20220524 05i Bijlage 7 van de Toelichting Archeologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 21001 Langstraat 3, Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O, verkennende fase).
Rob Paulussen Anneleen Van de Water
November 2021
ArcheoPro
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 21001 Langstraat 3, Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O, verkennende fase).
Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (zaaknummer) Bevoegd gezag Opslagplaats documentatie ISSN Auteur Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie
Aelmans, Kerkstraat 4, 6367 JE Voerendaal 20-195 ArcheoPro Rapport Langstraat 3, Eijsden 2021 11 24 24-11-2021 Definitief 4935909100 Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Eijsden-Margraten, Archis, E-depot 1569-7363 Rob Paulussen, Anneleen Van de Water Rob Paulussen Rob Paulussen, Anneleen Van de Water, Joep Orbons Niet van toepassing Drs R.P. A. Paulussen, senior KNA archeoloog
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2021 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 24-11-2021
Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 3
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................................................... 3 Samenvatting ....................................................................................................................................................................... 4 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................ 6 1.1 Algemeen........................................................................................................................................................................ 6 1.2 Locatiegegevens (LS02) ............................................................................................................................... 6 1.3 Huidige toestand (LS02) ............................................................................................................................... 7 1.4 Aard van de ingreep (LS01) ......................................................................................................................... 9 1.5 Onderzoek en vraagstelling (LS01) ...........................................................................................................
9 2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................................................ 11 2.1 Methode en bronnen .............................................................................................................................................. 11 2.2 Geo(morfo)logie en bodem (LS04) .......................................................................................................... 12 2.4 Archeologie (LS01/LS04) .............................................................................................................................. 18 2.5 Informatie amateurarcheologen (LS01/LS04)......................................................................................... 24 2.6 Historie (LS03) ........................................................................................................................................... 24 2.7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (LS05) .............................................................. 29 2.8 Onderzoeksstrategie (LS05).................................................................................................................... 32 3 Veldonderzoek..............................................................................................................................................................
34 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) ......................................................................................................... 34 3.2 Resultaten en interpretatie booronderzoek (VS03) .......................................................................... 34 4 Conclusies en aanbevelingen
(VS07) ........................................................................................................... 39
Literatuur en bronnen................................................................................................................................................... 41 Literatuur ........................................................................................................................................................................... 41 Bronnen .............................................................................................................................................................................. 41 Digitale bronnen .............................................................................................................................................................. 42 Bijlage 1: Verklarende woordenlijst ........................................................................................................................ 43 Bijlage 2: Archeologische tijdschaal ........................................................................................................................ 43 Bijlage 3: Overzicht vondstlocaties .......................................................................................................................... 44 Bijlage 4: Overzicht archeologische monumenten ............................................................................................
45 Bijlage 5: Overzicht archeologische onderzoeksmeldingen .......................................................................... 46 Bijlage 6: Boorbeschrijving ......................................................................................................................................... 48 Betekenis van de afkortingen: ................................................................................................................................... 50
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 4
Samenvatting In januari en februari 2021 is op een terrein aan de Langstraat te Mesch, gemeente EijsdenMargraten een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd bestaande uit een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) verkennende fase middels grondboringen met voorafgaand een bureaustudie. Aanleiding vormt de beoogde herinrichting van het terrein dat behoort bij de 18e eeuwse Laethof tot camperplaats. Uit het bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied op basis van zowel de landschappelijke situering en de reeds verrichte archeologische waarnemingen een lage verwachting geldt voor archeologische nederzettingsresten van jagers-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum. Voor nederzettingsresten van (semi)sedentaire landbouwgemeenschappen uit de periode neolithicum-nieuwe tijd geldt een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. De hoge verwachting betreft bewoning, begraving en off site fenomenen daterend uit de vroege middeleeuwen tot en met nieuwe tijd. Het plangebied ligt namelijk binnen de oude kern van Mesch en grenst aan een 18e eeuwse vierkantsboerderij. Er kunnen resten van bebouwing, dan wel sporen van erfgebruik, percelering en/of landgebruik aangetroffen worden. Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat onder een (sub)recente verhardingslaag een oorspronkelijke dalbodem van de Voer aanwezig is.
Deze bestaat uit jonge, postmiddeleeuwse colluviale afzettingen die op minimaal circa 1,4 m –mv overgaan in oudere holocene colluviale afzettingen, vermoedelijk daterend uit de vroege middeleeuwen of daarvoor. Binnen het noordoostelijke deel van het plangebied is de oorspronkelijke bodem relatief diep verstoord c.q. bestaat deze uit opgebracht bodemmateriaal. Vanwege de aanwezigheid van jong, postmiddeleeuws colluvium tot meer dan 1 m –mv in combinatie met de beoogde ingreepdieptes van maximaal 0,8 m –mv, kan de archeologische verwachting voor de bodem tot 1 m –mv worden bijgesteld naar laag en wordt derhalve geadviseerd om geen plangebieddekkend archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Een uitzondering hierop betreffen de ondergrondse bouwresten ter plaatse van de boring 5. Indien ter plaatse van boring 5 de vastgestelde muurresten door de herinrichting van het plangebied zullen worden aangetast, wordt geadviseerd hier gericht vervolgonderzoek uit te voeren naar de aard, omvang en ouderdom van deze bouwresten. Deze muurresten bevinden zich op een diepte vanaf circa 20 tot 30 cm -Mv.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 5
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 1
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 6
1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Uitvoering bureauonderzoek Uitvoering veldwerk Archis onderzoeksmelding Bevoegd gezag: Bewaarplaats vondsten: Bewaarplaats documentatie
1.2 Locatiegegevens Provincie Gemeente Plaats Adres Toponiem Globale ligging
Kadastrale ligging Hoekcoördinaten plangebied
Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Bepaling locaties
Versie: 24-11-2021
Aelmans, Kerkstraat 4, 6367 JE Voerendaal Andrea Senden januari 2021 27 januari 2021 4935909100 Gemeente Eijsden-Margraten nvt Provinciaal Depot Limburg, E-depot, Archis, Gemeente Eijsden-Margraten (LS02) Limburg Eijsden-Margraten Mesch Langstraat 3 De Laethof Het plangebied ligt in het zuiden van de gemeente Eijsden-Margraten, bijna tegen de BelgischNederlandse grens. Figuur 1. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de Langstsraat; aan de zuid- en oostzijde aan de voer en aan de noordzijde ligt het (monumentale) pand De Laethof, Langstraat 3. EDN00 - K – 447 (deels) 179.252 / 308.303 179.252 / 308.373 179.341 / 308.373 179.341 / 308.303 0,28 hectare privaat Tuin, erf, parkeerplaats (figuur 2) 67,7 t/m 68,5 m +NAP meetlinten
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 7
Figuur 2: Luchtfoto uit 2019.2 Het plangebied is rood omlijnd.
1.3 Huidige toestand
(LS02)
Het plangebied vormt het ommuurde erf/achterterrein van De Laethof (pand Langstraat 3) te Mesch. De bebouwing die binnen het plangebied staat (bakhuisje) vormt geen onderdeel van het plangebied. Het plangebied is dus onbebouwd en in gebruik als tuin of erf/parkeerplaats. Er is halfverharding (gravel) of klinkerverharding aanwezig. Figuur 3a en 3b.
Figuur 3a: Foto-impressie van het plangebied.3 2 Bron: http://www.pdok.nl 3 Bron: http://www.google.nl/maps
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 8
Figuur 3b: Foto-impressie van het plangebied.4 Boven de Voer die het plangebied begrenst en midden en onder twee impressies van het plangebied. 4 R. Paulussen, 27 januari 2021.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 9
1.4 Aard van de ingreep Aard ingreep
Wijze fundering Onderkeldering Diepte bodemverstoring
Verwachte wijziging GW-stand Toekomstige ligging boven- en ondergrondse infrastructuur Toekomstige ligging verharding
(LS01)
Het planvoornemen bestaat uit de inrichting van een aantal camperplaatsen op het achterterrein van De Laethof te Mesch. Hiertoe zullen tevens kabels en leidingen aangelegd worden. Tevens zal aan de noordoostzijde van het plangebied enige beplanting (fruitbomen) worden uitgevoerd. Gedetailleerde (technische) bouw- en inrichtingplannen zijn nog niet beschikbaar. Ingreepinformatie zoals hier beschreven is gebaseerd op mondelinge mededelingen van de heer P. Voncken d.d. 4 november 2021. Nvt Nvt Camperplaatsen op de bestaande verharding: 0,0 m-mv . Kabels en leidingen in één leidingsleuf, ca. 22 * o,3 * 0,8 m. Nieuwe beplanting bestaande uit enkele fruitbomen aan de noordoostzijde van het plangebied: onbekend maar vermoedelijk niet meer dan 0,8 m. Nee Leidingsleuf dwars over het plangebied vanaf de zuidoosthoek van de boerderij richting de zuidwestelijke perceelgrens Bestaande verharding blijft grotendeels intact.
1.5 Onderzoek en vraagstelling
(LS01)
In januari en februari 2021 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Langstraat 3 te Mesch (gemeente Eijsden-Margraten). Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) verkennende fase met voorafgaand een bureaustudie. Bureauonderzoek heeft tot doel om alle beschikbare informatie te bundelen. Vervolgens kan deze gebruikt worden om te komen tot een gespecificeerde archeologische (verwachtings)waarde. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? Inventariserend Veldonderzoek heeft tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Aan de hand van de resultaten hiervan kan worden vastgesteld of binnen het plangebied daadwerkelijk (behoudenswaardige) archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn, op welke diepte deze (kunnen) voorkomen en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: Kan op basis van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Indien beantwoord met ja, dient deze bijstelling te worden toegelicht.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 10
In Nederland dient het vaststellen van de archeologische (verwachtings)waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P.A. Paulussen (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector), lic. A.E.M. Van de Water (senior KNA archeoloog) en drs. ing. P.J. Orbons (GIS-ondersteuning) conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.1 en SIKB BRL 4000). ArcheoPro is in het bezit van het daarvoor vereiste SIKB BRL 4000 certificaat 4002 en 4003.
1.6 Beleid en randvoorwaarden Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Dit beleid is juridisch verankerd in het bestemmingsplan. Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid en het bestemmingsplan Mariadorp, Mesch en Withuis 2015 (NL.IMRO.1903.BPLKOM13001-VG01, vastgesteld op 29-09-2015) valt het plangebied in de zone van archeologische waarde archeologie 2. Aan deze zonering heeft het gemeentelijke beleid en het bestemmingsplan de vrijstellingsgrenzen van 100 m² en 50 cm gekoppeld. Om in deze zone een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient bij overschrijding van beide vrijstellingsgrenzen, de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente EijsdenMargraten heeft voor zover bekend echter geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld.
Dit onderzoek is dus gebaseerd op de algemene criteria die in de KNA staan geformuleerd.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 11
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.1, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren. Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: • Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; • Aanmelden onderzoek bij Archis; • Beschrijven huidig gebruik; • Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; • Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; • Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; • Opstellen gespecificeerde verwachting; • Opstellen rapport bureauonderzoek.
Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Archeologische beleidskaart Gemeente Eijsden-Margraten • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) • Archeologische MonumentenKaart (AMK) • ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) • Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 • Bodemkaart 1:50.000 • Historisch-geografische studie Renes: De geschiedenis van het Zuid-Limburgse cultuurlandschap • Geomorfologische kaart 1:50.000 • Geologische kaart 1:50.000 • Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) • Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Limburg 1:25.000 18941926 • Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) • Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
2.2 Geo(morfo)logie en bodem
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 12
(LS04)
Het plangebied ligt binnen het Zuid-Limburgse lössgebied in het dal van de Voer, op de uiterst zuidwestelijke rand van het plateau van Margraten, (figuur 4). Het Zuid-Limburgse lössgebied wordt geo(morfo)logisch gekenmerkt door een terrassenlandschap dat is ontstaan door zowel tektoniek als klimaatsveranderingen. Door tektonische opheffing van het Limburg Blok sneed de rivier de Maas zich steeds dieper in het landschap in. Daarnaast zorgden klimaatsveranderingen voor een opeenvolgende sequentie van insnijding (tijdens interglacialen) en accumulatie (tijdens glacialen). Deze afwisseling zorgde samen met de tektonische opheffing voor het ontstaan van karakteristieke terrassenlandschap. De terrassen bestaan uit tientallen meters dikke grove rivierafzettingen (grind en grof zand) van de Maas die behoren tot de Formatie van Beegden. Ter plaatse van het plangebied doorsnijdt het riviertje de Voer het Terras van Rothem. Dit terras bestaat uit Maasafzettingen, die zijn gevormd in het Midden-Pleistoceen tijdens het Elsterien (circa 465.000 – 418.000 jaar geleden). Aan het einde van het Weichseliën, met name in het Laat Pleniglaciaal (circa 29.000 - 15.700 BP) en het Jonge Dryas (circa 12.745 - 11.755 BP) heerste er een poolklimaat in Nederland. Hierdoor ontbrak vegetatie waardoor op grote schaal verstuiving kon optreden.
Vanuit het Noordzeebekken en de brede rivierbeddingen van Maas en Rijn werd dekzand en löss(leem) meegevoerd. Löss bestaat overwegend uit silt. Siltdeeltjes zijn dermate klein (< 62 micrometer) dat deze door de wind in suspensie kunnen worden gehouden en over vrijwel onbeperkte afstand kunnen worden verplaatst. De lösslaag in Limburg varieert in dikte van één tot twintig meter. De afzettingen behoren tot het Laagpakket van Schimmert, onderdeel van de Formatie van Boxtel.
Figuur 4: Het Zuid-Limburgse heuvelland met de ligging van het plangebied (rode punt) in het dal van de Voer. Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 13
Volgens de geologische kaart van Zuid-Limburg (figuur 5) ligt het plangebied centraal binnen de beekdalbodem van de Voer. De dalbodem is opgebouwd uit Holocene beekafzettingen van de Voer. Ten zuiden en ten noorden hiervan komen de Pleistocene lössafzettingen voor op de terrassen van de aangrenzende plateaus en de bijbehorende hellingen. Als gevolg van erosie ontbreekt de löss lokaal en dagzomen de Pleistocene Maasafzettingen of de kalksteen uit het Krijt. Volgens de geomorfologische kaart (figuur 6) ligt het plangebied binnen een als gevolg van bebouwing niet gekarteerde zone. Desondanks kan worden vastgesteld dat het plangebied volgens deze kaart volledig op een laaggelegen beekdalbodem (legenda-eenheid 22R42L). Ter plaatse van de beekdalbodem komen naar verwachting laatglaciale en holocene afzettingen van de Voer voor. Geologisch gezien behoren deze afzettingen tot het Laagpakket van Singraven van de Formatie van Boxtel. Aan de noordzijde grenst het beekdal aan een relatief steile afbraakwand die bedekt is met (niveo)eolische lössleem uit het Laat-Pleistoceen (m.n. Weichselien) en eventueel LaatHolocene colluviale sedimenten als gevolg van antropogene bodemerosie (legenda-eenheid 17A41yl).
Tijdens een in 2019 uitgevoerd onderzoek ter plaatse van de locatie Op den Dries te Mesch is op basis van een analyse van het reliëf met behulp van het AHN gesuggereerd dat de huidige loop van de Voer binnen Mesch een kunstmatige loop is, gecreëerd voor een betere watervoorziening van de vroegere bewoners?5 Als deze hypothese juist is, geldt dat ook voor de loop Voer langs het onderhavige plangebied. De bodem ter plaatse van het plangebied bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit ooivaaggronden in siltige leem. De leem is afgezet als colluvium in het dal van de Voer zonder dat er sprake is van een hellingvoet of daluitspoelingswaaier (figuur 8, legendaeenheid Ldd6). Ooivaaggronden zijn jonge bodems waarin nog geen profielontwikkeling heeft plaatsgevonden (AC-bodems) met een 25 tot 35 cm dikke, donkere grijsbruine bovengrond met 2 à 3% humus. Daaronder ligt het uitgangsmateriaal met slechts 0,9% humus door bodemvorming (uitgezonderd humeuze lagen die bij de vorming van afzettingen zijn ontstaan). Ooivaaggronden in het lössgebied liggen in smalle, langgerekte (droge) dalen en op de plaats van enkele dalhoofden. In de dalen is door verspoeling of massabewegingen een pakket secundaire löss gevormd dat in dikte varieert van 0,8 m tot meer dan 2,0 meter. Vaak wordt het gehele pakket aangeduid als ‘colluvium’.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen löss dat lokaal door hellingerosie is afgezet in het dal, het eigenlijke ‘colluvium’ en dat door stromend water van elders is aangevoerd, het ‘alluvium’. In het plangebied is het colluvium in dal feitelijk alluvium, gevormd door de Voer. Het colluvium en alluvium wordt getypeerd door een humeuze textuur en de aanwezigheid van bijvoorbeeld houtskool, puin en kiezeltjes tot op grote diepte. In de homogene, vaak slappe massa ontbreken duidelijk hydromorfe kenmerken als oxidatie-reductievlekken en mangaanconcreties.
5 Paulussen en Van de Water 2019
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 14
Figuur 5: Uitsnede van de geologische kaart van Nederland.6 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de grens van het onderzoeksgebied aan.
6 Bron: Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 15
Figuur 6: Uitsnede uit de geomorfologische kaart.7 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de grens van het onderzoeksgebied aan.
7 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 16
Figuur 7: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland.8 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de grens van het onderzoeksgebied aan.
8 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 17
Figuur 8: Uitsnede uit de bodemkaart.9 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de grens van het onderzoeksgebied aan.
9 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 18
2.4 Archeologie (LS01/LS04) Volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW 3.0, figuur 9 en 10) ligt het plangebied in een zone met een hoge kans op het aantreffen van archeologische waarden. Omdat deze kaart (ondanks waardevolle informatie) op detailniveau niet bruikbaar is, wordt met name gekeken naar de gemeentelijke beleidskaart dan wel gemeentelijke waarde- en verwachtingskaarten voor het bepalen van een algemene archeologische verwachting. De beleidskaart archeologie van de gemeente Eijsden-Margraten toont met betrekking tot het plangebied een ligging binnen een zone van hoge archeologische waarde. Figuur 11. De gemeentelijke kaart geeft eveneens aan dat het plangebied binnen een archeologisch terrein ligt. Het betreft AMK-terrein 16413, een terrein van hoge archeologische waarden. Op dit terrein worden bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd verwacht. Het betreft een cluster oude bebouwing in het dorpje Mesch. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19de-eeuwse en vroeg 20ste-eeuwse kaarten.
Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Ten noordoosten van het plangebied zijn ter plaatse van de Steenberg nog twee archeologische terreinen bekend: AMK 8541 en 11224. Het betreft enerzijds een terrein met sporen van begraving uit de Romeinse tijd (AMK 8541) en anderzijds een terrein met sporen van bewoning uit het Laat Mesolithicum en het Neolithicum (en mogelijk ook Laat Paleolithicum) (AMK 11224). Vanwege de afwijkende landschappelijke ligging zijn deze terreinen voor voorliggend plangebied minder relevant en derhalve niet uitvoerig beschreven. Meer informatie is opgenomen in bijlage 4. Binnen het onderzoeksgebied zijn volgens het databestand van Archis III een 20-tal archeologische waarnemingen bekend (zie bijlage 3). Het merendeel van deze waarnemingen ligt op landschappelijk afwijkende eenheden en zijn derhalve minder relevant en niet uitvoerig beschreven. Vijf meldingen liggen echter binnen eenzelfde landschappelijke eenheid (dal van de Voer). Het betreft meldingen 2143140100, 2411112100, 2784249100, 2923203100 en 3048316100. Melding 2784249100 betreft een losse vondst van een Fels-Oval bijl uit de periode Vroeg Neolithicum B - Bronstijd.
Het bijltje heeft een gepolijst oppervlak en een ovale/ afgeplat ovale doorsnede. Afmetingen zijn 6,7cm (lengte), 3,3 cm (breedte) en 1,9 cm (dikte). Melding 2411112100 is gedaan naar aanleiding van gedane vondsten tijdens een archeologisch onderzoek van Grontmij.10 Uit het IVO blijkt dat er sprake is van off site gebruik uit het Midden-Neolithicum tot en met de Late Bronstijd of tot de Vroege of MiddenIJzertijd. Tevens zijn diverse beeksedimentpakketten met variabele waarde aangetroffen: pakketten 3 en 4 uit de prehistorie bevatten onverspoelde resten en zijn zeer waardevol, terwijl de overige pakketten vooral landschappelijk info geven, maar geen in situ (lees: onverspoelde) archeologische resten.
10 Kramer 2014.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 19
De derde relevante melding is gesitueerd ter plaatse van de Pancratius kerk te Mesch (melding 2923203100). Het betreft een oude melding het CAA-archief met de aanduiding van secundair gebruikt Romeins bouwmateriaal. De herkomst van dit materiaal is nog niet geheel uitgeklaard.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 20
Figuur 9: Kaart met Archis vondstlocaties.11 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de grens van het onderzoeksgebied aan. 11 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem)
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 21
Figuur 10: Kaart met Archisonderzoeksmeldingen.12 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de grens van het onderzoeksgebied aan. 12 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem)
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 22
Figuur 11a: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart 13
13 Bron: Gemeente Eijsden-Margraten.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 23
Figuur 11b: Legenda van de gemeentelijke beleidskaart 14 De twee overige meldingen zijn ten zuiden van het plangebied gedaan naar aanleiding van een uitgevoerd onderzoek waarbij vondsten gedaan zijn.15 RAAP Archeologisch Adviesbureau en Bilan hebben in 2002 ter plaatse van het plangebied Grijze Graaf 17 vooronderzoek en een begeleiding uitgevoerd. Hierbij is vastgesteld dat onder een Romeins colluviumpakket een grijze archeologische laag aanwezig is. Vondsten uit beide onderzoeken bestonden uit houtskool, diverse scherven handgevormd en gedraaid Romeins aardewerk, resten van Romeins bouwmateriaal en enkele grondsporen uit late prehistorie en Romeinse tijd. Naast de reeds vermelde onderzoeken hebben in de omgeving van voorliggend plangebied nog enkele onderzoeken plaatsgevonden. Op respectievelijk ongeveer 300 m en 400 m heeft ArcheoPro vooronderzoek uitgevoerd (plangebied Op den Dries16 en plangebied Pletsgat17) en op ca. 800 m heeft het Instituut voor Prehistorie Leiden (thans faculteit voor Archeologie Leiden) een opgraving verricht op de magdaleniaan vindplaats Mesch-Steenberg18. Plangebied Op den Dries In 2019 is door ArcheoPro een vooronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Op den Dries te Mesch.
Op basis van het bureauonderzoek geldt er een (middel)hoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit alle perioden daterend vanaf het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. De middelhoge verwachting betreft nederzettings- en grafresten uit de periode neolithicum-Romeinse tijd. Uit het booronderzoek blijkt dat er binnen het plangebied een noordelijk en zuidelijk deel kunnen worden onderscheiden. Binnen het enigszins hoger gelegen noordelijke deel zijn er tot 175 cm –mv (69,67 m +NAP) geen potentiële archeologische vondstniveaus waargenomen. Binnen het zuidelijke deel van het plangebied is een potentieel archeologisch vondstniveau aangetroffen op een diepte van 140 cm –mv (69,25 m +NAP). Ingeval van substantiële bodemverstorende graafwerkzaamheden beneden de beide hiervoor genoemde hoogtes van 69,67 m +NAP (noordelijk deelgebied) en 69,25 m +NAP 14 Bron: Gemeente Eijsden-Margraten. 15 Robberechts & van Waveren 2002 en Gheysen 2002. 16 Paulussen & Van de Water 2020. 17 Exaltus & Orbons 2007. 18 Rensink 1986 en Rensink 2010.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 24
(zuidelijk deelgebied) wordt geadviseerd archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van archeologische resten. Graafwerkzaamheden boven deze beide NAPhoogtes kunnen onvoorwaardelijk worden toegestaan. Enkel de archeologische dubbelbestemming dient in dat geval te worden gehandhaafd. Inmiddels hebben er graafwerkzaamheden plaatsgevonden. De graafwerkzaamheden betroffen het uitgraven van een grondverbeteringsput van 17x11 m. De werkzaamheden zijn begeleid tot de geplande einddiepte van 69,0 m +NAP. Hierbij is in het noorden van de werkput een grindpakket aangetroffen die in situ is bewaard. Tijdens de begeleiding zijn zeven antropogene grondsporen aangetroffen, gedocumenteerd en afgewerkt. Vooralsnog lijkt sprake te zijn van sporen uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd, op basis van het aangetroffen vondstmateriaal. Plangebied Pletsgat In 2007 is door ArcheoPro een vooronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Pletsgat te Mesch. Op basis van het bureauonderzoek werden binnen het plangebied met name op de hooggelegen, vlakke delen van het landschap bewoningsresten uit het Mesolithicum, Neolithicum en de Romeinse tijd verwacht. Deze verwachting is getoetst middels een booronderzoek. Het booronderzoek heeft een bodemsequentie van colluvium op een grindlaagje op in situ loss met daarin een brikbodem aangetoond.
Vondsten of archeologische resten zijn tijdens het booronderzoek niet aangetroffen. Vervolgonderzoek werd niet noodzakelijk geacht. Plangebied Mesch-Steenberg In 1979 zijn bij toeval op een maisakker aan de rand van het plateau ten noorden van Mesch een concentratie vuurstenen objecten verzameld. De vindplaats van Mesch-Steenberg ligt ongeveer op een hoogte van +120m NAP, op een afstand van ca. 150m van de plateaurand. Deze site is nagenoeg volledig opgegraven in 1986. Hierbij zijn meer dan 6000 vuurstenen objecten aangetroffen waaronder meer dan 60 kernen en 72 geretoucheerde werktuigen. Er zijn geen sporen van tenten of haarden aangetroffen. Het beperkte aantal geretoucheerde werktuigen en het voorkomen van afslagen met cortex en de ruw bewerkte kernen heeft geleid tot de interpretatie dat hier te maken is met een vuursteenbewerkingssite uit de periode van het magdaleniaan.
2.5 Informatie amateurarcheologen
(LS01/LS04)
ArcheoPro heeft geen contact opgenomen met amateurarcheologen of een lokale heemkundevereniging aangezien de meest recente informatie in de gemeentelijke kaarten verwerkt is. Navraag zou geen meerwaarde hebben.
2.6 Historie
(LS03)
Het plangebied ligt in de oude kern van Mesch. De oudste vermelding van Mesch dateert uit 1178. De naam zelf duidt een vroegmiddeleeuwse oorsprong, omdat het duidt op een vroegmiddeleeuwse waternaam. Het dorp Mesch gaat terug op een vroegmiddeleeuws domein, dat waarschijnlijk van het grote Karolingische domein in ’s-Gravenvoeren is afgesplitst. Een deel van de muur van de kerk hoort tot het oudste nog bovengrondse aanwezige muurwerk in Nederland. Het visgraatverband wordt als vóór 1000 gedateerd, maar in recentere literatuur als 9de-eeuws. De kerk kan ouder zijn dan de schenking aan Aken.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 25
Mesch ligt aan het riviertje de Voer dat ook de zuidelijke en oostelijke begrenzing vormt van het plangebied. De Voer ontspringt bij de bron ‘De Drink’ bij de Commanderij van Sint – Pieters-Voeren in België en via het noordoosten van België door het zuiden van Nederland stroomt waar ze ten zuiden van Eijsden in de Maas uitmondt. Op de Voer draaiden in het verleden meerdere watermolens en ook in Mesch hebben twee watermolens aan de Voer gelegen. De Meschermolen die dateert uit 1699 is bewaard gebleven (Nederlandse molendatabase). De Voer is een natuurlijke meanderende waterloop die grotendeels haar oorspronkelijk loop door de eeuwen heen heeft behouden. Slechts op enkele plekken is de Voer overkluisd of gekanaliseerd maar niet bij het plangebied. Uit historische kaarten blijkt dat de loop van de Voer ter hoogte van het plangebied in de 19de en 20ste eeuw weinig tot niet is veranderd. Wel is op de topografische kaart uit 1968 een afwijkende loop van de Voer te constateren. Op deze kaart maakt de Voer een bocht minder. Onduidelijk is of dit een fout in de kaart opname is (op de volgende kaarten staat de bocht er wel weer op) of dat de Voer inderdaad tijdelijk een andere loop heeft gehad.19 De oudst beschikbare kaart voor dit gebied is de Tranchotkaart uit 1805. Figuur 12.
Deze afbeelding laat zien dat het plangebied in die tijd in een onbebouwd gedeelte van de oude kern van Mesch lag. Rondom het plangebied is sprake van een agrarisch karakter met grotere vierkantshoeves en boerderijen, waaronder de Laethof. Het plangebied is, kijkend naar de kaartuitsnede, in gebruik als huisweide en/of boomgaard. De Laethof zelf dateert uit 1721. De wegenstructuur die momenteel nog in Mesch aanwezig is, kan in grote lijnen herkend worden in de wegenstructuur zoals die op de Tranchotkaart is afgebeeld. Zo loopt bijvoorbeeld aan de westzijde van het plangebied de weg die momenteel bekend is als Langstraat. Zuidelijk en oostelijk van het plangebied is een waterloop ingetekend. Dit is de rivier (beek) Voer die in België ontspringt en verder westelijk van Mesch en Eijsden in de Maas uitmondt. Als laatste kan de grotere landschappelijke ligging benoemd worden. Het plangebied ligt in een lager gelegen gedeelte van het landschap, nabij de actieve stroomgeul van de Voer. Aan de noordzijde van de oude kern is arcering aangebracht die wijst op een (steile) helling naar een hoger gelegen terras of plateau. De wegen die naar het noorden lopen, hebben ook allen een aanduiding van holle weg gekregen.
19 Bovenstaande inleiding is overgenomen uit Kramer 2014, p. 17.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 26
Figuur 12: Uitsnede uit de Tranchotkaart van 1805.20 Het plangebied is rood omlijnd.
Figuur 13: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832.21 Het plangebied is rood omlijnd. De kadasterkaart uit 1832 (figuur 13) vertoont een gelijkaardig beeld aan dat van de Tranchotkaart. Het plangebied ligt binnen een onbebouwd gedeelte van de oude kern van Mesch en wordt omsloten door een weg (Lange Straat) en de Voer (aangeduid op de minuut als Voor ruisseaux).
20 Bron: Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820
21 Bron: Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Mesch, Limburg, sectie B, blad 01 (MIN11065B01)
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 27
Het plangebied bestond uit twee percelen (261 en 264). Beide waren (tezamen met de vierkantshoeve De Laethof) in eigendom van rentenier Coenegracht uit Maastricht en in gebruik als tuin (261) en boomgaard (264).22 Het bakhuisje, welke geen onderdeel vormt van het plangebied, is in tegenstelling tot de Tranchotkaart op de Kadastrale Minuut wel aangeduid.
Figuur 14: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1925, 1959 en 2016.23 Het plangebied is telkens rood omlijnd. Dat er vervolgens de daaropvolgende 100 tot 150 jaar weinig verandert, kan gezien worden op figuur 14. Deze figuur toont achtereenvolgens de topografische kaarten van het plangebied uit 1845, 1925, 1959 en 2016. Het onbebouwd karakter is doorheen de tijd een feit en de ruimtelijke structuur met de waterloop en de wegen is uiterst stabiel in het landschap. Enige verandering doorheen de tijd kan gezien worden in de 22 Kadastrale kaart 1811-1832: oorspronkelijke aanwijzende tafel Mesch, Limburg, sectie B, blad 008
(OAT11065B008) 23 Bron: Kadaster Topografische Dienst Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 28
bebouwingsintensiteit. Tussen de oude vierkantshoeves en op de achtererven verschijnen hier en daar (modernere) bouwvolumes.
Figuur 15: Uitsnede uit de kaart met historische relicten Zuid-Limburg.24 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. De afgebeelde ruimtelijke situatie op alle bestudeerde historische kaarten is een weergave van een relatief stabiele historische situatie. Dat blijkt ook uit de kaart van de historische relicten (figuur 15). Deze kaart is het resultaat van een studie van J. Renes (1988) naar het cultuurhistorisch landschap van Zuid-Limburg waarbij gepoogd is om delen van het huidige landschap te dateren. 24 Bron: Renes 1988
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 29
Op de uitsnede van figuur 15 is te zien dat het plangebied binnen een gebied ligt dat sinds 1830 weinig of geen veranderingen heeft ondergaan. Het plangebied ligt binnen de historische bebouwing van Mesch. De wegenstructuur heeft volgens Renes een 19de-eeuwse of zelfs middeleeuwse ouderdom. En uitgezonderd de aanwezigheid van boomgaarden tussen en rondom de bebouwing, het holle karakter van de wegen die het noordelijke plateau opgaan en de watermolen op de Voer, zijn er geen bijzondere historisch geografische elementen aangegeven.
2.7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
(LS05)
Specifieke ligging (locatie) Het plangebied ligt binnen de historische bebouwing van Mesch, in het beekdal van de Voer. De huidige bedding van de Voer vormt de oostelijke en zuidelijke grens van het plangebied. De ondergrond bestaat uit beekdalafzettingen en/of colluviale afzettingen. Historisch gezien is het plangebied geheel onbebouwd gebleven als achtererf van de monumentale vierkantshoeve De Laethof en steeds in gebruik gebleven als huisweide, boomgaard of gras/hooiland. Het aanwezige bakhuisje vormt in dit achterterrein geen onderdeel van het plangebied. Verwachte perioden (datering) en complextypen Op basis van de bekende gegevens omtrent archeologische waarden in het onderzoeksgebied, de landschappelijke situering en het onderstaande ‘algemene’ verwachtingsmodel, geldt voor het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit alle perioden. Bekende waarden Op basis van de bureaustudie moet geconcludeerd worden dat voor het plangebied en de directe omgeving er maar beperkt archeologische informatie bekend is. In het verleden zijn immers in het dal van de Voer slechts een aantal vondsten gedaan en onderzoek heeft er nog maar beperkt plaatsgevonden. Het weinige onderzoek dat heeft plaatsgevonden, wijst met name op off site gebruik uit de late prehistorie en gebruik vanaf de late middeleeuwen en nieuwe tijd.
Voor de ruimere omgeving (en met name de hoger gelegen plateaus) zijn er wel meer data beschikbaar. De bekende vondsten uit de omgeving wijzen in de richting van gebruik en bewoning in de steentijd (paleolithicum tot en met het neolithicum), de ijzertijd, de Romeinse tijd en middeleeuwen/nieuwe tijd. Algemeen verwachtingsmodel Het algemene verwachtingsmodel is enerzijds gebaseerd op palynologisch onderzoek in de lössregio25 en anderzijds uit verwachtingsanalyses in andere lössregio’s zoals Stein-Beek of Valkenburg a/d Geul26. Uit de verwachtingsanalyses in andere lössregio’s blijkt dat ook gedurende het neolithicum tot en met de Romeinse tijd de meeste bewoning zich binnen een afstand van 300-500 meter van een droog- of beekdal bevond. Een actueel basismodel voor de lössplateaus geeft namelijk aan dat beek- en droogdalen een belangrijke rol als vestigingsfactor hebben gespeeld gedurende hele prehistorie en Romeinse tijd: “De nabijheid en toegankelijkheid van (vers) water blijkt essentieel te zijn voor de bestaanswijze”. Daarbij lijkt het dat in het lössgebied jagers-verzamelaars een sterke voorkeur voor zogenoemde ‘kaaplocaties’ hadden, terwijl landbouwers een grotere 25 Bunnik 1999. 26 Wijk & Orbons 2010.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 30
voorkeur voor vlakkere terreinen kenden. De voorkeur van culturen door de tijden heen voor deze locaties kan niet alleen verklaard worden uit de aanwezigheid van een (deels tijdelijke) zoetwatervoorziening in de directe nabijheid, maar ook door een voorkeur voor gebieden waar verschillende ecologische zones aan elkaar grenzen”.27 Nederzettingen (kampementen) uit het paleolithicum en mesolithicum kunnen in principe overal voorkomen. Deze jagers-verzamelaars verbleven doorgaans niet lang op dezelfde plaats en trokken veelvuldig door het landschap. Er is echter wel een tendens in de vestiging van deze jagers-verzamelaars zichtbaar: met name de hoogtes bestaande uit terrassen, plateaus en hoge ruggen werden opgezocht. Hierbij hadden de gradiëntzones nabij beek- en droogdalen de voorkeur boven de centrale plateaus. Met name lokale opduikingen in en nabij actieve beek- en rivierdalen blijken zeer aantrekkelijke vestigingslocaties te zijn. Vanaf het vroeg-neolithicum vestigde men zich min of meer permanent in het ZuidLimburgse lössgebied en ontstonden de eerste sedentaire landbouwnederzettingen van de LBK-cultuur en later de Rössencultuur, de Michelsbergcultuur en de Stein-groep. Deze nederzettingen lagen vooral relatief hoog op de randen van de lössplateaus. De bronstijd breekt hier ogenschijnlijk mee.
Vanaf dan verkoos men de beschutte locaties nabij actieve beekdalen en gebruikte men de hoger gelegen gebieden overwegend voor begraving en mogelijk landbouw. In de bronstijd was blijkens palynologisch onderzoek het aandeel van de landbouw op de plateaus echter nog zeer beperkt.28 Het landschap bestond toen nog overwegend uit aaneengesloten loofbossen. In de ijzertijd en de Romeinse tijd kwam daar verandering in. Het landschap werd door menselijk ingrijpen veel opener ten behoeve van vooral landbouwactiviteiten. Naast de nederzettingen in de beekdalen kwamen in de ijzertijd ook nederzettingen op de randen van de terrassen en plateaus voor. Romeinse boerderijen zoals de villa van Voerendaal werden eveneens vooral op de glooiende lösshellingen langs beekdalen gebouwd. Het villa-complex van bijvoorbeeld Colmont toont echter aan dat deze ook op de hoge plateauresten voorkwamen. In de vroege middeleeuwen liep de omvang van de bevolking terug en lagen de nederzettingen vooral in de beekdalen; de plateaus raakten weer bebost. Vanaf de volle middeleeuwen (11de eeuw) werden de plateaus systematisch vanuit de dalen ontgonnen en werden ook hier nederzettingen gesticht. Dit geldt ook voor de regio van Mesch met een oorsprong in de 10de of 11de eeuw.
Nederzettingen gaan vrijwel altijd vergezeld van randfenomenen (off site verschijnselen) in de vorm van wegen, greppels, grensstenen, deposities, grafvelden, cultusplaatsen, wasplaatsen e.d. Voor de periodes van vroege steentijd tot en met Romeinse tijd worden deze met name verwacht nabij de nederzettingen en voor de periode vroege middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd geldt dat deze resten vooral in en rond de historische kernen zullen voorkomen. In dit kader dient ook speciale aandacht uit te gaan naar het gebruik van beek- en rivierdalen. In de (vroege) steentijd is in deze gebieden bewoning mogelijk, en dan met name op lokale opduikingen en verhogingen in het dal. Vanaf de prehistorie zijn beek- en rivierdalen overwegend gebruikt voor tijdelijke activiteiten (visvangst, hooiland, kleiextractie, offer- en/of dumplocaties, …) en kunnen er overgangen (bruggen, voordes, knuppelwegen, …) of bijzondere bewoning (waterburcht, motte, …) aangetroffen worden. Gespecificeerd verwachtingsmodel Er geldt een archeologische verwachting voor archeologische resten uit alle perioden daterend vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. 27 Wijk en Orbons, 2010: 116-117. 28 Bunnik 1999.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 31
Specifiek is deze verwachting: - laag voor bewoning en begraving daterend uit het paleolithicum en mesolithicum: Het plangebied ligt in het actieve, relatief smalle dal van de Voer. Jagersverzamelaars zullen zich met name op de randen van het beekdal gevestigd hebben. - middelhoog voor off site fenomenen voor de periodes neolithicum tot en met Romeinse tijd: Off site fenomenen kunnen in principe overal voorkomen. Echter zij manifesteren zich altijd in de nabijheid van nederzettingen. Vanwege de aanwezigheid van gekende vindplaatsen op (de randen van) het plateau is de verwachting voor deze complexen middelhoog. - hoog voor bewoning, begraving en off site fenomenen daterend uit de vroege middeleeuwen tot en met nieuwe tijd: Het plangebied ligt binnen de oude kern van Mesch. Er kunnen resten van bebouwing, dan wel sporen van percelering en/of landgebruik aangetroffen worden. - middelhoog voor bewoning en begraving daterend uit het neolithicum tot en met de Romeinse tijd: Vanwege de landschappelijke ligging op de rand van een groter beekdal en de voorkeurskeuze voor vestiging binnen dit soort landschappelijke gradiëntzones nabij stromend water en zowel hooilanden als akkergebieden op de hellingen, geldt er voor de periode neolithicum tot en met Romeinse tijd met betrekking tot nederzettings- en/of grafresten een middelhoge verwachting.
Uiterlijke kenmerken Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd kunnen voorkomen als concentraties van vondstmateriaal (met name vuursteen, aardewerk, bouwmateriaal bestaande uit natuursteen, baksteen of verbrande leem en houtskool), als fundamentresten of als spoorvullingen van afvalkuilen, paalkuilen, waterputten, e.d. Resten off site fenomenen kunnen bestaan uit resten van wegen (bestaande uit bundels van karrensporen, een of meerdere pakketten grind al dan niet vergezeld van greppels, e.d.), perceelsscheidingen, schuurtjes, e.d. Tevens kunnen in het beekdal en in de beekdalafzettingen bijzondere datasets aangetroffen worden. Hierbij kan gedacht worden aan resten van bruggen, fuiken, dumps, offers, boten of kano’s. Archeologische stratigrafie In alluviale (beekdal-) contexten kunnen archeologische resten op meerdere niveaus in de bodem aangetroffen worden: 1. direct onder de bouwvoor 2. in dan wel onder het colluvium in de top van oude bodems/vegetatielagen (vanwege de ligging op een glooiend lössgebied waardoor er mogelijk ook sprake kan zijn van bodemerosie en de daar bijhorende colluviale afzettingen) 3.
in dan wel onder de alluviale afzettingen in de top van oude bodems/vegetatielagen (vanwege de ligging in een actief beekdal) Binnen het plangebied kunnen archeologische resten onder de bouwvoor aanwezig zijn, maar ook in en onder het colluvium en in en onder de alluviale afzettingen. Dieptebepaling
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 32
en aanduiding van het aantal stratigrafische niveaus is enkel op basis van het bureauonderzoek niet mogelijk. Mogelijke verstoringen (gaafheid en conservering) Door het langdurig gebruik als achtererf bij een monumentale vierkantshoeve (De Laethof) worden uit de middeleeuwen en nieuwe tijd bodemverstoringen verwacht. Het plangebied is in deze moderne tijdsperiodes nooit bebouwd, noch hebben er zich evidente agrarische activiteiten ontplooid. Bekend is wel dat delen van het plangebied zijn gebruikt als boomgaard. Verwacht wordt echter dat hierdoor enkel de top van het bodemprofiel verstoord is. Resten die afgedekt zijn door bijvoorbeeld colluvium, kunnen daarentegen nog goed bewaard gebleven zijn. Bovenstaande heeft invloed op de gaafheid en conservering van archeologische vindplaatsen. Indien binnen het plangebied eenduidig sprake is afwezigheid van afdekkende toplagen (zoals bijvoorbeeld een alluviale of colluviale afzettingen) of aanwijzingen voor diepe bodemroerende activiteiten, kan er vanuit gegaan worden dat eventuele vindplaatsen aangetast dan wel verdwenen zullen zijn. In het andere geval, kunnen vindplaatsen beter tot (zeer) goed bewaard gebleven zijn. De gaafheid en conserveringsgraad van vindplaatsen en archeologica is op basis van het bureauonderzoek als matig in te schatten.
2.8 Onderzoeksstrategie
(LS05)
Doel van het inventariserend booronderzoek (IVO-O) verkennende fase is om vast te stellen hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze nog intact is en of hierin behoudenswaardige archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Daarbij dient met name te worden nagegaan of er sprake is van colluvium en/of alluvium, de dikte, stratigrafie en ouderdom van het colluvium of alluvium en in hoeverre eventuele archeologische niveaus aanwezig zijn c.q. verstoord zijn. De regulier toegepaste boordichtheid bedraagt vijf boringen per hectare in een boorgrid van 40 * 50 m. Een dergelijke boordichtheid voldoet om de bodemopbouw doelmatig en betrouwbaar te karakteriseren en een eventuele grootschalige verstoring nader vast te stellen. Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek zal worden aangegeven welk type bodem binnen het plangebied voorkomt, in hoeverre de bodem door (sub)recente grondwerkzaamheden zoals bouwactiviteiten, afgravingen en egalisaties is verstoord, wordt het verwachtingsmodel eventueel aangepast en zal worden aangegeven in een hoeverre (karterend) vervolgonderzoek naar archeologische indicatoren, materiële resten en sporen wenselijk en zinvol is en welk type onderzoek hiervoor het meest geschikt is. Indien mogelijk worden voor het al dan niet uitvoeren van vervolgonderzoek aparte deelgebieden onderscheiden.
Het archeologisch booronderzoek zal in combinatie met het milieukundig booronderzoek worden uitgevoerd. Het milieukundig booronderzoek wordt verricht door Aelmans Eco. De boringen worden gedeeltelijk mechanisch met behulp van ramgutsapparatuur en gedeeltelijk handmatig uitgevoerd met behulp van een Edelmanboor of steekguts. Eventueel worden voorafgaand aan de boringen verhardingslagen met behulp van een minigraver verwijderd. Binnen het plangebied worden minimaal zes boorpunten geselecteerd. Hierdoor wordt binnen het 0,28 hectare grote deelgebied een boordichtheid wordt bereikt van circa 21 boringen per hectare. De boringen worden doorgezet tot minimaal 1,0 m –mv. Van alle boorpunten wordt de NAP-hoogte bepaald door middel van het AHN en/of een waterpas. De AHN-hoogtedata hebben in principe een nauwkeurigheid van 5 cm. De
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 33
boorlocaties (RD-coördinaten) worden in het veld vastgesteld met behulp van een GPS. De boorprofielen worden beschreven op basis van de ASB 5.2. Binnen het plangebied zal vanwege de verharding geen oppervlaktekartering worden uitgevoerd.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 34
3 Veldonderzoek 3.1 Verrichte werkzaamheden Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boorgrid: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:
(VS03)
regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 20). Edelmanboor met diameter van 7 cm, ramgutsen met diameters van 10 en 7 cm. 8 nvt 28 boringen per hectare 1,0 – 2,0 m –mv meetlint Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)
Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de verharding van het plangebied was geen oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in bijlage 1. De boringen 3 en 6 zijn doorgezet tot 2,0 m –mv; de overige boringen tot 1,0 m –mv.
3.2 Resultaten en interpretatie booronderzoek
(VS03)
Het plangebied is gedeeltelijk verhard met betonklinkers en gedeeltelijk met een halfdichte verharding bestaande uit meerdere dunne lagen (vuursteen)grind en gebroken puin (figuur 16). Onder deze verhardingslaag met een dikte van circa 20 cm bevindt zich plaatselijk een ophogingslag bestaande uit leemgrond. Deze opgebrachte leemlaag is aangetroffen in de boringen 1, 3, 7 en 8 en varieert in dikte van 10 cm in boring 1 tot meer dan 100 cm in de boringen 7 en 8. Ter plaatse van boring 3 is de opgebrachte leemlaag 30 cm dik. Onder deze opgebrachte lagen is een oorspronkelijke leembodem aangetroffen met in de top een Ap-horizont of een geroerde A/C-horizont op de C-horizont. De C-horizont wordt gekenmerkt door een overwegend licht bruingrijze tot lichtbruine kleur. De consistentie is in de top matig slap en gaat geleidelijk over naar matig stevig. In het bovenste deel van de C-horizont bevat de leem relatief veel fijne antropogene deeltjes die samen met het sediment moeten zijn afgezet. Het betreffen voornamelijk baksteen-, kalksteen en steenkooldeeltjes. De kalksteendeeltjes kunnen ook een natuurlijke oorsprong hebben. Daarnaast is sprake van een fijne sedimentaire gelaagdheid. In boring 3 reikt deze laag tot 1,4 m –mv (figuur 17); in boring 6 tot 1,0 m –mv. Deze bovenste eenheid van de Chorizont (C1) is geïnterpreteerd als jong, post-middeleeuws colluvium.
Deze colluviumlaag is aangetroffen in de boringen 1, 2, 3, 4 en 6. Het onderste deel van de C-horizont (C2) in de boringen 3 en 6 bestaat uit een matig stevige, lichtbruine leemlaag met nauwelijks antropogene bestanddelen. In deze laag komen wel uiterst fijne kalksteenbrokjes voor. Deze laag is ook geïnterpreteerd als colluvium, maar zal van voor de late middeleeuwen dateren. Op de overgang van beide colluviale afzettingen is geen bodemvorming vastgesteld. Aan de basis van de colluviale C2-horizont in boring 3 is op 190 cm –mv een licht bruingrijze Abhorizont (vegetatielaag) aangetroffen. Deze duidt op een relatief stabiele sedimentatiefase in het dal van de Voer. Een dergelijke laag heeft vanwege het tijdelijk relatief laag-energetisch Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 35
beekdalmilieu een relatief hoge archeologische verwachting. In boring 6 ontbreekt zowel de C2-horizont als de voornoemde vegetatielaag (Ab-horizont). Ter plaatse van boring 5 zijn onder de oppervlakkige terreinverhardingslaag bakstenen muurresten aangetroffen op een diepte vanaf ca. 20 tot 30 cm -mv (figuur 18). Voormalige functie en ouderdom van deze bouwresten konden niet worden bepaald. De ramgutsboring is op 100 cm –mv gestuit op een harde laag.
Figuur 16: Foto van boorlocatie 3, met een circa 20 cm dikke verhardingslaag op de oorspronkelijke leembodem.
Figuur 17: Foto van boring 3, uitgelegd per meter van linksboven naar rechtsonder.
Versie: 24-11-2021
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Langstraat 3 te Mesch, Gemeente Eijsden-Margraten.
ArcheoPro Rapport, 21001, Pagina 36
Figuur 18: Baksteenpuin en muurresten ter plaatse van boring 5.