20230328 06d Bijlage 3 Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.er. beoordeling..pdf
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie Betreft
Ons kenmerk
Datum
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Curfs Holding B.V. 20221116-WND721-MER v 0.2 16 november 2022
Opsteller
GG
Verificatie
BZ
Validatie
BZ
Inleiding Curfs Logistics BV, gevestigd aan de Gronsvelderweg 1 te Gronsveld, is voornemens om de reeds bestaande opslag van ADR stoffen binnen haar bedrijfspand te vergroten. Dit voornemen is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen gemeente Eijsden’ zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Eijsden op 12 oktober 2010. De beoogde verandering van de aard en toegestane hoeveelheid ADR stoffen die Curfs Logistics BV mag opslaan, kan vanuit juridisch-planologisch oogpunt mogelijk worden gemaakt door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan conform artikel 2.12, eerste lid onder a onder 3° Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Hiervoor dient de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure te worden doorlopen. Aangezien een activiteit zal worden ondernomen die genoemd is in het Besluit milieueffectrapportage, dient het bevoegd gezag ten behoeve van de besluitvorming over deze omgevingsvergunning tevens vast te stellen of het initiatief kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en het aanleiding geeft tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Ten behoeve van dit laatste besluit is voorliggende beknopte aanmeldingsnotie opgesteld. Op de navolgende afbeeldingen is de ligging van het projectgebied weergegeven.
Afbeelding 1. Topografische kaart met ligging projectgebied (rode pijl).
Blad 2
Afbeelding 2. Begrenzing projectgebied (blauwe lijn), weergegeven op een kadastrale ondergrond. De begrenzing van het bedrijfsperceel van Curfs Holding BV is volledigheidshalve geel omlijnd weergegeven.
Afbeelding 3. Luchtfoto projectgebied en directe omgeving, met het projectgebied rood omlijnd weergegeven.
Blad 3
Besluit milieueffectrapportage Op 1 april 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) in werking getreden. Eén van de wijzigingen in dit Besluit is dat in elk initiatief dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten) van het Besluit m.e.r., aandacht moet worden besteed aan de vraag of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Concreet houdt dit in ten behoeve van de besluitvorming over de omgevingsvergunning, het bevoegd gezag tevens een besluit dient te nemen over de vraag of in het betreffende geval een milieueffectrapportage aan de orde is omdat belangrijke nadelige milieugevolgen als gevolg van de realisering van het initiatief niet kunnen worden uitgesloten. In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor de opslag van aardolie, petrochemische of chemische producten’. Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op een opslagcapaciteit van 100.000 ton of meer. In de huidige situatie is de opslag van 1.000 ton zinkoxide (ADR klasse 9) vergund en het is de bedoeling in de toekomst tot maximaal 1.000 ton ADR goederen klasse 8 en 1.000 ton ADR klasse 9 op te slaan.
Hiermee blijft men kortom ruimschoots beneden de drempelwaarden. Ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden, maar er wordt wel een activiteit ondernomen die genoemd wordt in het Besluit m.e.r., dient het bevoegd gezag te bepalen of het voorgenomen initiatief kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en er aanleiding is tot het uitvoeren van een milieueffectrapportage. Dit wordt in de praktijk ook wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling genoemd. Dit besluit dient expliciet genomen te worden. Het planvoornemen ligt ruim onder de plandrempels waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.beoordelingsprocedure noodzakelijk is: het initiatief betreft de uitbreiding met ADR klasse 8 en vergroting van de hoeveelheid toegestane opslag van ADR goederen. Dit betekent dus dat de eerdergenoemde (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet worden overschreden, waardoor kan worden volstaan met het uitvoeren een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Voor deze vormvrije m.e.r.-beoordeling stelt de initiatiefnemer een zogenaamde aanmeldingsnotitie op. Deze aanmeldingsnotitie is in principe vormvrij, mits wordt voldaan aan bijlage III bij de ‘Europese richtlijn betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’.
De initiatiefnemer heeft gekozen voor een beknopte samenvattende notitie in tabelvorm die in voorliggende notitie is opgenomen. In de bovengenoemde Europese richtlijn is gesteld dat moet worden ingegaan op: 1) Kenmerken van het project. Hierbij dient in het bijzonder in overweging worden genomen, de omvang van het project, de cumulatie met ander projecten, het gebruik van hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico van ongevallen (met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën). 2) De plaats van de projecten. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen, het bestaande grondgebruik, de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit van het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opname vermogen van het natuurlijk milieu. Hierbij geldt dat in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, vogelrichtlijn- of habitatrichtlijngebieden, gebieden waarbij vastgestelde normen inzake milieukwaliteit worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid of landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3) Kenmerken van het potentiële effect.
Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van bovenstaande punten in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking, het grensoverschrijdende karakter van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect en ten slotte de duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
Blad 4
Op basis van bovenstaande vormvereisten, zijn in de onderstaande tabel de relevante kenmerken van het plan weergegeven alsmede de belangrijkste effecten die het plan op de omgeving zal veroorzaken. Op grond van deze uitkomsten wordt aan het bevoegd gezag voorgesteld om te besluiten dat een verdere m.e.r.-procedure niet aan de orde is. Tabel 1: Kenmerken van het plan Kenmerken van het plan Omvang van het project (relatie met drempel D-lijst)
D25.1: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor de opslag van aardolie, petrochemische of chemische producten. Initiatief: Uitbreiding opslag ADR klasse 8 stoffen en vergroting van de toegestane hoeveelheid ADR goederen die Curfs Logistics BV mag opslaan van maximaal 1.000 ton naar maximaal 2.000 ton. Indicatieve drempel D-lijst van 100.000 ton of meer wordt niet overschreden.
Cumulatie met andere projecten
De projectlocatie is gesitueerd op het bedrijventerrein Gronsveld. Er zijn geen autonome ontwikkelingen in de directe omgeving van het projectgebied bekend, waardoor geen sprake is van cumulatie van milieueffecten met andere projecten.
Gebruik natuurlijke hulpbronnen
Nee, realisering van de voorgenomen activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.
Productie afvalstoffen
Niet van toepassing. Er is uitsluitend sprake van een uitbreiding van opslag met ADR klasse 8 en vergroting van de totaal toegestane hoeveelheid ADR stoffen die mag worden opgeslagen. Dit leidt ter plaatse niet tot de productie van afvalstoffen. Verder wordt gebruik gemaakt van reeds bestaande bebouwing, waardoor evenmin sprake is van een bouwfase waarbij sprake zou kunnen zijn van (bouw)afval.
Verontreiniging en hinder
Niet van toepassing. Realisering van de voorgenomen ontwikkeling zal in de gebruiksfase niet leiden tot verontreiniging of hinder voor de omgeving (zie ook ‘kenmerken van het effect, verderop deze aanmeldnotitie).
Risico voor ongevallen
In de huidige situatie is de inrichting van Curfs reeds een BRZO bedrijf en valt het onder de werkingssfeer van het Bevi. Als gevolg van de voorgenomen uitbreiding van de activiteiten, en de opslag tot maximaal 2.000 ton ADR goederen, verandert , de inrichting niet en blijft de inrichting BRZO plichtig (hoogdrempelig). Ook in de toekomstige situatie valt de inrichting onder de werkingssfeer van het Bevi. ADR klasse 8 zijn bijtend en corrosief. De stoffen zijn niet brandbaar en eveneens niet explosief. ADR klasse 9 zijn milieugevaarlijke stoffen, in deze veelal waterbezwaarlijk. De stoffen hebben een zeer toxische werking op het aquatisch milieu (direct en langdurig), indien het bijvoorbeeld via bluswater in het (oppervlakte)water of het riool komt. De opslag vindt plaats in een loods die voldoet aan de PGS15. Er is sprake van compartimentering waarbij elk compartiment vloeistofdicht afgesloten kan worden. De vloeren zijn voorzien van een gecertificeerde vloeistofdichte verharding.
Blad 5
Op grond van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat bij een calamiteit in de opslagloods (brand) de ADR stoffen klasse 8 en klasse 9 enkel als gevolg van bluswerkzaamheden weg kan spoelen buiten de loods.
In de opslagloods is een vloeistofdichte vloer aanwezig met opstaande rand, eventueel bluswater wordt opgevangen in de laadkuil die is ingericht als een bluswateropvangvoorziening, waarbij de riolering/afwatering in van de laadkuil in geval van brand automatisch afgesloten wordt. Het BRZO voorziet in strikte regels die dit borgen, deze zijn middels de vigerende omgevingsvergunning milieu van toepassing op Curfs. Daarmee zijn de risico’s naar het aquatisch milieu tot een wettelijk geaccepteerd niveau gereduceerd. Door verandering van de hoeveelheid goederen die opgeslagen worden zal dit niet veranderen. Een gedetailleerde beschrijving hiervan is opgenomen in de veiligheidsrapportage die als separate bijlage is bijgevoegd bij de omgevingsvergunningaanvraag. Overige risico’s zijn niet aan de orde. Gezien de eigenschappen van het de ADR klasse 8 en klasse 9 stoffen, treden geen risico’s op ten aanzien van aanwezige personen of personen in de omgeving van de inrichting. Als gevolg van de opslag van de ADR stoffen is geen sprake van een plaatsgebonden risicocontour 10-6. Evenmin is sprake van een groepsrisico. De voorgenomen ontwikkeling zorgt kortom niet voor een toename van risico’s in de omgeving. Het initiatief leidt verder niet tot een wijziging van het aantal verkeersbewegingen, dus ook vanuit dat oogpunt leidt het initiatief niet tot een toename van risico’s voor ongevallen.
Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik
Het projectgebied betreft een reeds bestaande loods op een reeds bestaand bedrijfsperceel op een bedrijventerrein.
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Niet van toepassing.
Opname vermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.
o o o o o o o
Wetlands: niet van toepassing Kustgebieden: niet van toepassing Berg- en bosgebieden: niet van toepassing Reservaten en natuurparken: niet van toepassing Habitat/richtlijngebieden: niet van toepassing (zie flora en fauna) Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid. Ja. Maar bevolking wordt niet beïnvloed (zie eerder) Landschappelijk, historisch, cultureel of archeologische gebieden van belang: niet van toepassing.
Kenmerken van het potentiële effect Bodem De opslag zal plaatsvinden binnen loods 13 die reeds volledig is ingericht volgens PGS15. Ter plaatse van de opslag is een vloeistofdichte vloer aanwezig die in 2022 is geïnspecteerd. Potentieel
Blad 6
negatieve invloed op de bodem door de opslag is dan ook niet van toepassing. Gezien de aanwezigheid van een vloeistofdichte vloer is het uitvoeren van bodemonderzoek niet van toepassing. Ten behoeve van de opslag van de ADR stoffen voldoet de hal aan de PGS15 richtlijnen. De vloeistofdichte vloer wordt periodiek gekeurd. Het keuringsrapport van de laatste keuring is als separate bijlage bij de omgevingsvergunningaanvraag bijgevoegd.Naar aanleiding van de keuring worden momenteel herstelwerkzaamheden uitgevoerd en zal herkeuring plaatsvinden. Naast de aanwezigheid van de vloeistofdichte vloer wordt bij eventuele spil of morsing deze direct opgeruimd. Dit gebeurt op basis van visueel toezicht en is ingebed in de bedrijfsvoering van Curfs. Personeel heeft dan ook aandacht voor orde en netheid, lekkage en morsing tijdens de dagelijkse handelingen in de inrichting en de conditie van bodembeschermende voorzieningen. Binnen de inrichting vindt ‘good housekeeping’ plaats. Dit betekent onder andere dat er bedrijfsinterne huishoudelijke regels en gedragslijnen zijn opgesteld over veilig en ordelijk werken. Personeel is geïnstrueerd om incidenten (lekkage van emballage) te onderkennen en te handelen in geval van een incident. Curfs heeft in het kader van BRZO een veiligheidsrapportage opgesteld waarin de risico’s en te treffen maatregelen zijn opgenomen.
Conform de Nederlandse richtlijn bodembescherming (NRB2012) is dan ook sprake van een verwaarloosbaar bodemrisico. Het planvoornemen leidt vanuit het aspect ‘bodem’ niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Water Ten behoeve van het vergroten van de opslag vinden geen bouwkundige werkzaamheden plaats en neemt het verhard oppervlak niet toe. Verder is voor de opslag geen water nodig en evenmin is sprake van een toename of wijziging ten aanzien van afvalwater. Verkeer en parkeren In de huidige situatie vinden reeds transportbewegingen plaats voor de opslag van niet ADR goederen in loods 13. Door toename van de opslag van ADR stoffen neemt het aantal vrachtbewegingen met betrekking tot deze stoffen toe. Het aantal vrachtbewegingen voor de opslag van overige niet ADR goederen neemt daardoor echter af. Per saldo wijzigt het aantal vrachtbewegingen als gevolg van de beoogde ontwikkeling niet. Evenmin is sprake van een gewijzigde situatie ten aanzien van de behoefte aan parkeerruimte. Ecologie Aangezien slechts sprake is van een wijziging van de toegestane hoeveelheid opgeslagen ADR stoffen binnen bestaande bebouwing, wordt geen invloed uitgeoefend op mogelijk aanwezige beschermde soorten of beschermde natuurgebieden. Een nader ecologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Voor wat betreft het aspect stikstofdepositie geldt dat er geen sprake is van een realisatiefase met een mogelijke depositie van stikstof op omliggende Natura 2000-gebieden tot gevolg. Er is immers slechts sprake van een gebruikswijziging binnen bestaande bebouwing.
Blad 7
Voor wat betreft de gebruiksfase geldt dat momenteel reeds transportbewegingen plaatsvinden voor de opslag van niet ADR goederen in loods 13. Door toename van de opslag van ADR stoffen neemt het aantal vrachtbewegingen met betrekking tot ADR toe. Het aantal vrachtbewegingen voor de opslag van overige niet ADR goederen neemt daardoor echter af. Per saldo wijzigt het aantal vrachtbewegingen als gevolg van de beoogde ontwikkeling niet. De gebruiksfase leidt kortom niet tot een toename van de mogelijke depositie van stikstof op omliggende Natura 2000-gebieden. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling vanuit het aspect ‘ecologie’ niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Cultuurhistorie en archeologie Er is slechts sprake van een gebruikswijziging, waarbij de hoeveelheid ADR stoffen die mag worden opgeslagen, wordt vergroot. Hierbij worden geen bodemverstorende werkzaamheden uitgevoerd, waardoor er geen archeologische belangen in het geding zijn. Aangezien slechts sprake is van een wijziging van de toegestane hoeveelheid opgeslagen ADR stoffen, wordt evenmin invloed uitgeoefend op mogelijk aanwezige cultuurhistorische waarden in de omgeving. Vanuit cultuurhistorie en archeologie zijn kortom geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Ruimtelijke kwaliteit Er is sprake van opslag in reeds bestaande bebouwing, waardoor geen sprake is van een gewijzigde invloed op de ruimtelijke kwaliteit. Vanuit het aspect ruimtelijke kwaliteit zijn er kortom geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Geluid Ten aanzien van het aspect geluid worden geen veranderingen verwacht. Momenteel vinden ook al transportbewegingen plaats voor de opslag van niet ADR goederen in loods 13. Door toename van de opslag van klasse 8 en klasse 9 stoffen neemt het aantal vrachtbewegingen met betrekking tot ADR goederentoe. Het aantal vrachtbewegingen voor de opslag van overige niet ADR goederen neemt daardoor echter af. Per saldo wijzigt het aantal vrachtbewegingen als gevolg van de beoogde ontwikkeling niet.
Er is verder geen sprake van een wijziging van bedrijfsactiviteiten met een gewijzigde akoestische impact op de omgeving. Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit het aspect geluid geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu optreden. Luchtkwaliteit en geurhinder. Het plan draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Van geurhinder is geen sprake. Lichthinder Van lichthinder naar de omgeving toe zal geen sprake zijn. Veiligheid In de huidige situatie is de inrichting van Curfs reeds een BRZO bedrijf en valt het ook eveneens onder de werkingssfeer van het Bevi. Als
Blad 8
gevolg van de voorgenomen uitbreiding van de activiteiten, de opslag tot maximaal 2.000 ton ADR stoffen klasse 8 en klasse 9 , blijft door de hoeveelheid ADR-stoffen, de inrichting BRZO-plichtig. Eveneens valt in de toekomstige situatie de inrichting dan ook onder de werkingssfeer van het Bevi.
De ADR stoffen klasse 8 en 9 zijn vaste of vloeibare stoffen die niet brandbaar en ook niet explosief zijn. ADR klasse 8 zijn corrosief en bijtend en vaak in vloeibare vorm. Zowel klasse 8 als klasse 9 goederen kunnen een zeer toxische werking op het aquatisch milieu (direct en langdurig), indien het bijvoorbeeld via bluswater in het (oppervlakte)water of het riool komt. Op grond van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat bij een calamiteit in de opslagloods (brand) de ADR stoffen enkel als gevolg van bluswerkzaamheden weg kan spoelen. Bij calamiteiten in de loods zullen de compartimenten afgesloten kunnen worden waardoor eventuele vloeistoffen en bluswater in het compartiment worden verzameld. Indien een compartiment ‘vol’ zou zijn dan kan de rest van de opslagcapaciteit van de loods aangesproken worden. In de opslagloods is een vloeistofdichte vloer aanwezig met opstaande rand, eventueel bluswater wat niet in de loods wordt opgeslagen wordt opgevangen in de laadkuil die is ingericht als een bluswateropvangvoorziening, waarbij de riolering/afwatering in van de laadkuil in geval van brand automatisch afgesloten wordt. Het BRZO voorziet in strikte regels die dit borgen, deze zijn in de omgevingsvergunning milieu van toepassing op Curfs. Daarmee zijn de risico’s naar het aquatisch milieu tot een wettelijk geaccepteerd niveau gereduceerd.
Een gedetailleerde beschrijving hiervan is opgenomen in de veiligheidsrapportage die als separate bijlage is bijgevoegd bij de omgevingsvergunningaanvraag. Overige risico’s zijn niet aan de orde. Gezien de eigenschappen van de ADR stoffen, treden geen risico’s op ten aanzien van aanwezige personen of personen in de omgeving van de inrichting. Als gevolg van de opslag van zinkoxide is geen sprake van een plaatsgebonden risicocontour 10-6. Evenmin is sprake van een groepsrisico. De voorgenomen ontwikkeling zorgt kortom niet voor een toename van risico’s in de omgeving. Het initiatief leidt verder niet tot een wijziging van het aantal verkeersbewegingen, dus ook vanuit dat oogpunt is geen sprake van een toename van risico’s. Vanuit het oogpunt van veiligheid zijn er dan ook geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)
Niet van toepassing. Zoals uit bovenstaande blijkt, zijn er zijn geen effecten te verwachten die uit te drukken zijn in geografische zone of grootte van de getroffen bevolking.
Grensoverschrijdend karakter
Niet van toepassing
Orde van grootte en complexiteit effect
Niet van toepassing. Uit het voorgaande (zie onderdeel verontreiniging en hinder) is gebleken dat het plan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu
Waarschijnlijkheid effect
Niet van toepassing (zie eerder)
Blad 9
Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect
Omdat geen belangrijke negatieve effecten worden verwacht is dit niet van toepassing
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het bevoegd gezag wordt op grond van het bovenstaande verzocht in te stemmen met de conclusie dat een nadere analyse in een milieueffectrapport niet noodzakelijk is.