2028 voor alle kinderen in ieder geval voor een significant deel van de tijd gratis wordt. Wat dit betekent voor het beschikbaar maken van ruimten in relatie tot onderwijshuisvesting is onduidelijk. Maar dat het consequenties zal hebben voor het IHP is evident. Samen werken aan duurzame samenleving Het onderwijs heeft een belangrijke functie in het creëren van kansen voor de kernen in de gemeente.
Door talenten te herkennen en te benutten én vroegtijdig zicht te krijgen op wat stimuleert, draagt onderwijs bij aan vitale participerende burgers en daarmee aan een sterke innovatieve gemeenschap. Het onderwijs moet blijven anticiperen op de veranderende behoeften in de maatschappij, van de kinderen en jongeren, van de ouders en ontwikkelingen in de omgeving. De komende jaren wordt van de gemeente als regisseur in het jeugddomein, en van de onderwijsinstellingen en andere partners eveneens inspanning gevraagd voor het vasthouden van een sterke, duurzame, inclusieve samenleving. Samenwerking biedt daarbij mogelijkheden om kinderen en jongeren kwalitatief hoogwaardige leer- en ontwikkellijnen te bieden in goede voorzieningen. Deze samenwerking vraagt een gezamenlijke visie op inhoud en vorm.
DMS 23020142
42
Wettelijk (wet- en regelgeving) Gedeelde verantwoordelijkheid Het wettelijk kader van onderwijshuisvesting kent een gedeelde verantwoordelijkheid tussen gemeenten en schoolbesturen. De gemeente heeft de zorgplicht om voldoende en adequate huisvesting beschikbaar te stellen voor het PO, (V)SO en VO. De gemeente is (ook financieel) verantwoordelijk voor nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. De verantwoordelijkheid van renovatie is in de huidige wetgeving nog niet vastgelegd, maar de verwachting is dat deze aan het gemeentelijke voorzieningenpakket van onderwijshuisvesting wordt toegevoegd. Het schoolbestuur heeft de verantwoordelijkheid de huisvesting goed te beheren en te exploiteren. Zij draagt de kosten voor de exploitatie van het gebouw (energie, water, en schoonmaak), alsmede voor klein en groot onderhoud van het gebouw en de tuin gedurende de gebruikstermijn van het gebouw. Door de gedeelde verantwoordelijkheid in onderwijshuisvesting zijn de belangen tussen schoolbesturen en gemeente soms tegengesteld. De gemeente heeft er baat bij investeringen zo laag mogelijk te houden. De keuze om investeringen in nieuwbouw uit te stellen of te verwijzen naar leegstand is soms verleidelijk, ondanks dat onderhoudskosten of energiekosten (verantwoordelijkheid schoolbestuur) daardoor juist hoger kunnen zijn.
Schoolbesturen hebben tegelijkertijd behoefte aan een gebouw dat goed te exploiteren is: passend bij de omvang van de school, modern en efficiënt, toekomstgericht, en energievriendelijk. Zij kan er baat bij hebben om onderhoud te verminderen om sneller in aanmerking te komen voor een nieuw schoolgebouw. Het juridisch eigendom, en daarmee de juridische aansprakelijkheid, ligt in beginsel bij het schoolbestuur. Daardoor mag het schoolbestuur een gedeelte van het gebouw verhuren of in medegebruik geven, mits dit medegebruik is voor uit de openbare kas bekostigd onderwijs of voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Bij verhuur dient het schoolbestuur aan het college van B&W toestemming te vragen voor het onttrekken van de onderwijsbestemming van het gebouwdeel. Omdat de gemeente het gebouw en de ondergrond bekostigt, heeft zij het economisch claimrecht als het schoolbestuur het gebouw, of een gebouwdeel niet langer gebruikt. In die situatie krijgt de gemeente ook het juridisch eigendom van het betreffende gebouw. Een gemeente of schoolbestuur kan tevens het initiatief nemen om delen van het schoolgebouw aan de onderwijsbestemming te onttrekken. In dat geval gaat voor dit gebouwdeel het eigendom over naar de gemeente.
Gemeentelijke verordening als vangnet Gemeenten zijn op grond van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), Wet op het voortgezet Onderwijs (WVO) en Wet op Expertisecentra (WEC) verplicht om een Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs te ontwikkelen en vast te stellen. Gemeenten dienen de schoolbesturen te betrekken en ‘op overeenstemming gericht overleg’ (OOGO) te voeren. In de verordening zijn op basis van gemeentelijk onderwijshuisvestingsbeleid kaders, uitgangspunten en inhoudelijke voorwaarden geregeld. Ook worden de procedures voor het aanvragen van voorzieningen in de huisvesting, toegespitst op specifieke gemeentelijke voorwaarden, vastgelegd. Voorzieningen in de huisvesting zijn:
DMS 23020142
43
•
Voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen8;
•
Herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of wanprestatie;
•
Herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen of meubilair ingeval van bijzondere omstandigheden;
•
Huur van een sportterrein voor een school voor voortgezet onderwijs voor het onderwijs in lichamelijke oefening.