20220207 11c Bijlage 3 Mheer-0001.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer Gemeente Eijsden-Margraten
NL.IMRO.1903.Mheer-0001 VOORONTWERP
Contactpersoon T M E
Arcadis Nederland B.V.
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Inhoudsopgave
Regels Hoofdstuk 1
5 Inleidende regels
6
Artikel 1
Begrippen
6
Artikel 2
Wijze van meten
12
Bestemmingsregels
13
Artikel 3
Woongebied
13
Artikel 4
Waarde - Archeologie
15
Artikel 5
Waarde - Archeologie 5
17
Artikel 6
Waarde - Beekdal
19
Artikel 7
Waarde - Landschapselement
20
Artikel 8
Waterstaat - Erosie
21
Algemene regels
23
Artikel 9
Anti-dubbeltelregel
23
Artikel 10
Algemene bouwregels
24
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
25
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
26
Artikel 13
Overige regels
28
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
3
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
29
Artikel 14
Overgangsrecht
29
Artikel 15
Slotregel
30
Bijlagen
31
Bijlage 1
Kaart kleine landschapselementen
32
Bijlage 2
Bepalen parkeerbehoefte
35
4
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Regels
5
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan ‘Woonontwikkeling Mheer' met identificatienummer NL.IMRO.1903.PM van de gemeente Eijsden-Margraten. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aaneengebouwd: bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden in de perceelsgrens zijn gebouwd, met dien verstande dat de eindwoning slechts aan één zijde in de zijdelingse perceelsgrens hoeft te worden gebouwd. 1.6 aan huis gebonden beroep: een dienstverlenend beroep, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.7 afhankelijke woonruimte: een bijbehorend bouwwerk bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht.
1.8 alternatieve energie: vormen van duurzame, hernieuwbare energie, niet verkregen uit fossiele brandstoffen, maar uit windkracht, stromend water, zonnestraling en/of aardwarmte. 1.9 ambacht(elijke): het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die verband houden met het ambacht. 1.10 antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur met bijbehorende bevestigingconstructie ten behoeve van telecommunicatie, radio en televisie en andere vormen van communicatie waar een antenne-installatie voor benodigd is. 1.11 antennedrager: antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.12 antennemast: zendmast ten behoeve van telecommunicatie. 1.13 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden.
6
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
1.14 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.15 bed and breakfast: een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als ondergeschikte toeristisch-recreatieve activiteit aan maximaal 8 personen, met een maximum verblijfsduur van 6 weken. Onder een bed and breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.16 bedrijfsactiviteiten: vormen van bedrijf vergelijkbaar met of zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen als bijlage bij de regels, conform de bijlage uit de brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). 1.17 begane grond: de eerste bouwlaag boven het peil. 1.18 bestaande bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig en toegestaan (legaal gerealiseerd) op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning. 1.19 bestaand gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals dat bestaat en is toegestaan (legaal gebruik) op het tijdstip dat het plan of betreffende planonderdeel rechtskracht heeft gekregen. 1.20 bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wabo.
1.21 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak. 1.22 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.23 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.24 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grondlaag en met uitsluiting van onderbouw/kelder, zolder, dakopbouw of setback. 1.25 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel. 1.27 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
7
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
1.28 consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten: het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het aan huis gebonden beroep, gericht op consumentverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk en waarbij de omvang van de activiteit zodanig is dat als deze in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.29 cultuurhistorischewaarden: de bestaande historisch gegroeide bebouwing en inrichting, het bodemarchief, de verkavelingspatronen, de infrastructuur, de waterlopen en poelen en de historische onderdelen, waaronder solitaire elementen, ruimtelijke clusters en groenzones. 1.30 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/verhuur, het verkopen en/of bewaren van goederen aan personen die, die goederen kopen/verhuren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. dienstverlening: 1.31 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten. 1.32 erf- en terreinafscheiding: in het terrein zichtbare afscheiding van het als erf aan te merken perceel(sgedeelte) bij een woning of andere hoofdfunctie. 1.33 erosie: een natuurlijk proces waarbij stenen en aarde loskomen en verplaatst worden van de ene locatie naar de andere.
1.34 escortbedrijf: een natuurlijk persoon, groep van personen, en/of rechtspersoon die prostitutie aanbiedt, die uitgeoefend wordt op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte of woning. 1.35 gastouderschap: kinderopvang die plaatsvindt in een gezinssituatie, na tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau. Een geregistreerde gastouder verzorgt de opvang op het eigen woonadres of op het adres van één van de ouders. Als de opvang bij de ouders plaatsvindt, kunnen daar ook kinderen van andere ouders worden opgevangen. 1.36 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.37 grondgebonden woning: alle woningen met de bouwaanduiding ‘vrijstaand’, ‘twee-aaneen’ of ‘aaneengebouwd’. 1.38 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.39 kantoor: een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijke administratieve aard.
1.40 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur.
8
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
1.41 landschapselementen: ecologische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha zonder een (agrarische) productiefunctie. 1.42 maaiveld: de bovenkant van het aansluitende afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden. 1.43 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 1.44 natuurlijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.
1.45 (openbare) nutsvoorziening: een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport, de telecommunicatie, het transport van drinkwater en afvalwater, het openbaar vervoer of het wegverkeer en daarmee vergelijkbare voorzieningen, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation. 1.46 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.47 onderbouw: een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven peil is gelegen, niet zijnde een kruipruimte. 1.48 ondergronds bouwen: het bouwen van bouwwerken welke geheel beneden peil zijn gelegen. 1.49 onderkomens: voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf.
1.50 oorspronkelijk hoofdgebouw/woningblok: het hoofdgebouw/woningblok zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw/woningblok verleende vergunning, is gebouwd; 1.51 perceel: een deel van het Nederlands grondgebied van welk deel de Dienst voor het kadaster en openbare register, de begrenzing met behulp van landmeetkundige gegevens heeft vastgelegd op grond van gegevens betreffende de rechtstoestand, bestemming en het gebruik dat door zijn kadastrale aanduiding is gekenmerkt. 1.52 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
9
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
1.53 seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf -waaronder begrepen een erotische massagesalon- een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, alsmede bedrijven die hun bedrijf voeren geheel of gedeeltelijk in overwegend seksueel geaarde dienstverlening, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.54 site sharing: het delen van een locatie door meerdere gebruikers, in het geval van antennemasten het delen van een mast door meerdere mobiele telefonieaanbieders. 1.55 stedenbouwkundig beeld: ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, de aansluitende terreinen, de bouwmassa's, de gevelindeling en de dakvormen. 1.56 straatmeubilair: verkeersgeleiders, rampalen/amsterdammertjes, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, telefooncellen, abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen en daarmee vergelijkbare objecten.
1.57 twee-aaneen: bebouwing van halfvrijstaande hoofdgebouwen, met dien verstande dat de eindwoning vrijstaand mag worden gebouwd. 1.58 voorgevellijn: de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw, tot aan de perceelsgrenzen. 1.59 voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de grens van het bouwvlak, die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd, tot aan de perceelsgrenzen; de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw, die naar de weg of het openbare groen is gekeerd, tot aan de perceelsgrenzen. 1.60 vrijstaand(e bebouwing): bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden niet zijn gebouwd in de perceelsgrens. 1.61 Wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 1.62 weg: een voor het rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeergelegenheden. 1.63 woning/wooneenheid: een complex van ruimten, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouding, met de daarbij behorende niet voor bewoning bestemde bergingen, stallingsruimten alsmede kantoor- en/of praktijkruimten, welke in de woning worden opgericht dan wel daaraan worden aangebouwd.
1.64 zijdelingse perceelsgrens: begrenzing van het perceel aan de zijkanten van de bebouwing, niet gericht naar de weg of openbaar groen.
10
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
1.65 zolder: ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.
11
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2.2 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 2.3 het bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel of bouwvlak, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 2.4 de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.8 de hoogte van een bouwlaag: de afstand tussen de scheidende vloerdelen gemeten van bovenkant afgewerkte vloer tot bovenkant afgewerkte vloer. 2.9 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.10 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. peil: 2.11 peil: a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld aan de zijde van de hoofdtoegang. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,50 meter.
12
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Woongebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
wonen, met inbegrip van mantelzorg, aan huis gebonden beroepen en gastouderschap; tuinen, erven en verhardingen; fiets- en voetpaden; ontsluitingswegen, waarvan de rijbaanbreedte niet meer mag bedragen dan 6 meter; parkeervoorzieningen; straatmeubilair, zoals straatverlichting en afvalbakken; speelvoorzieningen; (openbare) nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 13.1. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
a. Op de voor 'Woongebied' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. hoofdgebouwen in de vorm van grondgebonden woningen; 2. bijbehorende bouwwerken; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. b. De onder a genoemde bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van de in lid 3.1 genoemde doeleinden. c. Per bouwperceel mag het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan 50%. 3.2.2
Gebouwen
a. Maximaal 25 woningen zijn toegestaan. b. Hoofdgebouwen/woningblokken dienen met de voorgevel naar de weg gekeerd te zijn. c. De voorgevellijn van hoofdgebouwen/woningblokken mag niet meer dan 1 meter naar voren of naar achter verspringen vergeleken met de voorgevellijn van het naastgelegen hoofdgebouw/woningblok. d. Het aantal bouwlagen per woning mag niet meer bedragen dan 2, waarbij de zolder niet wordt meegeteld. e. De bouwhoogte van een afzonderlijke bouwlaag bedraagt minimaal 2,60 m en maximaal 3,50 m; f. De diepte van een hoofdgebouw mag niet meer dragen dan: 1. 15 meter bij een vrijstaande hoofdgebouwen; 2. 12 meter bij overige hoofdgebouwen. g. De onderlinge afstand tussen naast elkaar gelegen hoofdgebouwen/woningblokken bedraagt 0 m of ten minste 3 m. h. Indien niet in de zijdelingse perceelgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 1 m. i. Hoofdgebouwen dienen met een kap van ten minste 30° en ten hoogste 60° te worden afgedekt. j. Kelders zijn, voor zover geheel onder het maaiveld gesitueerd, overal toegestaan waar hoofdgebouwen zijn toegestaan. 3.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
13
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
a. Bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van tenminste 3,00 meter achter de voorgevellijn van het oorspronkelijk hoofdgebouw te worden gebouwd; b. Bijbehorende bouwwerken mogen in niet meer dan één bouwlaag worden gebouwd, waarbij de goothoogte niet meer dan 3,50 meter mag bedragen. c. De bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 7,00 meter, met dien verstande dat in de perceelsgrens de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. d. De afstand van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk tot andere gebouwen op het zelfde perceel mag niet minder bedragen dan 1,00 meter. e. Bijbehorende bouwwerken dienen in de zijdelingse perceelsgrens of op een afstand van niet minder dan 1,00 meter tot de zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd. 3.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag voor de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 1,00 meter en achter de voorgevelrooilijn niet meer dan 2,00 meter. b. De bouwhoogte van voorzieningen voor verlichting mag niet meer bedragen dan 6,50 meter. c. De bouwhoogte van speeltoestellen mag niet meer bedragen dan 3,50 meter. d. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,50 meter. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Afdekken hoofdgebouw met een plat dak
Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2, onder i en toestaan dat een hoofdgebouw wordt afgedekt met een plat dak, mits het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast. 3.3.2
Hogere bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.2.4 en toestaan dat de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals kunstwerken, voorwerpen betreffende beeldende kunst, speelvoorzieningen, wordt vergroot, mits: a. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6,00 meter; b. deze bouwwerken, geen gebouwen zijnde qua aard en omvang in de omgeving passen. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Gebruiksregels
a. Per bestemmingsvlak mogen niet minder dan 2 verkeersontsluitingen voor snelverkeer te worden gerealiseerd. b. Ten minste 30% per bestemmingsvlak dient de functie van openbaar gebied te hebben. c. Een bouwperceel mag niet meer dan 500 m2 beslaan. 3.4.2
Strijdig gebruik
Onder verboden gebruik wordt tenminste verstaan het gebruik van de grond voor en/of als: a. b. c. d.
ambachtelijke en/of industriële doeleinden; groothandel; opslag, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen.
14
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 13.1. 4.2
Bouwregels
Op de tot 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden mag op bouwpercelen, die op de desbetreffende kaartuitsneden of na gebruik van de wijzigingsbevoegdheid een uitbreidingsmogelijkheid voor bebouwing hebben van meer dan 0,25 ha dan wel in gevallen waarbij de uitbreidingsmogelijkheid gelegen is binnen een afstand van 50 m tot archeologisch waardevolle terreinen of anderszins archeologische waarden in het geding zijn, uitsluitend gebouwd worden, nadat door middel van archeologisch vooronderzoek is gebleken dat geen archeologische waarden in het geding zijn, dan wel nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden veilig zijn gesteld. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1
Verbodsbepaling
Het is verboden, op of in de voor 'Waarde - Archeologiewaarde-archeologie' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 m wordt gewijzigd; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 m wordt gewijzigd; c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,30 m, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; d. het bebossen van gronden, met dien verstande dat een omgevingsvergunning enkel kan worden verleend ter plaatse van de dubbelbestemming 'waarde-ecologie'; e. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; i. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem. 4.3.2
Toepassingsbereik
Het in 4.3.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd;
15
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
4.3.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in 4.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien de aanwezige oudheidkundige sporen niet dan in geringe mate worden of kunnen worden aangetast of als de mogelijkheid bestaat tot het doen van voorafgaand wetenschappelijk onderzoek of het doen van oudheidkundige waarnemingen.
16
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde - Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 5.2
Bouwregels
a. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. b. Op de in lid 5.1 genoemde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; 2. een bouwwerk zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 3. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 1.000 m2. 5.3
Afwijking van de bouwregels
a. Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 5.2 onder a met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn. c. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a kan voorts worden verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de ontheffing voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen of; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Verbodsbepaling
Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen,mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil; c. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
17
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
5.4.2
Toepassingsbereik
Het verbod, als bedoeld in lid 5.4.1 is niet van toepassing indien: a. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; b. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogte 1.000 m2 of smaller zijn dan 1,5 m; d. er reeds een verleende aanlegvergunning, ontgrondingvergunning of omgevingsvergunning is verleend; e. de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; f. de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; g. de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 5.4.3
Voorwaarden aan de vergunningverlening
Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in lid 5.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de (omgevings)vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen of; c. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie.
18
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Artikel 6 6.1
Waarde - Beekdal
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Beekdal' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en versterking van de natuurlijke waterhuishouding, betreffende zowel het oppervlaktewater als het grondwater, en de daarvan afhankelijke landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede de realisering van een veerkrachtig watersysteem geschikt voor waterconservering en opvang van hoge waterafvoeren. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 13.1. 6.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.2.1
Verbodsbepaling
Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Beekdal' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag of in afwijking van de Keur van het waterschap de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 m wordt gewijzigd; c. het scheuren van grasland, voor zover het betreft waardevolle graslandvegetaties; d. het aanbrengen en/of aanleggen van oeverbeschoeiingen en het graven en/of aanleggen van waterlopen; e. het verrichten van werkzaamheden welke beschadigingen tot gevolg kunnen hebben aan vochtige bronbiotopen. 6.2.2
Uitzonderingen
Het in 6.2.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. voor zover de werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd in het kader van de Keur van het waterschap. 6.2.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in 6.2.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 6.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
19
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Artikel 7 7.1
Waarde - Landschapselement
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Landschapselement' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en herstel van de in het buitengebied aanwezige kleine landschapselementen en de daarmee samenhangende landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede het daarmee samenhangende waterbergend vermogen van de grond. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 13.1. 7.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.2.1
Verbodsbepaling
Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Landschapselement' aangewezen gronden, met daarop een klein landschapselement of steilrand, zoals aangeduid op de kaart kleine landschapselementen (Bijlage 1 bij de regels), zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het vellen, rooien, slopen, dempen, egaliseren of verwijderen van kleine landschapselementen, dan wel het verrichten van werkzaamheden, die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van kleine landschapselementen tot gevolg hebben; b. het verwijderen of afgraven van steilranden of het verrichten van andere grondwerkzaamheden die een aantasting hiervan inhouden of kunnen inhouden. 7.2.2
Uitzonderingen
Het in 7.2.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.
7.2.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.2.1 zijn slechts toelaatbaar: a. voor zover, in het geval de werken of werkzaamheden betrekking hebben op kleine landschapselementen ten hoogste 20% van elk ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp bestaand klein landschapselement wordt geveld/gerooid/verwijderd/gekapt; b. voor zover, in het geval de werken of werkzaamheden worden uitgevoerd ter plaatse van waterlopen en of poelen, de ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp bestaande waterlopen en poelen worden gehandhaafd; c. voor zover die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 7.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voorwaarden stellen ter compensatie.
20
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Artikel 8 8.1
Waterstaat - Erosie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Erosie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het bestrijden en voorkomen van: a. bodemerosie en wateroverlast; b. het verloren gaan van het voortbrengend vermogen van de bodem; c. de aantasting van het grondwaterpakket. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 13.1. 8.2
Specifieke gebruiksregels
8.2.1
Verboden gebruik
Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het geheel of gedeeltelijk egaliseren of slechten van graften; b. het in hun functioneren belemmeren of aantasten van aanwezige of kunstmatige waterbuffers (inclusief aan- en afvoervoorzieningen). 8.2.2
Uitzondering op strijdig gebruik
Het onder 8.2.1 bepaalde geldt niet indien voor de desbetreffende percelen een bedrijfserosieplan conform de Erosieverordening HPA is opgesteld. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de voor 'Waterstaat - Erosie' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het rooien en/of verwijderen van opgaande begroeiing (met een hoogte van 0.30 m of meer) op graften of landschapselementen, in de vorm van groenstroken, grasbanen, bermen en hagen of daarmee vergelijkbare elementen; b. het ophogen of egaliseren van de in het landschap aanwezige laagten, waarbij de hoogte van het maaiveld met meer dan 0.30 m wordt gewijzigd; c. het afgraven van grond, indien door de afgraving de kans op bodemerosie en/of wateroverlast toeneemt; d. het aanbrengen van verhardingen op gronden steiler dan 10%. 8.3.2
Uitzonderingen
Het in 8.3.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. werken of werkzaamheden op percelen waarvoor een bedrijfserosieplan conform de Erosieverordening HPA is opgesteld.
21
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
8.3.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in 8.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 8.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
22
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Hoofdstuk 3 Artikel 9
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
23
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Artikel 10 10.1
Algemene bouwregels
Maatvoering
a. In die gevallen dat de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte van bouwwerken die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze planregels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. b. In die gevallen dat de afstand van bouwwerken tot enige grens, bouwwerk en/of aanduiding, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze planregels is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan. 10.2
Bebouwingspercentages
In die gevallen dat een bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze planregels zijn voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. 10.3
Alternatieve energiewinning
10.3.1 Constructie Ten aanzien van een constructie voor de opwekking van alternatieve energie gelden de volgende bouwregels: a. b. c. d.
plaatsing is uitsluitend mogelijk bij woningen en bedrijven; maximaal 1 constructie per bouwperceel; de maximale breedte bedraagt 1 meter; bij plaatsing op een mast, uitsluitend: 1. op minimaal 5 en maximaal 40 meter achter de voorgevelrooilijn; 2. met een maximale hoogte van 12 meter, inclusief de constructie; e. bij plaatsing op een gebouw: 1. op een hellend dak, maximaal 2 meter vanaf de bovenkant van de nok; 2. zo mogelijk op het van de weg gekeerde dakvlak; f. plaatsing op monumenten en/of in beschermde dorpsgezichten is niet toegestaan. 10.3.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van tweede constructie binnen bouwperceel Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 10.3.1, ten behoeve van het plaatsen van een tweede constructie voor de opwekking van alternatieve energie op een bouwperceel waar reeds één dergelijke constructie aanwezig is, mits: a. 1 constructie voor de opwekking van alternatieve energie ontoereikend is gebleken voor de energievoorziening; b. geen sprake is van onevenredige aantasting van het stedenbouwkundige beeld en het woonklimaat; c. het bepaalde in artikel 10.3.1 b. tot en met e. en in artikel 11.2 in acht wordt genomen
24
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Artikel 11 11.1
Algemene gebruiksregels
Verboden gebruik
Onder strijdig gebruik met dit bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; b. het gebruik van bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning als zelfstandige woning. 11.2
Algemene gebruiksregels alternatieve energiewinning
Ten aanzien van de plaatsing van een constructie voor de opwekking van alternatieve energie gelden de volgende gebruiksregels: a. de constructie mag uitsluitend worden gebruikt voor de opwekking van energie voor eigen gebruik; b. eventuele piekstroom mag tegen vergoeding worden afgedragen aan het algemene elektriciteitsnet.
25
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Artikel 12 12.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijkingen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de regels van het plan ten aanzien van de bebouwing van niet voor bewoning bestemde gronden met gebouwen en andere bouwwerken, ten dienste van het openbare nut, met dien verstande dat: a. van de in deze regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Afwijken is niet mogelijk ten aanzien van de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bij woningen; b. in afwijking van sub a is mag in die gevallen waarin reeds uit hoofde van de regels in de respectievelijke artikelen een omgevingsvergunning voor het afwijken is verleend niet nogmaals op grond van onderhavige afwijkingsregel een omgevingsvergunning worden verleend; c. van deze regels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; d. van deze regels en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; e. van deze regels ten behoeve van de overschrijding van de voorgevelrooilijn voor de bouw van een luifel aan de voorgevel van een hoofdgebouw, geen woning zijnde, met dien verstande dat: 1. de overschrijding van de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 2,00 meter; 2.
de bouwhoogte van de luifel niet meer mag bedragen dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; 3. er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid; f. van deze regels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 50 m³ mag bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3,50 meter mag bedragen; g. van deze regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde met uitzondering van telecommunicatiemasten, wordt vergroot: 1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 40,00 meter; 2. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10,00 meter; h. van deze regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van antennemasten, met dien verstande dat: 1. antenne-installaties op daken van bestaande gebouwen, niet zijnde woningen en voor zover niet vergunningsvrij, zijn toegestaan, mits er geen sprake is van: een rijksmonument; aantasting van het stedenbouwkundig beeld ter plaatse; aantasting van het woonklimaat; 2.
antennemasten die niet op bestaande gebouwen worden opgericht, zijn toegestaan, mits: dit niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap; de hoogte van de antenne-installatie maximaal 40,00 meter bedraagt; de antennemast niet in beschermde dorpsgezichten dan wel in de nabijheid van monumenten wordt geplaatst, tenzij het beschermde dorpsgezicht of monument hierdoor niet wordt aangetast; de antenne-installatie niet wordt geplaatst in gebieden behorende tot de NNN en/of Natura 2000; bij het oprichten van antenne-installaties wat betreft plaatsing van antenne-installaties de hier genoemde volgorde wordt aangehouden: in eerste instantie moet de antenne-installatie worden geplaatst op/ aan bestaande antenne-installaties of andere infrastructurele werking (site sharing); -
indien site sharing om technische redenen niet mogelijk is, wordt de
26
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
antenne-installatie op industrieterrein/sportterrein geplaatst; -
indien dit niet mogelijk is, wordt plaatsing aan de rand van de bebouwde kom voorgestaan;
i.
indien dit ook niet mogelijk is, wordt plaatsing in het buitengebied toegestaan;
van deze regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 maal de maximaal toegestane bouwhoogte van het betreffende gebouw;
27
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Artikel 13 13.1
Overige regels
Voorrangsregels dubbelbestemmingen
a. In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming blijft het belang van de dubbelbestemming overeind. De dubbelbestemming vormt het toegevoegde na te streven nieuwe beleid en levert als zodanig extra criteria op voor de uit te voeren toetsing bij de wijzigingsbevoegdheid. 13.1.1 (Wettelijke) regels Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 13.1.2 Gemeentelijke regels Indien en voor zover in deze regels of in de verbeelding van het plan wordt verwezen naar gemeentelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 13.2
Parkeernorm
13.2.1 Parkeernorm Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels: a. In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. b. In het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. c. Voor het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid dient te worden voldaan aan het bepaalde in Bijlage 2 Bepalen parkeerbehoefte. Indien parkeerbeleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad, wordt de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan het gewijzigde parkeerbeleid zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. d. De parkeervoorzieningen als bedoeld onder a en b dienen in stand te worden gehouden. e. In afwijking van het bepaalde onder a, b en c kan bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen: 1. indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; en 2. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien.
13.2.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de parkeernormen zoals opgenomen in Bijlage 2 te wijzigen, indien een actualisatie van de kencijfers van de CROW heeft plaatsgevonden en de geactualiseerde kencijfers gehanteerd worden.
28
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
29
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Woonontwikkeling Mheer’.
30
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Bijlagen
31
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Bijlage 1 Kaart kleine landschapselementen
32
19-05-2009
19-05-2009
bestemmingsplan Woonontwikkeling Mheer (voorontwerp)
Bijlage 2 Bepalen parkeerbehoefte
35
Bijlage 2 Bepalen parkeerbehoefte Inhoud Deel A: Uitgangspunten Deel B: Kaarten stedelijkheidsgraad Deel C: Parkeerkencijfers
Deel A: Uitgangspunten De parkeerbehoefte wordt bepaald op basis van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeers-generatie, publicatie 317 (oktober 2012)’ van het CROW. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in deel C: ‘Parkeerkencijfers’ van deze bijlage.
Stedelijke zone Afhankelijk van de ligging wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende stedelijke zones: centrum; schil/overloopgebied; rest bebouwde kom; en buitengebied.
Stedelijkheidsgraad In de gemeente wordt uitgegaan van twee stedelijkheidsgraden. Voor de kernen en bedrijventerrein geldt ‘weinig stedelijk’ en voor alle andere gebieden ‘niet-stedelijk’. Als ‘kern’ worden dan beschouwd: Banholt, Bemelen, Cadier en Keer, Eckelrade, Eijsden, Gronsveld, Margraten, Mariadorp, Mesch, Mheer, Noorbeek, OostMaarland, Rijckholt, Scheulder, Sint Geertruid en Withuis. De exacte begrenzing van de twee stedelijkheidsgraden is opgenomen in Deel B: ‘Kaarten stedelijkheidsgraad’ van deze bijlage. Indien de ontwikkeling zoals opgenomen in de aanvraag omgevingsvergunning is gelegen in beide stedelijkheidsgraden (zowel ‘weinig stedelijk’ als ‘niet stedelijk’), wordt de stedelijkheidsgraad aangehouden waarin het grootste deel van de ontwikkeling is gelegen.
Bandbreedte In de kencijfers is veelal een minimale en maximale parkeerbehoefte aangegeven. Specifieke eigenschappen van functies (zoals regionale functies versus lokale functies), mobiliteitskenmerken van de gebruikers en mobiliteitsmanagement kunnen invloed hebben op de parkeerbehoefte. Op basis van bovenstaande eigenschappen wordt de benodigde parkeerbehoefte bepaald.
Afronden Indien de totaal berekende parkeerbehoefte uitkomt op decimalen, wordt op hele parkeerplaatsen afgerond naar boven (bijvoorbeeld: 1,01 wordt 2).
Deel B: Kaarten stedelijkheidsgraad
Bemelen
Cadier en Keer
Scheulder
Gronsveld
Margraten
Eckelrade
Rijckholt Sint Geertruid Banholt
Oost-Maarland Eijsden
Mariadorp
Mheer Noorbeek
Withuis Mesch
20
3 66
12 10 8
72
70
14
18
4
68
St .Rem y
6
5
7
3
7
Oude Raadh ui s
56 54
66
24
2
62
60
22
42
24
22
20
58
20
5
7
16
Kl apr oos
14
6
14
12
12
54
We r ner Ki ng
8
Kl apr oos
16
10
18
56
11
9
44 42
Ac ht erdeLangHaag
48 46
9
7
9
13
Kenned y l aan
11
VonGe us aupl ei n
52 50
18
12
9
1
2
Tr ef f er s t eeg
6 5 4 3 2 1
2 22 6 30 34 38
64
7
2
1
14 18
10 16
241A
68
13
74
2
3
72 7 0
7 9 11
8
13
10
en en Lo
m 55D / 55At
11
4
2
5
52
10
8
50
10 8
15
3
40 38
48
6
6
Ri j k s wegA2 v anLui knaarM aas t r i c ht
15
11
4
17
13
13A
4
46
8
4
4
36
2
2
34
6
2
32
17
13
6
St i egel
5
44
4
21
30
15
28
42
40
2
17
26
19 21
7
Het St enen Muu r t j e
19
Mar at hon
11
38
We r ner Ki ng
15
23
23
25
25
36
403 938 373 635 34
24 22
19
8
2 34 3
38
9
29
33
11
Kenned y l aan
27
10
17
21
27
30 28
36 34
30
36
19
31
25
1 23 4
22
5
3
28
34
32 30
29
6 7
8 9 10
20 18
16
Cour t pendu
28 26
24
32
11
37
4J
Br eus t er wei den
Pi nk s t er bl oem
26
35
29 31
Bur g.W i j nand s s t r aat
26 24
27
33
1J
21
14
39
17 18
12 10
19
8
6
30
20
Emmas t r aat
31
28
21
4
2
26
1
33
24
5
1
1
24 25
24
22
5
3
aat r t s pont Legi
3
3
26
20
22
5
5
35 37
Ri j k s weg
7
7
7
7
29
3
11
11
9
9
11
9
11
9
1
20
Keul eman
18
Paar denbl oem
Gel eHei bl oem
16
16
13
16
14
14
2
13
15
15
13 15
18
3
aan l Kennedy
4
14
12
J ac quesLebel
22 20 18 16 14
8
10
7
1921
30 28 26 24 22 20
10
8
7
9 10 11
39 41 43 45 47 49 51
1517
16
5
6
aat r t es k k ddi er t Bas
13 15
Cour t pendu
12
32 30 28 26 24
5
Beet hov ens t r aat
aat r t s k nc i Sweel P. . J
12 14
42 40 38 36 34 32
27 28
Bi s s c hopEr ac l es pl ei n
22 23
31A
3
aat r t s es umpk Kl
1
1
6
18 16
7
2
250
aat r t s k nc i Sweel P. . J
6
12 13 14
12 10 8 6 4 2
250A
4
8
Kl i mm er s ei nd
Kl i mm er s ei nd
10
9
48 50
11
52 54
9
4
53 55
11
Em mas t r aat
2
aan l Kennedy
aat r t s k nc i Sweel P. . J
57 59
13
Spoor s t r aat
Emmas t r aat
Tr i c ht er weg
Kl oos t er pad
Me ez en br oe kw eg
GN
14E
16D
14D
16C
2
9
14C
16B
Sp oo r st r aa t
7
14B
16A
4
14A
6
Hoo gst r aat
1
1A 1B
3
5
Ri j k s weg
246
Si nt Ni co l aa ss t ee g
242
Hoo gst r aat
19 21 23
Sp oo rs t ra at
25
88
2 8
20
Br eus t er hof
6
4 9
6
2
14 16 15 2
12 11 10 9 8
3
6
4
8
10 12
2
2
10 12
14 16
81
16
18 20
2 6
1
10
Mar at hon
26 28
24
22
12
57 59 61 63 65
20
22
10
12
4A 4C 4B 4E 4D
4F 4G
4H 22 20 13 14 15 16
14
4 8
10
14 12 16 18 24A t/m 24T 26
28 30 32
36 34 40 38
2 4
6 8
2 4
6
St i egel
26
29 30
2
4
10 8 6 20 18 16 14 12
31 32
12 14
42 40 38 36 34
50 48 46 44
2 2A 4
10
20 22 24
16 18
A 70
6 8 10
42
44 48 46
2A 2
28
2 4
18
4 6
14
8
12 10
14 16
20 18 24 22
28 26
32 30 36 34
40 38 22
8 10 12
2 16 18
20 24
12 14
16
18 20
2C 2B
48
8 10
12A
38 36 34 32
42 40
28 36
38
40
6
12B
30 28 26
46 44
24 26
38 40
42
34 35 36 37 38 39 40 41
16
32 3
34 42
44
14
16 18
20 22
24 26 28
64 2
121 08 14 1816 2220
76 74 72
2 4
6
8 10 26
28 30
32
34 36
38 40 42
22
24 52 50 48 46 44 60 58 56 54
64 62
18 30
50 5
32 34
36 38
70 68 66
44 20
11 12 6 4 2 16 14 12 10 8
18 22 20 26 24 28
24 26 28
30
6 4 2 14 12 10 8
12A 10A 10
22
2
14
8
46 9 7
5 2
4
4
14
27
4
114
3
1 6 10 12
2
21 23 2 5
Raa dhui s s t r aat
94
Tr i c ht er weg
96
4 15 17 1 9
6
27
86
52
239
15
8
98
Tr i c ht er weg
90
Tr i c ht er weg
29
31
78
Tr i c ht er weg
80
46 1
237
Tr i cht er weg
J.S.Bachstraat J . S.Ba c hs t r aat
k htnaarLui c i r t anMaas wegA2v s k j Ri
33 35
13
1
33
Ri j k s weg
89
9
6 7
2 eg ew i r st ndu I
Groenstraat aat r t s k Ker
29 31
1 3 5 7 9 1 1 13
9
11
53 1 3 5
51
7
2A
eg ksw j Ri 231
231B
25 27
33 35
9
23 25
233
17 19 21
21 23
29 31
11
49
5
12
4
35
37
39
41
Si ntJ oz ef s t r aat
Si ntJ oz ef s t r aat 229
8 k rLui htnaa c i r t as anMa 2v wegA s k j Ri
Keul eman
241
43
45
Pr oc es si ew eg
75A
92
75
107 109
227
k i arLu htna c i r t aas anM A2v weg s k j Ri
eg ksw j Ri
18
5 7
13 15 9 11 5 7 1 3
82
60
56
73 k i arLu htna c i r t aas anM 2v wegA s k j Ri
8
4
J ac quesLebel
6
2
1 3
25 27
9
15
21 23
3
5
7
7
13
17 19
7
5
47
Conf er enc e
1
5
e t t ne ei r ud Go
13 7
13 15
3
9 Kor enbl oem
9 11
1
11
e t ot l Wer
Bel l ef l eur
58
50
27
13
52
27 29
30
15
36
25
r eu l ef l l Be
23 25
43 45
54
48
42
23
Lemoen
21
9
19 21
39 41
19
11
17
7 17
35 37
44
St er appel
15
29 2527 2123 1719 1315
31 33
13
St er appe l
33
11
21 23 25 27 29 31
9
11 7
5
3
19
t aa r t ss nd na j Wi g. r Bu
3
29
45
e od er ed Br
11
17
7 9 11 13 15
7 9
15 33 35
13
ce en er nf Co
43
7 3
1 27
9
41
9
1
5 25
39
22
36 3 16 2 2 8 2 20 4
77
13 17
37
75
24 26 28
11
15
23 35
30
4
Weinig Stedelijk
21 1
33
32
8
31
3A 29
34
6 4
27
3 25
36
r eu l ef l l Be 21 23
51 53 55
3B 7
BonneLoui s e
20
3
29 31
5 5
5
7
aat r t nens j i Capuc
26
47 49
38
aat r t as Emm 40
67 69 71 73 17 19
25
27
39 41 43 45
1
9 25 27
Bur g.L amb er t s t r aat
aat r t nens j i Capuc
21 22 23 24
Br eus t er wei den
1 35
91 113 15
19A 19
35 37 39 41 43 3
11 13
1
23 21 23
29 31 33
1 3 5
12 12A 35 7
18171 6 151 413
42
8 gHaag erdeLan ht Ac
25 27
1
9 10
42A 33 35 37
21
17 19
2
19 13 15
8
46
10 58
13
23 25 27 29 31 33
7
15 171 9 2 2325 1 272 93 Ac 1 ht erdeLang Haag
17
11 13 15 17 19 21
15
1 3 5 7 9
6
3 5 7 9 11 13 11
46
32
11 32A
Sch i et kel der weg
aat r t nens j i c Capu
5
1
12
2 9
34
1
7
28
4
46A
14
Von Geusauplein
3
48
16
Kerk 5
30
aat r t s t g.Lamber Bur
32
76
52 50
18
aat r t s nus i t ntMar Si