20220524 05b Bijlage - Toelichting.pdf
Tekst van het document
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
Hoofdstuk 2 Plangebied en planontwikkeling
7
2.1 2.2 2.3
7 10 13
Ligging plangebied Beoogde planontwikkeling Ruimtelijke effecten
Hoofdstuk 3 Planologisch-juridische situatie
15
3.1
15
Geldend bestemmingsplankader
Hoofdstuk 4 Beleid
19
4.1 4.2 4.3 4.4
19 20 25 26
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 5 Milieutechnische aspecten
29
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
29 31 32 33 36 37
Besluit Milieueffectrapportage Bodem Geluid Milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid
Hoofdstuk 6 Overige ruimtelijke aspecten
41
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
Archeologie Kabels en leidingen Verkeer en parkeren Waterparagraaf Natuur en landschap Flora en fauna Duurzaamheid
41 43 43 45 50 52 54
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
55
7.1 7.2
Grondexploitatie Planschade
55 56
Hoofdstuk 8 Planstukken
57
8.1 8.2
57 57
Algemeen Toelichting, regels en verbeelding
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
3
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en formele procedure
61
9.1 9.2 9.3 9.4
61 61 62 62
Inleiding Vooroverleg Inspraak Formele procedure
Toelichting
4
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
Hoofdstuk 1
Inleiding
Initiatiefnemer heeft recent de carréboerderij op de locatie Langstraat 3 te Eijsden gekocht. Deze heeft een rijksmonumentale status en is gelegen aan de noordzijde van de dorpskern Mesch; op korte afstand van de Belgische grens. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Eijsden - sectie K - nummers 46, 446 en 447. Op de locatie Langstraat 3 te Eijsden exploiteerden de voormalige eigenaren een horecagelegenheid onder de naam 'Feesthoeve De Laathof'. Ter plaatse van deze horecagelegenheid werden diverse vormen van feesten en partijen gehouden; zoals bruiloften en babyborrels, maar ook koffietafels. Daarnaast is onderhavige locatie door de gemeente Eijsden-Margraten aangewezen als bijzondere trouwlocatie. Naast de horecagelegenheid zijn in de carréboerderij momenteel twee bedrijfswoningen aanwezig welke mogen worden bewoond door bewoners welke een relatie hebben met het ter plekke aanwezige bedrijf. Daarnaast is op het achterterrein een voormalig bakhuis aanwezig. Initiatiefnemer heeft de wens om de horecagerelateerde activiteiten ter plaatse in aangepaste vorm voort te zetten, in de vorm van een lunchcafé waar een kleine kaart wordt gevoerd. Passend bij een lunchcafé worden openingstijden gehanteerd tot maximaal 19:00 uur 's avonds.
Daarnaast is initiatiefnemer voornemens om, naast de twee bestaande bedrijfswoningen, twee burgerwoningen en een vakantieappartement te realiseren in de carréhoeve. Eveneens wordt beoogd om in het voormalig bakhuis op het achterterrein een vakantieappartement te realiseren. Tot slot heeft initiatiefnemer de wens om aan de zuidzijde van de carréboerderij te voorzien in maximaal tien camperplaatsen ten behoeve van recreatie.
Uitsnede topografische kaart met aanduiding plangebied, zijnde de ontwikkellocatie Omdat het geldende bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' de beoogde ontwikkelingen, met uitzondering van het lunchcafé en de beoogde vakantieappartementen, niet direct toe laat, is een principeverzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
5
Eijsden-Margraten. Naar aanleiding van het ingediende principeverzoek heeft het college van burgemeester en wethouders een positief standpunt ingenomen. Dit standpunt is verwoord in de brief van 9 september 2020 (kenmerk: 471069), bijgevoegd als Bijlage 1. Aanvullend op dat principestandpunt wordt in de carré een extra vakantieappartement toegevoegd. Daarover heeft aanvullend ambtelijk en bestuurlijk overleg plaatsgevonden. Om onderhavige ontwikkelingen mogelijk te maken, wenst initiatiefnemer een bestemmingsplanprocedure te doorlopen. Voorliggend document voorziet in een toelichting op bijbehorende regels en verbeelding voor onderhavige bestemmingsplanwijziging.
6
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
Hoofdstuk 2
Plangebied en planontwikkeling
In dit hoofdstuk worden het plangebied, de huidige situatie en het planvoornemen beschreven. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de ruimtelijke effecten van het planvoornemen.
2.1
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Langstraat 3, temidden van de dorpskern Mesch. Onderhavige locatie is gelegen op circa 640 meter van de Belgische grens. Dit gedeelte van de gemeente Eijsden-Margraten kan worden gekenschetst als een heuvelachtig gebied met mooie weidse uitzichten.
Luchtfoto met aanduiding locatie Langstraat 3 Eijsden Kadastraal betreft het plangebied alwaar de herontwikkeling plaats vindt, de percelen gemeente Eijsden sectie K - nummers 46, 446 en 447. In verband met spuitcirkels voor gewasbeschermingsmiddelen vormen aanvullend de percelen gemeente Eijsden - sectie K - nummers 24, 398, 444 en 445 (allen gedeeltelijk) onderdeel van het plangebied.
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
7
Kadastrale kaart met ligging diverse percelen In onderstaande figuur worden de contouren van onderhavig plangebied inzichtelijk gemaakt.
Luchtfoto met aanduiding plangebied
8
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
De bestaande situatie wordt weergegeven aan de hand van de volgende foto's.
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
9
Foto's bestaande situatie
2.2
Beoogde planontwikkeling
De locatie Langstraat 3 te Eijsden is gelegen in de dorpskern Mesch; in de nabijheid van de Belgische grens. Dit betreft een rijksmonumentale carréboerderij welke bekend is onder de naam 'Feesthoeve De Laathof', zijnde een horecagelegenheid waar de voormalige eigenaren feesten en partijen organiseerden, zoals bruiloften en babyborrels, maar ook koffietafels. Daarnaast is onderhavige locatie door de gemeente Eijsden-Margraten aangewezen als bijzondere trouwlocatie. Naast de horecagelegenheid zijn in de carréboerderij een tweetal bedrijfswoningen aanwezig. Daarnaast is op het achterterrein, nabij de beek 'De Voer', een karakteristiek bakhuis gesitueerd. Initiatiefnemer heeft recent de locatie Langstraat 3 te Eijsden aangekocht en heeft de wens om ter plaatse een passende herontwikkeling door te voeren. Het voornemen spitst zich allereerst toe op het in aangepaste vorm voorzetten van de horecagerelateerde activiteiten. Ter plekke wordt een lunchcafé beoogd waar een kleine kaart wordt gevoerd. Passend bij een lunchcafé worden openingstijden gehanteerd tot maximaal 19:00 uur 's avonds. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens om in het hoofdgebouw (de carréhoeve), naast de twee bestaande bedrijfswoningen, twee burgerwoningen en een vakantieappartement te realiseren. De burgerwoningen en het vakantieappartement zullen allen aan de straatzijde worden gesitueerd.
Één van de burgerwoningen strekt zich uit over zowel de kelder, de begane grond alsook de verdieping en de andere burgerwoning zal volledig op de verdieping worden gerealiseerd. Het vakantieappartement wordt volledig op de begane grond aan de wegzijde (westzijde carré) voorzien. Eveneens wordt beoogd om in het voormalig bakhuis op het achterterrein een vakantieappartement te realiseren. In totaliteit wordt daarmee in twee vakantieappartementen (recreatiewoningen) voorzien. Tot slot heeft initiatiefnemer de wens om aan de zuidzijde van de carréboerderij te voorzien in maximaal 10 camperplaatsen waar recreanten met hun camper kunnen overnachten en recreëren. Een situatietekening van de beoogde indeling en bijbehorende gebruiksfuncties van onderhavig terrein is weergegeven in de volgende figuren.
10
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
11
Foto's beoogde indeling terrein In onderstaande figuur wordt de indeling van het beoogd camperterrein en het tuingedeelte bij de tweede woning (W2) middels kleur gevisualiseerd. Ook de indeling van het resterende terrein is daarop zichtbaar.
12
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
Beoogde ligging en indeling camperterrein Momenteel geldt ter plekke van onderhavige locatie het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015'. Op grond van dat bestemmingsplan geldt ter plekke van onderhavige locatie in hoofdzaak de bestemming 'Horeca'. De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor horeca met bedrijfswoningen. Daarnaast is een klein deel van de bestaande parkeerplaats, gelegen op het zuidelijk deel van onderhavig terrein, bestemd tot 'Wonen'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor wonen. Met inachtneming van de ter plaatse geldende bestemmingen staat voorop dat het toevoegen van nieuwe burgerwoningen in bestaande bebouwing en het aanleggen van maximaal 10 camperplaatsen niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015'. Om onderhavige ontwikkeling mogelijk te maken is derhalve een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk.
2.3
Ruimtelijke effecten
Ieder plan dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, gaat gepaard met het optreden van ruimtelijk-visuele effecten. De aanvaardbaarheid van deze effecten dient te worden beschouwd. Bij voorliggend plan wordt allereerst beoogd om in de bestaande carréboerderij een tweetal burgerwoningen en een vakantieappartement te realiseren. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens om in het voormalige bakhuis eveneens een vakantieappartement te creëren. Deze ontwikkelingen worden binnen de bestaande monumentale bebouwing beoogd met als gevolg dat de ruimtelijke effecten gering zijn. De bestaande bebouwing krijgt daardoor namelijk alleen een andere functie. Tevens ziet onderhavige ontwikkeling op het realiseren van maximaal tien camperplaatsen op het buitenterrein, ten zuiden van de bestaande carréboerderij. Gasten hebben de mogelijkheid om ter plaatse te recreëren en te genieten van de karakteristieke bebouwing en het waardevol cultuurlandschap om hen heen. Ten behoeve van deze ontwikkeling wordt voorzien in de aanleg van (half)verharding.
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
13
Ondanks dat sprake is van het realiseren van een camperterrein, is bij de vormgeving van de voorgenomen ontwikkeling rekening gehouden met de aanplant van nieuw groen. Om en nabij de camperplaatsen zal worden voorzien in nieuwe aanplant, waarmee zorg wordt gedragen voor een inpassing van de te realiseren camperplaatsen. Op die wijze wordt het beoogde kwalitatieve eindbeeld gewaarborgd. Op basis van het voorgaande worden de ruimtelijk-visuele effecten die te verwachten zijn naar aanleiding van de beoogde ontwikkeling, aanvaardbaar geacht.
14
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
Hoofdstuk 3 3.1
Planologisch-juridische situatie
Geldend bestemmingsplankader
Ter plekke van onderhavig plangebied zijn een tweetal bestemmingsplannen van kracht, namelijk het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' en het bestemmingsplan 'Buitengebied'. Het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' is op 29 september 2015 vastgesteld door de gemeenteraad van Eijsden-Margraten. Het bestemmingsplan 'Buitengebied' is op 27 april 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Eijsden. Langstraat 3 Eijsden Ter plaatse van de locatie Langstraat 3 Eijsden is het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' van kracht. Op grond van dat bestemmingsplan geldt ter plekke in hoofdzaak de bestemming 'Horeca'. Daarnaast is op het zuidelijk deel van onderhavige locatie, ter plaatse van de bestaande parkeerplaats, de bestemming Wonen' van toepassing. De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor horeca en de voor 'Wonen' aangewezen gronden voor woondoeleinden. Ter plaatse van de carréboerderij is de bestemming 'Horeca' van kracht. Daarnaast geldt ter plekke de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument'. Eveneens zijn de maatvoeringsaanduidingen 'maximum aantal wooneenheden: 2' en 'maximum bouwhoogte: 10m; maximum goothoogte: 7m' van kracht.
Naast de bestemmingen 'Horeca' en 'Wonen' zijn tevens de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Cultuurhistorie' en 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' van kracht. Toekomstige spuitvrije zone Ter plaatse van de toekomstige spuitvrije zone zijn een tweetal bestemmingsplannen van kracht, namelijk het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' en het bestemmingsplan 'Buitengebied'. De westelijk gelegen gronden van onderhavig plangebied zijn gelegen binnen de contour van het bestemmingsplan 'Buitengebied'. Deze gronden zijn bestemd tot 'Agrarisch met waarden'. De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor agrarisch gebruik. Daarnaast gelden ter plekke de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie', 'Waarde - Beekdal', 'Waarde - Ecologie', 'Waarde Landschapselement' en 'Waterstaat - Erosie'. De oostelijk gelegen gronden van de toekomstige spuitvrije zone zijn gelegen binnen de contour van het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015'. Deze gronden zijn bestemd tot 'Agrarisch met waarden'. De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor agrarisch grondgebruik.
Daarnaast gelden ter plekke de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waterstaat Beschermingszone watergang' evenals de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg' en 'overige zone - buiten rode contour'.
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
15
Uitsnede vigerende bestemmingsplannen met aanduiding plangebied Het voornemen van initiatiefnemer is er allereerst op gericht om de bestaande horeca-activiteiten te verkleinen en deze om te vormen tot een lunchcafé. Daarnaast wordt beoogd om in de carréboerderij en in het voormalig bakhuis op het achterterrein twee vakantieappartementen te realiseren. Deze ontwikkelingen passen binnen het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' en de ter plaatse geldende bestemming 'Horeca'. De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn namelijk bestemd voor horeca, zijnde een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt en/of waarin zaalaccommodatie wordt geëxploiteerd. Daarnaast heeft initiatiefnemer de wens om, naast de twee bestaande bedrijfswoningen en het vakantieappartement, een tweetal burgerwoningen toe te voegen in de carréboerderij.
In artikel 18.2.2 onder c van de planregels van het geldende bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' wordt aangegeven, dat nieuwbouw van woningen alsmede het toevoegen van woningen in bestaande bebouwing niet is toegestaan, met uitzondering van vervangende nieuwbouw en de bouw van woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van deze aanduiding. In dit verband staat voorop dat ter plekke van de karakteristieke carréboerderij de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden: 2' van toepassing is met als gevolg dat ter plekke twee bedrijfswoningen zijn toegestaan. Het toevoegen van een tweetal burgerwoningen in de carréboerderij is dan ook niet in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Daar komt bij dat initiatiefnemer voornemens is om aan de zuidzijde van de carréboerderij een camperterrein te realiseren met maximaal tien camperplekken. Deze ontwikkeling past eveneens niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015'. Bovendien kan worden gewezen op het feit dat op korte afstand van onderhavige locatie agrarische gronden aanwezig zijn waar het gebruik van driftveroorzakende spuittechnieken voor het toepassen van bestrijdingsmiddelen zijn toegestaan.
Aangezien onderhavige locatie is gelegen binnen een richtafstand van 50 meter ten opzichte van agrarische percelen waar het gebruik van driftveroorzakende spuittechnieken zijn
16
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
toegestaan, dient een spuitbeperking te worden opgenomen om een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe burgerwoningen te kunnen garanderen evenals een goed verblijfsklimaat op het camperterrein en de te realiseren vakantieappartementen. In dit kader wordt gewezen op het feit dat aan de west- en oostzijde van onderhavige locatie agrarische percelen, kadastraal bekend als gemeente Eijsden - sectie K - nummers 24, 398, 444 en 445 (allen gedeeltelijk), aanwezig zijn waar op basis van het bestemmingsplan het gebruik bestrijdingsmiddelen met driftveroorzakende spuittechnieken zijn toegestaan. Aangezien bij onderhavige planontwikkeling rekening moet worden gehouden met het toepassen van het gebruik bestrijdingsmiddelen met driftveroorzakende spuittechnieken, is deze enkel mogelijk middels het doorlopen van een separate bestemmingsplanprocedure.
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
17
18
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
Hoofdstuk 4
Beleid
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Voor de beschrijving van het provinciale beleid is gebruik gemaakt van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) en de Omgevingsverordening Limburg 2014. Het gemeentelijke beleid is ontleend aan diverse relevante beleidsdocumenten.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld, waarin de toekomstvisie wordt gegeven van het kabinet met betrekking tot onder andere de ruimtelijke ordening. Deze structuurvisie vervangt (onder andere) de Nota Ruimte. Hiernavolgend wordt ingegaan op deze structuurvisie. De structuurvisie beschrijft de principes voor de ruimtelijke inrichting in Nederland. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de beoogde ambities tot en met 2040. In de structuurvisie worden de hoofdlijnen van het beleid aangegeven, waarbij de nationale ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland een grote rol speelt. In deze structuurvisie wordt benadrukt dat het van het grootste belang is dat de concurrentiepositie van Nederland verbetert. Hiertoe is het van belang dat ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd, te weten: 1. 2. 3.
het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Om de regeldruk te verlagen heeft het kabinet besloten dat de ruimtelijke afwegingen zo dicht mogelijk bij de burger plaats moet vinden. Daarom zal er op basis van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte naar gestreefd worden om zoveel mogelijk verantwoordelijkheden bij de gemeenten en provincies onder te brengen. Het Rijk zal zeer terughoudend, en met name achteraf, bij het toezicht betrokken zijn. Er zijn echter wel enkele ontwikkelingen waarbij het Rijk bij voorbaat al aangeeft dat er een rijksverantwoordelijkheid aan de orde kan zijn. Een rijksverantwoordelijkheid kan aan de orde zijn indien een onderwerp nationale baten/lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Voorbeelden hiervan zijn ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainport en greenports. Maar ook onderwerpen waarover internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie of werelderfgoed. Daarnaast kunnen ook onderwerpen die provincie- of landgrensoverschrijdend of een hoog afwentelingsrisico kennen een rijksverantwoordelijkheid zijn. Ontwikkelingen die niet onder het bovenstaande vallen zullen in principe alleen achteraf gecontroleerd worden door het Rijk.
Rijkswaterstaat en de ministeries van Defensie en EL&I zullen als direct belanghebbenden wel de plannen vooraf blijven beoordelen. De structuurvisie streeft een zorgvuldige en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen na. Hiertoe is in de structuurvisie een ladder voor duurzame verstedelijking ontwikkeld. De invulling van deze ladder wordt overgelaten aan de gemeenten en provincies. Zolang de ontwikkeling de rijksbeleiddoeleinden niet frustreert, is er een grote mate van vrijheid voor de decentrale overheden. Op de ladder van duurzame verstedelijking met betrekking tot voorliggende planontwikkeling wordt nader ingegaan in paragraaf 4.2 van voorliggende toelichting. Meer specifiek heeft het Rijk in de provincie Limburg enkele belangrijke gebieden aangewezen. Het Rijk kent de
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
19
Greenport Venlo en Brainport Zuidoost Nederland een belangrijke waarde toe voor de concurrentiepositie van Nederland. Het verstedelijkte gebied rondom Sittard-Geleen en Maastricht is zodoende dan ook aangewezen als een voor de concurrentiepositie essentieel gebied. Met name de bereikbaarheid van deze gebieden verdient derhalve extra aandacht. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Het Barro is de afgelopen jaren op bepaalde punten aangevuld en gewijzigd. Bij besluit van 8 december 2016 zijn in het Barro enkele wijzigingen doorgevoerd in verband met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming (stb. 2016, nr. 513).
Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro: project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; verstedelijking in het IJsselmeer; defensie; erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; ecologische hoofdstructuur. 4.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Op basis van vorenstaande uiteenzetting van het vigerende Rijksbeleid wordt gesteld, dat bij onderhavig planvoornemen geen sprake is van strijdigheden daarmee.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 ProvinciaalOmgevingsplan Limburg 2014 Provinciale Staten van Limburg hebben op 12 december 2014 het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) vastgesteld. Dit betreft een integrale herziening van het (voorafgaande) POL2006. In het POL2014 is de provincie opgedeeld in zoneringen. Onderhavig plangebied is gelegen binnen de zoneringen 'Overig bebouwd gebied', 'Buitengebied' en 'Bronsgroene landschapszone'.
20
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
Uitsnede kaart 'zoneringen' POL2014 met ligging plangebied Overig bebouwd gebied Het 'overig bebouwd gebied' betreft gemengde woon-/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. De provinciale beleidsaccenten binnen deze zone zijn gericht op de transformatie van de regionale woningvoorraad, bereikbaarheid, een balans in voorzieningen en detailhandel, stedelijk groen en water en de kwaliteit van de leefomgeving. Buitengebied De gronden die gelegen zijn in de zone 'Buitengebied' betreffen alle gronden in het landelijk gebied die niet zijn gelegen in de 'Goudgroene natuurzone', 'Zilvergroene natuurzone' en/of 'Bronsgroene landschapszone'. Het betreffen met name gronden met een agrarisch karakter, waarbij (o.a.) ruimte wordt gegeven voor doorontwikkeling van agrarische bedrijven. De provinciale beleidsaccenten in de zone 'Buitengebied' zijn gericht op ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe (landbouw)bedrijfslocaties, het terugdringen van de milieubelasting vanuit de landbouw en de kwaliteit en het functioneren van de ondergrond. Bronsgroene landschapszone De 'bronsgroene landschapszone' betreft de beekdalen én gebieden met steilere hellingen met een grote variatie aan functies, die in hoge mate bepalend zijn voor het beeld van het Limburgs landschap.
De provinciale beleidsaccenten zijn gericht op de kwaliteit en het functioneren van het regionale watersysteem, de ontwikkeling van de landbouw in balans met de omgeving, het versterken van de kernkwaliteiten landschap en cultuurhistorie en recreatief medegebruik.
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
21
4.2.2 Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) De nieuwe Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 juli 2022 in werking. De provincie moet dan beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie is in dat verband doende het POL2014 te vervangen door de Omgevingsvisie Limburg (hierna ook: de POVl). De POVI richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Maar ook het aspect gezondheid en een gezonde leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie meegenomen. De zoneringen op grond van het POL2014 zijn in de ontwerp POVI overgenomen op de kaart 'Limburgse principes'. Ook in de ontwerp POVI is onderhavig plangebied gelegen in het 'landelijke kern', 'buitengebied' en 'groenblauwe mantel'. De benaming van de zonering 'overig bebouwd gebied' is in de POVI vervangen door de term 'landelijke kern'. Daarnaast zijn de 'zilvergroene natuurzone' en de 'bronsgroene landschapszone' samengevoegd tot de 'Groenblauwe mantel'. Een deel van onderhavig plangebied is gelegen in de 'Groenblauwe mantel'. Vanuit beleidsmatig oogpunt in relatie tot voorliggende planontwikkeling is geen sprake van relevante wijzigingen.
Uitsnede kaart 'Limburgse principes' POVI met ligging plangebied 4.2.3
Omgevingsverordening Limburg 2014
Naast de indeling in zoneringen is tevens sprake van diverse provinciale beschermingsgebieden, waartoe op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014 specifieke regelgeving geldt.
22
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
Uitsnede kaart 'milieubeschermings-gebieden' Omgevingsverordening Limburg 2014 Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg Met name de gronden waarop de toekomstige spuitvrije zone rust zijn blijkens de kaart 'Milieubeschermingsgebieden' gelegen in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Daarnaast is een beperkt oppervlak op het achterterrein van de locatie Laathof 3 te Eijsden, nabij het voormalig bakhuis, eveneens gelegen in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. In Nederland zijn in totaal 20 zogenaamde nationale landschappen aangewezen. Dit zijn landschappen met elk een unieke combinatie van cultuurhistorische en natuurlijke elementen. De Nationale Landschappen kenmerken zich door de specifieke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het landschap, zoals natuur, reliëf, grondgebruik en bebouwing. De kernkwaliteiten zijn voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg betreffen: 'schaalcontrast van zeer open naar besloten', 'het groene karakter', 'reliëf en ondergrond' en 'rijk en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed'. Bij (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen een nationaal landschap dienen de geformuleerde kernkwaliteiten in acht te worden genomen. Op grond van de omgevingsverordening geldt primair een verbod op het verrichten van handelen in beekdalen, bronnen of bronzones, graften en holle wegen.
Hiervan is ter plekke van onderhavig plangebied geen sprake. In paragraaf 6.5.1 wordt nader ingegaan op het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. 4.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
23
De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) in artikel 2.2.2, lid 1. Aanvullend op deze ladder heeft de provincie in de Omgevingsverordening Limburg bepaald, dat tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen moet worden onderzocht. Uitgangspunt voor toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is dat sprake dient te zijn van een stedelijke ontwikkeling. Conform artikel 2.2.1 van de OvL2014 is de definitie van een stedelijke ontwikkeling een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Onderhavige planontwikkeling ziet onder andere op het realiseren van twee burgerwoningen en een vakantieappartement in een bestaande monumentale carréboerderij (Rijksmonument). Daarnaast wordt voorzien in de realisatie van een vakantieappartement in het voormalige bakhuis en een kleinschalig camperterrein (maximaal 10 plaatsen). Wat betreft de te realiseren burgerwoningen is op basis van jurisprudentie (o.a. uitspraak Raad van State d.d. 28 juni 2017, 201608869/1/R3) gebleken, dat het realiseren van één of enkele woningen niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro.
Daarnaast ziet voorliggende ontwikkeling op het mogelijk maken van recreatieve activiteiten in de vorm van twee vakantieappartementen en een kleinschalig terrein met 10 maximaal camperplaatsen. Op basis van de jurisprudentie wordt een kampeerterrein van ongeveer 3 ha, waar ruimte wordt geboden aan uitsluitend tenten, tentwagens, kampeerauto’s, caravans of stacaravans, dan wel andere daarmee vergelijkbare voertuigen of onderkomens (uitspraak Raad van State d.d. 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943 niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt, maar een recreatiepark (uitspraak Raad van State d.d. 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3931) wel. Gelet op de kleinschaligheid van de planontwikkeling wordt deze niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling waardoor artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. 4.2.5 Limburgs Kwaliteitsmenu Voor (ruimtelijke) ontwikkelingen buiten de zogenaamde 'rode contouren' is het Limburgs Kwaliteitsmenu van kracht. In dit Kwaliteitsmenu geeft de provincie de Limburgse gemeenten een handreiking op welke wijze deze om moeten gaan met ontwikkelingen in het buitengebied. Gemeenten dienen in een structuurvisie dit provinciale beleidskader te verwerken en aan te geven op welke wijze zij toepassing geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu.
In z'n algemeenheid betreft het Limburgs Kwaliteitsmenu een beleidsregel die onder voorwaarden ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van Limburg toestaat. Daarbij dient sprake te zijn van 'kwaliteitswinst'. Deze kwaliteitswinst kan op diverse wijze tot stand komen, zoals bijvoorbeeld het realiseren van een landschappelijke inpassing, het slopen van bedrijfsbebouwing of glasopstanden, het realiseren van natuur of het leveren van een financiële bijdrage in een (gemeentelijk) 'groenfonds'. De provincie geeft in het Limburgs Kwaliteitsmenu richtlijnen en drempelwaarden voor het bepalen van de hoogte van de tegenprestatie bij verschillende soorten ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente Eijsden-Margraten heeft het Limburgs Kwaliteitsmenu verankerd in het 'Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013'. Daarop wordt in paragraaf 4.4.2 nader ingegaan. 4.2.6 Conclusie provinciaalbeleid Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het vigerende provinciale beleid, bestaan er geen onoverkomelijke belemmeringen met betrekking tot voorliggende ontwikkeling. De ter plekke van onderhavig plangebied van toepassing zijnde provinciale zoneringen impliceren geen belemmeringen vanuit beleidsoogpunt. Voorts is geen sprake van strijdigheid met de uitgangspunten van het
24
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
beschermingsgebied 'Nationaal Landschap Zuid-Limburg'. Daarnaast is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Op 18 oktober 2016 heeft de gemeenteraad van Eijsden-Margraten ingestemd met de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL). De SVWZL is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 16 Zuid-Limburgse gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal. Het kader voor de SVWZL is het in samenwerking met de provincie en andere direct betrokken partijen tot stand gekomen en in december 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL), die eveneens een visie bevat op Zuid-Limburg. In de SVWZL staat de transformatieopgave centraal, dat wil zeggen de totale woningbehoefte op basis van het aantal huishoudens, rekening houdend met de huidige woningvoorraad en de leegstand. De SVWZL bevat een driedelige opgave voor gemeenten, namelijk: a. b. c.
het verdunnen van de bestaande voorraad waar sprake is van een overschot; het terugdringen van de ongewenste planvoorraad tot het niveau van de transformatieopgave; het toevoegen van woonproducten waar een tekort van is, passend binnen de uitgangspunten van de SVWZL. Om invulling te geven aan deze opgave hebben de Zuid-Limburgse gemeenten in totaal dertien beleidsafspraken met elkaar gemaakt. Één van de afspraken luidt als volgt: Op een uniforme wijze dient een afweging te worden gemaakt om kwalitatief goede nieuwe woningbouwinitiatieven aan de woningmarktprogrammering toe te voegen. Nieuwe woningbouwinitiatieven moeten worden gecompenseerd. Hierbij kan in volgorde gebruik gemaakt worden van: A. B.
Compenseren met direct gekoppelde sloop of onttrekking; Elke nieuw toe te voegen woning wordt financieel gecompenseerd door middel van een op Zuid-Limburgs niveau uitwerkte uniforme financiële compensatieregeling, waarvan de middelen in een sub regionaal op te zetten sloopfonds vloeien; C. De gemeente neemt de sloopverplichting over en voert deze binnen de raadstermijn uit, waarbinnen dit besluit is genomen; D. Door middel van het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit in de regionale woningmarktprogrammering. Hiervan mag ¼ deel ingezet worden als compensatie voor het nieuwe woningbouwinitiatief. In het geval van een woningbouwinitiatief in een monument of beeldbepalend pand kan volstaan worden met een één op één compensatie. Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van twee burgerwoningen binnen de bestaande carréboerderij mogelijk. Deze nieuwe woningen hoeven op grond van de SVWZL niet te worden gecompenseerd omdat sprake is van het realiseren van een woonfunctie in een Rijksmonument. Rijksmonumenten zijn uitgezonderd van de compensatieverplichting. Derhalve hoeft voorliggend project niet te worden gecompenseerd door elders woningen te slopen of harde plancapaciteit te schrappen.
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
25
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Notitie spuitcirkels De gemeente Eijsden-Margraten heeft beleid opgesteld ten aanzien van spuitcirkels. Dit beleid is opgesteld, omdat de in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalde afstand van 50 meter in veel gevallen tot problemen leidde. De gemeente Eijsden-Margraten bestaat immers uit vele kleine kernen, die aansluiten aan de buitengebieden. De uitvoering van vooral kleine ruimtelijke plannen kunnen vaak geen doorgang vinden, omdat het opnemen van de spuitcirkel financieel te duur of niet-uitvoerbaar is. Door de gemeente is aan Plant Research International opdracht gegeven om een rapport op te stellen, waarin wordt beschreven op welke wijze afstanden optimaal teruggebracht kunnen worden. Mede op basis van dit onderzoek is het volgende beleid vastgesteld: a. b.
Voor ogen staat het planologisch waarborgen van een goed leef- en woonklimaat, dat handhaafbaar is. Beoordeel of het bestemmingsplan aanknopingspunten biedt voor gebruiksbeperkingen van een agrarisch terrein, gelegen binnen een straal van 50 meter van het terrein waar een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met een gevoelige functie is gepland. Doorgaans is zulks niet het geval. c. Uitgangspunt is 50 meter tussen gevoelige objecten en terreinen waar het planologisch mogelijk is om open teelten te realiseren, hetgeen planologisch wordt verankerd. d. Indien de afstand van 50 meter aantoonbaar niet mogelijk is, kan op basis van het rapport van Plant Research International de afstand als volgt worden verkleind: 1. Zonder afschermende voorziening wordt de afstand teruggebracht tot 40 meter vanaf de buitenste bomenrij. 2. Indien dit geen soelaas biedt wordt de afstand teruggebracht tot tenminste 30 meter vanaf de buitenste bomenrij, mits een bladhoudende of niet-bladhoudende windhaag, of soortgelijke voorziening, niet zijnde een conifeer, met een hoogte van ten minste 3 meter op de rand van het perceel wordt gerealiseerd, hetgeen planologisch wordt gewaarborgd. 3.
Indien dit geen soelaas biedt wordt de afstand teruggebracht tot tenminste 20 meter vanaf de buitenste bomenrij, mits een bladhoudende windhaag, of soortgelijke voorziening, niet zijnde een conifeer, met een hoogte van ten minste 3 meter op de rand van het perceel wordt gerealiseerd, hetgeen planologisch wordt gewaarborgd. 4. Voor het geval een afstand van tenminste 20 meter nog steeds geen soelaas biedt, kan een dubbele, niet bladhoudende windhaag met een hoogte van tenminste 3 meter worden aangebracht op een afstand van 4 meter van elkaar, waarvan de eerste windhaag op de rand van het perceel wordt gerealiseerd; in welk geval de afstand verder kan worden teruggebracht tot tenminste 10 meter, gemeten vanaf de buitenste windhaag. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 23 juli 2013 besloten deze notitie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te hanteren als beleidsregel. Ook uit de uitspraak van de Raad van State d.d. 16 december 2020 volgt, dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht. Op basis van jurisprudentie wordt een richtafstand van 50 meter als het landelijk algemeen aanvaard uitgangspunt gehanteerd.
Ten westen en ten oosten van onderhavig plangebied zijn agrarische percelen aanwezig waar driftveroorzakende werkzaamheden met chemische bestrijdingsmiddelen verricht kunnen worden op basis van het vigerende bestemmingsplan. Initiatiefnemer heeft in samenspraak met de eigenaren van deze percelen overeenkomsten gesloten waarin is bepaald dat een spuitbeperking wordt opgelegd op een gedeelte van deze percelen die zijn gelegen binnen een afstand van 50 meter van onderhavig plangebied. De betreffende overeenkomsten zijn bijgevoegd als Bijlage 2. Aangezien ter plekke van deze percelen een spuitvrije zone is aangeduid, wordt voldaan aan de Notitie Spuitcirkels.
26
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
4.4.2 Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten2013 De gemeente Eijsden-Margraten heeft de provinciale beleidsregel 'Limburgs Kwaliteitsmenu' vertaald in het 'Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013' (GKM). Dit kwaliteitsmenu is van toepassing op de gebieden buiten de zogenaamde rode contouren. Onderhavige locatie is gelegen binnen de bebouwde kom van de dorpskern Mesch met als gevolg dat deze binnen de rode contour is gelegen. Daar komt bij dat de locatie op basis van het vigerende bestemmingsplan al in hoofdzaak is bestemd tot 'Horeca' welke horecagerelateerde activiteiten ter plaatse toestaat. Het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu is dan ook niet van toepassing op onderhavig voornemen. Het aanvullend leveren van een kwaliteitsbijdrage is dan ook niet aan de orde. 4.4.3 Structuurvisie Vernieuwen door Verbinden Strategische visie 2022 Onderhavige ontwikkeling heeft onder andere betrekking op de woonsector in de gemeente Eijsden-Margraten. De gemeente beschikt over de structuurvisie 'Vernieuwen door Verbinden Strategische visie 2022' waarin nader wordt ingegaan op het door haar te hanteren beleid. In deze structuurvisie wijst de gemeente Eijsden-Margraten op het feit dat variatie in woningbouw door een aantal ontwikkelingen nog nadrukkelijker aan de orde is dan in het verleden. Daarbij worden wonen en werken steeds meer gecombineerd.
Gelet op het feit dat een ieder ouder wordt en steeds minder terecht kan in verzorgingsinstellingen, betekent dit, dat het levensloopbestendig wonen/bouwen steeds nadrukkelijker in beeld komt. Daarbij streeft de gemeente Eijsden-Margraten er naar om hun grondgebied aantrekkelijk te maken voor jong en oud en te beschikken over vitale en leefbare kernen. Het planvoornemen ziet onder andere op het realiseren van twee burgerwoningen binnen de bestaande carréboerderij. Deze woningen kunnen worden gerealiseerd voor starters/jongeren of ouderen. Daarmee wordt in kwalitatief opzicht bijgedragen aan de doelstelling van de gemeente Eijsden-Margraten om hun grondgebied aantrekkelijk te maken voor jong en oud. In dat verband is het voornemen in overeenstemming met de structuurvisie Vernieuwen door Verbinden Strategische Visie 2022. 4.4.4 Lokale woonvisie Eijsden-Margraten2019-2025 De gemeente Eijsden-Margraten beschikt over de lokale woonvisie 'Samen bouwen aan de toekomst'.
De Lokale Woonvisie heeft vier functies: Het bieden van ondersteuning en sturing bij de samenwerking tussen alle betrokken partijen omdat het een gezamenlijk gedragen referentiekader betreft; Het inzichtelijk maken van de woonambities van de gemeente in de vorm van de formulering van speerpunten met betrekking tot relevante doelgroepen; Het leggen van de nodige relaties met de relevante beleidsterreinen, zowel fysiek (bijvoorbeeld duurzaamheid) als sociaal (bijvoorbeeld maatschappelijke ondersteuning); Het bieden van een gedragen basis voor de beleidsuitvoering en programmering. Op basis van de berekeningsmethodiek, die op Zuid-Limburgse schaal voor het woonbeleid wordt toegepast, resteert voor Eijsden-Margraten nog een woningbouwopgave bovenop de bestaande voorraad. De doelgroepen waarop de gemeente zich bij haar woningbouwbeleid richt zijn starters, oudere doorstromers, langer thuiswoners, en bijzondere doelgroepen (zoals statushouders, woonurgenten, gehandicapten en ggz-patiënten). Bij voorliggende planontwikkeling wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten van de woonvisie, omdat de beoogde burgerwoningen zodanig worden ingericht dat zij geschikt zijn voor starters of ouderen. 4.4.5 Conclusie gemeentelijk beleid Gelet op het vorenstaande uiteenzetting van het gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet strijdig is met dit beleid.
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
27
28
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
Hoofdstuk 5
Milieutechnische aspecten
Bij de realisering van een planontwikkeling moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de locatie zijn in dit hoofdstuk de milieuaspecten, waaronder het Besluit milieueffectrapportage, bodem, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid onderzocht.
5.1
Besluit Milieueffectrapportage
Onderhavige ontwikkeling is allereerst gericht op het realiseren van twee burgerwoningen in de bestaande carréhoeve. Deze burgerwoningen worden aanvullend aan de twee bestaande bedrijfswoningen gerealiseerd. Bovendien ziet het voornemen op het realiseren van een camperterrein en twee vakantieappartementen.
Realiserenburgerwoningen Bij woningbouw kan er sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in onderdeel D 11.2, kolom 1: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.' Als de ontwikkeling ook voldoet aan kolom 2 (de drempel), dan is er sprake van een m.e.r.-plicht. Dit is het geval als de activiteit betrekking heeft op: 5. 6. 7.
een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
Onderhavig planvoornemen voorziet in het toevoegen van twee burgerwoningen in de bestaande carréhoeve. Daarmee blijft de voorgenomen activiteit onder de drempel van categorie D11.2. Realiserencamperterrein en vakantieappartementen In activiteit D10 van het Besluit milieueffectrapportage zijn onder andere de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- en caravanterreinen opgenomen. Het Besluit m.e.r. geeft onder 'gevallen' per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Een m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. 2. 3. 4.
250.000 bezoekers of meer per jaar, een oppervlakte van 25 hectare of meer, 100 ligplaatsen of meer of een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied.
Voorliggende ontwikkeling ziet op het realiseren van een camperterrein met maximaal 10 camperplaatsen en het realiseren van twee vakantieappartementen. Gelet op de aard en omvang van deze ontwikkeling wordt niet voldaan aan de drempel van categorie D10. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggende activiteiten niet m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Omdat de activiteiten voorkomen in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. De criteria waaraan bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
29
van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Het betreft de volgende drie algemene criteria met elk hun sub criteria: a. b. c.
kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
Kenmerken van het project De omvang van het project: Het plangebied is gelegen aan de Langstraat 3 te Mesch. Kadastraal betreft het plangebied alwaar de ontwikkeling plaats vindt, de percelen gemeente Eijsden - sectie K - nummers 46, 446 en 447. Deze percelen hebben tezamen een oppervlak van 4.483 m2 . Ter plekke van onderhavige locatie is een rijksmonumentale carréboerderij aanwezig met buitenterrein. De cumulatie met andere projecten: In en om het plangebied zijn geen relevante activiteiten of projecten waarmee in de beoordeling rekening moet worden gehouden. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen: Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen verandert niet als gevolg van het doorvoeren van onderhavige ontwikkeling. Dit onderdeel geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. De productie van afvalstoffen: Zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase vindt er geen productie plaats van afvalstoffen, anders dan regulier bouw- en sloopafval en huishoudelijk afval. Verontreiniging en hinder: Tijdens het doorvoeren van de inpandige verbouwing in de carréboerderij en de aanleg van het camperterrein is er wellicht enige hinder in de vorm van geluid en mogelijk trillingen.
Het (aannemers)bedrijf welke verantwoordelijk is voor de uitvoering van de realisatie zal zich moeten houden aan de algemene wet en regelgeving en de geldende milieuwetgeving. Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën In paragraaf 'Externe veiligheid' van voorliggende aanmeldnotitie wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen, transportassen en buisleidingen. Plaats van het project Het bestaand grondgebruik Het plangebied is gelegen aan de Langstraat 3, temidden van de dorpskern Mesch. Onderhavige locatie is gelegen op circa 640 meter van de Belgische grens. Ter plaatse zijn een rijksmonumentale carréboerderij met omliggend buitenterrein aanwezig. Rondom het plangebied zijn voornamelijk woningen met tuinen gelegen. Natuurlijke hulpbronnen Ter plaatse van het plangebied zijn geen relevante natuurlijke hulpbronnen die bijdragen aan het project dan
30
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
wel een effect hebben op het project. Opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu Uit de beoordeling van de planologisch relevante milieuaspecten verderop in deze notitie komt naar voren dat het planvoornemen deze aspecten niet belemmert. Kenmerken van het potentiële effect Beoogd wordt met het planvoornemen om op de locatie Langstraat 3 te Eijsden een passende herontwikkeling door te voeren. Bij de realisatie wordt zowel aan de geldende algemene wet- en regelgeving als aan de geldende milieuwetgeving voldaan. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten.
Ten behoeve van het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure is een separate m.e.r.-aanmeldnotitie uitgewerkt welke ter besluitvorming aan het college is voorgelegd. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, kan worden geconcludeerd, dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang, dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.- procedure.
5.2
Bodem
Indien sprake is van een planologische functiewijziging dan wel het realiseren van nieuwe verblijfsruimten, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Ter plekke van de locatie Langstraat 3 te Eijsden is het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' van kracht. Op onderhavige locatie zijn de bestemmingen 'Horeca' en 'Wonen' van toepassing. Het voornemen van initiatiefnemer spitst zich toe op het realiseren van een camperterrein aan de zuidzijde van de carréboerderij en daarnaast wordt een voormalig bakhuis omgevormd tot een vakantieappartement. Eveneens ziet het voornemen op het realiseren van twee burgerwoningen en een vakantieappartement binnen de bestaande bebouwing en het realiseren van bijbehorende tuinen aan de oost- en zuidzijde van de carréboerderij. Derhalve gaan deze ontwikkelingen gepaard met het doorvoeren van een functiewijziging. Daarnaast dient te worden achterhaald of met onderhavig planvoornemen nieuwe verblijfsruimten worden gecreëerd. Aangezien onderhavig voornemen zich onder andere richt op het realiseren van twee burgerwoningen, neemt het aantal verblijfsruimten ter plaatse toe. Door Aelmans ECO B.V. is een verkennend bodem- en asbestonderzoek (d.d. 2 maart 2021) uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 3.
In de rapportage wordt aangegeven dat tijdens het plaatsen van de boringen diverse visueel bodemvreemde bijmengingen zijn aangetroffen bestaande uit kooltjes, baksteen-, puinasfaltresten, sintels en/of silex. De analyseresultaten tonen aan dat ter plekke sterk verontreinigde bodemlagen zijn aangetroffen. Derhalve dient er rekening mee te worden gehouden dat de omvang van deze sterk verontreinigde bodemlagen mogelijk nader in beeld gebracht moeten worden. Daarnaast dient men rekening te houden, dat voorafgaande aan de geplande graafwerkzaamheden, te allen tijde een BUS-melding of saneringsplan opgesteld dient te worden alvorens graafwerkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Dit omdat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m³ sterk verontreinigde grond). Ondanks het feit dat er sprake is van diverse sterke verontreinigingen, dient men deze veelal als gebiedseigen
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
31
te beschouwen. Binnen het grondgebied van de voormalige gemeente Eijsden, worden dergelijke verontreinigingen veelvuldig aangetroffen vanwege het toepassen van zinkassen in het verleden. Aanvullend heeft Aelmans ECO B.V. een BUS-melding opgesteld. Deze melding is bijgevoegd als Bijlage 4. Aangegeven wordt dat in het kader van voorliggende ontwikkeling 24 m3 verontreinigde grond zal worden ontgraven onder milieukundige begeleiding. Voor de bestemmingsplanwijziging zelf hoeft er nog geen BUS-melding te worden gedaan. Hiervoor is alleen van belang dat rekening wordt gehouden met onder andere hogere afvoerkosten. Bij de stukken is wel al een BUS-melding bijgevoegd (bijlage 4). De provincie Limburg is hiervoor het bevoegd gezag. Gelet op het vorenstaande vormt het aspect bodem geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
5.3
Geluid
5.3.1 Algemeen Met betrekking tot het aspect geluid kan sprake zijn van geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai. Bij voorliggende ontwikkeling spelen de aspecten wegverkeerslawaai en industrielawaai een rol. Het aspect wegverkeerslawaai wordt nader uiteengezet in paragraaf 5.3.2 hieronder. Vervolgens wordt in paragraaf 5.4 nader ingegaan op het aspect industrielawaai. 5.3.2 Wegverkeerslawaai Ten aanzien van alle soorten wegen geldt een geluidszone, die ook wettelijk is vastgelegd in de Wet geluidhinder. Voor wegen die buiten de bebouwde kom zijn gelegen, en die bestaan uit één of twee rijstroken, geldt een wettelijk vastgestelde geluidzone van 250 meter aan weerszijden van de weg (gemeten vanuit de wegas). Wegen waarop een maximum snelheid geldt van 30 km/u zijn niet voorzien van geluidzones. Wanneer er ontwikkelingen worden gerealiseerd binnen geluidzones van wegen, zal middels een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat de gevelbelasting vanwege het wegverkeerslawaai niet zodanig is dat de, in de Wet geluidhinder opgenomen, voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor burgerwoningen wordt overschreden. Is dit wel het geval, dan zal een procedure voor het vaststellen van een hogere grenswaarde gevolgd dienen te worden. Onderhavige locatie is gelegen aan de Langstraat te Mesch. Voor deze weg geldt een maximum snelheid van 60 km/u.
Dergelijke wegen zijn op basis van de Wet geluidhinder gezoneerd. Het verrichten van een akoestisch onderzoek naar de gevelbelasting vanwege wegverkeerslawaai is derhalve noodzakelijk. In dat verband heeft Aelmans ROM B.V. een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Betreffende rapportage (rapportnummer: M203298.003.001/R1/GGO) d.d. 1 oktober 2021 is bijgevoegd als Bijlage 5. Uit de resultaten van dit onderzoek volgt dat de enige akoestisch relevante weg (de Langstraat) een niet gezoneerde weg is. Deze hoeft formeel niet getoetst te worden voor de Wet geluidhinder. Een aanvraag hogere waarde is om die reden niet aan de orde. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatieve geluidsbelasting bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de 'methode Miedema'. De maximale gecumuleerde waarde, welke wordt bepaald door de Langstraat, bedraagt 54 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie 'redelijk' en daarmee van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij toepassing van standaard bouwmaterialen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aangezien de cumulatieve geluidbelasting hoger is dan 53 dB dient er formeel een nader onderzoek te worden
32
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. Het is echter aannemelijk dat de geluidwering van een gevel van een goed onderhouden woning meer dan 1 dB groter is dan de minimale voorgeschreven 20 dB uit het Bouwbesluit. Derhalve is een nader onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevel niet aan de orde. Bij toepassing van standaard bouwmaterialen is dan sprake van een binnenniveau van 33 dB waarmee tevens een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Gelet op vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
5.4
Milieuzonering
Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen wil mogelijk maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. Teneinde te bepalen of een goed woon- en leefklimaat in de nieuw te realiseren woningen en omliggende woningen aanwezig is, kan gebruik worden gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)'. Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande horecagelegenheid op de locatie Langstraat 3 te Eijsden aangepast voort te zetten in de vorm van een lunchcafé. Deze activiteiten vinden direct grenzend aan de beoogde burgerwoningen plaats. Daarnaast wordt het voormalig bakhuis omgevormd tot een vakantieappartement en wordt in de carréhoeve ook een vakantieappartement voorzien.
Op het buitenterrein wordt een terrein beoogd dat plaats biedt aan maximaal 10 campers. Onderzocht moet worden of de horecagerelateerde en recreatieve activiteiten ter plaatse passend zijn in relatie tot de beoogde burgerwoningen in de carréboerderij en ter plaatse van de nabijgelegen woningen. Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)' geldt voor restaurants (SBI-2008: 561) een minimale richtafstand van 10 meter voor de aspecten geur, geluid en gevaar. Voor het aspect stof geldt een minimale richtafstand van 0 meter. Voor cafés (SBI-2008: 563) geldt een minimale richtafstand van 10 meter voor de aspecten geluid en gevaar. Voor het aspect geur en stof geldt een minimale afstand van 0 meter. Daarnaast geldt op basis van de VNG-publicatie dat voor een vakantieappartement, hetgeen vergelijkbaar is met 'hotels en pensions met keuken' (SBI-2008:5510) eveneens een minimale richtafstand van 10 meter voor de aspecten geur, geluid en gevaar wordt aangehouden. Voor het aspect stof geldt een minimale richtafstand van 0 meter. Voor kampeerterreinen (SBI-2008: 553, 552) dient een minimale richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid in acht genomen. Voor de aspecten geur en gevaar geldt een minimale richtafstand van 30 meter. Voor het aspect stof geldt een minimale richtafstand van 0 meter.
Ter plekke van onderhavig plangebied worden diverse functies op korte afstand van elkaar voorzien, namelijk burgerwoningen, bedrijfswoningen, horeca en recreatie. Daarmee heeft onderhavig plangebied zelf een gemengd karakter omdat sprake is van functiemenging. Aangezien het plangebied kan worden gekenmerkt als een gemengd gebied, kunnen de genoemde richtafstand met één stap worden verlaagd. Dit betekent dat de minimale richtafstanden kunnen worden verlaagd van 50 meter naar 30 meter, van 30 meter naar 10 meter en van 10 meter naar 0 meter. Wat betreft de categorieën restaurants, café's en vakantieappartementen wordt
bestemmingsplanLangstraat 3 Mesch
33
aan de genoemde richtafstanden voldaan. Voor de categorie 'kampeerterreinen' wordt niet aan de gestelde richtafstanden van 30 meter (geluid) respectievelijk 10 meter (geur en gevaar) voldaan. Voor het aspect geluid is van belang dat een akoestisch onderzoek is uitgevoerd waarvan de bevindingen hieronder nader uiteen zijn gezet. Voor de aspecten geur en gevaar is van belang dat het kampeerterrein niet beschikt over een keuken voor de gasten. Indien gasten koken, dan wordt gekookt bij de camperplaatsen. Het aspect ‘geur’ speelt in casu dan ook enkel een rol bij de kooktoestellen van de gasten. Andere geurbronnen zijn niet aanwezig. De richtafstand met betrekking tot het aspect ‘gevaar’ heeft bij een kampeerbedrijf met name betrekking op de eventuele propaantank en de mobiele gastoestellen van de gasten. Het camperterrein beschikt niet over een propaantank. De gastoestellen van gasten worden alleen gebruikt bij de camperplaatsen. Bovendien is van belang dat het camperterrein kleinschalig van aard is en centrumvoorzieningen, zoals een zwembad, dagrecreatie en winkel, niet aanwezig zijn c.q. ontbreken. De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt als een rustige woonwijk. Ten opzichte van omliggende woningen dienen de bovenvermelde richtafstanden in acht te worden genomen.