CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20230530 06b Bijlage - IHP Eijsden-Margraten NW.pdf

* Raadsvergaderingen 30 mei 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Onderwijs19.074 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

IHP Primair Onderwijs EijsdenMargraten 2023-2038

Integraal Huisvestingsplan Eijsden-Margraten 7 april 2023

IHP Eijsden-Margraten 2023-2038

RO groep Wilhelminasingel 58 Postbus 3086 6202 NB Maastricht info@rogroep.nl +31 43 350 00 50 www.rogroep.nl

Inhoud 01

Inleiding

4

02

Bestaande situatie

5

03

Wettelijk kader

7

04

Duurzaamheid

9

05

Strategische thema’s

13

06

Ordeningsprincipes

17

07

Huisvestingsmaatregelen

Algemeen Mesch (basisschool Mesch) Eijsden (basisschool Tangram, basisschool De Cramignon) Oost Maarland (basisschool Sint Jozef) Gronsveld (basisschool Sint Martinus) Cadier en Keer (basisschool De Keerkring) Margraten (basisschool Maurice Rose) Sint Geertruid (basisschool Sint Gertrudis) Mheer (basisschool De Den)

19

19 19 21 23 25 26 28 29 31

08

Uitvoeringsagenda

33

09

Financiële vertaling

38

10

Bijlagen

41

DMS 23010292

Thema 1. Doorgaande leer- en ontwikkellijnen Thema 2. Vroegsignalering en preventie Thema 3. Verbinding met de gemeenschap Thema 4. Duurzaam en toekomstbestendig Thema 5. Gezondheid en bewegen

Principe 1. Samenwerking in (integrale) kindcentra Principe 2. En waar wenselijk in een brede (wijk)voorziening Principe 3. Gezond en groen opgroeien Principe 4. Toekomstvast met een scope van dertig jaar

Businesscase A. Eijsden (BS Tangram, BS De Cramignon) Businesscase B. Cadier en Keer (BS De Keerkring) Businesscase C. Margraten (BS Maurice Rose) Businesscase D: Verduurzaming bestaand vastgoed

Bijlage 1. Informatiefundament Eijsden-Margraten 41 Bijlage 2. Gebouwelijke QuickScans Bijlage 3. Wettelijk kader Bijlage 4. Ateliersessie Strategische thema’s

13 14 15 15 16

17 17 18 18

33 34 35 36

41 41 41

3

01 Inleiding Aanleiding Schoolbestuur kom Leren, kindpartner MIK & PIW Groep en de gemeente Eijsden-Margraten werken samen aan een sterk “ontwikkel”-klimaat. Ze zijn zich bewust van de continu veranderende maatschappij. Kinderopvang en basisonderwijs hebben, als voorzieningen waar de jeugd zich ontwikkelt, een belangrijke funderende rol in die maatschappij. Dit vraagt dat partners actief bezig zijn met de optimale voorbereiding van de kinderen op de maatschappij van vandaag en die van morgen. De gemeente heeft, vanuit haar wettelijke plicht, een belangrijke rol in de facilitering van het onderwijs door passende onderwijshuisvesting ter beschikking te stellen. Ten behoeve van een goede onderwijskwaliteit en een gezonde en verantwoorde bedrijfsvoering is het wenselijk dat de onderwijshuisvesting qua maat, spreiding en inrichting past bij de behoeften in de verschillende gebieden en de onderwijskundige visie van het schoolbestuur en de kindpartner voldoende ondersteunt. De uitdaging is te groeien naar een situatie waarin scholen in vorm en concept passen bij hun omgeving; op logische plekken gesitueerd, in goede toekomstbestendige gebouwen, met duurzaam perspectief op instandhouding en waar mogelijk en gewenst in samenwerking met flankerende partners in het educatieve netwerk en/of de buurt.

Leeswijzer Van april 2022 tot en met maart 2023 hebben onderwijs, kinderopvang en gemeente (hierna “partners” te noemen) in gezamenlijkheid gewerkt aan het integraal huisvestingsplan (IHP) voor de gemeente Eijsden-Margraten, geformuleerd voor de periode tot 2038. Concreet en gedetailleerd voor de komende vier jaar, met een doorkijk voor de elf daaropvolgende jaren. Het plan is tot stand gekomen onder regie van een projectgroep bestaande uit een afvaardiging van het schoolbestuur, kindpartner en de gemeente, met ondersteuning van adviesbureau RO groep. Voorliggende rapportage vormt de afsluiting van het IHP Eijsden-Margraten. Hoofdstuk 2 is een samenvatting van de huidige situatie, gebaseerd op het informatiefundament. In hoofdstuk 3 worden de wettelijke kaders en uitgangspunten beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het thema duurzaamheid nader toegelicht (inclusief aanpak). Hoofdstuk 5 geeft inzicht in een gezamenlijke, door partijen gedeelde opvatting over kwaliteit en toekomst van het onderwijs en maatschappelijke dienstverlening, beschreven in strategische thema’s. In hoofdstuk 6 zijn de ordeningsprincipes voor huisvesting benoemd, gericht op het formuleren van te nemen maatregelen in de onderwijshuisvesting. Hoofdstuk 7 schetst de benodigde huisvestingsmaatregelen van de diverse onderwijslocaties.

In hoofdstuk 8 is een uitvoeringsplan geformuleerd, waarin vier verschillende businesscases zijn uitgewerkt. Hoofdstuk 9 beschrijft de financiële vertaling van het IHP Eijsden-Margraten.

DMS 23020142

4

02 Bestaande situatie De bestaande situatie van onderwijs en opvang in de gemeente Eijsden-Margraten is gedetailleerd in beeld gebracht in een informatiefundament (bijlage 1.). Daarin zijn de demografische gegevens, ontwikkelingen en kwantitatieve gegevens gebundeld met aandacht voor leerlingenaantallen, verwachte groei en krimp, gebouwelijke kenmerken en normatieve ruimtebehoefte in relatie tot beschikbare gebouwcapaciteit. Dit hoofdstuk vat het informatiefundament samen.

Demografie De bevolking van de gemeente Eijsden-Margraten is de afgelopen 15 jaar met ongeveer 610 inwoners toegenomen tot circa 25.860 inwoners op 1 januari 2022. De verwachting is dat deze groei aanhoudt tot 26.230 inwoners in 2027 en vervolgens afneemt tot 25.680 inwoners in 2038. Ook de basisgeneratie van het primair onderwijs (aantal schoolgaande kinderen dat woonachtig is in de gemeente Eijsden-Margraten) is toegenomen. Het aantal kinderen van 4 tot 13 jaar is met 15 procent gestegen (DUO, periode 2017-2022). Voor de komende periode wordt een groei in de basisgeneratie verwacht en die is al zichtbaar in de groeiende vraag bij de kindpartners (0 tot 4-jarigen). Op dit moment hebben ongeveer 1.950 kinderen de basisschoolleeftijd.

Onderwijs Verspreid over de gemeente Eijsden-Margraten wordt op negen scholen basisonderwijs aangeboden. Gezamenlijk bieden zij op teldatum 01.10.2022 plek aan 1.809 leerlingen1. De meeste scholen vallen onder het bevoegd gezag van schoolbestuur kom Leren met als uitzondering OBS Mesch. Zij valt onder het bevoegd gezag van de gemeente. Tot het schooljaar 2015-2016 is het aantal leerlingen gedaald met 460 (circa 25 procent). Sindsdien is een kentering (groei) zichtbaar. Volgens recente prognoses van Pronexus (mei 2022) zal het leerlingenaantal de komende 15 jaren met 3 procent licht stijgen. Gevalideerde leerlingenprognoses geven – op basis van geboortes, leerlingenontwikkeling op scholen en woningbouwplannen – de beste schatting van de ontwikkeling van scholen. Weliswaar signaleert het schoolbestuur op teldatum 1 oktober 2022 een discrepantie met de eigen (korte termijn) prognoses maar op middellange termijn geven prognoses het meest betrouwbare beeld. Eijsden-Margraten kent slechts een lichte leerlingenmigratie, zowel tussen de verschillende postcodes binnen de gemeente als met omliggende gemeenten. Van de 1.809 leerlingen op de negen onderwijslocaties is 94 procent woonachtig in de gemeente Eijsden-Margraten, slechts 6 procent woont in andere gemeenten.

Met name vanuit België, de gemeenten Maastricht en Gulpen-Wittem volgen leerlingen onderwijs in de gemeente Eijsden-Margraten.

1

Op teldatum 01.10.2021 waren dit 1.746 leerlingen (63 leerlingen minder).

DMS 23020142

5

Voor het basisonderwijs in de gemeente Eijsden-Margraten geldt de van Rijkswege bepaalde opheffingsnorm van 64 leerlingen. Indien een school drie opeenvolgende jaren onder deze norm valt wordt de school opgeheven. Basisschool Mesch is de enige openbare school in de omgeving is en daarvoor bestaat een vangnetconstructie tot 50 leerlingen. Volgens de prognoses blijven de scholen (ruim) boven de opheffingsnorm.

Bewegingsonderwijs Voor het bewegingsonderwijs is de nabijheid van binnensportlocaties van belang. Het bewegingsonderwijs wordt gegeven in de gymzalen, in of nabij de scholen. De gemeente is eigenaar, Vebego is beheerder. Basisscholen Tangram, De Cramignon, Sint Jozef, Sint Martinus en Maurice Rose beschikken over een inpandige gymzaal. In MFA Op de Cour (waar basisscholen Tangram en De Cramignon onderdeel van uit maken) zijn twee gymzalen inpandig. Het bewegingsonderwijs van basisscholen Mesch, De Keerkring, Sint Gertrudis en De Den wordt in de nabijgelegen gymzaal georganiseerd. Daarnaast zijn diverse andere sportaccommodaties in Eijsden-Margraten gesitueerd: Sporthal ’t Vroendel (in Gronsveld) en Sporthal De Hoven (in Margraten).

Kinderopvang De gemeente Eijsden-Margraten heeft een breed aanbod aan kinddiensten (conform Landelijk Register Kinderopvang). In totaal zijn er 6 locaties voor peuteropvang2 (POV), 10 locaties voor kinderdagopvang (KDV) en 10 locaties voor buitenschoolse opvang (BSO), met 642 kindplaatsen . De dienstverlening wordt verzorgd door de aanbieders BSO Bengels, KdvPlus, KOM kinderopvang Margraten, mevrouw Theelen, ’t Gruemelke, ’t Kröppelke, V.O.F. Öppedöpke, MIK Kinderopvang en Stichting Spelenderwijs. Aanvullend zijn er gastouders in de gemeente. Peuteropvang (inclusief VVE-programma op vijf locaties) wordt aangeboden door Stichting Spelenderwijs voor maximaal 127 kindplaatsen en kinderdagopvang (inclusief VVE-programma op twee locaties3) wordt aangeboden door zes verschillende partners. Zij hebben gezamenlijk 196 kindplaatsen. Vijf partijen bieden buitenschoolse opvang aan (voor-, tussen- en naschoolse opvang) voor 319 kindplaatsen. Verreweg de meeste voorzieningen zijn in of in de directe nabijheid van basisscholen gesitueerd.

QuickScan Middels een QuickScan is de kwaliteit van de onderwijshuisvesting in beeld gebracht. De schoolgebouwen zijn beoordeeld en gescoord op relevante thema’s: bouwkundige staat, installaties en binnenklimaat, flexibiliteit gebouw, uitstraling en belevingswaarde, omgevingsperspectief en onderwijskundig perspectief. Ook is het oordeel van het schoolbestuur meegenomen in de beoordeling. De score (onvoldoende, matig en voldoende) geeft een indicatie voor het belang van actie. Zie bijlage 2 voor de QuickScans.

2

Peuterspeelzalen zijn per 1 januari 2018 kinderdagverblijven geworden in het L.R.K.

3

In één groep van KDV Kwik en Flup in MFA Op de Cour wordt een VVE-programma aangeboden. Bij KinderCentrum Mergelland (naast basisschool De Keerkring) wordt het personeel daartoe opgeleid.

DMS 23020142

6

03 Wettelijk kader Het wettelijk kader voor onderwijs en opvang is bepaald in een aantal wetten. De Wet Primair Onderwijs (WPO), de Wet Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC) bepalen hoe het onderwijs op hoofdlijnen geregeld moet zijn. De eisen voor een goede en verantwoorde kinderopvang staan in de Wet kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang en de regeling Wet kinderopvang. Daarnaast zijn de kaders en uitgangspunten ten aanzien van taken en verantwoordelijkheden voor onderwijshuisvesting geformaliseerd in de lokale Verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs, een gemeentelijke verplichting. Dit hoofdstuk is een samenvatting van de meest relevante wet- en regelgeving. Een meer complete beschrijving van de beïnvloedende ontwikkelingen, de betekenis voor onderwijs en opvang en de meest relevante wet – en regelgeving is geschetst in bijlage 3.

Gemeente De wet verdeelt de verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting tussen gemeente en schoolbestuur. De gemeente Eijsden-Margraten heeft de taak voldoende en adequate huisvesting beschikbaar te stellen voor het PO (en in voorkomende gevallen ook (V)SO en VO). Er is sprake van zorgplicht wanneer het volgens de criteria uit wet- en regelgeving noodzakelijk is maatregelen te nemen. De gemeente is (ook financieel) verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting meubilair en leerpakketten, herstel van constructiefouten en herstel bij schade door bijzondere omstandigheden. Alle gemeenten zijn verplicht om een Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs te hebben waarin als basis van gemeentelijk onderwijshuisvestingsbeleid is vastgelegd hoe de gemeente juridisch en procedureel vorm geeft aan haar zorgplicht. De verantwoordelijkheid voor renovatie is in de wetgeving nog niet geformaliseerd. De verwachting is dat deze vanuit overwegingen van circulariteit en dus hergebruik van materialen als nieuwe mogelijkheid zal worden toegevoegd aan het te beschikken voorzieningenpakket voor onderwijshuisvesting. Bij nieuwbouw bekostigt de gemeente gebouw en ondergrond. Het schoolbestuur treedt op als bouwheer (tenzij anders wordt overeengekomen). Na oplevering wordt het juridisch eigendom overgedragen aan het schoolbestuur.

De gemeente behoudt het economisch claimrecht. Wanneer het schoolbestuur het gebouw of een gebouwdeel niet langer gebruikt, valt het juridisch eigendom terug aan de gemeente. Bij gebouwen met meerdere functies (naast onderwijs ook kinddiensten of maatschappelijke functies, zoals in Op de Cour in Eijsden) maken schoolbesturen over bouw en exploitatie soms andere afspraken.

Schoolbestuur Het schoolbestuur heeft de verantwoordelijkheid huisvesting goed te beheren en exploiteren. Zij draagt vanuit de middelen, die ze van de overheid daarvoor krijgt, de kosten voor de exploitatie van het gebouw (energie, water en schoonmaak). Daarnaast is het schoolbestuur verantwoordelijk voor onderhoud van het gebouw en de bijbehorende gronden gedurende de gebruikstermijn van het gebouw. Verder behoren kleine aanpassingen aan het gebouw (ten behoeve van een veranderde aanpak van onderwijs) tot het takenpakket van het schoolbestuur. Het juridisch eigendom, en daarmee de juridische aansprakelijkheid, ligt in beginsel bij het schoolbestuur. Het schoolbestuur mag bij leegstand van onderwijshuisvesting een gedeelte van het gebouw verhuren of in medegebruik geven aan derden (bijvoorbeeld aan verwante kinddiensten), mits dit aan de gestelde voorwaarden voldoet en de gemeente daar toestemming voor geeft. Het schoolbestuur kan geen financiële verplichting aangaan met het gebouw als onderpand (hypotheek).

DMS 23020142

7

Het schoolbestuur is gerechtigd veranderingen in huisvesting bij de gemeente aan te vragen (in de vorm van een voorziening in de huisvesting, zoals nieuwbouw of uitbreiding) en de gemeente dient te toetsen of die aanvraag aan de voorwaarden voldoet (binnen de vastgestelde procedure). De uitvoeringsafspraken binnen een IHP kunnen door de gemeente als aanvraag worden geïnterpreteerd. Na toekenning worden nieuwbouw, uitbreidingen en aanpassingen in beginsel door het schoolbestuur als bouwheer gerealiseerd. De gemeente en het schoolbestuur kunnen dat ook anders overeenkomen.

Kindpartner Investeren in huisvesting ten behoeve van kinderopvang (kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang) valt niet onder de zorgplicht van de gemeente en valt ook buiten de gemeentelijke verordening voor onderwijshuisvesting. Organisaties voor kinderopvang worden anders gefinancierd en dienen zelf te voorzien in eigen huisvesting, bijvoorbeeld door zelf te realiseren of een marktconforme huur te betalen. De huisvesting dient minimaal te voldoen aan de richtlijnen in het bouwbesluit. De (inrichting van de) binnen- en buitenruimte moet aansluiten bij de eisen van het Besluit kwaliteit kinderopvang (veilig, toegankelijk en passend ingericht) en de (veiligheids-) eisen van de brandweer en GGD. De gemeente heeft een toezichthoudende en handhavende taak en neemt vaak een rol in de financiering van huisvesting voor kinderopvang, bijvoorbeeld bij een kindcentrum.

Financieel De gedeelde verantwoordelijkheden in huisvesting krijgen vorm in gescheiden financieringsstromen. Gemeenten ontvangen financiering via de algemene uitkering in het gemeentefonds. De middelen zijn niet geoormerkt, dat wil zeggen dat een gemeente vrij is ze ook anders te besteden. Bij zorgplicht is de gemeente overigens verplicht voldoende middelen vrij te maken. De schoolbesturen ontvangen een lumpsum bedrag voor het geven van onderwijs en een deel van deze middelen moet ingezet worden voor “materiële instandhouding”. De schoolbesturen zijn redelijk vrij in de besteding binnen het bestemmingsdoel van het budget met dien verstande dat ze geacht worden als goede huisvader te zorgen voor hun panden. Daarnaast mogen schoolbesturen in beginsel niet investeren in onderwijshuisvesting, voor zover de opgave tot de gemeentelijke taken behoort, waarbij als uitzondering geldt wanneer investeringen binnen vijf jaar terugverdiend kunnen worden. Er is wetgeving in voorbereiding die schoolbesturen meer (investerings)ruimte geeft vanuit de gedachte van Total Cost of Ownership.

DMS 23020142

8

04 Duurzaamheid Alle betrokken partners ambiëren gebouwen die voldoen aan de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot energieprestatie en duurzaamheid. Binnen het IHP wordt hier invulling aan gegeven door het zorgvuldig plannen van voorzieningen voor nieuwbouw en eventueel levensduur verlengende renovatie. Maar gevraagd is ook een bredere aanpak door te kijken naar mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering van bestaande gebouwen. Passend bij hun maatschappelijke verantwoordelijkheid willen partners in Eijsden-Margraten hierin samen optrekken, als aanvulling op de uitvoeringsagenda: openheid en transparantie via een ambitieuze, planmatige aanpak.

Relevante ontwikkelingen De maatschappelijke aandacht voor duurzaamheid is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. In de nabije toekomst hebben twee vraagstukken een grote impact op ons leven en ook op hoe gemeente, onderwijsbesturen en kindpartners met hun vastgoed omgaan. Uitputting van natuurlijke hulpbronnen Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de mens meer hulpbronnen gebruikt dan de aarde kan opbrengen. Indien de wereldbevolking op dezelfde manier zou leven als wij in Nederland leven, dan zou de aarde 3,1 keer zo groot moeten zijn om de belasting te kunnen dragen. De verwachting is dat de bevolking de komende jaren nog sterk zal groeien in omvang, waardoor de noodzaak toeneemt ons gebruik van fossiele hulpbronnen aan te passen met een direct effect op ons leven, werken en de bebouwde omgeving. De nationale overheid zet stevig in op een overstap naar een volledig circulaire economie. Enkelvoudig, destructief gebruik van materialen moet plaats maken voor andere vormen van productie en gebruik. Grotere delen van onze industriële en agrarische activiteiten zullen gaan bestaan uit onderhoud, vernieuwing of hergebruik, waardoor producten een langere levensduur krijgen. De druk op de aarde kan daardoor substantieel teruggebracht worden tot een niveau dat duurzaam en draagbaar is. De wijze waarop we leven en werken zal daardoor fundamenteel veranderen.

DMS 23020142

9

Klimaatverandering Belangrijk onderdeel van de maatschappelijke verduurzamingsagenda is het afremmen en uiteindelijk tot stilstand brengen van klimaatverandering. In het Klimaatakkoord van Parijs hebben partijen afgesproken de uitstoot van broeikasgassen drastisch te reduceren. Voor 2050 moet de uitstoot met 95% ten opzichte van het jaar 1990 zijn teruggebracht. Nederland wil tot 2030 de uitstoot met ongeveer de helft terugdringen. Er is een maatregelenpakket in ontwikkeling voor transitie naar vernieuwbare energiebronnen zoals zon, wind, water en aardwarmte. Voor de verlaging van Het energiegebruik is te verlagen door de energievraag voor maatschappelijke gebouwen te beperken. De Nederlandse overheid en haar partners maken daar in convenanten samenwerkingsafspraken over.

Investeringsagenda Maatschappelijk Vastgoed VNG, Unie van Waterschappen en het InterProvinciaal Overleg (IPO) hebben afgesproken dat al het maatschappelijk vastgoed (waaronder de schoolgebouwen in het primair onderwijs) in 2025 label A heeft en in 2040 energieneutraal is. Bij nieuwbouw en renovatie is in 2040 volledige circulariteit (inzet op herbruikbare of hergebruikte materialen) aan de orde.

Sectorale Routekaart Onderwijs PO-raad, VO-raad en VNG hebben samen een plan voor de verduurzaming van schoolgebouwen vastgesteld. Daarin beschrijven zij hun aanpak om ervoor te zorgen dat in 2050 alle scholen kwalitatief goed zijn, een gezond binnenklimaat hebben en minimaal CO2-arm en aardgasvrij zijn. De beleidsintenties zijn: •

Waar mogelijk versnelling in de cyclus van nieuwbouw tot 2,5% per jaar en een daaraan gerelateerde afschrijvingstermijn van 40 jaren;

•

Op investerings- en vervangingsmomenten zoveel mogelijk verduurzamen richting de eindnorm (ENG en Frisse Scholen) om efficiëntie en impact van maatregelen te vergroten. Het huidig wettelijk minimum (BENG) is niet voldoende om de klimaatdoelen te behalen.

•

In integrale huisvestingsplannen onderwijs wordt door de gemeente in gezamenlijkheid met de schoolbesturen, vastgelegd hoe de vastgoedportefeuille van het funderend onderwijs wordt aangepakt, ook ten aanzien van kwaliteit en duurzaamheid. Deze integrale huisvestingsplannen worden een wettelijke verplichting en worden gebruikt voor de monitoring van het klimaatakkoord.

Akkoord

Duurzaamheidsdoelstelling(en)

Energieakkoord

Het maatschappelijk vastgoed realiseert 2,5 petajoule additionele energiebesparing. Besparingspotentieel bij scholen (berekend door ECN) is voor PO 0,74 petajoule en voor VO 0,26 petajoule.

2020

Label A en volledig duurzame inkoop

2025

Energieneutraal en nieuwbouw en renovatie circulair

2040

Investeringsagenda VNG, Unie van Waterschappen en IPO

Grondstoffenakkoord

Klimaatakkoord

DMS 23020142

50% minder gebruik van grondstoffen

Een economie zonder afval, ofwel volledig circulair

Streefdatum

2050

49% minder CO2-uitstoot dan in 1990

2030

CO2-arm (95% CO2-reductie t.o.v. 1990)

2050

10

Groene Agenda Kinderopvang (mei 2021) De brancheorganisaties voor kinderopvang hebben samen met het waarborgfonds een eigen aanpak geformuleerd voor verduurzaming van de eigen dienstverlening. Hun agenda beschrijft onder andere maatregelen in huisvesting, energiegebruik, binnenklimaat, inkoop en mobiliteit. De Groene Agenda geeft adviezen om tot een duurzame uitvoering van kinderopvang te komen en ook dat kan houvast bieden voor een pakket aan maatregelen op lokaal niveau.

Perspectief op slimme versnelling In onderwijshuisvesting is de komende jaren een grote verbeteropgave aan de orde. Naast verduurzaming is er toegenomen aandacht voor een gezond binnenklimaat. Dat is in het perspectief te bezien dat landelijk de gemiddelde gebouwleeftijd in het primair onderwijs 40 jaar is en dus veel bestaande gebouwen zijn niet duurzaam gebouwd (of te exploiteren). Onderwijsgebouwen zijn in algemene zin in te delen in vier bouwperioden, die een verschillende maatschappelijke en bouwkundige waarde vertegenwoordigen. De sectorale routekaart stelt voor de verduurzaming van gebouwen uit de specifieke periodes verschillende generieke maatregelen voor. Deze moeten overigens altijd met verstand van zaken worden toegepast maar bieden houvast bij de beoordeling van de opgaven in het integrale huisvestingsplan en voor handelingen gedurende de looptijd van het voorliggende IHP: •

Vooroorlogse voorraad (tot 1946): Dit zijn in algemene zin maatschappelijk waardevolle gebouwen, vaak zelfs monumenten. Bij deze gebouwen is casco renovatie vaak uitgangspunt van handelen.

•

Wederopbouw voorraad (1946 – 1978): Gebouwen uit deze periode zijn vaak snel gerealiseerd en hebben (nog) een matige bouwkwaliteit. Voor deze gebouwen is vervanging door nieuwbouw uitgangspunt.

•

Londo voorraad (1978 – 1992): duurzaam onderhoud tot einde levensduur.

•

Bouwbesluit voorraad (1992 – heden): duurzaam onderhoud tot einde levensduur.

Een belangrijker element in de discussie over duurzaamheid wordt hergebruik van materialen. De opgave om bij nieuwbouw, bouw en bedrijfsvoering zoveel mogelijk en in ieder geval in toenemende mate gebruik te maken van bestaande spullen krijgt een wettelijke basis. Al in 2030 moet bij nieuwbouw van maatschappelijke gebouwen voor 30% gebruik worden gemaakt van circulaire materialen. Ook in de exploitatie en in onderhoud wordt continuering van gebruik (door renovatie) en hergebruik van materialen een belangrijke afweging. Dat leidt tot een nieuw perspectief op zorgplicht en kan ertoe leiden dat voorzieningen gaan verschuiven van (vervangende) nieuwbouw naar hergebruik en renovatie van bestaande gebouwen. De uitdaging is om tot een goede afstemming te komen tussen de verschillende duurzaamheidsopgaven, zodat de balans en het totale duurzaamheidsresultaat optimaal blijft.

Ambitie gebaseerd op feiten Levensduurverlengende renovatie wordt op termijn, zo is de verwachting, een door de gemeente te financieren voorziening. Om een volwaardig alternatief voor nieuwbouw te zijn moet een gebouw na renovatie aardgasvrij zijn, voorzien van een PV-installatie, voldoen aan Frisse Scholen klasse B en een levensduurverlenging van tenminste 25 jaar realiseren om een goede en efficiënte oplossing te kunnen zijn. Renovatie moet een perspectiefrijke stap zijn om te komen tot duurzame voorraad.

DMS 23020142

11

De taakverdeling bij tussentijdse verbetering van onderwijsvastgoed is niet eenduidig: schoolbestuur wordt gefinancierd voor instandhouding en niet voor structurele opwaardering van het bestaande vastgoed. Ook de gemeente wordt (nog) niet gefinancierd voor verbetering van maatschappelijk vastgoed. Om tot maatregelen in gebouwen te komen, vraagt actieve samenwerking tussen partners. Daarbij moeten zakelijke overwegingen voorop staan, zoals bijvoorbeeld de continuïteit c.q. de ontwikkeling van dienstverlening op de verschillende locaties. Samen moeten partners, ook de huurders van delen van het maatschappelijke vastgoed, investeringen in duurzaamheid zorgvuldig analyseren en beoordelen of ze leiden tot een (voldoende) positief financieel en maatschappelijk rendement. Om tot goede maatregelen te komen is het van belang dat partijen een oordeel delen over de kwaliteit van de bestaande onderwijshuisvesting op het gebied van duurzaamheid en klimaatneutraliteit. Daarvoor kunnen partners bijvoorbeeld de energieprestaties van de gebouwen in kaart (onder andere het energielabel). Daarmee wordt meetbaar in hoeverre de gebouwen minimaal aan de geldende wettelijke (klimaat )voorwaarden voldoen. Daarmee ontstaat een gedragen basis voor een op de toekomst georiënteerd verbeterplan.

Eindtermijn In dit IHP wordt voor de verduurzaming van het onderwijsvastgoed uitgegaan van een aanpak gebaseerd op de levenscyclus van een gebouw. Onderdeel daarvan is de vaststelling en bekrachtiging van de eindtermijn. Deze is gedefinieerd door de resterende economische afschrijving van het pand c.q. van de dominante investering (bijv. installaties, dak of eerder gerealiseerde aanbouw) en wordt ingekaderd door de continuïteitsplannen van het schoolbestuur (en andere partners). In het IHP wordt de eindtermijn per locatie formeel vastgelegd als uitgangspunt van handelen. Nb.: Het vastleggen van een eindtermijn per gebouw is van belang om tot goede afwegingen te kunnen komen maar het biedt ook houvast om verwachtingen van betrokkenen te managen, van de gebruikers c.q. ouders en personeel. Uitstel van maatregelen kan voor alle betrokkenen acceptabel zijn als het toekomstperspectief helder is.

DMS 23020142

12

05 Strategische thema’s Alle partners streven naar toekomstbestendige voorzieningen voor de jeugd. Aan de hand van een brede ateliersessie (zie bijlage 4 voor de uitkomsten) en een verdiepende bijeenkomst is een gezamenlijk perspectief ontwikkeld op thema’s die waardevol worden geacht voor kansrijk opgroeien binnen de gemeente. Daarbij zijn bestaande beleidsdocumenten (o.a. Ondersteuningsplan Samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs, Beleidsplan Jeugd Zuid-Limburg 2019-2022, Transformatieplan 2023 Jeugdhulp, strategische plannen van schoolbestuur en kinderopvang) als vertrekpunt genomen. Ook wordt nadrukkelijk aansluiting gezocht met het Coalitieakkoord van de gemeente. De visie op inhoud wordt beschreven in strategische thema’s. Deze geven richting aan en stimuleren een effectieve samenwerking met als doel een duurzame, optimale en brede ontwikkeling van ieder kind in Eijsden-Margraten. Ze geven tevens inzicht in de betekenis die de partners willen hebben voor jeugdigen, welke activiteiten daarbij horen en welke inspanningen dat vergt van de partners.

Deze thema’s beschrijven op welke de wijze primair onderwijs en opvang (samen met andere maatschappelijke partners) worden georganiseerd. De thema’s kunnen een aanzet bieden voor een inhoudelijke lokale educatieve (ontwikkel)agenda (LEA) voor de jeugd.

Thema 1. Doorgaande leer- en ontwikkellijnen Voor alle kinderen tussen 0 en 13 jaar realiseren de partners sterke doorgaande leer- en ontwikkellijnen. Doorgaande leer- en ontwikkellijnen hebben als doel dat kinderen weinig ontwikkelingsenergie verliezen bij de overgangen tussen peuter- / kinderdagopvang en basisschool, tussen basisschool en buitenschoolse opvang, en tussen basisschool en voortgezet onderwijs. Het zorgen voor doorgaande lijnen heeft ook betrekking op de kleine, dagelijkse schakelmomenten gedurende een dag (bijvoorbeeld van en naar buitenschoolse opvang). Een samenhang in aanpak, visie op de ontwikkeling van een kind en een goede samenwerking tussen professionals, ouders en kind zijn daarbij essentieel.

DMS 23020142

13

De partners streven naar een complete dienstverlening, waarbij het team van professionals zorgvuldig de ontwikkeling van ieder individueel kind analyseert en het aanbod daarop aansluit. Daarvoor is een goede programmatische aansluiting of integratie nodig tussen onderwijs, opvang en zorg. Het gedachtegoed is– in de context van kindcentra – dagarrangementen te ontwikkelen met een volledig en doorlopend aanbod van opvang, onderwijs en zorg (van 07.30 uur tot 18.30 uur), dat qua organisatie en inhoud op elkaar aansluit. Daarnaast – en minstens zo belangrijk – maken professionals procesafspraken ter bewaking van die doorlopende leerlijnen. Tot die afspraken behoort de warme overdracht: een mondelinge uitwisseling tussen professionals van pedagogisch relevante informatie over kinderen, in beginsel over ieder kind en met speciale aandacht voor kinderen met een zorgbehoefte (bijvoorbeeld VVE-indicatie). Deze afspraken worden tussen professionals op de locatie gemaakt. De gemeente bewaakt en ondersteunt deze op lokaal niveau. In het netwerk waarin informatie wordt uitgewisseld en afspraken worden gemaakt over inzet van expertise worden ook andere partners betrokken zoals welzijnswerk, jeugdgezondheidszorg, paramedische diensten en het sociaal team. Afspraken hierover worden op organisatieniveau gemaakt en vastgelegd (gemeente, besturen).

Het fysiek aanwezig zijn van functies en professionals op één locatie versterkt de inhoudelijke samenwerking omdat het ontmoeting faciliteert. Doorlopende leerlijnen mogen niet afhankelijk zijn van de huisvestingslocatie van de partners. In het kader van de kindcentrum-gedachte is het wenselijk informatie over het kind integraal te verzamelen, te borgen en toe te passen ter ondersteuning in de ontwikkeling van elk kind, rekening houdend met relevante aspecten van de AVG.

Thema 2. Vroegsignalering en preventie Eijsden-Margraten biedt een omgeving waar kinderen gelukkig zijn en zich kansrijk kunnen ontwikkelen. De focus ligt op optimale aansluiting en coördinatie tussen onderwijs, opvang, jeugdgezondheidszorg, (school)maatschappelijk werk en het sociaal team, zodat eventuele problematiek bij kinderen wordt voorkomen of in ieder geval vroegtijdig wordt gesignaleerd. Partners zien vroegsignalering ook als een opdracht te komen tot snelle en niet-bureaucratische opvolging en ondersteuning, zonder wachtlijsten of vertragende invloeden. De gemeente Eijsden-Margraten heeft “Focus op preventie en vroegsignalering binnen het sociaal domein” ook als speerpunt opgenomen in het Coalitieakkoord. Hulp en ondersteuning bij het voorkomen en vroegtijdig oplossen van problematiek bij kinderen vergt een collectieve aanpak. Organisaties gericht op kinderen en jeugdigen (naast de hierboven genoemde organisaties ook huisartsen, bibliotheekwerk, tiener-/jeugdwerk en verenigingsleven) werken samen met de focus op preventie en lichte hulp. Vanuit een gedeelde visie op opvoeden en opgroeien wordt tussen de scholen en (kind)partners expertise en menskracht (ambulant) gedeeld. Elke organisatie draagt vanuit zijn eigen taak en opdracht en de daarbij behorende specifieke expertise bij aan de kansrijke ontwikkeling van kinderen.

Samenwerking geschiedt op basis van gelijkwaardigheid en met respect voor ieders positie. Partners zetten zich in voorzieningen en activiteiten zo inclusief mogelijk te maken. Dat wil zeggen dat deze beschikbaar, toegankelijk en zo passend mogelijk zijn voor ieder kind, binnen de grenzen van redelijkheid. Voorwaarde is dat de basis-ondersteuningsstructuren op orde zijn. Door krachtige samenwerking krijgt de ambitie verder gestalte. De knooppunten hebben een centrale functie waar signalen terecht komen, besproken worden en coördinatie plaatsvindt over de inzet van deskundigheid. Ouders en kinderen worden actief betrokken. Een doorgaande lijn naar de thuissituatie zorgt ervoor dat leefwerelden worden verbonden en de eigen kracht binnen het gezinssysteem wordt aangeboord, verstevigd en bestendigd.

DMS 23020142

14

De gemeente legt procesafspraken vast in reguliere beleidskaders (o.a. VVE, knooppunten, sociaal team, lokale ontwikkelagenda) en ziet toe op de naleving ervan.

Thema 3. Verbinding met de gemeenschap Partners maken onderdeel uit van de gemeenschap waar kinderen en hun ouders dagelijks in participeren. Ze beschouwen de omgevingsrelaties als een gezamenlijke pedagogische verantwoordelijkheid, vanuit de opvatting dat deze bijdragen aan talentontwikkeling, verrijking van het dagarrangement, verbinding met de actualiteit, het levend houden van tradities, ontmoeting en participatie. De teams zoeken verbinding met de gemeenschap en integreren maatschappelijke inzet in hun programma, bijvoorbeeld op thema’s als sport, gezondheid, kunst & cultuur en integratie. Het zorgen voor een verrijkte schooldag – ook naschools – maakt dat kinderen in aanraking worden gebracht met zaken die normaliter geen onderdeel vormen van het schoolse curriculum en dat ze van thuis uit soms niet vanzelfsprekend meekrijgen. Dit sluit aan bij stimuleringsbeleid dat ook vanuit de rijksoverheid wordt gevoerd, hoewel dat vooral gericht is op scholen met een achterstandsscore. Partners coördineren programma’s, activiteiten en personele inzet met de directe omgeving en verenigingen. Uitgangspunt is dat lokale samenwerking aansluit bij en bijdraagt aan de educatieve doelstellingen en ambities. Waar mogelijk stemmen partners (pedagogische) normen en waarden af met deze lokale initiatieven.

Zij kunnen hierbij gebruik maken van expertise, ervaringen, organisaties en faciliteiten die in de kern aanwezig zijn ter verrijking en ondersteuning van het onderwijsproces. Anderzijds kan een school ruimten en faciliteiten beschikbaar stellen. Gezamenlijke huisvesting van activiteiten biedt kansen voor het versterken en verduurzamen van een ontmoetingsfunctie, het creëren van een interessante leeromgeving voor de kinderen, het vergroten van de betrokkenheid van jeugd bij de kern en dorpsactiviteiten, het geven van een impuls aan het verenigingsleven en het stimuleren van vrijwilligerswerk.

Thema 4. Duurzaam en toekomstbestendig Partners streven ernaar dat duurzaamheid een permanent onderdeel vormt in het curriculum. Zij hebben immers een rol in de bewustwording van kinderen, om actief te investeren in een bewuste generatie. Partners zorgen dat hun programma’s en activiteiten gericht zijn op het overbrengen van kernwaarden op het gebied van een gezond en duurzaam leefklimaat. Ze werken daarbij samen met bedrijven, instellingen en verenigingen. Een groene omgeving biedt kansen om kinderen van jongs af aan respect voor de natuurlijke leefomgeving bij te brengen. Niet alleen uit zorg voor behoud van de eigen leefomgeving, maar ook als investering in het behoud van de kwaliteit van de regio waarin deze jeugd opgroeit. Kinderen worden gestimuleerd tot duurzaam denken en doen, waarmee zij ook kunnen ervaren wat zij als individu kunnen bijdragen aan een duurzame omgeving. Duurzaamheid staat of valt met duurzaam gedrag. Afval scheiden, zuinig omgaan met energie en water is gedrag dat bij kinderen wordt gestimuleerd. Om duurzaamheid geloofwaardig in het curriculum in te passen moet een school zichtbaar duurzaam werken, waar mogelijk in een duurzaam gebouw en met toepassing van duurzame gebouwtechnieken, zoals PV-panelen.

DMS 23020142

15

Aandacht voor duurzaamheid en oriëntatie op de toekomst betekent ook onderwijs in goede gebouwen, die de maatschappelijke ambitie zichtbaar en tastbaar maken. Partners in Eijsden-Margraten streven ernaar dat de onderwijshuisvesting vooruit loopt. De huidige onderwijsgebouwen zijn verschillend in aard, omvang en (duurzaamheids)prestatie. De partners delen de verantwoordelijkheid om te komen tot een adequaat en zoveel mogelijk gelijkwaardig kwaliteitsniveau van de gebouwen. De ambities moeten gezamenlijk bepaald worden. De gemeente Eijsden-Margraten heeft in haar beleidsprogramma voor de komende vier jaar opgenomen ernaar te streven “realistisch (te) investeren in duurzaamheid en klimaat op weg naar een energie neutrale toekomst”.

Thema 5. Gezondheid en bewegen Partners hebben een belangrijke rol bij het bevorderen van een gezonde leefstijl en leefomgeving voor kinderen en het gezin waarin ze opgroeien. Zij kunnen programma’s, activiteiten en voorzieningen richten op een gezonde levensstijl waarin bewegen, gezonde voeding en natuurbeleving centraal staan. Het bevorderen van gezondheid en bewegen wordt geïntegreerd in lesmethoden zoals bewegend leren en buitenonderwijs. Ook wordt voorzien in passend naschools aanbod. Partners zoeken de samenwerking met sport-, cultuur- en natuurverenigingen. Tevens worden maatregelen genomen (schoolgaand) vervoer per fiets en te voet te stimuleren (boven autovervoer). Partners nemen initiatieven gezondheid en beweging structureel in het onderwijsproces in te bedden. Partners zetten in op professionalisering van de ondersteuning waarbij externe professionals worden betrokken, waar mogelijk in een gezamenlijke aanpak, bijvoorbeeld door het centraal organiseren en inzetten van vakdocenten sport. Actieve samenwerking en afstemming vindt plaats met de jeugdgezondheidzorg, de buurtcoach en het Heuvellandbrede JOGG-programma (jongeren op gezond gewicht).

DMS 23020142

16

06 Ordeningsprincipes Een IHP beantwoordt huisvestingsvragen van schoolbesturen, onder andere waar het gaat om gemeentelijke zorgplicht, in een breder perspectief dan de gemeentelijke verordening toelaat. Toekenningen worden niet gebaseerd op incidentele gebeurtenissen of verplichtingen. Partners maken afspraken voor de langere termijn. Daardoor worden investeringen beter in de tijd voorzien en efficiënter gerealiseerd. Investeringen worden vooruit gepland, waardoor ze (goed) in de financiële ruimte van partners kunnen worden ingepast. Een IHP geeft een nieuwe, meer toekomstvaste dimensie aan zorgplicht en creëert zekerheid en continuïteit. Afspraken in het IHP Eijsden-Margraten zijn gebaseerd op de strategische thema’s uit hoofdstuk 5 en maken gerichte keuzes binnen de wettelijke kaders. Om de brug naar de praktijk te slaan, zijn in dit hoofdstuk ordeningsprincipes beschreven die als meetlat dienen voor de beoordeling van huisvestingsambities op de kortere en langere termijn.

Principe 1. Samenwerking in (integrale) kindcentra Partners beantwoorden in goede samenwerking de vragen en uitdagingen van ouders en kinderen. Ze bieden middels het samenwerkingsconcept ‘kindcentrum’ een bestendig en zo compleet mogelijk aanbod voor kinderen van 0 tot 13 jaar (middels dagarrangementen). Keuzes kunnen per kindcentrum verschillen: het aanbod wordt in samenspraak tussen de partners – vanuit een lokale, gezamenlijke missie en visie – gebundeld tot een passend geïntegreerd dienstenpakket. Het aanbod is afgestemd op de behoeften die voortkomen vanuit de maatschappelijke omgeving en bevat minimaal – waar wenselijk en (financieel) haalbaar – onderwijs, peuteropvang, kinderdagopvang en buitenschoolse opvang. Partners hebben de ambitie om op één gedeelde locatie samen te werken. Het ruimtelijk verbinden van functies en professionals versterkt immers de inhoudelijke samenwerking ten behoeve van het afstemmen van programma’s en tijden, het (op een natuurlijke weg) uitwisselen van informatie, het faciliteren van ontmoeting, het laagdrempelig beschikbaar maken van expertise. Daarbij versterkt bundeling van huisvesting de continuïteit en gezonde (financiële) exploitatie van de accommodaties omdat het delen van ruimte(n) efficiëntie en flexibiliteit bevordert. De onderwijshuisvesting is naar behoefte voorzien en in vierkante meters (bvo) vastgesteld.

Over de ruimtevraag van kindpartners worden afspraken gemaakt, in relatie tot de ruimtevraag van de school, waarbij in ieder geval wordt voldaan aan de wettelijke vierkante meternormering. Kindpartners hebben een gelijkwaardige positie.

Principe 2. En waar wenselijk in een brede (wijk)voorziening Elk kindcentrum vervult op natuurlijke wijze een verbinding met de kern en het voedingsgebied. Voor een sluitend (diensten )netwerk biedt een locatie – waar mogelijk en wenselijk – ruimte voor zorg, sport, cultuur, bibliotheekwerk (ten behoeve van leesbevordering), taalscholing voor ouders en andere maatschappelijke activiteiten. Uitgangspunt is dat de activiteiten aansluiten bij de educatieve doelstellingen en ambities van het kindcentrum. Partners werken samen door gedeeld en multifunctioneel gebruik van faciliteiten en ruimten, aansluitend bij de ontwikkeling van ‘hoeskoamers4’ in de gemeente.

4

Een hoeskoamer (huiskamer) is een ruimte in een gebouw die de sfeer van een huiskamer uitstraalt. De huiskamers zijn bedoeld voor mensen die (nog) zelfstandig wonen en geen indicatie hebben voor dagopvang in een zorgcentrum, maar wel behoefte hebben aan gezelschap. De huiskamers zijn burgerinitiatieven met medewerking en facilitering van de gemeente Eijsden-Margraten.

DMS 23020142

17

Het hebben van voldoende ruimte (in omvang, kwaliteit en flexibiliteit) is een voorwaarde. Indien in de kern een vraag naar (maatschappelijke) ruimte ontstaat, kan een flexibele schil in een kindcentrum (kleine overmaat) daar antwoord op geven. Dit mag de levensvatbaarheid en het voortbestaan van bestaand maatschappelijk vastgoed (o.a. gemeenschapshuizen) in de kern niet in gevaar brengen. Om deze reden wordt een ruimtevraag altijd integraal, vanuit maatschappelijk belang bekeken. Daarbij worden bestaande afspraken gerespecteerd. Partners leggen gedeeld gebruik, medegebruik en verhuur vast in transparante en heldere afspraken, binnen de kaders van wet- en regelgeving en met oog voor de belangen van alle betrokkenen. De gebruikersovereenkomsten en de Vaststellingsovereenkomst uit 2019 – tussen gemeente EijsdenMargraten en Stichting kom Leren – wordt nageleefd.

Principe 3. Gezond en groen opgroeien Gebouwen, faciliteiten en activiteiten zijn veilig, toegankelijk en passend. Belemmeringen voor deelname worden zoveel mogelijk weggenomen. Ruimten faciliteren passend onderwijs en inclusiviteit. Lokaal (per locatie) wordt de behoefte aan gedifferentieerde ruimten (zoals overleg-, werk- of stilteplekken) op een adequate manier afgestemd op de wens, rekening houdend met multifunctionele inzetbaarheid. Partners maken per kern andere keuzes. Spelen, bewegen en het stimuleren van gezond gedrag stellen eisen aan beweegaccommodaties en buitenruimten. Beweegaccommodaties geven ruimte voor het aanleren van een gezonde leefstijl en vernieuwende inzichten over bewegingsonderwijs. Veilige, aantrekkelijke, gevarieerde en uitdagende buitenruimten hebben een duidelijke link naar natuur- en groenbeleving. Voorbeeld is de aanleg van een tiny forest, in samenwerking met IVN. Zo komt ieder kind voor het twaalfde levensjaar in aanraking met de natuur.

Principe 4. Toekomstvast met een scope van dertig jaar Inspanningen in duurzaamheid van gebouwen zijn verplicht. De wettelijke eisen worden de komende jaren verder aangescherpt vanwege doelstellingen uit het Klimaatakkoord, hergebruik van materialen en toegenomen aandacht voor het binnenklimaat van scholen. De eisen volgens het Bouwbesluit zijn sinds 2021 verhoogd naar BENG (bijna energie neutraal) en Frisse Scholen klasse B (op de onderdelen energieprestatie en luchtkwaliteit). Richting 2050 moeten alle gebouwen volledig klimaatneutraal zijn. Partners in Eijsden-Margraten voelen een maatschappelijke verantwoordelijkheid om voorop te lopen en streven naar een hoger ambitieniveau dan de wettelijke eisen. Ze kiezen voor (door-) ontwikkeling van accommodaties tot klimaatneutrale voorzieningen in 2050 en nemen als scope voor dit IHP een termijn van 30 jaar. Partners maken huisvestingskeuzes in goede balans tussen maatschappelijke verwachtingen/ambities en toekomstvaste betaalbaarheid. Zij geven elkaar inzicht in de Total Cost of Ownership van een gebouw, waardoor investeringen op een verstandige manier worden gebundeld aan inkomsten en uitgaven (exploitatie en onderhoud). Keuzes, investerings- en uitvoeringsplanning in het IHP moeten immers inzicht bieden in een langjarig perspectief.

Dat vraagt commitment van de gemeente EijsdenMargraten om vanuit zorgplicht verantwoordelijkheid te nemen voor onderwijshuisvestingsvragen via gerichte investeringen in nieuwbouw/renovatie. Het vraagt ook commitment van schoolbesturen door helderheid te bieden over toekomstperspectieven van de scholen in de kernen. Beiden moeten met elkaar in balans zijn.

DMS 23020142

18

07 Huisvestingsmaatregelen In hoofdstuk 2 is de huidige situatie van onderwijs en opvang in de gemeente Eijsden-Margraten beschreven. Belangrijk onderdeel zijn de gebouwelijke QuickScans en de ontwikkeling van de onderwijsvraag (middels leerlingenprognoses). In dit hoofdstuk worden de ordeningsprincipes uit hoofdstuk 6 tegen de bestaande situatie afgezet, waardoor inzicht ontstaat in de wijze waarop de locaties voor onderwijs en kinderopvang voldoen. Het geeft ook de belangrijkste huisvestelijke prioriteiten voor de komende jaren.

Algemeen Eijsden-Margraten heeft een stabiel onderwijsaanbod. Er is een brede diversiteit aan denominaties en onderwijsconcepten beschikbaar met een goede spreiding van primair onderwijs en kindvoorzieningen. Dit is uitgangspunt voor het plannen van huisvestingsmaatregelen. Leerlingen 01.10.38

Kern

Basisschool

Bevoegd gezag

Denominatie

Mesch

OBS Mesch

Gemeente

Openbaar

69

Eijsden

Tangram

kom Leren

Algemeen bijzonder

433

Eijsden

De Cramignon

kom Leren

Rooms-Katholiek

284

Oost Maarland

Sint Jozef

kom Leren

Rooms-Katholiek

72

Gronsveld

Sint Martinus

kom Leren

Rooms-Katholiek

198

Cadier en Keer

De Keerkring

kom Leren

Rooms-Katholiek

241

Margraten

Maurice Rose

kom Leren

Rooms-Katholiek

359

Sint Geertruid

Sint Gertrudis

kom Leren

Rooms-Katholiek

101

Mheer

De Den

kom Leren

Rooms-Katholiek

157 1.914

De scholen in Eijsden-Margraten vallen onder het bevoegd gezag van schoolbestuur kom Leren, met uitzondering van openbare basisschool Mesch. Opgemerkt wordt dat de gemeente momenteel een proces doorloopt met betrekking tot een aanpassing c.q. toekomstbestendige bestuurlijke inrichting. Uitgangspunt is dat maatregelen vanwege zorgplicht in permante voorzieningen worden gerealiseerd. Waar niet-structurele vraagstukken of maatregelen ter overbrugging aan de orde zijn, kan tijdelijke huisvesting worden toegepast. Daarbij geldt als voorwaarde dat eindigheid goed wordt vastgelegd.

Mesch (basisschool Mesch) Eijsden (postcodegebied 6245) heeft 9.595 inwoners, waarvan ongeveer 865 kinderen de basisgeneratie van het primair onderwijs vormen. Van de 4-12 jarigen uit Eijsden kiest 6% voor basisschool Mesch, 46% voor basisschool Tangram, 31% voor basisschool De Cramignon en 7% voor basisschool Sint Jozef. Daarnaast kiest 1% voor andere scholen in de gemeente en stroomt 9% uit naar andere gemeenten (met name naar Maastricht).

DMS 23020142

19

De gemeenschap Mesch is onderdeel van postcodegebied Eijsden. De QuickScan geeft basisschool Mesch een gemiddelde score. De (klassieke) gebouwstructuur belemmert gebouwelijke aanpassingen voor modernisering van het onderwijs en dit behoeft aandacht. Voor de volledige scan wordt verwezen naar bijlage 2. Principe 1: Samenwerking (bij voorkeur) in integrale kindcentra Momenteel is geen peuteropvang, kinderdagopvang of buitenschoolse opvang in de buurt van OBS Mesch gehuisvest. De voormalige kindpartner is gestopt met het aanbieden van buitenschoolse opvang in de school. Leerlingen worden met een busje opgehaald en naar BSO Oiga (in MFA Op de Cour) gebracht. De afwezigheid van een kindpartner belemmert de instroom van leerlingen. Daarom besteedt de school extra aandacht aan het werven van (nieuwe) leerlingen. Recent heeft MIK & PIW Groep besloten in OBS Mesch een BSO te starten, gericht op kinderen uit Mesch en uit Eijsden (die daar momenteel op de wachtlijst staan). MIK & PIW Groep heeft de ambitie om op termijn een aanbod voor peuters te realiseren. Conclusie: Niet compleet. Vanwege de kleinschaligheid van de school is het (nog) niet mogelijk om het benodigde aanbod te realiseren voor een kindcentrum. Principe 2: En waar mogelijk in een brede (wijk)voorziening OBS Mesch is gevestigd in een kleine dorpsgemeenschap.

Dorp, ouders en leerkrachten zijn sterk betrokken: de school heeft een centrale plek in het dorp. Waar mogelijk wordt aangehaakt op maatschappelijke zaken die spelen. Zo zijn in het verleden een aantal activiteiten voor de buurt georganiseerd, veelal gericht op tradities uit het dorp. Conclusie: Voldoet. Met respect voor bestaand maatschappelijk vastgoed wordt een (actieve) verbinding gezocht met de kern. Principe 3: Gezond en groen opgroeien OBS Mesch is de enige openbare basisschool in de gemeente. De school is een dorpsschool maar heeft vanwege de denominatie een uitgebreid voedingsgebied. Volgens DUO is 69% van de populatie woonachtig in postcode 6245, 13% in andere kernen en 18% in overige gemeenten. Slechts 15 kinderen zijn woonachtig in Mesch. OBS Mesch onderscheidt zich door haar pedagogische klimaat, door de kleinschaligheid, betrokkenheid en persoonlijke aandacht en is aantrekkelijk voor kinderen die meer aandacht nodig hebben. Het onderwijs is traditioneel ingericht, met groepsoverstijgend werken. De school mag zich sinds juni 2021 een Gezonde School noemen en stimuleert en motiveert kinderen en ouders om gezond met voeding om te gaan (streven naar bewustwording). Verder is er een focus op de natuur: kinderen gaan naar buiten, ook lessen worden buiten het gebouw gegeven.

Voor bewegingsonderwijs wordt gebruik gemaakt van de gymzaal in de kern (die voldoet niet aan de eisen) en ook wordt bewegingsonderwijs verzorgd op het buitenterrein. In de natuurspeeltuin is recent een tiny forest aangelegd. Conclusie: Goed bereikbaar en onderscheidend aanbod. Kanttekening: Aandacht voor voorziening bewegingsonderwijs.

DMS 23020142

20

Principe 4: Toekomstvast met een scope van dertig jaar Op teldatum 1 oktober 2022 heeft de school 72 leerlingen (vier groepen) en voor 2038 zijn 69 leerlingen geprognosticeerd. De komende jaren is het leerlingenaantal dus stabiel. Het gebouw voldoet aan de normatieve ruimtebehoefte. Het schoolgebouw is klein (zes lokalen) en verouderd (voldoet niet meer aan het bouwbesluit) maar de ruimten bieden voldoende mogelijkheden om goed onderwijs te geven, passend bij het onderwijsconcept: de gangen zijn op een speelse manier betrokken bij het onderwijs en één tussenlokaal wordt gebruikt zodat kinderen zelfstandig kunnen werken. Het gebouw is fris en heeft een knusse, huiselijke sfeer maar voldoet op de langere termijn niet aan de voorwaarden voor klimaatprestaties en binnenklimaat. Conclusie: Voor deze uitvoeringsperiode voldoet het gebouw. Op middellange is een aanpassing aan de duurzaamheidseisen noodzakelijk.

Advies Gebouw voldoet aan de eisen van de gebruikers. De kwaliteit van het gebouw vraagt op termijn maatregelen. Intussen wordt het gebouw als goed huisvader beheerd. Tussentijdse beheersmaatregelen worden – waar mogelijk – gecombineerd met aanpassingen van het gebouw aan de eisen van de tijd (bouwbesluit/verduurzaming maatschappelijk vastgoed). Te hanteren eindtermijn gebouw: 2030

Eijsden (basisschool Tangram, basisschool De Cramignon) In postcodegebied 6245 (kern Eijsden) wonen ongeveer 9.595 inwoners. Daarvan behoren circa 865 kinderen tot de basisgeneratie voor het primair onderwijs. Ruim 77% van deze kinderen kiest voor de basisscholen in MFA Op de Cour. De QuickScan geeft voor de twee basisscholen in MFA Op de Cour een relatief hoge score in vergelijking met de andere schoolgebouwen in de gemeente. Zie bijlage 2 voor de volledige beschrijving van de scan. Tangram

De Cramignon

Principe 1: Samenwerking (bij voorkeur) in integrale kindcentra Basisscholen De Cramignon en Tangram zijn samen met MIK & PIW Groep (POV Roelekeboel, KDV Kwik en Flup en BSO Oiga) en Heuvelland bibliotheken in MFA Op de Cour gevestigd. Dit gebouw is eigendom van de gemeente en wordt via gebruiksovereenkomsten beschikbaar gesteld voor onderwijs. De scholen werken met MIK & PIW groep op inhoud samen, er is een warme overdracht tussen opvang en onderwijs. Door de gecompliceerde opbouw met twee gescheiden basisscholen, biedt het gebouw onvoldoende flexibiliteit voor meervoudig ruimtegebruik. Kom Leren heeft (eerder) voor basisschool Tangram een leerlingenstop ingesteld: per kalenderjaar wordt een begrensd aantal leerlingen aangenomen. Aanleiding was het ervaren gebrek aan ruimte, waardoor de onderwijsvisie (en daaraan gekoppelde activiteiten) onder druk kwamen. Daardoor ontstond ruimte voor groei van de Cramignon. De scholen zijn nu gelijkwaardig in omvang. De keuzevrijheid voor ouders is in stand gebleven.

DMS 23020142

21

De scholen kampen met een structureel gebrek aan ruimte en flexibiliteit. Door de structuur van het gebouw zijn de mogelijkheden beperkt om in de ruimtevraag te voldoen zonder afbreuk te doen aan de integraliteit van het aanbod. Ook MIK & PIW Groep ervaart een structurele uitbreidingsbehoefte van KDV Kwik en Flup en BSO Oiga. Daarom (onder andere) en om in te spelen op de resterende wachtlijst van kinderen uit Eijsden, heeft MIK & PIW Groep besloten in OBS Mesch een inpandige BSO te starten. Ook maakt ze gebruik van de kantine van de voetbalclub voor BSO, waarbij de sportvelden voor activiteiten gebruikt (voordeel). MIK & PIW Groep wil intensief samenwerken met de scholen, maar de opbouw van het gebouw beperkt deze mogelijkheden. In het verleden heeft dit ertoe geleid dat versterkende functies uit het gebouw zijn verdreven.

Nb.: In de kern zijn ook andere voorzieningen voor kinderdagopvang en buitenschoolse opvang gevestigd. Hiermee voorziet zowel MFA Op de Cour als Eijsden in een breed aanbod voor kinderen tussen de 0 en 13 jaar. Conclusie: Compleet aanbod in de kern beschikbaar. De groei van het aantal leerlingen leidt tot (beperkte) zorgplicht maar door de constructie van het gebouw is het ingewikkeld om deze in MFA Op de Cour in te vullen en een compleet en flexibel aanbod te realiseren. Ook is er ruimtegebrek voor peuteropvang, kinderdagopvang (wachtlijst) en buitenschoolse opvang (op een andere locatie). Principe 2: En waar mogelijk in een brede (wijk)voorziening Tussen partners bestaat een goede inhoudelijke samenwerking. Toch kunnen ze nauwelijks gebruik maken van elkaars ruimten, ieder heeft eigen ruimtes. Uitzondering zijn de peuterspeelzaal, theaterzaal en gymzalen. Partijen hebben een goede relatie met het dorp en sluiten uitstekend aan bij de sterke tradities van Eijsden en spelen daar actief op in. Ze zijn goed zichtbaar en zoeken inhoudelijke samenwerking met sportverenigingen, verzorgingshuis, harmonieën, etc. ter ondersteuning van activiteiten. Die beschikken vaak over eigen voorzieningen dus de ruimtelijke samenwerking is beperkt. In het verleden waren dorpsgerichte en bovenlokale voorzieningen in Op de Cour gehuisvest, zoals Trajekt, de GGD, logopedie, et cetera.

Vanwege de voortdurende leerlingengroei zijn deze functies uit het gebouw verwijderd om ruimte te maken voor onderwijs. Dit doet afbreuk aan de gewenste ontwikkeling, waarbij functies in het belang van het kind gebundeld worden in MFA Op de Cour. Conclusie: Voldoet niet. In de MFA zijn belangrijke kindgerichte voorzieningen niet (meer) aanwezig. Principe 3: Gezond en groen opgroeien De beide basisscholen hebben Eijsden als voedingsgebied: gemiddeld komt 94% uit de eigen kern, de rest is woonachtig in andere kernen van de gemeente (3%) of in andere gemeenten. De scholen zijn onderscheidend van elkaar. Basisschool Tangram profileert zich op creativiteit, zowel in de praktijk (vakleerkracht beeldende vorming en atelierruimte) als in het onderwijs (wekelijkse voordracht, schoolkamp, opdrachten in het kader van presenteren, samenwerken en communiceren). Basisschool De Cramignon zet in op beweegschool: er is twee keer per week bewegingsonderwijs met een vakkracht, er zijn bewegende leeractiviteiten en er is aandacht voor lichamelijke ontwikkeling bij de inrichting van de school (beweegsymbolen, zitballen, wiebelkrukken en staande bureaus). De MFA beschikt over inpandige gymzalen en is ruim voldoende capaciteit om aan de vraag te voldoen. De gymzalen en speelzalen worden ook buiten schooltijd intensief gebruikt (middels verhuur).

De specifieke relatie van beide scholen met een groene omgeving is vanwege de ligging in de nieuwbouwwijk een ontwikkelpunt. Conclusie: Voldoende, onderscheidend aanbod centraal in de wijk.

DMS 23020142

22

Principe 4: Toekomstvast met een scope van dertig jaar MFA Op de Cour, gerealiseerd in 2009, is juridisch eigendom van de gemeente. De MFA heeft een bruto vloeroppervlakte (bvo) van 6.008 m² bvo. De gemeente geeft Stichting kom Leren het gebruiksrecht voor het onderwijsgedeelte en het bijbehorende terrein. Het onderwijsdeel heeft een oppervlakte van 4.262 m² bvo (het overige deel is dus 1.746 m² bvo). Het gebouw heeft een traditionele vorm met brede gangen waaraan de lokalen zijn gesitueerd. In basisschool Tangram zijn tussen twee reguliere klaslokalen kleinere “cabinet”-ruimten geplaatst, bedoeld om kinderen zelfstandig te laten werken. Door ruimtegebrek worden deze soms gebruikt om aan kleinere groepen onderwijs te geven. Op teldatum 1 oktober 2022 hebben de scholen gezamenlijk 704 leerlingen, dat staat voor een normatief recht op ruimte van 3.941 m² bvo (uitgaande van twee BRIN-nummers en twee keer een vaste voet). Uit prognoses blijkt dat de beide basisscholen in 2038 een leerlingenpotentieel van 717 leerlingen hebben. Daardoor is er sprake van gemeentelijke zorgplicht om in extra onderwijsruimte te voorzien. Daarnaast ervaren beide scholen alsook de kindpartner in de huidige situatie een ruimtekort om in te spelen op leerlingenontwikkelingen. De gebouwstructuur biedt weinig flexibiliteit.

Niet-functionele ruimten (zoals gangen) zijn niet goed te gebruiken voor onderwijs en dit belemmert beide scholen in hun onderwijsconcept. De toename van het aantal leerlingen uit Hoefveld leidt tot problemen doordat de groei van jonge leerlingen op termijn tot een niet plaatsbare ruimtevraag voor oudere groepen leidt. Daarbij is de samenwerking tussen de twee scholen ruimtelijk ingewikkeld door de centrale ligging van de gymzalen. En het ruimtelijk delen van voorzieningen van de scholen met de kindpartner is ingewikkeld te realiseren. MFA Op de Cour blijft op langere termijn kampen met ruimtevraagstukken, die afbreuk doen aan de gewenste kwaliteit van dienstverlening. Conclusie: Voldoet niet. Advies MFA Op de Cour is een relatief jong en kwalitatief goed gebouw. Bouwheer was woningsticht Servatius. Het is ontstaan in een periode dat twee concurrerende scholen vooral de eigenheid accentueerden. Daarnaast was in die tijd geen sprake van een intensieve inhoudelijke samenwerking met kindpartners. In praktische zin heeft de ontwikkeling van de afgelopen jaren ertoe geleid dat er een serie van maatregelen is genomen om in het gebouw voldoende (kwantitatief) ruimte voor onderwijs te houden. Daarbij is de kwaliteit van de gewenste samenhang onder druk gekomen. Gezien de groei van de leerlingenpopulatie is te verwachten dat deze ontwikkeling doorzet.

Daarom is het van belang om het gebouw (inhoudelijk en ruimtelijk) aan te passen aan de gewijzigde situatie en dit op basis van een doordacht programma van eisen hoge prioriteit te geven. Te hanteren eindtermijn gebouw: 2049

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=da6feac0-3d04-49f0-9bce-a494af656ea3