20221108 03 RB Belastingmaatregelen 2023.pdf
Tekst van het document
gemeente
eijsden-margraten
Aan de gemeenteraad
Raadsvoorstel Onderwerp Belastingverordeningen
2023
Beslispunt(en) Vaststellen van de onderstaande verordeningen voor het jaar 2023 voor de gemeente EijsdenMargraten: 1. De verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2. De verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2023 3. De verordening op de heffing en invordering van Watertoeristenbelasting 2023
2023
Toelichting--------------------------------------------------------------------------------------------------Aanleiding/ motivering In de programmabegroting 2023-2026 worden voorstellen gedaan betreffende de aanpassing van de verordeningen. Voor de (Water)toeristenbelasting en de afvalstoffenheffing en reinigingsheffing, wordt voorgesteld de tarieven te verhogen De verordeningen onroerende zaakbelastingen, legesverordening, woonforensenbelasting en rioolrecht zullen in de december aan de raad ter vaststelling worden aangeboden. In de programmabegroting 2023 - 2026 is rekening gehouden met een wijziging van de opbrengst van de (Water)toeristenbelasting en van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. Om dit daadwerkelijk te kunnen doorvoeren dienen de verordening te worden aangepast. Thans treft u tot wijziging van de belastingverordeningen de voorstellen aan. Afvalstoffenheffing
In verband met kostenstijgingen en de kostendekkenheid van de afvalstoffenheffing stellen wij u voor de tarieven voor het vastrecht van een- en meerpersoonshuishoudens en de kiloprijs van het restafval te verhogen. Een en ander is gebaseerd op de meerjarenbegroting van Rd4. Verder stellen wij voor het tarief van de ondergrondse inzamelsystemen eveneens te verhogen in deze in evenwicht te brengen met de kiloprijs. Afvalstoffenheffing
Begroting 2022 Begroting 2023
Stijging
Voorstel Vastrecht per jaar 1 persoonshuishouden
€ 133,50
€ 141,00
€7,50
Vast recht per jaar meerpersoons
€ 180,00
€ 188,50
€8,50
Gratis
Gratis
huishouden GFT afval
Restafval
0,27
€0,33
€0,06
Per lediging van container
van 40 liter
0,75
€0,90
€0,15
Per lediging van container
van 140 liter
2,10
€2,25
€0,15
Per lediging van container
van 240 liter
2,75
€2,90
€0,15
1,60
€2,05
€0,45
Per aanbieding
ondergronds
inzamelsysteem
(Water)Toeristenbelasting
In afwijking van het voorgestelde bij de begroting 2022 wordt voor 2023 voorgesteld toeristenbelasting te verhogen naar € 2,20 in plaats van € 2,00 per overnachting.
het tarief van de
De gemeente Vaals is voornemens de tarieven eveneens te verhogen. De voorgestelde Camping/kampeerboerderij en groepsaccommodaties: € 1,85 Overige accommodaties: € 2,85 De gemeente Gulpen-Witten is niet voornemens het tarief van € 2,00 te verhogen. oeristenbelasting
Begroting 2022 Begroting 2023
tarieven zijn:
Stijging
Voorstel Toeristenbelasting
1 persoonshuishouden
Watertoeristenbelasting
€1,70
€2,20
€0,50
€1,70
€2,20
€0,50
Relatiemet bestaandbeleiden strategische visie/ integraliteit De verordeningen zijn conform de uitgangspunten bij de begroting 2023-2026 opgesteld.
Gevolgen -----------------------------------------------------------------------------------Burgerparticipatie, toelichtingen verantwoording Nvt Financiëleen personeleaspecten, incidenteel/ structureel,begrotingspost De financiële gevolgen zijn vertaald in de concept programmabegroting 2023-2026. Planning, uitvoeringen evaluatie Dialoog Commissie P&C 11-10-2022 Vragen begroting 13-10-2022 Antwoorden begroting 20-10-2022 Raadsdialoog 31-10-2022 Besluitvormende vergadering 8-11-2022 Communicatie Na vaststelling via de gebruikelijke kanalen Maatschappelijke effecten Nvt Het college van Eijsden-Margraten De gemeentesecretaris,
De voorzitter,
Drs. M.A.G. Gerits
Drs. G.J.M. Cox 2
gemeente
eijsden-margraten
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Eijsden-Margraten gelezen het voorstel
van burgemeester en wethouders;
gelet op de behandeling
in de Dialoog
vergadering samenleving;
Besluit: Vaststellen van de onderstaande verordeningen voor hetjaar 2023 voorde gemeente EijsdenMargraten: 1. De verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2023 (bijlage 1) 2. De verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2023 (bijlage 2) 3. De verordening op de heffing en invordering van Watertoeristenbelasting 2023 (bijlage 3).
Aldus besloten in de openbare vergadering van 8 november 2022.
3
BIJLAGE 1 VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN EIJSDEN-MARGRATEN 2023.
Hoofdstuk1 - Algemenebepalingen Artikel 1 - Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden a. een afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten.
geheven:
Artikel 2 - Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. ‘gebruik maken ’ in hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing: gebruikmaken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer; b. kalenderdag: dag volgens de kalender van 0 tot 24 uur; c. huishoudelijk afval: afvalstoffen, afkomstig van particuliere huishoudens; d. bedrijfsafval: afval, afkomstig van kantoren, winkels en diensten, gelegen in de woonkernen alsmede van agrarische bedrijven, scholen en verenigingen, dat naar aard, omvang en samenstelling gelijk is te stellen aan huishoudelijke afvalstoffen; e. overig bedrijfsafval: afval, dat niet van een huishouden afkomstig is en zich qua aard, omvang en samenstelling van huishoudelijk afval onderscheidt; f. grof huishoudelijk afval: afvalstoffen, afkomstig van particuliere huishoudens die door aard, omvang of hoeveelheid niet door de inzameldienst, als genoemd in hoofdstuk 6 en 7 van de tarieventabel, periodiek worden ingezameld; g. verzamelcontainer: een voorziening voor de inzameling van huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval ten behoeve van meerdere huishoudens; h. verzamelplaats: een door de raad aangewezen plaats niet bij de percelen van de bewoners maar nabij de percelen waar de verzamelcontainer verblijft. Hoofdstuk2 - Afvalstoffenheffing Artikel 3 - Aard van de belasting en belastbaar feit 1.
Onder de naam ‘afvalstoffenheffing ’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het-gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4 - Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruikzijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
1
e.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 5 - Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente, al dan niet krachtens beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikmaakt van een perceel.
eigendom,
bezit,
Artikel 6 - Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel. 2. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid naar beneden afgerond op hele en halve eenheden. 3. Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel wordt aangemerkt als maatstaf van de heffing, genoemd in hoofdstuk 1, artikel 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel. 4. Het gewicht van de wekelijks ingezamelde afvalstoffen per inzamelbeurt per perceel wordt vastgesteld op het verschil van het gewicht van de betreffende container vóórlediging en het gewicht na lediging. 5. Voor de berekening van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, artikel 1.2 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto. 6.
Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door een technische storing van de wegende inzamelauto, of van de op de inzamelauto geplaatste containerweegof containerherkenningof containerregistratie-apparatuur of van de middelen waarmee de gegevens van de geledigde container worden opgeslagen, van een aangeboden container geen automatische weging of herkenning of registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van de afvalstoffen per perceel voor alle betrokken percelen voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per perceel vastgesteld overeenkomstig het gestelde in lid 7 en lid 8. 7. Het forfaitair gewicht per perceel als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande belastingtijdvak bij het betreffende perceel vastgestelde gewicht van de overeenkomstige afvalstoffen gedeeld door het totaal aantal inzamelbeurten van de overeenkomstige afvalstoffen gedurende het voorafgaande belastingtijdvak. 8. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 6 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitair gewicht bepaald op 8 kilogram, voor het groente-, fruit- en tuinafval, dan wel 12 kilogram voor de overige afvalstoffen welke eens per twee weken worden ingezameld. 9.
Voor percelen die aangewezen zijn op het gebruikvan verzamelcontainers, zoals bedoeld in artikel 1, sube van de Afvalstoffenverordening gemeente Eijsden-Margraten 2011 wordt, in afwijking van het in de bovenstaande leden van dit artikel gesteld, een vast belastingbedrag in rekening gebracht zoals aangegeven in hoofdstuk 2 van de tarieventabel. Artikel 7 - Belastingj aar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven kalenderjaar.
is het belastingjaar gelijk aan het
Artikel 8 - Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in de hoofdstukken 1 en 2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in de hoofdstukken 3,4 en 6 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
2
Artikel 9 - Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsqelanq 1. De belasting als bedoeld in Hoofdstuk 1 onderdeel 1.1.suba en b en Hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in het eerste lid verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de in het eerste lid bedoelde belasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5. De belasting bedoeld in de hoofdstuk 1, onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 en in de hoofdstukken 3, 4 en 6 is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 6. Belastingbedragen, zoals bedoeld in de hoofdstukken 1 tot en met 4 van de tarieventabel, van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 7.
Voor de toepassing van het vorige lid worden de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 10 - Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten aanslagen bedoeld in de hoofdstukken 1 en 2 van de tarieventabel worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b.
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 4. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk3 - Reinigingsrechten Artikel 11 - Belastbaar feit Onder de naam 'reinigingsrechten ’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruikvan de voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel 12- Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt.
3
Artikel 13- Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid naar beneden afgerond op hele of halve eenheden. 3. Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per bedrijfspand wordt aangemerkt als maatstaf van de heffing genoemd in hoofdstuk 5 onderdeel 5.2.1 en 5.2.2 van de tarieventabel. 4. Het gewicht van de wekelijks ingezamelde afvalstoffen per inzamelbeurt per bedrijfspand wordt vastgesteld op het verschil van het gewicht van de betreffende container vóórlediging en het gewicht na de lediging. 5. Voor de berekening van de rechten als bedoeld in hoofdstuk 5, onderdeel 5.2 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto. 6.
Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door een technische storing van de wegende inzamelauto, of van de op de inzamelauto geplaatste containerweegof containerherkenningsof containerregistratie-apparatuur of van de middelen waarmee de gegevens van de geledigde container worden opgeslagen, van een aangeboden container geen automatische weging of herkenning of registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van de afvalstoffen per bedrijfspand voor alle betrokken bedrijfspanden voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per bedrijfspand vastgesteld overeenkomstig het gestelde in lid 7 en lid 8. 7. Het forfaitaire gewicht per bedrijfspand als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande belastingtijdvak bij het betreffende bedrijfspand vastgestelde gewicht van de overeenkomstige afvalstoffen gedeeld door het totale aantal inzamelbeurten van de overeenkomstige afvalstoffen gedurende het voorafgaande belastingtijdvak. 8. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 6 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitaire gewicht bepaald op 8 kilogram, voor het groente-, fruit- en tuinafval, dan wel op 12 kilogram voor de overige afvalstoffen welke eens per twee weken worden ingezameld. Artikel 14 - Belastingjaar 1.
Met betrekking tot de rechten aan een kalenderjaar.
die per belastingjaar worden
Artikel 15 - Wijze van heffing 1. De rechten bedoeld in hoofdstuk
geheven
5 van de tarieventabel worden
is het belastingtijdvak gelijk
geheven
bij wege van aanslag.
Artikel 16 - Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naartiidqelanq 1. De rechten als bedoeld in hoofdstuk 5, onderdeel 5.1 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten als bedoeld in het eerste lid verschuldigd voor zoveel volle twaalfde gedeelten als er in dat jaar na de aanvang van de heffingsplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de in het eerste lid bedoelde rechten voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar weer gebruikmaakt van de dienst. 5. Belastingbedragen, van minder dan €5,00 worden niet geheven. 6. Voor de toepassing van het vorige lid worden de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
4
Artikel 17 - Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk4 - Aanvullendebepalingen Artikel 18 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding Eijsden-Marg raten.
gemeentelijke belastingen
Artikel 19 - Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten EijsdenMargraten 2022” en de bijbehorende tarieventabel, beide vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Eijsden-Margraten 2023.
5
TARIEVENTABEL, BEHORENDE BIJ DE VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN EIJSDEN-MARGRATEN 2023. Indeling tarieventabel Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk
1 2 3 4 5 6
Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing per belastingjaar Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing verzamelcontainers Gewaarmerkte luierafvalzak Overige tarieven afvalstoffenheffing Maatstaven en tarieven reinigingsrechten per belastingjaar Tarieven gemeenschappelijke milieuparken.
6
per belastingjaar
Algemeen De bedragen genoemd
in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting
Hoofdstuk 1 - Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing 1.1
1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3
deze verschuldigd is.
per belastingjaar
De belasting bedraagt per perceel, per belastingjaar, indien dat perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door: a. eenpersoonshuishoudens b. meerpersoonshuishoudens Onverminderd het bepaalde in artikel 1.1 lid a en b bedraagt de belasting voor: groente-, fruit- en tuinafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram restafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen van een keukenemmer met een inhoud van 40 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 140 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 240 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder artikel 1.1 van dit hoofdstuk bedraagt de belasting voor percelen die gebruik maken van een ondergrondsinzamelsysteem per aanbieding
Hoofdstuk 2 - Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing 2.1
indien
verzamelcontainers
2022
2023
€ €
133,50 180,00
141,00 188,50
€
gratis
gratis
€
0,27
0,33
0,75
0,90
€
2,10
2,25
€
2,75
2,90
€
1,60
2,05
€
per belastingjaar
De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar, gebruik makende van een verzamelcontainer:
€
232,00
232,00
€
0,50
0,50
€
35,00
43,50
€
180,00
188,50
€
gratis
gratis
€
0,27
0,33
€
0,75
0,90
Hoofdstuk 3 - Gewaarmerkte luierafvalzak 3.1
Gewaarmerkte luierafvalzakken zijn verkrijgbaar per zak op de door het college vastgestelde verkooppunten tegen een tarief van
Hoofdstuk 4 - Overige tarieven afvalstoffenheffing 4.1
De belasting voor de inzameling op afroep van grof huishoudelijk afval als bedoeld in het “Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Eijsden-Margraten ” bedraagt, € 43,50 per aangeboden eenheid, van maximaal 1m3.
Hoofdstuk 5 - Maatstaven en tarieven reinigingsrechten 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3
per belastingjaar
Het recht per bedrijfspand, per belastingjaar bedraagt voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval Onverminderd het bepaalde in artikel 4.1 bedragen de rechten voor: groente-, fruit- en tuinafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram restafval welke periodiek in een (mini) rolcontainer en/of keukenemmer wordt ingezameld, per kilogram Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen van een keukenemmer met een inhoud van 40 liter per lediging
7
Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 140 liter per lediging Onverminderd het bepaalde onder de artikelen 1.1, 1.2.1 en 1.2.2 bedraagt de belasting voor het ledigen (mini) rolcontainer met een inhoud van 240 liter per lediging Hoofdstuk 6 - Tarieven gemeenschappelijke 6.1
6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6 6.2.7 6.2.8 6.2.9 6.2.10 6.2.11 6.2.12 6.2.13 6.2.14 6.2.15 6.2.16
6.2.17 6.2.18 6.2.19 6.2.20
6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4 6.3.5 6.3.6 6.3.7 6.3.8 6.3.9 6.3.10 6.3.11 6.3.12 6.3.13
€
2,10
2,25
€
2,75
2,90
Maximaal 20 liter maximaal 35 m2 Max. 20 inch, max. 4 stuks onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt
gratis
gratis
gratis
gratis
gratis
gratis
gratis gratis gratis gratis
gratis gratis gratis gratis
onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt onbeperkt
gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis
gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis gratis
onbeperkt
gratis
gratis
onbeperkt
gratis
gratis
onbeperkt onbeperkt
gratis gratis
gratis gratis
32,20 1,63 1,63 32,20 10,20 90,00 90,00 15,40 90,00 15,00 32.20 1,60
34,00 1,70 1,70 34,00 8,00 90,00 90,00 17,00 90,00 15,00 34,00 1,60
milieuparken.
Onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken 1 tot en met 4 bedraagt de belasting voor het achterlaten van grove huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats: Gratis Afgewerkte (motor-)olie Asbest en asbestgelijkend materiaal dat voldoet aan inpakspecificaties (zie website Rd4) Autobanden (max. 20 inch, 4 stuks) zonder velg Best-tas Elektronische apparatuur (ook defecte) Frituurveten -olie Gasflessen (voor huishoudelijk gebruik) lekvrij en onbeschadigd Gips (geen cel- of gasbeton) Harde kunststoffen Kerstbomen Klein Chemisch Afval (accu’s, batterijen, etc.) Kringloopspullen (schoon - heel - compleet) Metaal Motorbanden zonder velg Papier en karton Piepschuim (Polystyreen, alleen witte verpakkingspiepschuim. Gekleurde, vervuilde en grijze piepschuim hoort bij restafval. Flopak verpakkingsschuimpjes horen niet bij piepschuim) PMD (kleine plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons) Snoei- en tuinafval Textiel Verpakkingsglas wit en bont Vlakglas (schoon, geen gewapend glas, geen autoruiten) Tegen betaling Grof huishoudelijk afval/grote huisraad Huishoudelijk restafvalzak zak 50 liter Huishoudelijk GFT afval zak 50 liter Dakleer, (max.
0,25m3) Schoon puin, mag maximaal 10% vervuiling bevatten Vervuild puin Bouwafval (ongesorteerd) Schone grond Vervuilde grond Houtafval A/B (eerste 2 keer gratis) Houtafval C Geïmpregneerd hout Auto- en motorbanden max 20 inch met velg, (max 4 stuks) 8
Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per m3 Per stuk
€ € € € € € € € € € € €
6.3.14 6.3.15 6.3.16 6.3.17
Auto- en motorbanden met of zonder velg, vanaf 20 inch (max 4 stuks) Vrachtwagen band met of zonder velg (max 2 stuks) Tractorband met of zonder velg (max 2 stuks) Matrassen (matrassen schoon en droog aanbieden) Geenbedrijfsafval * Onder de noemer grof tuinafval wordt ook verstaan alle groenafval afkomstig uit tuinen zoals gras, bladeren, onkruid en loof.
9
Per stuk
€
3,50
3,50
Per stuk Per stuk eenpersoons tweepersoons
€ € € €
15,00 22,00 8,05 16,10
15,00 22,00 8,50 17,00
Bijlage 3
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN WATERTOERISTENBELASTING EIJSDEN-MARGRATEN 2023.
Artikel 1 - Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; b. lengte: de lengte over alles; c. vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; d. schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel 2 - Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven wordt onder de naam watertoeristenbelasting een directe belasting geheven. Artikel 3 - Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.
Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruikervan een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel 4 - Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1. door degene, die verblijf houden aan boord van: a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikttot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano ’s, roei- en volgboten; c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; 2. waarvoor de gemeente belastingen heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting; 3. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 4. een persoon die op de dag waarop de eerste overnachting plaatsvindt nog niet de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt.
1
Artikel 5 - Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende nachten.
in het belastingjaar. Het aantal personen vermenigvuldigd met het aantal
Artikel 6 - Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van de heffing 1. Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt: 2. Het aantal personen dat heeft overnacht, in een vaartuig met een vaste ligplaats gedurende de periode 1 januari tot en met 31 december bepaald op 2; 3. het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht: a.
4.
ingeval verblijf wordt gehouden in een vaartuig met vaste ligplaats gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december, wordt bepaald op 4; Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op het aantal vaartuigen welke door de belastingplichtige bij aangifte uit de verhuuradministratie zijn opgegeven, dan wel blijken.
Artikel 7 - Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon
per overnachting
€ 2,20.
Artikel 8 - Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderkwartaal. Artikel 9 - Wijze van heffing De belasting wordt geheven
bij wege van aanslag.
Artikel 10 - Aanslaqqrens 1. Belastingbedragen van minder dan €5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 - Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 2. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel 12 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding Eijsden-Margraten.
gemeentelijke belastingen
Artikel 13 - Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.
2
Artikel 14 - Digitale aangifte Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening 'Digitale aangifte toeristenbelasting ’ van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen. Artikel 15 - Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting Eijsden-Margraten 2022” vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 4.
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening watertoeristenbelasting Eijsden-Margraten 2023”.
3
BIJLAGE 2 VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING EIJSDEN-MARGRATEN 2023.
Artikel 1 - Belastbaar feit Onder de naam “toeristenbelasting ” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 2 - Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. Artikel 3 - Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers 3.
van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welke verblijf forensenbelasting is verschuldigd; 4. van degene die op de dag waarop de eerste overnachting plaatsvindt nog niet de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt; 5. op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd; Artikel 4 - Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen
in het belastingtijdvak.
Artikel 5 - Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van de heffing 1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de periode 1 januari tot en met 31 december bepaald op 2,5; 2. het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht: a. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de periode van 1 maart tot en met 31 oktober, wordt bepaald op 60; b. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de periode van 1 maart tot en met 31 december, wordt bepaald op 80; Artikel 6 - Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon
per overnachting
€ 2,20.
Artikel 7 - Belastingtijdvak 1. Voor de belastingen genoemd in artikel 5 is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. 2. Voor de niet-forfaitaire aanslagen is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderkwartaal. 1
Artikel 8 - Wijze van heffing De belasting wordt geheven
bij wege van aanslag.
Artikel 9 - Aanslaqqrens 1. Belastingbedragen van minder dan €5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 10 - Termijnen van betaling 3. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 4. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel 11 - Kwijtschelding Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de regeling Kwijtschelding Eijsden-Margraten.
gemeentelijke belastingen
Artikel 12 - Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 13 - Digitale aangifte Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening 'Digitale aangifte toeristenbelasting ’ van de Belastingsamen-werking Gemeenten en Waterschappen. Artikel 14 - Inwerkingtreding en citeertitel 1.
De "Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting Eijsden-Margraten 2022” vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. De verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting Eijsden-Margraten 2023”.
2