20230214 07b8 Bredeweg 29-29a Banholt Bijlage 8 bij toelichting Rapportage quickscan flora en fauna.pdf
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming Bredeweg Banholt 2020
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ...................................................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................................. 1 1.2 Voorgenomen ontwikkeling ....................................................................................................................... 1 1.3 Beschrijving plangebied ............................................................................................................................ 2 1.4 Opzet van de quickscan ............................................................................................................................ 2
2.
ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................................ 3 2.1 Inleiding..................................................................................................................................................... 3 2.2 Afwegingskader Wet natuurbescherming - Natura 2000 ........................................................................... 3 2.3 Afwegingskader Omgevingsverordening Provincie Limburg 2014 ............................................................ 4
3.
ANALYSE SOORTBESCHERMING ............................................................................................................... 6 3.1 Inleiding..................................................................................................................................................... 6 3.2 Flora .......................................................................................................................................................... 7 3.3 Zoogdieren ................................................................................................................................................ 7 3.4 Vogels ....................................................................................................................................................... 8 3.5 Amfibieën en reptielen .............................................................................................................................. 9 3.6 Overige beschermde soorten .................................................................................................................. 10
4.
HOUTOPSTANDEN...................................................................................................................................... 11 4.1 Inleiding................................................................................................................................................... 11 4.2 Te kappen bomen en houtopstanden...................................................................................................... 11 4.3 Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming ................................................................... 11 4.4 Omgevingsverordening gemeente Eijsden-Margraten ............................................................................ 11
5.
CONCLUSIES ............................................................................................................................................... 13 5.1 Conclusies gebiedsbescherming............................................................................................................. 13 5.2 Conclusies soortbescherming ................................................................................................................. 13 5.3 Houtopstanden ........................................................................................................................................ 14
6.
LITERATUURLIJST EN WEBSITES ............................................................................................................. 15
Bijlage 1a Achtergronden Wet natuurbescherming Bijlage 1b Achtergrond bescherming Natuurnetwerk Nederland Bijlage 2 Gegevens NDFF Quickscanhulp
Bureau Meervelt
1.
Quickscan Bredeweg Banholt
INLEIDING
1.1 Aanleiding In Banholt ligt op kadastraal perceel A4546 een perceel landbouwgrond met een stal (varkenshouderij). Het perceel ligt aan de oostkant van Banholt, tussen de Hondsrugweg en de Bredeweg en aan de noordzijde van het perceel loopt een pad dat beide wegen met elkaar verbindt. Op deze locatie worden de mogelijkheden verkend om woningbouw te realiseren. Hiertoe dient de stal te worden gesloopt en het terrein bouwrijp te worden gemaakt. Voorafgaand aan deze ontwikkeling dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Een onderzoek naar beschermde natuurwaarden maakt deel uit van de benodigde onderzoeken in de procedure voor bestemmingsplanwijziging.
BANHOLT
Figuur 1 en 2: Ligging van het plangebied in Banholt (Limburg Atlas, 2020). In deze quickscan wordt in beeld gebracht welke beschermde natuurwaarden in het plangebied (mogelijk) aanwezig zijn. De voorgenomen ontwikkeling wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming, de Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming in Limburg en het gebiedsbeschermingsregime in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie).
1.2 Voorgenomen ontwikkeling De stal wordt (in geval van doorgang van het plan) gesloopt. De aangrenzende singel/bomenrij wordt geveld en het plangebied wordt bouwrijp gemaakt. Op het perceel wordt een aantal woningen gebouwd. Op dit moment is een verbeelding van de ontwikkeling nog niet beschikbaar is. Mogelijk is ook aanleg van infrastructuur (ontsluitingsweg) in het plangebied aan de orde.
1
Bureau Meervelt
Quickscan Bredeweg Banholt
1.3 Beschrijving plangebied Het perceel is in gebruik als regulier productiegrasland en is hierdoor eenvormig en soortenarm. De singel/bomenrij die de stal in landschappelijk opzicht afschermt, bestaat voornamelijk uit Esdoorn met ondergroei van struiken. De stal is een reguliere en (nog) in gebruik zijnde varkensstal. De stal is nagenoeg hermetisch afgesloten. Openingen in dak of stootvoegen in de muren werden tijdens het veldbezoek niet geconstateerd.
Figuur 3 en 4: Zicht op het plangebied.
1.4 Opzet van de quickscan In hoofdstuk 2 en 3 worden respectievelijk de gebieds- en soortbescherming uitgewerkt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op houtopstanden. In hoofdstuk 5 worden de conclusies op een rij gezet en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen beschreven. In bijlage 1 wordt relevante achtergrondinformatie op het gebied van natuurwetgeving en beleid weergegeven. In bijlage 2 zijn de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (Quickscanhulp) opgenomen.
2
Bureau Meervelt
2.
Quickscan Bredeweg Banholt
ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt per afwegingskader aangegeven of het plangebied deel uitmaakt van een beschermd gebied en wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ingreep een mogelijk negatieve invloed te verwachten is op aanwezige beschermde gebieden in de omgeving. Ten aanzien van gebiedsbescherming zijn twee afwegingskaders relevant: Afwegingskader Wet Natuurbescherming, Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Natuurnetwerk Nederland). Bij onbekendheid met deze afwegingskaders wordt geadviseerd bijlage 1 eerst door te nemen.
2.2 Afwegingskader Wet natuurbescherming - Natura 2000 Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt op een afstand van ruim 2 kilometer van Natura 2000 gebied Savelsbos, op 2,2 kilometer van Natura 2000 gebied Noorbeemden en op circa 3,4 kilometer van Natura 2000 gebied Geuldal.
Savelsbos
Geuldal Noorbeemden
Figuur 5: Ligging van het plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (Limburg Atlas, 2020). Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van significante gevolgen door een plan of project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten. Als gevolg van de werkzaamheden in het plangebied kunnen storingsfactoren optreden als geluid en trilling. Deze storingsfactoren hebben een beperkte uitstraling en zijn niet van invloed op de omliggende Natura 2000 gebieden of verder weg gelegen Natura 2000-gebieden. Significante gevolgen kunnen daardoor voor alle storingsfactoren op voorhand worden uitgesloten, met uitzondering van project-gerelateerde emissie van stikstof. Voor het project dient een Aerius-berekening uitgevoerd te worden (aanleg- en gebruiksfase). Op basis hiervan dient beoordeeld te worden of sprake is van extra depositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van het project. Als significante gevolgen door deze extra depositie niet kunnen worden uitgesloten in een ecologische toets dan is een vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming. Op dat moment kan gekozen worden voor intern of extern salderen of een beroep gedaan worden op het stikstofregistratiesysteem. 3
Bureau Meervelt
Quickscan Bredeweg Banholt
Er zijn twee mogelijkheden om op basis van het stikstofregistratiesysteem aan een natuurvergunning te komen. De eerste route loopt direct via de provincie. De beslistermijn voor een natuurvergunning is dan 13 weken, met een mogelijke verlenging van zeven weken. Een tweede route loopt via de gemeente. In dat geval maakt de aanvraag voor de natuurvergunning deel uit van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. De gemeente moet vervolgens de natuurvergunning aanvragen bij de provincie die deze inhoudelijk beoordeelt. In het laatste geval geldt een beslistermijn van 26 weken, met een mogelijke verlenging van zes weken (zie ook veelgestelde vragen onder ‘Stikstof en Natura 2000’ op de website van BIJ12). Door de beëindiging van de varkensstal kan mogelijk stikstofruimte beschikbaar komen om de ontwikkeling mogelijk te maken (intern salderen).
2.3 Afwegingskader Omgevingsverordening Provincie Limburg 2014 In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De begrenzing en bescherming van het NNN is in Limburg als Goudgroene natuurzone vastgelegd in het POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de Beleidsregel natuurcompensatie geeft de Provincie Limburg invulling aan het natuurcompensatiebeleid uit de Omgevingsverordening. Ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN dienen getoetst te worden aan de Omgevingsverordening Ruimte. De beleidsregel Natuurcompensatie is van toepassing als voorafgaand aan de activiteit is vastgesteld dat de wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd en/of de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone en/of van het Beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd. Het NNN/de Goudgroene natuurzone kent geen ‘externe werking’ (geen geldigheid van de beleidsregels buiten de grenzen van de Goudgroene natuurzone). Uit jurisprudentie blijk wel dat bij vaststelling van een plan rekening gehouden dient te worden met de ligging van een plangebied ten opzichte van het NNN en eventueel aanwezige ecologische verbindingszones1.
De raad dient bij vaststelling van een bestemmingsplan afwegingen te maken in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat de gevolgen van het plan niet onaanvaardbaar voor de omgeving moeten zijn. Het bestemmingsplan is voor het plangebied al eerder vastgesteld. In onderstaande figuur wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van deze beschermde zones weergegeven.
1
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:2508 4
Bureau Meervelt
Quickscan Bredeweg Banholt
Figuur 6: Ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk (Limburg Atlas, 2020). Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk (in Limburg: buiten de Goudgroene natuurzone, zie figuur 6). Aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden binnen de Goudgroene natuurzone treedt niet op. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.
5
Bureau Meervelt
3.
Quickscan Bredeweg Banholt
ANALYSE SOORTBESCHERMING
3.1 Inleiding Ten aanzien van soortbescherming is de Wet natuurbescherming relevant. Voor meer informatie over dit afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. In de Wet natuurbescherming zijn drie beschermingsregimes vastgesteld: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; 3. Beschermingsregime andere soorten (ook wel de Nationale lijst genoemd). De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn uitgewerkt in de ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in de provincie Limburg’. Voor soorten kan een vrijstelling gelden bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstellingslijst kan per provincie verschillend zijn. De lijsten per beschermingsregime en de vrijstellingslijst zijn opgenomen in bijlage 1. Bij onbekendheid met dit wettelijk kader wordt geadviseerd deze bijlage eerst door te nemen. In dit hoofdstuk wordt onderzocht of beschermde soorten ter hoogte van het plangebied en de omgeving daarvan (kunnen) voorkomen. Daartoe zijn gegevens verzameld van de sites van de provincie Limburg en de Nationale Databank Flora en Fauna (Quickscanhulp).
De natuurgegevens van de NDFF (zie bijlage 2) betreffen de gegevens in een straal van ruim 1 kilometer van het plangebied/tracé; de waarnemingen uit de laatste vijf jaar worden in de tabel in bijlage 2 weergegeven2. Met betrekking tot vogelgegevens geldt dat deze in de NDFF Quickscanhulp niet worden geselecteerd op type waarnemingen zoals 'waarneming broedende vogel of overtrekkend'. De NDFF Quickscanhulp geeft een overzicht van alle op het moment van opvragen goedgekeurde actuele waarnemingen, dus ook losse waarnemingen (kort pleisterend, overtrekkend) in de NDFF. Dit houdt in dat de informatie ten aanzien van beschermde broedvogels onvoldoende gedetailleerd is (een te geringe informatiewaarde heeft) om concrete uitspraken te doen op basis van deze gegevensset over voorkomen in het plangebied. De gegevens uit de dataset van de NDFF over vogels worden daarom in de quickscan buiten beschouwing gelaten. Voor informatie over potentiële broedvogels zijn de natuurgegevens van de provincie Limburg geraadpleegd en wordt een inschatting gemaakt op basis van het veldbezoek en expert judgement. Als achtergrondinformatie is gebruikt gemaakt van de site waarneming.nl. De gegevensset is samengesteld in november 2020 en aangevuld met een oriënterend veldbezoek in oktober 2020.
Door het karakter van het overgrote deel van het plangebied (soortenarme monocultuur van gras) is de kans op aanwezigheid van beschermde natuurwaarden niet erg groot. Tijdens het veldbezoek is het terrein doorkruist en is extra aandacht besteed aan mogelijke aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen, nesten van jaarrond beschermde broedvogels, (verblijfplaatsen en wissels van) Dassen en andere beschermde dieren. De resultaten van het veldbezoek zijn (voor zover relevant) in deze rapportage opgenomen. Indien beschermde soorten aanwezig (kunnen) zijn, wordt aangegeven welke eventuele vervolgstappen moeten worden doorlopen.
2
In de NDFF worden ook gegevens uit andere bronnen geïmporteerd zoals gegevens van de NGO’s en waarneming.nl; updates
vinden met enige regelmaat plaats waardoor gegevens met enige vertraging beschikbaar kunnen komen in de NDFF. 6
Bureau Meervelt
Quickscan Bredeweg Banholt
3.2 Flora Uit de verzamelde gegevens zijn uit het plangebied en directe omgeving geen waarnemingen bekend van beschermde soorten. De provincie Limburg heeft in deze regio in 2010 een vlakdekkende florakartering uitgevoerd. Hoewel de gegevens verouderd zijn geven ze wel een indicatie van de aanwezige flora. Beschermde planten onder de huidige wetgeving werden toen niet aangetroffen. Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat de locatie weinig diversiteit in wilde planten heeft door het regulier agrarisch gebruik. De aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten kan op grond van het aangetroffen biotoop worden uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing voor planten is niet nodig.
3.3 Zoogdieren In onderstaande tabel 1 zijn waarnemingen opgenomen van zoogdieren in een straal van ruim 1 kilometer rond het plangebied in de laatste vijf jaar. Tabel 1: Overzicht waargenomen soorten in een straal van 1 kilometer rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp). Grijs: soorten waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer of onderhoud. Naam
Groep
Beschermingsregime
Das
Zoogdieren
andere soorten
Egel
Zoogdieren
andere soorten
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
Rosse woelmuis
Zoogdieren
andere soorten
Steenmarter*
Zoogdieren
andere soorten
Wnb-hrl: Wet natuurbescherming - Habitatrichtlijn *Vrijstelling geldt van 15 augustus t/m februari.
Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat het plangebied enkel geschikt leefgebied vormt voor enkele soorten muizen, Egel, Mol, Haas en Konijn. Incidenteel kunnen andere soorten zoals Vos of kleine marterachtigen van het terrein gebruik maken. Vaste rust- en verblijfsplaatsen van deze soorten kunnen aanwezig zijn in de houtwal aan de zuidkant van de varkensstal. Tijdens het veldbezoek werden geen indicaties verkregen van aanwezigheid van verblijfsplaatsen van deze soorten. Ook in de gegevensset zijn geen verblijfplaatsen bekend. Voor deze soorten geldt een (gedeeltelijke) vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Wel geldt de zorgplicht (zie hiervoor hoofdstuk 4). Het plangebied maakt deel uit van het leefgebied van Das. In 2011 werd op de Bredeweg net ten oosten van Banholt Das als verkeersslachtoffer aangetroffen. In de omgeving blijft voor Das en Steenmarter geschikt leefgebied in ruime mate voorhanden. De aanwezigheid van verblijfsplaatsen van Das kon tijdens het veldbezoek worden uitgesloten. Vleermuizen Tijdens het veldbezoek werd vastgesteld dat geschikte verblijfsplaatsen in de stallen ontbreken; invliegopeningen met toegang tot de stal ontbreken. Incidenteel kunnen wel rustende vleermuizen aanwezig zijn achter de aangebrachte platen of overstekende delen.
Er zijn echter geen geschikte locaties die kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaatsen zoals voortplantingsverblijven of winterverblijven. Nader onderzoek naar aanwezigheid van vleermuizen voor het slopen van de stal is niet nodig. De bomen zijn beoordeeld op het voorkomen van geschikte holten die kunnen dienen als vaste voortplantings- of verblijfplaats voor vleermuizen. Deze holten ontbreken.
7
Bureau Meervelt
Quickscan Bredeweg Banholt
Door het vellen van de houtopstand aan de zuidkant van de stal wordt geschikt foerageergebied vernietigd. In Banholt en directe omgeving is geschikt foerageergebied en zijn alternatieve vliegroutes in ruime mate voorhanden door de aanwezigheid van vele kleine landschapselementen (hoogstamfruitboomgaarden, Banholtergrubbe, bosgebied ten zuiden van Mheer). De ingreep is niet zodanig dat sprake is van aantasting van een essentieel leefgebied of essentiële vliegroute. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig.
3.4 Vogels In de Wet natuurbescherming zijn verbodsbepalingen opgenomen met betrekking tot vogels in het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. In grote lijnen komen deze verbodsbepalingen op het volgende neer: het is verboden vogels te doden of te vangen, het is verboden in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen te beschadigen of weg te nemen, het is verboden eieren te beschadigen, te rapen of onder zich te hebben, het is verboden vogels te storen behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Een ontheffing of vrijstelling is mogelijk onder bepaalde voorwaarden (zie ook bijlage 1). Jaarrond beschermde nesten Nesten van een aantal soorten zijn jaarrond beschermd; ook de functionele omgeving van deze jaarrond beschermde nesten is beschermd. Storing met als gevolg het (tijdelijk) verlaten van een jaarrond beschermd nest wordt eveneens beschouwd als vernielen van het nest als daardoor het broedsucces vermindert. De lijst van soorten met een jaarrond beschermd nest is hieronder opgenomen: Tabel 2: Lijst jaarrond beschermde vogelnesten (Beleidsregels t.b.v. de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg, 6-12-2017). Soort
Categorie
Categorie
Soort
Categorie
2
Huiszwaluw
2
Roek
1
Boomvalk
3
Kerkuil
1
Slechtvalk
2
Bosuil
2
Oehoe
1
Steenuil
1
Boerenzwaluw
Soort
Gierzwaluw
2
Ooievaar
2
Torenvalk
3
Grote gele kwikstaart
2
Ransuil
3
Wespendief
3
Havik
3
Raaf
3
Zwarte wouw
3
Huismus
2
Rode wouw
3
Categorie 1: Categorie 2:
Categorie 3:
Jaarrond gebruikte nesten (ook buiten broedseizoen gebruik van de nestplaats). Zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar Plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen. Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is.
Broedvogels waarbij getoetst moet worden of voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft Voor de soorten in onderstaande tabel dient te worden vastgesteld dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. In dat geval geldt geen jaarronde bescherming van het nest. Als er onvoldoende alternatieve leefomgeving aanwezig is, geldt wel een jaarronde bescherming.
8
Bureau Meervelt
Quickscan Bredeweg Banholt
Tabel 3: Soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is als er onvoldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. (Beleidsregels tbv de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg, 6-12-2017). Bijeneter
Grauwe klauwier
Kwartelkoning
Roerdomp
Wulp
Blauwe reiger
Grutto
Oeverzwaluw
Sperwer
Zomertortel
Buizerd
IJsvogel
Paapje
Spotvogel
Zwarte specht
Draaihals
Kramsvogel
Ringmus
Visdief
Categorie 4:
Nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft.
Voor kunstmatige nestgelegenheden geldt dat deze verplaatst mogen worden als de functionaliteit effectief behouden blijft ondanks de verplaatsing. Nesten van andere soorten zijn buiten het gebruik voor de voortplanting niet beschermd. Broedvogels in het plangebied Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat in het plangebied broedgelegenheid aanwezig is voor enkele algemeen voorkomende broedvogels in de aanwezige groene elementen (bomen, ondergroei). De in agrarisch gebruik zijnde gronden hebben een te kleine schaal voor weidevogels, soorten als Kievit en Veldleeuwerik ontbreken hierdoor. Ook ontbreken geschikte broedlocaties (onder meer struwelen, heggen, begroeide greppels) voor soorten als Grasmus en Geelgors. In 2009 heeft de provincie Limburg een broedvogelonderzoek in het plangebied uitgevoerd (het onderzoek richt zich op ‘schaarse, aandachts- of Rode Lijstsoorten’). Hierbij werden in het plangebied territoria twee territoria vastgesteld: Zwarte kraai en Ekster. Ook deze soorten kunnen als broedvogel voorkomen. De nesten van deze en andere soorten broedvogels zijn beschermd zo lang deze in gebruik zijn en de jongen afhankelijk zijn van het nest. Jaarrond beschermde nesten zijn niet waargenomen tijdens het veldbezoek. Verstorende werkzaamheden in het broedseizoen zijn niet toegestaan als nesten aanwezig zijn in het plangebied of de nabijheid daarvan.
Omdat de kans daarop groot is betekent dit voor dat de werkzaamheden dat geschikte broedgelegenheid voorafgaand aan het broedseizoen verwijderd dient te worden. Als het plangebied voorafgaand aan het broedseizoen ‘faunavrij’ gemaakt is, kan ook in het broedseizoen gewerkt worden. Een indicatie voor de broedperiode is 15 maart tot 15 juli. Let op: dit is slechts een indicatie, van belang is of broedende vogels aanwezig zijn of niet.
3.5 Amfibieën en reptielen In onderstaande tabel 4 zijn waarnemingen opgenomen van beschermde soorten in een straal van 1 kilometer rond het plangebied in de laatste vijf jaar. Tabel 4: Overzicht van waargenomen soorten in een straal van ruim 1 kilometer rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp). Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Alpenwatersalamander
Amfibieën
andere soorten
0 - 1 km
Levendbarende hagedis
Reptielen
andere soorten
0 - 1 km
Tijdens het veldbezoek werd vastgesteld dat open water in het plangebied ontbreekt. Geschikte voortplantingsplaatsen voor amfibieën zijn niet aanwezig. Incidenteel kunnen algemenere soorten als Gewone pad en bruine kikker in het plangebied voorkomen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt de zorgplicht (zie hiervoor verder hoofdstuk 4).
9
Bureau Meervelt
Quickscan Bredeweg Banholt
Het plangebied is door het agrarisch gebruik en het omringende agrarisch gebied niet van betekenis voor reptielen. Nader onderzoek of een ontheffing voor amfibieën is niet nodig.
3.6 Overige beschermde soorten Overige beschermde soorten zijn niet uit het plangebied bekend. Op grond van het aangetroffen biotoop is aanwezigheid van deze categorie soorten op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek of een ontheffing voor overige beschermde soorten is niet nodig.
10
Bureau Meervelt
4.
Quickscan Bredeweg Banholt
HOUTOPSTANDEN
4.1 Inleiding Ten aanzien van de bescherming van houtopstanden is de Wet natuurbescherming relevant. Voor meer informatie over dit afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaalaantal rijen. Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij Gedeputeerde Staten. Daarnaast gelden voor het kappen van bomen en houtopstanden regels per gemeente. Deze regels zijn opgesteld in een gemeentelijke verordening. In dit hoofdstuk wordt ingezoomd op de te kappen bomen en de te nemen vervolgstappen.
4.2 Te kappen bomen en houtopstanden Alle groene elementen in het plangebied kunnen ten behoeve van de ruimtelijke ontwikkeling verloren gaan (afhankelijk van de nog uit te werken inrichting). De rijbeplanting valt onder de definitie van een houtopstand (rijbeplanting van meer dan twintig bomen).
4.3 Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming De bomenrij in het plangebied ligt buiten de bebouwde kom van Banholt. De bepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn van toepassing op de bomenrij. Uiterlijk zes weken voorafgaand aan de velling dient een kapmelding te worden ingediend bij de provincie Limburg. Voor deze velling geldt een herplantplicht.
4.4 Omgevingsverordening gemeente Eijsden-Margraten De bescherming van houtopstanden in de gemeente Eijsden-Margraten waarvan Banholt deel uitmaakt is opgenomen in de Omgevingsverordening. Op de bomenkaart staan alle waardevolle en monumentale bomen van de gemeente, de groene parels. Alle bomen op deze kaart zijn ontheffingsplichtig. De bomenrij in het plangebied is onder meer aangemerkt als monumentaal (zie onderstaande figuur). Voor de kap dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. De gemeente kan besluiten deze vergunning te weigeren. Bij voorkeur wordt deze bomenrij gehandhaafd in het nieuwe plan. (Ter aanvulling: inmiddels is een kapvergunning aangevraagd en verleend met daarin opgenomen enkele algemene en voorwaarden, de compensatieverplichting en aandacht voor de Wet natuurbescherming - onderdeel soorten.)
11
Bureau Meervelt
Quickscan Bredeweg Banholt
Figuur 7: De beschermde bomenrij in het plangebied is met rood aangegeven op de bomenkaart van de gemeente Eijsden-Margraten (https://groene-parels-eijsden-margraten.hosting.jankeesvw.com/).
Figuur 8: Toelichting bij de bomenrij op de bomenkaart (https://groene-parels-eijsdenmargraten.hosting.jankeesvw.com/).
12
Bureau Meervelt
5.
Quickscan Bredeweg Banholt
CONCLUSIES
5.1 Conclusies gebiedsbescherming
Natura 2000 Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt op een afstand van ruim 2 kilometer van Natura 2000 gebied Savelsbos, op 2,2 kilometer van Natura 2000 gebied Noorbeemden en op circa 3,4 kilometer van Natura 2000 gebied Geuldal. Als gevolg van de werkzaamheden in het plangebied kunnen storingsfactoren optreden als geluid en trilling. Deze storingsfactoren hebben een beperkte uitstraling en zijn niet van invloed op de omliggende Natura 2000 gebieden of verder weg gelegen Natura 2000-gebieden. Significante gevolgen kunnen daardoor voor alle storingsfactoren op voorhand worden uitgesloten, met uitzondering van project-gerelateerde emissie van stikstof. Voor het project dient een Aerius-berekening uitgevoerd te worden (aanleg- en gebruiksfase). Op basis hiervan dient beoordeeld te worden of sprake is van extra depositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van het project. Als significante gevolgen door deze extra depositie niet kunnen worden uitgesloten in een ecologische toets dan is een vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming. Op dat moment kan gekozen worden voor intern of extern salderen of een beroep gedaan worden op het stikstofregistratiesysteem. Er zijn twee mogelijkheden om op basis van het stikstofregistratiesysteem aan een natuurvergunning te komen. De eerste route loopt direct via de provincie.
De beslistermijn voor een natuurvergunning is dan 13 weken, met een mogelijke verlenging van zeven weken. Een tweede route loopt via de gemeente. In dat geval maakt de aanvraag voor de natuurvergunning deel uit van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. De gemeente moet vervolgens de natuurvergunning aanvragen bij de provincie die deze inhoudelijk beoordeelt. In het laatste geval geldt een beslistermijn van 26 weken, met een mogelijke verlenging van zes weken (zie ook veelgestelde vragen onder ‘Stikstof en Natura 2000’ op de website van BIJ12). Door de beëindiging van de varkensstal kan mogelijk stikstofruimte beschikbaar komen om de ontwikkeling mogelijk te maken (intern salderen).
Omgevingsverordening Limburg Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk (in Limburg: buiten de Goudgroene natuurzone) en andere beschermde zones. Aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden binnen de Goudgroene natuurzone of aantasting van kernkwaliteiten in de Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone treedt niet op. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.
5.2 Conclusies soortbescherming
Het plangebied en omgeving is leefgebied van enkele beschermde soorten. Voor een aantal soorten zijn maatregelen nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze soorten zijn opgenomen in onderstaande tabel 6.
13
Bureau Meervelt
Quickscan Bredeweg Banholt
In het algemeen geldt: als dieren worden aangetroffen in het plangebied geldt te allen tijde geldt de zorgplicht3. Dieren die tijdens de werkzaamheden aanwezig zijn dienen met rust gelaten te worden zodat op eigen kracht een veilig heenkomen kan worden gezocht, eventueel kunnen dieren verplaatst worden naar een veilige locatie. Eventueel aanwezige holen dienen voorzichtig opengemaakt te worden. Diepe tijdelijke kuilen of greppels dienen voorzien te worden van schuine randen zodat dieren die hierin lopen op eigen kracht weer eruit kunnen.
Tabel 6: Soorten waarvoor nader aandacht nodig is. Soort
Activiteit
Broedvogels
Mogelijke
Onderzoek
overtreding
nodig?
Vellen van
Verstoring/
Nee, mits
Werkzaamheden uitvoeren buiten de
Nee, mits
bomen/
vernietiging
mitigerende
broedperiode (indicatie voor broedperiode: 1
mitigerende
verwijderen
van nesten
maatregelen
maart - 15 juli) of plangebied ongeschikt maken
maatregelen
genomen
voorafgaand aan de broedperiode. Let op: ook
genomen
worden
buiten deze periode kunnen nog broedende
worden
vogels aanwezig zijn. Ook deze nesten zijn
.
van struweel
(Mitigerende) maatregel
Ontheffing nodig
beschermd. Raadpleeg bij twijfel een ecoloog.
Bij het onverhoopt toch aantreffen van beschermde planten- of diersoorten tijdens de uitvoering van de werkzaamheden waarvoor geen vrijstelling geldt, dienen de werkzaamheden te worden stilgelegd en dient contact opgenomen te worden met een ecoloog om benodigde vervolgstappen te bespreken.
5.3 Houtopstanden Voor de aanwezige bomenrij in het plangebied geldt een provinciale meldplicht en een herplantplicht. Daarnaast dient bij de gemeente Eijsden-Margraten een omgevingsvergunning te worden aangevraagd voor de kap. De bomenrij is opgenomen op de bomenkaart als beschermd (monumentale bomen, beeldbepalende singel aan dorpsrand en broed, rust- en foerageergebied fauna). Bij voorkeur wordt deze bomenrij gehandhaafd in het nieuwe plan. (Ter aanvulling: inmiddels is een kapvergunning aangevraagd en verleend met daarin opgenomen enkele algemene en voorwaarden, de compensatieverplichting en aandacht voor de Wet natuurbescherming - onderdeel soorten).
3
De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11 Wet natuurbescherming. In het tweede lid
wordt de zorgplicht nader geconcretiseerd door te bepalen dat deze plicht inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: 1.
dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel,
2.
indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te
3.
voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
voorkomen, of
14
Bureau Meervelt
6.
Quickscan Bredeweg Banholt
LITERATUURLIJST EN WEBSITES
Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad, 6 december 2017. Buggenum H.J.M. van, R.P.G. Geraeds & A.J.W. Lenders, 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980 - 2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no. 79-409 inzake het behoud van de Vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no. 92-43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Huizenga C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen, 2010. Zoogdieren van Limburg, verspreiding en ecologie in de periode 1980 - 2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Lange R., P. Twist, A. van Winden & A. van Diepenbeek, 1994. Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij van de KNNV, VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten, 1994. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2012. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Geconsolideerde versie (gc03) van de omgevingsverordening Limburg 2014. Provincie Limburg. Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke milieu in Europa, 1979. Bern.
www.limburg.nl www.natuurgegevenslimburg.nl www.waarneming.nl
15
Bijlage 1a Achtergronden Wet natuurbescherming In deze bijlage wordt kort ingegaan op een relevant geachte selectie uit de Wet natuurbescherming. Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. Voor de volledige tekst wordt verwezen naar de Wet natuurbescherming.
Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet bestaat uit 12 hoofdstukken waarvan voor deze quickscan de eerste vier hoofdstukken relevant zijn: - Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen - Hoofdstuk 2: Natura 2000 - Hoofdstuk 3: Soorten - Hoofdstuk 4: Houtopstanden, hout en houtproducten De overige hoofdstukken behandelen vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen, financiële bepalingen, handhaving, overige aspecten, overgangsrecht en de wijziging en samenloop van en met andere wetten en/of wetsvoorstellen. De quickscan beperkt zich tot toetsing aan de eerste vier hoofdstukken. Eventueel relevante bepalingen over vrijstellingen (bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud) worden in de quickscan ook meegenomen, De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verleent ontheffingen en vergunningen voor ruimtelijke ingrepen die gevolgen voor de natuur kunnen hebben zoals: •
Projecten van gebieden die niet op provinciaal niveau zijn ingedeeld.
•
Hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen.
•
Kustbescherming: primaire waterkeringen zoals kustverdediging en rivierveiligheidsmaatregelen, zoals Ruimte voor de Rivier
projecten. •
Activiteiten op militaire terreinen en oefengebieden.
•
Landelijk energietransportnetwerk (hoogspanningsverbindingen vanaf 220kV).
•
Gastransportnetwerk
•
Activiteiten van of door een lid van het Koninklijk Huis
•
Valkeniersaktes
Voor alle andere ontheffingen en vergunningen is de provincie verantwoordelijk. In deze bijlage worden kort de kaders van de wet geschetst voor de gebiedsbescherming (Natura 2000), de soortbescherming en de houtopstanden.
Natura 2000
De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Natura 2000 vormt de component gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden (www.synbiosys.alterra.nl).
Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
Voor de habitattypen en (vogel)soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden worden aangewezen, zijn door de overheid instandhoudingsdoelen opgesteld. Toetsing vindt altijd plaats in het licht van deze instandhoudingsdoelen. Ontwikkelingen alleen plaats kunnen vinden als zekerheid verkregen is omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Er is sprake van significante gevolgen als de instandhoudingsdoelstellingen door menselijk handelen (mogelijk) niet gehaald worden. Een vergunning kan alleen verleend worden als zeker is dat het plan of project niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken. Met andere woorden: er mogen best activiteiten ontplooid worden in of bij een Natura 2000-gebied, zolang een activiteit maar niet leidt tot significante gevolgen. Voor alle Natura 2000-gebieden worden beheerplannen opgesteld. Daarin staan de instandhoudingsdoelen, hoe deze doelen bereikt kunnen worden en voorbeelden van welke activiteiten zijn toegestaan en welke vergunningplichtig zijn. Natura 2000 heeft een externe werking.
Dit betekent dat ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied, die negatieve gevolgen kunnen hebben voor het Natura 2000-gebied, getoetst moeten worden aan de Wet natuurbescherming (denk bijvoorbeeld aan verdroging van een natuurgebied als gevolg van grootschalige wateronttrekking enkele kilometers verder). In de quickscan wordt, als dat nodig is, een paragraaf opgenomen waarin de kans op significante negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt beoordeeld. Deze paragraaf kan gezien worden als een voortoets op grond waarvan overleg gevoerd kan worden met bevoegd gezag over de noodzaak van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. Als significant negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is in veel gevallen een passende beoordeling en een vergunning nodig.
Soortbescherming
Onafhankelijk van gebieden worden ook soorten beschermd in de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van soorten gelden drie beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes komen gedeeltelijk overeen met elkaar, in detail verschillen ze echter. De groepen waarvoor de verschillende beschermingsregimes in het leven zijn geroepen worden hieronder weergegeven met de belangrijkste verbodsbepalingen. In de daaropvolgende lijsten worden de afzonderlijke beschermde soorten weergegeven. 1. Soorten van de Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen, eieren te rapen of onder zich te hebben en vogels zodanig te storen dat deze storing van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
2. Soorten van de Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Het is verboden deze dieren opzettelijk te doden of te vangen, te verstoren, eieren opzettelijk te vernielen of te rapen, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en het is verboden planten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
3. Nationaal aangewezen (overige soorten). Dit zijn soorten genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de bescherming van in nationaal opzicht te beschermen soorten, die zijn genoemd op de Vogel- of Habitatrichtlijn (art. 3.10 3.11 Wet natuurbescherming). Reden voor de bescherming is de maatschappelijke overtuiging dat deze dieren bescherming behoeven. Andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen of vaatplanten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De wet voorziet in mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen. Deze vrijstellingen dienen steeds bij verordening door provinciale staten te worden verleend. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van een ontheffing. Aan Gedeputeerde staten van de provincies is in de Wet natuurbescherming beleidsvrijheid toegekend. De provincie Limburg heeft ter invulling van deze beleidsvrijheid ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ vastgesteld. Doel is om ruimte voor (ruimtelijke) ontwikkelingen in Limburg te bieden, soorten in een gunstige staat van instandhouding te houden en administratieve lasten en onderzoekslasten te minimaliseren. In deze beleidsregels worden verbodsbepalingen nader uitgelegd, worden indieningsvereisten voor een ontheffingsaanvraag uiteengezet, de eisen die aan onderzoek gesteld worden en wordt ingegaan op de ontheffing. Waar nodig worden in deze quickscan de beleidsregels betrokken. In onderstaande tabel zijn de soorten van de habitatrichtlijn en de andere soorten opgenomen. Tabellen met vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn opgenomen in de quickscan. Na deze tabel volgt een tabel met soorten waarvoor een vrijstelling is opgenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud.
HABITATRICHTLIJN Zoogdieren Baardvleermuis
Myotis mystacinus
Kleine hoefijzerneus
Rhinolophus hipposideros
Bechstein’s vleermuis
Myotis bechsteinnii
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
Bever
Castor fiber
Lynx
Lynx lynx
Bosvleermuis
Nyctalus leisleri
Meervleermuis
Myotis dasycneme
Brandt’s vleermuis
Myotis brandtii
Mopsvleermuis
Barbastella barbastellus
Bruinvis
Phocoena phocoena
Nathusius’ vleermuis
Pipistrellus nathusii
Euraziatische lynx
Lynx lynx
Noordse woelmuis
Microtus oeconomus
Franjestaart
Myotis nattereri
Otter
Lutra lutra
Gewone dolfijn
Delphinus delphis
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
Tuimelaar
Tursiops truncatus
Gewone grootoorvleermuis
Plecotus auritus
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus
Hazelmuis
Muscardinus avellanarius
Vale vleermuis
Myotis myotis
Ingekorven vleermuis
Myotis emarginatus
Wilde kat
Felis silvestris
Kleine dwergvleermuis
Pipistrellus pygmaeus
Wolf
Canus lupus
Boomkikker
Hyla arborea
Muurhagedis
Podarcis muralis
Geelbuikvuurpad
Bombina variegata
Poelkikker
Rana lessonae
Gladde slang
Coronella austriacus
Rugstreeppad
Bufo calamita
Heikikker
Rana arvalis
Vroedmeesterpad
Alytes obstreticans
Kamsalamander
Triturus cristatus
Zandhagedis
Lacerta agilis
Knoflookpad
Pelobates fuscus
Reptielen en amfibieën
Dagvlinders Donker pimpernelblauwtje
Maculinea nausithous
Tijmblauwtje
Maculinea arion
Grote vuurvlinder
Lycaena dispar
Zilverstreephooibeestje
Coenonympha hero
Pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart
Proserpinus proserpina
Libellen Bronslibel
Oxygastra curtisii
Noordse winterjuffer
Sympecma paedisca
Gaffellibel
Ophiogomphus cecilia
Oostelijke witsnuitlibel
Leucorrhinia
Gevlekte witsnuitlibel
Leucorrhinia pectoralis
Rivierrombout
Stylurus flavipes
Groene glazenmaker
Aeshna viridis
Sierlijke witsnuitlibel
Leucorrhinia caudalis
Conegonus oxyrrhynchus
Steur
Acipenser sturio
Drijvende waterweegbree
Luronium natans
Kruipend moerasscherm
Apium repens
Groenknolorchis
Liparis loeselii
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Brede geelrandwaterroofkever
Dytiscus latissimus
Heldenbok
Cerambyx cerdo
Gestreepte waterroofkever
Graphoderus bilineatus
Juchtleerkever
Osmoderma eremita
Vermiljoenkever
Cucujus cinnaberinus
Unio crassus
Platte schijfhoren
Anisus vorticulus
Blaasvaren
Cystopteris fragilis
Kleine wolfsmelk
Euphorbia exigua
Groensteel
Asplenium viride
Kluwenklokje
Campanula glomerata
Schubvaren
Ceterach officinarum
Knollathyrus
Lathyrus linifolius
Akkerboterbloem
Ranunculus arvensis
Knolspirea
Filipendula vulgaris
Akkerdoornzaad
Torilis arvensis
Korensla
Arnoseris minima
Akkerogentroost
Odontites vernus
Kranskarwij
Carum verticillatum
Beklierde ogentroost
Euphrasia rostkoviana
Kruiptijm
Thymus praecox
Berggamander
Teucrium montanum
Lange zonnedauw
Drosera longifolia
Bergnachtorchis
Platanthera montana
Liggende ereprijs
Veronica prostrata
Blauw guichelheil
Anagallis arvensis
Moerasgamander
Teucrium scordium
Bokkenorchis
Himantoglossum hircinum
Muurbloem
Erysimum cheiri
Bosboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Naakte lathyrus
Lathyrus aphaca
Bosdravik
Bromopsis ramosa
Naaldenkervel
Scandix pecten-veneris
Pijlscheefkelk
Arabis hirsuta
Vissen Houting Vaatplanten
Kevers
Weekdieren Bataafse stroommossel
NATIONAAL Planten
Brave hendrik
Chenopodium
bonus-
henricus
Brede wolfsmelk
Euphorbia platyphyllos
Roggelelie
Lilium bulbiferum
Breed wollegras
Eriophorum latifolium
Rood peperboompje
Daphne mezereum
Bruinrode wespenorchis
Epipactis atrorubens
Rozenkransje
Antennaria dioica
Dennenorchis
Goodyera repens
Ruw parelzaad
Lithospermum arvense
Dreps
Bromus secalinus
Scherpkruid
Asperugo procumbens
Echte gamander
Teucrium chamaedrys
Schubzegge
Carex lepidocarpa
Franjegentiaan
Gentianella ciliata
Smalle raai
Galeopsis angustifolia
Geelgroene wespenorchis
Epipactis muelleri
Spits havikskruid
Hieracium lactucella
Geplooide vrouwenmantel
Alchemilla subcrenata
Steenbraam
Rubus saxatilis
Getande veldsla
Valerianella dentata
Stijve wolfsmelk
Euphorbia stricta
Gevlekt zonneroosje
Tuberaria guttata
Stofzaad
Monotropa hypopitys
Glad biggenkruid
Hypochaeris glabra
Tengere distel
Carduus tenuiflorus
Gladde zegge
Carex laevigata
Tengere veldmuur
Minuartia hybrida
Groene nachtorchis
Coeloglossum viride
Trosgamander
Teucrium botrys
Groot spiegelklokje
Legousia speculum-veneris
Veenbloembies
Scheuchzeria palustris
Grote bosaardbei
Fragaria moschata
Vliegenorchis
Ophrys insectifera
Grote leeuwenklauw
Aphanes arvensis
Vroege ereprijs
Veronica praecox
Honingorchis
Herminium monorchis
Wilde ridderspoor
Consolida regalis
Kalkboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Wilde averuit
Artemisia campestris
Kalketrip
Centaurea calcitrapa
Wilde weit
Melampyrum arvense
Karthuizeranjer
Dianthus carthusianorum
Wolfskers
Atropa bella-donna
Karwijsalie
Selinum carvifolia
Zandwolfsmelk
Euphorbia seguieriana
Kleine ereprijs
Veronica verna
Zinkviooltje
Viola lutea subsp. calaminaria
Kleine schorseneer
Scorzonera humilis
Zweedse kornoelje
Cornus suecica
Kevers Viegend hert
Lucanus cervus
Libellen Beekrombout
Gomphus vulgatissimus
Gewone bronlibel
Cordulegaster boltonii
Bosbeekjuffer
Calopteryx virgo
Hoogveenglanslibel
Somatochlora arctica
Donkere waterjuffer
Coenagrion armatum
Kempense heidelibel
Sympetrum depressiusculum
Gevlekte glanslibel
Somatochlora flavomaculata
Speerwaterjuffer
Coenagrion hastulatum
Aardbeivlinder
Pyrgus malvae
Kleine heivlinder
Hipparchia statilinus
Bosparelmoervlinder
Melitaea athalia
Kleine ijsvogelvlinder
Limenitis camilla
Bruin dikkopje
Erynnis tages
Kommavlinder
Hesperia comma
Bruine eikenpage
Satyrium ilicis
Sleedoornpage
Thecla betulae
Duinparelmoervlinder
Argynnis niobe
Spiegeldikkopje
Heteropterus morpheus
Gentiaanblauwtje
Maculinea alcon
Veenbesblauwtje
Plebejus optilete
Grote parelmoervlinder
Argynnis aglaja
Veenbesparelmoervlinder
Boloria aquilonaris
Grote vos
Nymphalis polychloros
Veenhooibeestje
Coenonympha tullia
Grote weerschijnvlinder
Apatura iris)
Veldparelmoervlinder
Melitaea cinxia
Iepenpage
Satyrium w-album
Zilveren maan
Boloria selene
Dagvlinders
Kreeftachtigen Europese rivierkreeft
Astacus astacus
Vissen Beekdonderpad
Cottus rhenanus
Gestippelde alver
Alburnoides bipunctatus
Beekprik
Lampetra planeri
Grote modderkruiper
Misgurnus fossilis
Elrits
Phoxinus phoxinus
Kwabaal
Lota lota
Alpenwatersalamander
Mesotriton alpestris
Meerkikker
Rana ridibunda
Bruine kikker
Rana temporaria
Middelste groene kikker
Pelophylax kl. esculentus
Gewone pad
Bufo bufo
Vinpootsalamander
Lissotriton helveticus
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Vuursalamander
Salamandra salamandra
Adder
Vipera berus ssp. berus
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Hazelworm
Anguis fragilis
Ringslang
Natrix natrix
Amfibieën
Reptielen
Zoogdieren Aardmuis
Microtus agrestis
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Boommarter
Martes martes
Molmuis
Arvicola scherman
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
Bunzing
Mustela putorius
Ree
Capreolus capreolus
Damhert
Dama dama
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Das
Meles meles
Steenmarter
Martes foina
Dwergmuis
Micromys minutus
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Veldmuis
Microtus arvalis
Edelhert
Cervus elaphus
Veldspitsmuis
Crocidura leucodon
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Vos
Vulpes vulpes
Egel
Erinaceus europeus
Waterspitsmuis
Neomys fodiens
Eikelmuis
Eliomys quercinus
Wezel
Mustela nivalis
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Wild zwijn
Sus scrofa
Grote bosmuis
Apodemus flavicollis
Woelrat
Arvicola terrestris
Haas
Lepus europeus
Gewone zeehond
Phoca vitulina
Hermelijn
Mustela erminea
Grijze zeehond
Halichoerus grypus
Huisspitsmuis
Crocidura russula
VRIJSTELLING RUIMGTELIJKE ONTWIKKELINGEN 3.8 LIMBURG (bijlage II zorgplicht, gehele jaar of vrijstelling in de maanden die genoemd zijn) Nederlandse naam
Periode
Nederlandse naam
Periode
Bruine kikker
Gehele jaar
Haas
Gehele jaar
Gewone pad
Gehele jaar
Hermelijn
Gehele jaar
Kleine watersalamander
Gehele jaar
Huisspitsmuis
Gehele jaar
Meerkikker
Gehele jaar
Konijn
Gehele jaar
Middelste groene kikker
Gehele jaar
Ondergrondse woelmuis
Gehele jaar
Hazelworm
juli, augustus en september
Molmuis
Gehele jaar
Levendbarende hagedis
15 aug t/m 15 oktober
Ree
Gehele jaar
Aardmuis
Gehele jaar
Rosse woelmuis
Gehele jaar
Bosmuis
Gehele jaar
Steenmarter
15 aug t/m februari
Bunzing
Gehele jaar
Tweekleurige bosspitsmuis
Gehele jaar
Dwergmuis
Gehele jaar
Veldmuis
Gehele jaar
Dwergspitsmuis
Gehele jaar
Vos
Gehele jaar
Eekhoorn
maart, april en juli t/m nov
Wezel
Gehele jaar
Egel
Gehele jaar
Woelrat
Gehele jaar
Gewone bosspitsmuis
Gehele jaar
GECONSOLIDEERDE VERSIE (GC03) VAN DE OMGEVINGSVERORDENING LIMBURG 2014 Artikel 3.8.3 Vrijstelling ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud 1.
In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, onder a en b, van de Wet natuurbescherming is het aan eenieder toegestaan om de in bijlage II bij dit artikel aangewezen soorten te vangen en hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
2.
De soorten bedoeld in het eerste lid mogen worden gevangen met behulp van schepnetten, schermen, vangemmers, vangkooien en kastvallen.
3.
Het vangen van dieren, bedoeld in het eerste lid, is slechts toegestaan wanneer het niet redelijkerwijs mogelijk is om de dieren te verdrijven van de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden
4.
De in het eerste lid genoemde vrijstellingen gelden ten behoeve van de volgende belangen:
a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; d. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. 5.
De vrijstellingen gelden gedurende de periode genoemd in bijlage II bij de betreffende soort.
Wet Natuurbescherming ontheffing/vrijstelling Of een ontheffing of vrijstelling verleend kan worden of van toepassing is, ligt aan de voorwaarden die gesteld zijn in de wet. Deze voorwaarden zijn zwaarder bij soorten van de vogel- en habitatrichtlijn en minder zwaar bij overige soorten. Een voorbeeld: voor een overige soort kan bij een ontheffingsaanvraag als belang het uitvoeren van een ruimtelijke ontwikkeling genoemd worden, voor een vogelrichtlijnsoort geldt dit belang niet en moet aangetoond worden dat er geen andere bevredigende oplossing is en dat de voorgenomen ontwikkeling een groot belang dient (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid). De belangen staan genoemd in de wet.
Houtopstanden, hout en houtproducten
Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen over een dergelijke melding. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op: a. de gegevens die bij de melding worden verstrekt, b. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan, en c. de wijze waarop de melding wordt gedaan. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. De verbodsbepaling heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°.
beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. Als de beplanting niet aan slaat moet deze binnen drie jaar na de herbeplanting vervangen worden. Het verbod op vellen en de herplantplicht is niet van toepassing op - het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel als bedoeld in artikel 2.2 (Natura 2000); - het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen, of - het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. De wijze van vellen en herplanten wordt dan zodanig uitgevoerd dat: a. geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuur- of landschapswaarden; b. de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern; c. herbeplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt; d. de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond, en e.
de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.
Bijlage 1b Achtergrond bescherming Natuurnetwerk Nederland In deze bijlage wordt kort ingegaan op de achtergronden van het Natuurnetwerk Nederland. Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. Voor de volledige informatie wordt verwezen naar de Structuurvisie Infrastructuur en ruimte en de provinciale verordeningen ruimte. Om flora- en faunasoorten in staat te stellen om op lange termijn te overleven en zich te ontwikkelen zijn vanuit ruimtelijk oogpunt twee zaken essentieel: het behoud van leefgebieden en de mogelijkheden om zich te kunnen verplaatsen tussen leefgebieden. In internationaal verband heeft Nederland zich met het Biodiversiteitsverdrag en de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura 2000) gecommitteerd aan afspraken over soorten (flora en fauna) en leefgebieden van soorten (habitats). Binnen de door het Rijk gestelde kaders begrenzen, beschermen en onderhouden de provincies een natuurnetwerk met de juiste ruimtelijke, water- en milieucondities voor kenmerkende ecosystemen van (inter)nationaal belang. Dit provincie- en landsgrensoverschrijdende netwerk is de herijkte nationale Ecologische Hoofdstructuur (EHS), nu het Nationale natuurnetwerk (NNN) geheten. De provincies geven bij de inzet van middelen voor inrichting en beheer prioriteit aan internationale verplichtingen voortvloeiend uit Natura 2000, de Kaderrichtlijn Water en de soortenbescherming.
De natuur in de EHS blijft goed beschermd met een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de EHS zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. De flexibiliteit in begrenzing en de mogelijkheden om ontwikkelingen toe te staan, die in het beleidskader Spelregels EHS zijn uitgewerkt (EHS-saldobenadering, herbegrenzen EHS, compensatie), blijven hierbij overeind. De uitwerking van het nee,tenzij regime vindt plaats in de provinciale omgevingsverordeningen of verordeningen Ruimte. In de provincie Limburg wordt het NNN gevormd door de Goudgroene natuurzone. De regels ter bescherming van deze Goudgroene natuurzone zijn opgenomen in de geconsolideerde versie (gc05) van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Paragraaf 2.6 Goudgroene natuurzone Artikel 2.6.1 Begrippen In deze paragraaf wordt verstaan onder: