CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20221213 04c Bijlage 2 Eindversie Klimaatadaptatiestrategie Eijsden-Margraten.pdf

* Raadsvergaderingen 13 december 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Waterprogramma 2023-202711.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 2. Effecten bij gevoelstemperatuur

2.3

Klimaatstresstest droogte

Het wordt warmer en neerslagpatronen worden grilliger. Vooral in de zomers zullen we steeds meer te maken krijgen met langdurige periodes van droogte en de effecten van (zoet)watertekorten. In Nederland waren de zomers van 2018 en 2020 erg droog, maar een overduidelijke trend is nog niet waarneembaar. Vaak wordt droogte gemeten als het neerslagtekort in het groeiseizoen (april t/m september). Als er meer water verdampt dan er valt wordt het droger. Omdat we in Nederland zó goed zijn in water afvoeren (met waterlopen, pompen, gemalen, drainage), veroorzaken we de droogte ook zelf. De zomerse piekbuien kunnen we vaak niet goed vasthouden in de bodem en het oppervlaktewater. De

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

3

3

MEETBARE AMBITIES HITTE

3.1

1.

Binnen 300 meter van ieder pand een koele plek

2.

Meer dan 30% schaduw op belangrijke fiets- en looproutes

3.

Minimaal 30% groen per buurt

Introductie 3.2.1 Afstand tot koelte

Het opstellen van ambities voor klimaatadaptatie geeft richting en houvast om aan de slag te gaan met het klimaatbestendig maken van de gemeente EijsdenMargraten, Gulpen-Wittem en Vaals richting 2050. Ambities zijn niet in beton gegoten en het is aan te raden om deze eens in de zes jaar te herijken. Hierdoor kunnen de nieuwe inzichten, die we op dit nieuwe beleidsterrein opdoen opnieuw gebruiken om de ambities aan te scherpen.

Iedere woning moet zich voldoende dicht bij een aangename en aantrekkelijke koele verblijfsplek bevinden. De definitie van een koele verblijfsplek komt vanuit het onderzoek . Dit onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam geeft aan dat een gebied als een koele verblijfsplek gezien kan worden als er aan onderstaande eisen voldaan wordt: Groter dan 200 m2

Gemeente Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals hebben nog geen ambities vastgesteld voor het thema hitte en droogte. Vanuit landelijke kaders en richtlijnen doen wij daarom een voorzet voor mogelijke meetbare ambities.

3.2

Extreme hitte

Gevoelstemperatuur vergelijkbaar of lager dan een grasveld in het landelijk gebied (45 graden Celsius) Hierbij is het voorstel om de loopafstand tot een koele verblijfsplek tot 300 meter te beperken.

Het aantal tropische dagen met een temperatuur van ten minste 30 graden Celsius en het aantal tropische nachten met een temperatuur van minimaal 20 graden Celsius zullen naar verwachting toenemen. In de stedelijke omgeving wordt hitte vastgehouden, waardoor het gedurende een hittegolf nauwelijks afkoelt. Dit kan leiden tot hittestress en nadelige gevolgen voor de gezondheid. Bij de effecten van extreme hitte is het daarom van belang te bekijken wie of wat wordt blootgesteld aan extreme hitte en wat de duur van die blootstelling is. Naarmate de blootstelling langer duurt die zomerse hitte met zich meebrengt, biedt dit klimaateffect ook kansen om onze leefomgeving te verbeteren. Bijvoorbeeld met meer aandacht voor gezondheid en biodiversiteit. Om de aan te pakken knelpunten bij extreme hitte expliciet te maken geven wij een voorzet voor mogelijke meetbare ambities: Figuur 3. Afleiden loopafstand tot een koele verblijfsplek

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

4

3.2.2 Percentage schaduw op belangrijke fiets- en looproutes Er is op het heetst van de dag voldoende schaduw op belangrijke fiets- en looproutes, zodat essentiële functies in de stad voor iedereen bereikbaar blijven. Hierbij is het voorstel om minimaal 30% schaduw te hanteren. 3.2.3 Percentage groen per buurt

dan om het vergroten van de sponswerking van de bodem. Uiteraard gelden hierbij aanvullende randvoorwaarden: een goede peilbeheersing van het oppervlaktewater (gericht op vasthouden in het zomerhalfjaar) en een adequate inrichting van het onverharde terrein (zodat het regenwater er ook daadwerkelijk naartoe stroomt). Een voorstel van een meetbare ambitie voor droogte kan daarom worden vertaald in: MEETBARE AMBITIE DROOGTE

Er moet zoveel groen zijn dat er verdamping kan optreden en de gemiddelde luchttemperatuur wordt beperkt. Er bestaat veel onzekerheid over de verschillen in verdamping om een exact percentage (weging) te kunnen toepassen. Het type en de juiste invulling van het groen is erg belangrijk. Een uitgangspunt kan 30% groen per wijk zijn.

3.3

1.

Langdurige droogte

Langdurige droogte heeft verschillende mogelijke negatieve gevolgen, zowel in bebouwde als in landelijke omgeving. Droogte is niet zoals hevige neerslag in één gebeurtenis te vatten. Het gaat om een oplopend neerslagtekort tijdens het groeiseizoen (1 april tot 30 september). In de zomer van 2018 hebben we bijvoorbeeld ondervonden dat langdurige droogte tot forse schade kan leiden aan landbouw en natuur. In dat jaar was het neerslagtekort eind augustus opgelopen tot ongeveer 300 millimeter, in vergelijking met de gemiddelde hoeveelheid neerslag die er normaal in deze periode valt. Naar verwachting zal in het klimaat in 2050 eens per 10 jaar een dergelijk neerslagtekort voorkomen. Knelpunten bij langdurige droogte zijn lastig in beeld te brengen. Hierbij zijn veel ambities te bedenken zoals: bij zakkingsgevoelige locaties mag de grondwaterstand niet dalen, er mag geen verhoogd risico op natuurbrand ontstaan of we voorkomen botulisme en algengroei in het oppervlaktewater. Deze ambities zijn echter moeilijk meetbaar te maken. We kiezen daarom in eerste instantie voor een eenvoudig meetbare ambitie, die toch een indicatie geeft van de mate waarin regenwater bodem en grondwater kan bereiken. Het gaat

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

5

Regenwater kan infiltreren in > 30% van de openbare ruimte

4 4.1

Introductie

Door de voorgestelde ambities te vergelijken met de (verwachte) effecten vanuit beschikbaar kaartmateriaal voor de Lijn50 gemeenten, kunnen we een aantal knelpunten herleiden. Het beschikbaar gestelde kaartmateriaal in 2020 en 2021 vormt input voor de risicodialogen om samen met interne en externe stakeholders knelpunten te identificeren. Sinds de oplevering van het kaartmateriaal zijn er nieuwe methoden opgesteld voor het thema hitte en is er nieuw landelijk kaartmateriaal beschikbaar gesteld via de Klimaateffectatlas. Dit aanvullend kaartmateriaal, van de gevoelstemperatuur en afstand tot koelte, geeft een eerste aanzet tot het identificeren van hitte knelpunten. Ook geven we een korte toelichting op de gevolgen van langdurige droogte binnen de Lijn50 gemeenten.

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

6

4.2

Gemeente Eijsden-Margraten

4.2.1 Hitte KNELPUNT 1: V ERHOOGDE GEVOELSTEMPERATUUR IN DORPSKERNEN In Figuur 4 is de PET hittestress kaart weergegeven voor de bebouwde kern van Eijsden. Uit deze kaart kan worden geconcludeerd dat de gevoelstemperatuur vooral in de dorpskernen Margraten, Cadier en Keer, Gronsveld en Eijsden hoog kan oplopen (rode kleur en geel omcirkeld in Figuur 4). Ook zien we een nieuwere wijk aan de rand van Eijsden waar de gevoelstemperatuur op kan lopen. Rondom scholen, zorgcentra en supermarkten kan de gevoelstemperatuur ook erg oplopen, terwijl op deze locaties juist verkoeling nodig is voor de kwetsbare groep mensen die zich hier bevinden.

KNELPUNT 2: L OOPAFSTAND TOT KOELTE MEER DAN 300 METER In Figuur 5 is de loopafstand (groen tot rode kleur) tot een koele verblijfsplek (paars) weergegeven voor de bebouwde kern van Margraten. Op basis van deze kaart kan worden gesteld dat een groot deel van de inwoners van Margraten meer dan 300 meter moet afleggen om bij een openbare koele verblijfsplek te komen. Dit geldt ook voor andere kernen zoals Cadier en Keer, St. Antoniusbank, Mariadorp (Eijsden), Banholt en Sint Geertruid.

Figuur 5. Afstand tot koelte per pand en koele plekken in Margraten (bron: Klimaateffectatlas)

Figuur 4. PET hittestress kaart voor de kern Eijsden (bron: Nelen & Schuurmans)

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

7

4.2.2 Droogte P ERCENTAGE GROEN PER BUURT

zijn een beperkende factor om water te laten infiltreren naar de bodem. Om de sponswerking te vergroten kan een slecht doorlatende grondlaag (zoals leem) doorboord worden om verbinding te maken met een beter doorlatende grondlaag. De ambitie Regenwater kan infiltreren in > 30% van de openbare ruimte wordt overal gehaald. Verder zien we: dat het Noordal (bij Noorbeek) een intrekgebied voor regenwater is (Figuur 7). Dit intrekgebied zal door klimaatverandering veranderen. Het regenwater wordt op dit moment slecht vastgehouden in het Noordal en stroomt door richting België.

Figuur 6. Percentage groen binnen de openbare ruimte in Eijsden-Margraten (bron: Klimaateffectatlas) Figuur 7. Drinkwaterbronnen Eijsden-Margraten (bron: WML)

Op basis van de bovenstaande kaart (Figuur 6) met het percentage groen binnen de openbare ruimte (en het landgebruik) kunnen we stellen dat de bebouwde kernen meer versteend zijn dan het landelijk gebied. De sponswerking van de bodem in het stedelijk gebied kan daarom verbeterd worden. Infiltratie kan alleen plaatsvinden bij bepaalde typen bodemsoorten. De leemgronden in Zuid-Limburg

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

8

een verhoogd risico op natuurbranden in o.a. het nationaal bos Eckelrade, het Savelsbos en het Gerendal (Figuur 8).

Figuur 8. Risico op natuurbrand Eijsden-Margraten (bron: Klimaateffectatlas)

op basis van de berekeningen en het beschikbare kaartmateriaal van de studie Limburg Integrale Water Aanpak (LIWA) kunnen we afleiden dat de gemiddeld laagste grondwaterstand tot 2050 verder zakt ter plaatse van de drinkwaterwingebieden op de gemeentegrens met Maastricht.

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

9

4.3

Gemeente Gulpen-Wittem

4.3.1 Hitte KNELPUNT 1: V ERHOOGDE GEVOELSTEMPERATUUR IN DORPSKERNEN In Figuur 9 is de PET hittestress kaart weergegeven voor de bebouwde kern van Gulpen. Uit deze kaart kan worden geconcludeerd dat de gevoelstemperatuur in de dorpskernen hoger is dan in het landelijk gebied. Over het algemeen bevatten de bebouwde kernen in Gulpen-Wittem meer groenstructuren in vergelijking tot de gemeente Eijsden-Margraten. Desondanks kan ook in de gemeente GulpenWittem rondom scholen, zorgcentra en supermarkten de gevoelstemperatuur oplopen, terwijl op deze locaties juist verkoeling nodig is voor de kwetsbare groep mensen die zich hier bevinden.

KNELPUNT 2: L OOPAFSTAND TOT KOELTE MEER DAN 300 METER In Figuur 10 is de loopafstand (groen tot rode kleur) tot een koele verblijfsplek (paars) weergegeven voor de bebouwde kern van Gulpen. Op basis van deze kaart kan worden gesteld dat een deel van de inwoners van Gulpen meer dan 300 meter moet afleggen om bij een openbare koele verblijfsplek te komen. Dit geldt ook voor delen van andere kernen zoals Eys, Reijmerstok, Kosberg, Wittem, Eyserheide en Trintelen.

Figuur 10. Afstand tot koelte per pand en koele plekken in Gulpen (bron: Klimaateffectatlas)

Figuur 9. PET hittestress kaart voor de kern Gulpen (bron: Nelen & Schuurmans)

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

10

4.3.2 Droogte P ERCENTAGE GROEN PER BUURT

van de bodem in het stedelijk gebied kan daarom verbeterd worden. Infiltratie kan alleen plaatsvinden bij bepaalde typen bodemsoorten. De leemgronden in Zuid-Limburg zijn een beperkende factor om water te laten infiltreren naar de bodem. Om de sponswerking te vergroten kan een slecht doorlatende grondlaag (zoals leem) doorboord worden om verbinding te maken met een beter doorlatende grondlaag. De ambitie Regenwater kan infiltreren in > 30% van de openbare ruimte wordt overal gehaald. Verder zien we: een verhoogd risico op natuurbranden in o.a. het nationaal bos Elzetterbos, het nationaal bos Schweibergerbos en de Molt (Figuur 12).

Figuur 11. Percentage groen binnen de openbare ruimte in Gulpen-Wittem (bron: Klimaateffectatlas) Figuur 12. Risico op natuurbrand Gulpen-Wittem (bron: Klimaateffectatlas)

Op basis van de bovenstaande kaart (Figuur 11) met het percentage groen binnen de openbare ruimte (en het landgebruik) kunnen we stellen dat de bebouwde kernen meer versteend zijn dan het landelijk gebied. De sponswerking

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

op basis van de berekeningen en het beschikbare kaartmateriaal van de studie Limburg Integrale Water Aanpak (LIWA) dat de gemiddeld laagste

11

grondwaterstand tot 2050 verder zakt ter plaatse van het drinkwaterwingebied Roodborn. dat binnen de gemeente Gulpen-Wittem het Oostelijk Heuvelland een intrekgebied voor regenwater is (Figuur 13). Dit intrekgebied zal door klimaatverandering veranderen.

Figuur 13. Drinkwaterbronnen Gulpen-Wittem (bron: WML)

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

12

4.4

Gemeente Vaals

4.4.1 Hitte KNELPUNT 1: V ERHOOGDE GEVOELSTEMPERATUUR IN DORPSKERNEN In Figuur 14 is de PET hittestress kaart weergegeven voor de bebouwde kern van Vaals. Uit deze kaart kan worden geconcludeerd dat de gevoelstemperatuur in de dorpskernen hoger is dan in het landelijk gebied. Over het algemeen bevatten de bebouwde kernen in Vaals ook meer groenstructuren zoals gemeente GulpenWittem. In Vaals zien we een verhoogde gevoelstemperatuur rondom basisscholen en supermarkten (Figuur 14, aangeduid met een gele ster), terwijl op deze locaties juist verkoeling nodig is voor de kwetsbare groep mensen die zich hier bevinden.

KNELPUNT 2: L OOPAFSTAND TOT KOELTE MEER DAN 300 METER In Figuur 15 is de loopafstand (groen tot rode kleur) tot een koele verblijfsplek (paars) weergegeven voor de bebouwde kern van Vaals. Op basis van deze kaart kan worden gesteld dat een groot deel van de inwoners van Vaals 0 tot 300 meter moet afleggen om bij een openbare koele verblijfsplek te komen. Dit geldt over het algemeen ook voor andere kernen zoals Vijlen en Lemiers. De kern Holset, een aantal woningen aan de Pater Gelissenstraat in Vijlen en het vakantiepark aan de rand van Vijlen heeft een loopafstand van meer dan 400 meter tot een openbare koele verblijfsplek.

Figuur 15. Afstand tot koelte per pand en koele plekken in Vaals (bron: Klimaateffectatlas)

Figuur 14. PET hittestress kaart voor de kern Vaals (bron: Nelen & Schuurmans)

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

13

4.4.2 Droogte

Verder zien we:

P ERCENTAGE GROEN PER BUURT

een verhoogd risico op natuurbranden in o.a. het nationaal bos Vijlenerbos (Figuur 17).

Figuur 16. Percentage groen binnen de openbare ruimte in Vaals (bron: Klimaateffectatlas)

Figuur 17. Risico op natuurbrand Vaals (bron: Klimaateffectatlas)

Op basis van de bovenstaande kaart (Figuur 16) met het percentage groen binnen de openbare ruimte (en het landgebruik) kunnen we stellen dat de bebouwde kernen meer versteend zijn dan het landelijk gebied. De sponswerking van de bodem in het stedelijk gebied kan daarom verbeterd worden. Infiltratie kan alleen plaatsvinden bij bepaalde typen bodemsoorten. De leemgronden in Zuid-Limburg zijn een beperkende factor om water te laten infiltreren naar de bodem. Om de sponswerking te vergroten kan een slecht doorlatende grondlaag (zoals leem) doorboord worden om verbinding te maken met een beter doorlatende grondlaag. De ambitie Regenwater kan infiltreren in > 30% van de openbare ruimte wordt overal gehaald.

op basis van de berekeningen en het beschikbare kaartmateriaal van de studie Limburg Integrale Water Aanpak (LIWA) dat de gemiddeld laagste grondwaterstand tot 2050 weinig verandert.

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

14

dat Vaals geen intrekgebieden en drinkwaterwingebieden heeft. Drinkwater wordt gewonnen vanuit de Duitse bron Noordeifel (Figuur 18).

Figuur 18. Drinkwaterbron Vaals (bron: WML)

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

15

5 5.1

Conclusies

Op basis van het bestaande kaartmateriaal en de voorgestelde meetbare ambities voor hitte en droogte kunnen we voor de Lijn50 gemeenten concluderen dat: er een verhoogde gevoelstemperatuur is in de stedelijke kernen en op een aantal locaties rondom kwetsbare objecten (zoals OBS De Robbedoes in Vaals, SBO St. Bernardus in Gulpen of het winkelcentrum in Eijsden). de loopafstand tot koelte voor een aantal panden binnen de gemeenten meer dan 300 meter is. het percentage groen binnen de openbare ruimte meer dan 30% is. de sponswerking van de bodem vergroot kan worden vanwege de mate van verstening in het stedelijk gebied. er in natuurgebieden en nationale parken een verhoogde kans is op natuurbranden. de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) tot 2050 uitzakt ter hoogte van de intrek- en drinkwaterwingebieden in Eijsden-Margraten en GulpenWittem.

5.2

Aanbevelingen

Vanuit het vooronderzoek en de werksessie doen we onderstaande aanbevelingen in het kader van het vervolgproces en de technische inhoud van de kaarten:

klimaatverandering en de daarbij behorende kwetsbaarheden en kansen. De gemeente heeft niet altijd een trekkende rol of is verantwoordelijk voor de uitvoering van maatregelen. De risicodialoog geeft duidelijkheid in de rolverdeling en zet aan tot een gezamenlijke uitvoering van maatregelen. Ook zijn alle belanghebbenden op deze manier betrokken bij de opgave die bij klimaatadaptatie komt kijken. Klimaatadaptatie doe je samen. L EG LOKALE AMBITIES VAST DOOR DE G EMEENTERAAD EN MONITOR OP KLIMAATADAPTATIE

De eerste stap in de risicodialoog is het bespreken van de effecten van klimaatverandering (kaartmateriaal klimaatstresstest); wat zien we gebeuren? Vervolgens is het nodig om te bepalen wat de ambities zijn; wat moeten we accepteren en wat willen we voorkomen? We bevelen aan om lokale meetbare ambities vast te laten leggen door de Raad (zie ook Hoofdstuk 3). Deze ambities geven richting en houvast om aan de slag te gaan met het klimaatbestendig maken van de Lijn50 gemeenten. Meetbare ambities maken het ook mogelijk om te monitoren op de voortgang; hoeveel extra schaduw heb ik gerealiseerd of hoeveel verharding heb ik verwijderd? Meetbare ambities maken de opgave voor klimaatadaptatie en daarmee de maatregelen en benodigde investeringen concreet. Als mogelijke vervolgstap is het aan te bevelen om de gekwantificeerde opgaven uit te werken naar maatregelen en een eerste kostenraming.

5.2.1 Aanbevelingen vervolgproces klimaatadaptatie VOER DE RISICODIALOOG MET (LOKALE ) STAKEHOLDERS Per gemeente is het raadzaam om de dialoog te voeren met de lokale interne en externe stakeholders. Hierdoor ontstaat een gedeeld beeld van de effecten door

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

16

5.2.2 Aanbevelingen technische inhoud van de kaarten L EID AANVULLEND KAARTMATERIAAL AF EN GEBRUIK TOOLS OM NIEUWE INZICHTEN OP TE DOEN EN DE OPGAVE VOOR HITTE TE VERDUIDELIJKEN

Sinds de oplevering van het bestaande kaartmateriaal zijn er voor het thema hitte nieuwe methodieken en richtlijnen vastgesteld. Deze richtlijnen hebben we vertaald in meetbare ambities in Hoofdstuk 3. Met de nieuwe methodieken en richtlijnen is de opgave voor hitte beter in kaart te brengen. Het verbeteren van de technische inhoud van de kaarten is belangrijk en staat ten dienste van het vervolgproces. We bevelen aan om de volgende kaarten en tools te gebruiken: Nachthitte (kaart) We bevelen aan om de nachthitte in beeld te brengen. Deze kaart laat zien wat het effect is van het stedelijk gebied op de temperatuur in de nacht. De rode gebieden laten zien dat 's nachts de luchttemperatuur relatief hoog blijft ten opzichte van de rest van het gebied, de groene gebieden koelen makkelijker af. Dit komt voornamelijk door het effect van groen en verharding en wordt ook wel het Urban Heat Island (UHI) effect genoemd. Deze kaart is dus afwijkend dan de PET-kaart. Bij de PET-kaart gaat het om gevoelstemperatuur, waarbij deze kaart de nachtelijke luchttemperatuur laat zien. Afstand tot koelte (kaart) Deze kaart is openbaar en landelijk beschikbaar via de Klimaateffectatlas. Deze openbare kaart hebben we gebruikt voor een eerste verkenning van knelpunten. Tijdens de analyse van de kaart merkten we op dat de kaart soms ook onterecht knelpunten aangeeft en de kaart verbeterd kan worden.

In Figuur 19 zien we twee verbetermogelijkheden: de loopafstand tot koelte en de openbare koele verblijfsplek. De loopafstand tot koelte is voor de rood gekleurde panden meer dan 500 meter. Na controle blijkt dit 100 tot 200 meter te zijn via het roze voetpad. De paarse koele plek blijkt ook compleet overwoekerd te zijn en geen plek te zijn waar mensen heen zullen gaan op een extreem warme zomerdag.

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

Figuur 19. Analyse openbare afstand tot koelte kaart

We bevelen daarom aan om een eigen afstand tot koeltekaart af te laten leiden en de koele plekken te valideren. De koele plekken zijn de input voor het bepalen van de loopafstand tot koelte en daarom erg bepalend voor de uitkomst. Schaduw op loop- en fietsroutes (kaart) We bevelen aan om het kaartmateriaal af te leiden die het percentage schaduw op loop- en fietsroutes in beeld brengen. Het is aan te raden om bij belangrijke routes voldoende schaduw te hebben, zodat het tijdens een warme periode aangenaam is om hier te lopen/fietsen. Een streefwaarde voor voldoende schaduw is 40%.

17

Hittestresstool Teveel hitte kan voor problemen zorgen, zoals gezondheidsklachten, afgelaste evenementen, lagere arbeidsproductiviteit en een slechte nachtrust. Hittestress noemen we dat. Ook kan er fysieke schade ontstaan aan bijvoorbeeld bruggen, wegen en het spoor. Op een schaduwrijk plein met veel bomen, gras en water blijft het een stuk koeler dan op een versteend plein in de volle zon. Dat scheelt zo een paar graden op de thermometer, en het verschil in de gevoelstemperatuur kan zelfs oplopen tot wel 20 graden. Dat zie je goed terug op de PEThittestresskaart, zie www.hittestress.nu. Hoe we onze buurten, straten en tuinen inrichten bepaalt dus voor een groot deel of een hittegolf een probleem wordt of niet. Nu hittegolven steeds vaker voorkomen, is de urgentie van hittebestendig (her)ontwerpen voor de Nederlandse gemeenten dus steeds hoger. Een mooie uitdaging, waarbij de hittestresstool een nuttig instrument kan zijn. Met de Hittestresstool (Figuur 20) hebben de Lijn50 gemeenten een laagdrempelig instrument voor het berekenen van het effect van eenvoudige ingrepen in de openbare ruimte op de gevoelstemperatuur.

Figuur 20. Hittestresstool en het effect van klimaatadaptieve maatregelen op de Dam

Memo Klimaatstresstest Hitte en Droogte Lijn50 | W0236 | 10-6-2022

18

II.

STAKEHOLDERANALYSE EN MULTI CRITERIA ANALYSE

Klimaatadaptatiestrategie Eijsden-Margraten | W0230 | 2-9-2022

53

Klimaatadaptatiestrategie Eijsden-Margraten | W0230 | 2-9-2022

54

III.

SPEERPUNTEN REGIONALE KLIMAATADAPTATIESTRATEGIE MAAS EN MERGELLAND

Klimaatadaptatiestrategie Eijsden-Margraten | W0230 | 2-9-2022

55

Klimaatadaptatiestrategie Eijsden-Margraten | W0230 | 2-9-2022

56

Klimaatadaptatiestrategie Eijsden-Margraten | W0230 | 2-9-2022

57

Klimaatadaptatiestrategie Eijsden-Margraten | W0230 | 2-9-2022

58

Klimaatadaptatiestrategie Eijsden-Margraten | W0230 | 2-9-2022

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=bd2aa179-cb61-4054-9e82-6dfa119d8b0f