20230424 07e Bijlage 4 Input ASD MH Concept Regionaal Beleidsplan Wmo 2023-2026.pdf
Tekst van het document
Investeren in optimale deelname aan de samenleving bevordert welzijn en gezondheid van alle inwoners
Input Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning 2023-2026
1
Algemeen ‘De Wmo is erop gericht dat mensen in staat zijn naar eigen vermogen deel te nemen aan de samenleving en is zodoende van groot belang voor mensen die zijn aangewezen op ondersteuning en zorg.’ Uit: Kamerbrief 28 maart 2022 Staatssecretaris Van Ooijen Voorgaande insteek van de staatssecretaris ligt volgens de ASD’s dichter bij de alledaagse werkelijkheid van de inwoners in Maastricht-Heuvelland dan de strekking van het huidige Regionaal Beleidsplan. Door enkel te focussen op veerkracht en de gewenste verschuiving van maatwerk naar basiszorg, kiest de gemeente voor een erg beperkt blikveld, waarbij ze het gevaar loopt het doel van de Wet op maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorbij te schieten. Er zal durf nodig zijn van betrokkenen om nadrukkelijk te kiezen voor het inwonersperspectief i.p.v. het managementperspectief waarbij de budgettaire controle ‘leidend’ is. Indien dit beleidsplan een logisch vervolg op de Toekomstagenda 2022 moet vormen, is het goed om toch even terug te grijpen op een aantal in 2015 geformuleerde leidende principes: Doel van de drie decentralisaties Het doel van de decentralisaties van de Wmo 2015, de Participatiewet en de Jeugdwet is (zo zelfstandig mogelijke) deelname aan de samenleving voor iedereen mogelijk te maken.
Wanneer iemand ondersteuning nodig heeft, gebeurt dit op maat, vanuit het perspectief van het huishouden waar deze inwoner toe behoort. De regie blijft bij de inwoner zelf en/of de directe omgeving, tenzij dit niet mogelijk is. Daarbij wordt het systeemdenken vanuit de verschillende beleidskaders, weten regelgeving losgelaten. Ambities voor 2022 In 2022 kunnen de inwoners van Maastricht-Heuvelland gezond en veilig opgroeien en oud worden, hun talenten blijvend ontwikkelen en naar vermogen meedoen in onze samenleving. Ze zijn zo veel mogelijk zelfredzaam en voelen zich bij elkaar betrokken. Onze regio biedt de mogelijkheden aan haar inwoners om collectief en individueel tot ontplooiing te komen, zodat haast iedereen zodra hij/zij volwassen is in zijn/haar eigen onderhoud en inkomen kan voorzien. Tot nog toe werd efficiency op organisatieniveau nagestreefd. In de toekomst willen we kwaliteitswinst boeken voor de burger (meer kwaliteit, betere resultaten) én de samenleving (meer kwaliteit met minder middelen) door problemen niet meer in deelproblemen op te knippen met voor elk deelprobleem een oplossing, maar ze in samenhang en vanuit het blikveld van de burger te benaderen. Samenvattend Van belang is aan te geven (a) waarom het stuk geschreven is (wett.
verplichting) en (b) dat het voortbouwt op de uitgangspunten uit 2015; dit levert meteen een haakje op voor opname van een 0meting (als bijlage) en een overzicht van realisaties, kansen en bedreigingen sedert 2015 (eveneens als bijlage).
2
Input per hoofdstuk 1.0 Inleiding Inleidend verhaal bevat beweringen die naar ons inzicht moeilijk vast te stellen zijn. Hier wordt papieren werkelijkheid geschetst. Evenals de bewering: Dat is nodig om onze voorzieningen…… Er wordt hier een discutabel causaal verband gelegd. 1.1 Hoe ziet dat basisaanbod eruit? Hoe sluitend is dat? Hoe duurzaam is dat? Vragen die eerst, voor zover mogelijk, beantwoord dienen te worden. 1.2 De hele para 1.2 kan kort worden samengevat en worden verplaatst naar de inleiding. Pag. 5 De Haagse thema’s en vraagstukken worden te gemakkelijk integraal overgenomen in dit plan. Omdat er te weinig zicht is op de huidige stand van zaken (geen voortzetting EVI-aanpak) in Maastricht-Heuvelland, ontbreekt de lokale variant die helderheid zou moeten verschaffen. Naar mening van de ASD is het raadzaam om veel meer te denken/schrijven vanuit "De Bedoeling": niet kritiekloos overnemen van centraal gestelde thema's/kaders maar toeschrijven naar de lokale situatie, zeker waar lokaal keuzes gemaakt moeten worden. Maatschappelijke ontwikkelingen Opm.: Karige analyse met in de marge de inwoners. Regionale en lokale plannen en ontwikkelingen Citaat: Passende hulp en ondersteuning begint immers bij inwoners zelf, hun netwerk en de (bestaande) voorzieningen en faciliteiten in de wijk.
Hier wordt de alles overheersende denkrichting getoond die voorbijgaat aan de rol van ‘de overheid’. Geheugen opfrissen Bij de decentralisatieoperatie in 2015 is bij de overheveling naar de gemeenten 15 procent bezuinigd op de middelen voor de Jeugdzorg en 25 procent op de middelen voor ondersteuning van kwetsbare (met name oudere) bewoners. Deze bezuinigingen worden af en toe onder druk van de Tweede Kamer marginaal bijgesteld. De WRR vermeld daarbij dat de randvoorwaarden van gezondheid en welzijn voor het alledaagse leven op lokaal en nationaal niveau is verwaarloosd. Conclusie De inwoners hebben ondanks de keuzes van de overheid, de gevolgen van de hardnekkige Corona pandemie en de aanhoudende inflatie blijk gegeven over een geweldige veerkracht te beschikken. Het lijkt de ASD een misvatting om vervolgens de ‘focus’ te leggen op de veerkracht van inwoners, zoals in dit plan wordt geopperd. Een miskenning van de geleverde inspanning van inwoner. Een miskenning die het al bestaande wantrouwen t.o.v. ‘de overheid’ een nieuwe impuls geeft. 1.3 Gewenste verschuiving Indien para 1.2 naar de inleiding verhuist (zie boven) is par 1.3 een logischer vervolg op 1.1. Citaat: Nog meer toewerken naar hulp en ondersteuning die geen indicatie vereist. Opm: Vanuit het inwonersperspectief mag dit nooit een doel op zich vormen.
Door deze gedachtengang te volgen, bestaat het gevaar dat niet de ondersteuningsbehoefte van de inwoner centraal komt te staan, maar de budgettair gewenste uitkomst.
3
2.0 Missie, visie en leidende principes Opm.: De geformuleerde missie is vanuit inwonersperspectief geen logisch vervolg op hetgeen in de Toekomstagenda 2022 onder ambitie verwoord wordt. Zowel in de missie alsook in de leidende principes overheerst het koopmansdenken, boven de verantwoordelijkheid van een dienstbare overheid die in de doelstelling van de Wmo de burger een bredere zorg en ondersteuning belooft. Zie: De Wmo is erop gericht dat mensen in staat zijn naar eigen vermogen deel te nemen aan de samenleving en is zodoende van groot belang voor mensen die zijn aangewezen op ondersteuning en zorg. Kamerbrief 28 maart 2022 Staatssecretaris Van Ooijen. Dus de beide zinnen in de visie omdraaien: begin met “Inwoners die het niet redden, kunnen altijd rekenen etc.”, gevolgd door “Want wij zijn een krachtige, inclusieve regio etc.” Opm.: De leidende principes, zoals geformuleerd zijn gewenste neveneffecten van ‘slimme’ strategische beleidskeuzes en kunnen niet verheven worden tot leidende principes in de werkelijke zin van het woord.
Leidende principes 2018 De inrichting van het netwerk van zorg en ondersteuning: • Is erop gericht om iedereen in de samenleving ongeacht leeftijd, afkomst, sociale omstandigheden of beperking in staat te stellen mee te doen; • Gaat uit van de kracht van mensen en de mens centraal zet op het moment dat deze niet (geheel) in staat is om zelfstandig deel te nemen aan de samenleving; • Is gebaseerd op het verbinden van en het vertrouwen op de kwaliteiten van inwoners en professionals. Dit vraagt om een beduidende vermindering van bureaucratie. Nog steeds gelden de leidende principes uit de Toekomstagenda 2022. 3.0. Leg uit wat met positieve gezondheid wordt bedoeld (zie definitie van Dr. Machteld Huber: positieve gezondheid is het vermogen van mensen zich aan te passen aan de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven en de mate waarin ze in staat zijn regie te voeren over hun eigen leven.) 4.0 Beoogd resultaat 2, hoe: maak het concreter (1e bullet) “De gemeenten brengen in kaart welke voorliggende/basisvoorzieningen reeds ontwikkeld zijn naar inhoud en omvang en brengen deze informatie onder de aandacht van de inwoners.” Immers als de nu gepresenteerde strategische visie de hoofdlijn is van maatwerk naar voorliggend veld, dan moet de bevolking dus goed geïnformeerd zijn over wat dat veld inhoudt en aan welke voorzieningen een eigen bijdrage is gekoppeld.
In haar rapport Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid, liet de WRR zien dat het beroep op de eigen kracht van bewoners deerlijk overschat wordt, en dat met name het samenspel tussen overheid, professionals en burgerverbanden met inzet op collectief niveau cruciaal is. Zie ook SER en Nationale Ombudsman (“Reflectie: sociale minima in de knel”) okt. 2022 Het is daarom dat de ASD M-H van mening zijn dat de overkoepelende opgave ligt in de verbetering van het samenspel tussen een dienstbare overheid, professionals en netwerken van inwoners. Opm.: Het begint dus met de erkenning van de overheid dat er een gemeenschappelijke opdracht ligt wat betreft haar eigen normalisatie, t.w.: • Normaliseren van de overheid: debureaucratiseren, laagdrempelige toegang, eenvoudige regelgeving, begrijpelijke aanvraagformulieren, persoonlijke ondersteuning. • Dienstbare overheid: mensen die aangewezen zijn op zorg en ondersteuning worden in staat gesteld naar eigen vermogen deel te nemen aan de samenleving.
4
• •
Financiële draagkracht en draaglast van inwoners weegt mee in gepaste ondersteuning. Investeren in de randvoorwaarden van welzijn en gezondheid voor het alledaagse leven op lokaal, regionaal en nationaal niveau.
Conclusie: Het is aanbevelenswaardig om terug te grijpen op evaluatie van de Toekomstagenda 2022 (zie bijlage 1). Aan de hand van de geformuleerde doelstellingen, met name wat betreft de vraag: Wat betekent dat voor onze inwoners? Anders gezegd, is de ‘gedroomde’ werkelijkheid, zoals in 2018 verbeeld, gerealiseerd? De beantwoording van die twee vragen vormt vervolgens de opbrengst voor het nieuwe regionaal beleidsplan, waarin wordt aangegeven wat de gemeente blijft doen en wat gaat veranderen. De ASD gaat ervan uit, dat “wat de gemeente blijft doen” evident voor iedereen is uit de evaluatie en een op een overgenomen wordt in de uitvoeringsplannen. Het deel dat verandert zou de kern van het nieuwe plan moeten omvatten. Hier moet ook duidelijk worden wat de uitvoeringsruimte (inhoudelijk en financieel) is voor de gemeenten, voor het uitvoeringplan en misschien wel voor varianten in het beleidsplan. Zonder dat het een ideologisch plan wordt, is hier ook de mogelijkheid dat de visie van het College en de Raad op de verhouding overheid – burger en op het sociaal domein de onderbouwing is voor het gebruiken van de uitvoeringsruimte. (wat je nu ziet bij armoede: 110, 120 of 150% van het minimum als armoedegrens). Suggestie: De ASD wil ervoor pleiten dat er een bijlage als toelichting komt waaruit blijkt dat dit beleidsplan voldoet aan de eisen die de WMO in artikel 2.1.2.
stelt aan het beleidsplan. (bijlage 2.) Suggestie: De vragen kunnen beantwoord worden in samenspraak met de ASDaandachtsfunctionarissen Wmo. Via deze bron kan de nodige ervaringskennis (snel) opgehaald worden. De insteek waarvoor in de voorliggende ‘inspraakversie’ is gekozen, verdient een nadere beschouwing. Naar inzicht van de ASD M-H betekent dat heroriëntering op missie, visie, leidende principes en gewenste interventies.
Aanvullende opmerkingen: Inconsequent taalgebruik, te zien waar tekstuele en of inhoudelijke verschuivingen plaatsvinden van individuele burgers naar de gemeenschap en terug en/of van overheid naar gemeenschap naar individuele burgers. (Uitleg: in het plan worden “we” of “wij” gebruikt, dat zijn soms de samenstellers van het concept, soms de gemeentelijke organisaties, maar ook wel de gemeente (x) of de gemeenschap, wijk, buurt, kern, de burgers, u en ik. Altijd de vraag stellen wie zijn WE, WIJ?) Een eigen interpretatie van de wet WMO, middels invoering van nieuwe niet nader gedefinieerde begrippen (uitleg: overheid heeft de verplichting om maatwerkvoorziening aan te bieden, niet om oplossing aan te bieden). Verschuiving van de verplichting van de overheid tot het aanbieden van maatwerkvoorziening naar het aanbieden van “oplossing” wat dat ook mag zijn. /
5
De bedoeling van de wet WMO omzeilen door de weg open te maken door de overheveling van maatwerkvoorziening naar algemene voorziening. De bedoeling van de wet WMO omzeilen door geen monitoring over de afgelopen jaren meer toe te hoeven passen (c.q. art .2.1.2 enz.) Overhevelen van begrippenkaders uit verschillende (wetenschappelijke) disciplines zonder heldere verantwoording. Onvoldoende onderscheid maken tussen gelijktijdigheid en oorzakelijkheid dan wel deze verwarren met elkaar. Niet doordenken c.q. verhelderen van vooronderstellingen (de individuele burger heeft eigen veerkracht niet voldoende ontwikkeld) leidt tot schuldig verklaren c.q. revindicatie. Wederom niet v(d)oorzien dat waar de overheid terugtreedt uit instituties ‘de markt’ haar eigen instellingen met winstoogmerk in het ontstane vacuüm schuift. Zo ontstaan op het terrein van de jeugdzorg al bedrijfjes die de gemeentecursussen aanbieden om ‘veerkracht’ als instrument te kunnen inzetten. Wederom, het idee achter de wet WMO is het zo lang mogelijk ‘thuis’ houden van individuele burgers met het gevolg sluiting van instellingen die dan toch niet meer nodig zijn. De kapitaalkrachtige inwoners zoeken hun toevlucht in de tussenoplossing (‘verzorgingstehuis light’) van met buitenlands kapitaal bekostigde woonvormen waar zij ‘thuis’ mogen wonen en beroep kunnen blijven doen op de WMO.
Een oude, onverwoestbare wijsheid leert dat de kracht van een samenleving wordt bepaald door de wijze waarop de sterksten zorg dragen voor de zwakkeren. Die wijsheid is in Nederland onder het stof geraakt in een maatschappij waarin de individualisering is doorgeslagen en de marktwerking onze basisvoorzieningen heeft uitgehold. Dat is een alarmerende conclusie die bij velen tot bezinning zou moeten leiden.
6
Bijlage 1. Voorbeeld evaluatie Toekomstagenda 2022 Pagina 6-7 Toekomstagenda 2022 Leven in Maastricht-Heuvelland in 2022 Het jaar 2022 lijkt nog ver weg, maar voor je het beseft is het zover. We hebben een droom voor de mensen in onze regio. We willen dat in 2022 iedere inwoner in Maastricht-Heuvelland zich onderdeel voelt van een sociaal netwerk. Dat hij weet dat hij niet alleen is en een beroep kan doen op mensen in zijn omgeving. Andersom kan de omgeving om zijn raad, hulp, ondersteuning vragen en die geeft hij graag. Want hij hoort erbij. Onze jonge inwoners gaan naar school en werken vanuit hun talenten aan hun ontwikkeling. De volwassen inwoners zijn zoveel mogelijk economisch zelfstandig en werken naar vermogen. Of ze zijn met pensioen en veelal vrijwillig actief. Met hun werk betekenen ze iets voor hun directe omgeving en voor onze (netwerk)samenleving; daarmee voegen ze waarde toe. Dat wordt beloond, ook als het geen reguliere baan is, maar bijvoorbeeld de inzet voor familie, vrienden of buren. De grens tussen betaalde en onbetaalde inzet kan veel minder scherp getrokken worden. Met een sterke netwerksamenleving kunnen mensen langer zelfstandig thuis blijven wonen. Een sterke netwerksamenleving betekent ook dat mensen voor wie meedoen niet vanzelfsprekend is, gezien worden, ondersteuning krijgen en erbij horen.
In 2022 zijn niet langer de producten, diensten, protocollen en regels van ‘het systeem’ leidend, maar het denken in oplossingen. Bewoners hebben zeggenschap over hun eigen oplossingen. Professionals hebben ruimte om waar nodig ondersteuning te bieden op maat. Daarbij staan de mens en het gezin waarin iemand opgroeit centraal. Mensen bepalen zelf hun eigen doelen en de mensen die dat (tijdelijk) niet kunnen en/of niet voor zichzelf kunnen zorgen, kunnen rekenen op de gemeente. Daarbij is het essentieel dat de relatie tussen de professional en de inwoner/familie goed is en de inwoner geen klant meer is, maar een mens die de regie heeft bij het stuk voor stuk aanpakken van zijn eigen problemen – met ondersteuning waar nodig – waardoor hij in een positieve spiraal terecht komt en groeit. De gemeente vertrouwt hierbij op en luistert naar haar inwoners. Ze verbindt partijen en handelt vanuit wat onze inwoners willen bereiken. Misschien is 2022 al zo dichtbij dat we onze droom niet volledig waar kunnen maken in die korte tijd. Maar dat houdt ons niet tegen om mee te gaan met de stroom die in de samenleving al lang op gang gekomen is. We zien bewegingen ontstaan waar inwoners de krachten bundelen om de menselijke maat terug te brengen in zorg en welzijn, onderwijs, werk en het beheer van de directe omgeving.
We zien in Maastricht-Heuvelland tal van initiatieven waar mensen het heft in eigen hand nemen om hun buurt, dorp of kern leefbaar te maken en iets te betekenen voor hun medemensen. We sluiten aan bij deze beweging, waarbij we de vragen, mogelijkheden, behoeften, waardering en tevredenheid van de inwoners in onze regio centraal stellen. Pagina 33 e.v. We blijven mensen ondersteunen die tijdelijk of permanent geen regie over hun eigen leven kunnen voeren en/of een chronische beperking hebben. Wat gaan we doen? Voor de ondersteuning van mensen die tijdelijk of permanent geen regie over hun eigen leven kunnen voeren en/of een chronische beperking hebben zetten we in op: 1. Het continueren van ondersteuning van de meest kwetsbaren. 2. Het garanderen van de kwaliteit van de ondersteuning. 7
Wat hebben we (op 31 december 2018) gerealiseerd? • We hebben opnieuw goede afspraken gemaakt met maatschappelijke partners over de ondersteuning van de meest kwetsbare burgers. • De verhouding innovatieve ondersteuning ten opzichte van reguliere ondersteuning (nu 20%-80%) is gewijzigd ten gunste van innovatieve ondersteuning. • We werken vanuit een integrale aanpak nauw samen met de 0e, 1e en 2e lijn, zorgverzekeraars en het maatschappelijk middenveld. • Net als nu bieden de gemeenten een vangnet in de inkomensvoorziening wanneer mensen niet zelf in een inkomen kunnen voorzien. Wanneer zij daar recht op hebben, wordt een uitkering verstrekt. Als het nodig is, wordt (tijdelijk) ontheffing verleend van de verplichting om te solliciteren. • Er zijn nieuwe vormen van woonzorg ontwikkeld, die beter aansluiten op de persoonlijke ontwikkeling van de doelgroep die voor Beschermd Wonen in aanmerking komt. Om voldoende voeling te houden met onze inwoners en hun ervaringen te kunnen gebruiken als input voor de verbetering van de dienstverlening door zowel onze eigen medewerkers als die van onze partners, zullen we regelmatig gesprekken aan gaan met ervaringsdeskundigen. De kwaliteitsbeleving is immers net zo belangrijk als de objectief te beoordelen kwaliteit aan de hand van protocollen en criteria.
Op basis van de kwaliteitsbeleving kunnen aanbieders hun ondersteuning nog meer op maat door ontwikkelen en krijgen ook onze eigen medewerkers inzicht in hoe inwoners de dienstverlening van de gemeente ervaren. Wat merken onze inwoners op 31 december 2018? • Mensen kunnen vertrouwen op de kwaliteit van de gecontracteerde aanbieder die zij gekozen hebben voor hun ondersteuning en voelen zich bij klachten aan het adres van deze aanbieder serieus behandeld. • Ervaringsdeskundigen weten bij wie ze terecht kunnen met hun ervaringen en merken dat er daadwerkelijk iets met hun input wordt gedaan.
Bijlage 2. Wmo Artikel 2.1.2 1. De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast met betrekking tot het door het gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning. 2. Het plan beschrijft de beleidsvoornemens inzake door het college te nemen besluiten of te verrichten handelingen die erop gericht zijn: a. De sociale samenhang, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente te bevorderen, alsmede huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden; b. De verschillende categorieën van mantelzorgers, en vrijwilligers, zoveel mogelijk in staat te stellen hun taken als mantelzorger of vrijwilliger uit te voeren; c. Vroegtijdig vast te stellen of ingezetenen maatschappelijke ondersteuning behoeven; d. Te voorkomen dat ingezetenen op maatschappelijke ondersteuning aangewezen zullen zijn; e. Algemene voorzieningen te bieden aan ingezetenen die maatschappelijke ondersteuning behoeven; f. Maatwervoorzieningen te bieden ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met
8
mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn; g. Maatwerkvoorzieningen te bieden aan personen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en beschermd wonen of opvang behoeven in verband met psychische of psychosociale problemen of omdat zij de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld; h. Uitvoering te geven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169) i. De participatie van ingezetenen die geestelijke gezondheidszorg nodig hebben, te versterken. 3. Het plan is erop gericht dat: a. cliënten zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven; b. cliënten die beschermd wonen of opvang ontvangen, een veilige woonomgeving hebben en, indien mogelijk, weer in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving 4. In het plan wordt bijzondere aandacht gegeven aan: a. een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheid, preventie, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; b. de samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet met het oog op een zo integraal mogelijke dienstverlening; c.
keuzemogelijkheden tussen aanbieders voor degenen aan wie een maatwerkvoorziening wordt verstrekt, waarbij rekening wordt gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van cliënten, in het bijzonder voor kleine doelgroepen; d. de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking; e. de wijze waarop de continuïteit van hulp wordt gewaarborgd, in het bijzonder ten aanzien van de persoon die door het bereiken van een bepaalde leeftijd geen jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet meer kan ontvangen; f. mogelijkheden om met inzet van begeleiding, waaronder dagbesteding, mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te laten blijven; g. de wijze waarop ingezetenen worden geïnformeerd over de personen die kunnen optreden als vertegenwoordiger van een cliënt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. 5. In het plan wordt aangegeven op welke wijze de gemeente artikel 2.1.7 toepast dan wel de reden om dat artikel niet toe te passen. 6. In het plan wordt aangegeven welke resultaten het gemeentebestuur in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, welke criteria worden gehanteerd om te meten hoe deze resultaten zijn behaald en welke prestatie-indicatoren worden gehanteerd ten aanzien van aanbieders.
9