20221018 08g Regels.pdf
Tekst van het document
12.2 Alternatieve energiewinning 12.2.1 Bouwregels oprichten constructie voor de opwekking van alternatieve energie Bij het oprichten van een constructie voor de opwekking van alternatieve energie gelden de volgende bouwregels: a. b. c. d.
e.
f.
plaatsing is uitsluitend mogelijk bij woningen en bedrijven; maximaal 1 constructie per bouwperceel; de maximale breedte bedraagt 1 meter; bij plaatsing op een mast, uitsluitend: 1. op minimaal 5 en maximaal 40 meter achter de voorgevelrooilijn; 2. met een maximale hoogte van 12 meter, inclusief de constructie; bij plaatsing op een gebouw: 1. op een hellend dak, maximaal 2 meter vanaf de bovenkant van de nok; 2. zo mogelijk op het van de weg gekeerde dakvlak; plaatsing op monumenten en/of in beschermde dorpsgezichten is niet toegestaan.
12.2.2 Afwijken bouwregels ten behoeve van een tweede constructie binnen het bouwperceel Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12 lid 2.1 ten behoeve van het plaatsen van een tweede constructie voor de opwekking van alternatieve energie op een bouwperceel waar reeds een dergelijke constructie aanwezig is, mits: a. b. c.
de eerste constructie voor de opwekking van alternatieve energie ontoereikend is gebleken voor de energievoorziening; geen sprake is van onevenredige aantasting van het stedenbouwkundige beeld en het woonklimaat; het bepaalde in artikel 12 lid 2.1 sub c. tot en met f. en artikel 12 lid 2.2 in acht wordt genomen.
Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 29 -
Regels
12.3 Ondergronds bouwen d Ten aanzien van het oprichten van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende bouwregels: a. b.
ondergrondse bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; de maximale bouwdiepte, inclusief de fundering, bedraagt 3 meter onder peil.
Artikel 13 Algemene gebruiksregels 13.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a.
b.
het gebruik van gronden voor/als: 1. seksinrichting of soortgelijk bedrijf; 2. een coffeeshop, growshop, smartshop of daarmee vergelijkbaar bedrijf; 3. voor een discotheek; het gebruik van opstallen voor/als: 1. seksinrichting of soortgelijk bedrijf; 2. een coffeeshop, growshop, smartshop of daarmee vergelijkbaar bedrijf; 3. het gebruik van opstallen voor een discotheek.
13.2 Alternatieve energiewinning Ten aanzien van de plaatsing van een constructie voor de opwekking van alternatieve energie gelden de volgende gebruiksregels: a. b.
de constructie mag uitsluitend worden gebruikt voor de opwekking van energie voor eigen gebruik; eventuele piekstroom mag tegen vergoeding worden afgedragen aan het algemene elektriciteitsnet.
Artikel 14 Algemene aanduidingsregels 14.1 milieuzone - spuitvrije zone Binnen de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ is het gebruik maken van chemische gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen die leiden tot schadelijke effecten op het goed woonen leefklimaat niet toegestaan. 14.2 overige zone - voorwaardelijke verplichting Teneinde blootstelling aan drift in de tuin behorende bij de nieuwe woning te voorkomen dient binnen de aanduiding ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting’ een vanggewas langs de betrokken perceelgrenzen te worden aangeplant en duurzaam in stand te worden gehouden, met een hoogte van 5 meter. Het vanggewas dient een niet-bladverliezende soort te zijn met een dichtheid die geschikt is om enerzijds luchtdoorlatend te zijn en anderzijds voldoende drift te kunnen opvangen.
Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 30 -
Regels
Artikel 15 Algemene afwijkingsregels d 15.1 Afwijken ten behoeve van het bouwen van gebouwen en andere bouwwerken ten dienste van het openbare nut Het bevoegd gezag kan met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de regels van het plan ten aanzien van de bebouwing van niet voor bewoning bestemde gronden met gebouwen en andere bouwwerken ten dienste van het openbare nut, met dien verstande dat: a. b.
de hoogte ten hoogste 3.50 m mag bedragen; de inhoud ten hoogste 50 m³ mag bedragen.
15.2 Afwijken van de bouwregels met 10% a.
b.
c.
Het bevoegd gezag kan met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de regels van het plan ten aanzien van de in de deze regels genoemde percentages, hellingen en maten, mits 1. de afwijking niet meer bedraagt dan 10%; 2. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. De omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a. mag niet worden verleend voor het afwijken van: 1. het maximumoppervlak, de maximum goothoogte en de maximum nokhoogte van bijgebouwen; 2. het minimumoppervlak van gebouwen, die na een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een bed & breakfast mogen worden gebruikt. in die gevallen waarin reeds uit hoofde van de regels in de respectievelijke artikelen een omgevingsvergunning is verleend mag niet nogmaals op grond van onderhavige bepaling omgevingsvergunning worden verleend.
15.3 Afwijken ten behoeve van evenementen Het bevoegd gezag kan met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels van het plan ten aanzien van het toestaan van evenementen die met een zekere regelmaat (bijvoorbeeld jaarlijks) plaatsvinden en een planologische relevantie hebben vanwege de duur van de activiteit (inclusief het opbouwen en afbreken) en/of vanwege de omvang van de activiteit (aantal deelnemers/toeschouwers), mits: a. b. c. d. e. f. g. h.
de evenementen zijn toegestaan overeenkomstig de bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV); het evenement maximaal 15 dagen duurt, inclusief het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement; een locatie niet meer dan 3 maal per jaar voor een evenement wordt gebruikt; er geen horeca ter plaatse plaatsvindt, anders dan inherent aan het toegestane evenement; er geen detailhandel ter plaatse plaatsvindt, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane evenement, met uitzondering van vlooien- en/of rommelmarkten; in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien; aan de van toepassing zijnde milieuwet- en regelgeving wordt voldaan; het evenement niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap en de aanwezige natuurlijke en met de stiltegebieden samenhangende waarden niet worden geschaad; Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 31 -
Regels
i. j. k. l.
het evenement niet plaatsvindt binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie', behoudens op bestaande wegen en paden daarbinnen; d geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan; de verkeershinder beperkt blijft dan wel voorzien wordt in alternatieve routes; belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
15.4 Afwijken ten behoeve van tijdelijk kamperen Het bevoegd gezag kan met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels van het plan ten aanzien van het gebruik van de grond als standplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen ten behoeve van het toestaan van tijdelijke vormen van kamperen, mits: a. b. c. d.
de periode van kamperen niet meer bedraagt dan 10 aaneengesloten dagen; een locatie niet meer dan 4 maal per jaar voor tijdelijk kamperen wordt gebruikt; aanwezige waarden en belangen niet onevenredig worden geschaad; belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
15.5 Afwijken ten behoeve van de bouw van antennemasten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van bouwverboden dan wel bouwregels ten behoeve van het oprichten van antennemasten, met dien verstande dat: a.
b.
antennemasten op daken van bestaande gebouwen, niet zijnde woningen en voorzover niet vergunningvrij, zijn toegestaan, mits geen sprake is van: 1. een monument; 2. aantasting van het stedenbouwkundige beeld ter plaatse; 3. aantasting van het woonklimaat, antennemasten die niet op bestaande gebouwen worden opgericht, zijn toegestaan, mits: 1. dit niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; 2. de hoogte van de antennemast maximaal 40 meter bedraagt; 3. de antennemast uitsluitend wordt gebruikt voor telecommunicatiedoeleinden; 4. de antennemast niet in beschermde dorpsgezichten dan wel in de nabijheid van monumenten wordt geplaatst, tenzij het beschermde dorpsgezicht of monument hierdoor niet wordt aangetast; 5. de antennemast niet wordt geplaatst in: i. gebieden behorende tot het NNN en/of Natura 2000; ii. open velden of beekdalen, 6. bij het oprichten van antennemasten wat betreft plaatsing van antennes de hier genoemde volgorde wordt aangehouden: i. in eerste instantie moet de antenne worden geplaatst op/aan bestaande masten of andere infrastructurele werken (site sharing); ii. indien plaatsing zoals genoemd onder I. om technische redenen niet mogelijk is, wordt de antennemast op een industrieterrein dan wel sportterrein geplaatst; iii. indien plaatsing zoals genoemde onder I. en II.
niet mogelijk is, wordt plaatsing aan de randen van de kernen voorgestaan; 7. indien plaatsing zoals genoemd onder i., ii., en iii. niet mogelijk is, wordt plaatsing in het buitengebied toegestaan, mits: • de antennemast past binnen het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld ter plaatse; • de mast zoveel mogelijk in de omgeving wordt ingepast; Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 32 -
Regels
•
andere waarden en belangen niet onevenredig worden geschaad. d
Artikel 16 Algemene wijzigingsregels 16.1 Wijziging bestemmingsgrenzen a.
b.
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van het plan wijzigen ten behoeve van het verschuiven van de bestemmingsgrenzen, voorzover de afwijking van geringe aard is en ten aanzien van andere ondergeschikte punten, wanneer dit met het oog op de praktische uitvoering gerechtvaardigd is, respectievelijk indien de aanpassing aan de terreingesteldheid dit noodzakelijk maakt en daardoor geen belangen van derden onevenredig worden geschaad. Burgemeester een wethouders nemen bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid zoals bedoeld onder a. de in artikel 17 lid 3 gegeven procedure in acht.
Artikel 17 Algemene procedureregels 17.1 Procedure afwijkingen Bij een afwijking van het bestemmingsplan is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing.
17.2 Procedure nadere eisen Bij het stellen van nadere eisen wordt de volgende procedure gevoerd: a. b. c.
d.
het ontwerpbesluit ligt gedurende twee weken op het gemeentehuis ter inzage; burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging van het ontwerpbesluit in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze bekend; de bekendmaking houdt mededeling in van de mogelijkheid van belanghebbenden om schriftelijk of mondeling zienswijzen over het ontwerpbesluit bij het college naar voren te brengen gedurende de termijn van terinzagelegging; burgemeester en wethouders maken aan hen, die zienswijzen naar voren hebben gebracht, de beslissing op die zienswijzen bekend.
17.3 Procedure wijzigingen Bij het wijzigen van het plan ingevolge de in deze regels opgenomen wijzigingsbevoegdheid ex artikel 3.6 lid 1 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), worden de procedureregels van artikel 3.9a. in acht genomen en, indien van toepassing, wordt daaraan voorafgaand de inspraakprocedure als bedoeld in de gemeentelijke inspraakverordening gevolgd.
Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 33 -
Regels
Artikel 18 Overige regels d 18.1 Wettelijke regels Indien en voor zover in deze regels of in de verbeelding wordt verwezen naar wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
18.2 Voorrangsregels dubbelbestemmingen 18.2.1 Strijdigheid belangen In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, met name aan de orde bij wijzigingsbevoegdheden, blijft het belang van de dubbelbestemming overeind. De dubbelbestemming vormt het toegevoegde na te streven nieuwe beleid en levert als zodanig extra criteria op voor de uit te voeren toetsing bij de wijzigingsbevoegdheid. Kan bij wijziging niet aan deze criteria voldaan worden en/of wordt op enig vlak onevenredige schade aangebracht dan kan geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. 18.2.2 Voorrangsregeling dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat, gelet op het totaalbeleid voor het buitengebied, dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. b. c. d. e. f.
Waarde - Ecologie; Waarde - Landschapselement; Waarde - Beekdal; Waarde - Cultuurhistorie; Waarde - Archeologie 5; Waterstaat - Erosie.
Uitzondering hierop, in de vorm van nevenschikking, is mogelijk, wanneer compensatie van eventueel verlies aan kwaliteit is gegarandeerd.
18.3 Parkeren 18.3.1 Parkeernorm Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c.
d.
In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; In het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; voor het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid dient te worden voldaan aan het bepaalde in bijlage 2 'Bepalen parkeerbehoefte'. Indien parkeerbeleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad, wordt de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan het gewijzigde parkeerbeleid zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning; de parkeervoorzieningen als bedoeld onder a. en b. dienen in stand te worden gehouden; Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 34 -
Regels
e.
In afwijking van het bepaalde onder a, b en c kan bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen: d 1. indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; en 2. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien.
18.3.2 Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag is kan de parkeernormen zoals bedoeld in artikel 18 lid 3.1 sub c en zoals opgenomen in bijlage 2 wijzigen, indien een actualisatie van de kencijfers van de CROW heeft plaatsgevonden en de geactualiseerde kencijfers gehanteerd worden.
Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 35 -
Regels
4 Overgangs- en slotregels d Artikel 19 Overgangsrecht 19.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
b.
c.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
19.2 Overgangsrecht gebruik a. b.
c.
d.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 20 Slotregel Deze regels met bijlagen worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan 'Waterrijk 3 Gronsveld' van de gemeente Eijsden-Margraten.
Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 36 -
Regels
Bijlage 1 Kleinschalige landschapselementen d
Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 37 -
Regels
Bijlage 2 Bepalen parkeerbehoefte d
Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 38 -
Regels
Bijlage 3 Ontwerp positionering hagen d
Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 39 -