20220215 06b Bijlage 1 Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Grijzegraaf ong. Mesch Gemeente Eijsden-Margraten
Bestemmingsplan Grijzegraaf ong. Mesch Gemeente Eijsden-Margraten
Onderdeel:
Toelichting
IDN-nummer:
NL.IMRO.1903.BPKOM6245KGONG-VG01
Projectnummer:
M202928
Status:
vastgesteld
Datum:
4 januari 2022
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
Hoofdstuk 2 Plangebied en planontwikkeling
7
2.1 2.2 2.3
7 10 10
Ligging plangebied Beoogde planontwikkeling Ruimtelijke effecten
Hoofdstuk 3 Planologisch-juridische situatie
11
3.1
11
Bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015'
Hoofdstuk 4 Beleid
13
4.1 4.2 4.3
13 14 18
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 5 Milieutechnische aspecten
25
5.1
Bodem
25
5.2 5.3 5.4 5.5
Geluid Milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid
25 26 27 28
Hoofdstuk 6 Overige ruimtelijke aspecten
33
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
Archeologie Kabels en leidingen Verkeer en parkeren Waterparagraaf Natuur en landschap Flora en fauna Duurzaamheid
33 34 34 35 37 40 41
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
43
7.1 7.2
Grondexploitatie Planschade
43 44
Hoofdstuk 8 Planstukken
45
8.1 8.2
45 45
Algemeen Toelichting, regels en verbeelding
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en formele procedure
49
9.1
49
Inleiding
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
3
9.2 9.3 9.4
Vooroverleg Inspraak Formele procedure
49 49 49
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Brief gemeente Eijsden-Margraten
Bijlage 2
Overeenkomsten inzake spuitzone
Bijlage 3
Rapportage stikstofonderzoek
Bijlage 4
Flora- en faunaonderzoek
Toelichting
4
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Hoofdstuk 1
Inleiding
Mevrouw B. Pinckaers (hierna: 'initiatiefneemster') heeft de locatie Grijzegraaf 25 te Mesch in eigendom. Deze locatie is kadastraal bekend als gemeente Eijsden - sectie K - nummer 393. op de oostzijde van onderhavig perceel ligt een bestaande woning. Daarnaast staat op de westzijde van onderhavige locatie een bestaande schuur, welke momenteel grotendeels leeg staat. Om aan deze schuur een nieuwe passende invulling te geven, wordt allereerst beoogd om de bestaande schuur te slopen. Vervolgens wenst initiatiefneemster op dat terreindeel een bouwkavel te creëren, zodat ter plekke een levensloopbestendige woning kan worden gerealiseerd.
Uitsnede topografische kaart met aanduiding plangebied, zijnde de woningbouwlocatie Oorspronkelijk was het voornemen van initiatiefneemster er op gericht om de bestaande schuur beperkt uit te breiden en deze om te vormen tot een permanente wooneenheid. Omdat het geldende bestemmingsplan deze ontwikkeling niet direct toe laat, is een principeverzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten. Naar aanleiding van het ingediende principeverzoek heeft het college van burgemeester en wethouders een positief standpunt ingenomen. Dit is verwoord in de brief van 18 december 2019 (kenmerk: 392787), bijgevoegd als Bijlage 1. De gemeente Eijsden-Margraten adviseert initiatiefneemster om het oorspronkelijke plan te heroverwegen en totale nieuwbouw te realiseren in plaats van hergebruik van de bestaande schuur. Naar aanleiding van het principestandpunt van de gemeente heeft initiatiefneemster haar plannen aangepast in die zin dat zij de bestaande schuur wenst te slopen en ter plaatse een bouwkavel wil creëren waar een derde een levensloopbestendige woning kan realiseren. Voorliggend document voorziet in een toelichting op bijbehorende regels en verbeelding voor onderhavige bestemmingsplanwijziging.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
5
6
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Hoofdstuk 2
Plangebied en planontwikkeling
In dit hoofdstuk worden het plangebied, de huidige situatie en het project beschreven. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de ruimtelijke effecten van het project.
2.1
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Grijzegraaf 25, in het zuidelijk deel van de dorpskern van Mesch. Onderhavige locatie is gelegen op circa 490 meter van de Belgische grens. Eijsden-Margraten kan worden gekenschetst als een heuvelachtig gebied met mooie weidse uitzichten.
Luchtfoto waarop de bestaande schuur is gevisualiseerd Kadastraal betreft het plangebied alwaar de herontwikkeling tot woningbouw plaats vindt, het perceel gemeente Eijsden - sectie K -nummer 393 (gedeeltelijk). In verband met spuitcirkels voor gewasbeschermingsmiddelen vormen aanvullend de percelen gemeente Eijsden - sectie K - nummers 436, 443, 394, 395 en 396 (allen gedeeltelijk) onderdeel van het plangebied.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
7
Kadastrale kaart met ligging diverse percelen In onderstaande figuur worden de contouren van onderhavig plangebied inzichtelijk gemaakt.
Luchtfoto met aanduiding plangebied De bestaande situatie wordt weergegeven aan de hand van de volgende foto's.
8
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Foto's bestaande situatie
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
9
2.2
Beoogde planontwikkeling
Onderhavige locatie is gelegen aan de zuidzijde van de dorpskern van Mesch; in de directe omgeving van de Belgische grens. Aan de oostzijde van onderhavige locatie ligt een bestaande woning . Daarnaast ligt op het westelijke deel van onderhavig perceel een bestaande schuur met een oppervlak van circa 182 m2 . Het voornemen is om de bestaande schuur te slopen en vervolgens ter plaatse van de geamoveerde bebouwing een bouwkavel te creëren waar een levensloopbestendige woning kan worden opgericht. Momenteel geldt ter plekke van de bestaande schuur het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015'. Op grond van dat bestemmingsplan geldt ter plekke van onderhavige locatie de bestemming 'Wonen'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor woondoeleinden met inbegrip van mantelzorg, aan huis gebonden beroepen en gastouderschap. Vooropgesteld moet worden dat ter plaatse van de bestaande schuur geen bouwvlak aanwezig is. Wel strekt de aanduiding 'bijgebouwen' zich uit over de te slopen schuur.
In artikel 18.2.2 onder c van de planregels van het geldende bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' wordt aangegeven dat nieuwbouw van woningen alsmede het toevoegen van woningen in bestaande bebouwing niet is toegestaan, met uitzondering van vervangende nieuwbouw en de bouw van woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van deze aanduiding. Het slopen van de bestaande schuur en het creëren van een bouwkavel ten behoeve van het realiseren van een zelfstandige woning met bijbehorende bouwwerken, is op basis van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk omdat het toevoegen van woningen niet is toegestaan en ter plekke de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' niet geldt.
2.3
Ruimtelijke effecten
Initiatiefneemster heeft de wens om de bestaande schuur op de locatie Grijzegraaf 25 te slopen en ter plaatse een bouwkavel te creëren waar een nieuwe levensloopbestendige woning kan worden gerealiseerd. Onderhavig perceel is gelegen tussen diverse woonpercelen in de kern van Mesch. Om die reden kan de realisatie van de woning gezien worden als de opvulling van het lint aan woningen aan de noordzijde van de Grijezgraaf. Door ook de bestaande verouderde schuur te slopen wordt de ruimtelijke structuur ter plaatse verbeterd. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan de betreffende locatie voor nieuwbouw worden verantwoord omdat ter plekke al bebouwing aanwezig is. Daarnaast kan worden gewezen op het feit dat bij de vormgeving van het bouwvlak ter plaatse, rekening wordt gehouden met het oppervlak van de bestaande schuur. Daarmee neemt het bebouwd oppervlak voor een hoofdgebouw ter plaatse niet toe en blijft de bebouwingsstructuur gehandhaafd. Daarnaast is bij de situering van het beoogde bouwvlak rekening gehouden met de gevellijnen van de bebouwing op de belendede percelen om een stedenbouwkundig geheel na te streven. De kwaliteitswinst neemt ter plaatse dan ook toe. Tevens kan worden gewezen op het feit dat de Grijzegraaf met name bestaat uit vrijstaande woningen met een verscheidenheid aan architectuur welke zijn gelegen op ruime percelen.
De uitstraling van de betreffende woningen zijn verschillend van aard, namelijk de woningen variëren van oorspronkelijke agrarische bebouwing tot recente nieuwbouw. In dat opzicht past het realiseren van een nieuwe woning in het straatbeeld ter plaatse. Daarnaast zijn de meeste woningen aan de Grijzegraaf wat verder van de straat gelegen. Initiatiefneemster heeft met de situering van nabijgelegen woningen rekening gehouden door het bouwvlak eveneens wat verder van de straatzijde te projecteren. Daarmee wordt aangesloten op het heersende straatbeeld ter plaatse. De ruimtelijke effecten van onderhavige ontwikkeling worden dan ook aanvaardbaar geacht.
10
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Hoofdstuk 3 3.1
Planologisch-juridische situatie
Bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015'
Ter plekke van onderhavig plangebied zijn een tweetal bestemmingsplannen van kracht, namelijk het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' en het bestemmingsplan 'Buitengebied'. Het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' is op 29 september 2015 vastgesteld door de gemeenteraad van Eijsden-Margraten. Het bestemmingsplan 'Buitengebied' is op 27 april 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Eijsden. Woningbouwlocatie Ter plaatse van de woningbouwlocatie is het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' van kracht. Op grond van dat bestemmingsplan geldt ter plekke de bestemming 'Wonen'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor woondoeleinden met inbegrip van mantelzorg, aan huis gebonden beroepen en gastouderschap. Ter plaatse van de te slopen schuur is de bouwaanduiding 'bijgebouwen' van kracht. Deze bouwaanduiding heeft tot gevolg dat ter plaatse bijgebouwen mogen worden opgericht. Naast de bestemming 'Wonen' zijn tevens de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' en de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg', 'overige zone buiten rode contour' en 'wetgevingzone - wijzigingsgebied' van toepassing.
Toekomstige spuitvrije zone Ter plaatse van de toekomstige spuitvrije zone zijn een tweetal bestemmingsplannen van kracht, namelijk het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' en het bestemmingsplan 'Buitengebied'. De noordelijk en oostelijk gelegen gronden van onderhavig plangebied zijn gelegen binnen de contour van het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015'. Deze gronden zijn bestemd tot 'Agrarisch met waarden'. De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor agrarisch grondgebruik. Daarnaast gelden ter plekke de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' en de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg' en 'overige zone buiten rode contour'. De zuidelijk gelegen gronden van de toekomstige spuitvrije zone zijn gelegen binnen de contour van het bestemmingsplan 'Buitengebied'. Deze gronden zijn bestemd tot 'Agrarisch met waarden'. De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor agrarisch gebruik. Daarnaast zijn ter plekke van deze gronden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie', 'Waarde - Landschapselement', 'Waarde - Recreatieve ontsluitingsstructuur' en 'Waterstaat - Erosie' van kracht, evenals de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - bodembeschermingsgebied' en 'overig - concentratiegebied hoogstamgaarden'.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
11
Uitsnede vigerende bestemmingsplannen met aanduiding plangebied In artikel 18.2.2 onder c van de planregels van het geldende bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' wordt aangegeven, dat nieuwbouw van woningen alsmede het toevoegen van woningen in bestaande bebouwing niet is toegestaan, met uitzondering van vervangende nieuwbouw en de bouw van woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van deze aanduiding. Het slopen van de bestaande schuur en het ter plaatse creëren van een bouwkavel ten behoeve van het realiseren van één zelfstandige woning, is op basis van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk aangezien het toevoegen van woningen niet is toegestaan en ter plekke de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' niet geldt. Initiatiefneemster stelt vast, dat ter plaatse van onderhavig plangebied de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied'van toepassing is; op basis waarvan het college van burgemeester en wethouders onder specifieke voorwaarden bevoegd is om de bestemming te wijzigen ten behoeve van de toevoeging van één woning. Ondanks dat in het geldende bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen waarmee het toevoegen van één woning mogelijk is, kan initiatiefneemster geen gebruik maken van deze wijzigingsbevoegdheid.
Dit omdat op korte afstand van onderhavig plangebied agrarische gronden aanwezig zijn, waar het gebruik van driftveroorzakende bestrijdingsmiddelen is toegestaan. Aangezien onderhavige locatie is gelegen binnen een richtafstand van 50 meter ten opzichte van agrarische percelen waar het gebruik van driftveroorzakende bestrijdingsmiddelen is toegestaan, dient in het bestemmingsplan een spuitbeperking te worden opgenomen om een goed woon- en leefklimaat in de beoogde woning te garanderen. In dit kader wordt gewezen op het feit dat aan de noord-, oost- en zuidzijde van onderhavige locatie agrarische percelen anwezig zijn, waar op basis van het bestemmingsplan het gebruik van driftveroorzakende bestrijdingsmiddelen is toegestaan. Aangezien bij onderhavige planontwikkeling rekening moet worden gehouden met het gebruik van driftveroorzakende bestrijdingsmiddelen, kan ten behoeve van onderhavige ontwikkeling geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 18.6.1 van de planregels. Derhalve is onderhavige planontwikkeling enkel mogelijk middels het doorlopen van een separate bestemmingsplanprocedure.
12
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Hoofdstuk 4
Beleid
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Voor de beschrijving van het provinciale beleid is gebruik gemaakt van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) en de Omgevingsverordening Limburg 2014. Het gemeentelijke beleid is ontleend aan diverse relevante beleidsdocumenten.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld, waarin de toekomstvisie wordt gegeven van het kabinet met betrekking tot onder andere de ruimtelijke ordening. Deze structuurvisie vervangt (onder andere) de Nota Ruimte. Hiernavolgend wordt ingegaan op deze structuurvisie. De structuurvisie beschrijft de principes voor de ruimtelijke inrichting in Nederland. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de beoogde ambities tot en met 2040. In de structuurvisie worden de hoofdlijnen van het beleid aangegeven, waarbij de nationale ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland een grote rol speelt. In deze structuurvisie wordt benadrukt dat het van het grootste belang is dat de concurrentiepositie van Nederland verbetert. Hiertoe is het van belang dat ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd, te weten: 1. 2. 3.
het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Om de regeldruk te verlagen heeft het kabinet besloten dat de ruimtelijke afwegingen zo dicht mogelijk bij de burger plaats moet vinden. Daarom zal er op basis van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte naar gestreefd worden om zoveel mogelijk verantwoordelijkheden bij de gemeenten en provincies onder te brengen. Het Rijk zal zeer terughoudend, en met name achteraf, bij het toezicht betrokken zijn. Er zijn echter wel enkele ontwikkelingen waarbij het Rijk bij voorbaat al aangeeft dat er een rijksverantwoordelijkheid aan de orde kan zijn. Een rijksverantwoordelijkheid kan aan de orde zijn indien een onderwerp nationale baten/lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Voorbeelden hiervan zijn ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainport en greenports. Maar ook onderwerpen waarover internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie of werelderfgoed. Daarnaast kunnen ook onderwerpen die provincie- of landgrensoverschrijdend of een hoog afwentelingsrisico kennen een rijksverantwoordelijkheid zijn. Ontwikkelingen die niet onder het bovenstaande vallen zullen in principe alleen achteraf gecontroleerd worden door het Rijk.
Rijkswaterstaat en de ministeries van Defensie en EL&I zullen als direct belanghebbenden wel de plannen vooraf blijven beoordelen. De structuurvisie streeft een zorgvuldige en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen na. Hiertoe is in de structuurvisie een ladder voor duurzame verstedelijking ontwikkeld. De invulling van deze ladder wordt overgelaten aan de gemeenten en provincies. Zolang de ontwikkeling de rijksbeleiddoeleinden niet frustreert, is er een grote mate van vrijheid voor de decentrale overheden. Op de ladder van duurzame verstedelijking met betrekking tot voorliggende planontwikkeling wordt nader ingegaan in paragraaf 4.2 van voorliggende toelichting.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
13
Meer specifiek heeft het Rijk in de provincie Limburg enkele belangrijke gebieden aangewezen. Het Rijk kent de Greenport Venlo en Brainport Zuidoost Nederland een belangrijke waarde toe voor de concurrentiepositie van Nederland. Het verstedelijkte gebied rondom Sittard-Geleen en Maastricht is zodoende dan ook aangewezen als een voor de concurrentiepositie essentieel gebied. Met name de bereikbaarheid van deze gebieden verdient derhalve extra aandacht. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Het Barro is de afgelopen jaren op bepaalde punten aangevuld en gewijzigd. Bij besluit van 8 december 2016 zijn in het Barro enkele wijzigingen doorgevoerd in verband met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming (stb. 2016, nr. 513).
Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro: project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; verstedelijking in het IJsselmeer; defensie; erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; ecologische hoofdstructuur. 4.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Op basis van vorenstaande uiteenzetting van het vigerende Rijksbeleid wordt gesteld, dat bij onderhavig planvoornemen geen sprake is van strijdigheden daarmee.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 ProvinciaalOmgevingsplan Limburg 2014 Provinciale Staten van Limburg hebben op 12 december 2014 het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) vastgesteld. Dit betreft een integrale herziening van het (voorafgaande) POL2006. In het POL2014 is de provincie opgedeeld in zoneringen. Onderhavig plangebied is gelegen binnen de zoneringen 'Overig bebouwd gebied', 'Buitengebied' en 'Bronsgroene landschapszone'.
14
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Uitsnede kaart 'zoneringen' POL2014 met ligging plangebied Overig bebouwd gebied Het 'overig bebouwd gebied' betreft gemengde woon-/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. De provinciale beleidsaccenten binnen deze zone zijn gericht op de transformatie van de regionale woningvoorraad, bereikbaarheid, een balans in voorzieningen en detailhandel, stedelijk groen en water en de kwaliteit van de leefomgeving. Buitengebied De gronden die gelegen zijn in de zone 'Buitengebied' betreffen alle gronden in het landelijk gebied die niet zijn gelegen in de 'Goudgroene natuurzone', 'Zilvergroene natuurzone' en/of 'Bronsgroene landschapszone'. Het betreffen met name gronden met een agrarisch karakter, waarbij (o.a.) ruimte wordt gegeven voor doorontwikkeling van agrarische bedrijven. De provinciale beleidsaccenten in de zone 'Buitengebied' zijn gericht op ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe (landbouw)bedrijfslocaties, het terugdringen van de milieubelasting vanuit de landbouw en de kwaliteit en het functioneren van de ondergrond. Bronsgroene landschapszone De 'bronsgroene landschapszone' betreft de beekdalen én gebieden met steilere hellingen met een grote variatie aan functies, die in hoge mate bepalend zijn voor het beeld van het Limburgs landschap.
De provinciale beleidsaccenten zijn gericht op de kwaliteit en het functioneren van het regionale watersysteem, de ontwikkeling van de landbouw in balans met de omgeving, het versterken van de kernkwaliteiten landschap en cultuurhistorie en recreatief medegebruik. 4.2.2 Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) De nieuwe Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking. De provincie moet dan beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie is in dat verband doende het POL2014 te vervangen door de Omgevingsvisie Limburg (hierna ook: de POVl). De POVI richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Maar ook het aspect gezondheid en een gezonde leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie meegenomen. De zoneringen op grond van het POL2014 zijn in de ontwerp POVI overgenomen op de kaart 'Limburgse
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
15
principes'. Ook in de ontwerp POVI is onderhavig plangebied gelegen in het 'landelijke kern', 'buitengebied' en 'groenblauwe mantel'. De benaming van de zonering 'overig bebouwd gebied' is in de POVI vervangen door de term 'landelijke kern'. Daarnaast zijn de 'zilvergroene natuurzone' en de 'bronsgroene landschapszone' samengevoegd tot de 'Groenblauwe mantel'. Een deel van onderhavig plangebied is gelegen in de 'Groenblauwe mantel'. Vanuit beleidsmatig oogpunt in relatie tot voorliggende planontwikkeling is geen sprake van relevante wijzigingen.
Uitsnede kaart 'Limburgse principes' POVI met ligging plangebied 4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Naast de indeling in zoneringen is tevens sprake van diverse provinciale beschermingsgebieden, waartoe op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014 specifieke regelgeving geldt.
Uitsnede kaart 'milieubeschermings-gebieden' Omgevingsverordening Limburg 2014
16
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg Onderhavig projectgebied is blijkens de kaart 'Milieubeschermingsgebieden' gelegen in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. In Nederland zijn in totaal 20 zogenaamde nationale landschappen aangewezen. Dit zijn landschappen met elk een unieke combinatie van cultuurhistorische en natuurlijke elementen. De Nationale Landschappen kenmerken zich door de specifieke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het landschap, zoals natuur, reliëf, grondgebruik en bebouwing. De kernkwaliteiten zijn voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg betreffen: 'schaalcontrast van zeer open naar besloten', 'het groene karakter', 'reliëf en ondergrond' en 'rijk en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed'. Bij (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen een nationaal landschap dienen de geformuleerde kernkwaliteiten in acht te worden genomen. Op grond van de omgevingsverordening geldt primair een verbod op het verrichten van handelen in beekdalen, bronnen of bronzones, graften en holle wegen. Hiervan is ter plekke van onderhavig plangebied geen sprake. In paragraaf 6.5.1 wordt nader ingegaan op het Nationaal Landschap Zuid-Limburg.
4.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) in artikel 2.2.2, lid 1. Aanvullend op deze ladder heeft de provincie in de Omgevingsverordening Limburg bepaald, dat tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen moet worden onderzocht. Uitgangspunt voor toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is dat sprake dient te zijn van een stedelijke ontwikkeling. Conform artikel 2.2.1 van de OvL2014 is de definitie van een stedelijke ontwikkeling een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Onderhavige planontwikkeling betreft het kunnen realiseren van één levensloopbestendige woning. Op basis van jurisprudentie (o.a.
uitspraak Raad van State d.d. 28 juni 2017, 201608869/1/R3) is gebleken, dat het realiseren van één of enkele woningen niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Voorliggende planontwikkeling wordt derhalve niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. 4.2.5 Limburgs Kwaliteitsmenu Voor (ruimtelijke) ontwikkelingen buiten de zogenaamde 'rode contouren' is het Limburgs Kwaliteitsmenu van kracht. In dit Kwaliteitsmenu geeft de provincie de Limburgse gemeenten een handreiking op welke wijze deze om moeten gaan met ontwikkelingen in het buitengebied. Gemeenten dienen in een structuurvisie dit provinciale beleidskader te verwerken en aan te geven op welke wijze zij toepassing geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu. In z'n algemeenheid betreft het Limburgs Kwaliteitsmenu een beleidsregel die onder voorwaarden ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van Limburg toestaat. Daarbij dient sprake te zijn van 'kwaliteitswinst'.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
17
Deze kwaliteitswinst kan op diverse wijze tot stand komen, zoals bijvoorbeeld het realiseren van een landschappelijke inpassing, het slopen van bedrijfsbebouwing of glasopstanden, het realiseren van natuur of het leveren van een financiële bijdrage in een (gemeentelijk) 'groenfonds'. De provincie geeft in het Limburgs Kwaliteitsmenu richtlijnen en drempelwaarden voor het bepalen van de hoogte van de tegenprestatie bij verschillende soorten ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente Eijsden-Margraten heeft het Limburgs Kwaliteitsmenu verankerd in het 'Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013'. Daarop wordt in paragraaf 4.3.2 nader ingegaan. 4.2.6 Conclusie provinciaalbeleid Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het vigerende provinciale beleid, bestaan er geen onoverkomelijke belemmeringen met betrekking tot voorliggende ontwikkeling. De ter plekke van onderhavig plangebied van toepassing zijnde provinciale zonering 'Overig bebouwd gebied' impliceert geen belemmeringen vanuit beleidsoogpunt. Voorts is geen sprake van strijdigheid met de uitgangspunten van het beschermingsgebied 'Nationaal Landschap Zuid-Limburg'. Daarnaast is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Woningbouwbeleid Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) Op 18 oktober 2016 heeft de gemeenteraad van Eijsden-Margraten ingestemd met de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL). De SVWZL is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 16 Zuid-Limburgse gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal. Het kader voor de SVWZL is het in samenwerking met de provincie en andere direct betrokken partijen tot stand gekomen en in december 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL), die eveneens een visie bevat op Zuid-Limburg. In de SVWZL staat de transformatieopgave centraal, dat wil zeggen de totale woningbehoefte op basis van het aantal huishoudens, rekening houdend met de huidige woningvoorraad en de leegstand. De SVWZL bevat een driedelige opgave voor gemeenten, namelijk: a. b. c.
het verdunnen van de bestaande voorraad waar sprake is van een overschot; het terugdringen van de ongewenste planvoorraad tot het niveau van de transformatieopgave; het toevoegen van woonproducten waar een tekort van is, passend binnen de uitgangspunten van de SVWZL. Om invulling te geven aan deze opgave hebben de Zuid-Limburgse gemeenten in totaal dertien beleidsafspraken met elkaar gemaakt. Één van de afspraken luidt als volgt: Op een uniforme wijze dient een afweging te worden gemaakt om kwalitatief goede nieuwe woningbouwinitiatieven aan de woningmarktprogrammering toe te voegen. Nieuwe woningbouwinitiatieven moeten worden gecompenseerd. Hierbij kan in volgorde gebruik gemaakt worden van: A. B.
Compenseren met direct gekoppelde sloop of onttrekking; Elke nieuw toe te voegen woning wordt financieel gecompenseerd door middel van een op Zuid-Limburgs niveau uitwerkte uniforme financiële compensatieregeling, waarvan de middelen in een sub regionaal op te zetten sloopfonds vloeien; C. De gemeente neemt de sloopverplichting over en voert deze binnen de raadstermijn uit, waarbinnen dit besluit is genomen; D. Door middel van het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit in de regionale
18
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
woningmarktprogrammering. Hiervan mag ¼ deel gezet worden als compensatie voor het nieuwe woningbouwinitiatief. In het geval van een woningbouwinitiatief in een monument of beeldbepalend pand kan volstaan worden met een één op één compensatie. Voorliggend bestemmingsplan maakt de bouw van één nieuwe (levensloopbestendige) woning mogelijk. Dergelijke woningtoevoeging dient op grond van de SVWZL in beginsel te worden gecompenseerd. Dat neemt niet weg dat de gemeenteraad van Eijsden-Margraten op 15 december 2020 de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' heeft vastgesteld. Hieronder wordt deze beleidsregel nader uiteengezet.
Beleidsregel “Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021” Op 15 december 2020 heeft de gemeenteraad van Eijsden-Margraten de beleidsregel “Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021” vastgesteld. Op grond van deze beleidsregel kan ontheffing worden verleend van beleidsafspraak VI van de SVWZL, indien het betreffende woningbouwplan voldoet aan de 3 criteria van de betreffende beleidsregel. Deze 3 criteria zijn: Criterium 1: Het plan heeft maatschappelijke meerwaarde Een woningbouwplan heeft maatschappelijke meerwaarde wanneer bijvoorbeeld sprake is van één van de volgende situaties: Aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen Herstructurering/vervangingsbouw van woningen Hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw Aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Daarbij wordt aangesloten op het ruimtelijke uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat. Criterium 2: Het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder van Duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening; artikel 3.1.6. lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen.
Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: Criterium 2a: Het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte Criterium 2b: Het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte Criterium 3: Het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Woningbouwplannen die concurrerend zijn op regionale schaal (de Zuid-Limburgse woningmarkt), worden ook op Zuid-Limburgse schaal afgestemd. In de genoemde beleidsregel worden de criteria onder 1 en 2 nader toegelicht. Hieruit blijkt onder meer dat een woningbouwplan maatschappelijke meerwaarde heeft wanneer bijvoorbeeld sprake is van één van de volgende situaties: Aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen Herstructurering/vervangingsbouw van woningen Hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw Aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Daarbij wordt aangesloten op het ruimtelijke uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
19
Bovendien zijn goede plannen met name die plannen die voorzien in een evidente behoefte aan met name: woonwagens, sociale en middeldure huur en eventueel koop (onder voorwaarden) voor doelgroep starters en ouderen tot een maximale koopsom die inclusief verwervingskosten gelijk is aan de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG-grens 2021: € 325.000,--). Ook wordt in de toelichting aangegeven dat het plan kwantitatief en kwalitatief gemotiveerd moet worden. Indien het woningbouwplan niet past binnen de uitgangspunten van de beleidsregel en de gemeente wenst desalniettemin toch haar medewerking aan het plan te verlenen, dan is de compensatie vereist als bedoeld in Beleidsafspraak VI van de SVWZL. Het onderbouwen van de kwantitatieve en/of kwalitatieve behoefte dient transparant, onafhankelijk en op basis van actuele cijfers en feiten onderbouwd te worden. Dit kan door een actueel bestaand (sub)regionaal of gemeentelijk woonbehoefteonderzoek; of op basis van collectieve vraaggestuurde initiatieven (CPO). Plantoets aan beleidsregel Verwijzend naar criteria 1 en 2 van de beleidsregel kan worden geconcludeerd dat de woning gerealiseerd wordt binnen de bebouwingscontour van Mesch, waardoor er geen sprake is van een uitbreidingsplan.
De levensloopbestendige woning wordt gerealiseerd ter plaatse van een te slopen voormalige agrarische bedrijfsloods die zijn functie heeft verloren. Met dit plan wordt een gewenste invulling gegeven aan een locatie die reeds jaren versteend is en geen meerwaarde heeft voor de kern Mesch, alsmede tegemoet gekomen aan een lokale woonbehoefte binnen Mesch. Hiermee heeft het plan haar maatschappelijke meerwaarde voor Mesch aangetoond binnen de gedachten van de onderhavige beleidsregel. Verwijzend naar het derde criterium van de beleidsregel kan worden meegedeeld dat het plan ter afstemming aan de subregio Maastricht en Heuvelland is voorgelegd en dit plan positief door de subregio is beoordeeld. Aangezien het plan voldoet aan de criteria van de beleidsregel “Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021”, hoeven geen compenserende voorwaarden als bedoeld in Beleidsafspraak VI van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg aan de planrealisatie verbonden te worden.
Lokale woonvisie 'Samen bouwen aan de toekomst' De gemeente Eijsden-Margraten beschikt over de lokale woonvisie 'Samen bouwen aan de toekomst'. De Lokale Woonvisie heeft vier functies: Het bieden van ondersteuning en sturing bij de samenwerking tussen alle betrokken partijen omdat het een gezamenlijk gedragen referentiekader betreft; Het inzichtelijk maken van de woonambities van de gemeente in de vorm van de formulering van speerpunten met betrekking tot relevante doelgroepen; Het leggen van de nodige relaties met de relevante beleidsterreinen, zowel fysiek (bijvoorbeeld duurzaamheid) als sociaal (bijvoorbeeld maatschappelijke ondersteuning); Het bieden van een gedragen basis voor de beleidsuitvoering en programmering. Op basis van de berekeningsmethodiek, die op Zuid-Limburgse schaal voor het woonbeleid wordt toegepast, resteert voor Eijsden-Margraten nog een woningbouwopgave bovenop de bestaande voorraad. De doelgroepen waarop de gemeente zich bij haar woningbouwbeleid richt zijn starters, oudere doorstromers, langer thuiswoners, en bijzondere doelgroepen (zoals statushouders, woonurgenten, gehandicapten en ggz-patiënten). Bij voorliggende planontwikkeling wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten van de woonvisie, omdat ter plaatse van onderhavige locatie een levensloopbestendige woning wordt gerealiseerd.
20
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
4.3.2 Notitie spuitcirkels De gemeente Eijsden-Margraten heeft beleid opgesteld ten aanzien van spuitcirkels. Dit beleid is opgesteld, omdat de in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalde afstand van 50 meter in veel gevallen tot problemen leidde. De gemeente EijsdenMargraten bestaat immers uit vele kleine kernen, die aansluiten aan de buitengebieden. De uitvoering van vooral kleine ruimtelijke plannen kunnen vaak geen doorgang vinden omdat het opnemen van de spuitcirkel financieel te duur of niet-uitvoerbaar is. Door de gemeente is aan Plant Research International opdracht gegeven om een rapport op te stellen, waarin wordt beschreven op welke wijze afstanden optimaal teruggebracht kunnen worden. Mede op basis van dit onderzoek is het volgende beleid vastgesteld: a. b.
Voor ogen staat het planologisch waarborgen van een goed leef- en woonklimaat, dathandhaafbaar is. Beoordeel of het bestemmingsplan aanknopingspunten biedt voor gebruiksbeperkingen van een agrarisch terrein, gelegen binnen een straal van 50 meter van het terrein waar een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met een gevoelige functie is gepland. Doorgaans is zulks niet het geval. c. Uitgangspunt is 50 meter tussen gevoelige objecten en terreinen waar het planologisch mogelijk is om open teelten te realiseren, hetgeen planologisch wordt verankerd. d. Indien de afstand van 50 meter aantoonbaar niet mogelijk is, kan op basis van het rapport van Plant Research International de afstand als volgt worden verkleind: 1. Zonder afschermende voorziening wordt de afstand teruggebracht tot 40 meter vanaf de buitenste bomenrij. 2. Indien dit geen soelaas biedt wordt de afstand teruggebracht tot tenminste 30 meter vanaf de buitenste bomenrij, mits een bladhoudende of niet-bladhoudende windhaag, of soortgelijke voorziening, niet zijnde een conifeer, met een hoogte van ten minste 3 meter op de rand van het perceel wordt gerealiseerd, hetgeen planologisch wordt gewaarborgd. 3.
Indien dit geen soelaas biedt wordt de afstand teruggebracht tot tenminste 20 meter vanaf de buitenste bomenrij, mits een bladhoudende windhaag, of soortgelijke voorziening, niet zijnde een conifeer, met een hoogte van ten minste 3 meter op de rand van het perceel wordt gerealiseerd, hetgeen planologisch wordt gewaarborgd. 4. Voor het geval een afstand van tenminste 20 meter nog steeds geen soelaas biedt, kan een dubbele, niet bladhoudende windhaag met een hoogte van tenminste 3 meter worden aangebracht op een afstand van 4 meter van elkaar, waarvan de eerste windhaag op de rand van het perceel wordt gerealiseerd, in welk geval de afstand verder kan worden teruggebracht tot tenminste 10 meter, gemeten vanaf de buitenste windhaag. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 23 juli 2013 besloten deze notitie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te hanteren als beleidsregel. Ten noorden, oosten en zuiden van onderhavig plangebied zijn agrarische percelen aanwezig waar driftveroorzakende werkzaamheden met chemische bestrijdingsmiddelen verricht kunnen worden op basis van het vigerende bestemmingsplan. Initiatiefneemster heeft in samenspraak met de eigenaren van deze percelen overeenkomsten gesloten waarin is bepaald dat een spuitbeperking wordt opgelegd op een gedeelte van deze percelen die zijn gelegen binnen een afstand van 50 meter van onderhavig plangebied.
De betreffende overeenkomsten zijn bijgevoegd als Bijlage 2. Aangezien ter plekke van deze percelen een spuitvrije zone is aangeduid, wordt voldaan aan de Notitie Spuitcirkels.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
21
4.3.3 Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten2013 De gemeente Eijsden-Margraten heeft de provinciale beleidsregel 'Limburgs Kwaliteitsmenu' vertaald in het 'Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013' (GKM). Dit kwaliteitsmenu is van toepassing op de gebieden buiten de zogenaamde rode contouren. Ter plekke van onderhavige locatie is op basis van het geldende bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' de gebiedsaanduiding 'overige zone – buiten rode contour' van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat onderhavige locatie buiten de rode contour is gelegen. In het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu van de gemeente Eijsden-Margraten worden een aantal modules onderscheiden waarbij per module specifieke voorwaarden en bijdragen zijn opgenomen. De module 'Nieuwe (solitaire) woningen' sluit het best aan bij onderhavig planvoornemen. Voor solitaire woningbouw buiten de rode contour moet rekening worden gehouden met een kwaliteitsbijdrage van € 100,- per m2 bouwvlak. In de bestaande situatie is ter plekke van onderhavige locatie een bestaande schuur aanwezig welke binnen de bouwaanduiding 'bijgebouwen' is gelegen. Deze schuur heeft een lengte van 16 meter en een breedte van 11 meter. Voorliggend bestemmingsplan voorziet ter plaatse in een bouwvlak waarbij de contouren van de bestaande schuur als uitgangspunt zijn genomen.
Dat betekent dat het bouwvlak een lengte heeft van 16 meter en een breedte van 11 meter. Het oppervlak aan bebouwing evenals het oppervlak aan bestemming 'Wonen' neemt ter plaatse dan ook niet toe. Het aanvullend leveren van een kwaliteitsbijdrage is dan ook niet aan de orde. 4.3.4 Structuurvisie Vernieuwen door Verbinden Strategische visie 2022 Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de woonsector in de gemeente Eijsden-Margraten. De gemeente beschikt over de structuurvisie 'Vernieuwen door Verbinden Strategische visie 2022' waarin nader wordt ingegaan op het door haar te hanteren beleid. In deze structuurvisie wijst de gemeente Eijsden-Margraten op het feit dat variatie in woningbouw door een aantal ontwikkelingen nog nadrukkelijker aan de orde is dan in het verleden. Daarbij worden wonen en werken steeds meer gecombineerd. Gelet op het feit dat een ieder ouder wordt en steeds minder terecht kan in verzorgingsinstellingen, betekent dat het levensloopbestendig wonen/bouwen steeds nadrukkelijker in beeld komt. Daarbij streeft de gemeente Eijsden-Margraten er naar om hun grondgebied aantrekkelijk te maken voor jong en oud en te beschikken over vitale en leefbare kernen. Het planvoornemen ziet op het realiseren van één levensloopbestendige woning.
In dat verband is onderhavige ontwikkeling in overeenstemming met de structuurvisie Vernieuwen door Verbinden Strategische Visie 2022. 4.3.5 Lokale woonvisie Eijsden-Margraten2019-2025 De gemeente Eijsden-Margraten beschikt over de lokale woonvisie 'Samen bouwen aan de toekomst'. De Lokale Woonvisie heeft vier functies: Het bieden van ondersteuning en sturing bij de samenwerking tussen alle betrokken partijen omdat het een gezamenlijk gedragen referentiekader betreft; Het inzichtelijk maken van de woonambities van de gemeente in de vorm van de formulering van speerpunten met betrekking tot relevante doelgroepen; Het leggen van de nodige relaties met de relevante beleidsterreinen, zowel fysiek (bijvoorbeeld duurzaamheid) als sociaal (bijvoorbeeld maatschappelijke ondersteuning); Het bieden van een gedragen basis voor de beleidsuitvoering en programmering. Op basis van de berekeningsmethodiek, die op Zuid-Limburgse schaal voor het woonbeleid wordt toegepast, resteert voor Eijsden-Margraten nog een woningbouwopgave bovenop de bestaande voorraad. De doelgroepen waarop de gemeente zich bij haar woningbouwbeleid richt zijn starters, oudere doorstromers, langer thuiswoners, en bijzondere doelgroepen (zoals statushouders, woonurgenten, gehandicapten en ggz-patiënten).
22
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Bij voorliggende planontwikkeling wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten van de woonvisie, omdat ter plaatse van onderhavige locatie een levensloopbestendige woning wordt gerealiseerd. 4.3.6 Conclusie gemeentelijk beleid Gelet op het vorenstaande uiteenzetting van het gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet strijdig is met dit beleid.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
23
24
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
Hoofdstuk 5
Milieutechnische aspecten
Bij de realisering van een planontwikkeling moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de locatie zijn in dit hoofdstuk de milieuaspecten bodem, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid onderzocht.
5.1
Bodem
Indien sprake is van een planologische functiewijziging danwel het realiseren van nieuwe verblijfsruimten, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Ter plekke van onderhavige locatie is momenteel het bestemmingsplan 'Mariadorp, Mesch en Withuis 2015' van kracht. Op onderhavige locatie is de bestemming 'Wonen' van toepassing, inclusief bouwaanduiding 'bijgebouwen'. Gelet op het feit dat onderhavige gronden momenteel gebruikt mogen worden ten behoeve van woondoeleinden, vindt ten behoeve van onderhavig planvoornemen geen functiewijziging plaats. In het kader van voorliggende bestemmingswijziging is het verrichten van een bodemonderzoek dan ook niet aan de orde. Dergelijk onderzoek dient wel op grond van het Bouwbesluit te worden verricht bij het aanvragen van een concrete aanvraag om omgevingsvergunning voor het realiseren van de woning op basis van voorliggend bestemmingsplan, vanwege het realiseren van nieuwe verblijfsruimten. Gelet op het vorenstaande vormt het aspect bodem geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
5.2
Geluid
5.2.1 Algemeen Met betrekking tot het aspect geluid kan sprake zijn van geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai. Bij voorliggende ontwikkeling speelt het aspect wegverkeerslawaai een rol. 5.2.2 Wegverkeerslawaai Ten aanzien van alle soorten wegen geldt een geluidszone, die ook wettelijk is vastgelegd in de Wet geluidhinder. Voor wegen die buiten de bebouwde kom zijn gelegen, en die bestaan uit één of twee rijstroken, geldt een wettelijk vastgestelde geluidzone van 250 meter aan weerszijden van de weg (gemeten vanuit de wegas). Wegen waarop een maximum snelheid geldt van 30 km/u zijn niet voorzien van geluidzones. Wanneer er ontwikkelingen worden gerealiseerd binnen geluidzones van wegen, zal middels een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat de gevelbelasting vanwege het wegverkeerslawaai niet zodanig is dat de, in de Wet geluidhinder opgenomen, voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor burgerwoningen wordt overschreden. Is dit wel het geval, dan zal een procedure voor het vaststellen van een hogere grenswaarde gevolgd dienen te worden. Onderhavige locatie is gelegen aan de Grijzegraaf te Mesch. Voor deze weg geldt een maximum snelheid van 30 km/u. Dergelijke wegen zijn op basis van de Wet geluidhinder niet gezoneerd.
Het verrichten van een akoestisch onderzoek naar de gevelbelasting vanwege wegverkeerslawaai is derhalve niet aan de orde.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
25
5.2.3 Woon- en leefklimaat Het RIVM heeft een geluidkaart ontwikkeld, via welke een indicatie kan worden verkregen van de geluidkwaliteit op een bepaalde locatie. Deze geluidkwaliteit is gebaseerd op een indeling in klassen van 5 dB van de totale gecumuleerde geluidbelasting van wegverkeer, railverkeer, luchtvaart, windturbines en industrie. De indicatie van geluidkwaliteit heeft betrekking op de situatie buitenshuis.
Geluidkaart RIVM met aanduiding plangebied Gelet op de geluidkaart van het RIVM is indicatief de geluidkwaliteit ter plekke van onderhavig plangebied in zijn algemeenheid 'zeer goed (< 45 dBA)'. Met inachtneming van vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Er zijn geen redenen om te twijfelen aan het woon- en leefklimaat ter plekke van de nieuw op te richten woning. Gelet op vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
5.3
Milieuzonering
Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen wil mogelijk maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. Teneinde te bepalen of een goed woon- en leefklimaat in de nieuw te realiseren woning aanwezig is, dient bestaande bedrijvigheid in de (directe) omgeving van onderhavig plangebied te worden beoordeeld. Daartoe
26
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
kan gebruik worden gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)'. Grijzegraaf 19 Mesch (gymzaal) De afstand van de grens van de locatie Grijzegraaf 19 tot de gevel van de te realiseren woning ter plaatse van onderhavig plangebied bedraagt meer dan 65 meter. Op basis van het geldende bestemmingsplan geldt ter plekke van de locatie Grijzegraaf 19 de bestemming 'Maatschappelijk'. Ter plaatse is een gymzaal aanwezig. Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)' geldt voor 'sportscholen, gymnastiekzalen' (SBI-2008:931) een minimale richtafstand van 30 meter. Aan deze afstand wordt ruim voldaan. Grijzegraaf 14 Mesch (café) De afstand van de grens van de locatie Grijzegraaf 14 tot de gevel van de nieuw te realiseren woning in onderhavig plangebied bedraagt meer dan 90 meter. Op basis van het geldende bestemmingsplan geldt ter plekke van deze locatie de bestemming 'Horeca'. Op de locatie Grijzegraaf 14 wordt een café geëxploiteerd. Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)' geldt voor cafés (SBI-2008: 563) een minimale richtafstand van 10 meter. Ook aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan.
Met inachtneming van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van onevenredige hinder die van invloed zou kunnen zijn op het woon- en leefklimaat van de bewoners van de nieuw te realiseren levensloopbestendige woning. Andersom vormt woningbouw op onderhavige locatie geen (extra) belemmeringen voor bedrijven in de directe omgeving van onderhavig plangebied. Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.4
Luchtkwaliteit
5.4.1 Algemeen Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. 5.4.2 Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht.
Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM1 0) of stikstofdioxide (NO2 ). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM1 0 als NO2 . Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
27
bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. Initiatiefneemster is voornemens om ter plaatse van onderhavig plangebied een bouwkavel te creëren zodat ter plekke een levensloopbestendige woning kan worden gerealiseerd. Met inachtneming van de kleinschalige aard van onderhavige ontwikkeling kan worden geconcludeerd dat onderhavig voornemen geen invloed heeft op het aspect luchtkwaliteit. Het planvoornemen leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. 5.4.3 NIBM-tool InfoMil Ook zal het plan niet leiden tot een dusdanig aantal toenemende verkeersbewegingen dat de grenswaarde van de luchtkwaliteit daarmee wordt overschreden. InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een 'worst-case' berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat tot 1.504 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 0% vrachtverkeer. 5.4.4 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Het Besluit gevoelige bestemmingen is niet op onderhavig project van toepassing.
5.4.5 Conclusie luchtkwaliteit Gelet op het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
5.5
Externe veiligheid
In onderhavig geval is sprake van het realiseren van een zogenaamd kwetsbaar object. Het beleid is derhalve van toepassing en er is een afweging gemaakt of de planontwikkeling ertoe leidt dat er een onaanvaardbaar risico ontstaat in het kader van de externe veiligheid. 5.5.1 Beleid Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, alsook op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico's worden beoordeeld op twee soorten risico: het groepsrisico en het plaatsgebonden risico. 5.5.2 Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijkertijd komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek. In het Bevi is een verantwoordingsplicht binnen het invloedsgebied opgelegd, i.c.
het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf. Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet
28
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico, worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit. 5.5.3 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron. Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven, (vaar)wegen en spoorlijnen. De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde, binnen welke contour geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht. 5.5.4 Risicovollebronnen Ten behoeve van de beoordeling van de voor onderhavige kwetsbare objecten mogelijke externe veiligheidsrisico's, zijn de Risicokaart Limburg en het Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid van de gemeente Eijsden-Margraten geraadpleegd. Propaantank Uit de Risicokaart volgt dat op een afstand van circa 780 meter ten noorden van onderhavig plangebied een bovengrondse propaantank aanwezig is. De PR 10-6-risicocontour voor de propaantank bedraagt 20 meter. Derhalve vormt deze geen belemmering voor het planvoornemen.
Uitsnede Risicokaart Limburg met aanduiding plangebied, zijnde de woningbouwlocatie In het Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid van de gemeente Eijsden-Margraten d.d. 17-12-2019 zijn diverse bronnen met bijbehorende afstanden opgenomen waarbinnen het uitvoeren van nader onderzoek vereist is. Wegen Voor wegen, waaronder de A2, geldt een invloedsgebied vanwege een toxische wolk tot 1.500 meter. In dit verband is relevant dat onderhavige locatie is gelegen op een afstand van circa 1.170 meter ten opzichte van betreffende weg.
bestemmingsplanGrijzegraaf ong. Mesch
29
Het plangebied ligt buiten de afstand van 200 meter van de wegas, maar binnen het invloedsgebied vanwege een toxische wolk tot 1.500 meter. Vanwege het transport met gevaarlijke stoffen over de weg wordt gekeken naar maatgevende scenario’s die effect hebben op de omgeving. Het scenario betreft een toxische wolk. In het geval van een calamiteit zullen de aanwezige personen in eerste instantie worden gewaarschuwd met de instructie schuilen waarbij het advies luidt ramen en deuren gesloten houden en de ventilatie afschakelen. Nieuwe bouwwerken zijn veelal goed geisoleerd, waardoor deze woningen voor ten minste 4 uur na het incident, een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. De personen in het plangebied zijn in het algemeen als zelfredzaam te beschouwen. De bereikbaarheid van het plangebied is goed. De ontvluchting van het gebied en de toegang voor hulpdiensten is gewaarborgd. Het plangebied is momenteel bij alarmeren gedekt via het waarschuwings-en alarmeringssysteem (WAS). De WAS voorziening is gelegen in het plangebied en het gehele plangebied valt binnen het dekkingsgebied. Het beleid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie is om met ingang van 1 januari 2020 het WAS uit te faseren. Dit betekent dat het WAS met ingang van deze datum niet meer gehandhaafd en onderhouden wordt door het Ministerie van Veiligheid en Justitie.