CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20221018 08e Toelichting bijlage 3 - spuitonderzoek.pdf

* Raadsvergaderingen 18 oktober 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan Waterrijk 3 gronsveld10.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In de onderhavige situatie zou dat betekenen dat op een afstand van 5 meter van de betrokken gewaspercelen sprake zou zijn van een blootstelling tot circa 72% van de AOEL, teruglopend tot circa 66% AOEL op 10 meter indien jaarlijks alle genoemde gewasbeschermingsmiddelen zouden worden toegepast. Gelet op de omstandigheid dat gewasbeschermingsmiddelen niet in dergelijke hoeveelheid / potentiële schadelijkheid en omvang zullen worden toegepast, zal cumulatie in deze zin dus niet leiden tot overschrijding van de AOEL voor wat betreft blootstelling aan drift voor omwonende kinderen jonger dan 3 jaar maar ouder dan 1 jaar. 4.4.2. Kinderen jonger dan 1 jaar Het EFSA-model biedt niet de directe mogelijkheid om conclusies te trekken voor wat betreft de blootstelling van kinderen jonger dan 1 jaar en ongeboren kinderen. Voor de kinderen jonger dan 1 jaar kan er echter wel van worden uitgegaan dat blootstelling primair plaatsvindt door inhalatie en in beperkte mate via directe blootstelling van de huid / mond. Dit omdat kinderen jonger dan drie jaar beperkt zelfstandig mobiel zijn en buiten in principe worden vervoerd in kinderwagen of vergelijkbaar.

Blootstelling via hand-mondbewegingen (speelgoed, vegetatie en andere objecten welke aan drift hebben blootgestaan en die worden aangeraakt met hand en eventueel aansluitend mond) kan in principe meer worden uitgesloten dan bij oudere kinderen die zelfstandig mobiel zijn. Kinderen jonger dan 1 jaar hebben daarbij een kleinere longinhoud, waardoor blootstelling via inhalatie ook lager zal zijn. Tegelijkertijd is wel sprake van hogere kwetsbaarheid vanwege het lagere gemiddelde lichaamsgewicht. Uitgaande van een woonsituatie zullen kinderen jonger dan 1 jaar die ter plaatse worden geboren maximaal 1 jaar en 9 maanden blootgesteld staan aan drift, waarna v.w.b. langdurige blootstelling wordt voldaan aan de uitkomsten van het EFSAmodel.

Adromi B.V.

wil/R202168/2101g

Pagina 27 van 32

Spuitzone onderzoek Waterrijk 3 Gronsveld

Als voor wat betreft de beoordeelde gewasbeschermingsmiddelen bij wijze van indicatie geen rekening wordt gehouden met opname via de mond en alleen rekening wordt gehouden met blootstelling via inhalatie en de huid, dan is sprake van een ruime marge tot aan de maximaal toegelaten blootstellingsnormen. Hierbij speelt verder een rol dat deze normering is gebaseerd op de inhalatiewaarden van kinderen van 1 tot 3 jaar, dus kinderen met een al grotere longinhoud, ondanks het lagere lichaamsgewicht. Voor wat betreft ongeboren kinderen geldt dat het lichaam van de moeder in eerste instantie bescherming biedt tegen blootstelling. De maximale blootstelling overschrijdt daarbij hoe dan ook niet de AOEL omdat de blootstelling van de foetus kan worden beschouwd als een klein percentage van de blootstelling die de moeder ondervindt. 4.5. Voorzorg Op basis van het EFSA-model kan worden gesteld dat de blootstelling aan individuele gewasbeschermingsmiddelen als gevolg van drift op een afstand van 5 meter uit de agrarisch te bestemmen gronden in het plangebied zelf geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s met zich brengt. Tegelijkertijd is sprake van een onzekerheidsfactor als het gaat om de blootstelling aan gevaarlijke stoffen voor wat betreft mogelijke cumulatie alsook als het gaat om kinderen jonger dan 1 jaar. Immers op dit vlak kunnen alleen indicatieve conclusies worden getrokken.

Ten einde uit voorzorg driftblootstelling zo veel mogelijk te minimaliseren, dient bij voorkeur te worden gekozen voor het toepassen van aanvullende afscherming / afstand. Immers, zoals ook uit de rekenresultaten blijkt, neemt de driftblootstelling niet evenredig af met de toegenomen afstand tot een gewasperceel. Een en ander laat onverlet dat het bij toepassing van het voorzorgbeginsel gaat om het bereiken van een acceptabele blootstelling: blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen vanwege het wonen in/nabij agrarisch gebied zal nu eenmaal hoger kunnen zijn dan bij het wonen in stedelijk gebied, waarbij een persoon alleen (residuen van) gewasbeschermingsmiddelen kan binnenkrijgen via voedsel. Blootstelling aan drift als een individuele bron van (potentieel) schadelijke stoffen dient in principe teruggebracht tot een maatschappelijk aanvaardbaar gezondheidsrisico, vergelijkbaar met andere individuele gezondheidsrisico’s waaraan iemand kan zijn blootgesteld in zijn of haar al dan niet toevallige woon- en werkomgeving (zoals op het vlak van arbeidsomstandigheden, blootstelling aan uitlaatgassen in de file en dergelijke). Er wordt geen rekening gehouden met de noodzaak om maatregelen te nemen aan de toegangsweg tot het perceel, aangezien de verblijftijd hier uit de aard der zaak zeer kort is.

Adromi B.V.

wil/R202168/2101g

Pagina 28 van 32

Spuitzone onderzoek Waterrijk 3 Gronsveld

5.

Conclusie en aanbevelingen

In de context van de beoogde realisatie van een tweede woning via een inpandige verbouwing in de bestaande hoeve op het perceel Waterrijk 3 te Gronsveld, heeft een spuitzone onderzoek plaatsgevonden naar de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen door drift vanwege aan de nieuwe woonbestemming aangrenzende agrarisch bestemde gronden (percelen met nummer 664 en 719) waarop teelt van onder meer fruitbomen (en andere gewassen met teeltondersteuning tot 4 meter hoogte) kan plaatsvinden met professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Er is gebruik gemaakt van het EFSA-model om de blootstelling aan drift van een aantal representatieve gewasbeschermingsmiddelen in beeld te brengen. Gelet op de beoordeling die voor individuele representatieve middelen heeft plaatsgevonden op basis van het EFSA-model, behoeft op een afstand van 5 meter uit de gewaspercelen al geen rekening meer te worden gehouden met een te hoog risico op blootstelling aan drift. Uit voorzorg zou aanvullend moeten worden gekozen voor extra afscherming. 5.1. Invulling voorzorgbeginsel door extra afscherming Uit voorzorg zou aanvullend moeten worden gekozen het realiseren van extra afscherming langs de oostelijke en zuidelijke perceelgrenzen in de vorm van een vanggewas. Verwezen wordt naar figuur 7. 5.1.1.

Hoogte Voor wat betreft deze afscherming wordt geadviseerd om te kiezen voor het aanplanten van een vanggewas langs de betrokken perceelgrenzen. Dit vanggewas dient een hoogte te hebben van 5 meter, te weten 1 meter hoger dan de representatieve teelten tot 4 meter hoogte. 5.1.2. Soortkeuze Er dient rekening te worden gehouden met uitvoering van gewasbehandeling buiten de volbladperiode. Dit betreft met name de bestrijding van schimmels. Om die reden dient te worden gekozen voor een niet bladverliezende soort. 5.1.3. Doorzichtigheid en doorlatendheid Het effect van een vanggewas op de perceelgrens met een gewasperceel berust op de filterende werking van het bladerdek. Een vanggewas dient dus een bepaalde dichtheid te hebben om enerzijds luchtdoorlatend te zijn en anderzijds voldoende drift te kunnen opvangen. Deze filterende capaciteit is afhankelijk van de plantensoort: een coniferenhaag is bijvoorbeeld dichter dan een elzenhaag en zal daardoor meer reductie geven41. Een te hoge dichtheid zorgt echter voor een afname in de filterende werking, doordat er niet voldoende lucht door de haag kan stromen44, 45. Dit kan ertoe leiden dat de

44

Felsot, A. S., Unsworth, J. B., Linders, J. B., Roberts, G., Rautman, D., Harris, C., & Carazo, E. (2010). Agrochemical spray drift; assessment and mitigation—A review. Journal of Environmental Science and Health Part B, 46(1), 1-23. 45 Mercer, G. N. (2009). Modelling to determine the optimal porosity of shelterbelts for the capture of agricultural spray drift. Environmental modelling & software, 24(11), 1349-1352.

Adromi B.V.

wil/R202168/2101g

Pagina 29 van 32

Spuitzone onderzoek Waterrijk 3 Gronsveld

wind niet door de haag blaast en daarbij drift in de vorm van druppels deponeert, maar druppels juist over de haag transporteert welke dan op grotere afstand neerslaan. De dichtheid van een windhaag kan worden gemeten als de optische dichtheid. De optische dichtheid kan worden gemeten door het bepalen van de optische porositeit: de zichtbaarheid achter/door de haag oftewel de som van de “gaten” in het bladerdek. Dit kan worden gemeten met behulp van een digitale camera, een witte doek achter de haag en specifieke (analyse)software46. Hoewel voor de hand ligt dat er een verband is tussen de mate van optische dichtheid en de driftreductiecapaciteit, zijn hier geen cijfermatige verbanden aan te geven. Een bladerdek dat zodanig gesloten en aaneengesloten is dat objecten door de haag kunnen worden waargenomen, maar niet kunnen worden herkend (kleur van bijvoorbeeld een auto, maar niet merk en type) zal in algemene zin voldoende invulling geven aan het voorzorgbeginsel waarbij de luchtstroom voldoende wordt gefilterd en afgeremd dat drift in de haag zal neerslaan, terwijl de luchtstroom niet zodanig wordt geblokkeerd dat deze inclusief drift over de haag heen zal slaan. Qua positie van deze haag dient te worden gekozen voor realisatie op zo kort mogelijke afstand tot het teeltperceel, dus in dit geval op de erfgrens. 5.2.

Planregeling Overeenkomstig deze rapportage is in de planregels een voorwaardelijke bepaling opgenomen ten einde te voorzien in voornoemde afscherming vooraleer de woningsplitsing zal worden toegelaten. Eventueel kan in de planregels worden te voorzien in de mogelijkheid om een tijdelijke omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen voor de bouw van schermen. Deze schermen kunnen dan worden verwijderd zodra het vanggewas de vereiste hoogte heeft bereikt.

46

Lazzaro, L., Otto, S., & Zanin, G. (2008). Role of hedgerows in intercepting spray drift: Evaluation and modelling of the effects. Agriculture, ecosystems & environment, 123(4), 317-327.

Adromi B.V.

wil/R202168/2101g

Pagina 30 van 32

Spuitzone onderzoek Waterrijk 3 Gronsveld

Figuur 7: afscherming met haag aan zijden waar afstand van woonbestemming tot toepassing gewasbescherming minder dan 50 meter bedraagt

Adromi B.V.

wil/R202168/2101g

Pagina 31 van 32

Spuitzone onderzoek Waterrijk 3 Gronsveld

Bijlagen 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7)

Berekening op basis van het EFSA-model voor Teppeki Berekening op basis van het EFSA-model voor Captan 80 WG Berekening op basis van het EFSA-model voor Switch Berekening op basis van het EFSA-model voor Roundup Berekening op basis van het EFSA-model voor Batavia Berekening op basis van het EFSA-model voor Wing P Berekening op basis van het EFSA-model voor DiPel DF

In het overzicht zijn de berekeningen opgenomen als .pdf. Echter de tot deze rapportage behorende berekeningen zijn aangeleverd / bijgevoegd als Excel-bestand.

Adromi B.V.

wil/R202168/2101g

Pagina 32 van 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=f4c6e741-5e9c-4e35-a533-b605e3b34c3b