20230328 05h BP Bijlage 3 NW Regels BP Groot Welsden 94 Margraten.pdf
Tekst van het document
het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 m wordt gewijzigd; het bebossen van gronden; het scheuren van grasland, voor zover het betreft waardevolle graslandvegetaties; het aanbrengen en/of aanleggen van oeverbeschoeiingen en het graven en/of aanleggen van waterlopen.
7.2.2 Het in 7.2.1bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd;
7.2.3 De werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.2.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 7.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
29
Artikel 8 8.1
Waarde - Landschapselement
Bestemmingsomschrijving
8.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Landschapselement' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en herstel van de in het buitengebied aanwezige kleine landschapselementen en de daarmee samenhangende landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede het daarmee samenhangende waterbergend vermogen van de grond. 8.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 18.2. 8.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.2.1 Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Landschapselement' aangewezen gronden, met daarop een klein landschapselement of steilrand, zoals aangeduid op de kaart kleine landschapselementen (Bijlage 2 bij de regels), zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag of in afwijking van de Keur van het waterschap de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.
b.
het vellen, rooien, slopen, dempen, egaliseren of verwijderen van kleine landschapselementen, dan wel het verrichten van werkzaamheden, die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van kleine landschapselementen tot gevolg hebben; het verwijderen of afgraven van steilranden of het verrichten van andere grondwerkzaamheden die een aantasting hiervan inhouden of kunnen inhouden.
8.2.2 Het in 8.2.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.
8.2.3 De werken of werkzaamheden als bedoeld in 8.2.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 8.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voorwaarden stellen ter compensatie. 8.2.4 De werken of werkzaamheden als bedoeld in 8.2 zijn slechts toelaatbaar:
30
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
a.
b.
c.
voor zover, in het geval de werken of werkzaamheden betrekking hebben op kleine landschapselementen ten hoogste 20% van elk ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp bestaand klein landschapselement wordt geveld/gerooid/verwijderd/gekapt; voor zover, in het geval de werken of werkzaamheden worden uitgevoerd ter plaatse van waterlopen en of poelen, de ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp bestaande waterlopen en poelen worden gehandhaafd. voor zover de werken of werkzaamheden de ecologie van de aanwezige natuurwaarden niet aantasten.
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
31
Artikel 9 9.1
Waterstaat - Erosie
Bestemmingsomschrijving
9.1.1 Algemeen De voor 'Waterstaat - Erosie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het bestrijden en voorkomen van: a. b. c.
bodemerosie en wateroverlast; het verloren gaan van het voortbrengend vermogen van de bodem; de aantasting van het grondwaterpakket.
9.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 18.2. 9.2
Specifieke gebruiksregels
9.2.1 Verboden gebruik Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 18.2. a. b.
het geheel of gedeeltelijk egaliseren of slechten van graften; het in hun functioneren belemmeren of aantasten van aanwezige of kunstmatige waterbuffers (inclusief aan- en afvoervoorzieningen).
9.2.2 Gebruiksregels en bedrijfserosieplan Het onder 9.2.1 bepaalde geldt niet indien voor de desbetreffende percelen een bedrijfserosieplan conform de Erosieverordening HPA is opgesteld. 9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'Waterstaat - Erosie' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.
b. c. d.
32
het rooien en/of verwijderen van opgaande begroeiing (met een hoogte van 0.30 m of meer) op graften en of landschapselementen, in de vorm van groenstroken, grasbanen, bermen en hagen of daarmee vergelijkbare elementen, voor zover deze van belang zijn in het kader van de bestrijding van erosie; het ophogen of egaliseren van de in het landschap aanwezige laagten, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 m wordt gewijzigd; het afgraven van grond, indien door de afgraving de kans op bodemerosie en/of wateroverlast toeneemt; het aanbrengen van verhardingen op gronden steiler dan 10%.
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
9.3.2 Het in 9.3.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
e.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; werken of werkzaamheden op percelen waarvoor een bedrijfserosieplan conform de Erosieverordening HPA is opgesteld.
9.3.3 De werken of werkzaamheden als bedoeld in 9.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 9.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
33
Artikel 10 10.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
10.1.1 De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: wonen, met inbegrip van mantelzorg, aan-huis-gebonden beroep, en agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis; a.
en de daarbij behorende voorzieningen.
10.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit 18.2. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Op de tot 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: woningen; en de daarbij behorende bijgebouwen en andere bouwwerken, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat: a.
gebouwen uitsluitend in het bouwvlak en binnen de bouwaanduiding 'bijgebouwen' mogen worden gebouwd.
10.2.2 Bouwvlak Regels met betrekking tot het bouwvlak: a. b. c. d. e. f. g.
per bouwvlak mag ten hoogste het aangeduide 'maximum aantal wooneenheden' worden gebouwd; de voorgevel van een woning mag uitsluitend in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd; de voorgevelbreedte van een woning zal ten minste 5.00 m bedragen; in ten hoogste 2 bouwlagen mag worden gebouwd; de goothoogte mag ten hoogste 6.50 m bedragen; gebouwen mogen plat, met setback of met een kap van ten hoogste 60° worden afgedekt; vrijstaande woningen zullen aan beide zijden en halfvrijstaande woningen aan één zijde op ten minste 2.50 m uit de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd;
10.2.3 Bouwaanduidingen'bijgebouwen' Regels met betrekking tot de bouwaanduidingen 'bijgebouwen': a.
b.
c.
34
de bouwaanduiding 'bijgebouwen' mag per bouwperceel/per tot een woning te rekenen gedeelte van de bouwaanduiding 'bijgebouwen, inclusief bijbehorende kleine zelfstandig gesitueerde bouwaanduidingen 'bijgebouwen', voor ten hoogste 50% bebouwd worden; het totaal oppervlak aan bovengrondse bijgebouwen mag per woning binnen de bouwaanduiding 'bijgebouwen', onverminderd het bepaalde onder a., ten hoogste 100 m² bedragen; het totaal oppervlak aan ondergrondse bijgebouwen mag per woning binnen de bouwaanduiding 'bijgebouwen', onverminderd het bepaalde onder a., ten hoogste 120 m² bedragen, verminderd met het oppervlak aan bovengrondse bijgebouwen; bijgebouwen mogen uitsluitend vrijstaand op ten minste 1.00 m afstand van het bouwvlak of
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
d. e. f. g. h. i.
aangebouwd worden opgericht; bijgebouwen zullen in of ten minste 1.00 m uit de zijdelingse erfscheiding worden gebouwd; in ten hoogste 1 bouwlaag mag worden gebouwd waarvan de goothoogte ten hoogste 3.30 m mag bedragen; de bouwhoogte mag ten hoogste 6.60 m bedragen; bijgebouwen mogen uitsluitend plat of met een kap van ten hoogste 45° worden afgedekt; ten aanzien van het gestelde onder e. en f. kan geen gebruik worden gemaakt van een algemene omgevingsvergunning van 10%; het oprichten van bijgebouwen mag niet leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap.
10.2.4 Andere bouwwerken Regels met betrekking tot andere bouwwerken: a.
de hoogte van andere bouwwerken mag ten hoogste 3.00 m bedragen. met uitzondering van: 1. de hoogte van erfafscheidingen, welke voor zover aanwezig voor de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 1.00 m en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 2.00 m mag bedragen; 2. de hoogte van palen, masten en plastische kunstwerken, welke ten hoogste 5.00 m mag bedragen.
10.2.5 Bestaande bebouwing Voor zover bestaande maten afwijken van de bepalingen in 10.2.2, 10.2.3 en 10.2.4 mogen de bestaande maten gehandhaafd worden. 10.3
Nadere eisen
10.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: de situering van bouwwerken; de omvang van de tweede bouwlaag, wanneer de bouwgrens op minder dan 3.00 m uit de zijdelingse erfscheiding is gelegen of het bouwvlak dieper is dan 10.00 m, 10.3.2 De onder 10.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de herkenbaarheid van de woning als zodanig, van de verkeersveiligheid en van het uitzicht en de privacy van derden, of, in verband met eisen van duurzaam bouwen. 10.4
Afwijken van de bouwregels
10.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van zijdelingse bouwgrens Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 10.2, ten behoeve van het overschrijden van de zijdelingse bouwgrens, mits: ten behoeve van de verkeersveiligheid, voldoende afstand tot de bestemming 'verkeer' wordt aangehouden; geen onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld plaatsvindt; dit niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, met dien verstande dat: b. c.
ten minste 3.00 m uit de zijdelingse perceelsgrens zal worden gebouwd; de overschrijding van de zijdelingse bouwgrens maximaal 4.00 m mag bedragen;
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
35
10.4.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van bouwaanduiding'bijgebouwen' Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 10.2, ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen buiten de bouwaanduidingen 'bijgebouwen' aan de voorzijde van de woning, mits: geen onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld plaatsvindt, met dien verstande dat: a. b.
10.5
de afstand van bijgebouwen tot de bestemming 'verkeer' ten minste 5.00 m zal bedragen; bijgebouwen de lijn, die kan worden getrokken in het verlengde van de naar de weg gekeerde bouwgrens op het naastgelegen perceel, met niet meer dan 3.00 m zullen overschrijden. Specifieke gebruiksregels
10.5.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
10.6
standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; het opslaan van mest(stoffen), waaronder het opslaan van mest in mestzakken, met uitzondering van mestopslag van niet meer dan 10 m3; opslag, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik. Bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebruikt ten dienste van de woonfunctie zelfstandige bewoning voor zover het betreft bijgebouwen; ambachtelijke en/of industriële doeleinden; recreatieve doeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik, uitgezonderd stalling van kampeermiddelen, voor zover een 'maximum aantal te stallen kampeermiddelen' is aangeduid, tot ten hoogste het aangeduide aantal. Afwijken van de gebruiksregels
10.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van consumentverzorgende en kleinschalige ambachtelijke bedrijfjes Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 10.5, ten behoeve van het uitoefenen van consumentverzorgende en kleinschalige ambachtelijke bedrijfjes, mits: er geen afbreuk wordt gedaan aan het karakter van de buurt; het woonmilieu niet onevenredig wordt geschaad, dit betekent dat categorie 1 en maximaal 2 (VNG brochure “Bedrijven en milieuzonering”) in beginsel toelaatbaar zijn; er geen extra verkeersmaatregelen of parkeervoorzieningen noodzakelijk worden, dan wel indien extra parkeervoorzieningen noodzakelijk zijn, deze op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden; er geen zelfstandige vorm van detailhandel (uitgezonderd beperkte verkoop, inherent aan de betreffende activiteit) ontstaat, met dien verstande dat: a.
36
ten hoogste 30% van de totale vloeroppervlakte mag worden gebruikt voor het bedrijf, uitgezonderd ter plaatse van beschermde monumenten, karakteristieke bebouwing en bebouwing waarvan handhaving noodzakelijk is voor of ondersteunend is aan handhaving van de stedenbouwkundige structuur, waar het bouwvlak geheel mag worden gebruikt voor het bedrijf onder de voorwaarde dat de woonfunctie voor ten minste 50% van de totale vloeroppervlakte gehandhaafd blijft.
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
10.6.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van bed & breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 10.5, ten behoeve van het faciliteren van een bed & breakfast, mits: het pand is gelegen binnen de dubbelbestemming 'waarde-cultuurhistorie', respectievelijk handhaving van het pand noodzakelijk is voor of ondersteunend is aan handhaving van de stedenbouwkundige structuur, het pand een minimale inhoud heeft van 650 m³; het gebruik ten behoeve van bed & breakfast gekoppeld en ondergeschikt is aan de woonfunctie ter plaatse; de bed & breakfast binnen de bestaande bebouwing wordt gerealiseerd; de stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het complex behouden blijven; de bed & breakfast door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet kan functioneren als een zelfstandige woning. Een aparte kookgelegenheid bij de voorziening is niet toegestaan; de parkeerbalans in de directe omgeving niet nadelig wordt beïnvloed; er geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonende en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ontstaan, met dien verstande dat: a. b.
de woning als zodanig herkenbaar blijft; ten hoogste 8 slaapplaatsen per bed & breakfast mogen worden gerealiseerd.
10.6.3
Afwijken van de bouwregels ten behoeve van vakantieappartementen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 10.5, ten behoeve van het toestaan van verblijfsrecreatie in de vorm van vakantieappartementen, mits: het pand is gelegen binnen de dubbelbestemming 'waarde-cultuurhistorie', respectievelijk handhaving van het pand noodzakelijk is voor of ondersteunend is aan handhaving van de stedenbouwkundige structuur; de woonfunctie als hoofdfunctie gehandhaafd blijft, c.q. de woning als zodanig blijft functioneren; de vakantieappartementen binnen de bestaande bebouwing kunnen worden gerealiseerd. Alleen ter verkrijging van kwalitatief hoogwaardiger appartementen dan wel ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit of inpassing in de omgeving van het complex, is uitbreiding of vervanging van bestaande bebouwing binnen het bouwvlak toegestaan; de totstandkoming van een goed verblijfsklimaat in de te realiseren vakantieappartementen gegarandeerd kan worden; de stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van de woning/het complex behouden blijven; de parkeerbalans in de directe omgeving niet nadelig wordt beïnvloed; er geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonende en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ontstaan, met dien verstande, dat a. b.
de woning als zodanig herkenbaar blijft; het totale vloeroppervlak van een vakantieappartement ten hoogste 100 m² mag bedragen.
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
37
38
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
Hoofdstuk 3 Artikel 11
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
39
Artikel 12
Algemene bouwregels
12.1 Algemeen Het is verboden op de in het plan begrepen gronden enig bouwwerk te bouwen, waarbij de op de plankaart aangegeven bouwgrens wordt overschreden, behoudens overschrijdingen, die volgens deze regels zijn toegestaan. 12.2
Alternatieve energiewinning
12.2.1 Ten aanzien van een constructie voor de opwekking van alternatieve energie gelden de volgende bouwregels: a. plaatsing is uitsluitend mogelijk bij woningen en bedrijven; b. maximaal 1 constructie per bouwperceel; c. de maximale breedte bedraagt 1 meter; d. bij plaatsing op een mast, uitsluitend: 1. op minimaal 5 en maximaal 40 meter achter de voorgevelrooilijn; 2. met een maximale hoogte van 12 meter, inclusief de constructie; e. bij plaatsing op een gebouw: 1. op een hellend dak, maximaal 2 meter vanaf de bovenkant van de nok; 2. zo mogelijk op het van de weg gekeerde dakvlak; f. plaatsing op monumenten en/of in beschermde dorpsgezichten is niet toegestaan. 12.2.2
Afwijken van de bouwregels ten behoeve van beschermde dorpsgezichten en monumenten
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.2.1, ten behoeve van het plaatsen van een constructie voor de opwekking van alternatieve energie in beschermde dorpsgezichten en/of op monumenten, voorzover de bijzondere monumentale dan wel cultuurhistorische waarden ter plaatse niet worden aangetast. 12.2.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van tweede constructie binnen bouwperceel Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.2.1 , ten behoeve van het plaatsen van een tweede constructie voor de opwekking van alternatieve energie op een bouwperceel waar reeds één dergelijke constructie aanwezig is, mits: 1 constructie voor de opwekking van alternatieve energie ontoereikend is gebleken voor de energievoorziening; geen sprake is van onevenredige aantasting van het stedenbouwkundige beeld en het woonklimaat; het bepaalde in artikel 12.2.1 b. tot en met e. en in artikel 13.2 in acht wordt genomen. 12.3 Ondergronds bouwen Ten aanzien van het oprichten van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende bouwregels: a. b.
c.
40
ondergrondse bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en de bouwaanduiding 'bijgebouwen' worden opgericht; binnen de bouwaanduiding 'bijgebouwen' bedraagt de maximaal toegestane oppervlakte aan ondergrondse bijgebouwen 120 m², verminderd met het oppervlak aan bovengrondse bijgebouwen, waarbij het maximaal toegestane oppervlak aan bovengrondse bijgebouwen binnen de bouwaanduiding 'bijgebouwen' maximaal 100 m² bedraagt. de maximale bouwdiepte, inclusief de fundering, bedraagt 3 meter onder peil.
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
Artikel 13
Algemene gebruiksregels
13.1 Algemene gebruiksregels van de gronden Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: het gebruik van de grond als seksinrichting of soortgelijk bedrijf, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'seksinrichting'. Het bestemmingsplan “Prostitutiebeleid gemeente Margraten”, dat op 29 augustus 2000 is vastgesteld en op 12 december 2000 is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Limburg, is op dit plan van toepassing; het gebruik van de grond voor een coffeeshop, growshop, smartshop of daarmee vergelijkbaar bedrijf; het gebruik van de grond voor een discotheek; het gebruik van opstallen als seksinrichting of soortgelijk bedrijf, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'seksinrichting'. Het bestemmingsplan “Prostitutiebeleid gemeente Margraten”, dat op 29 augustus 2000 is vastgesteld en op 12 december 2000 is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Limburg, is op dit plan van toepassing; het gebruik van opstallen voor een coffeeshop, growshop, smartshop of daarmee vergelijkbaar bedrijf; het gebruik van opstallen voor een discotheek. 13.2 Algemene gebruiksregels alternatieve energiewinning Ten aanzien van de plaatsing van een constructie voor de opwekking van alternatieve energie gelden de volgende gebruiksregels: a. b.
de constructie mag uitsluitend worden gebruikt voor de opwekking van energie voor eigen gebruik; eventuele piekstroom mag tegen vergoeding worden afgedragen aan het algemene elektriciteitsnet.
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
41
Artikel 14
Algemene aanduidingsregels
14.1 milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan en met inachtneming van de voorwaarden, zoals die door de Provinciale Omgevingsverordening Limburg worden gesteld. 14.2 milieuzone - bodembeschermingsgebied Binnen het bodembeschermingsgebied Mergelland is duurzaam behoud van kwetsbare functies en waarden een als bijzondere bescherming van de bodem noodzakelijk. Het streven is naar een kwaliteit van bodem, grondwater en landschap die voldoet aan de eisen die de aanwezige bijzondere biotische, abiotische en cultuurhistorische waarden stellen. Daarbij dient rekening gehouden te worden met dan wel afstemming te worden gezocht met het beleid ter zake van de Provinciale Omgevingsverordening en de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. 14.3 overige zone - hoogstamboomgaarden Nieuwe hoogstamboomgaarden worden in het kader van de nagestreefde landschapsontwikkeling bij voorkeur ter plaatse van de aanduiding overige zone - hoogstamboomgaarden gerealiseerd. Realisering buiten de aanduiding is alleen mogelijk als is aangetoond dat geen landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en/of stedenbouwkundige waarden in het geding zijn. 14.4
milieuzone - spuitvrije zone
Binnen de 'milieuzone - spuitvrije zone' is het gebruik maken van chemische gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen die leiden tot schadelijke effecten op het goed woon- en leefklimaat niet toegestaan.
42
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
Artikel 15
Algemene afwijkingsregels
15.1 Afwijking van de bouwregels ten behoeve van gebouwen en andere bouwwerken ten dienste van het openbare nut Het bevoegd gezag kan, behoudens voor de gronden bestemd voor 'natuur' en met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de regels van het plan ten aanzien van de bebouwing van niet voor bewoning bestemde gronden met gebouwen en andere bouwwerken, ten dienste van het openbare nut, met dien verstande dat: a. b.
de hoogte ten hoogste 3.50 m mag bedragen de inhoud ten hoogste 50 m³ mag bedragen.
15.2
Afwijking van de bouwregels met 10%
15.2.1 Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de regels van het plan ten aanzien ten aanzien van de in de deze regels genoemde percentages, hellingen en maten, mits: de afwijking niet meer bedraagt dan 10%; de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 15.2.2 Omgevingsvergunning mag niet worden verleend van: het maximum oppervlak, de maximum goothoogte en de maximum nokhoogte van bijgebouwen; het minimum oppervlak van gebouwen, die na een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een bed & breakfast mogen worden gebruikt. 15.2.3 In die gevallen waarin reeds uit hoofde van de regels in de respectievelijke artikelen een omgevingsvergunning is verleend mag niet nogmaals op grond van onderhavige bepaling omgevingsvergunning worden verleend.
15.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van evenementen Het bevoegd gezag kan, behoudens voor de gronden bestemd voor 'natuur' en met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen van de regels van het plan ten aanzien van het toestaan van evenementen die met een zekere regelmaat (bijvoorbeeld jaarlijks) plaatsvinden en een planologische relevantie hebben vanwege de duur van de activiteit (inclusief het opbouwen en afbreken) en/of vanwege de omvang van de activiteit (aantal deelnemers/toeschouwers), mits: a. b. c. d. e. f. g. h.
de evenementen zijn toegestaan overeenkomstig de bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV); het evenement maximaal 15 dagen duurt, inclusief het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement; een locatie niet meer dan 3 maal per jaar voor een evenement wordt gebruikt; er geen horeca ter plaatse plaatsvindt, anders dan inherent aan het toegestane evenement; er geen detailhandel ter plaatse plaatsvindt, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane evenement, met uitzondering van vlooien- en/of rommelmarkten; in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien; aan de van toepassing zijnde milieuwet- en –regel-geving wordt voldaan; het evenement niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap en de
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
43
i. j. k. l.
aanwezige natuurlijke en met de stiltegebieden samenhangende waarden niet worden geschaad; het evenement niet plaatsvindt binnen het EHS of de POG, zoals weergegeven door de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie', behoudens op bestaande wegen en paden daarbinnen; geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan; de verkeershinder beperkt blijft dan wel voorzien wordt in alternatieve routes; belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
15.4 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van tijdelijk kamperen Het bevoegd gezag kan, behoudens voor de gronden bestemd voor 'natuur' en met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen van de regels van het plan ten aanzien van het gebruik van de grond als standplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen ten behoeve van het toestaan van tijdelijke vormen van kamperen, mits: de periode van kamperen niet meer bedraagt dan 10 aaneengesloten dagen; een locatie niet meer dan 4 maal per jaar voor tijdelijk kamperen wordt gebruikt; aanwezige waarden en belangen niet onevenredig worden geschaad; belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
15.5 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van bijgebouwen (sloopbonusregeling) Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen ten behoeve van het realiseren van nieuwe bijgebouwen op bouwpercelen waarop reeds bestaande bijgebouwen met een totaal oppervlak groter dan 100 m2 aanwezig zijn, mits: voorafgaand aan de vergroting van het maximale oppervlak aan bijgebouwen, bestaande niet als woning of daarbij behorend bijgebouw aan te merken bebouwing op hetzelfde bouwperceel wordt gesloopt ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; een goede landschappelijke inpassing verzekerd is; aangrenzende waarden en belangen niet onevenredig worden geschaad; dit niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, met dien verstande dat: a. b. c. d.
alvorens nieuwe bijgebouwen mogen worden opgericht eerst het teveel aan bestaande bijgebouwen geheel of gedeeltelijk wordt gesloopt; de vergroting van het maximale oppervlak aan bijgebouwen ten hoogste 25% van het oppervlak van de te slopen bebouwing mag bedragen; tot een totaal oppervlak aan bijgebouwen bij de woning van het maximale oppervlak aan bijgebouwen per bouwperceel ten hoogste 200m² mag bedragen; maximaal 50% van de bouwaanduiding 'bijgebouwen' per bouwperceel'/per tot een woning te rekenen gedeelte van de bouwaanduiding 'bijgebouwen' bebouwd mag worden.
15.6 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van antennemasten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van bouwverboden dan wel bouwregels ten behoeve van het oprichten van antennemasten, met dien verstande dat: a.
b.
44
antennemasten op daken van bestaande gebouwen, niet zijnde woningen en voorzover niet vergunningsvrij, zijn toegestaan, mits geen sprake is van: 1. een monument; 2. aantasting van het stedenbouwkundige beeld ter plaatse; 3. aantasting van het woonklimaat. antennemasten die niet op bestaande gebouwen worden opgericht, zijn toegestaan, mits: 1. dit niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; 2. de hoogte van de antennemast maximaal 40 meter bedraagt; 3. de antennemast uitsluitend wordt gebruikt voor telecommunicatiedoeleinden;
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
4. 5.
6.
de antennemast niet in beschermde dorpsgezichten dan wel in de nabijheid van monumenten wordt geplaatst, tenzij het beschermde dorpsgezicht of monument hierdoor niet wordt aangetast; de antennemast niet wordt geplaatst in: gebieden behorende tot de EHS, POG en/of Natura 2000; gebieden die de bestemming 'Natuur' hebben; open velden of beekdalen; bij het oprichten van antennemasten wat betreft plaatsing van antennes de hier genoemde volgorde wordt aangehouden:
I.
in eerste instantie moet de antenne worden geplaatst op/aan bestaande masten of andere infrastructurele werken (site sharing); II. indien plaatsing zoals genoemd onder I. om technische redenen niet mogelijk is, wordt de antennemast op een industrieterrein dan wel sportterrein geplaatst; III. indien plaatsing zoals genoemde onder I. en II. niet mogelijk is, wordt plaatsing aan de randen van de kernen voorgestaan; IV. indien plaatsing zoals genoemd onder I., II., en III. niet mogelijk is, wordt plaatsing in het buitengebied toegestaan, mits: de antennemast past binnen het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld ter plaatse; de mast zoveel mogelijk in de omgeving wordt ingepast; andere waarden en belangen niet onevenredig worden geschaad. 15.7 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van paardenbakken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van bouwverboden en bouwvoorschriften ten behoeve van het oprichten van paardenbakken, mits: a.
de paardenbak wordt opgericht bij een (bedrijfs)woning, waarbij: 1. de totale kavelgrootte inclusief aaneengesloten eigendom(men) minimaal 5000 m² bedraagt en waarbij de woning dient te zijn gelegen op het perceel met de bestemming 'Wonen' 2. in overige gevallen de oppervlakte van dat deel van de kavel behorende bij de bedrijfswoning minimaal 5000 m² bedraagt. Het gedeelte van het perceel dat gebruikt wordt voor de bedrijfsactiviteiten (bedrijfsbebouwing, parkeren, opslag en overige bedrijfsgerelateerde inrichtingselementen) wordt derhalve niet meegerekend bij deze 5000 m²; b. het gebruik van de paardenbak uitsluitend voortkomt uit het hobbymatig houden van paarden en derhalve voor privé gebruik bedoeld is; c. er geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden ontstaan; d. aangrenzende landschappelijk, natuurlijke en cultuurhistorische waarden en belangen, waaronder de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap, niet onevenredig worden aangetast; e. de paardenbak geconcentreerd bij bestaande bebouwing wordt gesitueerd en landschappelijk wordt ingepast, met dien verstande dat: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
de paardenbak wordt opgericht ten dienste van de op het perceel aanwezige (bedrijfs)woning; per woning ten hoogste 1 paardenbak mag worden aangelegd; de aanzet van de buitenrijbak op ten hoogste 100 meter van de voorgevelrooilijn begint; een minimale afstand van 50 meter dient te worden aangehouden tussen de paardenbak en woningen, met uitzondering van de op hetzelfde perceel als de paardenbak gelegen woning; de afmetingen van een paardenbak exclusief de omheining niet meer mogen bedragen dan 40 meter bij 20 meter; de hoogte van bouwwerken, waaronder omheiningen en springtoestellen, ten hoogste 1,50 meter mag
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
45
7.
46
bedragen; lichtmasten niet mogen worden opgericht.
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
Artikel 16
Algemene wijzigingsregels
16.1 Wijziging bestemmingsgrenzen Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming van het plan wijzigen ten behoeve van het verschuiven van de bestemmingsgrenzen, voorzover de afwijking van geringe aard is en ten aanzien van andere ondergeschikte punten, wanneer dit met het oog op de praktische uitvoering gerechtvaardigd is, respectievelijk indien de aanpassing aan de terreingesteldheid dit noodzakelijk maakt en daardoor geen belangen van derden onevenredig worden geschaad. 16.2 Procedure wijziging Burgemeester en Wethouders nemen bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid de in artikel 17 gegeven procedure in acht.
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
47
Artikel 17
Algemene procedureregels
Bij het wijzigen van het plan ingevolge de in deze regels opgenomen wijzigingsbevoegdheden ex artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, worden de procedureregels van artikel 3.6, vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening in acht genomen en indien van toepassing wordt daaraan voorafgaand de inspraakprocedure als bedoeld in de gemeentelijke Inspraakverordening gevolgd.
48
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
Artikel 18 18.1
Overige regels
Parkeren
18.1.1 Parkeernorm Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c.
d. e.
In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. In het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Voor het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid dient te worden voldaan aan het bepaalde in Bijlage 3 Bepalen parkeerbehoefte. Indien parkeerbeleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad, wordt de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan het gewijzigde parkeerbeleid zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. De parkeervoorzieningen als bedoeld onder a en b dienen in stand te worden gehouden. In afwijking van het bepaalde onder a, b en c kan bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen: 1. indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; en 2. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien.
18.1.2
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de parkeernormen zoals opgenomen in Bijlage 3 te wijzigen, indien een actualisatie van de kencijfers van de CROW heeft plaatsgevonden en de geactualiseerde kencijfers gehanteerd worden. 18.2
Voorrangsregels dubbelbestemmingen
18.2.1 Strijdigheid belangen In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, met name aan de orde bij een wijzigingsbevoegdheid, blijft het belang van de dubbelbestemming overeind. De dubbelbestemming vormt het toegevoegde na te streven nieuwe beleid en levert als zodanig extra criteria op voor de uit te voeren toetsing bij de wijzigingsbevoegdheid. Kan bij wijziging niet aan deze criteria voldaan worden en/of wordt op enig vlak onevenredige schade aangebracht dan kan geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. 18.2.2 Realisatie nieuw beleid door dubbelbestemmingen De realisatie van nieuw beleid door middel van dubbelbestemmingen hoeft niet gebiedsbreed (binnen de gehele dubbelbestemming) te zijn, wil de doelstelling gehaald worden. Als er echter afbreuk gedaan wordt aan de gegeven gebiedsbreedte c.q. niet de gehele dubbelbestemming wordt benut, moet voor het resterende gedeelte aangetoond worden dat dit voldoende is om het beoogde beleid voor dat gebied te realiseren. Dat wil zeggen dat de omvang van de opgenomen dubbelbestemmingen zo ruim is dat, om het nagestreefde beleid te doen slagen, niet altijd de gehele dubbelbestemming behoeft te worden benut.
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
49
18.2.3 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat, gelet op het totaalbeleid voor het buitengebied, dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. Waarde - Landschapselement; b. Waarde - Ecologie c. Waarde - Archeologie; d. Waarde - Cultuurhistorie; e. Waterstaat - Erosie. Uitzondering hierop, in de vorm van nevenschikking, is mogelijk, wanneer compensatie van eventueel verlies aan kwaliteit is gegarandeerd. 18.3 (Wettelijke) regels Indien en voor zover in deze voorschriften wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerpplan. 18.4 Gemeentelijke regels Indien en voor zover in deze regels of op de plankaart wordt verwezen naar gemeentelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerpplan.
50
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
Hoofdstuk 4 Artikel 19
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
19.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. Overna het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 19.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten
51
Artikel 20
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als de regels van het "bestemmingsplan Groot Welsden 94 Margraten" van de gemeente Eijsden-Margraten.
52
bestemmingsplanGroot Welsden 94 te Margraten