20221213 05b RB OZB en Woonforensenbelasting.pdf
Tekst van het document
gemeente
eijsden-margraten Aan de gemeenteraad
Raadsvoorstel Onderwerp Belastingverordening
2023: Ozb 2023 en woonforensenbelasting 2023
Beslispunt(en) Instemmen met: 1. De verordening opde heffing en invordering van Onroerende zaakbelastingen 2023 2. De verordening opde heffing en invordering van Woonforensenbelasting 2023,
Toelichting------------------------------------------------------------------------------------------------Aanleiding/ motivering In de programmabegroting 2023-2026worden voorstellen gedaan betreffende de aanpassing van de verordeningen. Middels het vaststellen van bijgevoegde verordeningen worden de voorstellen geëffectueerd. Naar aanleiding van de hertaxaties van de woningen dienen de tarieven van de onroerende zaakbelastingen en de woonforensenbelasting opnieuwte worden vastgesteld. Daarnaast is in de begroting 2023-2026 rekening gehouden met een opbrengststijging van 4,1% van de ozb in 2023. Om dit daadwerkelijk te kunnendoorvoeren dienen de verordeningen te worden aangepast. Thans treft u totwijziging van de belastingverordening de voorstellen aan.
Onroerende zaakbelastingen Doorde raad is in de meerjarenbegroting 2023-2026 bepaald dat de Ozb opbrengst maximaal met de inflatiecorrectie mag stijgen. Conformde septembercirculaire bedraagt deze voor2023 4,1%. In de programmabegroting 2023- 2026 is dan ookvoor2023 met dit percentage rekening gehouden. Voorde bepaling van het tarief voor2023 dient rekening te worden gehouden met de uitkomstenvan de permanente marktanalyses die door de BsGWzijn uitgevoerd. Woningen en niet-woninqen Uitgangspunt voorde opbrengsten van de onroerende zaakbelastingen zijn de WOZ-waarden. Op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) wordt jaarlijks de waarde per object bepaald. In deze raming is de waarde van het vastgoed, zijnde woningen en niet-woningen gelegen binnen de gemeente Eijsden-Margraten, per waardepeildatum 1-1-2022 berekend. Op basis van de door de BsGW uitgevoerde marktanalyse dalen de waardes van de niet-woningen met 0,1% en stijgen de waarde van de woningen met 20%.
Op basis van de genoemde waardestijging komen we tot het volgende tariefvoorstel. Onroerende zaakbelastingen
van de woningen en waardedaling
(OZB)
Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen
van de niet-woningen
Tarief 2022
Tarief 2023
0,1260% 0,1668% 0,1437%
0,1095% 0,1752% 0,1505%
Bij de bepaling van de tarieven is ookgekeken naar de verhouding tussen de tarieven van woningen en niet-woningen. Er is er niet voorgekozen deze verhouding te wijzigen. Enerzijds vanwege de grote onzekerheid omtrent de waardes van de niet woningen zoals hierboven beschreven en anderzijds zou een verzwaring van de tarieven van niet-woningen ten gunste van de woningen ookleiden tot een belastingverhoging bij onder andere verenigingen. Dit is opdit moment ookniet wenselijk.
Woonforensenbelasting Bij de behandeling van de begroting 2022-2025 is door de raad besloten bij de bepaling van de tarieven de zelfde systematiek te hanteren als bij de ozb. Met andere woorden de waardestijging de woningen wordt gecorrigeerd in het tarief. Als er rekening wordt gehouden met een gemiddelde waardestijging van de woningen van 20% dan komt dit neer ophet volgende tarief. Woonforensenbelasting
Tarief 2022
Tarief 2023
Vast bedrag per jaar Variabel tarief per woning
€ 533 1,07%
€533 0,89%
Relatiemet bestaandbeleiden strategische visie/ integraliteit De verordeningen zijn conformde meerjarenbegroting 2023-2026 opgesteld.
Gevolgen -----------------------------------------------------------------------------------Burgerparticipatie, toelichtingen verantwoording nvt Financiëleen personeleaspecten, incidenteel / structureel,begrotingspost De financiëlegevolgen zijn vertaald in de conceptprogrammabegroting 2023-2026. Planning, uitvoeringen evaluatie Dialoogvergadering Samenleving 7-12-2022 Besluitvormende vergadering 13-12-2022 Communicatie Na vaststelling via de gebruikelijke
kanalen.
Maatschappelijke effecten nvt Risico’s Het niet aanpassenvan de verordeningen kan leiden tot nietigheid
van de verordeningen
Het college van Eijsden-Margraten De gemeentesecretaris,
De voorzitter,
Drs. M.A.G. Gerits
Drs. G.J.M. Cox
van
gemeente
eijsden-margraten
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente gelezen gelet
Eijsden-Margraten
het voorstel van burgemeester
opde behandeling
en wethouders;
in de Dialoogvergadering
Samenleving;
Besluit: De onderstaande verordeningen voorhet jaar 2023 voorde gemeente Eijsden-Margraten vast te stellen: 1. De verordening opde heffing en invordering van Onroerende zaakbelastingen 2023 2. De verordening opde heffing en invordering van Woonforensenbelasting 2023,
Aldus besloten in de openbare vergadering
van 13 december
2022.
3
BIJLAGE VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN ONROERENDE ZAAKBELASTINGEN EIJSDEN-WIARGRATEN 2023
Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen ’ worden voorbinnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a) een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijkrecht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b) een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a) gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen opde gebruiker; b) het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voorvolgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen opdegene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3.
Voorde eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij opdat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 2 Voorwerpvan de belasting 1. Voorwerpvan de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstukIII van de Wet waardering onroerende zaken. 3. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die opgrond van hoofdstukIV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voordie onroerende zaak die in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die -dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikels Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de opde voet van hoofdstukIV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voorhet kalenderjaar bedoeld in artikel 1. 2. Als vooreen onroerende zaak geen waarde is vastgesteld opde voet van hoofdstukIV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 4 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking waarde, de gelaten, voorzoverdit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde van: a) voorde land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond,daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voorde kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b) glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voorde kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c) onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voorde openbare eredienst ofvoorhet houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d) éénof meer onroerende zaken die deel uitmaken van een opde voet van de Natuurschoonwet1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het
1
Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e) natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f) openbare land- en waterwegen en banen vooropenbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g) waterverdedigingsen waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h) werken die zijn bestemd voorde zuivering van riool-en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i) werktuigen die van een onroerende zaak kunnenworden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet opzichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j) onroerende zaken voorzover die bestemd zijn te worden gebruikt voorde publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voorhet geven van
onderwijs; k) straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen welke zijn geplaatst voorhet belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,fonteinen, banken, abri ’s, hekken en palen; l) plantsoenen,parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn ofwaarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m) begraafplaatsen, urnentuinenen crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. 2. De vrijstelling voorde in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voorde eigenarenbelasting geldt niet voorzover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 3. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voorde gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 5 Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a) de gebruikersbelasting 0,1505% b) de eigenarenbelasting 1. vooronroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1095% 2. vooronroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,1752% 2. Belastingbedragen van minder dan €5,00 worden niet geheven. 3. Voorde toepassing van het vorige lid worden de opéénaanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als éénbelastingbedrag. Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege
van aanslag geheven.
Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt opde laatste dag van de maand volgend opde maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de opéénaanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar éénaanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incassokunnenworden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand
2
van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incassovan de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing opde in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 8 inwerkingtreding en citeertitel 1. De ‘Verordening opde heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen Eijsden - Margraten 2022” vastgesteld bij raadsbesluit van 14 december 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voordie datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening onroerende zaakbelastingen Eijsden - Margraten 2023”.
3
Bi9jalge
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN EEN FORENSENBELASTING EIJSDENMARGRATEN 2023
Artikel 1 - Definities Voorde toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde bedoeld in artikel 223van de Gemeentewet.
woning als
Artikel 2 - Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam “forensenbelasting ” wordt een directe belasting geheven van de natuurlijkepersonen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er opmeer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hungezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 3 - Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Artikel 4 - Maatstaf van heffing a. De belasting wordt berekend naar een vast bedrag per gemeubileerde woning, bedoeld in artikel 1. b. De belasting wordt tevens berekend naar de waarde welke aan de gemeubileerde woning toegekend en wel als volgt: 1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voorde onroerende zaakbelastingen zoals die voorhet belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voorhet tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. 2.
In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voorde onroerende zaakbelastingen voorhet belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3. In geval geen heffingsmaatstaf voorde onroerende zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. Artikel 5 - Belastingtarief 1. De belasting bedraagt € 533,00 per jaar per gemeubileerde woning. 2. De belasting in het eerste lid wordt vermeerderd met, 0,89% van de waarde als bedoeld
in artikel 4, lid b.
Artikel 6 - Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 - Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaanvan de belastingschuld De belasting is verschuldigd ophet moment dat de gemeubileerde belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2.
1
woning meer dan 90 dagen
in het
Artikel 9 - Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt opde laatste dag van de maand volgend opde maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de opéénaanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar éénaanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incassokunnenworden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso,mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incassovan de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing opde in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 - Kwijtschelding Voorde kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Margraten.
Kwijtschelding
gemeentelijke
belastingen
Eijsden-
Artikel 11 - Inwerkingtreding en citeertitel 1. De verordening opde heffing en invordering van forensenbelasting Eijsden-Margraten 2022, laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit van 14 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft opde belastbare feiten die zich voordie datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening forensenbelasting Eijsden-Margraten 2023”.
2