20220215 05k Bijlage 4 Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen BP Bukel.pdf
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg-Moerslag-Bukel Het ontwerpbestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg -Moerslag-Bukel heeft vanaf donderdag 19 november 2020 tot en met woensdag 30 december 2020 ter inzage gelegen. Dit na voorafgaande publicatie in de Staatscourant, huis-aan-huis blad De Etalage en de gemeentelijke website. Gedurende deze termijn is 1 zienswijze ingediend door het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg. Deze zienswijze is ontvankelijk. Onderstaand wordt de zienswijze kort samengevat, is deze van een reactie voorzien en is beschreven welke aanpassingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van die zienswijze. Reclamant 1 (college van gedeputeerde staten provincie Limburg) De onderdelen uit de zienswijze zijn zorgvuldig bestudeerd en in zijn geheel meegenomen in de beoordeling daarvan. Echter, omwille van de leesbaarheid en overzichtelijkheid is ervoor gekozen om de opmerkingen uit de zienswijze beknopt weer te geven in deze nota van zienswijzen. Dat er onderdelen niet expliciet worden benoemd of volledig worden herhaald, betekent dus niet dat deze niet beoordeeld zijn. De volledige zienswijze is als bijlage bij deze nota gevoegd.
In verband met de aard van de vragen en opmerkingen in de zienswijze is Bureau Verbeek landschapsarchitectuur / ecologie / stedelijk ontwerp gevraagd om de zienswijze te beoordelen. Dit vanuit de achtergrond dat Bureau Verbeek bekend is met het project en voor de gemeente de natuurwaardenonderzoeken heeft uitgevoerd, de aanvraag vergunning/ontheffing hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 Wet natuurbescherming heeft verzorgd en tevens belast is met de ecologische begeleiding van de uitvoering van het werk. Bij de beantwoording van de zienswijz e is die beoordeling betrokken. De beantwoording van de zienswijze is, net als de vraagstelling in de zienswijze, opgedeeld in het onderdeel Wet natuurbescherming en het onderdeel Provinciale omgevingsverordening. Inhoud zienswijze (bek nopte weergave) Wet natuurbescherming - Gebiedsbescherming 1. In de natuurtoets ontbreekt een omvattende beoordeling en motivering van het ontbreken van significant negatieve effecten op het Natura2000-gebied. Deze beoordeling en motivering dient nog te worden toegevoegd. Ook zal nog een vergunning hoofdstuk 2 Wet natuurbescherming worden aangevraagd. 2. Uit de notitie Stikstofberekening van Geonius wordt niet duidelijk in hoeverre het aantal verkeersbewegingen dat gebruikt is voor de berekening nog altijd actueel is.
Ook bestaat onduidelijkheid over de invloed van het omrijgedrag van automobilisten op de stikstofdepositie. Wet natuurbescherming Soortbescherming 3. Uit de natuurtoets wordt onvoldoende duidelijk of vaste verblijfplaatsen dan wel leefgebied in het geding is van vleermuizen, das en eikelmuis. Ook ontbreken mitigerende maatregelen om te voorkomen dat in de gebruiksfase van de weg verkeersslachtoffers vallen, net als maatregelen die voorkomen dat slachtoffers vallen onder vleermuizen en eikelmuizen tijdens de rooiwerkzaamheden. Provinciale omgevingsverordening - Natuurcompensatie 4. Doordat de conceptovereenkomst voor natuurcompensatie en het compensatieplan niet zijn gekoppeld aan het ruimtelijk plan, is het op dit moment in de stukken onduidelijk of discrepanties dan wel onjuistheden zijn opgenomen. 5. Ook is het compensatieperceel nog niet vastgesteld, zodat onterecht nog geen bestemming voor dit perceel is vermeld in dit bestemmingsplan om tot een duurzame bescherming van de natuurcompensatie te komen. 6. Daarnaast is strijdig gehandeld met betrekking tot de beleidsregel Natuurcompensatie doordat reeds begonnen is met het werk voordat de natuurcompensatie is geregeld. 7. Nogmaals wordt duidelijk gemaakt dat natuurcompensatie alleen in natura kan plaatsvinden en niet financieel afgehandeld kan worden met de provincie.
Provinciale omgevingsverordening - Kernk waliteiten / Nationaal Landschap Zuid-Limburg 8. De toetsing van de wegreconstructie aan het provinciale beleid ten aanzien van de Bronsgroene Landschapszone en het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en de afwegingen die daarbij gemaakt zijn ontbreken in de toelichting op het bestemmingsplan. Deze dienen te worden toegevoegd. Reactie Ad. 1 en 2. Hier doet zich de situatie voor dat twee toetsingstrajecten langs elkaar zijn gaan lopen. Zonder voorkennis van het stuk van Antea Group (Memo natuurcompensatie) is door Bureau Verbeek een voortoets opgesteld die op 15 juli 2020 is ingediend ten behoeve van de vergunningaanvraag hoofdstuk 2 Wet natuurbescherming, in samenhang met de kapmelding hoofdstuk 4 Wet natuurbescherming. Naar aanleiding van vragen vanuit de provincie Limburg is deze aanvraag op 20 november 2020 door Bureau Verbeek aangevuld met een Memo ADC-beoordeling. De enige overlap tussen het spoor van het bestemmingsplan en het spoor van de vergunningaanvraag betreft de rapportage van Geonius met betrekking tot de stikstofdepositie. Teneinde inzicht te geven in de volledige toetsing van de wegreconstructie aan hoofdstuk 2 Wet natuurbescherming en daarmee ter beantwoording van de vragen uit de zienswijze is de complete set documenten die ingediend zijn ten behoeve van de vergunningaanvraag als bijlage bij deze zienswijzennota gevoegd.
Samengevat kan het volgende gesteld worden ten aanzien van de ingreep in het Natura 2000-gebied Savelsbos: Op basis van evaluatie van de mogelijke effecten van de voorgenomen ingreep blijken alleen fysiek ruimtebeslag en stikstofdepositie relevant voor de instandhoudings - en ontwikkelingsdoelstellingen van de ter plekke aanwezig habitattypen. Ten aanzien van de doelsoorten is geconcludeerd dat geen negatieve effecten optreden als gevolg van externe werking, noch door een fysieke ingreep in het leefgebied (Vliegend hert komt hier niet voor en Spaanse vlag blijkt na nader onderzoek (2020) niet aanwezig). De ingreep beslaat 499 m2 Eiken-Haagbeukenbos, wat kleiner is dan de classificerende minimumoppervlakte voor het habitattype, en 465 m2 zoekgebied voor het habitattype Ruigten en zomen. Mede naar aanleiding van de conclusies uit de stikstofberekening (zie verderop) kan worden geconcludeerd dat de werkzaamheden als geheel geen significant negatief effect hebben op de instandhoudings- en ontwikkelingsdoelstellingen van het Natura2000-gebied. Alternatieven zijn in het voortraject onderzocht, maar bieden geen reëel alternatief voor de ingreep.
Verkeersveiligheid is al jaren een punt van zorg op deze weg, omdat deze onoverzichtelijke weg door alle mogelijke verkeersstromen tussen het plateau bij Sint Geertruid en het Maasdal bij Eijsden (A2) wordt benut, zonder dat een reëel alternatief bestaat voor de route. Compensatie vindt plaats in samenhang met de natuurcompensatieverplichting vanuit het provinciaal beleid. De invulling van de compensatie is als volgt: o Op het perceel MGT02 P 166 op de Riesenberg bij Cadier en Keer, maar gelegen tegen het Natura 2000-gebied Savelsbos wordt 2.520 m2 Eiken-Haagbeukenbos aangeplant als bos en mantelbeplanting en 2.690 m2 ingezaaid als kruidenrijk grasland met als doel ruimte te geven voor de ontwikkeling van de zoom van het bos. In deze zoom wordt nog een 9-tal solitaire bomen geplant. Het huidige grondgebruik is akker. De compensatieovereenkomst hiervoor is bijgevoegd als onderdeel van de beantwoording van het tweede deel van de zienswijze. o Perceel MGT02 R 122 betreft het graslandperceel tegenover camping De Bosrand. Deze weide is gelegen in Natura2000-gebied Savelsbos maar kent geen classificerend habtitattype, noch het zoekgebied daarvoor. Na de wegreconstructie is het weide in de optiek van Staatsbosbeheer te klein om nog langer als weide in stand te houden.
Daarom wordt deze weide deels ingeplant met struweel (650 m2) ten behoeve van de ontwikkeling van een mantelbeplanting langs de nu harde bosrand. Het resterende deel van 1.943 m2 wordt aan de natuur overgelaten met als doel een zoomvegetatie te ontwikkelen. Daarmee krijgt het Eiken-Haagbeukenbos de mogelijkheid zich uit te breiden en ontstaat tevens nieuw zoekgebied voor het habitattype Ruigten en zomen.
o Perceel MGT02 R 209 beslaat een groot deel van het hellingbos langs de Moerslag en behoort tot het Natura2000-gebied Savelsbos. Ter hoogte van Moerslag 10 ligt in de bosrand een klein parkeerplaatsje, dat na de wegreconstructie te klein is om nog langer te handhaven. Daarom wordt hier 200 m2 struweel ingeplant ten behoeve van de ontwikkeling van mantelbeplanting voor het Eiken-Haagbeukenbos. Met betrekking tot de vraag over de stikstofberekening heeft tussen 20 november en 8 december meermaals telefonisch en per mail overleg plaatsgevonden tussen gemeente, provincie en Geonius. De conclusies uit dit overleg zijn recent bevestigd door een uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2021:71). In de genoemde uitspraak is geoordeeld dat voor de vraag of de wijziging of uitbreiding van een bestaand project significante gevolgen kan hebben, een vergelijking wordt gemaakt van de gevolgen van het bestaande project in de referentiesituatie (in casu de autonome situatie van de weg) en de gevolgen van het project na wijziging of uitbreiding. De referentiesituatie wordt ontleend aan de planologisch legale situatie.
Als de wijziging of uitbreiding van een project niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van deze referentiesituatie (= intern salderen), dan is naar het oordeel van de Raad van State op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat die wijziging significante gevolgen heeft. Onder het vergunningenregime tot 1 januari 2020 betekende dit dat het project wel vergunningplichtig was, echter als de rechtspraak van de Raad van State over intern salderen wordt bezien in het licht van de op 1 januari 2020 gewijzigde vergunningplicht, dan moet worden vastgesteld dat projecten die met intern salderen niet tot een toename van stikstofdepositie leiden niet langer vergunningplichtig zijn. Dit is het geval bij de onderhavige casus. Voor zover in de zienswijze wordt opgemerkt dat in de berekening geen rekening is gehouden met omrijgedrag van het verkeer als gevolg van het afsluiten van de weg, wordt opgemerkt dat dit omrijgedrag wel is beschouwd/doorgerekend, maar niet in de notitie is beschreven. Dit omdat de invloed van het omrijgedrag verwaarloosbaar is. Het stikstofdepositiegebied binnen het Savelsbos voor de alternatieve verkeersroute (Kampweg van Sint Geertruid naar de Köbbesweg) overlapt namelijk niet tot nauwelijks met die van het stikstofdepositiegebied binnen het Savelsbos voor het projectgebied.
Met andere woorden, de stikstofdepositie voor de alternatieve verkeersroute is met name gelegen in het noordelijke Savelsbosgedeelte en die van het plangebied in het zuidelijk Savelsbosgedeelte. Bij de hexagonen binnen het Savelsbos waar er overlap is, is de depositie nagenoeg nul. Hierover heeft eind 2020 afstemming plaatsgevonden tussen Geonius en de provincie. Ten aanzien van de verkeersaantallen wordt opgemerkt dat deze aantallen de meest recente gegevens zijn. Er bestaat bovendien geen reden om aan te nemen dat de cijfers niet langer ac tueel zijn. Ad. 3. Ook hierbij geldt dat twee toetsingstrajecten langs elkaar zijn gaan lopen. Begin 2019 is een aanvullende verkennend natuurwaardenonderzoek uitgevoerd voor terreingedeelten die pas later bij het werk zijn betrokken en is een ecologische schouw van alle (mogelijk) te rooien houtopstanden uitgevoerd. Vervolgens is in 2020 niet alleen voor een aantal soorten nog nader natuurwaardenonderzoek uitgevoerd, op 15 juli 2020 in ook de vergunningaanvraag hoofdstuk 2 Wet natuurbescherming ingediend tezamen met de kapmelding hoofdstuk 4 Wet natuurbescherming. Op 5 oktober 2020 is naar aanleiding van de resultaten van het nader natuurwaardenonderzoek een aanvullende ontheffing hoofdstuk 2 Wet natuurbescherming aangevraagd voor Hazelworm en Grote bosmuis.
Ten aanzien van de vragen uit de zienswijze kan daarom het volgende gesteld worden. Vleermuizen Uit de verkennende natuurwaardenonderzoeken (2018, 2019) en de ecologische schouw van de mogelijk te rooien beplantingen (2019) is met voldoende zekerheid vast komen te staan dat zich binnen het werkterrein geen holtebomen bevinden met voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen. De geleidende structuren, bos, graften en grubben, voor vleermuizen blijven ondanks het rooien van een bescheiden oppervlakte onverminderd bestaan en functioneren, noch ontstaan gaten in deze structuren die een effectief aaneengesloten vliegroute onmogelijk maken. Het rooien van een bescheiden oppervlakte groen binnen het werkterrein veroorzaakt evenmin problemen ten aanzien van de bereikbaarheid van winterverblijven in de onderaardse
groeves van het Savelsbos, omdat deze zich in een ander, noordelijker deel van het bos bevinden. Gezien de omvang van de aangrenzende groengebieden kan binnen het werkterrein niet gesproken worden van essentieel foerageergebied. Een wijziging in de mate van verstoring is evenmin van toepassing, doordat de verkeersintensiteit in nacht en schemering ongewijzigd blijft en het aantal lantaarnpalen op de route gelijk blijft aan de huidige situatie. Concluderend bestaat geen grond om aan te nemen dat ten aanzien van vleermuizen verboden uit de Wet natuurbescherming in het geding zijn.
Eik elmuis De bij Bureau Verbeek bekende data over de verspreiding van de Eikelmuis, gecombineerd met de ecologische schouw van de mogelijk te rooien beplantingen uit 2019 heeft geen aanleiding gegeven om aan te nemen dat Eikelmuis aanwezig is in de bomen, struiken en hagen langs het onderhavige wegtraject. Zodoende is van het verdwijnen van essentieel leefgebied geen sprake. Van overtreding van verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming is als gevolg van de wegreconstructie geen sprake. Als onderdeel van de wegreconstructie wordt, naast natuurcompensatie, ook een grote lengte aan haag vervangen en nieuw aangeplant. Wat betreft lengte wordt meer haag teruggeplant dan dat er gerooid wordt. De ontwikkeling van mantel/zoomvegetatie in de weide tegenover camping De Bosrand, alsmede de overmatige herplant van haagstructuren (zowel langs de buitenkanten van de weg als tussen weg en fietspad) dragen bij aan het verbeteren van de leef-, foerageer- en migratiemogelijkheden voor Eikelmuis aan de zuidkant van het Savelsbos. Het risico op verkeersslachtoffers onder Eikelmuizen wijzigt niet als gevolg van de wegreconstructie, omdat de verkeersintensiteit op de weg gelijk blijft.
Aangezien Eikelmuizen mogelijk ook gebruik maken van de dassentunnels en deze allemaal behouden blijven en enkele nieuwe dassentunnels worden aangelegd zijn genoeg verkeersveilige oversteekmogelijkheden voor de soort aanwezig. Das
Tijdens de verschillende natuurwaardenonderzoek en is geconstateerd dat de weg op verschillende plaatsen wordt overgestoken door de Das. Daarnaast blijken zeven van de negen dassentunnels in meer of mindere mate in gebruik bij de Das. In de directe nabijheid van de weg is slechts 1 dassenburcht aangetroffen en wel in de graft ter hoogte van Moerslag 10. Deze dassenburcht ligt op 50 meter afstand van het werkterrein. Onder de bestaande weg is hier een aantal dassentunnels aanwezig en in gebruik. Als onderdeel van het werk worden alle dassentunnels verlengd tot voorbij het nieuwe vrijliggende fietspad. Ook wordt een viertal nieuwe dassentunnels aangelegd ter plekke van bestaande dassenwissels. De gehele weg wordt nu ter hoogte van het Savelsbos ingerasterd met kleinwildrasters in de hoop dat daarmee verkeersslachtoffers onder Dassen tot het verleden behoren. Tijdens het werk wordt telkens een deel van de weg afgesloten voor doorgaand verkeer. Daarna worden de bestaande rasters verwijderd. De Das staat het dan dus vrij de weg over te steken. Dit wordt niet geblokkeerd door de werkzaamheden. Het autoverkeer dat nog wel gebruik kan maken van weggedeelten is in de nachtelijke uren zo beperkt, dat het risico op verkeersslachtoffers onder Dassen gering is. De werkzaamheden aan de dassentunnels vinden pas plaats nadat de raster verwijderd zijn.
Ook worden de rasters pas op hun nieuwe locatie teruggeplaatst nadat de dassentunnels gereed zijn. De Dassen hebben dus tijdelijk meer vrijheid om over te steken, dan normaal gesproken. De werkzaamheden zelf leveren dus geen tijdelijk significant negatief effect op in het leefgebied die een ontheffingaanvraag noodzakelijk maken. De aanwezige reptielenschermen vormen geen obstakel voor de Das, mede doordat deze de werkvakken niet compleet insluiten. Reden daarvoor zijn de parallel lopen werkzaamheden van Staatsbosbeheer in het hellingbos. Dat de werkzaamheden ook plaatsvinden in de kwetsbare periode voor de Das is overkomelijk, omdat de ingrepen nabij de dassenburcht die in het zicht van de weg is gelegen al nagenoeg gereed zijn. Deze werkzaamheden zijn ook aangevangen ruim voordat de gevoelige periode begon, dus de Das heeft daarin zelf de keus gekregen om ofwel de hoofdburcht ofwel een bijburcht te benutten als kraamburcht. Ervaring bij andere projecten
leert de Dassen zich niet heel snel laten verstoren door werkzaamheden in de directe omgeving ondanks het feit dat een clan meerdere rustiger gelegen bijburchten bezit. Een aantal dassentunnels op het oostelijk deel van het traject is weer verlengd en blijkt (1701-2021) ook al in gebruik te zijn. Zelfs een tunnel onderaan de Hakkeknop die nog niet is verlengd en (17-01-2021) met uitloopbuizen nog uitkomt tussen de funderingen van weg en fietspad lijkt op basis van de veelheid aan sporen nog in gebruik alsof er niks aan de hand is. De ruime omgeving van het wegtraject fungeert als leefgebied voor meerdere dassenclans. Ten aanzien van het totaal beschikbare leefgebied rondom de weg, verdwijnt slechts een fractie, zodat van het verdwijnen van essentieel leefgebied geen sprake is. Bestaande verbindingen worden geoptimaliseerd in de vorm van nieuwe, vernieuwde en verlengde dassentunnels. Van een negatief effect op migratieroutes is zodoende evenmin sprake.
Voor de complete onderbouwing van het bovenstaande wordt verwezen naar de rapportages van het natuurwaardenonderzoek in de bijlage. Ad. 4, t/m 7. Het compensatieperceel wordt alsnog meegenomen in het bestemmingsplan. Het plangebied is daartoe uitgebreid met het compensatieperceel op de Riesenberg. Voorzien is in de bestemming ‘natuur’, waarbij is aangesloten bij de regels uit de natuurbestemming van het bestemmingsplan Buitengebied Margraten 2009. De verbeelding is daartoe aangepast en tevens zijn de van toepassing zijnde regels toegevoegd aan de planregels. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die ertoe strekt dat de compensatie daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Het streven is om de aanplant te realiseren vóór 15 december 2021. Op het moment van het vaststellen van het bestemmingsplan (en deze nota van zienswijzen) is de aanplant naar verwachting reeds gerealiseerd. Verder is voorzien in een (concept) compensatieovereenk omst. In deze overeenkomst is aangesloten bij het bestemmingsplan c.q. de notitie “Natuurcompensatie Sint Geertruiderweg / Moerslag / Bukel d.d. 21 oktober 2021 van Bureau Verbeek. Inmiddels is overeenstemming bereikt met de provincie dat een deel van de compensatie van de Goudgroene natuurzone niet in natura, maar financieel geschiedt. Ad. 8.
Beantwoording van de zienswijze gebeurt hier aan de hand van de artikelen 2.6, 2.7, 2.8 en 2.13 uit de Provinciale Omgevings verordening. Van belang bij deze toetsing is het effect van de wegreconstructie op de kernkwaliteiten van het overkoepelende Nationaal Landschap Zuid-Limburg, te weten Reliëf, Open-Besloten karakter, Groene karakter en Cultuurhistorisch erfgoed, omdat deze toetsing voor de complete wegreconstructie van toepassing is. Bestaande situatie De Sint Geertruiderweg, Moerslag en Bukel vormen samen de wegverbinding tussen Eijsden (A2) en Sint Geertruid, tussen Maasdal en plateau. Deze wegverbinding is al eeuwenoud en heeft al die tijd al dezelfde verbindende functie. De weg volgt op fraaie wijze de bochten en bogen in het reliëf en wordt over grote lengte geflankeerd door een karakteristieke Limburgse hagenstructuur. Het landschap kent een karakteristieke indeling met kleine landschapselementen op de flauwe hellingen ten zuiden van de weg en een beboste steile helling aan de noordzijde van de weg. Bebouwing ontbreekt grotendeels, maar de bebouwing die wel aanwezig is merendeels al 100 jaar oud. Van recenter datum zijn de camping en een deel van de wandelpaden die op de weg uitkomen. Dit geldt ook voor de Herkenradergrub als watergang, de dassentunnels en de kleinwildrasters.
De wegreconstructie bestaat uit groot onderhoud aan de weg en de aanleg van een vrijliggend fietspad aan de zuidzijde. Daartoe dienen op enkele plekken de weg en de ernaast gelegen Herkenradergrub opgeschoven te worden. Op deze plekken dient de weg geheel gereconstrueerd te worden. Hieronder is het effect van de wegreconstructie op de verschillende kernkwaliteiten bepaald en zo nodig aangegeven hoe kwaliteitsverlies wordt gemitigeerd. Reliëf
De wegreconstructie vindt grotendeels plaats op het tracé van de bestaande weg. De bogen van de weg (de verticale bochten) blijven daarbij ongewijzigd. Enkele bochten worden wel aangepast. Dit heeft vooral te maken met dwangpunten bij bebouwing, camping en locaties
waar de Herkenradergrub de weg kruist. Het slingerende karakter van de weg blijft echter overeind. Het vrijliggend fietspad komt zoveel als mogelijk op bestaand maaiveldniveau te liggen, zodat het bestaande reliëf zo min mogelijk aangetast hoeft te worden. Oostelijk van Moerslag 6 wordt het reliëf iets aangesneden om voldoende ruimte te creëren voor het fietspad en om zo uit het Natura2000-gebied te blijven. Aangezien de steilte van het talud niet wijzigt, owrdt alleen iets terug gelegd, blijft de belevingskwaliteit van het dal overeind. De Bukel, de diep ingesneden opgang vanuit de Herkenradergrub naar Sint Geertruid blijft in verhardingsbreedte ongewijzigd. De introductie van een vrijliggend fietspad is hier door ruimtegebrek niet mogelijk, zonder een grove aantasting van het reliëf. Oostelijk van de Tkruising Moerslag is daarom een oversteekvoorziening voor fietsers ingericht. Aan de westzijde, ter plekke van de viaduct van de A2 blijft de weg in profiel eveneens ongewijzigd, zodat de insnijding van de weg hier eveneens ongewijzigd behouden blijft. De karakteristiek van de kernkwaliteit ‘reliëf’ blijft zodoende overeind.
Open-Besloten k arak ter De weg heeft alleen tussen de A2 en de Hakkeknop een open karakter als gevolg van het uitzicht over het Maasdal en het ontbreken van hoog opgaande landschapselementen. Oostelijk van de Hakkeknop maakt het bochtige tracé en de aanwezigheid van bos en landschapselementen dat het landschap als halfopen en kleinschalig wordt ervaren. De aanleg van een vrijliggend fietspad verandert deze landschappelijke afwisseling niet. Er worden weliswaar enkele landschapselementen gerooid, hagen en solitaire bomen worden opnieuw aangeplant. De aanplant van een haag tussen rijweg en fietspad maakt dat de wegbeleving vrijwel gelijk blijft aan de oude situatie. De aanplant van enig struweel langs de bosrand van het Savelsbos heeft een neutraal effect op het open-besloten karakter. Aantasting van de kernkwaliteit wordt met dank aan de voorgenomen mitigatie voorkomen. Groene k arak ter In de directe omgeving van de weg is een veelvoud aan natuurwaarden aanwezig. Ook is een veelvoud aan groene landschapselementen aanwezig, merendeels scheerhaag. De impact van de wegreconstructie op het groene karakter is in de voorgaande antwoorden op onderdelen uit de zienswijze al uitgebreid aan bod gekomen. In verband met de aanleg van het vrijliggend fietspad is tussen de A2 en het lage deel van de Bukel een extra strook grond nodig.
Dit leidt op basis van de beleidsregel Natuurcompensatie in totaal tot een compensatieverplichting van 6.739 m 2 natuur. De omgang met deze compensatie is bij voorgaande vragen uit de zienswijze toegelicht. Ook vindt nog aanvullende compensatie plaats in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit is toegelicht in de vergunningaanvraag voor H2 Wet natuurbescherming. Langs de weg zelf worden groene waarden gemitigeerd door aanplant van hagen (circa 3,5 kilometer). Mede door aanplant van hagen tussen de weg en het fietspad wordt praktisch de dubbele lengte aan haag aangeplant ten opzichte van de lengte die verdwijnt. De hagen langs de buitenzijde van weg en fietspad worden uitgevoerd als gemengde Limburgse haag, net als de hagen die gerooid zijn. De behouden daarmee hun natuurpotenties. De hagen tussen weg en fietspad worden uitgevoerd in Veldesdoorn, omdat deze haag van twee zijden strooizout te verduren krijgt. Verspreid langs de weg wordt nog een aantal bomen aangeplant. Dit betreft een aantal markeringsbomen bij zijpaden en een boomgroep bij het te verplaatsen wegkruis aan het begin van de Schaapsweideweg. De bermen krijgen een kruidenrijk karakter met een extensief, landelijk maaibeheer. Het groene karakter van de weg blijft zodoende overeind.
De natuurwaarden worden daarbij op basis van vigerende wet- en regelgeving in voldoende mate gemitigeerd Cultuurhistorisch erfgoed Op of aan het projectgebied zijn geen rijksmonumenten gelegen. Het tracé van de huidige weg heeft een hoge ouderdom als verbinding tussen Maasdal en plateau. De dorpen op het plateau zijn gesticht vanuit Eijsden en Breust. Deze dorpen hebben daarom van oudsher een sterke band met elkaar. Ook is het landschappelijk beeld van de wegomgeving van hoge ouderdom. De karakteristiek met hellingbossen op de steile hellingen aan de noordzijde en hagen en graft beplantingen aan
de zuidzijde is dan ook al sinds jaar en dag aanwezig. Of de huidige beplantingen eenzelfde ouderdom hebben als het landschapselement is niet bekend. Wel kan hier gesproken worden van een redelijk gaaf stukje Nationaal Landschap. Voor de wegreconstructie is weliswaar een extra strook grond nodig langs de weg, het wegbeeld blijft overeind. Dit gebeurt vooral dankzij de herplant van de te rooien haagstructuren. Dit kan worden gezien als het mitigeren van de oudere te rooien haagstructuren langs de weg. De ruimtelijke belevingskwaliteit blijft ondanks de wegreconstructie overeind, met dank aan het herstel en het aanbrengen van groenstructuren. Daarbij blijft ook het cultuurhistorisch waardevolle karakter van de Herkenradergrub als dal overeind.
Concluderend kan gesteld worden dat kernkwaliteiten van het landschap weliswaar als gevolg van de wegreconstructie worden aangetast, maar dat voldoende mitigerende maatregelen worden getroffen om de ruimtelijke gevolgen daarvan teniet de doen. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap ter plekke blijven daarmee overeind. Als bijlage is het beplantingsplan voor de weg toegevoegd. Deze geeft inzicht in de aan te planten bomen en haagstructuren langs de weg. Gelet op het voorgaande wordt de zienswijze ontvankelijk en gegrond verklaard. Ambtshalve wijziging Afgezien van de aanpassingen naar aanleiding van de ingediende zienswijze (zie daarvoor de beantwoording van de zienswijze) is het bestemmingsplan op één onderdeel aangevuld ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Op 12 december 2017 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Kasteel-Oost vastgesteld. Dit bestemmingsplan voorzag in de herontwikkeling van het landgoed Kasteel Oost in Eijsden. Als gevolg van deze herontwikkeling heeft natuurcompensatie plaatsgevonden op een perceel op de Riesenberg. Die natuurcompensatie is inmiddels gerealiseerd op dat perceel. Echter, de natuurbestemming dient nog planologisch te worden vastgelegd.
Het perceel waarop de natuurcompensatie ten behoeve van de herontwikkeling van Kasteel Oost heeft plaatsgevonden sluit aan op het perceel waarop de natuurcompensatie ten behoeve van de reconstructie Sint Geertruiderweg-Moerslag-Bukel zal plaatsvinden. Dat perceel krijgt ook dezelfde bestemming. Het ligt daarom in de rede om ook deze (reeds gerealiseerde) natuurcompensatie mee te nemen in het bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg-Moerslag-Bukel.