CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20220524 17s Bijlage 4.12 bij Toelichting Zienswijze reclamant 2 (geanonimiseerd).pdf

* Raadsvergaderingen 7 juni 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heiweg 7 st. Geertruid3.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kantoor V Hert ogen bosch / Postbus 23000, 1100 DM Amsterdam Bezoekadres: Onderwijsboulevard 206-224, 5223 DJ 's-Hcrtogcnbosch

Telefoon

viaAmsterdam

*!■

in ! Icuv

A.:i:

'Tl*

V * ■! j 11 * j

Gemeenteraad van de gemeente Eijsden-Margraten T.a.v. A.J.B. Smeets Postbus 10 6269 ZG MARGRATEN

r. i

7 1 M.rn

r-ev, K.VrV

.vu

1 3 WM 2020

•/Ml

12-03

vVtv

(

Raad ^

VVV

i ttmm

BVO

Per telefax 0434588400 Per aangetekende e-mail info@eijsden-magraten.nl

Dossiernummer: CHY.9.20.005923

Telefoon:020-6518888

Datum: 11 maart 2020

Behandelddoor: Mw. mr. L.A. Sluiter afwezig donderdag

E-mail: dossiergroep@das.nl Fax:020-6914737 vermeldons dossiernummer in de onderwerpregel

Betreft: AANVULLENDE ZIENSWIJZEN Uw kenmerk: 436805

Geachte Raad, Bij brief van 18 februari 2020 heb ik namens mijn cliënt een pro forma zienswijze ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan Heiweg 7, Sint Geertruid. Bij brief van 28 februari 2020 heeft u mij de mogelijkheid geboden de zienswijzen aan te vullen.Hierbij zend ik u de inhoudelijke zienswijzen. De zienswijze zal op ieder van de afzonderlijke onderdelen van het ontwerpbestemmingsplan gaan, te weten: 1. de toelichting; 2. de verbeelding; 3. de planregels.

in

Ad 1. Toelichting Aanleiding en doel In het ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat de aanleiding en het doel van de wijziging is om op de bedrijfslocatie aan de Heiweg 7 het aantal kampeerplaatsen van 25 naar 40 stuk uitte breiden. De exploitant heeft reeds viervakantiewonirtg&ndn gebruik, de uitbreiding van het saniAmsterdam

De Entree 222 Postadres Postbus 23000 1100 DM Amsterdam

I 020 6517 517 F 020 6914 737 www.das nl

NV

(KfAiy KSUrmStk KionfgsricfltVOTZOkoron

IBAN NL07ABNA 0243 1333 59 (premie) IBAN NL46ABNA 0243 1604 96(overig)

BIC ABNANL2A KvK 33110754

330-014

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij

Pagina 2 DossiemrCHY 9.20.005923

tair is al gerealiseerd en de agrarische activiteiten zijn in de loop der jaren sterk afgenomen. De feitelijke situatieis dat de recreatieveactiviteiten zowel voor wat betreft het ruimtelijk beslag, de uitstraling en het inkomen de hoofdactiviteit vormt en dat de agrarische activiteiten een nevenac­ tiviteitis geworden. De met het bestemmingsplan strijdige situatiewordt met dit in procedure gebrachte plan in over­ eenstemming gebracht met de juridischesituatie. Feitelijk is aldusdeels sprake van legalisatie van de feitelijk bestaande illegale situatieen deels sprake van een nieuwe ontwikkeling die thans juridisch wordt geregeld. Omvang agrarische activiteiten/noodzaak in stand houden gebouwen en realisatie nieuwbouw Initiatiefnemer laat in het ongewisse, en beschrijft hierover niets in het hele ontwerpplan, welke omvang het agrarisch bedrijf (nog) heeft (wat is het aantal zoogkoeien, het aantal jongvee en het areaal aan grasland en akkerland ?). Onduidelijk is dan ook of het herbestemmen van de be ­ staande loods tot potstal in deze omvang en op deze wijze noodzakelijk is.

Voor zover kan wor ­ den nagegaan hebben de agrarische activiteiten nog maar een zeer beperkte omvang en is het de vraagof de gebouwen -loods A, een gedeelte van loods B en loods D- nog wel noodzakelijk zijn voor de agrarische activiteiten en of de functie van deze gebouwen op termijn omgezet gaat wor ­ den naar recreatieveactiviteiten. Te meer nu uithet principeverzoek van 21 oktober 2016blijkt dat loods D geen functie heeft en alle agrarisch producten af land geleverdworden en dus niet op de bedrijfslocatie aan de Heiweg 7 opgeslagen worden. In het verlengde hiervan dient zich ook de vraagaan of het uitbreiden van loods B met een living voor de B&B noodzakelijk is, gelet op de gigantische overcapaciteit aan (agrarische) gebouwen. Naar de mening van cliënt kan de living geïntegreerd worden inpandig in loods B, dan wel loods D. Er is meer dan voldoende ruimte inpandig in de bestaande bedrijfsgebouwen aanwezig. Tiideliike uitbreiding met 15 kampeerplaatsen/permanent Op 16mei 2019 is op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) in samenhang met artikel 4, elfde lid, bijlage II van het Besluitomgevingsrecht (hierna: Bor) een tijdelijke omgevingsvergunning verleend. Met voorliggend plan wordt de uitbreiding met 15 kampeerplaatsen permanent geregeld.

Een motive­ ring ontbreekt waarom in eerste instantie de uitbreiding met 15 kampeerplaatsen slechts tijdelijk werd toegestaan en nog geen jaar later opeens de uitbreiding met kampeerplaatsen permanent wordt toegestaan/geregeld. Voor cliënt is al lang duidelijk dat deze procedure in gang is gezet omdat de planologischjuridischesituatieniet in overeenstemming is met de feitelijke situatieen dat er al langere tijd sprake is van een toeristisch-recreatief bedrijf met een agrarische nevenactiviteit. Bed & breakfast? In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan wordt gesproken over de realisatie van 8 ka ­ mers voor bed & breakfast (B&B). Volgens het adviesvan de themagroep vrijetijdseconomie (VTE), zie bijlage 2 bij de toelichting, kan niet gesproken worden van een B&B, omdat op basis van het aantal kamers geen sprake meer is van ondergeschiktheid aan de woonfunctie (naast on ­ der andere de viergerealiseerde appartementen en de 40 kampeerplaatsen).

Pagina 3 Dossiemr CH Y.9.20.005923

Kennelijk kan niet gesproken worden over een B&B, maar wat is de realisatie van de 8 kamers juridisch-planologisch dan wel? Het ontwerpplan is op dit punt tegenstrijdig en biedt daar geen enkele duidelijkheid over. Spuitcirkel/ontbreken goed woon-en leefklimaat Gesteld wordt dat de laatste jaren steeds nadrukkelijker rekening moet worden gehouden met spuitzones of -cirkels rondom nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en vooral ontwikkelingen in het agrarische buitengebied. In de praktijk is een vuistregeldie aangeeft dat er ten minste een spuitvrijezone van 50 meter moet worden aangehouden en dat deze niet onredelijk wordt geacht. In onderhavig geval is onvoldoende rekening gehouden met deze spuitvrijezone. Bij de herbe ­ stemming van een gedeelte van de gronden van boerderij camping naar recreatie is geen rekening gehouden met de spuitvrijezone van 50 meter naar het perceel noordelijk gelegen van de locatie. Daarmee is de nieuwe beoogde ontwikkeling gelegen in de spuitvrijezone en is er geen sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het bedoelde perceel MGT 02 S261 is niet het eigendom van initiatiefnemer en dit betekent vooralsnog dat de planologische uitvoerbaarheidvan dit ge­ deelte van het ontwerpplan niet haalbaar is.

Natura2000/ontbreken passende beoordeling/significante effecten Onder de kop Wet natuurbescherming / Natura2000 wordt gesteld dat voor iedere uitbreiding en/of wijziging van de inrichting beoordeeld moet worden of sprake is van significante gevolgen voor een of meer Natura2000-gebied(en). Het dichtstbij gelegen Natura2000-gebied is gelegen op slechts 35 meter afstand. Voor de realisatie van de beoogde ontwikkelingen, te weten: het rea­ liseren van de B&B’s, het aanleggen van de parkeerplaats, het ombouwen van de loods tot pot ­ stal en het realiseren van de camping, heeft geen passende beoordeling plaatsgevonden. Daarnaast beschikt initiatiefnemer niet over een Natuurbeschermingswetvergunningvoor de be ­ staande activiteiten, laat staan voor de bestaande agrarische activiteiten in combinatie met de nieuwe activiteiten van de uitbreiding naar 40 kampeerplaatsen, de realisatie van 8 B&B’s en een beweegtuin, een houtvergassingskachel. Er heeft geen passende beoordeling plaatsgevonden. Op dit moment is niet duidelijk of al dan niet sprake is van significante gevolgen op het in de nabij ­ heid gelegen Natura2000-gebied en zo lang die passende beoordeling niet heeft plaatsgevonden en dusniet vaststaat dat er geen sprake is van significante effecten is het plan niet uitvoerbaar.

Parkeren Hoewel gesteld wordt dat voldaan wordt aan de parkeerbehoefte, blijkt dat op geen enkele wijze uithet ontwerpplan. Initiatiefnemer heeft nagelaten om het aantal parkeerplaatsen in relatie tot zijn activiteiten te bepalen. Daarnaast blijkt uitbijlage 1 dat een gedeelte van een bestaand par ­ keerterrein -ten noordwesten van het kampeerterrein- komt te vervallenen dat het bestaande par ­ keerterrein ten westen van de nieuw te realiseren potstal ook deels komt te vervallenvanwege de opslag van ruwvoer.Initiatiefnemer moet eerst het aantal parkeerplaatsen berekenen -inzichtelijk maken- voor het samenstel van activiteiten om vervolgensde oppervlakte te kunnen bepalen die benodigd is voor parkeren. Gelet op vorenstaande is thans volstrekt onduidelijk of het parkeren een belemmering vormt voor het initiatief en of initiatiefnemer op zijn eigen terrein voldoende parkeerruimte heeft gereali­ seerd.

Pagina 4 Dossiemr CM Y.9.20.005923

Inpassina/teqenprestatie Voor recreatieveen toeristische voorzieningen die gebiedseigen zijn in het buitengebied (GKM module 2) staat een inpassing en tegenprestatie in een verhouding van 1:5. Inclusief inpassing levertde ontwikkeling circa 5 keer zoveel nieuw groen op als nieuw rood en grijs. Het groen wordt daarbij passend bestemd en beschermd. De bestemming wordt gewijzigd van ‘Agrarisch-Bedrijf in ‘Recreatie-Verblijfsrecreatie ’. Dit is een geheel nieuwe ontwikkeling. Uit het plan blijkt op geen enkele wijze dat een inpassing en tegenprestatie in een verhouding van 1:5 plaatsvindt. In plaats van overtollige bebouwing te verwijderen/amoveren -loods D- bouwt initiatiefnemer nog een living, terwijl deze -gelet op de beperkte omvang van de agrarische activiteiten- ook inpandig kan worden gerealiseerd. Dat het bouwvlak wordt verkleind is niet relevant voor de vraagnaar de omvang van de inpas ­ sing, want ten opzichte van het bestemmingsvlak ‘Agrarisch-Bedrijf neemt het bestemmingsvlak ‘Recreatie-Verblijfsrecreatie ’ aanzienlijk toe met maar liefst 6.000m2. Dit betekent ook dat de grijze ontwikkeling, de kampeermiddelen, over een aanzienlijk groter gebied worden gesitu­ eerd dan voorheen, waardoor wel degelijk sprake zal zijn van een inpassing van 1:5 en daar is in het huidigeplan niet aan voldaan.

Het adviesvan de Kwaliteitscommissie gemeente EijsdenMargraten 2018 kan derhalveniet standhouden nu niet voldaan is aan de kwaliteitsbijdrage van 1:5. Adviesthemauroep vrijetijdseconomie (VTE1 Gesteld wordt dat het adviesvan de VTE opgesteld is vanuithet perspectief van een goed functi­ onerende recreatief-toeristische sector en de daarbij behorende randvoorwaarden. Waar de themagroep haar standpunt, dat sprake is van een goed functionerend recreatief-toeristisch bedrijf, op baseert is volstrekt onduidelijk. Iedere onderbouwing hiervoor ontbreekt. De volgende drie passages uithet adviesvan de VTE worden hierna nader beschouwd: • De voorgenomen uitbreiding is beschreven in het 10-jaarsbedrijfsplan. In dit bedrijfsplan zijn geen verdereuitbreidingen opgenomen. De gemeente zal dit vastleggen in het bestemmingsplan. • De themagroep constateert dat de beoogde doelgroep een doelgroep is waarvoor in ZuidLimburg al veel aanbod aanwezig is. • Alles overziend staat de themagroep positief tegenover dit initiatief. Op het eerste gedachtebolletje ga ik hierna in bij de bespreking van de verbeelding en de planregels. De themagroep VTE merkt op dat de beoogde ontwikkeling en de doelgroep waarvoor de beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd al een ruimaanbod kent.

De beoogde ontwikkeling is daarmee niet onderscheidend, maar meer van hetzelfde en wordt dus gerealiseerd om te concur­ reren met het reeds aanwezige grote aanbod aan voorzieningen op dat vlak in Zuid-Limburg.Uit niets blijkt dat de beoogde ontwikkeling iets toevoegt aan het bestaande aanbod van toeristischrecreatieveactiviteiten. Met de beoogde ontwikkeling wordt iets gerealiseerd dat meer van het­ zelfde is en ervoor zorgt dat bij initiatiefnemer dan wel derden leegstand ontstaat. Uit de stukken blijkt niet dat er onderzoek is verrichtdoor initiatiefnemer dan wel de gemeente of er überhauptsprake is van vraagnaar de beoogde ontwikkeling (op het reeds bestaande grote aanbod). Het tegendeel is -op basis van de expertise van de themagroep- kennelijk het geval. Daarnaast is ook niet gebleken dat daar waar thans 15 kampeerplaatsen aan het huidigeaanbod permanent wordt toegevoegd elders 15 kampeerplaatsen verdwijnen, terwijl in de regio hierover

Pagina 5 Dossiemr CU V 9 20 005923

wel afspraken zijn gemaakt in het kader van het dynamisch voorraadbeheer van de vrijetijdseconomie . Daarnaast is afgesproken dat met nieuwe ontwikkelingen ook nieuwe/andere doelgroe ­ pen worden aangetrokken. Daar is met de beoogde ontwikkeling ook geen sprake van. In regio ­ verband wordt ook nagestreefd dat kwaliteit en kwantiteit van verblijfsrecreatievevoorzieningen beter in balans wordt gebracht. Met de boogde ontwikkeling, gelet ook op de opmerkingen van de themagroep VTE, wordt alleen maar een grotere disbalans gecreëerd in de kwaliteit en kwan ­ titeit van het aanbod in relatie tot de vraag naar verblijfsrecreatievevoorzieningen. Hiermee wordt immers voorkomen dat het aanbod van verblijfsrecreatievevoorzieningen, lees kampeerplaatsen, maar ook B&B-voorziening, de vraagoverstijgt en de bezettingsgraad van de reeds be ­ staande voorzieningen te laag is en deze voorzieningen voor ander doeleinden gebruikt gaan worden. Bovendien heeft de ongelimiteerde uitbreiding van kampeermiddelen en B&Bvoorzieningen ook een negatieve ruimtelijke uitstraling. Opmerkelijk is dan ook, in het licht van vorenstaande, dat de themagroep VTE, hoewel voor deze doelgroep al een groot aanbod is, tot een positief advieskomt. Ten slotte merk ik nog op dat het adviesvan de themagroep VTE niet compleet en niet onderte ­ kend is.

Ad 2 Verbeelding Boomgaard Uit het adviesvan de gemeentelijke kwaliteitscommissie volgt dat de naastgelegen boomgaard opgenomen dient te worden in het plangebied (zie bijlage 7 bij de toelichting van het ontwerp ­ plan). Uit de verbeelding bij het ontwerpplan blijkt niet dat de (volledige) naastgelegen boom ­ gaard in het plangebied is meegenomen. Een motivatie waarom de volledige boomgaard niet is meegenomen in het plangebied ontbreekt. In concreto betekent dit dat de bouwkavelgrens ten noordwesten van de bestaande gebouwen cir­ ca 22-23 meter in zuidoostelijke richting moet worden verlegden daardoor verderzou afnemen met een oppervlakte van circa 2.200 m2 (zie groene vlak in afbeelding 1 hier beneden). Alsdan is sprake van een eng begrensde bouwkavel die geen rechtstreekse ruimte biedt voor nieuwe ont ­ wikkelingen -onder andere de realisatie van nieuwe gebouwen- en die ook op basis van meerge­ noemd 10-jaars bedrijfsplan niet zijn voorzien en dusniet noodzakelijk zijn. Bouwkavel Op basis van het 10-jaars bedrijfsplan, bijgevoegd als bijlage 8 van de toelichting bij het ont ­ werpplan, vinden er geen ontwikkelingen meer plaats de komende 10 jaar. Hoewel de bouwkavel wordt ingeperkt, biedt deze nog steeds veel ruimtevoor het realiseren van nieuwe ontwikkelin ­ gen die niet voorzien zijn op basis van het 10-jaars bedrijfsplan.

De bouwkavel binnen de nieuwe bestemming ‘Recreatie-Verblijfsrecreatie ’ is nog veel te ruim en moet op basis van het 10-jaars bedrijfsplan strakker langs de bestaande gebouwen worden ge­ trokken.

Afbeelding 1. Verkleinen bouwkavel (zie groene vlak). De verbeelding moet (nog) in overeenstemming worden gebracht met het 10-jaarsbedrijfsplan van initiatiefnemer.

Bestemmingsvlak ‘Recreatic-Verblijfsrecreatie ’ Ten westen van het bestemmingsvlak 'Rccreatie-Verblijfsrecreatie ’ met de functieaanduiding ‘'specifieke vorm van recreatie-10 kampeerplaatsen' is een strook grond met een oppervlakte van circa 536 m2 bestemd tot ‘Recreatic-Verblijfsrecreatie ’ (zie afbeelding 2 hieronder). Onduidelijk is waarom dit gedeelte van het bedrijfsterrein van initiatiefnemer bestemd is tol ‘RecreaticVerblijfsrecreatie ’.

Pagina 7 Dossiernr CU V‘).20 005923

EaaaA.-

ï'-C'-v-'idM

imtit Pm''

im .

iiT^TfS

mm ■ ■'. ï't •/ iv.r'Vv-'ir;.;.;'

Afstand en oppervlakte meten Afstand: 94,67m Oppervlakte: 53S.64 n

Afteclding 2. Verkleinen bestemmingsvlak ‘Recreatieve-Verblijfsrecreatie’ (zie groene vlak). Omdat op dit gedeelte van het terrein geen kampeermiddelen mogen staan, deze gebieden zijn specifiek aangeduid op de plankaart, en in het bedrijfsplan geen specifieke bestemming aan deze gronden is toegekend, zou deze grond de bestemming ''Agrarisch met waarden ’ moeten krijgen, in ieder geval niet de bestemming ‘Recreatic-Verblijfsrecreatie ’. De verbeelding moet op dit punt (nog) in overeenstemming worden gebracht met het 10-jaarsbedrijfsplan van initiatiefne ­ mer.

Ad 3 Planregels Standplaatsen/kampeermiddelen Initiatiefnemer heeft het in het verleden niet zo nauw genomen met het aantal te plaatsen kam ­ peermiddelen en de locatie van de te plaatsen kampeermiddelen. In de handhavingszaak is aan ­ geloond dat initiatiefnemer meermaals meer kampeermiddelen heeft geplaatst dan op dat mo ­ ment waren toegestaan en daarenboven stonden de kampeermiddelen op plaatsen waar deze qua bestemming niet mochten staan.

Pagina 8 DossiemrCHY 9.20.005923

Op basis van de verbeelding zou de indruk gewekt kunnen worden dat de 40 kampeermiddelen slechts op bepaalde locaties/terreingedeelten van initiatiefnemer geplaatst mogen worden. Im­ mers, op de verbeelding staan de volgende aanduidingen binnen de bestemming ‘RecreatieVerblijfsrecreatie ’: • specifieke vorm van recreatie -10 kampeerplaatsen; • specifieke vorm van recreatie -12 kampeerplaatsen; • specifieke vorm van recreatie -18 kampeerplaatsen. Op basis van artikel 5.1 ‘bestemmingsomschrijving ’ van de planregels in samenhang met de ar­ tikelen 5.2.1 en 5.5.1 mogen buiten de terreinen/gronden met voomoemde aanduidingen, maar wel op gronden met de bestemming ‘Recreatie-Verblijfsrecreatie ’ wel degelijk kampeerplaatsen worden gerealiseerd en aldus kampeermiddelen worden geplaatst. Immers op basis van artikel 5.2.1. mogen de gronden met de bestemming ‘Recreatie-Verblijfsrecreatie ’ ingericht worden voor standplaatsen voor toercaravans, vouwwagens, campers, tenten en huifkarren. Daarnaast wordt niet uitgesloten dat kampeermiddelen tijdens het kampeerseizoen ook geplaatst mogen worden buiten de terreinen/gronden met de hierboven genoemde aanduiding.

De planregels moe ­ ten worden aangepast, zodat buiten de drie gebieden met voornoemde aanduidingen geen stand ­ plaatsen mogen worden gerealiseerd en daardoor ook geen kampeermiddelen mogen worden ge­ plaatst tijdens het kampeerseizoen en uiteraard ook niet buiten het kampeerseizoen. De thans voorliggende planregels laten meer toe dan noodzakelijk is en geven initiatiefnemer extraniet noodzakelijke ruimteom buiten de terreinen met de hierboven genoemde aanduidingen standplaatsen te realiseren en kampeermiddelen te plaatsen. De planregels moeten op dit punt dan ook worden aangepast. Omvang kantine/ontsparminesruimte/horeca Uit artikel 5.1 ‘bestemmingsomschrijving ’ blijkt dat horecavoorzieningen, ondergeschikt en/of inherent aan de verblijfsrecreatievefunctie zijn toegestaan. Artikel 5.2.1 van de bouwregels be ­ paalt dat voor kantine/ontspanningsruimte/horeca-accommodatie, een vloeroppervlak van ten hoogste 200 m2 per verblijfsrecreatievevoorziening is toegestaan. Uit de redactie en samenstel van deze bepalingen mag per verblijfsrecreatievevoorziening, dus voor het kamperen, de B&B en de vakantieappartementen per recreatievevoorziening 200 m2 aan kantine/ontspanningsruimte/horeca-accommodatie worden gerealiseerd. Tezamen zou op basis van de planregels dus600m2 aan kantine/ontspanningsruimte en horecaruimte kunnen worden gerealiseerd.

Ook deze planregel moet worden aangepast, zodat voor het volledige recre­ atievebedrijf van initiatiefnemer maximaal 200 m2 aan ruimtevoor kantine/ontspanningsruimte/horeca-accommodatie is togestaan. Bouwvlak Uit het door initiatiefnemer overgelegde 10-jaars bedrijfsplan blijkt dat er geen verdere bedrijfs ­ ontwikkelingen te verwachten zijn, zowel voor de recreatieveactiviteiten als voor de agrarische activiteiten de komende 10 jaar. Zoals hierboven al is gezegd onder de kop Verbeelding, zou daarom het bouwkavel drastisch moeten worden verkleind. Volledigheidshalve en om onnodige herhaling te voorkomen wordt op deze plaats verwezen naar hetgeen hierover hierboven reeds naar voren is gebracht. Deze inperking is ook gerechtvaardigd, omdat op basis van de planregels, zie artikel 5.2.1, onder a, het hele bouwvlak bebouwd mag worden.

Pagina 9 Dossiemr CHY 9.20.005923

Ook de bepaling zoals opgenomen in artikel 5.2.1, onder b van de planregels is een volstrekt overbodige bepaling. Immers, de sanitaire voorziening is/wordt nieuw gerealiseerd in loods B ten behoeve van de thans beoogde ontwikkeling. Dit is tevens voor de komende 10 jaar de laatste ontwikkeling, althans over verdereontwikkelingen wordt niet gesproken, dan wel een doorkijk gegeven. Op basis van voornoemde bepaling zou thans nog buiten het bouwvlak een sanitair ge­ bouw en een daarmee vergelijkbare voorziening (wat dat ook mag zijn) buiten het bouwvlak met een oppervlakte van circa 662 m2 kunnen worden gerealiseerd . Dit terwijl het bestaande ge­ bouw, loods D, geen enkele noemenswaardige functie heeft vanwege de zeer beperkte omvang van de agrarische activiteiten en het in gebmik hebben van een potstal (loods A), een voerplaat (ten westen van loods A) en een gedeelte van loods B dat in gebruik is voor de agrarische activi­ teiten. Artikel 5.2.1, onder b van de planregels is een volstrekt overbodige bepaling en biedt initiatief ­ nemer overbodig veelbouwruimtebuiten het bouwvlak, terwijl deze ruimteniet noodzakelijk is en van de noodzaak voor deze ruimteook niet gebleken is. Deze planregel dient dan ook ge­ schrapt te worden.

Afwijken van de bouwregels ten behoeve van grotere goothoogte Ook artikel 5.4.1 van de planregels lijkt ruimtete creëren voor initiatiefnemer voor het bouwen buiten het bouwvlak, terwijl de noodzaak hiervan op geen enkele wijze is gebleken. Ook deze planregel moet worden geschrapt dan wel worden aangepast. Zoals dit artikel nu is geformuleerd wordt het -onder voorwaarden- mogelijk gemaakt om een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5 lid 2, ten behoeve van de bouw van voorzienin ­ gengebouwen buiten het bouwvlak met een goothoogte hoger dan 3,50 meter met dien verstande dat de goothoogte ten hoogste 6,50meter mag bedragen. Afwijken van de bouwregels ten behoeve van tiideliik kamperen (artikel 14.4) Zoals al gezegd heeft initiatiefnemer het in het verleden niet zo nauw genomen met de regels voor het plaatsen van kampeermiddelen; hij plaatste meer kampeermiddelen dan op basis van het planologisch regime was toegestaan en op plaatsen waar dat niet mocht. Vanwege het illegale gebruik, het meer kampeermiddelen plaatsen dan toegestaan, wordt thans deze bestemmings ­ planprocedure doorlopen. Het bedrijf van initiatiefnemer mag op basis van het ontwerpplan maximaal40 kampeermiddelen plaatsen. Dat moet naar de mening van cliënt ook echt het maximumzijn.

Opmerkelijk is dan ook dat in artikel 14.4 toch weer een bepaling is opgenomen die het mogelijk maakt om meer dan 40 kampeermiddelen te plaatsen voor een aanzienlijke peri ­ ode gedurende het kampeerseizoen en dat jaar najaar. Deze bepaling dient om meerdere redenen geschrapt te worden. Hij past niet in de regioafspraken over het kamperen in het buitengebied; het dynamisch voorraadbeheer. De inpassing en de tegenprestatie zijn hier niet op afgestemd. Daarnaast gaat dit ten koste van andere ondernemers die actief zijn in de verblijfsrecreatievebranche. Voorts geeft het bevoegd gezag een volstrekt verkeerd signaal af. Initiatiefnemer was ‘overtreder’ door meer kampeermiddelen te plaatsen dan toegestaan nota bene op terreingedeelten die daarvoor niet bestemd waren. Vervolgens wordt deze illegale situatiegelegaliseerd, in eerste instantie door een tijdelijke ontheffing, zodat initia ­ tiefnemer zijn teveel geplaatste kampeermiddelen niet hoeft te verwijderen, en vervolgens mid­ dels dit ontwerpplan. En als sluitstuken klap op de vuurpijlkrijgt initiatiefnemer ook nog eens de mogelijkheid om meer dan 40 kampeermiddelen te plaatsen en hiervan te kunnen afwijken zowel qua aantal als locatie op het terrein.

Pagina 10 Dossiemr CHY 9 20.(K)5923

Onbegrijpelijk dat het bevoegd gezag kennelijk voornemens is om de medewerking te verlenen en toe te staan dat initiatiefnemer meer dan 40 kampeermiddelen mag en kan plaatsen. Gelet op de beoogde ontwikkeling en onder verwijzing naar het 10-jaars bedrijfsplan is deze afwijking niet nodig en niet noodzakelijk en moet dus zeer zeker voor de locatie aan de Meiweg 7 ge­ schrapt worden. Ik verzoek u deze zienswijze bij de vaststelling van het plan mee te nemen en dienovereenkom ­ stig het plan aan te passen. Verder wenst cliënt nog op te merken dal het zorgelijk is dat delen van het plan al illegaal zijn uitgevoerden dat verbouwingen zonder bouwvergunning, in strijd met het geldende bcstemminsplan en met medeweten van de gemeente zijn uitgevoerd.Client heeft op diversemanieren de Gemeente Eijsden- Margraten in kennis gesteld van o.a. de illegale verbouwingen. Op dit moment loopt er een handhavingszaak op bovengenoemde locatie. Deze stukken zijn hierbij vooral als achtergrond informatie voor uw Raad als bijlage toegevoegd. Met vriendelijke groet, DAS

Mw. mr. L.A. Sluiter

Bijlage: * Beroepschrift inzake handhaving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=d12e7181-a982-4561-8cc8-ca4a4bcce8de