CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20220524 17d Bijlage 03 BP Heiweg Regels.pdf

* Raadsvergaderingen 7 juni 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heiweg 7 st. Geertruid14.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.7.1 Verbod Het is verboden op of in de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven of ophogen met meer dan 0.30 m en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; c. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; d. het aanbrengen van hoog opgaande beplanting, niet zijnde bebossing, anders dan ten behoeve van de ecologische structuur of de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. 4.7.2 Toepassing Het in 4.7.1 bepaalde is niet van toepassing voor a. b. c. d.

werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.

4.7.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 4 lid 7.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in artikel 4 lid 1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de eerst bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 4.8 Wijzigingsbevoegdheid 4.8.1 Wijziging in de bestemming 'natuur' Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'natuur', ten behoeve van de aanleg van nieuwe natuur, mits: • • • •

aangrenzende waarden en belangen, waaronder het agrarische belang, niet onevenredig worden geschaad; de aanleg van de nieuwe natuur past binnen de op de directe omgeving van toepassing zijnde landschapskarakteristiek; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets); 31

•

de aanleg van nieuwe natuur in de vorm van bebossing uitsluitend is toegestaan op gronden met de dubbelbestemming 'waarde-ecologie',

met dien verstande dat: a. bij de wijziging voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 17 van het bestemmingsplan Buitengebied 2009. 4.8.2 Wijziging in de (dubbel)bestemming 'water' of 'waterstaat-waterlopen' Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de (dubbel-)bestemming 'water' en 'waterstaat-waterlopen', gehoord het waterschap, ten behoeve van het aanleggen van watergangen, waaronder regenwaterbuffers, en het herinrichten van bestaande watergangen, mits: • • • • • •

de noodzaak daartoe in het kader van een adequaat waterhuishoudkundig beheer is aangetoond; natuurlijke en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast; uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets); ruimtelijke inpassing in het landschap verzekerd is; het herinrichten plaatsvindt binnen een zone met een breedte van 5 m rondom de bestaande loop van de watergang,

met dien verstande dat: a. bij de wijziging wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 23 en 36 van het bestemmingsplan Buitengebied 2009. 4.8.3 Procedure wijziging Burgemeester en Wethouders volgen bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid de in artikel 17 gegeven procedure.

32

Artikel 5 Recreatie - Verblijfsrecreatie 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'recreatie-verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van: 1. vakantie appartementen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – 4 vakantieappartementen’ tot ten hoogste het aangeduide ‘maximum aantal vakantieappartementen’; 2. logies ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – logies 16 pers.’ tot ten hoogste het aangeduide ‘maximum aantal slaapplaatsen’; 3. kampeerplaatsen ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van recreatie –10 kampeerplaatsen’, ‘specifieke vorm van recreatie –12 kampeerplaatsen’ en ‘specifieke vorm van recreatie –18 kampeerplaatsen’ tot ten hoogste het aangeduide ‘maximum aantal kampeerplaatsen’; b. één bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’; c. horecavoorzieningen, ondergeschikt en/of inherent aan de verblijfsrecreatieve functie; d. agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van recreatie- agrarisch gebouw’ en ‘specifieke vorm van recreatie – agrarische opslag’ en de daarbij behorende voorzieningen; e. een parkeerterrein ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’; f. sanitaire voorzieningen behorende bij de bestemming.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met in acht name van de voorrangsregels uit artikel 19. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Op de tot 'recreatie-verblijfsrecreatie' aangewezen gronden mogen, met in acht name van het gestelde onder 5.1 uitsluitend worden ingericht of gebouwd: • • • •

standplaatsen voor toercaravans, vouwwagens, campers, tenten en huifkarren; vakantie appartementen; gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van de daarbij behorende voorzieningen; bedrijfswoningen, tot ten hoogste het per bouwperceel aangeduide 'maximum aantal wooneenheden',

en de daarbij behorende andere bouwwerken, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande, dat: a. het bouwvlak geheel mag worden bebouwd, tenzij een 'maximum bebouwingspercentage' is aangeduid, in welk geval het bouwvlak tot maximaal het aangeduide percentage mag worden bebouwd; b. sanitaire en daarmee vergelijkbare voorzieningen ook buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd, met dien verstande, dat het bebouwingspercentage buiten het bouwvlak ten hoogste 15% mag bedragen; c. de goothoogte van de overige gebouwen binnen het bouwvlak ten hoogste 6.50 m en buiten het bouwvlak ten hoogste 3.50 m mag bedragen; d. de dakhelling ten hoogste 60° mag bedragen; 33

e. het vloeroppervlak van gebouwen in gebruik voor kantine/ontspanningsruimte/horeca-accommodatie ten hoogste 200 m² per verblijfsrecreatieve voorziening mag bedragen; f. de inhoud van een bedrijfswoning ten hoogste 800 m3 mag bedragen; g. een bedrijfswoning voor het overige voldoet aan de bepalingen in artikel 24.2.2 van het bestemmingsplan Buitengebied 2009; h. de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste 4.00 m mag bedragen, met uitzondering van: •

de hoogte van erfafscheidingen, die ten hoogste 2.50 m mag bedragen.

5.2.2 Bestaande bebouwing Voor zover bestaande maten en hellingen afwijken van de bepalingen in dit lid, mogen de bestaande maten en hellingen gehandhaafd worden. 5.3 Nadere eisen 5.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; b. de aard, hoogte en de situering van erfafscheidingen; c. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; een en ander op basis van een landschappelijk inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp). 5.3.2 De onder 5.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: a. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing, of b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden, of c. in verband met maatwerk ten aanzien van het bouwperceel en de verbetering van de gebiedskwaliteit.

5.3.3 Voorwaardelijke verplichting Landschap Het gebruiken en/of laten gebruiken van de voor Recreatie-Verblijfsrecreatie aangewezen gronden en opstallen, is slechts toegestaan indien landschappelijke inpassing en tegenprestatie zoals bijgevoegd als bijlage 1 bij deze regels binnen een termijn van twee jaar na het onherroepelijk worden van onderhavig bestemmingsplan zijn aangelegd overeenkomstig het inrichtingsplan en vervolgens in stand worden gehouden. 5.4 Afwijken van de bouwregels 5.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van grotere goothoogte Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5 lid 2, ten behoeve van de bouw van voorzieningengebouwen buiten het bouwvlak met een goothoogte groter dan 3.50 m, mits: •

de noodzaak daartoe vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; 34

•

landschappelijke en cultuurhistorische waarden en belangen niet onevenredig worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind,

met dien verstande, dat: a. de goothoogte ten hoogste 6.50 m mag bedragen. 5.5 Specifieke gebruiksregels 5.5.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het beproeven van voertuigen, de beoefening van motorsport, het houden van wedstrijden met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen, al dan niet in wedstrijdverband; b. het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen, al dan niet in wedstrijdverband; c. staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; d. opslag, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; e. standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen buiten het kampeerseizoen, ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van recreatie –10 kampeerplaatsen’, ‘specifieke vorm van recreatie –12 kampeerplaatsen’ en ‘specifieke vorm van recreatie –18 kampeerplaatsen’; f. permanente bewoning, anders dan in bedrijfswoningen; g. detailhandel, anders dan inherent en van ondergeschikte betekenis aan het toegelaten gebruik; h. ambachtelijke en/of industriële doeleinden; i. horecadoeleinden, anders dan ondergeschikt aan het toegelaten gebruik; j. opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.

35

Artikel 6 Waarde - Archeologie 4 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 De voor 'waarde-archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 6.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 19. 6.2 Bouwregels Op de in lid 6.1 genoemde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; b. een bouwwerk zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,30 meter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 6.3 Afwijken van de bouwregels a. een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn. b.

een omgevingsvergunning al bedoeld onder a kan voorts worden verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijk schade kan worden voorkomen door aan de ontheffing voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij vergunning te stellen kwalificaties. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbodsbepaling Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden dieper dan 0,30 meter, waartoe gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, bebossen en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil; c. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; 36

d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 6.4.2 Toepassingsbereik het verbod, als bedoeld in lid 6.4.1 is niet van toepassing indien: a. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; b. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. de werken smaller zijn dan 1,5 meter; d. er reeds een verleende aanlegvergunning, ontgrondingvergunning of omgevingsvergunning is verleend; e. de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treding van het plan; f. de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; g. de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

6.4.3 Voorwaarden aan de vergunningverlening Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in lid 6.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen of; c. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie.

37

Artikel 7 Waarde - Beekdal 7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 De voor 'waarde-beekdal' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en versterking van de natuurlijke waterhuishouding, betreffende zowel het oppervlaktewater als het grondwater, en de daarvan afhankelijke landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede de realisering van een veerkrachtig watersysteem geschikt voor waterconservering en opvang van hoge waterafvoeren. 7.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 19. 7.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.2.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'waarde-beekdal' aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag of in afwijking van de Keur van het waterschap de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b.

het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 m wordt gewijzigd; c. het scheuren van grasland, voor zover het betreft waardevolle graslandvegetaties; d. het aanbrengen en/of aanleggen van oeverbeschoeiingen en het graven en/of aanleggen van waterlopen; e. het verrichten van werkzaamheden welke beschadigingen tot gevolg kunnen hebben aan vochtige bronbiotopen. 7.2.2 Toepasing Het in 7.2.1 bepaalde is niet van toepassing voor a. b. c. d.

werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. voor zover de werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd in het kader van de Keur van het waterschap. 7.2.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 7 lid 2.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te 38

verwachten gevolgen de in 7.1. genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

39

Artikel 8 Waarde-Landschapselement 8.1 Bestemmingsomschrijving 8.1.1 De voor 'waarde-landschapselement' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en herstel van de in het buitengebied aanwezige kleine landschapselementen en de daarmee samenhangende landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede het daarmee samenhangende waterbergend vermogen van de grond. 8.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 19. 8.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.2.1 Verbod Het is verboden op of in de voor 'waarde-landschapselement' aangewezen gronden, met daarop een klein landschapselement of steilrand, zoals aangeduid op de kaart kleine landschapselementen (bijlage 2 bij de regels), zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag of in afwijking van de Keur van het waterschap de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

het vellen, rooien, slopen, dempen, egaliseren of verwijderen van kleine landschapselementen, dan wel het verrichten van werkzaamheden, die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van kleine landschapselementen tot gevolg hebben; b. het verwijderen of afgraven van steilranden of het verrichten van andere grondwerkzaamheden die een aantasting hiervan inhouden of kunnen inhouden. 8.2.2 Toepassing Het in 8.2.1 bepaalde is niet van toepassing voor a. b. c. d.

werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.

8.2.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 8.2.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 8.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voorwaarden stellen ter compensatie.

40

8.2.4 De werken of werkzaamheden als bedoeld in 8.2 zijn slechts toelaatbaar: a. voor zover, in het geval de werken of werkzaamheden betrekking hebben op kleine landschapselementen ten hoogste 20% van elk ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp bestaand klein landschapselement wordt geveld/gerooid/verwijderd/gekapt; b. voor zover, in het geval de werken of werkzaamheden worden uitgevoerd ter plaatse van waterlopen en of poelen, de ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp bestaande waterlopen en poelen worden gehandhaafd. c. voor zover de werken of werkzaamheden de ecologie van de aanwezige natuurwaarden niet aantasten.

41

Artikel 9 Waarde-Recreatieve ontsluitingsstructuur 9.1 Bestemmingsomschrijving 9.1.1 De voor 'waarde-recreatieve ontsluitingsstructuur' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor geleiding van het recreatieve ontsluitingsverkeer door middel van het ontwikkelen van recreatietransferpunten met voorzieningen gericht op de geleiding van en de informatievoorziening aan recreanten. 9.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 19. 9.2 Bouwregels Op de tot 'waarde-recreatieve ontsluitingsstructuur' aangewezen gronden mogen, in afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke artikelen, worden gebouwd: ▪ ▪

gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van het in 9.1.1 toegestane gebruik; andere bouwwerken,

met dien verstande, dat: a. het oppervlak van gebouwen, geen woning zijnde, ten hoogste 20 m² mag bedragen; b. de goothoogte van gebouwen, geen woning zijnde, ten hoogste 3.50 m mag bedragen; c. de hoogte van andere bouwwerken ten hoogste 3.50 m zal bedragen. 9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1 Verbod Het is verboden op of in de voor 'waarde-recreatieve ontsluitingsstructuur' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: ▪

het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.

9.3.2 Toepassing Het in 9.3.1 bepaalde is niet van toepassing voor: ▪ ▪ ▪ ▪

werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.

9.3.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 9.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten 42

gevolgen de in 9.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

43

Artikel 10 Waterstaat-Erosie 10.1 Bestemmingsomschrijving 10.1.1 De voor 'waterstaat-erosie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het bestrijden en voorkomen van: a. bodemerosie en wateroverlast; b. het verloren gaan van het voortbrengend vermogen van de bodem; c. de aantasting van het grondwaterpakket. 10.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 19. 10.2 Specifieke gebruiksregels 10.2.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het geheel of gedeeltelijk egaliseren of slechten van graften; b. het in hun functioneren belemmeren of aantasten van aanwezige of kunstmatige waterbuffers (inclusief aan- en afvoervoorzieningen). 10.2.2 Gebruiksregels en bedrijfserosieplan Het onder artikel 10 lid 2.1 bepaalde geldt niet indien voor de desbetreffende percelen een bedrijfserosieplan conform de Erosieverordening HPA is opgesteld.

10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.3.1 Verbod Het is verboden op of in de voor 'waterstaat - erosie' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het rooien en/of verwijderen van opgaande begroeiing (met een hoogte van 0.30 m of meer) op graften of landschapselementen, in de vorm van groenstroken, grasbanen, bermen en hagen of daarmee vergelijkbare elementen, voor zover deze van belang zijn in het kader van de bestrijding van erosie; b. het ophogen of egaliseren van de in het landschap aanwezige laagten, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 m wordt gewijzigd; c. het afgraven van grond, indien door de afgraving de kans op bodemerosie en/of wateroverlast toeneemt; d. het aanbrengen van verhardingen op gronden steiler dan 10%. 10.3.2 Toepassing Het in 10.3.1 bepaalde is niet van toepassing voor a. werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; 44

b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; d. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. werken of werkzaamheden op percelen waarvoor een bedrijfserosieplan conform de Erosieverordening HPA is opgesteld. 10.3.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 10.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 10.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

45

3 Algemene regels Artikel 11 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

46

Artikel 12 Algemene bouwregels 12.1 Algemeen Het is verboden op de in het plan begrepen gronden enig bouwwerk te bouwen, waarbij de op de plankaart aangegeven bouwgrens wordt overschreden, behoudens overschrijdingen, die volgens deze regels zijn toegestaan. 12.2 Alternatieve energiewinning 12.2.1 Ten aanzien van een constructie voor de opwekking van alternatieve energie gelden de volgende bouwregels: a. b. c. d.

plaatsing is uitsluitend mogelijk bij woningen en bedrijven; maximaal 1 constructie per bouwperceel; de maximale breedte bedraagt 1 meter; bij plaatsing op een mast, uitsluitend: 1. op minimaal 5 en maximaal 40 meter achter de voorgevelrooilijn; 2. met een maximale hoogte van 12 meter, inclusief de constructie; e. bij plaatsing op een gebouw: 1. op een hellend dak, maximaal 2 meter vanaf de bovenkant van de nok; 2. zo mogelijk op het van de weg gekeerde dakvlak; f. plaatsing op monumenten en/of in beschermde dorpsgezichten is niet toegestaan. 12.2.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van tweede constructie binnen bouwperceel Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel artikel 12 lid 2.1, ten behoeve van het plaatsen van een tweede constructie voor de opwekking van alternatieve energie op een bouwperceel waar reeds één dergelijke constructie aanwezig is, mits: • • •

1 constructie voor de opwekking van alternatieve energie ontoereikend is gebleken voor de energievoorziening; geen sprake is van onevenredige aantasting van het stedenbouwkundige beeld en het woonklimaat; het bepaalde in artikel 12 lid 2.1 c. tot en met f. en artikel 13 lid 2 in acht wordt genomen

12.3 Ondergronds bouwen Ten aanzien van het oprichten van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende bouwregels: a. ondergrondse bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; b. de maximale bouwdiepte, inclusief de fundering, bedraagt 3 meter onder peil.

47

Artikel 13 Algemene gebruiksregels 13.1 Gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: • • • • • •

het gebruik van de grond als seksinrichting of soortgelijk bedrijf; het gebruik van de grond voor een coffeeshop, growshop, smartshop of daarmee vergelijkbaar bedrijf; het gebruik van de grond voor een discotheek; het gebruik van opstallen als seksinrichting of soortgelijk bedrijf; het gebruik van opstallen voor een coffeeshop, growshop, smartshop of daarmee vergelijkbaar bedrijf; het gebruik van opstallen voor een discotheek.

13.2 Algemene gebruiksregels alternatieve energiewinning Ten aanzien van de plaatsing van een constructie voor de opwekking van alternatieve energie gelden de volgende gebruiksregels: a. de constructie mag uitsluitend worden gebruikt voor de opwekking van energie voor eigen gebruik; b. eventuele piekstroom mag tegen vergoeding worden afgedragen aan het algemene elektriciteitsnet.

48

Artikel 14 Algemene aanduidingsregels 14.1 Milieuzone - bodembeschermingsgebied Binnen het bodembeschermingsgebied Mergelland is duurzaam behoud van kwetsbare functies en waarden een als bijzondere bescherming van de bodem noodzakelijk. Het streven is naar een kwaliteit van bodem, grondwater en landschap die voldoet aan de eisen die de aanwezige bijzondere biotische, abiotische en cultuurhistorische waarden stellen. Daarbij dient rekening gehouden te worden met dan wel afstemming te worden gezocht met het beleid ter zake van de Provinciale Milieuverordening Limburg en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg. 14.2 Milieuzone – spuitvrije zone Binnen de ‘milieuzone – spuitvrije zone’ is het gebruik maken van chemische gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen die leiden tot schadelijke effecten op het goed woon- en leefklimaat niet toegestaan.

49

Artikel 15 Algemene afwijkingsregels 15.1 Afwijking van de bouwregels ten behoeve van gebouwen en andere bouwwerken ten dienste van het openbare nut Het bevoegd gezag kan, behoudens voor de gronden bestemd voor 'natuur' en met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de regels van het plan ten aanzien van de bebouwing van niet voor bewoning bestemde gronden met gebouwen en andere bouwwerken, ten dienste van het openbare nut, met dien verstande dat: a. de hoogte ten hoogste 3.50 m mag bedragen b. de inhoud ten hoogste 50 m3 mag bedragen. 15.2 Afwijking van de bouwregels met 10% 15.2.1 Het bevoegd gezag kan, behoudens voor de gronden bestemd voor 'natuur' en met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de regels van het plan ten aanzien ten aanzien van de in de deze regels genoemde percentages, hellingen en maten, mits: • •

de afwijking niet meer bedraagt dan 10%; de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.

15.2.2 Omgevingsvergunning mag niet worden verleend van: • • •

het maximum oppervlak, de maximum goothoogte en de maximum nokhoogte van bijgebouwen; het minimum oppervlak van gebouwen, die na een omgevingsvergunning voor het exploiteren van logies mogen worden gebruikt; het maximum vloeroppervlak van de verkoopruimte ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum'.

15.2.3 In die gevallen waarin reeds uit hoofde van de regels in de respectievelijke artikelen een omgevingsvergunning is verleend mag niet nogmaals op grond van onderhavige bepaling omgevingsvergunning worden verleend. 15.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van evenementen Het bevoegd gezag kan, behoudens voor de gronden bestemd voor 'natuur' en met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen van de regels van het plan ten aanzien van het toestaan van evenementen die met een zekere regelmaat (bijvoorbeeld jaarlijks) plaatsvinden en een planologische relevantie hebben vanwege de duur van de activiteit (inclusief het opbouwen en afbreken) en/of vanwege de omvang van de activiteit (aantal deelnemers/toeschouwers), mits: • • •

de evenementen zijn toegestaan overeenkomstig de bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV); het evenement maximaal 15 dagen duurt, inclusief het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement; een locatie niet meer dan 3 maal per jaar voor een evenement wordt gebruikt; 50

• • • • •

•

• • •

er geen horeca ter plaatse plaatsvindt, anders dan inherent aan het toegestane evenement; er geen detailhandel ter plaatse plaatsvindt, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane evenement, met uitzondering van vlooien- en/of rommelmarkten; in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien; aan de van toepassing zijnde milieuwet- en –regel-geving wordt voldaan; het evenement niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap en de aanwezige natuurlijke en met de stiltegebieden samenhangende waarden niet worden geschaad; het evenement niet plaatsvindt binnen de EHS of de POG, zoals weergegeven door de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie', behoudens op bestaande wegen en paden daarbinnen; geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan; de verkeershinder beperkt blijft dan wel voorzien wordt in alternatieve routes; belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.

15.4 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van tijdelijk kamperen Het bevoegd gezag kan, behoudens voor de gronden bestemd voor 'natuur' en met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen van de regels van het plan ten aanzien van het gebruik van de grond als standplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen ten behoeve van het toestaan van tijdelijke vormen van kamperen, mits: • • • •

de periode van kamperen niet meer bedraagt dan 10 aaneengesloten dagen; een locatie niet meer dan 4 maal per jaar voor tijdelijk kamperen wordt gebruikt; aanwezige waarden en belangen niet onevenredig worden geschaad; belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.

15.5 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van antennemasten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van bouwverboden dan wel bouwregels ten behoeve van het oprichten van antennemasten, met dien verstande dat: a. antennemasten op daken van bestaande gebouwen, niet zijnde woningen en voorzover niet vergunningsvrij, zijn toegestaan, mits geen sprake is van: 1. een monument; 2. aantasting van het stedenbouwkundige beeld ter plaatse; 3. aantasting van het woonklimaat. b. antennemasten die niet op bestaande gebouwen worden opgericht, zijn toegestaan, mits: 1. dit niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; 2. de hoogte van de antennemast maximaal 40 meter bedraagt; 3. de antennemast uitsluitend wordt gebruikt voor telecommunicatiedoeleinden; 4. de antennemast niet in beschermde dorpsgezichten dan wel in de nabijheid van monumenten wordt geplaatst, tenzij het beschermde dorpsgezicht of monument hierdoor niet wordt aangetast; 5. de antennemast niet wordt geplaatst in: ▪ gebieden behorende tot de EHS, POG en/of Natura 2000; ▪ gebieden die de bestemming 'Natuur' hebben; 51

▪ open velden of beekdalen 6. bij het oprichten van antennemasten wat betreft plaatsing van antennes de hier genoemde volgorde wordt aangehouden: i. in eerste instantie moet de antenne worden geplaatst op/aan bestaande masten of andere infrastructurele werken (site sharing); ii. indien plaatsing zoals genoemd onder I. om technische redenen niet mogelijk is, wordt de antennemast op een industrieterrein dan wel sportterrein geplaatst; iii. indien plaatsing zoals genoemde onder I. en II. niet mogelijk is, wordt plaatsing aan de randen van de kernen voorgestaan; iv. indien plaatsing zoals genoemd onder I., II., en III. niet mogelijk is, wordt plaatsing in het buitengebied toegestaan, mits: ▪ de antennemast past binnen het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld ter plaatse; ▪ de mast zoveel mogelijk in de omgeving wordt ingepast; ▪ andere waarden en belangen niet onevenredig worden geschaad.

52

Artikel 16 Algemene wijzigingsregels 16.1 Wijziging bestemmingsgrenzen Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming van het plan wijzigen ten behoeve van het verschuiven van de bestemmingsgrenzen, voorzover de afwijking van geringe aard is en ten aanzien van andere ondergeschikte punten, wanneer dit met het oog op de praktische uitvoering gerechtvaardigd is, respectievelijk indien de aanpassing aan de terreingesteldheid dit noodzakelijk maakt en daardoor geen belangen van derden onevenredig worden geschaad. 16.2 Procedure wijziging Burgemeester en Wethouders nemen bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid de in artikel 17 gegeven procedure in acht.

53

Artikel 17 Algemene procedureregels 17.1 Procedure wijziging Bij het wijzigen van het plan ingevolge de in deze regels opgenomen wijzigingsbevoegdheden ex artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, worden de procedureregels van artikel 3.6, vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening in acht genomen en indien van toepassing wordt daaraan voorafgaand de inspraakprocedure als bedoeld in de gemeentelijke Inspraakverordening gevolgd.

Artikel 18 Overige regels 18.1 Wettelijke regels Indien en voor zover in deze voorschriften wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerpplan. 18.2 Gemeentelijke regels 18.2.1 Algemeen Indien en voor zover in deze regels of op de plankaart wordt verwezen naar gemeentelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerpplan. 18.3 Provinciale regels 18.3.1 Algemeen Indien en voor zover in deze regels of op de plankaart wordt verwezen naar provinciale regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerpplan.

54

Artikel 19 Voorrangsregels 19.1 Strijdigheid belangen In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, met name aan de orde bij wijzigingsbevoegdheden, blijft het belang van de dubbelbestemming overeind. De dubbelbestemming vormt het toegevoegde na te streven nieuwe beleid en levert als zodanig extra criteria op voor de uit te voeren toetsing bij de wijzigingsbevoegdheid. Kan bij wijziging niet aan deze criteria voldaan worden en/of wordt op enig vlak onevenredige schade aangebracht dan kan geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. 19.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat, gelet op het totaalbeleid voor het buitengebied, dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: • • • •

waarde-landschapselement; waarde-beekdal; waarde-archeologie; waterstaat-erosie.

Uitzondering hierop, in de vorm van nevenschikking, is mogelijk, wanneer compensatie van eventueel verlies aan kwaliteit is gegarandeerd.

55

4 Overgangs- en slotregels Artikel 20 Overgangsrecht 20.1 Overgangsrecht bouwwerken 20.1.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 20.1.2 Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 20.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 20.1.1 met maximaal 10%. 20.1.3 Het bepaalde in 20.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 20.2 Overgangsrecht gebruik 20.2.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

20.2.2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 20.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 20.2.3 Indien het gebruik, bedoeld in 20.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 20.2.4 56

Het bepaalde in 20.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

57

Artikel 21 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Heiweg 7 te Sint Geertruid

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=9ec953eb-2bb9-40b0-8524-6cad5662833f