CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20220524 16b Bijlage Beleidsplan zicht op thuis Regio Maatsricht Heuvelland april 2022.pdf

* Raadsvergaderingen 7 juni 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Beleidsplan Zicht op Thuis en toestemming centrumregeling Beschermd Thuis16.642 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5 https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2020/04/21/herstel-begint-met-een-huis---dakloosheid-voorkomen-en-verminderen 31

5.2 Veiligheid

5.3 Aanpak personen met verward gedrag

Veiligheidsbeleving is de manier waarop mensen veiligheid ervaren. Het gaat om de beleving van de sociale veiligheid. Veiligheidsbeleving wordt ook wel aangeduid als subjectieve veiligheid. Dit als tegenhanger van de objectieve veiligheid waar feitelijk criminaliteit en overlast mee bedoeld wordt.

De afgelopen 2,5 jaar is vormgegeven aan de Aanpak Personen met Verward gedrag. Op regionaal, sub regionaal en lokaal niveau zijn projecten opgestart en die vanaf 2022 landen in dit plan. Hier gaat het om: • Communicatie aanpak middels buurtdialogen; • Maatjesproject voor personen met verward gedrag; • Mental Health First Aid cursussen; • Meldpunt Verward Gedrag, Wijk-GGD-er en straatpsychiater; • Crisisopvang Maatschappelijke zorg; • Passend vervoer van mensen met verward gedrag via Regionale Ambulance Voorziening (RAV); • Knooppunt politiemeldingen verward gedrag en zorg: Verbindingspunt Informatie en Advies (VIA).

Mensen kunnen door een bepaalde aandoening of beperking verward gedrag vertonen. Denk bijvoorbeeld aan: • Iemand die bijvoorbeeld buiten veel in zichzelf praat. En het huis laat verloederen of ’s nachts de televisie hard aan laat staan. Het kan zijn dat iemand psychotische kenmerken vertoont. • Iemand die vaak de buren om hulp vraagt omdat er geen geld meer is voor eten. Of bijvoorbeeld hulp nodig heeft bij het lezen van de post. Het kan gaan om iemand met een (licht) verstandelijke beperking. • Een ouder wordend iemand die steeds vaker met blote voeten op straat loopt. En ook al een paar keer de sleutels van de voordeur is vergeten. Er kan sprake zijn van beginnende dementie. • Iemand die overmatig drank of drugs gebruikt, wat leidt tot gevaarlijk gedrag en overlast. • Maar het kunnen ook mensen zijn die de grip hun leven (dreigen te) verliezen. Bijvoorbeeld door problemen als schulden, dakloosheid of verlies van dierbaren. Vaak is er sprake van een combinatie van zulke levensproblemen en een aandoening of beperking. Als je gedrag niet kunt plaatsen, kan dat van invloed zijn op je veiligheidsbeleving. Om overlast te beperken en veiligheidsbeleving te vergroten, is een samenspel noodzakelijk. De zorg en ondersteuning van kwetsbare groepen is een gezamenlijke verantwoordelijk. Belangrijk aandachtspunt hierbij is ook de kritische succesfactor acceptatie (Zie paragraaf 4.6).

32

De elementen vanuit het plan van aanpak personen met verward gedrag landen bij het optimaliseren van het zorglandschap en toegang.

5.4 Wet verplichte GGZ (Wvggz) Per 1 januari 2020 is de Wvggz in werking getreden. De Wvggz heeft de “Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen” vervangen. Specifieker, de BOPZ is opgesplitst in de Wvggz, verplichte zorg voor mensen met een psychische aandoening en de Wet zorg en dwang (Wzd), voor mensen met een psychogeriatrische en/of een verstandelijke beperking. De procedure voor de Wzd gaat via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Daarmee is veel veranderd voor het verlenen van verplichte zorg en de verantwoordelijkheid die GGZ- instellingen, het Openbaar Ministerie (OM) maar ook voor gemeenten. Door de Wvggz wordt ook verplichte zorg in de thuissituatie (mogelijk) en komt er meer verbinding met de samenleving doordat alle leefgebieden in een zorgplan aan bod komen. De gemeente vormt na invoering van de Wvggz een extra toegang tot verplichte zorg. Dat betekent concreet dat iedereen melding kan doen bij de gemeente over de noodzaak tot geestelijke gezondheidszorg voor iemand die in de gemeente woont of overwegend in de gemeente verblijft.

Na ontvangst van een melding zijn gemeenten verplicht om binnen 14 dagen een verkennend onderzoek uit te voeren. Daarvoor is er een meldfunctie en een verkennend onderzoek georganiseerd dat uitgevoerd wordt door de consulenten van SZMH (Sociale Zaken Maastricht-Heuvelland). Vanzelfsprekend moet er in geval van acute crisissituatie direct worden opgeschaald en de juiste deskundigheid erbij gehaald worden. De Wvggz kent echter meerdere meldpunten waarvan er dus 1 via de gemeente gaat. De Wvggz kent daarnaast 2 procedures om te komen tot verplichte zorg namelijk de zorgmachtiging (ZM) via de rechter en de crisismaatregel via de burgemeester. Voor de ZM onderzoekt de gemeente tijdens een zgn. Verkennend Onderzoek (VO) wat in een situatie nodig is. Eén van de speerpunten van de Wvggz is dat verplichte zorg wordt vóórkomen. Als er toch verplichte zorg nodig is, moet de minst ingrijpende vorm ingezet worden en de dwang zo snel mogelijk worden afgebouwd. Verplichte zorg wordt pas aangevraagd (en indien de rechter hiertoe besluit) ingezet als alle mogelijkheden van vrijwillige zorg zijn onderzocht en geprobeerd. Als verplichte zorg toch wordt ingezet, is het streven dit in de thuissituatie (dus ambulant) te doen. Echter in onze regio is de ervaring in de praktijk dat dit nog onvoldoende kan, dit is 1 van de (door)ontwikkelpunten. In de zgn.

Lijn50-gemeenten (Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals) is in het kader van de implementatie van de Wvggz een Wijk-GGZer aangesteld. Deze ervaren B-verpleegkundige met ruime ervaring in de GGZ geeft uitvoering aan de gemeentelijke Wvggz-taken en fungeert daarnaast als GGZ-expert en vraagbaak voor medewerkers van de gemeenten die in aanraking komen met mensen met verward gedrag (WMO-consulenten, KCC-medewerkers, BOA’s etc.). Deze laagdrempelige beschikbaarheid van GGZ-expertise in de gemeenten leidt tot een betere en gerichtere aanpak van de problemen rond verward gedrag en tot vroegtijdige signalering waardoor eerder ingegrepen kan worden en escalaties als huisuitzetting/dakloosheid vermeden kunnen worden.

33

5.5 Ketenveldnorm De Ketenveldnorm (volledig: Ketenveldnorm levensloopfunctie en beveiligde intensieve zorg) biedt een sluitende aanpak voor inwoners van een gemeente met GGZ-problematiek en/of een licht verstandelijke beperking waarbij ook andere problemen (zoals een verslaving) spelen en welke daardoor (potentieel) gevaarlijk gedrag vertonen. Veelal gaat het om mensen die zorg mijden, dakloos zijn, regelmatig een beveiligde klinische (of forensische) opname nodig hebben en reeds diverse (zorg)trajecten hebben doorlopen. Eerdere zorgtrajecten zijn op niets uitgelopen vanwege het niet op elkaar aansluiten van de zorg en het niet bieden van de mogelijkheid om snel op, maar zeker ook weer af te schalen. De levensloopfunctie (door inzet van een zgn. levensloopteam) biedt dit wel middels de mogelijkheid snel op te schalen als intensievere ambulante ondersteuning of een opname nodig is en af te schalen zodra dit weer kan. Het levensloopteam legt tevens de verbinding met bijv. Wmo (BGI, BGG, BW, MO), PW, politie, Justitie en een woningvereniging indien dit nodig is. Het levensloopteam blijft lange tijd (minimaal 2 jaar) betrokken en ‘laat pas los’ als de situatie op de diverse leefgebieden in ieder geval 2 jaar stabiel is.

De Wvggz en de Ketenveldnorm kunnen elkaar raken als bij iemand vanuit de Wvggz in het zorgplan dat opgesteld wordt, de voorwaarde wordt opgenomen dat degene moet deelnemen aan de Ketenveldnorm.

5.6 Forensische zorg Tot slot zijn er grote raakvlakken met de Wet forensische zorg. Na een detentie periode of rechtelijke machtiging dienen zij ook weer een plek in onze samenleving te vinden. Vandaar dat voor de juiste zorg en ondersteuning nauwe samenwerking nodig is met ons Veiligheidshuis.

Hoofdstuk 6: Uitvoering 34

6.1 Uitvoeringsagenda, wat gaan we doen Voor het toepassen van deze uitvoeringsagenda is het belangrijk om de monitoring zoals ook in hoofdstuk 7 beschreven staat in orde te hebben.

6.1.1. Realiseren extra woonruimte en opvang voor kwetsbare personen De huidige opvangplekken (maatschappelijke opvang, crisisopvang) in de stad, de huidige intramurale woonvormen en de huidige woonomgeving (zachte landing) dragen op dit moment onvoldoende bij om ons hogere doel van een inclusieve samenleving te realiseren. Een fysieke omgeving waarin je kunt herstellen is van wezenlijk belang om te komen tot een volwaardige rol in de maatschappij. (Zie ook: Woonpijn). Samen met onder andere woningcoöperaties wordt extra woonruimte gerealiseerd waarbij de focus in eerste instantie op tijdelijke huisvesting en doorstroomwoningen ligt. Met de vastgestelde Woonprogrammering creëren we ruimte voor de markt, waaronder de corporaties, om de behoefte aan woningen en woonvoorzieningen voor onze kwetsbare burgers op te pakken. Een van de belangrijkste speerpunten is het anders vormgeven van de huidige (dag- en nacht) opvang. De huidige collectieve opvang van dak- en thuislozen in de Singel 9 voldoet niet aan de hedendaagse eisen. Er is gebrek aan privacy en andere ruimte om benodigde functies

Uitvoeringstaak Realiseren extra woonruimte Inkoop voorbereiding Inkoop realisatie Realiseren monitoring systeem Samenwerkingsovereenkomst MH Overeenkomst WM Optimaliseren zorglandschap Optimaliseren toegang, coördinatiepunt Optimaliseren preventie Evaluatie plan Zicht op Thuis

35

Q2 2021 Q3 2021 Q4 2021

2022

2023

2024

te kunnen uitvoeren bijvoorbeeld om persoonlijke begeleidingsgesprekken te kunnen voeren. Dat stagneert herstel en ontwikkeling. Ook is veelvuldig de veiligheid in het geding door oplopende spanningen vanwege het samenleven in een te krappe ruimte. Een ombouw van de collectieve opvang van o.a. de Singel 9 naar individuele opvang in kleinschalige woonvormen is noodzakelijk. Dit project is opgenomen in de uitvoeringsagenda van het BOWWZ (zie ook onderdeel 6.2.3), daarnaast wordt ook met de regio gekeken naar de invulling van deze opgave.

krijgen meer ruimte om mensen met een laag inkomen zo goed mogelijk te blijven huisvesten. En ze krijgen een prominentere rol in de wijk doordat ze activiteiten in buurthuizen kunnen organiseren. Bewoners komen zo meer met elkaar in contact, en dat is belangrijk om eenzaamheid onder bijvoorbeeld ouderen tegen te gaan.” De aangepaste wet biedt kansen om samen met de coöperaties samen te werken in deze opgave. Bij paragraaf 6.3.2 gaan we hier verder op in.

Ook de andere opvanglocaties zoals bijvoorbeeld de huidige jongerenen crisisopvang passen niet meer bij de doelstellingen dat de opvang georganiseerd wordt in zelfstandige eenheden. De huidige voorzieningen zorgen ervoor dat de veiligheid van de “bewoners” in het geding is en het inzetten op herstel bijna niet mogelijk is. Deze vormen van opvang dienen aangepast te worden. De opvang willen we samen met de aanbieders ontwikkelen en omvormen tot een individuele opvang (scheiden van wonen en zorg) waarbij de cliënt een plaats in een aparte woning/appartement in de wijk met eigen sanitaire voorzieningen geboden kan worden en eventuele ambulante begeleiding.

6.2 Inkoop

De cliënt kan deze woning in de wijk gebruiken als tijdelijke tussenvoorziening of zelfs als definitieve zelfstandige woning via bijvoorbeeld een omklapconstructie (=aanvankelijk huurt de zorgaanbieder de woning en als de cliënt hiervoor rijp is, gaat het huurcontract over op zijn naam). Daarbij wordt steeds gekeken wat nodig is qua passende ondersteuning. Beveiligingsaspecten zijn hiermee minder aan de orde omdat de cliënt meteen verantwoordelijk is voor zijn eigen plek, en omdat hij niet meer geconfronteerd wordt met de problemen en het lijden van andere bewoners. Bij het creëren van deze woonopgave is er specifieke aandacht voor zeer moeilijk plaatsbare en dakloze jongeren, dit wordt ook ondersteund middels landelijke programma’s.

In 2020 is onder leiding van EHdk gestart met de inkoopstrategie Wmo voor 2022. Beschermd Thuis is daarin meegenomen. Uit de marktanalyse blijkt dat een relatief kleine groep mensen een groot deel van de kosten met zich mee brengen. Verder zijn er een vijftal aanbieders die 93 % van het marktaandeel bezitten in 2019. De uitwerking is volop in voorbereiding met als doel per 2022 nieuwe overeenkomsten met zorgaanbieders te hebben. Ook wordt beschermd thuis nauw in samenhang met de andere begeleidingstaken gezien zodat er doorlopende zorglijnen ontstaan waar op- en afschalen simpeler wordt. Vandaar dat er gekozen is om een integraal plan voor opvang en beschermd wonen te ontwikkelen voor onze regio, dat het bijdraagt aan onze gemeentelijke doelen en dat voldoet aan de normen van deze tijd en die voor langere tijd betaalbaar blijft. Bij de inkoopstrategie wordt gewerkt met segmenten. Deze nota biedt achtergrondinformatie voor het onderdeel multi-problem: het onderdeel ondersteuning en wonen gericht op herstel. Daarmee worden mensen bedoeld die niet meer zelfstandig kunnen wonen door psychische of psychosociale problematiek, mensen met verward gedrag, multi-problem volwassenen waarbij er sprake is van een perspectief op zelfstandigheid. De marktanalyse is in 2020 in kaart gebracht. In deze marktanalyse zit echter ook nog de doelgroep die overgaat naar de Wlz.

In hoofdstuk 3 staat dat beschreven. De doelgroep die in de Wmo 2015 blijft voor dit segment heeft ontwikkelpotentieel. Die ontwikkeling willen we graag stimuleren. Daarvoor

6.1.2 Aangepaste woningwet Op 10 maart 2021 heeft de Tweede Kamer de aangepaste Woningwet aangenomen. Minister Kajsa Ollongren geeft daarbij aan: “Corporaties

36

zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: • Het ontwikkelen van partnership met de belangrijkste aanbieders; • Het stimuleren van de ontwikkeling van grootschalige gecentraliseerde voorzieningen naar kleinschalige voorzieningen gespreid door de regio, met nadrukkelijke aandacht voor diversiteit in het aanbod en dichter bij de cliënt thuis; • Het voorkomen of verkorten van een klinische opname door de inzet van ambulante alternatieven* (ambulantisering); • Aandacht voor integraliteit/ het ‘slechten van de schotten’ tussen de Wmo 2015, de participatiewet en de jeugdhulp. Bij de inkoopstrategie Wmo 2015 wordt uitgewerkt hoe de doelstellingen landen bij de bekostiging en de contractering per 2022. In paragraaf 4.1 staat de samenhang tussen toegang en de pijlers voorzorg, basiszorg, maatzorg en nazorg geschreven. Het succes van de uitvoering van dit plan is ook afhankelijk hoe de andere onderdelen Wmo 2015 bij de inkoop vormgegeven wordt. Samenhang tussen de andere onderdelen is daarvoor noodzakelijk.

6.3 Samenwerking 6.3.1 Samenwerking in de regio Samenwerkingsovereenkomst MH en overeenkomst WM (zie paragrafen 3.2 en 3.5). De samenwerkingsovereenkomst met daarin beschreven hoe de samenwerking tussen de 6 gemeenten vormgegeven gaat worden, is voor 2022 vastgesteld. Separaat wordt een overeenkomst opgesteld ten aanzien van het overhevelen van budget aan de Westelijke Mijnstreek.

en de gemeente te komen tot gezamenlijke beeldvorming met betrekking tot vraagstukken die spelen als het gaat over Wonen, Zorg, Leefbaarheid en Veiligheid. Van hieruit werken we toe naar een integrale aanpak en governance om te komen tot realisatie van projecten die bijdragen aan de ombouw van onder andere de maatschappelijke opvang en Beschermd Thuis veld. Het bestuurlijk overleg Wonen, Wijken en Zorg is het gremium dat moet zorgen voor de realisatie van deze integrale vraagstukken. Dit gremium stelt een uitvoeringsagenda vast dat recht doet aan de opgave die moet leiden tot een Inclusieve Stad. Dit realiseren doen we samen met corporaties en zorgaanbieders. Bij het maatwerk dat we nastreven hoort ook het kunnen aanbieden van verschillende woonomgevingen – de drukte, hectiek en gezelligheid van de stad, de rustgevende landelijke omgeving van het Heuvelland of de geborgenheid van een kleine kern. Momenteel worden ook al diverse woonvoorzieningen gerealiseerd in de regiogemeenten (denk bv aan een gespecialiseerde woonlocatie voor mensen met autisme in Gulpen-Wittem, een groepswoonvorm in Valkenburg of een wonen met begeleiding voor jongvolwassenen in Eckelrade).

Bij de implementatie van het Plan Zicht op thuis zal er in samenwerking met zorgaanbieders, woningcorporaties en particuliere vastgoedeigenaren dan ook zeker aandacht zijn voor verdere spreiding om zodoende niet alleen te komen tot een Inclusieve Stad maar ook tot een “Inclusief Heuvelland”. Een uitbreiding van het bovengenoemde Bestuurlijk Overleg Wonen, Wijken en Zorg naar het Heuvelland kan daarbij aan de orde komen. De opgave voor het huisvesten van kwetsbare doelgroepen pakken we dus zoveel mogelijk op met de woningcoöperaties. Toch kijken we ook naar mogelijkheden in de particuliere sector. Ook nu vindt de doelgroep huisvesting op de particuliere woningmarkt.

6.3.2 Bestuurlijk Overleg Wonen, Wijken en Zorg Rondom de opgave van wonen en zorg is het Bestuurlijk Overleg Wonen, Wijken en Zorg BOWWZ) actief. Tijdens een eerste bijeenkomst op 10 september 2020 is hiertoe een eerste aanzet gedaan om vanuit de perspectieven van de corporaties, de zorgaanbieders, de zorgorganisaties

6.3.3 Samenwerking huisartsenzorg en geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Er zijn verschillende raakvlakken als het om de zorg en ondersteuning gaat van kwetsbare doelgroepen. De afgelopen jaren is er bij Blauwe Zorg in de Wijk gekeken hoe de samenwerking tussen huisarts, GGZ en sociaal domein elkaar kan versterken.

37

De samenwerking is vormgegeven via Alliantie Santé wat gebruikt kan worden om de samenhang tussen de domeinen te blijven volgen.

Categorie Voorziening

Aantal Type voorziening

Voorzieningen zonder verblijf (scheiden wonen en zorg)

65

6.3.4 Bestuursakkoord nazorg ex-gedetineerden Het doel van dit bestuursakkoord is om preventief te werken bij de doelgroep ex-gedetineerden te gaan realiseren. Daarvoor wordt een opdrachtformulering gemaakt.

6.4 Vlekkenplan Al met al worden de doelgroepen die een specifieke huisvestingsvraag en zorgvraag hebben in kaart gebracht. Per doelgroep wordt de kwantitatieve vraag in combinatie met de kwalitatieve vraagstukken beschreven. Hierdoor ontstaan zogenaamde profiel-productcombinaties. Deze combinaties moeten in de stad en regio, voor zover niet aanwezig, een plek krijgen. Dit geheel wordt samengevat in een vlekkenplan dat zoekgebieden voor profiel-productcombinaties laat zien. Dit is een onderbouwde schatting over benodigd aantal plaatsen/woningen/voorzieningen na migratie naar de Wlz van de populatie zonder uitstoomperspectief. De schatting is gebaseerd op inventarisatie WIEP!advies BW en MO 2019 en Companen rapport 2020. Binnen de typen voorziening kan nog verdere differentiatie in doelgroep en/of zorgintensiteit en eventueel gewenste spreiding over de regio MH worden gerealiseerd.

Voorziening met verblijf

Speciale doelgroep

Totaal

Aantal

Sociaal hostel (YMCA-achtig, consumer/ ED run voor langdurige populatie DNO, c.q.langdurige doelgroep MO/BW met multiproblematiek en geringe sociale inclusie mogelijkheden, gericht op stabiliseren en voorkomen achteruitgang evt. na uitstroom MO of BW)

30

Wacht-/tussenvoorziening (tijdelijke woning – bv max 1 jr – in afwachting van permanente woning (voorziening nodig ivm woningtekort)

20

Zeer moeilijk plaatsbaren (incl jongeren) woonunits prikkel- en overlastarm

15

Regulier volwassen Kort < 3 mnd (eerste opvang ‘zuivere’ doelgroep DNO)

30

Regulier volwassen max 5 jr

70

Jeugd kort < 3 mnd (eerste opvang DNO voor jongeren)

15

Jeugd max 5 jr

20

Somatiek/ouderen

12

Familie (studio/appartement)

8

100

55

220

Ook nog

BWZV (in eigen/bestaande woning) Zelfst woning voor uitstroom/jr Crisis/acute opvang volw en jeugd

38

100 100-150 0

Ervaringsdeskundigheid is het vermogen om op grond van eigen herstelervaring voor anderen ruimte te maken voor herstel. De kennis die door reflectie op de eigen ervaringen en ervaringen van deelgenoten is vergaard, aangevuld met kennis uit andere bronnen, wordt op een professionele manier ingezet ten behoeve van anderen. De ervaringsdeskundige heeft het vermogen ontwikkeld om:

6.5 Optimaliseren van het zorglandschap Een belangrijke component in het herstelproces is de mogelijkheid om een beroep te kunnen doen op de juiste ondersteuning. En die ondersteuning, weten we inmiddels, moet zowel vanuit zorgprofessionals komen die gericht zijn op herstel als vanuit ervaringsdeskundigen en Peers. Bij het optimaliseren van het zorglandschap gelden de volgende uitgangspunten: • Opvang wordt zo veel mogelijk voorliggend georganiseerd (bijv. B&B, hostel etc.); • Opvang geldt in uiterste nood en dient zo kort mogelijk te zijn (maximaal 6 weken); • Er komen kleine opvanglocaties verdeeld over de stad en regio.

Daarbij benutten we de lokale infra: denk aan een meer rustige omgeving, korter bij de voorzieningen of net niet, mate van sociale cohesie, verleidingen, inzetten van de mogelijkheden van de persoon, etc.; • Mensen krijgen een eigen zelfstandige plek in die opvanglocaties (geen slaapzalen meer); • Er komt een differentiatie van plekken en ruimte voor initiatieven voor nieuwe vormen van eerste opvang; • Wonen en zorg wordt zoveel mogelijk gescheiden; wonen wordt zoveel mogelijk zelf betaald door de cliënt en de zorg wordt in huis en de eigen wijk gegeven (zo dichtbij eigen leefomgeving als mogelijk); • Inzetten op herstel en het gedachtengoed van positieve gezondheid; • Ontwikkelperspectief benutten door in te zetten op scholing, dagbesteding of vormen van werk (zinvolle daginvulling). • Ervaringsdeskundigen gaan een essentiële rol spelen in de ondersteuning; • Een sociale basisinfrastructuur (lokaal/gebiedsgericht) voor de pijlers voorzorg en nazorg met de zachte landing in de buurt, kern en of dorp; • Dit vraagt om netwerksamenwerking van professionals, ervaringsdeskundigen, mantelzorgers en sociale omgeving van deze inwoners. In de bovenstaande opsomming komt het woord ervaringsdeskundige meerdere malen naar voren en zien we als een toegevoegde waarde bij het optimaliseren van het zorglandschap.

39

De eigen ervaringen met een ontwrichtende aandoening en het te boven komen ervan (herstel) in wederkerigheid in te zetten om anderen te ondersteunen bij het vinden of maken van ruimte voor hun persoonlijk herstelproces; De inbreng van de persoonlijke dimensies van herstel onderscheidt een ervaringsdeskundige van een reguliere hulpverlener. De eigen ervaringen met stigmatisering en empowerment in te zetten om een herstelondersteunende (maatschappelijke) omgeving en herstelondersteunende zorg te bevorderen. In de bovenstaande opsomming lijkt het dat vooral om wonen en zorg gaat. Eerder stond al beschreven dat economische zelfredzaamheid een belangrijke factor is, zowel bij het voorkomen van dakloosheid als ook. Kortom, er zijn grote raakvlakken met de participatiewet. Bij het optimaliseren van het zorglandschap wordt ook gekeken naar de mogelijkheden binnen de participatiewet.

6.6 Optimaliseren toegang, coördinatiepunt De opgave is om de toegang te vereenvoudigen. Bij de start in 2015 werd er gewerkt met een centrale voordeur. Gemeente en aanbieders gezamenlijk bekeken welke mogelijkheden (ook voorliggend) er waren voor de aanvragers van wonen inclusief ondersteuning. De centrale voordeur werkte totdat het aantal aanbieders dat deelnam, te groot werd. Door de open-house construct kregen steeds meer aanbieders gelegenheid om aan te sluiten.

Door het aantal gecontracteerde partijen sterk te verminderen, ontstaat ruimte om te kijken naar de systematiek van de centrale voordeur. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten:

• De wijze van ondersteuning wordt centraal beoordeeld waarbij er nauw •

samen met aanbieders en de lokale toegangen wordt samengewerkt om ook de lokale verbinding te leggen; Er wordt strakke procesregie gevoerd door de toegang, met actieve sturing op lichtere vormen van beschermd thuis.

Toegang is echter meer dan het toekennen van een voorziening. Bij de uitgangspunten willen we inzetten op het reduceren en ombuigen naar kleinschalige opvang- en intramurale settingen en toewerken naar het scheiden van wonen en zorg. Dat doen we door zo veel als mogelijk aan te sluiten bij het normale leven. Op alle vier de pijlers (voorzorg, basiszorg, maatzorg en nazorg) zijn er vormen van toegang. Belangrijk aandachtspunt is de samenhang tussen deze pijlers te organiseren en te bewaken. Op dit moment zijn er verschillende projecten die betrekking hebben op toegang en daarnaast is de toegang versnipperd georganiseerd. We kennen de projecten crisisopvang, regiecentrum, Housing, Housing First, verschillende meldpunten voor de Wet verplichte GGZ, verwarde personen en inloopplekken. Daarnaast vragen woningcoöperaties een coördinatiepunt voor enerzijds het matchen bij woningen en anderzijds voor de borging van de zachte landing in de wijk. Om de toegang tot wonen, zorg en opvang goed te organiseren worden alle toegangen en meldpunten in kaart gebracht en samen met coöperaties en zorgaanbieders een goed functionerende toegang en coördinatiepunt ontwikkeld.

40

Vanaf 2022 wordt elke gemeente verantwoordelijk voor beschermd wonen. Vanaf 2023 krijgt elke individuele gemeente gestaffeld budget. Het doel is dat de komende vijf jaar de toegang en de budgetten voor beschermd thuis bij Maastricht blijven. De monitoring en ontwikkeling van de opgave blijft een verantwoordelijk van alle 6 de gemeenten. Dat wordt vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst (zie verder hoofdstuk 6).

6.7 Uitvoeringsplan De opgave is om de toegang te vereenvoudigen. Dit plan is kader stellend en geeft de richting en het doel aan wat we willen bereiken. Hoe we dat willen gaan bereiken wordt uitgewerkt in uitvoeringsplannen. Dat doen we samen in de regio, met aanbieders, woningcoöperaties en de doelgroep. De meervoudsvorm in de vorige zin is correct. Het Zicht op Thuis-plan geeft onder andere de ontwikkeling van de veranderopgave binnen de velden Maatschappelijke opvang en beschermd wonen aan. Hier kunnen projecten benoemd worden, bijvoorbeeld de ombouw van de dag- en nachtopvang, die dan op de uitvoeringsagenda van het BOWWZ kunnen landen. Het BOWWZ moet dan ook gezien worden als een integraal realisatievehikel. Met andere woorden we sluiten aan bij veranderplannen die reeds opgesteld zijn of worden. Voor de onderdelen, bijvoorbeeld monitoring nemen we als gemeenten regie en stellen we zelf een uitvoeringsplan samen met onze partners.

6.8 De resultaten Resultaat

2021

2022 2023 2024

Nieuwe inkoop gerealiseerd voor uitvoering van dit plan Samenwerkingsovereenkomst MH vastgesteld Overeenkomst WM vastgesteld Realiseren monitor voor sturing Zorglandschap is geoptimaliseerd Toegang / coördinatiepunt is gerealiseerd Realisatie afbouw opvang Eerste opvang gerealiseerd met een maximaal verblijf van 6 weken Voorzorg verbeterd Vlekkenplan uitgevoerd rekening houdend met de vier pijlers Aantal daklozen op straat teruggebracht naar maximaal 10 Evaluatie plan zicht op thuis geëvalueerd

41

Hoofdstuk 7: Sturing, monitoring en beheersing 42

7.1 Sturen en verantwoorden Het uitgangspunt van dit plan is dat de gemeenten samen met de woningcorporaties en zorgaanbieders in onze regio de geformuleerde ambitie en doelstellingen gaan uitvoeren. Alle partners doen dat vanuit hun eigen rol6, de gemeente(n) treedt op als opdrachtgever en actieve partner. We sturen vanuit partnerschap, waarbij de kernboodschap en de uitwerking van de ambitie en subdoelen centraal staan. Met elkaar willen we de beweging op gang brengen. We houden de voortgang in de gaten, ook met cijfers.

gedeelde waarden zijn het startpunt

kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd

Samenwerking Co-creatie

Uitvoeringsplan Zicht op thuis

Gedeelde missie, visie en strategie

Nadere regels

Leidende principes Om voortgang van het te sturen en verantwoorden van dit plan, willen we het volgende sturingsmodel inrichten, bestaande uit vier onderdelen:

ambitie

• Gedeelde waarden, die het startpunt zijn van het sturingsinstrumentarium: wat is de gezamenlijke bedoeling en hoe willen we daar met elkaar aan werken; • Kaders en randvoorwaarden zijn de hardere afspraken waaraan dient te worden voldaan. Dit zijn onder andere beleidsregels en opdrachten waarin heldere afspraken worden geformuleerd; • Data en informatie zoals indicatoren die de beweging in kaart brengen. Onder de kopjes ‘Wat ziet u concreet’ zijn de doelstellingen uitgewerkt die we willen realiseren; • Betekenisvolle dialoog is gericht op leren en verbeteren. Dit overleg wordt periodiek ingepland met de partners.

6 Woningcoöperaties als verstrekker van huisvesting en leefbaarheid, zorgaanbieders als zorgverleners

Periodieke gesprekken bestuurlijk overleg Samenwerking met partners Dialoog met partners

leren en verbeteren via interactie en dialoog

43

Indicatoren zoals geformuleerd in het uitvoeringsplan Beschikbare informatie en data over: In-, door- en (duurzame) uitstroom Aantal daklozen Aantal buitenslapers

data en informatie brengt de beweging in de kaart

Om sturing te geven aan hetgeen we willen bereiken stelt de centrumgemeente jaarlijkse een uitvoeringsplan op. Het plan geeft richting aan de ontwikkeling in het komende jaar. Uitgangspunt voor het uitvoeringsplan is het voorliggende kader en de rollen die de centrumgemeente Maastricht en de overige Maastricht-Heuvelland gemeenten invullen in dit verband.

wordt verricht. De monitoringsinformatie gebruiken we voor de dialoog, die dus vooral zal gaan over de richting van de beweging en/of de inzet die bijdraagt aan de (sub)doelen die we willen realiseren. Zoals in hoofdstuk 2 beschreven staat, kunnen we op dit moment alleen kwantitatieve gegevens uit onze systemen halen. De Suite (systeem van SZMH) is niet uitgerust om de daadwerkelijke resultaten te meten.

In het proces van sturing en beheersing vervuld de centrumgemeente twee rollen, te weten: • de rol van opdrachtnemer (/dienstverlener) richting de andere MaastrichtHeuvelland gemeenten en • de rol van opdrachtgever richting de (zorg)aanbieders die invulling geven aan een overheidsopdracht en/of aan wie een subsidie wordt verstrekt in het kader van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De andere gemeenten Maastricht-Heuvelland vervullen de rol van opdrachtgever richting de centrumgemeente Maastricht. Om invulling te geven aan onze rollen richten we, als centrumgemeente Maastricht, een backoffice in waardoor we in staat gesteld worden invulling te geven aan: (1) het contractmanagement en –beheer, en het subsidiebeheer; (2) de sturing en beheersing door een P&C-cyclus in te richten passend bij haar rol als opdrachtnemer en –gever. De P&C-cyclus bestaat uit: het jaarlijks opstellen van een uitvoeringsplan, voortgangsrapportage(s) en een jaarverslag.

Dat moet echt anders. Allereerst is er een nieuwe 0-meting nodig als de Wlz migratie is voltooid. In de 0-meting staan niet alleen de aantallen maar ook tot welke gemeente de zorgvrager behoort. Tevens wordt er een uitvoeringsnotitie opgesteld. De ontwikkellijn die voor deze notitie gehanteerd wordt, is in hoofdlijnen: • Aantal meldingen met daarin het onderscheid of het een nieuwe melding is of een bestaande (recidive); • Van het aantal meldingen weergeven wat de vervolgstap is: • Voorzorg; • Basiszorg (1e opvang); • Maatzorg: Beschermd wonen met verblijf, beschermd wonen zonder verblijf, doorstroom woning met begeleiding, zelfstandige woning met begeleiding; • Tussentijds: de vervolgstap als eerst basiszorg is ingezet; • Tussentijdse doorstroom tussen de vormen maatwerk; • Uitstroom. Kortom, alle mogelijkheden van in-, door- en uitstroom wordt aan de hand van categorieën weergegeven. Samen met de aanbieders zal gekeken worden hoe dit met zo min mogelijk administratieve lasten vorm gegeven kan worden.

7.2 Monitoren In dit plan zijn de (sub)doelen, activiteiten en de beoogde resultaten uitgewerkt, soms kwalitatief, soms meer kwantitatief. In de opdrachtverstrekking zullen we rapportages vragen over de beoogde resultaten. Naast deze sturingsinformatie maken we gebruik van beschikbare informatie en data, en van onderzoek dat in het kader van het uitvoeringsplan

44

7.3 Voortgangsrapportage We rapporteren jaarlijks over de voortgang van het plan in de planning en control cyclus. Daarnaast worden de (monitorings-)gegevens ook opgenomen in het dashboard van het sociaal domein.

7.3 Financiën In de programmabegroting 2021 zijn de volgende budgetten beschikbaar gesteld voor de realisatie van dit plan voor de periode 2021 -2024.

Onderdeel begroting De middelen worden ingezet voor de realisatie van het uitvoeringsplan met het doel invulling te geven aan: (1) onze gezamenlijke koers: mensen meer thuis te huisvesten en begeleiden in plaats van in een instelling, (2) het beter invullen van de randvoorwaarden en (3) om waar nodig (extra) investeringen te doen. De realisatie van het uitvoeringsplan kan plaatsvinden middels overheidsopdrachten en/ of subsidievertrekken. De bovenstaande tabel is de huidige begroting t.b.v. de uitgaves beschermd wonen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en de projectgelden. De uitvoeringskosten zoals die op dit moment in Maastricht gelden zijn niet meegenomen. Ook deze uitvoeringskosten dienen herijkt te worden. Daarvoor is nodig dat eerst gekeken wordt hoeveel mensen na de Wlz migratie gebruik blijven maken van WMO-BW. Ook dient met de inkoop gekeken te worden welke taken waar belegd worden. Bij het vaststellen van de samenwerkingsovereenkomst eind 2021 is dat inzichtelijk.

2021

2022

2023 (^)

2024

Beschermd wonen (*)

€ 20.123.961

€ 20.123.961

€ 20.123.961

€ 20.123.961

MO (**)

€ 6.458.475

€ 6.062.158

€ 6.062.158

€ 6.062.158

Wvggz

€ 143.000

€ 143.000

€ 143.000

€ 143.000

VO Opvang

€ 1.959.628

€ 1.959.628

€ 1.959.628

€ 1.959.628

Projectgelden BZK voor het financieren van projecten transformatie

€ 1.164.800

n.v.t Er komt mogelijk wel een nieuwe tranche waar we op kunnen inschrijven

n.v.t.

n.v.t.

Projectgelden VWS en overloop voor het financieren van projecten transformatie

€ 1.227.634

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

€ 125.000

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Actieplan dak en thuislozen

De uitvoeringskosten beleid en uitvoering zijn nog niet meegenomen in bovenstaand overzicht. (*) Definitief budget kan pas weer gegeven worden na de Wlz migratie en is het totaal van Beschermd wonen met en zonder verblijf, PGB en dagbesteding beschermd wonen. (**) Inclusief budget Westelijke Mijnstreek en zonder eventuele Rijkscorrecties en waarvan € 430.000 bestemd is voor de aanpak personen met verward gedrag.

45

Begrippenlijst

Extramuralisering GGZ De extramuralisering is de afbouw van bedden in GGZ-instellingen en de opbouw van voorzieningen voor behandeling thuis.

Op alfabetische volgorde Ambulante hulpverlening Hulpverlening vindt plaat bij de zorgvrager Beschermd wonen Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilsatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen en of die niet in staat zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Brede doelgroep De doelgroep die behoort tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Forensische zorg Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg die onderdeel zijn van een straf of maatregel. Herstel: Herstelondersteunende zorg is de visie dat het gaat om het ondersteunen van herstel in plaats van het louter terugdringen van ziekte. Housing first Housing First biedt hulp aan dakloze inwoners met meervoudige problemen, psychiatrische stoornissen mogelijk in combinatie met verslaving. Zij krijgen een woning aangeboden met (intensieve) begeleiding en ondersteuning op alle leefgebieden. Huisuitzetting Reden tot huisuitzetting zijn in de sociale huursector: verregaande huurachterstand, zich niet houden aan de regels van de woningcorporatie, (geluids-)overlast veroorzaken, wietteelt, illegale onderverhuur.

B-verpleegkundige Verpleegkundige gespecialiseerd in de verpleging van mensen met een psychiatrische ziekte. Centrumgemeenten Voor de taken maatschappelijke opvang en beschermd wonen zijn er 43 centrumgemeenten. Elk centrumgemeentegebied bestaat uit een centrumgemeente en meerdere regiogemeenten. Dakloosheid Het niet hebben van onderdak. Onder daklozen worden mensen verstaan die geen woning hebben en in opvangcentra verblijven of die overnachten in leegstaande gebouwen of op straat. Omdat dakloosheid niet enkel een probleem is van huisvesting, wordt er vaak gesproken over dak- en thuisloosheid.

Inkoop Het vakgebied dat zich bezighoudt met alle inkoopwerkzaamheden van organisaties. Hierbij gaat het om goederen, producten of diensten tegen de juiste voorwaarden en prijs in te kopen om zo de doelen van de organisatie te realiseren Maatschappelijke opvang Kerntaak van de maatschappelijke opvang is het bieden van tijdelijk verblijf aan mensen zonder dak boven hun hoofd, gekoppeld aan zorg en begeleiding en/of het verhelpen van een crisis.

Degressief tarief Zoeken in de inkoopstukken

Mental Health First Aid De cursus voor eerste hulp bij psychische problemen.

Doordecentralisatie Per 1 januari 2022 wordt gestart met de doordecentralisatie van beschermd wonen. Dat betekent dat niet alleen de 43 centrumgemeenten, maar alle 355 gemeenten zich volledig gaan inzetten voor inwoners die in aanmerking komen voor beschermd wonen en daartoe alle regionale samenwerkingsafspraken hebben gemaakt.

Multi problem Multiprobleem(gezinnen) hebben te maken met een combinatie van problemen op meerdere leefgebieden.

46

Normaliseren Zo veel mogelijk aansluiten bij de normale gang van zaken in de samenleving.

Norm voor opdrachtgeverschap Gemeenten nemen de verantwoordelijkheid om regionale samenwerking te verbeteren en het opdrachtgeverschap te versterken. Dit, met het oog op een goed functionerend zorglandschap. Wij doen dat door onderling afspraken te maken over een niet-vrijblijvende Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) op het gebied van jeugd en BW-MO.

Sociale huurwoning Zijn woningen waarvan de huurprijs laag wordt gehouden voor mensen met een beperkt inkomen

Positieve gezondheid Positieve Gezondheid is een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies. Met die bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren.

Subsidie Is een tijdelijke bijdrage van de overheid of een niet-commerciële organisatie ten behoeve van het starten van een activiteit waarvan het economische belang niet direct voor de hand ligt.

Prestatieafspraken Elk jaar zit de woningcoöperatie met de gemeente om de tafel om ‘prestatieafspraken’ te maken. Daarin legt de coöperatie samen vast wat ze het komende jaar in die gemeente gaat doen. Het zijn officiële afspraken, waarop de gemeente de coöperatie kan afrekenen. Preventie Het voorkomen van. Project Housing Maastricht (HM) HM heeft een centrale rol bij het bemiddelen van een woning voor de cliënt bij de woningcorporatie en bij het afstemmen van de woonvraag op de zorg- en begeleidingsvraag van de cliënt. HM bemiddelt en schakelt tussen verhuurder en zorgaanbieder, lost knelpunten op en verzorgt monitoring en follow-up van de cliënten na verhuizing. Binnen een jaar is een woning beschikbaar. Regioplan Beschermd Thuis 2020: Beleidsplan voor de regio Maastricht-Heuvelland voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Remigratie Remigratie is de permanente terugkeer van geëmigreerde mensen naar het geboorteland. Sociale en maatschappelijke basis Het breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning in de eigen buurt, om zelfredzaam te zijn, talenten te ontwikkelen en mee te doen in de stad.

47

Solidariteit Bewustzijn van saamhorigheid en bereidheid om de consequenties daarvan te dragen.

SZMH Sociale Zaken Maastricht Heuvelland uitvoering van participatie, wmo, onderwijs en jeugd. Toegang Mate waarin mensen toegang hebben tot (zorg)voorzieningen en interventies. Wet langdurige zorg migratie De Wet langdurige zorg (Wlz) regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening. YMCA Laagdrempelige, goedkope kamerverhuur voor doelgroep langdurige zorg met multiproblematiek en geringe sociale inclusie mogelijkheden, eventueel na uitstroom uit MO of BW, bij voorkeur consumer run.

Geraadpleegde bronnen • https://www.bmc.nl/binaries/content/assets/bmcnl/pdfs/bmc-infographic-beschermd-wonen-beschermd-thuis.pdf • https://onderzoekmobw.socsci.uva.nl/index.php/en/report/planet-homeless-governance-arrangements-in-amsterdam-copenhagen-and-glasgow/ • https://vng.nl/artikelen/norm-voor-opdrachtgeverschap-mo-bw-routekaart • https://vng.nl/artikelen/openstelling-wlz-voor-ggz-clienten-vertraging-indicatiestelling • https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2020/04/21/herstel-begint-met-een-huis---dakloosheid-voorkomen-en-verminderen • https://www.raadrvs.nl/documenten/videos/2020/04/21/animatie-herstelbegint-met-een-huis • https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/publication-attachment/ Kwetsbare%20groepen%20in%20beeld%20%5BMOV-222017-0.3%5D.pdf • https://www.movisie.nl/beschermd-wonen-naar-beschermd-thuis

48

Bijlage 1 Evaluatie Regioplan Beschermd Thuis 49

1. Inleiding Eind 2017 heeft de gemeente Maastricht samen met de Heuvellandgemeenten het Regioplan beschermd thuis opgesteld. De reden voor het opstellen van dit plan was dat de wettelijke centrumregeling zou gaan vervallen per 2020 en dat elke gemeente een eigen budget gaat ontvangen. Dat proces had vertraging opgelopen. Landelijk was er nog geen duidelijkheid over de verdeelsleutel van de budgetten en ook de norm voor opdrachtgeverschap was nog niet vastgesteld. Daarom werd het Regioplan door Maastricht en de Heuvelland gemeenten met een half jaar verlengd tot 1 juli 2021.

De colleges zagen het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de ambitie zoals in het Regioplan beschreven staat, te verwezenlijken. Daarbij waren vier veranderopgaves benoemd: • Verschuiving naar ambulant; • Verbreding doelgroep, maatschappelijke opvang en beschermd wonen transformeren naar beschermd thuis; • Inzet op herstel en preventie; • Vormgeven aan solidariteit tussen de samenwerkende gemeenten.

3. Bredere doelgroep Bij het vaststellen van het Regioplan was besloten om het onderscheid tussen de doelgroepen maatschappelijk opvang en beschermd wonen los te laten. De definitie van Dannenberg waarbij ingegaan wordt op mensen met een verstoorde zelfregulatie, is nog steeds van toepassing. In de uitvoering zien we nog steeds aparte aanpakken. Een van de oorzaken is dat matschappelijke opvang en beschermd wonen niet op gelijke wijze gefinancierd wordt. Voor beschermd wonen geldt een dienstverleningsovereenkomst en vindt financiering plaats via arrangementen. De maatschappelijke opvang wordt gesubsidieerd. Om vanuit een brede doelgroep te kunnen werken, is eenzelfde (financierings)systematiek helpend.

2. Aanleiding De aanleiding van het op- en vaststellen van het Regioplan beschermd thuis was de Verenging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Volkshuisvesting Welzijn en Sport (VWS) afgesproken hadden dat elke individuele gemeenten verantwoordelijk wordt voor de uitvoering van maatschappelijke opvang en beschermd wonen in plaats van alleen de Centrumgemeente. De basis voor het Regioplan was het rapport van de Commissie van Dannenberg “Van beschermd wonen naar beschermd thuis”. Met het Regioplan beschermd thuis 2020 onderschreven de 6 colleges een gezamenlijke toekomstvisie. Deze visie was tot stand gekomen in een breed denkproces met cliënten en familievertegenwoordigers uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen, uitvoerders en regiogemeenten.

4. Sociale inclusie In het Regioplan werd gesproken over sociale inclusie als burgerschap, zelfbepaling, hoop en perspectief en positieve gezondheid. Uit o.a. het Woonpijn onderzoek van de universiteit van Maastricht blijkt dat een thuis meer is dan alleen een dak boven je hoofd. Om herstel te kunnen bewerkstelligen is meer nodig. Het realiseren van sociale inclusie is niet eenvoudig en een langdurig proces. Uit de aanpak mensen met verward gedrag blijkt dat de verwardheid bij medeburgers de veiligheidsbeleving kan aantasten. Om de dialoog in buurten te voeren zijn drie korte filmpjes gemaakt. Ook andere delen van de aanpak personen met verward gedrag hebben bijgedragen om inclusie te bevorderen. Bij het nieuwe plan wordt de aanpak personen met verward gedrag geïntegreerd bij de ondersteuning en wonen van de brede doelgroep.

De doelstellingen van de koers waren: • Bredere doelgroep; • Sociale inclusie; • Stabiele woonplek in de wijk; • Spaarzaam gebruik van beschermde woonvoorziening; • Herstel en Participatie; • Niemand afschrijven.

50

5. Stabiele woonplek in de wijk

6. Spaarzaam gebruik van beschermde woonvoorziening

In het Regioplan staat beschreven dat beschermde woonplekken een breed arsenaal aan woonvarianten met begeleiding omvat. De bescherming verwijst naar een op maat geboden compensatie van de verstoorde zelfregulatie door flexibele begeleiding. Ook bij beschermd wonen wordt de beweging gemaakt van intramuraal naar vormen van zelfstandig wonen met ondersteuning. Door de Wlz migratie per 1 januari 2021 gaat met name de mensen die gebruik maken van een intramurale setting over naar het Zorgkantoor.

Door de extramuralisering van de GGZ werd er de afgelopen jaren geen afname gezien bij beschermd wonen. Met de migratie naar de Wet Langdurige zorg (Wlz) gaat een groot deel van de beschermd wonen doelgroep onder een ander regiem vallen. De afgelopen periode hebben we gezien dat het missen van voldoende betaalbare woningen ervoor zorgden dat de doorstroom bij zowel beschermd wonen als de maatschappelijke opvang stagneerden. Vanaf september 2020 is er een bestuurlijk overleg wonen, wijken en zorg gestart. Met woningcoöperaties en zorgaanbieders wordt gekeken hoe de gezamenlijke de opgave van wonen en ondersteuning voor kwetsbare doelgrepen beter vorm gegeven kan worden.

Door de inzet van het Project Housing Maastricht (HM), beschermd wonen zonder verblijf en Housing first lukt het steeds beter om mensen zelfstandig te laten wonen in buurten. HM heeft een centrale rol bij het bemiddelen van een woning voor de cliënt bij de woningcorporatie en bij het afstemmen van de woonvraag op de zorg- en begeleidingsvraag van de cliënt. HM bemiddelt en schakelt tussen verhuurder en zorgaanbieder, lost knelpunten op en verzorgt monitoring en follow-up van de cliënten na verhuizing. Binnen een jaar is een woning beschikbaar. Er wordt toegewerkt dat iemand zelfstandig kan wonen. Na het verkrijgen van een woning, wordt er minimaal nog een jaar ondersteuning verricht als voorwaarde in de huurovereenkomst. Met de decentralisatie Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kwam de taak beschermd wonen ook over naar de gemeente. Bij het inrichten van de zorg werd het arrangement beschermd wonen zonder verblijf ingevoerd. Onze regio was daarmee een van de voorlopers van beschermd thuis. Bij het arrangement is nog steeds 24/7 ondersteuning beschikbaar maar verblijft de zorgvrager niet meer in een intramurale setting. Housing first betekent dat eerst een woning geregeld wordt en vervolgens passende ondersteuning om aan de verschillende leefgebieden te werken.

Daardoor hoeft de zorgvrager niet naar een opvanglocatie waarvan we weten dat onze huidige opvang niet bijdraagt aan herstel. Kortom, er zijn veel ervaringen op gedaan hoe we wonen in een intramurale setting kunnen verkorten en voorkomen.

51

In de voorbereiding van de Wlz migratie hebben we meerdere keren onze aanbieders gewezen dat een deel van de populatie mogelijk over kan gaan en dat zij, als zij zorg willen leveren voor het zorgkantoor, zij een overeenkomst moeten sluiten. De Wlz migratie heeft vertraging opgelopen. Het proces zou voor 1 januari 2021 voltooid zijn. Vanwege de grote hoeveelheid aanvragen is er vertraging ontstaan. Het heeft echter niet geleid dat zorgvragers geen ondersteuning hebben ontvangen. Er is zorg gedragen voor een goede overgangsperiode.

7. Herstel en participatie Uit met name het Woonpijn onderzoek van de Universiteit van Maastricht blijkt dat er nog onvoldoende ingezet wordt op wat de doelgroep zelf kan. Dat kwam uit verschillende interviews naar voren. Vanuit de gemeente werd daar nog niet opgestuurd. De huidige inkoop is niet geënt op resultaten. Ook zitten er niet de juiste prikkels in om te kijken hoe ondersteuning op een andere wijze ingezet kan worden. Met de voorbereiding van de herijking inkoop Wmo wordt gekeken hoe dat kunnen verbeteren. Daarnaast is contactpersoonschap bij de uitvoering ingevoerd en vindt er meer casusregie plaats.

8. Niemand afschrijven

11. Inzet op herstel en preventie

Iedereen die een vorm van beschermd wonen nodig had, is voor gezorgd dat die ook een vorm van beschermd wonen kreeg. Er zijn als stappen gezet om uit te gaan van de mogelijkheden en de mate van zelfredzaamheid. Bij onderdeel 5 stabiele woonplek is hier al aandacht aan gegeven. Bij beschermd wonen werd ook gekeken naar een zinvolle dag invulling.

Voor jongeren geldt dat bij de bijstand afgeweken kan worden van de kostendelersnorm. Ook is bij jeugdhulp de afspraak dat jongeren niet zonder perspectief uitstromen. Daarmee zijn al goede stappen gezet in het voorkomen van dakloosheid. Ook het project crisisopvang zorgt voor alternatieve oplossingen zodat mensen niet op straat terecht komen.

9. Verschuiving naar ambulant Door het bieden van het arrangement beschermd wonen zonder verblijf boden we de mogelijkheid om steeds meer ambulant op te pakken. Dat is te zien in de toename van het aantal arrangementen beschermd wonen zonder verblijf. Tussen 2019 en 2020 was het een toename van 31 personen.

10. Verbreding doelgroep, maatschappelijke opvang en beschermd wonen transformeren naar beschermd thuis

12. Vormgeven aan solidariteit tussen de samenwerkende gemeenten Er is een concept samenwerkingsovereenkomst gereed. Als het nieuwe objectieve verdeelmodel van het budget aangenomen is, kan de samenwerkingsovereenkomst afgerond worden en ter besluitvorming voorgelegd worden aan de gemeenteraden. Samengevat zien we dat een aantal zaken bij het Regioplan gerealiseerd of ingang gezet zijn. Met het Plan Zicht op Thuis zetten we de ingang gezette koers voort, nemen we de resultaten van de onderzoeken, die in opdracht van ons zijn verricht mee en bouwen we met onze coöperaties en de aanbieders de zorg en ondersteuning voor de doelgroep verder uit.

Deze verbreding is nog niet bereikt. Dat heeft enerzijds te zaken met het ontbreken van passende woningen waardoor doorstroom onvoldoende gerealiseerd is. Anderzijds bieden de huidige inkoop en subsidie relaties onvoldoende prikkels om door- en uitstroom te bevorderen.

52

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=ef5a9bda-7eaa-4715-a699-72df9b348705