CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20221018 10a RV Wijziging erfgoedverordening.docx

* Raadsvergaderingen 18 oktober 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Wijziging Erfgoedverordening2.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad

Raadsvoorstel Onderwerp Vaststelling Erfgoedverordening 2022 Beslispunt(en) Besluiten om: de Erfgoedverordening Eijsden-Margraten 2022 vast te stellen.

Toelichting Aanleiding / motivering Per 1 januari treedt mogelijk de Omgevingswet inwerking. Deze wet zal ook consequenties hebben voor het ruimtelijke erfgoed. Om deze reden worden op dit moment voorbereidingen getroffen voor een nieuw erfgoedbeleid dat te zijner tijd voor besluitvorming aan de raad zal worden voorgelegd. Ook heeft de inwerkingtreding van de Omgevingswet consequenties voor de gemeentelijke regelgeving, waaronder de erfgoedverordening, die voor de inwerkintreding van de wet moet zijn aangepast. De vaststelling van een nieuwe Erfgoedverordening kan echter niet wachten omdat de nieuwe Erfgoedverordening ook de basis moet gaan bieden voor het verkrijgen van Provinciale restauratiesubsidie voor een tweetal beeldbepalende panden. Hoewel de gemeente een subsidieregeling kent voor onderhoud aan beeldbepalende panden, is deze regeling onvoldoende om te voorzien in een (grootschalige) restauratie. De provincie Limburg kent wel een subsidieregeling voor restauratie van rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Om echter voor restauratiesubsidie in aanmerking te komen moeten deze panden zijn aangewezen tot gemeentelijk monument. Hierin kan worden voorzien via de bijgevoegde erfgoedverordening. Met de vaststelling is haast geboden omdat anders mogelijk het subsidieplafond bij de Provincie is bereikt. Een en ander is onderstaand nader toegelicht.

Motivering In 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. De Erfgoedwet vervangt o.a. de Monumentenwet 1988, waarop de huidige Erfgoedverordening was gebaseerd. De Erfgoedwet is echter breder. De Erfgoedwet vervangt en integreert verschillende wettelijke regelingen op het gebied van het cultureel erfgoed. Naast de Monumentenwet 1988 zijn de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen 2013, de Wet verzelfstandiging museale diensten, de Wet tot behoud van cultuurbezit (Wbc), de Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 betreffende onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen en de Wet tot teruggave cultuurgoederen afkomstig uit bezet gebied in de wet opgenomen.

Omgevingswet Per 1 januari 2023 treedt wellicht de Omgevingswet in werking. Deze wet bundelt vrijwel alle regels voor de fysieke leefomgeving. Ook de besluitvorming over cultureel erfgoed zal vanaf 2023 worden geregeld via de Omgevingswet, met name in het daarop gebaseerde omgevingsplan. De Erfgoedwet en de toekomstige Omgevingswet stimuleren zowel een meer integraal gemeentelijk erfgoedbeleid als de erkenning dat erfgoed een integraal onderdeel is van (de kwaliteit van) de fysieke leefomgeving. In de Omgevingswet zal materieel gezien het bestaande stelsel van monumenten- en sloopvergunningen nagenoeg één-op-één worden overgenomen. Wel vindt op een aantal wetstechnische, procedurele en inhoudelijke punten stroomlijning plaats, die samenhangt met de samenvoeging met andere stelsels en de achterliggende vereenvoudigingsgedachte. Ook bepalingen over taken en bevoegdheden van de gemeentelijke monumentencommissies, de aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten, in dat kader opgestelde beschermende bestemmingsplannen (straks omgevingsplannen en de bepalingen over de archeologische monumentenzorg in bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen, zullen overgaan naar de Omgevingswet.

De Erfgoedwet anticipeert in zekere zin op de invoering van de Omgevingswet door overgangsrecht als gevolg waarvan delen van de Monumentenwet 1988 deels van kracht blijven, tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarom is de nieuwe Erfgoedverordening zowel gebaseerd op de Erfgoedwet als op de Monumentenwet 1988. In dit verband moet worden opgemerkt dat, afhankelijk van de definitieve inwerkingtreding van de Omgevingswet, aan uw raad in december een set lokale regels wordt voorgelegd die gereed zijn gemaakt voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Van deze set regels zal dan ook deze Erfgoedverordening deel uitmaken, zij het in een andere gedaante. Ondanks de korte tijdsperiode tussen de (mogelijke) vaststelling van deze Erfgoedverordening en de genoemde set lokale regels, is er voor gekozen om deze Erfgoedverordening reeds nu aan u voor te leggen. Reden is het risico dat de provinciale subsidiepot leeg is als nog een paar maanden wordt gewacht. Voor de goede orde, zoals gezegd heeft het probleem dat aanleiding is tot het opstellen van deze Erfgoedverordening, zich pas recent gemanifesteerd. Cultuurgoederen Door de invoering van de Erfgoedwet en de toekomstige Omgevingswet is het bereik van de gemeentelijke erfgoedverordening in vergelijking met de voorgaande verordening breder. Het betreft nu monumenten én cultuurgoederen.

In de nieuwe Erfgoedverordening is analoog aan het VNG-model ook de mogelijkheid geboden tot aanwijzing en bescherming van roerend cultuurgoed. Hierover is nog geen gemeentelijk beleid ontwikkeld. Desondanks vinden wij het belangrijk om de nieuwe Erfgoedverordening zoveel mogelijk in lijn te laten lopen met de nationale regelgeving en alvast een juridische basis te bieden voor toekomstig beleid. Zolang door uw raad nog geen beleid hierover is vastgesteld zal geen aanwijzing van gemeentelijk cultuurgoed plaatsvinden. Het is overigens nog dit jaar de bedoeling om aanvang te maken met het ontwikkelen van nieuw erfgoedbeleid. Vangnet archeologie (art. 23) Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Met de invoering van deze verplichting is de bescherming archeologische waarden in beginsel ruimtelijk geborgd. Er zijn echter nog bestemmingsplannen van kracht van vóór de invoering van deze eisen. Gelet op de geldigheidstermijn van een bestemmingsplan van tien jaar, zal dit ook nog enige jaren mogelijk blijven.

Om ook voor de gronden waar deze ‘oude’ bestemmingsplannen nog gelden de bescherming van archeologische waarden te verzekeren, is dit artikel opgenomen. De strekking van dit artikel is te waarborgen dat mogelijk in deze gronden aanwezige archeologische waarden niet worden verstoord, tenzij daaraan aandacht is besteed die gelijkwaardig is aan waartoe artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening verplicht, door middel van de verwachtingskaarten, een omgevingsvergunning of eigen onderzoek dat aan die eisen kan voldoen. Nadere regels vangnet archeologie (art. 23) In de Erfgoedverordening 2013 waren de regels wanneer wel of geen archeologisch onderzoek nodig is in detail vermeld. Thans is ervoor gekozen om voor wat betreft het archeologische vangnet de bepalingen van de Modelverordening van de VNG over te nemen. In het betreffende vangnet (artikel 23) is onder lid 1 sub b opgenomen dat de verstoring geen strijd mag opleveren met de door burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring; Ook kunnen burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen ten aanzien van archeologisch onderzoek. 2

In de Erfgoedverordening 2013 waren de regels wanneer wel en geen archeologisch onderzoek nodig is in detail vermeld. Thans is ervoor gekozen om voor wat betreft het archeologische vangnet de bepalingen van de modelverordening van de VNG over te nemen. In het betreffende vangnet (artikel 23) is onder lid 1 sub b opgenomen dat de verstoring geen strijd mag opleveren met de door burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring; Ook kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 23 lid 2 nadere regels vaststellen ten aanzien van archeologisch onderzoek. Voor wat betreft de door burgemeester en wethouders vast te stellen regels, als bedoeld in artikel 23 lid 1 sub b, willen wij de regels hanteren die in de Erfgoedverordening 2013 en de onderliggende beleidskaart (“Archeologische monumenten- en verwachtingskaart en archeologische beleidskaart voor de gemeente Eijsden-Margraten”, RAAP-rapport 4334 d.d. 1 november 2012) zijn opgenomen. Voor wat betreft nadere regels voor onderzoek als bedoeld in lid 2 van artikel 23 willen wij de uitgangspunten van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) hanteren, welke ook zijn toegepast in het kader van de Erfgoedverordening 2013, die thans komt te vervallen.

De regels als bedoeld in artikel 23 lid 1 sub b en lid 2 zullen gelijktijdig met de nieuwe Erfgoedverordening te worden gepubliceerd en in werking te treden. Basis voor subsidieverlening grootschalige restauratie De Erfgoedverordening 2013 kent niet de mogelijkheid om gemeentelijke monumenten aan te wijzen. Dat was een bewuste keuze. Na de herindeling van de voormalige gemeenten Eijsden en Margraten is gekozen om cultuurhistorisch waardevolle gebouwen aan te wijzen tot beeldbepalend pand en te beschermen op basis van het “Paraplu bestemmingsplan beeldbepalende panden en objecten EijsdenMargraten”. In materiële zin is deze bescherming gelijk aan de bescherming van gemeentelijke monumenten. Ook kent de gemeente Eijsden-Margraten een subsidieregeling voor beeldbepalende panden en objecten, die overeenkomt met de subsidieregeling die andere gemeenten hanteren voor gemeentelijke monumenten. Onlangs hebben zich twee eigenaren van beeldbepalende panden gemeld die voornemens zijn om een grotere restauratie uit te voeren. Het betreft de algehele restauratie van de vakwerkboerderij aan de Bovenstraat 21 in Noorbeek en de restauratie van het dak van de kerk van Rijckholt.

De subsidieverordening Cultureel erfgoed van de gemeente Eijsden-Margraten voorziet niet in de subsidiëring van grootschalige restauraties van beeldbepalende panden, die soms wel nodig is om een cultuurhistorisch waardevol gebouw in stand te kunnen houden. De provincie Limburg kent wel een subsidieregeling voor restauratie van een cultuurhistorisch waardevol gebouwen. Omdat subsidiepotten van de Provincie niet onuitputtelijk zijn, is het wenselijk dat de subsidie zo spoedig mogelijk wordt aangevraagd. Daarvoor is het echter noodzakelijk dat spoedig aanwijzing tot gemeentelijk monument plaatsvindt, waarvoor eerst de herziening van huidige Erfgoedverordening noodzakelijk is. De aanwijzing van een gemeentelijke monument door het college van burgemeester en wethouders vindt plaats na advies van de Monumentencommissie “Mergelland”. Mede gelet op de bijzondere cultuurhistorische kwaliteiten van beide beeldbepalende panden wordt de aanwijzing kansrijk geacht. Om voor provinciale subsidie in aanmerking te komen dient waar nodig ook nog te worden voorzien in een omgevingsvergunning voor herbestemming van het pand. Het herbestemmingsplan voor pand Bovenstraat 21 te Noorbeek is al door de Monumentencommissie akkoord bevonden. De formele procedure ter verkrijging van de benodigde omgevingsvergunning zal parallel lopen aan de aanwijsprocedure.

De kerk van Rijckholt zal na restauratie een verbreed gebruik krijgen, waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist. Resumerend kan door bovenstaande stappen worden voldaan aan de uitgangspunten van provinciale subsidieregeling, waardoor het verkrijgen van restauratiesubsidies voor beide panden kansrijk en haalbaar wordt geacht, mits de subsidiepotten van de provincie niet zijn uitgeput. Het is overigens niet de bedoeling om zomaar gemeentelijke monumenten aan gaan te wijzen. De aanwijzing tot gemeentelijk monument vindt alleen plaats: - voor beeldbepalende panden die al zijn beschermd op basis van het “Paraplu bestemmingsplan beeldbepalende panden en objecten Eijsden-Margraten’ of anderszins cultuurhistorisch waardevolle panden die al een beschermde status hebben. - als de aanwijzing noodzakelijk is om Provinciale subsidie te ontvangen voor (grootschalige) restauratie van het pand. In dit geval wordt de restauratie van het pand zonder deze subsidie niet haalbaar geacht, waardoor de instandhouding van het pand op termijn niet mogelijk is 3

-

in overleg en met instemming met de eigenaar van het pand.

Beide beeldbepalende panden waarvoor een urgente restauratieopgave geldt voldoen aan deze criteria. De Erfgoedverordening vormt in dit geval de basis voor aanwijzing van het gemeentelijke monument. Dit is ook als zodanig in de toelichting van deze verordening verwoord.

Relatie met bestaand beleid en strategische visie / integraliteit Strategische visie 2022 - vernieuwen door verbinden en het bestuursakkoord 2022-2026 - goed leven in elke kern; zowel de visie als bestuursakkoord onderschrijven het belang van materieel en immaterieel erfgoed.

Gevolgen Burgerparticipatie, toelichting en verantwoording n.v.t. Financiële en personele aspecten, incidenteel / structureel, begrotingspost n.v.t. Planning, uitvoering en evaluatie Na vaststelling door uw raad wordt de Erfgoedverordening op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt. De verordening treedt 8 dagen na bekendmaking in werking. Communicatie De Erfgoedverordening zal op de gebruikelijke wijze bekend worden gemaakt. Maatschappelijke effecten Eigenaren van beeldbepalende panden, die grootschalige restauraties moeten uitvoeren kunnen door de aanwijzing tot gemeentelijk monument in aanmerking komen voor subsidie van de Provincie Limburg. Zonder deze subsidie is het vrijwel onmogelijk om dit soort panden in stand te houden. Behouden van dit waardevolle erfgoed komt te goede aan de karakteristieke belevingswaarde en identiteit van de gemeente. Privacy n.v.t. Risico’s Aanwijzing en beschermen van cultuurhistorisch erfgoed via de Erfgoedverordening kan door burgers als belastend worden ervaren. Aanwijzing van gemeentelijke monumenten zal alleen plaatsvinden in overleg en overeenstemming met eigenaren e.e.a. ter verkrijging van provinciale subsidie. Voor wat betreft het overige erfgoed is er echter geen wijziging ten opzichte van de bestaande Erfgoedverordening. Er zullen altijd eigenaren zijn die bezwaar hebben tegen de aanwijzing van erfgoed.

Het college van Eijsden-Margraten De gemeentesecretaris,

De voorzitter,

Drs. M.A.G. Gerits

Drs. G.J.M. Cox

4

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Eijsden-Margraten gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op de behandeling in de Dialoogvergadering Leefomgeving;

Besluit: De Erfgoedverordening Eijsden-Margraten 2022zoals opgenomen in de bijlage vast te stellen. Aldus besloten in de openbare vergadering van 18 oktober 2022.

De griffier,

De voorzitter,

Mr. M. Verbeet

Drs. G.J.M. Cox

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=fe35e5e9-1ff3-4dcd-bf4d-6d27897e0917