CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20230328 08c Bijlage Plan van van aanpak realisatie woonzorgvisie Eijsden-Margraten.pdf

* Raadsvergaderingen 28 maart 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Gemeentelijke woonzorgvisie5.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

voorstel realisatie WOONZORGVISIE Gemeente Eijsden-Margraten

Maastricht, 26 januari 2023 InnDev Drs. J.P.R.E. (Jean Pierre) Tulleneers Mba Projectnr. 01173U

Inhoud 1.

Vraagstelling..................................................................................................................................... 3

2.

Bouwstenen van de woonzorg analyse............................................................................................ 4

3.

Uitwerking van de woonzorgvisie .................................................................................................... 6

4.

5.

3.1.

Bouwsteen 1 : inzicht in de woonzorg opgave middels woonzorg analyse ............................ 6

3.2.

Bouwsteen 2 : formuleren visie wonen zorg en welzijn – de strategie .................................. 7

3.3.

Basis woonzorg programmering 2023-2030 ........................................................................... 8

AANPAK, PLANNING, UITVOERING EN DELIVERABLES ................................................................... 10 4.1.

Aanpak ................................................................................................................................... 10

4.2.

Projectplanning ..................................................................................................................... 10

4.3.

Uitvoering qua projectstructuur............................................................................................ 10

4.4.

Uitvoering: opdrachtgever - opdrachtnemer ........................................................................ 11

4.5.

Deliverables ........................................................................................................................... 11

OVERIGE BEPALINGEN ................................................................................................................... 12

Bijlage 1 – definities, concepten en landelijk beleid ............................................................................. 13 Basistypologie wonen met zorg ......................................................................................................... 13 Definitie zorgwoning .......................................................................................................................... 14 Toelichting verschillen tussen Wmo, Zvw en Wlz.............................................................................. 15 Landelijk beleid wonen en zorg ......................................................................................................... 17 Vertaling van het landelijk beleid naar de gemeentelijke woonzorg visie ........................................ 17 Bijlage 2 – Originele ideeen voor de vernieuwing van de ouderenzorg ............................................... 19 Bijlage 3 - Taken en verantwoordelijkheden in woonzorg .................................................................... 23

2

1.

Vraagstelling

De gemeente Eijsden-Margraten wenst een woonzorg visie te realiseren. Immers, de gemeenten zijn verplicht op per 01.01.2024 een woonzorg visie te hebben. Naast een “must” is de woonzorg visie een instrument dat van grote waarde kan zijn voor de gemeente: ▪

▪

▪

▪

In de woonzorgvisie wordt gebiedsgericht invulling gegeven aan de behoefte aan (zorg)huisvesting en ondersteunende voorzieningen. Daarbij wordt op gemeentemaat invulling gegeven aan het principe “de juiste zorg op de juiste plek” c.q. “passende zorg”. Bij de programmatische invulling van de woonzorg-opgave kan verbinding plaatsvinden met de woningbouwprogrammering waarbij synergie-effecten kunnen worden benut. Met de realisatie van de woonzorgvisie wordt mede de basis gelegd van een economisch houdbaar zorg- en ondersteuningssysteem op gemeentelijk niveau door het aanbod op een andere manier te gaan invullen conform de landelijke doelstellingen dienaangaande. Dit zal ook van directe invloed zijn op de kosten/baten ontwikkeling van de Wmo in relatie tot deze van de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. Bij de realisatie van een woonzorgvisie ligt de nadruk op samenwerking met de andere regievoerders (zorgkantoor, zorgverzekeraars) en het uitvoerend veld (eerste lijn, zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en woningcorporaties). In die samenwerking wordt het eigenaarschap van de te realiseren deelopgaven (niet vrijblijvend) geadresseerd.

Op verzoek van de gemeente wordt in onderhavig voorstel geconcretiseerd op welke wijze de woonzorgvisie van de gemeente Eijsden-Margraten kan worden gerealiseerd en op welke wijze de ondersteuning hierbij vanuit InnDev kan worden gerealiseerd.

3

2.

Bouwstenen van de woonzorg analyse

De woonzorgvisie richt zich op kwetsbare doelgroepen met (of zonder) hulpvraag. Het gaat om ouderen, mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, cliënten beschermd wonen en maatschappelijke opvang en jongvolwassenen die uitstromen uit de jeugdzorg. Bij de realisatie van een woonzorg visie gaan we uit van vier bouwstenen. Inzicht in de woonzorg opgave verschaffen is de eerste stap bij de realisatie van een woonzorg visie. Die opgavebepaling is gebaseerd op de huidige en toekomstige behoefte afgezet tegen het huidige aanbod/gebruik en de verandering die daarin mag worden verwacht op basis van het vigerende landelijke beleidskaders (zie bijlage 1 voor gehanteerde definities en een korte toelichting op het landelijk beleid). De analyse maakt dus de opgave inzichtelijk rekening houdende met alle trends en ontwikkelingen op macroniveau en de projectie hiervan op de lokale situatie. Denk bijvoorbeeld aan verouderde zorgvoorzieningen die moeten worden gerenoveerd en waarvoor deels (nieuwbouw) alternatieven moeten worden gerealiseerd. De analyse zet een stip op de lange termijn horizon (2040) en kijkt naar kansen en knelpunten op de korte termijn (bijvoorbeeld 2024-2030). In de analyse wordt een verbinding gelegd tussen “fysiek” en “sociaal” en de risico’s en beheersingsmogelijkheden voor de noodzakelijke veranderingen worden benoemd. Bouwstenen voor een woonzorgvisie

Bron: Taskforce Wonen en Zorg

4

Op basis van de gedeelde analyse wordt in een vervolgstap een visie op wonen, zorg en welzijn geformuleerd. Daarin wordt het toekomstbeeld van wonen en zorg geschetst als het resultaat van een proces dat idealiter met de ketenpartners wordt doorlopen. Het is de strategie waarvan de uitgangspunten worden verhelderd. Daarbij komen thema’s zoals betaalbaarheid, toegankelijkheid, spreiding, inclusie en maatwerk aan de orde. De woonzorg visie bouwt voort op de lokale/regionale woonvisie, de visie op sociaal domein (het Beleidsplan maatschappelijke ondersteuning 2023-2026) als algemene onderlegger, het accommodatiebeleid. Voor de Omgevingsvisie kan de woonzorgvisie input opleveren. Tenslotte beschrijft de visie ook hoe de samenwerking met inwoners en stakeholders vorm moet krijgen. Als logisch vervolg op de visie/strategie wordt in de derde bouwsteen de vertaling van visie naar ambitie en doelen wonen, zorg en welzijn gemaakt op een concreet niveau zoals “binnen vijf jaar heeft elke wijk een fysieke plek voor ontmoeting en een zinvolle daginvulling” of “binnen tien jaar hebben we in elke woonzorgzone voldoende zorgwoningen om aan de behoefte tegemoet te komen”. Deze ambities worden op hun beurt weer vertaald en geformuleerd in concrete doelen in de vorm van een uitvoeringsprogramma. Daaruit blijkt wie welke stappen moet ondernemen om de gestelde ambitie te bereiken.

Ook deze derde stap vindt in samenspraak met de ketenpartners plaats. Tenslotte wordt in een vierde stap (na accordering van de woonzorgvisie stappen 1 tot en met 3) uitvoering gegeven aan de woonzorgvisie middels samenwerking en inzet van de gemeente met ketenpartners en inwoners in de realisatie c.q. invulling van het uitvoeringsprogramma dat het resultaat van stap 3 was. Voor de duidelijkheid: stap 4 is de uitvoering in de periode 2024-2030 en maakt geen onderdeel uit van onderhavige aanbieding.

5

3.

Uitwerking van de woonzorgvisie

3.1.

Bouwsteen 1: inzicht in de woonzorg opgave met woonzorg analyse

Het woonbehoefte onderzoek heeft al op hoofdlijnen inzicht verschaft in de kwantitatieve woonzorg opgave. Concreet is voor de doelgroep kwetsbare ouderen de behoefte ontwikkeling voor de periode 2020-2030-2040 bepaald. Deze opgave dient nog te worden gekoppeld aan (het gebruik van) het bestaande zorgvastgoed in overleg met de zorgaanbieders en de woningcorporaties. Daarbij wordt gekeken naar het intramuraal vastgoed vanuit strategisch vastgoed perspectief en ook naar de zorggeschiktheid van het corporatiebezit op niveau van BAT-scores 1 (bij de realisatie van het woonbehoefte onderzoek was deze informatie slechts deels beschikbaar). Bijkomend wordt geanalyseerd in hoeverre BAT-scores 1 en 2 ook ingezet kunnen worden als verpleeggeschikte zorgwoningen door “te overziene” aanpassingen. Daarnaast wordt bepaald in hoeverre de zorgwoningen voldoen aan criteria van zorggarantie (wat is het toewijzingsbeleid per complex, zijn er afspraken met een zorgaanbieder voor 24/7 zorg, is er een algemene voorziening voor ontmoeting, edm). Tenslotte kijken we naar het feitelijk zorggebruik o.a. extramurale verpleeghuiszorg middels VPT/MPT2 en langdurige wijkverpleging onder andere op basis van informatie van Vektis. Uitgangspunt is dat de gemeente Eijsden-Margraten gebruik maakt van de (gratis door VMG beschikbaar gestelde) Gemeentezorgspiegel van Vektis.

Bovenstaande beschrijving betreft de doelgroep kwetsbare ouderen. Voor de doelgroepen gehandicapten, jeugd, beschermd wonen en maatschappelijke opvang maken we ook een nulmeting over het feitelijk zorggebruik en de beschikbare voorzieningen en kijken we naar de verwachte toekomstige behoefte op basis van het vigerend beleid (o.a. het plan “Zicht op Thuis” voor beschermd wonen). Voor deze doelgroepen zal de klemtoon minder liggen op aspecten van doorgankelijkheid en toegankelijkheid, maar op beschikbaarheid en betaalbaarheid van de benodigde huisvesting. Als onderdeel van de analyse kijken we ook verkennend naar toepasbare innovatiemogelijkheden. Het betreft onder andere vernieuwende voorbeelden van woonzorg concepten (zie artikel “originele ideeën voor vernieuwing van de ouderenzorg” in bijlage 2

1

De BAT-scores geven inzicht in de doorgankelijkheid en toegankelijkheid van woningen in overeenstemming met de volgende indeling: 0 niet geschikt 1 wandelstokgeschikt 2 rollatorgeschikt 3 rolstoelgeschikt 4 verpleeggeschikt 2 VPT/MPT: Volledig Pakket Thuis / Modulair Pakket Thuis

6

voor een impressie) of een vernieuwende aanpak ten aanzien van ondersteuning en zorgverlening zoals “reablement”.

3.2.

Bouwsteen 2: formuleren van de visie op wonen zorg en welzijn

De formulering van de visie op wonen en zorg uitgaande van het landelijk beleid van “de juiste zorg op de juiste plek” oftewel “passende woonzorg” op niveau gemeente EijsdenMargraten. Deze visie wordt vertaald op een concreet niveau. Voor een efficiënte aanpak die ook de nodige diepgang garandeert, werken we met deelvisies c.q. deelstrategieën voor de onderscheiden woonzorg doelgroepen: ▪ ▪ ▪

Deelstrategie intramuraal (beschermd wonen) Deelstrategie geclusterde woonvormen (tussenvoorzieningen / beschut wonen) Deelstrategie zorg “Thuis”

Cruciaal voor het welslagen is de verbinding van en afstemming tussen de deelstrategieën tot een geheel met als rode draad de woonzorg invalshoek. In de strategie benoemen we SMART per onderdeel (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden): ▪

▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪

De inhoudelijke doelstellingen en de te hanteren concepten, werkwijzen (bijvoorbeeld aantallen, spreiding, volumes, beoogde woonzorg concepten, innovatie …) De wijze waarop de doelstellingen worden gerealiseerd: de draaiknoppen die we gaan gebruiken De relatiebepaling van de woonzorgvisie (en programmering daarvan) tot de “reguliere” woningbouwprogrammering De fasering (korte termijn en lange termijn perspectief) De beoogde instrumenten (bijvoorbeeld prestatieafspraken met woningcorporaties, een (regionaal) strategisch vastgoedplan met de zorgaanbieders, de realisatie van een afwegingskader om initiatieven te beoordelen, …) SWOT-analyse (laaghangend fruit versus obstakels) De taakverdeling c.q. eigenaarschap op regieniveau (gemeente, zorgkantoor en zorgverzekeraars) en op uitvoerend niveau (woningcorporaties, initiatiefnemers, zorgaanbieders, welzijnsaanbieders, eerste lijn én burgers/zorgvragers).

Daarnaast werken we de algemene strategie principes uit: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Sturing en monitoring Evaluatie en bijsturing Juridische draaiknoppen Financiële paragraaf Te benoemen randvoorwaarden 7

Bij de strategieformulering sluiten we maximaal aan op lopende initiatieven en al bestaande samenwerkingsverbanden. We houden rekening met de wettelijke taken en verantwoordelijkheden en de wijzigingen die op dat vlak gaan plaatsvinden. Dat doen we op niveau van regievoerders (gemeente, zorgkantoor en zorgverzekeraar) evenals op uitvoerend niveau (zorgaanbieders, woningcorporaties, overige initiatiefnemers in woonzorg, welzijnsorganisaties, eerste lijn,…). Zie voor de beeldvorming bijlage 3.

3.3.

Bouwsteen 3: formuleren ambitie en doelen in woonzorg programma 2023-2028

In de ambitieformulering in de vorm van een woonzorg programmering (bouwsteen 3) wordt de strategie (bouwsteen 2) vertaald in een concreet actieprogramma voor de korte en middellange termijn. Het is een samenhangend geheel van acties waardoor meteen invulling wordt gegeven aan de doelstellingen die nodig zijn om invulling te geven aan de woonzorg behoefte voor de plantermijn 2030 met 2040 als stip op de horizon. We houden 2028 aan als “korte termijn” gegeven de lange doorlooptijd van vastgoedprojecten. De programmering maakt de acties voor de komende jaren inzichtelijk inclusief een prioritering / kritisch pad zodat de korte termijn acties helder zijn. Aangezien de programmering een afgeleide is van de strategie is de invulling van de programmering op voorhand niet te bepalen. Voor de beeldvorming kan het gaan om de volgende elementen (niet-limitatief): ▪

▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Het gebouwelijk invullen van witte vlekken in clusters van buurten waar woonzorg voorzieningen momenteel nog ontbreken door gebrekkige spreiding maar wel nodig zijn. Daarbij optimaliseren vanuit de mogelijkheden van beschikbare vastgoedposities en aansluiten op het sociaal-economisch profiel van de wijk en daaruit af te leiden leefstijlconcepten. Het wijzigen van de instromende zorgprofielen in de bestaande verpleeghuizen in relatie tot de doorontwikkeling van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg (zie ook de ontwikkeling Cicero verpleeghuiszorg 8.0 in bijlage 2); Het gebiedsgericht bepalen van de mogelijkheden van het (her)spreiden verpleeghuiszorg en de invulling daarvan; Het gestructureerd transformeren van een aantal bestaande verpleeghuisgeschikte (BAT4) complexen om daar effectief te gaan voorzien in 24 uurs zorg; De aanpak van ongewenst zorgscheefwonen in de eigen woning; Randvoorwaarden bepalen om “VPT/MPT verspreid in de wijk” mogelijk te maken; Plan van aanpak technologie implementatie langer thuis; 8

▪ ▪ ▪ ▪

▪

Bepalen elementen van een inclusieprogramma “Thuis” (zie ook pilot Zonnetij in Aarle-Rixtel in bijlage 2); Afspraken met de eerste lijn en organisatie formele/ informele zorg; Inzet welzijn in het kader van Langer Thuis Wonen; Logische verbinding van voorgaande elementen bijvoorbeeld mensen zo lang mogelijk zelfredzaam “Thuis” houden volgens “schijf van vijf principe” (zie ook pilot de Zorgboog/CZ in bijlage 2). …..

Bij de acties worden tijdspaden benoemd en verantwoordelijkheden geadresseerd en wordt een financiële paragraaf toegevoegd. Ook wordt de woonzorgopgave waar mogelijk/ waar nodig gerelateerd aan de reguliere woningbouwopgave in de verdere programmatische uitwerking. De effectieve realisatie van de woonzorg visie in de periode 2023-2028 is bouwsteen 4 en maakt als dusdanig geen onderdeel uit van onderhavig adviesvoorstel.

9

4.

Aanpak, planning, uitvoering en deliverables

4.1.

Aanpak

We gaan uit van een interactieve aanpak om de beoogde doelstellingen te realiseren en om stapsgewijs te komen tot gemeenschappelijk gedragen analyses, opgavebepalingen, strategie en uitwerking daarvan. Daartoe leggen we de noodzakelijke verbindingen binnen de gemeente Eijsden-Margraten tussen de medewerkers van “sociaal en fysiek” en relevante stakeholders van het aanbiedersveld alsook de eindgebruikers (zie bijlage 3 voor de beeldvorming). Daarnaast kijken we ook buiten de deur en vliegen we al opgedane kennis en kunde in om tot effectieve resultaten te komen. Met deze aanpak willen we partijen (zowel op regie als uitvoerend niveau) duurzaam met elkaar verbinden als basis voor de uitvoering in de komende jaren.

4.2.

Projectplanning

In de planning gaan we uit van drie fases. 1. Completeren inzicht in de opgave waarbij de nog ontbrekende relevante gegevens worden verzameld en geanalyseerd. Met het uitvoerend veld vindt communicatie plaats over doelstellingen en actieve deelname aan de visievorming. Verwachte doorlooptijd is 2 maanden. 2. Fase formuleren woonzorgvisie c.q. de strategiebepaling (verwachte doorlooptijd 2 maanden). 3. Fase formuleren van ambities en doelen c.q. formuleren van de programmering op hoofdlijnen (verwachte doorlooptijd 2 maanden). De verwachte doorlooptijd voor de realisatie van de woonzorgvisie is dus zes maanden.

4.3.

Uitvoering qua projectstructuur

Het project wordt gerealiseerd vanuit een stuurgroep-projectgroep-werkgroepen structuur. De stuurgroep is samengesteld uit de verantwoordelijke portefeuillehouders wonen en sociaal domein en de leden van de projectgroep. Voor de stuurgroep worden drie overlegmomenten voorzien (op het einde van elke fase). De stuurgroep beoordeelt de resultaten ten behoeve van verdere gemeentelijke besluitvorming. Aan de projectgroep nemen minimaal twee beleidsmedewerkers van de gemeente (waarvan één “fysiek” en één “sociaal”) deel. Daarnaast neemt de externe projectleider deel en op afroep collega’s en/of vertegenwoordigers van stakeholder organisaties. De projectgroep beoordeelt tussentijdse resultaten, legt verbindingen en neemt (voortgangs)besluiten die worden voorgelegd aan de stuurgroep. 10

Nader te bepalen op basis van de vraagstellingen die voortkomen uit de nulmeting worden één of meerdere werkgroepen samengesteld om tot formulering van mogelijke oplossingen te komen.

4.4.

Uitvoering: opdrachtgever - opdrachtnemer

Opdrachtgever is de gemeente Eijsden-Margraten. De opdrachtgever benoemt een “interne” projectleider die aanspreekpunt op vlak van projectmanagement is. Opdrachtnemer is bureau InnDev te Maastricht waarbij Jean Pierre Tulleneers de rol van extern projectleider invult. De externe projectleider geeft praktisch invulling aan het project, dat wil zeggen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

4.5.

Bewaken van agenda, doelstellingen en planning voor de realisatie van de doelen; Bewaken van het tijdig realiseren van tussentijdse en definitieve deliverables; Het samenstellen van agenda’s van bijeenkomsten en vastleggen van actiepunten en hoofdpunten; Het afstemmen met de opdrachtgever zowel inhoudelijk als projectmatig; Het zorg dragen voor het inbrengen van de nodige inhoudelijke expertise.

Deliverables

Een gedragen woonzorgvisie en de concretisering daarvan vanuit een gezamenlijk proces is de doelstelling. Dit wordt vertaald naar: ▪ ▪ ▪ ▪

De realisatie van een bondig analysedocument (met ter beschikking stellen onderliggende feitengegevens in Excel en/of pdf-format) Een te accorderen document woonzorg strategie (bij voorkeur Canva – indien gewenst traditioneel tekstdocument) Een te accorderen document woonzorg programmering op hoofdlijnen (bij voorkeur Canva – indien gewenst traditioneel tekstdocument) Presentatievormen in Canva/Powerpoint combinatie.

11

5.

OVERIGE BEPALINGEN

Behoudens de genoemde elementen zijn de algemene voorwaarden van InnDev van toepassingen. Desgewenst doen wij u deze toekomen.

12

Bijlage 1 – definities, concepten en landelijk beleid Basistypologie wonen met zorg Wij maken in de woonzorg analyse een onderscheid tussen drie type woonvormen die van belang zijn bij de vormgeving van wonen en zorg. (1) zorg thuis in de eigen woning. De zorg kan van tijdelijke of structurele aard zijn en de woning is mogelijk aangepast bijvoorbeeld voor een betere doorgankelijkheid en/of toegankelijkheid. (2) tussenvoorzieningen – vaak 24 uurs (on)planbare zorg beschikbaar. De zorgvragers wonen in een “beschutte omgeving” in geclusterde (zorg)woningen met een eigen huisnummer. De bewoners betalen in principe zelf huur. (3) verblijf/ intramuraal zijn woonvormen waarin de client in een instelling verblijft met 24/7 toezicht/aanwezigheid. Mogelijk zijn vrijheidsbeperkende maatregelen van toepassing. Naast deze basistypes bestaan een veelheid van varianten c.q. combinaties en/of innovaties. Denk bijvoorbeeld aan aanleunwoningen, luxe woon(zorg)residenties, woonzorgcomplexen, intergenerationeel wonen, woon(zorg)hof, kleinschalig wonen, knarrenhof, thuisthuis, mantelzorgwoning, kangoeroewoning, gemengde woongroepen, Skaeve Huse, … Ook bestaan voorliggende voorzieningen zoals (crisis)opvang en tijdelijke (opvang) voorzieningen. Figuur 2 – typologie woonzorg voorzieningen

13

Definitie zorgwoning Mede op basis van de definities gebruikt in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) moeten zorgwoningen voldoen aan de volgende criteria: 1. Fysieke eisen c.q. ruimtelijke criteria aan zorgwoningen voor bepaalde doelgroepen die minder mobiel zijn bijvoorbeeld BAT-scores (SVWZL gaat uit van minimaal rolstoelgeschiktheid c.q. BAT score 3 bij zorgwoningen voor ouderen). (BAT= Bouwadvies Toegankelijkheid Woningen) 2. De levering van 24/7 planbare of onplanbare zorg en afspraken met een zorgaanbieder hierover, de zogenaamde zorggarantie. 3. Eisen: criteria zorgindicaties van de bewoners (SVWZL gaat uit van indicaties Wlz, Zvw of Wmo indicatie beschermd wonen – zie ook bijlage). 4. Overige eisen: aantallen (SVWZL minimaal 5 geclusterde woningen). 5. In principe gaat het om huurwoningen (uitzonderingen koop met borging gebruik voor doelgroepen mogelijk in SVWZL). 6. Juridische verankering (SVWZL) Om te borgen dat zorgwoningen ook daadwerkelijk worden bewoond door mensen met een zorgindicatie moeten gemeenten dit aantoonbaar juridisch sluitend regelen in het bestemmingsplan en de af te geven omgevingsvergunning, waaruit blijkt dat de woningen uitsluitend bestemd zijn voor de huisvesting van zorgbehoevenden met een zorgindicatie of profiel als voornoemd die daadwerkelijk deze zorg afnemen gedurende deze zorgindicatie.

Voor elke nieuwe bewoning geldt de beperkende bepaling onverkort ook. Hierbij is extra juridische verankering mogelijk om op de locatie niet de bestemming “wonen” maar “maatschappelijk” te vestigen. Ook wordt voorzien in een procedure voor “overgebleven partner” die geen zorgindicatie heeft. 7. Het in de praktijk voorzien in algemene voorzieningen in de directe nabijheid (bijvoorbeeld een algemene ruimte die als eetpunt of gezamenlijke activiteitenruimte kan dienen). In Limburg geldt ontheffing van de compensatieplicht bij de realisatie van zorgwoningen. De “tussenvoorzieningen” bestaan dus in essentie uit “zorgwoningen”. Als gevolg van aandoeningen en beperkingen is de zorgwoning met bijbehorende dienstverlening en voorzieningen nodig voor de bewoner. Afhankelijk van de doelgroep is de zorgwoning in de tussenvoorziening tussenstap naar een zwaardere voorziening (bijvoorbeeld het verpleeghuis voor een kwetsbare oudere) of andersom een tussenstap van verblijf naar zelfstandigheid Thuis (bijvoorbeeld naar Housing vanuit de doelgroep Beschermd Wonen).

14

Naast zorgwoningen zijn er intramurale voorzieningen ex Wlz (Wet langdurige zorg) waarbij 24 uurs zorg in natura wordt geleverd. De intramurale bewoners betalen een eigen bijdrage en daarvoor worden alle diensten geleverd inclusief de gebouwelijke voorzieningen (zij betalen dus geen huur en er is geen sprake van “wonen” maar verblijf). Als de Wlz geïndiceerde besluit om gebruik te maken van het Volledig Pakket Thuis (VPT) of Modulair Pakket Thuis (MPT), doet hij/zij afstand van zorg in natura en betaalt hij/zij huur voor de extramurale zorgwoning waarin wordt geleefd. Zie verdere details in de volgende paragraaf.

Toelichting verschillen tussen Wmo, Zvw en Wlz Langdurige zorg en ondersteuning thuis kan geregeld worden door de gemeente (Wmo – Wet maatschappelijke ondersteuning), de zorgverzekeraar (Zvw - Zorgverzekeringswet) wat betreft wijkverpleging of het Zorgkantoor (Wlz – Wet langdurige zorg). Vanuit welke wet de zorg gefinancierd wordt, is afhankelijk van de zorgvraag en de persoonlijke situatie. Hieronder staan de relevante verschillen tussen de wetten die voor de cliënt belangrijk kunnen zijn. 1. De woonplek ▪ ▪

Wmo-ondersteuning en wijkverpleging zijn mogelijk als men thuis (= zelfstandig) of in een kleinschalig wooninitiatief woont. De Wlz geeft recht om in een zorginstelling te gaan wonen. Bijvoorbeeld een verpleeghuis of een instelling voor gehandicaptenzorg. Verhuizen naar een instelling is niet verplicht: als de omstandigheden van de cliënt goed zijn kan hij/zij Wlz-zorg ook thuiskrijgen.

2. De instantie die de zorg toekent en betaalt ▪ ▪ ▪

Wmo-ondersteuning wordt aangevraagd bij de gemeente die de ondersteuning ook betaalt. Wijkverpleging wordt aangevraagd bij een wijkverpleegkundige (thuiszorgaanbieder). De zorgverzekeraar betaalt de zorg. Wlz-zorg wordt aangevraagd bij het Centrum indicatiestelling zorg. Het zorgkantoor regelt en betaalt de zorg.

3. De duur van de indicatie ▪

Een indicatie voor Wlz-zorg is levenslang.

15

▪

Wmo-ondersteuning en wijkverpleging is voor beperkte tijd. Als daarna nog zorg nodig is, moet die opnieuw worden aangevraagd.

4. De soorten zorg en ondersteuning De Wmo levert maatschappelijke ondersteuning: hulp om zelfstandig te blijven wonen en mee te doen in de samenleving. ▪ Wijkverpleging is verpleging en verzorging met een medische noodzaak; zorg zoals een verpleegkundige die pleegt te bieden. ▪ De Wlz levert intensieve zorg aan mensen die blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht nodig hebben. De zorgvormen kunnen dezelfde naam hebben als in de Wmo (bijvoorbeeld begeleiding) en de Zvw (bijvoorbeeld verpleging). ▪

5. De leveringsvormen Alle zorgwetten kennen twee leveringsvormen ▪ ▪

Zorg in natura (een zorgaanbieder regelt alles voor de cliënt) Persoonsgebonden budget – PGB (de zorgvrager krijgt een budget waarmee hij/zij zelf zorg inkoopt)

In de Wlz kan bij zorg in natura worden gekozen uit drie vormen: ▪ ▪ ▪

Verblijf (wonen in een zorginstelling) Volledig pakket thuis – VPT (een zorgaanbieder levert alle zorg uit het geïndiceerde zorgprofiel bij thuis bij de cliënt) Modulair pakket thuis – MPT (een zorgaanbieder levert onderdelen uit het zorgprofiel bij thuis; de client kiest zelf welke onderdelen dat zijn).

6. De keuze voor een zorgaanbieder Bij zorg in natura regelt een zorgaanbieder dat alle zorg wordt geleverd. Die zorgaanbieder moet een contract hebben met de organisatie die de zorg inkoopt. ▪ ▪ ▪

Wmo-ondersteuning wordt ingekocht door de gemeente. Wijkverpleging wordt ingekocht door de zorgverzekeraar. Wlz-zorg wordt ingekocht door het zorgkantoor.

Een zorgaanbieder kan met al deze organisaties een contract hebben. Maar dat is niet altijd zo. Dus het is mogelijk dat men bij Wlz-zorg uit andere zorgaanbieders moet kiezen dan wanneer men wijkverpleging en/of Wmo-ondersteuning zou krijgen. 16

Landelijk beleid wonen en zorg Het landelijk overheidsbeleid stelt de houdbaarheid van de zorg in brede zin voorop aangezien nu al 1 op 6 werknemers in de zorg werkt en 13% van het nationaal inkomen aan zorg wordt besteed. Alleen al uitgaande van de vergrijzing zou de zorgvraag verder toenemen en om daarin te voorzien zou in 2040 1 op 4 werknemers in de zorg moeten werken en zouden we 19-21% van ons inkomen aan zorg moeten besteden. Dat is niet realistisch en wenselijk aangezien er ook nog andere grote uitdagingen de noodzakelijke voorwaarde vormen voor het welzijn van iedereen in Nederland waarvoor veel mensen en middelen nodig zijn: klimaat, onderwijs, wonen, etc. Bottom line is dat we dus met minder aan de zorgvraag moeten van meer mensen moeten voldoen uitgaande van het nieuwe normaal volgens de principes zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan (bron WOZO-programma ministerie van VWS – juli 2022). Het landelijk beleid is leidend voor de lokale beleidsvertalingen door gemeenten, zorgkantoor en zorgverzekeraars. Als landelijk beleidskaders gaan we onder meer uit van het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het WOZOprogramma.

Vertaling van het landelijk beleid naar de gemeentelijke woonzorg visie Het landelijk beleid kan worden vertaald naar de woonzorg situatie onder het motto “de juiste zorg op de juiste plaats”. Het is de insteek om de dure en arbeidsintensieve intramurale voorzieningen zoveel als mogelijk te transformeren naar extramurale tussenvoorzieningen. Daarnaast moet het systeem ook dusdanig worden ingericht dat mensen maximaal “thuis” in de eigen woning kunnen verblijven om de vraagdruk tussenvoorzieningen te verminderen. Wat dit betekent voor de verschillende doelgroepen maken we inzichtelijk in de separate analyses. Om de juiste zorg op de juiste plaats verantwoord te kunnen realiseren, moeten er wel een aantal randvoorwaarden c.q. systeemelementen worden ingevuld. In onderstaande figuur noemen we die randvoorwaarden het “PPI-fundament”. PPI staat voor de mix van preventie/vroegsignalering, positieve gezondheid en inclusie. Het betekent dat het systeem moet worden georganiseerd rond de zorgvrager (en niet andersom zoals nu nog dikwijls het geval is). Naast de “sociale” systeemeisen is er ook een fysieke opgave in de vorm van voldoende zorggeschikte woon- en verblijfseenheden. Ingezet wordt op het voorkomen van zorg (leefstijl en een sterke sociale basis), het vervangen van zorg (technologische en sociale innovatie) en het verplaatsen van zorg (zo thuis mogelijk).

17

Figuur de juiste zorg op de juiste plaats

18

Bijlage 2

Originele ideeën voor vernieuwing ouderenzorg (bron Zorgvisie) Innovatieve ouderenzorg vraagt lef, geluk en timing, zegt Marcel van Woensel, bestuurder van zorgorganisatie Van Neynsel. Hij en twee andere bestuurders laten zien hoe de ouderenzorg vernieuwd kan worden.

Foto: Seventyfour/stock.adobe.com

Eens in de zoveel tijd houdt Kina Koster, bestuursvoorzitter van ouderenzorgorganisatie Cicero Zorggroep, een ‘zeepkist-bijeenkomst’. Op die momenten legt ze contact met haar personeelsleden, haalt ze op wat er op de werkvloer speelt en vraagt ze feedback voor haar beleid. Tijdens een van die bijeenkomsten vroeg ze de medewerkers: hebben jullie cliënten die met een beetje hulp thuis zouden kunnen wonen? ‘Ik was ervan overtuigd dat iedereen die bij ons woont, onze zorg nodig heeft. Maar álle handen ging omhoog.’ Ouderenzorg 8.0 Daarop besloot Koster een nieuwe vorm van ouderenzorg aan te bieden in haar regio ZuidLimburg. ‘Ouderenzorg 8.0, want we hebben al zoveel 2.0 en 3.0 gehad’, grapt Koster, die al 19

25 jaar in de zorg werkt. Het idee is dat ouderen, met name mensen met dementie, een paar weken of maanden onder Cicero’s hoede komen, waarna ze weer naar huis kunnen. Koster: ‘Wij maken de dementie niet beter, maar aan de omstandigheden van de cliënt en diens mantelzorger valt wel veel te verbeteren. Wij zien het nu al keer op keer gebeuren. Vaak knappen cliënten enorm op na zo’n zes weken gezonde voeding, voldoende vochtinname, de juiste medicatie, dagbesteding en een veilige omgeving.’ De cliënt krijgt intensieve zorg, de mantelzorger krijgt een ‘opleiding’. ‘Vaak komen cliënten bij ons wonen omdat hun mantelzorger de zorg niet meer aankan. Wanneer de mantelzorger meer weet over de ziekte en de specifieke behoefte van de cliënt, wordt de zorg dragelijker en kunnen cliënt en mantelzorger het veel langer samen af.’ Langer thuis wonen hoeft niet te betekenen dat de zorg zwaarder wordt voor de mantelzorger, benadrukt Koster. ‘Er zijn allerlei faciliteiten die kunnen helpen. Dagbesteding bijvoorbeeld. De cliënt wordt ’s ochtends opgehaald en komt eind van de middag moe en voldaan weer thuis. Daarna kunnen ze samen eten, een spelletje spelen of muziek luisteren en dan gaat de cliënt naar bed.

Dankzij de dagbesteding heeft de mantelzorger de handen overdag vrij en de patiënt heeft een dagstructuur, zinvolle daginvulling en een betere nachtrust.’ Cicero onderzocht de laatste honderd opnames en constateerde dat de helft van de cliënten na een tijd terug naar huis zou kunnen. Al moet de situatie van de mantelzorger zich daar ook voor lenen. Koster schat in dat zo’n 30 procent van de cliënten na enige ondersteuning weer thuis kan wonen. Sociale benadering Ook in de regio Den Bosch kwam een zorgbestuurder tot de conclusie dat ouderenzorg en de ondersteuning van de familie van wie een van de ouderen dementie heeft, socialer kan. Met de Sociale Benadering Dementie van Tao of Care koos zorgorganisatie Van Neynsel, samen met de gemeente en het zorgkantoor van VGZ, voor een nieuwe aanpak om het sociale vangnet van inwoners met dementie te verstevigen. In deze sociale benadering wordt een ondersteuningsteam gevormd dat de mensen met dementie helpt hun levenskwaliteit te verhogen. De ouderen zelf worden gestimuleerd de regie over hun leven te houden. Huisarts, thuiszorg, casemanager dementie en welzijnsmedewerker zijn ondersteunend. Dat leidt volgens Marcel van Woensel, bestuurder van Neynsel, tot pareltjes. ‘De focus verschuift van medicalisering naar humanisering. Daardoor nemen levens- vreugde en zelfredzaamheid toe.

Mantelzorgers voelen zich minder belast en opname in het verpleeghuis kan zo’n zes tot negen maanden worden uitgesteld.’

20

Bij bewoners voor wie acute opname nodig lijkt, stuurt Van Neynsel het Sociale Benaderingsteam langs. Net als bij Cicero’s Ouderenzorg 8.0 draait het erom opname uit te stellen door de sociale omgeving te versterken. Eind vorig jaar maakte Van Neynsel de tussenstand van de vierjarige pilot bekend. Per cliënt werd door het team 2,5 uur per week ingezet. De 43 deelnemers en hun familie ervaren een hogere kwaliteit van leven. Zo steeg het welzijn van een 6,5 naar een 7,8. Tegelijkertijd dalen de zorgkosten per cliënt met 1.600 euro per maand, blijkt uit de evaluatie. Beweegtuin Het derde voorbeeld is appartementen- en zorgcomplex Zonnetij in Aarle-Rixtel in NoordBrabant. In het gebouw wonen 98 ouderen met verschillende zorgvragen. Een derde van de ouderen heeft een Wlz-indicatie. Het gebouw zelf is van de woningcorporatie; potentiële bewoners moeten zich dan ook via de woningcorporatie aanmelden. De gezamenlijke ruimte en activiteiten worden grotendeels gefinancierd door de gemeente, fondsen en gerund door vrijwilligers. De zorg wordt ambulant verleend vanuit de Zorgboog. In plaats van de bewoners naar de zorg, naar het verpleeghuis te brengen, komt de zorg naar hen. Ook zorg die normaal in het verpleeghuis plaatsvindt. Ook hier staat dus het sociale netwerk rondom de ouderen centraal.

‘De belangrijkste indicatie of iemand thuis kan blijven wonen of naar het verpleeghuis moet, is niet hoe zwaar de zorgvraag is, maar hoe het netwerk van de cliënt eruitziet’, vertelt Wil van de Laar, bestuurder van de Zorgboog. Als je het netwerk rond een cliënt versterkt, zijn er dus minder verpleeghuisplekken nodig. ‘Hoe meer aandacht je hebt voor welzijn, hoe minder je kwijt bent aan zorg’, is de overtuiging van de Laar. Om hier handen en voeten aan te geven, zijn in het complex gemeenschappelijke ruimtes en worden in de ‘beweegtuin’ allerlei welzijnsactiviteiten georganiseerd door vrijwilligers uit de buurt. Elke dag is er een gezamenlijke gezonde maaltijd. Niet wachten Een opvallende overeenkomst tussen de drie innovatieve bestuurders is dat zij zich niet hebben laten tegenhouden door ‘schotten’, afzonderlijke wetten en financieringsstromen. ‘De cliënt denkt ook niet in zorgwetgeving’, stelt Van de Laar van de Zorgboog. ‘Als je gaat zitten wachten op een stelselwijziging, ben je al snel tien à vijftien jaar verder. Wij moeten allemaal de cliëntreis centraal zetten. Je moet verder kijken dan de financiering van vandaag.’

21

Vooralsnog zijn er ook voor Ouderenzorg 8.0 nog geen structurele afspraken over de financiering. Na enkele verzuchtingen over de belemmerende schotten in het zorgsysteem zegt Koster: ‘Als ik alles geregeld had moeten hebben voor we van start gingen, waren we nooit van de kant geraakt.’ Ook Van Woensel stelt het resultaat voor de cliënt boven de financiële baten. ‘Als je direct betaald wilt krijgen en daarna pas innoveert, schiet het niet op.’ Het is volgens hem een kwestie van strategische keuzes maken. ‘Er kan niet altijd verwacht worden dat financiers de portemonnee trekken. Doordat wij de langetermijnwinst zien, heeft Van Neynsel vier jaar aan innovatiebudget in de trial geïnvesteerd en is het in de bedrijfsvoering geadopteerd.’ Nu het project loopt, is het kostenplaatje zichtbaarder, vertelt Van Woensel. ‘De kosten van de Wmo zijn tijdens de social trial licht omhooggegaan en de Wlz is fors goedkoper geworden. Zolang partijen meegenomen worden in de ontegenzeggelijke financiële en kwalitatieve voordelen, vormen financieringsstromen geen obstakel.’

Winst en verlies ‘We maken van elke cliënt een businesscase: wie heeft hoeveel betaald? Hoeveel heeft het opgeleverd? En hoe kunnen we het in het vervolg beter regelen?’, vertelt Kina Koster van Cicero Zorggroep. ‘Nu hebben we dertien casestudies gedaan. Eén casus heeft ons heel veel gekost, maar dat hoort erbij als je innoveert. You win some, you lose some.

22

Bijlage 3 - Taken en verantwoordelijkheden in woonzorg Bij woonzorg vraagstukken staat de zorgvrager en de naaste omgeving centraal. Het spreekt voor zich dat de realisatie en uitvoering van een woonzorgvisie een veelheid van partijen zijn betrokken. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen de regievoerders en uitvoerende partijen. De invulling van de woonzorg opgave is een verantwoordelijkheid van drie regiepartijen zijnde de gemeenten, het zorgkantoor en zorgverzekeraars. Onderstaand figuur maakt de rollen, instrumenten en de vigerende wet- en regelgeving inzichtelijk. De meest ingewikkelde rol ligt bij de gemeenten aangezien zij zowel verantwoordelijkheden op “fysiek” en “sociaal” vlak dragen. Zeker bij een transformatie van de zorg waarbij de zorg steeds meer zal plaatsvinden vanuit “woonvormen”. Afstemming tussen gemeente en zorgkantoor over de behoefte en de invulling daarvan (wat betreft aantallen, schaalniveau, spreiding en concepten) is cruciaal. Binnen de gemeente is de samenwerking tussen de afdelingen wonen, sociaal domein, financiën en grondzaken noodzakelijk. Figuur - Verdeling verantwoordelijkheden regisseurs wonen en zorg

Bron: Taskforce Wonen en Zorg – bewerking InnDev

23

Naast de drie regisseurs zijn direct betrokken vanuit de aanbodzijde de zorgaanbieders, welzijnsorganisaties, woningcorporaties en particuliere bouwers. Daarnaast is de primaire afstemming met en betrokkenheid van de eerstelijnszorg en het netwerk van zorgvragers een noodzakelijke voorwaarde om tot realistische en gedragen uitvoeringsinitiatieven te komen die aansluiten op de behoefte. Figuur - Betrokken partijen woonzorg

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=56d8673e-63a4-4544-8fcf-d312c2288d52