CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

202301107 05 RB Afvalstoffenheffing en Verordening Rioolheffing 2024

* Raadsvergaderingen 7 november 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raadsvoorstel Belastingverordeningen 20245.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente ■ ■

m

eijsden-margraten Aan de gemeenteraad

RAADSVOORSTEL

Verordening Rioolheffing

afvalstoffenheffing 2024

2024 en verordening

KORTE SAMENVATTING

Bijgevoegd treft u de verordeningen afvalstoffenheffing 2024 en rioolheffing 2024 aan. De gevolgen van de verordeningen zijn verwerkt in de programmabegroting 2024-2027.

TOELICHTING AANLEIDING

In de programmabegroting 2024-2027 worden voorstellen gedaan betreffende de aanpassing verordeningen. Voor de afvalstoffenheffing en reinigingsheffing, wordt voorgesteld de tarieven verhogen

van de te

In de programmabegroting 2024 - 2027 is rekening gehouden met een wijziging van de opbrengst van rioolheffing en van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. Om dit daadwerkelijk te kunnen doorvoeren dienen de verordeningen te worden aangepast. Thans treft u tot wijziging van de belastingverordeningen de voorstellen aan.

MOTIVERING

Afvalstoffenheffing In mei 2023 heeft uw raad ingestemd met de meerjarenbegroting van Rd4. Hierin werd reeds een kostenstijging aangekondigd als gevolg van onder andere inflatie en materiaalschaarste. Als gevolg van deze kostenstijgingen en in verband met de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing stellen wij u voor de tarieven voor het vastrecht van een- en meerpersoonshuishoudens en de kiloprijs van het restafval te verhogen. Verder stellen wij voor het tarief van de ondergrondse inzamelsystemen eveneens te verhogen in deze in evenwicht te brengen met de kiloprijs.

gemeente

Eijsden-Margraten

afvalstoffen heffi ng

Begroting 2023

Begroting 2024

Stijging

Voorstel Vastrecht per jaar 1 persoonshuishouden

€ 141,00

€ 170,00

€ 29,00

Vast recht per jaar meerpersoons

€ 188,50

€ 226,00

€ 37,50

GFT afval

Gratis

Gratis

Restafval

€0,33

€ 0,35

€0,02

huishouden

Per lediging

van container

van 40 liter

€0,90

€ 1,10

€0,20

Per lediging

van container

van 140 liter

€2,25

€2,90

€0,65

Per lediging

van container

van 240 liter

€2,90

€3,90

€ 1,00

€2,05

€2,80

€0,75

Per aanbieding

ondergronds

inzamelsysteem

Rioolheffing Het tarief van verordening

rioolheffing

is gebaseerd

op het nieuw vastgestelde

GRP.

Het tarief stijgt hierdoor van € 285 naar € 294. RELATIE MET BESTAAND BELEID EN STRATEGISCHE VISIE / INTEGRALITEIT

De verordeningen

zijn conform de uitgangspunten

bij de begroting

2024-2027 opgesteld.

PROCES VAN BURGERPARTICIPATIE

Niet van toepassing FINANCIËLE ASPECTEN

De financiële

gevolgen

zijn verwerkt in de programmabegroting

2024-2027

UITVOERING EN EVALUATIE

Commissie P&C: Schriftelijke vragenronde: Antwoorden vragenronde: Dialoogvergaderingen Raadsvergadering:

Het college

11 oktober 2023 17 oktober 2023 26 oktober 2023 30 en 31 oktober 2023 7 en 9 november

van Eijsden-Margraten

De Gemeentesecretaris,

De voorzitter,

Drs. M.A.G. Gerits

Mr. A.P. Krijnen

gemeente

Eijsden-Margraten 2

gemeente

eijsden-margraten

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente gelezen gelet

Eijsden-Margraten

het voorstel van burgemeester op de behandeling

en wethouders;

in de Dialoogvergadering

Samenleving;

BESLUIT

Vaststellen van: 1. De verordening op de heffing 2. De verordening op de heffing voor de gemeente Eijsden-Margraten.

Aldus besloten

gemeente

in de openbare

Eijsden-Margraten

en invordering en invordering

vergadering

van afvalstoffenheffing van rioolheffing 2024

van 7 november

2023.

en reinigingsrechten

2024

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING EIJSDEN-MARGRATEN 2024

Artikel 1 - Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt: a) gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; Toelichting begriprioolstelsel: Het begripgemeentelijke rioleringis veelruimerdanalleenderioleringopzich. Het gaatom alle voorzieningen diewordengetroffen om te voldoen aandewettelijkezorgplichten. Daaronder vallenonder andere rioleringspijpen enkolken,maarookbijvoorbeeld voorzieningen tegen grondwateroverlast enindividuele behandelingssystemen (iba’s). b) verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlakte water. Toelichting begripwater: Onderhetbegripwatervallenalleverschillende soortenwater. In dezorgplichten vanartikel228a Gemeentewet wordenmeerdere waterbegrippen gebruikt diegebaseerd zijn opdeherkomstvan hetwater. De definitiesvandespecifiekewaterbegrippen zijn opgenomen in de Wet milieubeheer ofWaterwetenbehoeven in deverordening rioolheffing geennadere toelichting.

Artikel 2 - Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a) de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b) de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 - Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven: a) van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en b) van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, of persoonlijk recht, gebruikt verder te noemen: gebruikersdeel. 2.

Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3. Voor het gebruikersdeel wordt: a) gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b) b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; 1

d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

in

Artikel 5 - Maatstaf van heffing 1. De belasting als bedoeld in artikel 3 wordt geheven naar: 2. Het eigenarendeel; een vast bedrag per perceel. 3. Het gebruikersdeel; een vast bedrag per perceel voor zover het aan kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd uitgaat boven 300 m3 . 4. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande gebruiksperiode, naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Indien dit aan het begin van het belastingjaar niet bekend is, wordt het aantal kubieke meters afvalwater gesteld op het aantal kubieke meters dat naar het perceel is toegevoerd of opgepompt van de laatst bekende verbruiksperiode. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van 365 dagen, wordt de hoeveelheid water door herleiding bepaald naar een periode van 365 dagen. 5. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.

De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 6. De op de voet van het vierde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. 7. Voor zover de gegevens als bedoeld in het vierde lid van dit artikel niet bekend zijn wordt het waterverbruik van gemeentewege bepaald op 50 m3 per perceel. Artikel 6 - Vrijstelling Van de belasting bedoeld in artikel 3 zijn vrijgesteld de percelen die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinnings-samenkomsten van aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige percelen die levensbeschouwelijke dienen als woning. Artikel 7 - Belastingtarieven 1. Het eigenarendeel bedraagt € 294 2. Het gebruikersdeel bedraagt € 131 Artikel 8 - Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 - Wijze van heffing De belasting wordt bij wege

van aanslag

geheven.

Artikel 10 - Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsqelanq 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loopvan het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt. 5. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.

2

6. Voor de toepassing van het vorig lid, wordt het totaal van de op één aanslagbiljet aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

verenigde

Artikel 11 - Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen Eijsden-Marg raten.

naar de regeling

Kwijtschelding

gemeentelijke

belastingen

Artikel 13 - Inwerkingtreding en citeertitel 1. De Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Eijsden-Margraten 2023 vastgesteld bij raadsbesluit van 8 december 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing Eijsden-Margraten 2024 ”.

3

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN EIJSDEN-WIARGRATEN 2024.

Hoofdstuk1 - Algemenebepalingen

Artikel 1 - Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: a. een afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten. Artikel 2 - Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. 'gebruik maken ’ in hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer; b. kalenderdag: dag volgens de kalender van 0 tot 24 uur; c. huishoudelijk afval: afvalstoffen, afkomstig van particuliere huishoudens; d. bedrijfsafval: afval, afkomstig van kantoren, winkels en diensten, gelegen in de woonkernen alsmede van agrarische bedrijven, scholen en verenigingen, dat naar aard, omvang en samenstelling gelijk is te stellen aan huishoudelijke afvalstoffen; e. overig bedrijfsafval: afval, dat niet van een huishouden afkomstig is en zich quaaard, omvang en samenstelling van huishoudelijk afval onderscheidt; f. grof huishoudelijk afval: afvalstoffen, afkomstig van particuliere huishoudens die door aard, omvang of hoeveelheid niet door de inzameldienst, als genoemd in hoofdstuk 5 en 6 van de tarieventabel, periodiek worden ingezameld;

Hoofdstuk2 - Afvalstoffenheffing

Artikel 3 - Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing ’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het-gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4 - Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 5 - Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente, al dan niet krachtens beperkt recht of persoonlijk recht, gebruik maakt van een perceel. 1

eigendom,

bezit,

Artikel 6 - Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel. 2. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid naar beneden afgerond op hele en halve eenheden. 3. Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel wordt aangemerkt als maatstaf van de heffing, genoemd in hoofdstuk 1, artikel 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel. 4. Het gewicht van de wekelijks ingezamelde afvalstoffen per inzamelbeurt per perceel wordt vastgesteld op het verschil van het gewicht van de betreffende container vóórlediging en het gewicht na lediging. 5. Voor de berekening van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, artikel 1.2 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto. 6.

Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door een technische storing van de wegende inzamelauto, of van de op de inzamelauto geplaatste containerweegof containerherkenningof containerregistratie-apparatuur of van de middelen waarmee de gegevens van de geledigde container worden opgeslagen, van een aangeboden container geen automatische weging of herkenning of registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van de afvalstoffen per perceel voor alle betrokken percelen voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per perceel vastgesteld overeenkomstig het gestelde in lid 7 en lid 8. 7. Het forfaitair gewicht per perceel als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande belastingtijdvak bij het betreffende perceel vastgestelde gewicht van de overeenkomstige afvalstoffen gedeeld door het totaal aantal inzamelbeurten van de overeenkomstige afvalstoffen gedurende het voorafgaande belastingtijdvak. 8. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 6 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitair gewicht bepaald op 8 kilogram, voor het groente-, fruit- en tuinafval, dan wel 12 kilogram voor de overige afvalstoffen welke eens per twee weken worden ingezameld.

Artikel 7 - Belastingj aar Met betrekking tot de belasting kalenderjaar.

die per jaar wordt geheven

is het belastingjaar

gelijk aan het

Artikel 8 - Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in de hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in de hoofdstukken 2,3 en 5 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 9 - Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tiidsqelanq 1. De belasting als bedoeld in Hoofdstuk 1 onderdeel 1.1.sub a en b van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loopvan het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in het eerste lid verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de in het eerste lid bedoelde belasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.

Het tweede en derde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5. De belasting bedoeld in de hoofdstuk 1, onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 en in de hoofdstukken 2, 3 en 5 is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

2

6.

Belastingbedragen, zoals bedoeld in de hoofdstukken 1 tot en met 3 van de tarieventabel, minder dan € 5,00 worden niet geheven. 7. Voor de toepassing van het vorige lid worden de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

van

Artikel 10 - Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten aanslagen bedoeld in de hoofdstukken 1 en 2 van de tarieventabel worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 4.

Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Hoofdstuk3 - Reinigingsrechten

Artikel 11 - Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten ’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel 12- Belastingplicht De rechten worden geheven wordt verricht of van degene

van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 13- Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid naar beneden afgerond op hele of halve eenheden. 3. Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per bedrijfspand wordt aangemerkt als maatstaf van de heffing genoemd in hoofdstuk 4 onderdeel 4.2.1 en 4.2.2 van de tarieventabel. 4. Het gewicht van de wekelijks ingezamelde afvalstoffen per inzamelbeurt per bedrijfspand wordt vastgesteld op het verschil van het gewicht van de betreffende container vóórlediging en het gewicht na de lediging. 5. Voor de berekening van de rechten als bedoeld in hoofdstuk 4, onderdeel 5.2 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto. 6.

indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door een technische storing van de wegende inzamelauto, of van de op de inzamelauto geplaatste containerweegof containerherkenningsof containerregistratie-apparatuur of van de middelen waarmee de gegevens van de geledigde container worden opgeslagen, van een aangeboden container geen automatische weging of herkenning of registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor 3

de inzameling van de afvalstoffen per bedrijfspand voor alle betrokken bedrijfspanden voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per bedrijfspand vastgesteld overeenkomstig het gestelde in lid 7 en lid 8. 7. Het forfaitaire gewicht per bedrijfspand als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande belastingtijdvak bij het betreffende bedrijfspand vastgestelde gewicht van de overeenkomstige afvalstoffen gedeeld door het totale aantal inzamelbeurten van de overeenkomstige afvalstoffen gedurende het voorafgaande belastingtijdvak. 8. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 6 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitaire gewicht bepaald op 8 kilogram, voor het groente-, fruit- en tuinafval, dan wel op 12 kilogram voor de overige afvalstoffen welke eens per twee weken worden ingezameld. Artikel 14 - Belastingjaar 1. Met betrekking tot de rechten aan een kalenderjaar.

die per belastingjaar

worden geheven

Artikel 15 - Wijze van heffing 1. De rechten bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel

is het belastingtijdvak

worden geheven

bij wege

gelijk

van aanslag.

Artikel 16 - Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdqelanq 1. De rechten als bedoeld in hoofdstuk 4, onderdeel 4.1 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten als bedoeld in het eerste lid verschuldigd voor zoveel volle twaalfde gedeelten als er in dat jaar na de aanvang van de heffingsplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de in het eerste lid bedoelde rechten voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar weer gebruik maakt van de dienst. 5. Belastingbedragen, van minder dan €5,00worden niet geheven. 6. Voor de toepassing van het vorige lid worden de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 17 - Termijn van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

4

Hoofdstuk4 - Aanvullendebepalingen

Artikel 18 - Kwijtschelding Voorde kwijtschelding wordt verwezen Eijsden-Margraten.

naarde

regeling

Kwijtschelding

gemeentelijke

belastingen

Artikel 19 - Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten EijsdenMargraten 2023 ” en de bijbehorende tarieventabel, beide vastgesteld bij raadsbesluit van 31-102022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Eijsden-Margraten 2024.

5

TARIEVENTABEL, BEHORENDE BIJ DE VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN EIJSDEN-MARGRATEN 2024. Indeling tarieventabel

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk2 Hoofdstuk3 Hoofdstuk4 Hoofdstuk5

Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing per belastingjaar Gewaarmerkte iuierafvalzak Overige tarieven afvalstoffenheffing Maatstaven en tarieven reinigingsrechten per belastingjaar Tarieven gemeenschappelijke milieuparken.

6

Algemeen

De bedragen

genoemd

in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting

Hoofdstuk 1 - Maatstaven 1.1

1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3

en tarieven

tarieven

4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3

2023

2024

€ €

141,00 188,50

170,00 226,00

€

gratis

gratis

€

0,33

0,35

0,90

1,10

€

2,25

2,90

€

2,90

3,90

€

2,05

2,80

€

0,50

0,50

€

43,50

44,00

€

188,50

226,00

€

gratis

gratis

€

0,33

0,35

€

0,90

1,10

€

2,25

2,90

€

luierafvalzak

afvalstoffenheffing

De belasting voor de inzameling op afroep van grof huishoudelijk afval als bedoeld in het “Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Eijsden-Margraten ” bedraagt, € 44,00 per aangeboden eenheid, van maximaal 1m3 .

Hoofdstuk4 - Maatstaven 4.1

per belastingjaar

Gewaarmerkte iuierafvalzakken zijn verkrijgbaar per zak op de door het college vastgestelde verkooppunten tegen een tarief van

Hoofdstuk3 - Overige 3.1

deze verschuldigd is.

De belasting bedraagt per perceel, per belastingjaar, indien dat perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door: a. eenpersoonshuishoudens b. meerpersoonshuishoudens Onverminderd het bepaalde in artikel 1.1 lid a en b bedraagt de belasting voor: groente-, fruit- en tuinafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram restafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen van een keukenemmer met een inhoud van 40 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 140 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 240 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder artikel 1.1 van dit hoofdstuk bedraagt de belasting voor percelen die gebruik maken van een per aanbieding ondergrondsinzamelsysteem

Hoofdstuk2 - Gewaarmerkte 2.1

afvalstoffenheffing

indien

en tarieven

reinigingsrechten

per belastingjaar

Het recht per bedrijfspand, per belastingjaar bedraagt voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval Onverminderd het bepaalde in artikel 4.1 bedragen de rechten voor: groente-, fruit- en tuinafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram restafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen van een keukenemmer met een inhoud van 40 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 140 liter per lediging

7

Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 240 liter per lediging Hoofdstuk5 - Tarieven 5.1

5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.2.8 5.2.9 5.2.10 5.2.11 5.2.12 5.2.13 5.2.14 5.2.15 5.2.16

5.2.17 5.2.18 5.2.19 5.2.20 5.2.21

5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4 5.3.5 5.3.6 5.3.7 5.3.8 5.3.9 5.3.10 5.3.11 5.3.12 5.3.13 5.3.14

gemeenschappelijke

€

2,90

3,90

Maximaal 20 liter maximaal 35 m2 Max. 20 inch, max. 4 stuks onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt

gratis

gratis

gratis

gratis

gratis

gratis

gratis gratis gratis gratis

gratis gratis gratis gratis

onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt

gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis

gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis

onbeperkt

gratis

gratis

onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt

gratis gratis gratis gratis

gratis gratis gratis gratis

milieuparken.

Onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken 1 tot en met 3 bedraagt de belasting voor het achterlaten van grove huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats: Gratis Afgewerkte (motor-)olie Asbest en asbestgelijkend materiaal dat voldoet aan inpakspecificaties (zie website Rd4) Autobanden (max. 20 inch, 4 stuks) zonder velg Best-tas Elektronische apparatuur(ook defecte) Frituurvet en -olie Gasflessen (voor huishoudelijk gebruik) lekvrij en onbeschadigd Gips (geen cel- of gasbeton) Harde kunststoffen Kerstbomen Klein Chemisch Afval (accu’s, batterijen, etc.) Kringloopspullen (schoon - heel - compleet) Metaal Motorbanden zonder velg Papier en karton Piepschuim (Polystyreen, alleen witte verpakkingspiepschuim. Gekleurde, vervuilde en grijze piepschuim hoort bij restafval. Flopak verpakkingsschuimpjes horen niet bij piepschuim) PMD (kleine plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons) Snoei- en tuinafval Textiel Verpakkingsglas wit en bont Vlakglas (schoon, geen gewapend glas, geen autoruiten) Tegen betaling Grof huishoudelijk afval/grote huisraad Huishoudelijk restafvalzak zak 50 liter Huishoudelijk GFT afval zak 50 liter Dakleer, (max.

0,25m3) Schoon puin, mag maximaal 10% vervuiling bevatten Vervuild puin Bouwafval (ongesorteerd) Schone grond Vervuilde grond Houtafval A/B (eerste 2 keer gratis) Houtafval C Geïmpregneerd hout Auto- en motorbanden max 20 inch met velg, (max 4 stuks) Auto- en motorbanden met of zonder velg, vanaf 20 inch (max 4 stuks)

8

Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per stuk

€ € € € € € € € € € € €

34,00 1,70 1,70 34,00 8,00 90,00 90,00 17,00 90,00 15,00 34,00 1,60

30,00 1,70 1,70 30,00 8,00 90,00 90,00 17,00 90,00 gratis 15,00 1,60

Per stuk

€

3,50

3,50

5.3.15 6.3.16 6.3.17

Vrachtwagenband met of zonder velg (max 2 stuks) Tractorband met of zonder velg (max 2 stuks) Matrassen (matrassen schoon en droog aanbieden) Geenbedrijfsafval

* Onder de noemer grof tuinafval wordt ook verstaan alle groenafval afkomstig uit tuinen zoals gras, bladeren, onkruid en loof.

9

Per stuk Per stuk eenpersoons tweepersoons

€ € € €

15,00 22,00 4,25 8,50

15,00 22,00 gratis gratis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=fe316de2-3c4f-49ad-b591-6352e2d1f661